Bijlage 1 Kaders omgevingsprogramma klimaatadaptatie
Tekst van het document
Bijlage 1 Kaders omgevingsprogramma klimaatadaptatie
Inleiding Op 4 september 2025 heeft de raadsconsultatie plaatsgevonden over het omgevingsprogramma klimaatadaptatie. Tijdens deze raadsontmoeting zijn verschillende stellingen besproken en heeft de raad inbreng gegeven. Op basis daarvan zijn de voorgestelde kaders geformuleerd.
Kaders De kaders voor gemeente Oisterwijk zijn onderverdeeld in de volgende hoofdstukken: 1. Richtlijnen 2. Strategie 3. Bindendheid richtlijnen 4. Overheidsrollen
1. Richtlijnen Kader 1.1. Landelijke en regionale richtlijnen worden vertaald naar een Oisterwijkse richtlijn voor een klimaatadaptieve gemeente. De gemeente Oisterwijk stelt in 2026 een set lokale klimaatadaptatierichtlijnen op door de landelijke richtlijnen en de regionale uitgangspunten uit de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) en de regionale klimaatscoretool te vertalen naar de Oisterwijkse situatie. Een overzicht met richtlijnen voor de thema’s biodiversiteit, hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen komt in het omgevingsprogramma. We streven naar een zorgvuldige balans tussen een ambitieuze koers en beleid dat in de praktijk goed uitvoerbaar is met de beschikbare middelen en ruimte. De richtlijnen worden afgestemd met woningbouw, openbare ruimte, groen en water. Om ervoor te zorgen dat de ambities voor klimaatadaptatie aansluiten bij deze opgaven en ze niet onevenredig zwaar belemmeren.
Kader 1.2. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw, herstructurering van de openbare ruimte en private bestaande bouw.
1
In de richtlijnen wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw, herstructurering van de openbare ruimte en bestaande private bouw. Dit onderscheid is nodig om de richtlijnen af te stemmen op het type project en de bijbehorende mogelijkheden. Zo zijn de ruimtelijke opties bij de heraanleg van een bestaande straat beperkter dan bij een nieuw uitbreidingsproject. Op vraag van de Raad zal dit onderscheid duidelijker worden weergegeven in het omgevingsprogramma.
Herstructurering openbare ruimte
Voor de openbare ruimte wordt werk met werk gemaakt. Klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast wanneer er onderhoud, renovatie of herinrichting nodig is. Er worden richtlijnen geformuleerd voor herstructurering van de openbare ruimte.
Nieuwbouw
Voor nieuwbouw worden richtlijnen geformuleerd om klimaatadaptieve maatregelen te realiseren en stimuleren.
Bestaande private bouw
Bij bestaande bouw op private grond wordt vooral ingezet op voorlichting en begeleiding, bijvoorbeeld met lokale tuincoaches. En er wordt ingezet op het stimuleren van klimaatadaptieve maatregelen, bijvoorbeeld met subsidies. Hiervoor worden geen nieuwe aanvullende richtlijnen opgelegd.
Kader 1.3. Natuurlijke oplossingen krijgen voorrang op technische oplossingen. Natuurlijke oplossingen hebben de voorkeur omdat het vaak integrale oplossingen zijn en bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, waterberging en beleving van de leefomgeving. Voorbeelden van natuurlijke oplossingen zijn: wadi’s, infiltratiezones, bomen, groendaken, groene bermen, etc. Technische maatregelen blijven beschikbaar als aanvullend instrument, bijvoorbeeld wanneer de ruimtelijke context natuurlijke maatregelen beperkt of wanneer technische ingrepen noodzakelijk zijn voor veiligheid of functionaliteit. Voorbeelden van technische oplossingen zijn: ondergrondse waterbuffers, infiltratiekratten, zonwering, reflecterende materialen, etc.
Kader 1.4. Gemeente Oisterwijk geeft het goede voorbeeld Daar waar de gemeente zelf aan de lat staat, laten we het goede voorbeeld zien. We passen de richtlijnen voor klimaatadaptatie consequent toe bij onze eigen projecten en investeringen op het eigen grondgebied. We nemen klimaatadaptieve maatregelen standaard mee in het ontwerp, de uitvoering en budgetteringen. Zodat de gemeente zichtbaar het goede voorbeeld geeft en het belang van klimaatadaptatie ook tot uitvoering brengt. Tegelijkertijd kunnen ambities voor klimaatadaptatie soms botsen met andere belangen, zoals toegankelijkheid, verkeersveiligheid, financiële haalbaarheid, etc. Gemeente Oisterwijk erkent dit en daar waar ambities botsen zal er een zorgvuldige integrale afweging gemaakt worden. 2
2. Strategie Kader 2.1. Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie focust op stedelijk gebied. Het omgevingsprogramma klimaatadaptatie richt zich op het stedelijk gebied, omdat daar de lokale klimaatopgaven liggen waar de gemeente het meeste invloed op heeft. In het stedelijk gebied kunnen we maatregelen direct koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, en beheer. Uitbreidingslocaties voor woningbouw worden hier ook bij inbegrepen. Daarnaast kunnen we inwoners in stedelijk gebied ook ondersteunen bij het klimaatbestendig maken van hun tuin of woning.
Kader 2.2. Opgaven in het buitengebied voor klimaatadaptatie worden aangepakt in regionale context en niet binnen dit omgevingsprogramma. De opgaven in het buitengebied, zoals droogte, wateroverlast, risico op bosbranden, natuurkwaliteit en landbouwtransitie overstijgen de gemeentegrenzen. Hiervoor werkt gemeente Oisterwijk samen met regionale partners, zoals het waterschap, de provincie, natuurmonumenten en de samenwerkingsverbanden binnen Hart van Brabant. Deze opgaven worden daarom niet meegenomen in het lokale omgevingsprogramma klimaatadaptatie.
Natuurbrandbeheersing Oisterwijkse Bossen en Vennen en Kampina.
Voor de Oisterwijkse Bossen en Vennen en de Kampina vormt het vastgestelde natuurbrandbeheersplan de basis voor een gezamenlijke aanpak. Dit plan is opgesteld door de gebiedscommissie Natuurbrandbeheersing, waarin de gemeenten Oisterwijk en Boxtel, Natuurmonumenten, Brabants Landschap en de veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord samenwerken. Natuurbrandbeheersing is een gedeelde verantwoordelijkheid die regionaal wordt aangepakt.
Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Oisterwijkse bossen en vennen en Kampina
De gemeente Oisterwijk werkt binnen de Gebiedsgerichte Aanpak samen met provincie, waterschap, natuurbeheerders, agrarische organisaties en omliggende gemeenten aan een langjarige transitie van het buitengebied. Het GGA-Koersdocument (2025) en het Uitvoeringsprogramma (2026) vormen de basis voor projecten op het gebied van water, natuur, landbouw, recreatie en klimaat.
Koersdocument Oostflank
Voor de Oostflank is het bestaande Koersdocument Oostflank leidend. Dit strategische document van Tilburg en Oisterwijk brengt binnen de transitielijn landelijk gebied landbouw, natuur en water in balans en vormt daarmee een belangrijk kader voor klimaatadaptatie in dit deel van het buitengebied.
Kader 2.3. Het omgevingsprogramma stelt vast en communiceert duidelijk welke risico’s we acceptabel vinden, bij welke risico’s we maatregelen treffen en bij welke risico’s we handelen bij extreme omstandigheden 3
We focussen binnen het Klimaatadaptatieprogramma op het stedelijk gebied. Ín het Omgevingsprogramma verduidelijken we dat de doelen een stip op de horizon zijn. We stellen acties op voor de korte termijn (binnen de termijn van het programma), voor de middellang termijn (5-10 jaar) en op de lange termijn (>10 jaar). In de strategie nemen we duidelijk op welke risico’s we actief proberen te beperken en bij welke risico’s de focus ligt op het handelen bij extreme omstandigheden. Bijvoorbeeld wanneer structurele aanpassing niet haalbaar of disproportioneel is. We communiceren hier duidelijk over om de verwachtingen van inwoners goed te managen.
Kader 2.4. Bij de prioritering op locatie wordt ook de beleving van inwoners meegenomen, waardoor wateroverlast als thema de hoogste prioriteit krijgt. De locaties met de grootste risico’s op vlak van klimaatadaptatie voor gemeente Oisterwijk worden in beeld gebracht door de risico’s van de thema’s biodiversiteit, droogte, wateroverlast en hitte op elkaar te leggen. Zo worden prioritaire locaties in beeld gebracht. Op vraag van de Raad bij de raadsontmoeting in september 2025, wordt bij deze prioritering ook de beleving van inwoners meegenomen, waardoor wateroverlast als thema de hoogste prioriteit krijgt. Deze prioritering op wateroverlast sluit andere thema’s niet uit, want water raakt aan meerdere thema’s. Maatregelen die wateroverlast verminderen hebben in veel gevallen ook een positief effect op andere thema’s. Door ontharding en meer groen toe te passen kan regenwater beter infiltreren, waardoor wateroverlast afneemt. Deze maatregelen dragen bovendien bij aan het vasthouden van water in droge periodes, het verlagen van de gevoelstemperatuur in warme periodes en kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.
3. Bindendheid richtlijnen De mate van bindendheid van richtlijnen wordt weergegeven in afbeelding 1. Hierbij is 1 het meest verplichtend (resultaatsverplichting) en 5 het minst verplichtend (richtlijnen als hulpmiddel). Hieronder een voorbeeld om dit toe te lichten. Voor loop- en fietsroutes geldt bijvoorbeeld een richtlijn van 40% schaduw:
Resultaatsverplichting: De 40% schaduw moet daadwerkelijk worden gerealiseerd.
‘Pas toe of leg uit’: Het uitgangspunt is dat de 40% wordt gehaald. Met een zwaarwegende motivatie kan hiervan worden afgeweken, Afbeelding 1 bijvoorbeeld tot 36% schaduw. Bijvoorbeeld: een mogelijke onderbouwing is dat vanwege kabels en leidingen in het kader van de energietransitie alleen kleinere bomen kunnen worden toegepast.
Inspanningsverplichting: Er wordt gekeken hoever men komt. Bij bijvoorbeeld 34% schaduw is geen nadere toelichting of verantwoording nodig. Wel wordt ervan uitgegaan dat, wanneer er 4
meerdere concepten zijn, het concept met het hoogste percentage groen wordt gekozen. Uit de raadsconsultatie bleek dat het niet wenselijk is om één mate van bindendheid te kiezen voor alle ontwikkelingen. Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen vier typen ontwikkelingen: bestaande bouw, inbreiding, uitbreiding en herstructurering.
Kader 3.1. Voor herstructurering in de openbare ruimte geldt de volgende mate van bindendheid voor de richtlijnen klimaatadaptatie: pas toe of leg uit In kader 1.4. is op genomen dat gemeente Oisterwijk het goede voorbeeld geeft. Daarom wordt bij herstructurering in de openbare ruimte gekozen voor een hogere mate van bindendheid: pas toe of leg uit. In principe wordt bij herstructurering in de openbare ruimte de omgeving klimaatadaptief aangelegd. Uitzonderingen zijn enkel mogelijk met goed onderbouwde toelichting.
Herstructurering: pas toe of leg uit (2)
Kader 3.2. Voor uitbreidingsprojecten geldt de volgende mate van bindendheid voor de richtlijnen klimaatadaptatie: pas toe of leg uit. Kader 3.3. Voor inbreidingsprojecten geldt de volgende mate van bindendheid voor de richtlijnen klimaatadaptatie: inspanningsverplichting Bij inbreidingslocaties is de ruimte vaak beperkter en zijn bepaalde richtlijnen daardoor minder goed uitvoerbaar. Om woningbouw binnen deze gebieden niet onnodig te belemmeren, is ervoor gekozen om de mate van bindendheid van de richtlijnen bij uitbreidingsprojecten hoger te leggen dan bij inbreiding. Bij uitbreidingslocaties is doorgaans meer ontwerpvrijheid en ruimte beschikbaar, waardoor de richtlijnen daar vaak wél kunnen worden toegepast.
Inbreiding: inspanningsverplichting (3) Uitbreiding: pas toe of leg uit (2)
Kader 3.4. Voor bestaande bouw op private grond worden in dit omgevingsprogramma geen aanvullende bindende richtlijnen opgelegd. Een ondersteunende en stimulerende aanpak heeft de voorkeur voor bestaande bouw op private grond. Voor bestaande bouw en particuliere terreinen zijn de richtlijnen moeilijker uitvoerbaar en te borgen. Bovendien wordt prioriteit gegeven aan het goede voorbeeld vanuit de gemeente zelf en daar waar toch al werkzaamheden zijn om deze klimaatadaptief uit te voeren en aan in- en uitbreidingsprojecten waar kansen liggen. Bestaande bouw: toepassen waar het kan (4)
5
4. Overheidsrollen Kader 4.1. De gemeente Oisterwijk past verschillende overheidsrollen toe, afhankelijk van de opgave en het eigendom van het grondgebied. De vier rollen staan weergegeven in afbeelding 2. Realiserende rol: op eigen grond passen we klimaatadaptieve maatregelen toe en geven we het goede voorbeeld. Ondersteunende rol: op privaat terrein ondersteunen we inwoners en bedrijven door middel van bijvoorbeeld subsidies, campagnes en/of begeleiding. Samenwerkende rol: samen met professionele partners en lokale initiatieven. Regulerende rol: het opstellen van richtlijnen voor een klimaatadaptieve omgeving.
Resultaat REALISERENDE
SAMENWERKENDE
OVERHEID
OVERHEID
Alleen Prestatiesturing
Allianties
Resultaatgericht
Co-productie
Rechten en plichten
Actief burgerschap
REGULERENDE
ONDERSTEUNENDE
OVERHEID
OVERHEID
Legitimiteit
Faciliteren
Afbeelding 2
Samen
Randvoorwaarden
6