Bijdrage B-team - Reactie op gebiedsvisie Ruysbossche Loop
Tekst van het document
Aan de raads- en commissieleden, via de Griffie, Voor het Raadsplein op 13 februari 2025 en de gemeenteraad van 27 februari 2025.
Schriftelijke reactie op de definitieve Gebiedvisie Ruysbossche Loop, d.d. januari 2025 Geachte (commissie) leden van de gemeenteraad, Complimenten aan de gemeente voor de goed onderbouwde en helder geschreven Visie. Het B-team heeft in juli 2024 de gelegenheid benut om input voor de Visie aan te reiken en hierover een toelichtend gesprek gevoerd met gemeente en waterschap. Tijdens de terugkoppelavond in november 2024 was er alleen gelegenheid voor een mondelinge reactie. Hieronder volgt onze schriftelijke reactie op de definitieve Visie. Wij hopen dat u onze punten meeneemt in uw beraadslagingen.
1. Ambitie Ecologische Verbindingszone (EVZ) Wij vinden dat de gemeentelijke ambitie voor de EVZ duidelijk moet zijn: een doorgaande zone van gemiddeld 25 meter rondom de waterloop, met ruimte voor water en voor verbindingen tussen diverse natuursoorten en waar mogelijk enige meandering. Dit draagt bij aan biodiversiteit en het behalen van de KRW-doelstellingen. Deze ambitie moet expliciet in de Visie opgenomen worden, zowel in de tekst als op de kaart. Gelet op de titel van de gebiedsvisie ('Ruijsbossche Loop') mag verwacht worden dat er een sterker accent wordt gelegd op de ontwikkeling van de Ruijsbossche Loop als ecologische verbindingszone in het provinciale beleid. Het Koersdocument Oostflank stelt dat de beekdalen verder moeten vernatten en de waterberging vergroot moet worden. Ook de SWOT-analyse benoemt dat er extra ruimte voor de beek moet komen. De huidige oplossing van een ecologische verbindingszone via 'stapstenen' is een maatregel waar het waterschap op uit is gekomen vanwege de hoge gronddruk en geplande werkzaamheden in 2025. Prima voor nu, maar dit is echter ecologisch suboptimaal en mag niet als de ambitie van de gemeentelijke Visie dienen. In de toekomst moet de beek verder ontwikkeld kunnen worden naar een optimale ecologische zone. Daar moet nu de ruimte voor worden aangegeven. Verder moet de Visie verduidelijken of de EVZ betrekking heeft op
1
25 meter aan weerszijden van de beek (totaal 50 meter), zoals de spelregels bij het facet water impliceren.
2. Waarborgen voor integrale uitvoering ontbreken Een ruimtelijke visie moet niet alleen kaders stellen, maar ook waarborgen bieden voor een evenwichtige uitvoering van de afgewogen visie. Wij missen duidelijke spelregels die koppelingen tussen verschillende opgaven garanderen. Zonder deze spelregels dreigt de meerwaardecreatie beperkt te blijven tot papier. De Visie benoemt dat ‘groen net zo belangrijk of belangrijker is dan rood’ (p.13). Dit uitgangspunt moet concreet worden gemaakt: geen woningbouw of andere rode ontwikkeling zonder een evenwaardige investering in groen. Dit betekent dat woningbouw gekoppeld moet worden aan (oorspronkelijke) droge en natte landschapselementen en natuurvriendelijke oevers en natuurlijke wadi’s en aan natuurinclusieve maatregelen zoals groene daken, nestkasten. Daarnaast mag de aanleg van de EVZ niet als compensatie voor woningbouw worden gezien. De aanleg van woningen moet los daarvan bijdragen aan landschap en biodiversiteit via duidelijke spelregels.
3. Geen woningbouw ten zuidoosten van de Haarendijk Het ‘primaire zoekgebied voor woningbouw’ met A* locaties ligt direct naast de 25meterzone van de beek. Dit tast de ecologische werking aan en is hydrologisch onverstandig. De provinciale watersignaleringskaart geeft aan dat het beekdal slechts beperkt geschikt is voor woningbouw. Ecologie moet net zo zwaar meewegen als bodem en water bij het bepalen van geschikte woningbouwlocaties. Wij pleiten ervoor deze locaties niet in de Visie op te nemen.
4. Geef meer duidelijkheid waar dat kan ●
Geef aan welke verantwoordelijkheden de gemeente en het waterschap dragen. Bijvoorbeeld bij maatregelen voor riooloverstort (gemeente) en oeverbeheer/faunapassages (waterschap). ● Bied richtlijnen voor woningbouwdichtheid, zoals bij wonen in een voedselbos of erftransformatie. Zonder onder- of bovengrenzen kan er een verkeerde interpretatie van beleidsvoornemens ontstaan.
5. Oorspronkelijke landschappelijke elementen beter borgen De Visie noemt ‘het terugbrengen van oorspronkelijke landschappelijke elementen’ als principe, maar dit wordt onvoldoende concreet gemaakt. Dit principe moet een harde
2
randvoorwaarde zijn voor ontwikkelingen zoals woningbouw en erftransformatie. Dit garandeert dat iedere ontwikkeling ook daadwerkelijk bijdraagt aan biodiversiteit.
6. Beperk erftransformatie pal aan de beek De meest noordelijke erftransformatielocatie ligt direct aan de 25-meterzone en levert het risico op dat deze daardoor de ecologische verbinding verstoort. Dit is onwenselijk en moet worden aangepast in de zin dat deze locatie niet geschikt is. Bovendien wordt in de Visie een voorbeeldfoto van een gebouw van vijf verdiepingen hoog in het beekdal getoond, wat hopelijk een vergissing is.
7. Veranker BasisKwaliteit Natuur (BKN) als spelregel De Visie Buitengebied hanteert BKN als uitgangspunt. Dit moet als expliciete spelregel in de Visie worden opgenomen, zodat alle ontwikkelingen hieraan bijdragen. De Visie moet expliciet vastleggen dat BKN de basis is voor alle ontwikkelingen en niet slechts een vrijblijvende ambitie.
8. Weeg biodiversiteit expliciet mee bij woningbouwlocaties De Visie beperkt de analyse van biodiversiteitsknelpunten tot technische obstakels, zoals de duiker aan de Haarendijk en de riooloverstort nabij Park Ruijbosch. Dit is te beperkt. De ongekende achteruitgang van biodiversiteit in het landelijk gebied moet nadrukkelijk worden meegenomen in de beoordeling van woningbouwlocaties. Daarnaast verwerpen wij de suggestie dat een boerencamping een ‘passend recreatief initiatief’ is binnen het beekdal. Dit verhoogt de ecologische druk en is niet wenselijk binnen het projectgebied.
9. Kondig de oprichting van een gebiedsfonds aan Wanneer woningbouw wordt toegestaan, ontstaat er planologische meerwaarde. Wij stellen voor dat een deel van deze meerwaarde wordt ingezet voor een gebiedsfonds waarmee biodiversiteit en landschap versterkt kunnen worden, bijvoorbeeld door financiering van grondaankoop en inrichting van landschapselementen. Dit concept is eerder succesvol toegepast bij de Noenes en verdient navolging. Wij verzoeken de gemeenteraad deze punten serieus mee te nemen bij de verdere behandeling van de Visie. Met vriendelijke groet, Het B-team
3