CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 bij toelichting - Geuronderzoek

RAAD 30 januari 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Heiligenboom (Oostelvoortjes II) - aangenomen5.329 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN HEILIGEBOOM MOERGESTEL

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel 20220998.v04 27 oktober 2023 Antea Group

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6

2.1. 2.2. 2.3.

Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8

3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ........................................................................................................... 9 3.4. 3.5. 3.6.

Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 10 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12

4.

GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 13

4.1. 4.2. 4.3.

Afstanden ................................................................................................................................... 13 Fictieve voorgrondbelasting ....................................................................................................... 15 Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 17

5.

CONCLUSIE.................................................................................................................................. 20

BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE

I. II. III. IV.

AFSTANDEN ............................................................................................................. 21 FICTIEVE VOORGRONDBELASTING ..................................................................... 22 ACHTERGRONDBELASTING ................................................................................. 23 VEEHOUDERIJGEGEVENS .................................................................................... 24

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

3

1.

INLEIDING

1.1.

Situatie

De initiatiefnemer heeft het voornemen om woningen te realiseren binnen het plangebied Heiligeboom in Moergestel. Voor deze ontwikkeling is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is dit onderzoek geurhinder veehouderijen. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Plangebied

In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

4

1.2.

Vraagstelling

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

5

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet geurhinder en veehouderij

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.

2.2.

Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten

Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.

2.3.

Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. 1

ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

6

Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Als uitgangspunt geldt dat in beginsel binnen de geur- en afstandscontouren rond de (bouwvlakken van de) veehouderijen geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indien geurgevoelige objecten worden toegestaan binnen de afstandscontouren van een veehouderij, moet volgens jurisprudentie2 worden afgewogen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de veehouderij in haar belangen wordt geschaad.

Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.

2

AbRS 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1045, r.o. 2.4.9 en AbRS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3014

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

7

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN

3.1.

Uitgangspunten veehouderijen

Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.

3.2.

Geuremissie en geurimmisie

De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.

3.3.

Verschillende beoordelingen

3.3.1.

Voorgrondbelasting

Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Binnen bebouwde kom Ligging geurgevoelig object3* Concentratiegebied Geen concentratiegebied * de gemeente Oisterwijk ligt in een concentratiegebied.

3

3 ouE/m3 2 ouE/m3

Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3

gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

8

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Oisterwijk heeft geen geurverordening. Daarom gelden bovenstaande standaard geurnormen. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied.

3.3.2.

Afstanden

Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Oisterwijk heeft geen geurverordening. Daarom gelden bovenstaande standaard afstandseisen. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object. Ten slotte een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom.

Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.

3.3.3.

Achtergrondbelasting

De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

9

Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3

4 ouE/m3 6 ouE/m3

Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting

De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.

3.4.

Geurbelasting versus geurhinder

In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

10

Tabel 2. Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m 8 – 13 ouE/m3 3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m 13 – 20 ouE/m3 3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m 20 – 28 ouE/m3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m3 28 – 38 ouE/m3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m3 38 – 50 ouE/m3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m3 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Oisterwijk ligt in een concentratiegebied.

De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.

3.5.

Geurgevoelig object

Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn.

Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

11

Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.

3.6.

Bebouwde kom

Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt.

Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De te realiseren geurgevoelig objecten maken onderdeel uit van een bebouwde kom.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

12

4.

GEURBEREKENINGEN

In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3. Hierbij merken wij op dat bij verdere planvorming de veehouderij aan Heiligenboom 6 stopt. Met deze veehouderij wordt in dit onderzoek geen rekening gehouden. Aan Heiligenboom 1B is sprake van een recreatiebestemming met functieaanduiding ‘manege’. Feitelijk is hier een rijvereniging aanwezig waar geen dieren worden gehouden en geen sprake is van een mestopslag. Er zijn geen geurbronnen. Daarnaast staat de gemeente geen nieuwe bedrijfssituatie (vergunning of melding) toe. In de toekomst kan daarom ook geen sprake zijn van geurbronnen. Het aspect geur vanwege de rijvereniging vormt geen knelpunt en wordt daarom niet betrokken in dit onderzoek (geen veehouderij).

Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies

4.1.

Afstanden

In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 100 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

13

Op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I zijn de afstandscontouren van 100 rondom de bouwvlakken van de relevante veehouderijen weergegeven.

Afbeelding 4. Afstanden

De veehouderijen in de omgeving houden allen dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld en dus de afstandseis van 100 meter tot geurgevoelige objecten binnen een bebouwde kom geldt. Het plangebied ligt binnen de afstandscontour van 100 meter rondom de bouwvlakken van de veehouderijen aan Heiligenboom 1 en 8A. Voor deze bedrijven geldt dat in de richting van het plangebied geen bestaande woningen binnen de afstandscontouren liggen. Omdat geen sprake is van een overbelaste situatie in de richting van het plangebied moet worden uitgegaan van de rand van het bouwvlak (maximale planologische mogelijkheden). Wanneer woningen binnen de afstandscontouren van 100 meter worden gerealiseerd vormt dit in beginsel een belemmering voor de betreffende bedrijven. Echter, de gemeente staat geen nieuwe bedrijfssituatie (vergunning of melding) toe. Daarom worden deze veehouderijen niet beperkt in de maximale planologische mogelijkheden. De vigerende vergunde of gemelde situatie is de enige mogelijke situatie en vormt daarom ook de worst-case situatie. De veehouderijen worden niet (extra) in de belangen geschaad (onderzoeksvraag 2 in paragraaf 1.2). In paragraaf 4.2 wordt beoordeeld of binnen de afstandscontour van 100 meter toch sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (onderzoeksvraag 1 in paragraaf 1.2).

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

14

4.2.

Fictieve voorgrondbelasting

In paragraaf 4.1 is toegelicht dat de veehouderijen aan Heiligenboom 1 en 8A door het beoogde plan niet in de belangen worden geschaad. Ter plaatse van het plangebied wordt echter niet aan de afstandseis van 100 meter voldaan. Uit jurisprudentie4 blijkt dat wanneer de (op basis van de Wet geurhinder en veehouderij dan wel een geurverordening geldende) geurnorm wordt overschreden, dit niet per definitie inhoudt dat sprake is van een onaanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. In de Wgv bestaat geen relatie tussen de bedrijfsomvang van veehouderijen met dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld en de te hanteren afstandseisen. Dit betekent dat voor een veehouderij met (bijvoorbeeld) 20 paarden dezelfde afstandseis geldt als voor een veehouderij met (bijvoorbeeld) 400 paarden. De afstandseis zegt daarom niet veel over het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde bouwvlakken. Om een indruk te krijgen van het woon- en leefklimaat is een geurberekening gemaakt5: - De veehouderij aan Heiligenboom 1 heeft een vergunning voor het houden van 20 volwassen paarden (K1.100) en 15 paarden in opfok (K3.100). Op basis van de meest recente milieuhygiënische inzichten is een geuremissiefactor voor paarden bepaald. De geuremissiefactor bedraagt 0,033 MouE/uur, dus 9,17 ouE/s per paard of pony6.

De totale geuremissie bij de 35 paarden bedraagt dan (afgerond) 321 ouE/s. Volgens de tekeningen uit het milieudossier zijn de paarden gehuisvest in vleugels ten noorden en zuiden van de rijhal. Daarom is uitgegaan van het geometrisch middelpunt gemiddelde van de rijhal. - De veehouderij aan Heiligenboom 8A heeft een vergunning voor het houden van: o 9 melkkoeien (A1.100) en 46 stuks vrouwelijk jongvee (A3.100) in stal 2 o 23 stuks vrouwelijk jongvee (A3.100) in stal 5 o 5 stuks vrouwelijk jongvee (A3.100) in kalveriglo’s Op basis van de meest recente milieuhygiënische inzichten is een geuremissiefactor voor het rundvee bepaald. Hierbij is uitgegaan van een emissiearm stalsysteem, aangezien dit in nieuwe situaties noodzakelijk is conform het Besluit emissiearme huisvesting. De geuremissiefactor bedraagt 80 ouE/s per melkkoe (inclusief vrouwelijk jongvee)7. De standaard verhouding tussen melkvee en jongvee is 1 : 0,7. Dus 1 stuks melkvee en 0,7 stuks jongvee zorgen voor een geuremissie van 80 ouE/s. Melkkoeien zijn volwassen vanaf 2 jaar. Het jongvee is 0 tot 2 jaar oud, dus gemiddeld 1 jaar. Gesteld kan worden dat de emissie van 1 stuks jongvee de helft bedraagt van 1 stuks melkvee. De emissies bedragen dan: o 80 / (1 + 0,7 / 2) ≈ 60 ouE/m3 voor 1 stuks melkvee

zaaknummer 200900801/1/R3 d.d. 7 oktober 2009, www.raadvanstate.nl Deze wijze van beoordelen is ook door ons toegepast in het onderzoek waar naar wordt verwezen in AbRS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3214 6 Geuronderzoek voor manege Van der Voort nabij plangebied Eikelenburg te Rijswijk. PRA Odournet, BOWA09A1, 2010. 7 Emissies uit een ligboxenstal voor melkvee met het "vrije keuze" systeem. Meetprogramma Integraal Duurzame Stallen. WUR Rapport 614, 2012. 4 5

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

15

o

-

-

-

80 - 60 = 20 ouE/m3 voor 0,7 stuks jongvee, dus 30 ouE/m3 voor 1 stuks jongvee Uit onderzoek8 blijkt dat de geur vanuit rundveestallen als de helft minder hinderlijk wordt ervaren dan de geur vanuit varkens- of pluimveestallen. Dit is vertaald naar een halvering van de totale geuremissie naar o 1.920 / 2 = 960 ouE/s vanuit stal 2 o 690 / 2 = 345 ouE/s vanuit stal 5 o 150 / 2 = 75 ouE/s vanuit de kalveriglo’s De geurberekening is uitgevoerd met het rekenprogramma V-Stacks vergunning 2020 (meest recente milieuhygiënische inzichten). Daarbij is uitgegaan van parameters behorende bij natuurlijke ventilatie: o emissiepunthoogte 1,5 m o gemiddelde gebouwhoogte: 1,5 m o diameter emissiepunt 0,5 m o uittreesnelheid emissiepunt 0,4 m/s Voor de toetspunten is uitgegaan van de rand van het plangebied, zo dicht mogelijk bij de emissiepunten van de veehouderijen.

De emissiepunten en toetspunten zijn aangegeven op afbeelding 5. De geurberekening is opgenomen in bijlage II.

8

Academische werkplaats. Geurhinder van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden? Geelen e.a. Maart 2015

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

16

Afbeelding 5. Emissiepunten en toetspunten fictieve geurberekening

De geurbelasting op rand van het plangebied bedraagt ten hoogste 2,8 ouE/m3. Uit tabel 2 in paragraaf 3.4 blijkt dat bij deze voorgrondbelasting sprake is van een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is ook vergelijkbaar (licht beter) met het ‘goed’ woonen leefklimaat dat op basis van de geurnorm van 3 ouE/m3 aanvaardbaar wordt geacht.

4.3.

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van KRD Noord-Brabant zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De gegevens zijn opgenomen in bijlage IV. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

17

De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 6 en op de kaart in bijlage III. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4).

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

18

Afbeelding 6. Achtergrondbelasting

Het woon- en leefklimaat binnen het plangebied is ‘zeer goed’. Er zijn geen veehouderijen die voor wat betreft geuremissie relevant van invloed zijn op het plangebied.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

19

5.

CONCLUSIE

In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan Heiligeboom in Moergestel onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In hoofdstuk 4 van dit rapport is toegelicht dat veehouderijen niet in de belangen worden geschaad, aangezien de gemeente geen nieuwe bedrijfssituatie (vergunning of melding) toestaat. De vigerende vergunde of gemelde situatie is de enige mogelijke situatie en vormt daarom ook de worst-case situatie. Uit de geurberekeningen in hoofdstuk 4 blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geurhinder van veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

20

BIJLAGE

I. AFSTANDEN

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

21

BIJLAGE

II. FICTIEVE VOORGRONDBELASTING

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

22

Gegenereerd op: 26-10-2023

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: Heiligenboom 1 Moergestel Gemaakt op: 2023-10-26 17:31:32 Rekentijd: 0:00:18 Naam van het bedrijf: Heiligenboom 1 Moergestel Berekende ruwheid: 0,405 m

Brongegevens: Volgnr. BronID 1

Stal 1

X-coord. 141 709

Y-coord. 395 397

EP Hoogte 1,5

EP Diam. 0,5

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID 2

TP01

X-coord. 141 678

Y-coord. 395 400

Geurnorm 3,0

Geurbelasting 1,6

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40

321

Geb. Hoogte 1,5

Gegenereerd op: 26-10-2023

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: Heilgenboom 8A Moergestel Gemaakt op: 2023-10-26 18:03:17 Rekentijd: 0:00:18 Naam van het bedrijf: Heiligenboom 8A Moergestel Berekende ruwheid: 0,405 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

Stal 2

141 835

395 543

1,5

0,5

0,40

960

1,5

2

Stal 5

141 803

395 550

1,5

0,5

0,40

345

1,5

3

Kalveriglo's

141 798

395 557

1,5

0,5

0,40

75

1,5

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID 4

TP02

X-coord. 141 767

Y-coord. 395 553

Geurnorm 3,0

Geurbelasting 2,8

BIJLAGE

III. ACHTERGRONDBELASTING

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

23

BIJLAGE

IV. VEEHOUDERIJGEGEVENS

Onderzoek geurhinder veehouderijen Heiligeboom Moergestel Datum: 27 oktober 2023 ; Referentie: 20220998.v04

24

Bijlage IV - Veehouderijgegevens IDNR X Y EPH GEBH DIAM UITTR EVERG EMAX Adres 11717 141178 396617 5 6 0.5 4 0 0 Hondsberg 4 5062SL Oisterwijk 11729 143440 395757 5 6 0.5 4 7988.2 7988.2 Zandstraat 20 5066CA Moergestel 11730 143530 395491 5 6 0.5 4 0 0 Zandstraat 24 5066CA Moergestel 11733 141796 395531 5 6 0.5 4 0 0 Heiligenboom 8A 5066CB Moergestel 11734 141860 395694 5 6 0.5 4 0 0 Heiligenboom 8B 5066CB Moergestel 11735 141279 396101 5 6 0.5 4 1424 1424 Stokske 11 5066CC Moergestel 11736 141268 396186 5 6 0.5 4 23491.1 23491.1 Stokske 13A 5066CC Moergestel 11737 141299 395814 5 6 0.5 4 0 0 Oostelvoortjes 19 5066CE Moergestel 11738 142516 395128 5 6 0.5 4 0 0 Oirschotseweg 65 5066CH Moergestel 11739 143228 394673 5 6 0.5 4 0 0 Oirschotseweg 79 5066CH Moergestel 11742 141488 395047 5 6 0.5 4 0 0 Oirschotseweg 10 5066CJ Moergestel 11743 142230 395155 5 6 0.5 4 0 0 Oirschotseweg 40 5066CJ Moergestel 11744 142927 394718 5 6 0.5 4 0 0 Oirschotseweg 52A 5066CJ Moergestel 11745 143511 394249 5 6 0.5 4 0 0 Oirschotseweg 64 5066CJ Moergestel 11748 141984 394333 5 6 0.5 4 0 0 Hild 15 5066CL Moergestel 11749 141566 394441 5 6 0.5 4 15138.4 15138.4 Hild 16A 5066CL Moergestel 11750 141875 394834 5 6 0.5 4 273 273 Hild 9 5066CL Moergestel 11751 142441 394941 5 6 0.5 4 0 0 Hildsven 4 5066CM Moergestel 11754 143230 394582 5 6 0.5 4 0 0 Vossenhoorn 1 5066CP Moergestel 11755 142944 393909 5 6

0.5 4 36897.3 36897.3 Vossenhoorn 13 5066CP Moergestel 11756 143135 394414 5 6 0.5 4 0 0 Vossenhoorn 5 5066CP Moergestel 11757 143311 394702 5 6 0.5 4 0 0 Heikant 4 5066CR Moergestel 11758 143340 394757 5 6 0.5 4 0 0 Heikant 4A 5066CR Moergestel 11759 143324 394834 5 6 0.5 4 0 0 Heikant 5 5066CR Moergestel 11760 143366 394877 5 6 0.5 4 0 0 Heikant 6 5066CR Moergestel 11761 143382 395053 5 6 0.5 4 0 0 Heikant 7 5066CR Moergestel 11774 140563 394225 5 6 0.5 4 0 0 Schoolstraat 62 5066EE Moergestel 11775 140287 394079 5 6 0.5 4 0 0 Heuveldwarsstraat 2 5066PA Moergestel 11785 140487 393700 5 6 0.5 4 0 0 Vinkenberg 19A 5066PD Moergestel 11786 140468 393660 5 6 0.5 4 0 0 Vinkenberg 21 5066PD Moergestel 11787 140543 393990 5 6 0.5 4 0 0 Vinkenberg 4 5066PD Moergestel 11788 140657 394001 5 6 0.5 4 0 0 Vinkenberg 9 5066PD Moergestel 11806 140169 393873 5 6 0.5 4 0 0 Sebrechtsedijk 2 5066PW Moergestel 11808 140077 396079 5 6 0.5 4 0 0 Heukelomsebaan 3 5066XG Moergestel

Stal -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14945794/1