CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 - Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

RAAD 30 januari 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bestemmingsplan Vossenhoorn 5, Moergestel - aangenomen1.733 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Opgesteld door:

Buro ROS project nummer 19.0501 datum november 2024

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Al geruime tijd wordt een nertsenhouderij geëxploiteerd op de locatie Vossenhoorn 5 te Moergestel. Door maatschappelijke ontwikkelingen en gewijzigde wetgeving zijn initiatiefnemers genoodzaakt de nertsenhouderij te beëindigen. Als vervolgfunctie zijn initiatiefnemers voornemens om het bedrijf verder te ontwikkelen in het stallen van caravans en andere vormen van (statische) opslag, zoals werktuigen, boten en andere vormen van opslag waarbij weinig bezoekmomenten zijn en dus weinig verkeersbewegingen. Met deze nieuwe bedrijfsvorm kunnen zij een rendabele bedrijfsvoering waarborgen. Concreet willen wij de stal/loods van ca 1.800 m2 handhaven/renoveren en de overtollige bedrijfsbebouwing (aan de voorzijde van de weg) slopen. Met de herontwikkeling wordt ervoor gezorgd, dat leegstaand agrarisch vastgoed een nieuwe invulling krijgt en zo verpaupering van de omgeving wordt voorkomen. Tevens is er sprake van een aanzienlijke milieukundige en ruimtelijke kwaliteitswinst (gedeeltelijk saneren bedrijfsbebouwing, afname verkeers- en vervoersbewegingen en beëindiging nertsenhouderij dus wegnemen geurcontour, ammoniak- en fijnstofemissies) en dat er tegemoet gekomen wordt aan de aanzienlijke vraag naar stalling van (statische) goederen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is een wijziging van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.

Daarnaast moet een bestemmingsplan in landelijk gebied op basis van de interim omgvingsverordening van de provincie gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Ook moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan.

Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Kwaliteitsverbetering landschap Ter uitwerking van de verbetering van de kwaliteit van het landschap heeft de gemeente Oisterwijk in regionaal verband afspraken gemaakt over de wijze waarop deze vanuit de verordening ruimte gestelde algemene zorgplicht ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ontwikkelingen bepaald moet worden. Deze afspraken zijn vastgelegd in de notitie “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015. In de Interim Omgevingsverordening heeft de provincie de instructie voor gemeenten opgenomen om een kwaliteitsbeleid voor het landschap te voeren, ook wel voorheen rood-met-groen koppeling genoemd. Dit principe omvat kort samengevat dat er ontwikkelingsruimte wordt geboden, mits deze gepaard gaat met maatregelen die de kwaliteit van het landschap (in brede zin) versterken. In de notitie is daarnaast bepaalt dat er in de regio overeenstemming bestaat over de wenselijkheid van een verdeling van alle denkbare buitenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen (in de zin van de provinciale begripsbepaling), gebaseerd op de invloed die de beoogde ruimtelijke ontwikkeling heeft op de omgeving.

Die invloed wordt onder meer bepaald door: • de omvang van de ontwikkeling (is daarvoor vergroting bestemmingsvlak of bouwvlak nodig); • nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing; • de aard van de locatie en de omgeving; • de aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie); • het onderscheid in een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling; • de “gewenstheid” van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens.

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

De notitie beschrijft, rekening houdend met de doelstelling van de Provincie en de regionale overeenstemming over de wenselijkheid voor een verdeling van alle denkbare buitenstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen een drietal categorieën; Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen (extra kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).

Doorwerking plangebied Algemeen Op basis van de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ wordt de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 3 ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling dient een financiële berekening te worden gemaakt om de waardevermeerdering van de gronden te bepalen. 20% van deze waardevermeerdering dient te worden geïnvesteerd in het landschap. Op basis van de huidige planologische situatie, de gewenste situatie en het landschappelijk inpassingsplan is een economische berekening inzake de waardevermeerdering en kwaliteitsinvestering opgesteld. Deze berekening is navolgend opgenomen, waarbij tevens de planologische uitbreidingsruimte is meegenomen.

De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een bepaling in de regels van het bestemmingsplan. Door de bijgevoegde berekening is bovendien aangetoond dat de kwaliteitsverbetering bovendien financieel is verzekerd. Groenblauwe Mantel Het plangebied ligt op basis van de provinciale verordening in de Groenblauwe Mantel. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water(-beheer) en landschap is een belangrijke opgave binnen de groenblauwe mantel. Nieuwe ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel zijn mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. Ontwikkelingen passen qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. Met de beëindiging van de nertsenhouderij, de sloop van voormalige bedrijfsbebouwing en verkleining van het bouwvlak wordt een bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van de Groenblauwe Mantel. Verder zal de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de bodemgesteldheid ter plaatse en staat de bodemgesteldheid de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. Ook zal het verhard oppervlak afnemen door de afname aan bedrijfsbebouwing.

Verder wordt ter compensatie van het initiatief voorzien in een landschappelijke inpassing, waarbij de berging van afstromend hemelwater wordt opgevangen in een zaksloot. Dit komt de waterhuishouding in het gebied ten goede. De sloop van de bebouwing en verwijdering van de verharding dragen bij aan het herstel van het oorspronkelijke karakter van het gebied. Jong Heideontginningenlandschap Na de uitvinding van kunstmest rond 1850 werden de ‘woeste gronden’ ontgonnen en werd het mogelijk de oorspronkelijk arme gronden te gebruiken voor de landbouw (heideontginning).

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

De jonge heideontginningen zijn systematisch en grootschalig van opzet, met een blokvormige verkaveling en rechte wegen. In het heideontginningslandschap is met name verspreide bebouwing aanwezig. Dit is ook zichtbaar in het aansluitende landschap van het plangebied. De huidige nertsenhouderij is gelegen in een open jong heideontginningenlandschap, waarbij het solitaire bedrijf is omzoomd met een groene corridor, waardoor een groene kamer is ontstaan en de bedrijfsbebouwing is onttrokken aan het zicht.

Situatie rond 1900

Situatie rond 1990

Situatie rond 1950

Situatie rond 1850

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Uit de analyse van de historische kaarten is herleidbaar, dat het de contour/verkaveling op de kaart van 1850 reeds afleesbaar is. Rond 1950 is het plangebied een periode ingericht als kleinschalig coulissenlandschap in overgang naar het jonge heideontginningenlandschap. De eerste bebouwing ontstaat in de jaren tachtig. Op de kaart rond 1990 zijn de bedrijfswoning en de sheds zichtbaar. De coulissenstructuur binnen het plangebied is dan niet meer aanwezig. Vanuit de cultuurhistorische landschapskenmerken van de plek, wordt in de nieuwe situatie het principe van deze groene omzooming in stand gehouden, als link naar de periode rond 1950 en als markering van de overgang naar het jonge heideontginningenlandschap. De groene omzooming wordt afgestemd op het verkleinde bestemmingsvlak. Door de aanleg van een nieuwe groensingel aan de zuidzijde van de bestaande loods, alsmede aan de straatzijde ontstaat een verkleinde groene kamer, waardoor de bebouwing aan het zicht wordt onttrokken. De nieuwe bossingels langs de loods heeft een lengte van 112 meter, een breedte van 5 m en bestaat uit 3 plantrijen, op een plantafstand van 1,5 meter, bestaande uit inheemse struiken. Ter bescherming van deze bossingel wordt een veeraster geplaatst met een lengte van 112 meter.

De nieuwe bossingels aan de straatzijde heeft een lengte van ca 45 meter, een breedte van 14 m en bestaat uit 9 plantrijen, op een plantafstand van 1,5 meter, eveneens bestaande uit inheemse struiken. De gezamenlijke oppervlakte van de nieuw aan te planten struweelsingels bedraagt daarmee 1.190m2. De nieuwe bossingel aan de zuidzijde van de bestaande loods wordt geïntegreerd met een nat-dras zone / zaksloot. Deze zone heeft een lengte van 112 meter, een breedte van 2 meter en een diepte van minimaal 0,3 meter beneden maaiveld, zodat 66 m3 kan worden opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem. De bestaande bossingel ten zuiden en oosten van het verkleinde bouwvlak worden behouden en onderhouden. Deze bossingel heeft een gezamenlijk oppervlak van ca 690 m2 (lengte ca 230 m, breedte ca 3 m.)

Om het open jonge heideontginningenlandschap te herstellen wordt de groene omzooming rond de sheds verwijderd, evenals de sheds zelf en het onderliggende bouwvlak. Voor de ontsluiting van dit landbouwperceel wordt een aarden inrit aangelegd. Tegelijkertijd komen de twee inritten (ter hoogte van het te slopen bedrijfsgebouw langs de Vossenhoorn) te vervallen. Tot slot worden – naast de reeds toegekende RVO-regeling Pelsdierhouderij een aantal extra gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, gesloopt. Dit betreft het bedrijfsgebouw langs de straatzijde en de mestsilo en mestkelder achterop het perceel Om onduidelijkheid in relatie tot sloopvergoeding op basis van de RVO regeling te voorkomen, is in bijlage 1 een overzicht opgenomen van de gebouwen welke zijn gesloopt op basis van de regeling. Het bedrijfsgebouw aan de straatzijde is destijds bewust buiten de regeling gehouden, omdat was beoogd om dit gebouw (met een oppervlakte van ca 285 m2) te behouden. Ook de silo (ca. 198 m2) en de mestkelder (ca. 168 m2) achterop het perceel zijn buiten de RVO-regeling gelaten. In de berekening van de kwaliteitsberekening is gerekend met de stila-normbedragen. De feitelijke sloopkosten liggen hoger. Voor de sloopkosten van de mestkelder en de silo is in de bijlage de factuur van het saneerbedrijf opgenomen met de feitelijke saneringskosten.

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Berekening waardevermeerdering gronden

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Berekening kwaliteitsverbetering landschap

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Bijlage 01 Toelichting op gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde buiten RVO regeling

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel

Bijlage 02 Factuur sloop silo en mestkelder

• •

Landschappelijke inpassing Vossenhoorn 5 te Moergestel Mestsilo oppervlakte 198 m2 (diameter ca 15 m) Mestput inhoud 421 m3 (15,6 m x 10,8 m x 2,5 m)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14893846/1