Begroting 2024 - Concept-versie
Tekst van het document
Voorziening subsidie Stimuleringsregeling goedkope koopwoningen provincie De provincie heeft een subsidieregeling 'goedkope koopwoningen 2007-2011' gekend. Op basis van de prognose, de regeling en regionale afspraken is per gemeente een opgave (ambitie) en een plus-ambitie geformuleerd. De regeling voorziet erin dat de gelden besteed moeten worden aan volkshuisvestelijke doeleinden Indien de middelen niet worden ingezet voor volkshuisvestelijke doeleinden, dan is er sprake van onrechtmatig gebruik van deze gelden (waaruit een terugbetalingsverplichting volgt). Voorziening sportaccommodatie Den Donk Er is in 2020 een nieuwe voorziening voor het groot onderhoud van Den Donk gevormd. De onttrekkingen vinden plaats aan de hand van het meerjarenonderhoudsplan.
Begroting 2024 | 74
Meerjarenbalans 2024 – 2027 Jaar rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Immateriële vaste activa
0,6
0,4
0,4
0,4
0,4
0,4
Materiële vaste activa
68,4
77,5
95,3
93,2
92,6
90,6
Financiële vaste activa
2,5
2,7
2,5
2,5
2,5
2,5
Totaal Vaste activa
71,5
80,6
98,2
96,1
95,5
93,5
Voorraden
3,2
4,3
-1,9
-3,8
-3,5
-1,2
Uitzettingen - vorderingen < 1 jaar
24,9
16,7
13,3
13,3
13,3
13,3
Liquide middelen
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
(Bedragen x € 1.000.000)
Vaste activa
Vlottende activa
Overlopende activa
4,0
2,0
1,0
1,0
1,0
1,0
32,2
23,0
12,4
10,5
10,8
13,1
103,7
103,6
110,6
106,6
106,3
106,6
Eigen vermogen
21,5
25,0
19,7
20,0
21,1
20,0
Voorzieningen
10,0
5,6
10,0
10,0
10,0
10,0
Vaste schulden > 1 jaar
54,9
59,0
63,6
59,3
58,0
59,2
Totaal Vaste passiva
86,4
89,6
93,3
89,3
89,1
89,2
Netto vlottende schulden < 1 jaar
6,9
4,2
6,9
6,9
6,9
6,9
Overlopende passiva
10,4
9,8
10,4
10,4
10,4
10,4
Totaal Vlottende passiva
17,3
14,0
17,3
17,3
17,3
17,3
103,7
103,6
110,6
106,6
106,4
106,5
Totaal Vlottende activa Totaal Activa
Vaste passiva
Vlottende passiva
Totaal Passiva
Toelichting op de meerjarenbalans MVA De begrote investeringen in 2023 en 2024 zijn in totaal € 24 miljoen voor o.a. de Hondsberg € 5,9 mln., in riool en wegen € 4,7 mln., in Stokeind voor € 2,5 mln. en in groen € 2,5 mln. Voorraden De begrote post onderhanden werk grondbedrijf (OHW) daalt van + € 3,2 mln. in de jaarrekening 2022 naar een -/- €3,8 mln. in 2025. Een min post voor OHW wil zeggen dat er eerst verkoopfacturen worden verstuurd (dat zijn opbrengsten) en daarna pas de kosten worden gemaakt. We zien de volgende belangrijkste ontwikkelingen binnen het grondbedrijf. - KVL loopt ten einde en hiervoor is begroot dat er in 2023 en in 2024 voor € 4,9 mln. meer aan opbrengsten zijn dan er kosten zijn. - In 2025 worden bij De Leye € 2,9 mln. meer aan opbrengsten begroot dan er kosten zijn. De begrote kosten komen de jaren daarna met name in 2027. Begroting 2024 | 75
Uitzettingen - vorderingen < 1 jaar Het saldo van schatkistbankieren van € 11,7 mln. eind 2022 valt vrij en wordt in gezet voor de investeringen. Eigen vermogen De kolom Begroting 2023 was nog zonder de afboeking van de precariobelasting. De daling in 2024 t.o.v. de jaarrekening 2022 komt door de vrijval voor overhevelingen. Vaste schulden > 1 jaar De investeringen worden gedeeltelijk gefinancierd door het aangaan van langlopende leningen.
Kengetallen Alle gemeenten moeten een tabel met financiële kengetallen opnemen in de begroting en de jaarstukken. Deze cijfers geven de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Ook moet er in de jaarstukken een toelichting worden gegeven op de onderlinge verhouding tussen deze kengetallen en wat dat betekent voor de financiële positie van de gemeente. De kengetallen die in de begrotingjaarstukken moeten staan, zijn: 1A. Netto schuldquote: Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. 1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Dit kengetal wordt zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden, omdat bij leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal worden terugbetaald. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter. 2. Solvabiliteit: Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 3. Structurele exploitatieruimte: Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. 4. Grondexploitatie: De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. 5. Belastingcapaciteit: Dit cijfer geeft inzicht in hoe de gemeentelijke woonlasten zich verhouden tot het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de Begroting 2024 | 76
gemeente mogelijk meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
(Bedragen x € 1.000.000) 1A netto schuldquote 1B netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Jaar Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting rekening 2023 2024 2025 2026 2027 2022 50%
62%
65%
65%
69%
72%
47%
61%
64%
65%
69%
71%
2
Solvabiliteitsrisico
21%
24%
18%
19%
20%
19%
3
Structurele exploitatieruimte
8,1%
0,9%
0,5%
1,3%
-2,5%
-5,3%
4
Grondexploitatie
3,2%
4,9%
-1,8%
-3,9%
-3,9%
-1,4%
5
Belastingcapaciteit
110%
107%
107%
107%
107%
107%
Toelichting op de kengetallen De schuldquote (nr. 1A en 1B) loopt op door de verwachte investeringen in 2023 en in 2024 van in totaal € 24 mln. Geld voor investeringen lenen wij voor een groot gedeelte bij de bank. De begrote investeringen vinden plaats in voor o.a. de Hondsberg € 5,9 mln., in riool en wegen € 4,7 mln., in Stokeind voor € 2,5 mln. en in groen € 2,5 mln. De solvabiliteit (nr. 2) neemt in 2024 af door de verwachte investeringen, zie hierboven. Doordat de gemeente meer geld leent (vreemd vermogen) neemt de ratio af. De structurele exploitatieruimte (nr. 3) komt in de min in 2026, omdat het rijk het gemeentefonds in 2026 landelijk kort met € 3 miljard. Dat wordt het ravijnjaar genoemd. Grondexploitatie (nr. 4) daalt naar -3,9%. Dat wil zeggen dat er eerst verkoopfacturen worden verstuurd en daarna pas de kosten komen. De daling komt omdat KVL teneinde loopt en hiervoor in 2023 en 2024 € 4,9 mln. meer aan opbrengsten zijn begroot dan er kosten zijn. In 2025 zijn er bij de De Leye € 2,9 mln. meer aan opbrengsten begroot dan er kosten zijn. De kosten komen de jaren daarna met name in 2027.
Begroting 2024 | 77
Paragraaf Financiering Deze paragraaf vloeit voort uit bepalingen van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet beoogt het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van decentrale overheden en het beheersen van financiële risico’s. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in ieder geval de beleidsvoornemens van het risicobeheer van de financieringsportefeuille genoemd worden in deze paragraaf. Deze financieringsparagraaf is zowel voor de begroting als voor de programmarekening, in samenhang met de financiële verordening, een belangrijk instrument voor het transparant maken, het sturen, het beheersen en het controleren van de financieringsfunctie.
De rentevisie voor de komende vier jaar De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) beoogt de risico’s die gemeenten lopen bij financiering te beperken. Hiervoor is het in het najaar van 2021 vastgestelde Treasurystatuut van toepassing. Belangrijke elementen zijn: Kasgeldlimiet Onzekerheid over de toekomstige te betalen rente op de korte termijn brengt een risico met zich mee. In de Wet Fido is een kasgeldlimiet vastgelegd om het renterisico bij decentrale overheden te beheersen door een grens te stellen aan financiering op korte termijn. Dit betekent dat de korte schuld voor gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag bedragen. De korte schuld bestaat uit de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rente-typische looptijd korter dan één jaar en de schuld in rekening-courant en is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Renterisiconorm Voor de lange termijn wordt de renteonzekerheid uitgedrukt in het renterisico. In de Wet Fido is een renterisiconorm voor decentrale overheden vastgelegd. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op langlopende schulden (leningen met een looptijd van langer dan één jaar). Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen.
Hiermee wordt voorkomen, dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moeten worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De renterisiconorm is bepaald op 20% van het begrotingstotaal. Dat wil zeggen dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Hierbij is een minimumbedrag bepaald van € 2,5 miljoen.
Visie college Het college onderschrijft het belang van een adequate beheersing van rentekosten. De bepalingen van de wet FIDO en het treasurystatuut vormen het uitgangspunt van het handelen. De rente vormt een redelijk onberekenbare factor en is nauwelijks te sturen. Daarom staan wij op het standpunt dat we optimaal gebruik moeten maken van de mogelijkheden die de wet FIDO biedt, uiteraard met inachtneming van de hiervoor genoemde limieten. Meer dan het rentepercentage van een moment is voor ons van belang om de gemiddelde rente in de loop van de jaren zo laag en zo stabiel mogelijk te houden.
Begroting 2024 | 78
Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1.000)
2023
2024
Begrotingstotaal (totaal lasten)
87.532
102.390
Percentage regeling
8,5%
8,5%
Kasgeldlimiet
7.440
8.703
Toelichting De kasgeldlimiet voor de gemeente bedraagt € 8.703.000. Bij het opnemen van kasgeldleningen wordt rekening gehouden met deze limiet. We beoordelen periodiek of herfinanciering van onze leningenportefeuille tot de mogelijkheden behoort. De banken brengen echter boete in rekening bij vervroegde aflossing. Door de opgelopen rente en gelet op de boete voor vervroegd aflossing, is herfinanciering op dit moment niet interessant.
Renterisiconorm
Toelichting Volgens de huidige prognose zal de gemeente voor het begrotingsjaar 2024 – 2027 onder de renterisiconorm blijven.
Overzicht van opgenomen geldleningen (Bedragen x € 1.000)
Start jaar
Loop tijd
Rente %
Saldo 01-01-24
Nieuw
Rente kosten
Aflossing
Saldo 31-12-24
BNG (1050)
1999
25
5,360
145
0
8
145
0
NWB (1065)
2013
12
1,914
2.000
0
38
1.000
1.000
BNG (1067)
2014
10
0,885
750
0
7
750
0
BNG (1068)
2018
15
0,915
5.667
0
52
567
5.100
NWB (1069)
2018
15
0,970
6.000
0
58
600
5.400
BNG (1070)
2019
30
0,180
13.000
0
23
500
12.500
BNG (1071)
2020
10
0,060
8.400
0
5
1.200
7.200
Haaren BNG
2016
10
1,020
3.500
0
36
0
3.500
BNG (1074)
2022
15
2,464
9.333
0
230
667
8.666
7.000
7.000
105
700
7.000
55.795
7.000
562
6.129
50.366
Herfinanciering Totaal langlopende geldleningen
Begroting 2024 | 79
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de beleidsuitgangspunten voor het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Daarbij is gekozen voor een voldoende onderhoudsniveau en bijbehorend budget om de voorzieningen in stand te kunnen houden. Het beleid over deze kapitaalgoederen is verwerkt in beheerplannen die voor verschillende kapitaalgoederen zijn opgesteld. Beleidskaders In april 2023 is de Integrale Visie Openbare ruimte vastgesteld. Op basis van deze visie is in 2023 gestart met het opstellen van de beleidsnota’s Wegen, Openbare verlichting, Wegmeubilair, Civieltechnische kunstwerken en Groen. Daarnaast is in 2023 het Programma Water en Riolering (PWR, ter vervanging van het v-GRP) vastgesteld en zijn beheerplannen op het gebied van Groen en Wegen vastgesteld. De beheerplannen vormen de basis voor de meerjaren onderhouds- en investeringsplanningen. Beleid
Jaar Herziening
Integrale Visie Openbare Ruimte
2023
Kadernota Rood (Wegen, Openbare verlichting, Wegmeubilair, Civieltechnische kunstwerken) (start Q3 2023) Leidraad Toegankelijke Openbare Ruimte Oisterwijk
2024
Programma Groen (start Q3 2023)
2024
Programma Water en Riolering (voorheen V-GRP)
2023
Groenbeheerplan
2023
Beheerplan wegen Kadernota vastgoed
2023 2025
Nota Rationeel Gebouwenbeheer
2024
2024
Het beleid, zoals in bovenstaande beleidsnota’s opgenomen, wordt geactualiseerd indien daar noodzaak is. Wegen Binnen de gemeente beheren we ongeveer 2,44 miljoen m² aan wegverharding. Hiervan bestaat ongeveer 31% uit asfalt, 63% uit elementen en 1% uit beton. Daarnaast beheren we ongeveer 22 kilometer onverharde wegen. Het college hanteert de genormeerde beheerkostensystematiek volgens de stichting CROW (Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en Verkeerstechnieken). Op basis van deze norm worden de kwaliteitsniveaus weergegeven van de wegen. Voor Oisterwijk geldt dat we een onderhoudsniveau B (‘voldoende’) waarborgen en voor de centrumgebieden een onderhoudsniveau A (‘goed’). De wegen in de gemeente Oisterwijk worden periodiek geïnspecteerd. Voor het laatst is dit in het voorjaar van 2022 gebeurd. Hieruit is gebleken dat een inhaalslag op onderhoud wegen noodzakelijk is. Hiervoor is in 2023 een voorziening gecreëerd. Vanuit deze voorziening voeren
Begroting 2024 | 80
we reparaties en (kleine) renovaties uit waarbij we integraal kijken naar mogelijke andere beheervraagstukken. Naast deze reparaties en renovaties werken we verder aan diverse reconstructieprojecten. Zo gaan onder andere de projecten Marijkestraat, Stationsstraat en Baerdijk in uitvoering en bereiden we de reconstructie van de Gemullehoekenweg, Schoutenbuurt, Burgemeester Verwielstraat en Kantstraat voor. Openbare Verlichting In de gemeente staan ongeveer 8.300 lichtmasten die onder ons beheer vallen. Het doel van de openbare verlichting is om bij duisternis het openbare leven duurzaam en zo goed mogelijk te laten functioneren: • Waarbij men geen gevoel van onveiligheid ervaart. • Waarbij de weggebruiker zich op een veilige wijze moet kunnen verplaatsen. • Waarbij verlichting de leefbaarheid (herkenbaarheid, sfeer) vergroot en de ruimtelijke inrichting wordt versterkt. • Waarbij onnodige lichtvervuiling wordt voorkomen. Na de vaststelling van het nieuwe beleid (Kadernota Geel) bereiden we dit jaar een optimalisatieplan Openbare Verlichting voor. In dit project vervangen we het overgrote deel van de resterende armaturen die nog niet duurzaam zijn voor LED-armaturen.
Ook saneren we onnodige verlichting in met name het buitengebied en maken we op locaties die daar geschikt voor zijn verlichting slim en/of dynamisch, met als doel een duidelijke besparing op energie- en beheerkosten, CO2 en het verder tegengaan van lichtvervuiling. Civieltechnische Kunstwerken Onder onze civieltechnische kunstwerken vallen ongeveer 48 bruggen, vlonders en geluidschermen. Voor het opstellen van het Beheerplan Civiele Kunstwerken is een overzicht gemaakt van de hoeveelheid, de omvang, de vervangingswaarde en de onderhoudsbehoefte van de diverse civiele kunstwerken. In de onderhoudsopzet wordt prioriteit gegeven aan de technische en constructieve instandhouding van kunstwerken en het borgen van de publieke veiligheid van de overige objecten. Dit jaar voeren we planmatig onderhoud uit aan onze kunstwerken conform het meerjaren onderhoudsprogramma 2023-2026. De bruggen Aboomsestraat en Heizenschedijk bleken eind 2022 sporen van bezwijking te vertonen. Om de bruggen zo goed mogelijk open te houden voor het verkeer zijn noodmaatregelen toegepast. Verdere maatregelen zijn nodig om de brug (tijdelijk) in stand te houden. Om kapitaalvernietiging te voorkomen en gezien het grote maatschappelijke belang van deze twee bruggen zetten we in op vervanging in 2024.
Groen De gemeente Oisterwijk heeft circa 40.000 bomen in eigendom en beheer, circa 234.780 m² aan openbaar groen in de vorm van heesters en beplantingen, 42 ha gazon en 200 km bermen en sloten.
Begroting 2024 | 81
De hoofdlijnen voor het beleid voor de openbare ruimte is opgenomen in de 2023 vastgestelde Visie Openbare Ruimte. Ook ten aanzien van het groen zijn hierin beleidskaders opgenomen. In 2024 wordt een nieuw Groenprogramma vastgesteld waarin deze kaders verder worden uitgewerkt. In de begroting zijn budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de bomen en de overige beplantingen en gazons. Hierbij is uitgegaan van de in 2023 vastgestelde onderhoudsniveaus: • voor de centrumgebieden kwaliteitsniveaus A, • de rest van de bebouwde kom kwaliteitsniveau B, • bosplantsoen en ruig gras op kwaliteitsniveau C. In 2024 zetten de in 2023 ingezette koers voor het meer wijkgericht en integraal grootschalig onderhoud voort. We concentreren ons op het wegwerken van de achterstand in onderhoud door meer integraal en wijkgericht te gaan werken en vanuit een investering grootschaliger te vernieuwen. Riolering en water PROGRAMMA WATER EN RIOLERING Het hebben van een actueel en geldig gemeentelijk rioleringsplan is een wettelijke verplichting vanuit onder andere de Wet Milieubeheer. Sinds 1 januari 2008 heeft de Rijksoverheid de zorgplicht ten aanzien van riolering uitgebreid naar drie zorgplichten: • Zorgen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater naar een geschikt lozingspunt.
• Zorgen voor de inzameling, het transport en de verwerking van hemelwater, voor zover dit niet van particulieren kan worden verwacht. • Zorgen voor het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van deze maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. Het huidige stelsel bestaat bij benadering uit: • Hoofdriool incl. putten • Sloten en duikers • Huisaansluitingen • Kolken incl. leiding • Hoofdgemalen • Minigemalen • Retentievijvers • Infiltratie voorzieningen - kratten • Infiltratiekelders
208,6 km 204,1 km 12.500 stuks 14.325 stuks 19 stuks 449 stuks 42 stuks 225 m2 5 stuks
Op 6 juli 2023 is het Programma Water en Riolering (PWR) vastgesteld door de raad. Deze heeft het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (V-GRP 2015-2019) vervangen. Hierin is opgenomen hoe de gemeente Oisterwijk de komende jaren invulling wil geven aan haar zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt het huidige stelsel onderhouden. Het Programma Water en Riolering gaat over het gehele grondgebied dus nu inclusief Haaren. Hiermee voldoet de gemeente Oisterwijk aan de wettelijke verplichting van het hebben van een
Begroting 2024 | 82
actueel rioleringsplan. Met ingang van de Omgevingswet blijft vastlegging van de zorg voor gemeentelijke riolering verplicht. In het programma is de jaarlijkse investering in vervanging van riolering vastgesteld. De locaties voor vervanging van de riolering worden op ambtelijk niveau integraal met andere disciplines bepaald. De prioriteringen worden gedaan aan de hand van de actueel beschikbare informatie. Gebouwen De gemeente Oisterwijk heeft ruim 50 vastgoedobjecten in eigendom die door ons worden beheerd. Alle gebouwen voldoen aan de afgesproken conditieniveaus. Voor het beheer van deze objecten gebruiken we beheerplannen. Deze zijn in 3 categorieën ingedeeld: correctief onderhoud, structureel planmatig onderhoud en incidenteel planmatig onderhoud. Deze plannen worden periodiek geactualiseerd en in 2024 staat een nieuwe actualisatie op het programma. De in de begroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op deze beheerplannen. We zijn bezig met het verduurzamen van de vastgoedportefeuille. Dit vindt gefaseerd plaats. Er wordt zoveel mogelijk werk-met-werk gemaakt. Daar waar mogelijk maken we gebruiken van externe subsidiebronnen. We zijn gefaseerd bezig met het verduurzamen van de vastgoed portefeuille. Hierbij maken we zoveel mogelijk gebruik van externe subsidiebronnen en maken we zoveel mogelijk werk met werk.
Begroting 2024 | 83
Paragraaf Grondbeleid Doelstelling Doelstelling van het grondbeleid is de integrale benadering van gebiedsontwikkelingen. Hiermee wordt aangesloten op de belangrijkste doelen van het raadsprogramma. Door deze integrale benadering staat het rendement centraal dat de gemeente maatschappelijk wil realiseren door middel van ruimtelijke ontwikkelingen. Dit rendement wordt afgezet tegen het financieel rendement van de ruimtelijke ontwikkeling op de gemeentebegroting. Zo ontstaat er een afwegingskader dat het gemeentebestuur in staat stelt om weloverwogen beslissingen te nemen over verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. De kaders zijn vastgelegd in de kadernota Grondbeleid die in 2019 is vastgesteld door uw raad. Integraliteit en flexibiliteit zijn uitgangspunten binnen dit grondbeleid. Daarnaast worden de komende jaren ook de thema’s duurzaamheid, wonen en economie meegenomen. Dat wil zeggen dat ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Oisterwijk in ieder geval op deze drie thema’s in beeld moeten brengen op welke wijze ze bijdragen aan de doelen die voor deze onderwerpen gesteld worden. Afhankelijk van de locatie kan het zijn dat er wordt afgeweken van deze beleidsthema’s, door toevoeging van extra thema’s of onttrekking van een thema. Hierdoor wordt gestreefd naar een integrale benadering van gebiedsontwikkelingen.
Dit betekent dat niet alleen naar de financiële gevolgen van een ontwikkeling zal worden gekeken, maar ook naar de maatschappelijke impact. Tot slot worden de doelstellingen als volgt geformuleerd: • Invloed uitoefenen op het ruimtegebruik, opdat op diverse beleidsterreinen van de gemeente een gewenst maatschappelijk rendement gerealiseerd kan worden. • Het realiseren van een zo goed mogelijk integraal resultaat in een ruimtelijke ontwikkeling, dat bestaat uit de optimale mix van maatschappelijk en financieel rendement. • Een kader scheppen waardoor het gemeentebestuur in staat wordt gesteld om op basis van • het integrale resultaat van de ruimtelijke ontwikkeling, keuzes te maken over: - De rol die de gemeente zelf wenst aan te nemen om een ontwikkeling gerealiseerd te krijgen. - De gewenste maatschappelijke doelen versus de daarmee verband houdende financiële gevolgen voor de gemeente. - De verschillende scenario’s om tot ontwikkeling van een locatie/gebied te komen. - Eventueel noodzakelijke prioriteringen voor verschillende ontwikkelmogelijkheden. • Duidelijkheid verschaffen over processen, spelregels en kaders die de gemeente hanteert in gebiedsontwikkelingen.
Kaders Hieronder noemen wij kort de kaders zoals deze gelden in de kadernota Grondbeleid 2019: Inzicht in rendement van gebiedsontwikkelingen • Grondbeleid geeft inzicht in de gevolgen van een gebiedsontwikkeling. Dit is belangrijk omdat dit inzicht gebruikt kan worden om verschillende scenario’s die mogelijk zijn voor een bepaalde locatie op een goede manier te kunnen beoordelen en om prioriteiten voor een ontwikkeling af te wegen. • Grondbeleid geeft een kader voor de verschillende ambities die samen moeten komen in een ontwikkeling door deze met elkaar in verband te brengen en afwegingen daarin mogelijk te maken. • Doordat de aanleiding van een ontwikkeling als uitgangspunt wordt genomen, kan voorafgaand aan besluitvorming over een ontwikkeling in beeld worden gebracht welke Begroting 2024 | 84
ambities de gemeente Oisterwijk daadwerkelijk hiermee wil realiseren. Dit stelt de gemeente ook in staat om de juiste vragen te stellen aan partijen die willen ontwikkelen en hierdoor een goed overwogen besluit te kunnen nemen. Situationeel grondbeleid • Per gebiedsontwikkeling wordt via een afwegingskader tot een advies gekomen voor een door de gemeente aan te nemen rol. Doordat de gemeente per gebiedsontwikkeling een rolkeuze dient te maken voert de gemeente situationeel grondbeleid. Juridische instrumenten • Bij voorkeur resultaten op het gebied van grondaankopen bereiken op minnelijke (vrijwillige) basis; • Wanneer dit niet mogelijk blijkt de publiekrechtelijke instrumenten Wet voorkeursrecht gemeenten en/of de Onteigeningswet inzetten; • Kostenverhaal eigen projecten via marktconforme verkoopprijzen grond en kostenverhaal bij projecten derden bij voorkeur via een anterieure overeenkomst; • Wanneer bij projecten derden niet tot overeenstemming kan worden gekomen dit alsnog afdwingen door vaststellen exploitatieplan.
Bepalingen bij gronduitgifte • De verkoop/uitgifte van gemeentegrond wordt, waar mogelijk, afgestemd op de gewenste programmering uit het meest actuele woningbehoefteonderzoek (aantallen, soort woningen, planning, doelgroepen); • Bij de uitgifte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de prioritaire maatschappelijke thema’s die genoemd zijn in hoofdstuk 4 van deze nota; wonen, duurzaamheid (inclusief groen) en economie. Afhankelijk van de locatie zijn meer/minder thema’s mogelijk. Verder wordt rekening gehouden met demografische factoren en veranderingen in de markt; • Bij grondverkoop voor woningen voor bijzondere doelgroepen en/of bedrijven wordt het antispeculatiebeding toegepast (aangegeven in de algemene verkoopvoorwaarden). Het college kan, gemotiveerd, ontheffing hiervoor verlenen; • Uiteindelijke bestemming van de grond wordt bepaald door afweging van alle opties en prioriteitstelling. Bij de besluitvorming wordt dit aangegeven. Financiële kaders • Hanteren van de voorschriften volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); • Transparant grondbeleid tijdens de planning en control cyclus (begroting, PPN, jaarrekening).
Grondprijzen • De gemeente hanteert bij verkoop/uitgifte van grond op het betreffende beleid afgestemde marktconforme grondprijzen; • In het begin van ieder jaar worden de richtprijzen voor verkoop van (diverse categorieën) woningen, bedrijfskavels, groen– en reststroken via een raadsinformatiebrief ter kennis aangeboden aan de raad. Risico’s en weerstandsvermogen • Voor niet voorzienbare/moeilijk kwantificeerbare risico’s binnen de grondexploitaties wordt, op basis van een jaarlijkse actuele risicoanalyse, de gewenste reserve bepaald; • Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken worden, waar nodig, beheersmaatregelen genomen;
Begroting 2024 | 85
•
Jaarlijks bij de programmabegroting en –rekening worden voorstellen gedaan over de hoogte van de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf.
Transparant grondbeleid Toepassen van de kadernota grondbeleid van de gemeente Oisterwijk door onder andere • jaarlijks de grondexploitaties te actualiseren en door de raad vast te laten stellen ten behoeve van de begroting; • verantwoording afleggen over de financiën en voortgang van de grondexploitaties in de paragraaf grondbeleid en in een afzonderlijk document bij de jaarrekening; • actuele risico-inventarisatie KVL en inschatting van de risico’s van de overige exploitaties. Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf wordt telkens bij de jaarrekening hierop afgestemd. In 2024 wordt de Nota Grondbeleid geactualiseerd. Voor het extern opstellen van deze nota wordt op gebruikelijke wijze krediet aangevraagd.
Belangrijkste ontwikkelingen grondexploitaties Zoals aangegeven in de Kadernota grondbeleid worden de grondexploitaties jaarlijks geactualiseerd. Bij de actualisatie kijken wij naar mogelijke wijzingen op de onderdelen kosten en opbrengsten, rente, (woning)programma en de planning. Op de grotere en langlopende exploitaties kijken wij ook naar indexeringen van kosten en opbrengsten. De laatste actualisatie hebben wij gedaan op basis van de werkelijke cijfers tot en met de jaarrekening 2022. De restramingen en geprognosticeerde opbrengsten zijn kritisch nagelopen en geïndexeerd conform bandbreedtes van Outlook Grondexploitaties 2023 van Metafoor. De ramingen voor 2023 zijn met 10% geïndexeerd (prijspeil 2022) en voor de jaren na 2023 wordt met 3,5% geïndexeerd. De opbrengsten zijn voor alle segmenten op 0% gezet. De oorlog in Oekraïne en daarmee samenhangend effecten op de (bouw)economie in Nederland en direct op de grondexploitatie wordt met de indexatie vertaald. De rente is volgens de geldende spelregels van BBV aangepast en is de planning van de kosten en opbrengsten bijgesteld. Hieronder worden per project de belangrijkste wijzigingen weergegeven. Belangrijkste ontwikkelingen grondexploitaties in 2023 Pannenschuur Buiten: In het project Pannenschuur Buiten zijn inmiddels alle zelfbouw kavels van fase I overgedragen aan de kopers en zijn de opbrengsten gegeneerd.
In het plangebied dient nog een verkaveling van de vijf beoogde bouwkavels plaats te vinden. Het plangebied ligt deels in een stankcirkel die voor de verkaveling weggenomen moet worden. De opbrengsten van deze kavels zijn geraamd op € 900.000. De voorbereidingen om het bestemmingsplan te wijzigen is reeds opgestart en het gesprek met de eigenaar van het uit te plaatsen bedrijf wordt op constructieve wijze gevoerd maar is nog niet afgerond. De prognose van de opbrengst is bijgesteld en verwacht wordt de opbrengsten in 2024 en 2025 te zullen genereren. Eind 2021 is op basis van de voorgeschreven berekenmethode een winst van € 1.896.946 genomen. Hiermee is in totaal € 7.266.601 winst genomen. Maar o.b.v. van de nieuwe prognose en daarmee samenhangend POC berekening blijkt dat de winstneming hoger is dan toegestaan. Dit betekent dat winstneming met ca € 82.044 teruggedraaid moet worden. De kosten voor het BRM/WRM zijn op basis van laatste inzichten, hoge bouwkosten, naar boven bijgesteld. Het eindresultaat is hierdoor met ca € 53.000 afgenomen. Bij de actualisatie is uitgegaan dit project eind 2025 af te sluiten. Inspanningen zijn gericht om de planning te halen.
Begroting 2024 | 86
KVL - Terrein: In 2022 is de grond t.b.v. de ontwikkeling van 22 appartementen aan BPD geleverd en is de communicatie bijdrage en parkeerbijdrage gegenereerd. Hiermee is de grondlevering aan BPD in fase 2 t/m 4 afgerond. Tegen de ontwikkeling van de 27 appartementen door Leystromen is een beroepsprocedure gevoerd bij de Raad van State. De uitspraak was in het nadeel van gemeente. In de risicoanalyse wordt hiermee rekening gehouden. De gemeente heeft alsnog de mogelijkheid om het Bestemmingsplan aan te passen en aan de raad voor te leggen. De ontwikkeling van de supermarkt met huurappartementen wordt in 2023 uitgewerkt en de grondwaarde van het plan zal middels een taxatie worden bepaald. De taxatie dient als indicatie voor het nog te voeren onderhandeling met de marktpartij. De resterende werkzaamheden zijn geïnventariseerd en conform huidige parameters geraamd. De laatste geactualiseerde grondexploitatie resulteert in een (extra) tekort van ca € 559.381 (NCW). De verliesvoorziening is met dit bedrag aangevuld ten laste van de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf. Studiegebied (naast KVL): In 2021 zijn de werkzaamheden in het kader van de herinrichting door de gemeente afgerond en het lag dan ook in de verwachting dat deze grondexploitatie eind 2021 zou worden afgesloten.
Aan de opbrengstenzijde stond nog wel een rekening open van de marktpartij met welke partij is overeengekomen over een periode van zes jaar (een deel van) de parkeeropbrengsten af te dragen. De marktpartij bleek vanwege de negatieve omstandigheden van de coronapandemie evenwel haar betalingsverplichtingen niet na te (kunnen) komen, hierdoor is er een betalingsachterstand ontstaan. In het najaar van 2023 wordt samen met de marktpartij bekeken hoe dit opgelost kan worden. De gemeente heeft mede op advies van de commissie BBV, besloten de grondexploitatie langer in exploitatie te houden totdat het totaal met de marktpartij overeengekomen bedrag (ca. € 600.000) zal zijn ontvangen. Gelet op de gesloten overeenkomst, de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen en de contacten met de marktpartij ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat de nog te ontvangen opbrengsten niet zullen worden ontvangen. Daar verder alle werkzaamheden zijn afgerond rest nog slechts de afwikkeling van de betalingen. Derhalve wordt de grondexploitatie Studiegebied KVL volgens de door de gemeente uitgevoerde actualisatie per 1 januari 2023 naar verwachting eind 2025 afgesloten met een tekort van ca. € 2.257.665 (NCW). Dit betekent dat de verliesvoorziening met € 239.003 verlaagd kan worden.
De Leye: In opdracht van de gemeenteraad is in september 2022 de opdrachtpotentie van een aantal scenario’s van het vastgestelde concept Beekdal Park in hoofdlijnen en kengetallen doorgerekend en gepresenteerd. Hieruit is een voorkeursvariant met voldoende sociale huur en betaalbare koopwoningen gekozen. Dit scenario wordt thans met Leystromen ruimtelijk door vertaald in een stedenbouwkundige uitwerking. In het voorkeursvariant is het programma met sociale en betaalbare woningen ca 63%. De grondexploitatie is hierop aangepast en geactualiseerd. Het eindresultaat is positief maar t.o.v. de grex 2022 neemt de opbrengst af met ca € 706.000 (nominaal) naar € 518.000 (nominaal). Uitbreiding bedrijventerrein (Bedrijfsweg): Op dit moment zijn er op de bestaande bedrijventerreinen geen kavels van de gemeente meer beschikbaar. In 2019 heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren met als doel inzicht te Begroting 2024 | 87
krijgen in de leegstand op bestaande bedrijventerreinen, de behoefte vanuit de lokale markt naar uitbreiding- of verplaatsingsmogelijkheden, etc. Daarbij is er ook aandacht geschonken aan de mogelijkheden van invulling / revitalisering van de bestaande bedrijventerreinen. Uit het onderzoek blijkt dat er de komende jaren behoefte is aan uitbreidingsmogelijkheden. De resultaten zijn in 2021 aan de raad gepresenteerd en op basis daarvan is om een aanvullend onderzoek gevraagd. De conclusie van het aanvullend onderzoek is eveneens dat er 8 – 10 ha bedrijventerrein nodig is om aan de uitbreidingsvraag te voldoen. De bevindingen van dit onderzoek zijn in SRBT verband aan de raad voorgelegd. Zolang deze discussie loopt, blijft de Bedrijfsweg gelabeld als een bedrijventerrein. Bij de actualisatie is de kostenraming nauwelijks gewijzigd, alleen de fasering is aangepast en de indexatie is verwerkt. Beekdal De grondexploitatie Beekdal is in 2021 aan de gemeente Oisterwijk overgedragen. Op de locatie Beekdal is een sporthal gesloopt en is een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Er is in 2021 een grondreserveringsovereenkomst met Woningcorporatie Woonveste en een CPOinitiatief Stichting Beekdal 2.0 afgesloten. Afgesproken is dat Woningcorporatie Woonveste 7 sociale huurwoningen realiseert. Stichting Beekdal 2.0 ontwikkelt op locatie 7 middelduur of dure woningen.
De grondexploitatie is geactualiseerd en het resultaat is als gevolg van de indexatie verslechterd met € 47.000 naar € 56.000 (NCW). De verliesvoorziening wordt hierop aangepast. De verwachting is dat dit project in 2024 afgerond wordt. ’t Hopveld Deze grondexploitatie is eveneens overgekomen van de gemeente Haaren. In totaal zijn er 7 kavels in het project Hopveld. Vijf hiervan zijn bedrijfskavels, één kavel is een bedrijfs-woonkavel en één kavel is als woonkavel. In 2022 zijn in totaal 3 bedrijfskavels verkocht (kavel A gesplitst en kavel D) en voor de overige kavels is een bedrijfsmakelaar ingeschakeld. De interesse is groot en verwacht wordt dat de kavels spoedig verkocht worden. Door tijdsinvloeden en de indexatie is het resultaat van de grex verslechterd met ca € 60.000 (nominaal). De verliesvoorziening wordt hierop aangepast en komt op € 799.000 (NCW). Risico’s Op de door de gemeente geactualiseerde grondexploitatie van het KVL en De Leye is een risicoanalyse uitgevoerd. KVL - Hierbij zijn, onderverdeeld in tweetal risicoclusters, vier risico’s onderkend. Het totale risicobedrag heeft een omvang van € 280.000 en is als volgt over de clusters verdeeld: Baten : € 195.000 Kosten : € 85.000 - Ten opzichte van vorig jaar is het risicobedrag van € 370.000 met € 90.000 (-24%) afgenomen.
- De afname is integraal, maar aan de kostenzijde zijn de risico’s met name verschoven van extra kosten wegens planvertraging naar extra kosten vanwege de inrichting van de openbare ruimte. Nu de projectfinanciering is vervallen speelt de rentecomponent een minder belangrijke rol, terwijl met het voortschrijden van het plan de woonomgeving steeds meer aandacht behoeft. - Geadviseerd wordt een bedrag van € 280.000 als risicovoorziening 2023 voor de ontwikkeling van het KVL-terrein te hanteren.
Begroting 2024 | 88
De Leye - 1 januari 2023 geactualiseerd waarbij rekening is gehouden met toekomstige kostenstijgingen. Het resultaat van de grondexploitatie is daarbij teruggelopen naar ongeveer € 140.000 op eindwaarde per 31 december 2027. Dit planresultaat wordt niet voldoende geacht om de bij de planontwikkeling mogelijk optredende risico’s te kunnen opvangen. - Een nadere risicoanalyse van de grondexploitatie geeft een 7-tal risico’s, verdeeld over een 3-tal risicoclusters. Het (gewogen) risico van de clusters is ingeschat op € 405.000 verdeeld als volgt: Kosten : € 70.000 Programma & Procedures : € 85.000 Markt : € 250.000 - Per risico worden beheermaatregelen aanbevolen, zodat de omvang van de risico’s beter kan worden bepaald. Ook dienen deze maatregelen, zo nodig door bijstelling van plankaders, te leiden tot een haalbaar en evenwichtig plan met op het programma afgestemde kwaliteitsambities. - Geadviseerd wordt een bedrag van € 405.000 als risicovoorziening 2023 voor de ontwikkeling van het plan De Leye/Beekdal Park te hanteren. Overige - De grondexploitaties Bedrijfsweg en Pannenschuur Buiten hebben op basis van de laatst bekende gegevens een verwacht positief eindresultaat. Bedrijfsweg heeft een positief resultaat van € 3.274.000 (afgerond) op netto contante waarde (NCW) en Pannenschuur Buiten heeft een positief resultaat van € 8.027.000 (afgerond) op netto contante waarde.
De grondexploitaties Beekdal en ‘t Hopveld (beide Haaren) hebben een negatief eindresultaat van € 56.000 (afgerond) respectievelijk € 799.000 (afgerond) op netto contante waarde. - Voor de grondexploitaties met een verwacht negatief eindresultaat is conform BBV voorschriften verliesvoorzieningen getroffen. Bij de jaarrekening 2022 is voor de risico’s overige exploitaties daardoor een bedrag gereserveerd. Dit bedrag is op basis van de nieuwe cijfers bijgesteld. Opgemerkt moet worden dat dit jaar de verliesvoorzieningen van alle grondexploitaties op netto contante waarde geschied (cf. BBV). - Methode BBV voor (tussentijdse) winstnemingen bij grondexploitaties Sinds 2017 zijn de BBV voorschriften voor de wijze van (tussentijdse) winstneming bij de grondexploitaties gewijzigd. In het kort moet het percentage gerealiseerde kosten en het percentage gerealiseerde opbrengsten worden losgelaten op de totale winstraming van het project, de zg. percentage of completion (POC)-methode. Winstprognose grondbedrijf Op basis van de geactualiseerde grondexploitaties kan de volgende indicatieve prognose worden gemaakt van de onderhanden projecten: Totaal BW 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
KVL - Terrein
- 8.044
58
2.190
KVL - Studiegebied
- 2.726
80
401
De Leye
- 629
- 78
- 380
3.014
- 82
- 1.327
€ 1.148
519
Bedrijfsweg
- 325
- 49
- 151
- 248
969
3.742
€ 4.263
3.938
Pannenschuur Buiten
7.623
- 71
149
372
€ 451
8.073
- 158
-€ 237
- 44
€ 422
- 777
8.277
3.170
(Bedragen x € 1.000)
Beekdal 2.0
192
112
- 191
Hopveld
- 1.198
191
231
Totaal
-5.107
245
2.248
Raming restant
Eind totaal nomin aal
- 498
€ 1.750
- 6.294
0
€ 481
- 2.245
2.482
Raming 2026
888
Raming 2027 e.v.
2.415
Begroting 2024 | 89
Opmerkingen - De reeds afgesloten grondexploitaties (<2021) zijn buiten beschouwing gelaten en niet meer in dit overzicht opgenomen. - De verwachte winstnemingen worden in een aparte overzicht gepresenteerd. - Het eindtotaal van de (verwachte) verliesgevende grondexploitaties (KVL en Studiegebied, Beekdal en Hopveld) worden in het rood weergegeven. Voor de genoemde bedragen zijn al voorzieningen aanwezig. - De winstprognose is ten opzichte van de jaarrekening 2021 gewijzigd. Wij hebben de rentelasten geactualiseerd, dit betreft een geringe positieve wijziging van 0,65% naar 0,55%. Op basis van de actualiteit zijn de opbrengsten van de De Leye en Bedrijfsweg nu realistisch in de tijd en in de grondexploitaties verwerkt. Voor de Leye is t.o.v. de grex 2022 in de begroting de opbrengst met € 700.000 miljoen afgewaardeerd. Bij de actualisatie van 2023 is voor het inrichten van het openbaar gebied gerekend met een hoog kwaliteitsniveau en is het geprognosticeerde resultaat nogmaals naar beneden bijgesteld. Winstneming Sinds 2017 zijn de BBV voorschriften voor de wijze van (tussentijdse) winstneming bij de grondexploitaties gewijzigd. In het kort moet het percentage gerealiseerde kosten en het percentage gerealiseerde opbrengsten worden losgelaten op de totale winstraming van het project, de zg. Percentage of Completion (PoC)-methode.
Op basis van de PoC-methodiek zijn voor de grondexploitaties met een positief eindresultaat de (tussentijdse) winsten 2022 berekend en opgenomen. In onderstaand tabel wordt de prognose van de winstuitnames weergegeven. (Bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Pannenschuur Buiten
- 82
68
448
372
2026
2027
2028
De Leye
134
202
182
Bedrijfsweg
79
991
2.277
591
585
1.194
2.459
591
Totaal
- 82
68
448
Begroting 2024 | 90
Paragraaf Verbonden partijen Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Verbonden partijen voeren meestal gemeentelijke taken uit met een groot politiek belang. Ze leveren een bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. Participatie in verbonden partijen levert gemeenten niet alleen voordelen op, maar ook financiële en bestuurlijke risico’s. Om voordelen optimaal te benutten en risico’s te beheersen is aandacht voor de sturingsrelatie en risicobeheersing bij verbonden partijen belangrijk. Een partij wordt beschouwd als een verbonden partij als de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft in die partij. Er worden vier categorieën van verbonden partijen onderscheiden, te weten: 1. Gemeenschappelijke regelingen 2. Vennootschappen 3. Stichtingen en verenigingen (niet van toepassing in Oisterwijk) 4. Overige verbonden partijen (niet van toepassing in Oisterwijk)
Begroting 2024 | 91
Gemeenschappelijke regelingen GGD Hart voor Brabant, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch Doelstelling
Het bewaken, beschermen en bevorderen van de volksgezondheid.
Publiek belang en reden voor deelname
Uitvoeren van de Wet publieke gezondheid (Wpg), die de gemeente verplicht tot het instellen en in stand houden van een gezondheidsdienst. Toezichtstaken Wet kinderopvang. Bijdrage leveren aan het opschalen bij grote incidenten.
Wijze van samenwerking
De GGD voert de wettelijke gemeentelijke taken uit en levert bouwstenen aan voor de 4-jaarlijkse vaststelling van het regionale gezondheidsbeleid, waarin ook een lokale paragraaf is opgenomen.
Zeggenschap van de gemeente
Gemeenschappelijke regeling van 25 gemeenten (regio’s Midden-Brabant, ’s-Hertogenbosch en Brabant-Noordoost). Het Algemeen Bestuur heeft 25 leden, van elke gemeente 1 collegelid met 1 stemrecht. Het Dagelijks Bestuur heeft 7 leden.
Financieel belang
De inwonersbijdrage 2024 voor Oisterwijk bedraagt € 1.516.000 (inclusief lokale accenten) Het geprognotiseerde eigen vermogen begin 2024 bedraagt € 5.316.000 Het geprognotiseerde vreemd vermogen begin 2024 bedraagt € 15.408.000. Het exploitatieresultaat 2022 bedroeg € 49.000 positief.
Overige relevante gegevens en risico’s
Verdere samenwerking met RIVM/VWS en andere GGD-en inzake infectieziektebestrijding. Afstemmen WMO met werkzaamheden GGD (uitvoering regionaal en lokaal gezondheidsbeleid). Vergroten van de veiligheid in samenwerking met de veiligheidsregio’s.
Begroting 2024 | 92
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, gevestigd te Tilburg Doelstelling
Uitvoering van alle vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu die behoren tot het verplichte basistakenpakket, aanpak van ketenvraagstukken en milieucriminaliteit (regio-overstijgende taken) en uitvoering van verzoektaken van gemeenten en provincie (milieutaken die niet tot het basistakenpakket behoren).
Publiek belang en reden voor deelname
Iedere gemeente is verplicht een groot aantal milieutaken (de zogenaamde basistaken) uit te laten voeren door een omgevingsdienst. Voor de gemeente Oisterwijk is dat de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Dit biedt de volgende voordelen: • Er is een kritische massa georganiseerd die het mogelijk maakt om te beschikken over de vereiste menskracht en deskundigheid. • Geen verschil meer in de aanpak van de handhaving en behandeling van burgers en bedrijven. • De mogelijkheid om omgevingsproblemen aan te pakken die afzonderlijke besturen te boven gaan. • De informatiehuishouding- en uitwisseling stroomlijnen voor de aanpak van de zware en georganiseerde milieucriminaliteit.
Wijze van samenwerking
De juridische verankering is geregeld via een Gemeenschappelijke Regeling.
Zeggenschap van de gemeente
Aan de Gemeenschappelijke Regeling nemen 27 gemeenten en de provincie deel. Deze 28 partners zijn vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Wethouder Eric Logister is afgevaardigde van de gemeente Oisterwijk in het algemeen bestuur.
Financieel belang
De (voorlopige) bijdrage van de gemeente Oisterwijk in de door het AB op 6 september 2023 vastgestelde begroting 2024 van de OMWB bedraagt € 925.000. De definitieve invulling van de bijdrage vindt plaats aan de hand van het bestuurlijk vast te stellen werkprogramma 2024 en de eindafrekening gebeurt op basis van de werkelijk afgenomen producten en diensten. Het exploitatieresultaat 2022 bedroeg € 583.000 positief. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 2.918.000 en € 3.614.000. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 3.285.000 en € 3.458.000.
Overige relevante gegevens en risico’s
De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De invoering van de wet betekent een grote verandering voor de taakuitoefening en werkwijze van de OMWB. Ondanks het feit dat de OMWB daarop goed voorbereid is, begint het feitelijke veranderproces pas na de inwerkingtreding. De financiële gevolgen hiervan zijn op dit moment nog niet in te schatten.
Begroting 2024 | 93
Veiligheidsregio Midden– en West Brabant, gevestigd te Breda Doelstelling
De Veiligheidsregio is ingesteld om de crisisbeheersing en rampenbestrijding in ons land te verbeteren, zodat burgers beter beschermd worden tegen de risico’s van brand, rampen en crisis.
Publiek belang en reden voor deelname
De deelname is verplicht op basis van de bestaande regelingen, zoals de Wet Veiligheidsregio’s.
Wijze van samenwerking
Onder de basistaken van de Veiligheidsregio behoren het in stand houden van een brandweer, de bijbehorende meldkamerfunctie en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing. In het programmaplan van de Veiligheidsregio zijn daarnaast een aantal thema’s gedefinieerd waar extra aandacht voor is.
Zeggenschap van de gemeente
In de Veiligheidsregio nemen 24 gemeenten deel. De gemeente Oisterwijk wordt vertegenwoordigd door de burgemeester, die net als de andere gemeenten één stem heeft in het algemeen bestuur. Daarnaast is de burgemeester lid van het dagelijks bestuur met de portefeuille middelen.
Financieel belang
De bijdrage van de gemeente Oisterwijk aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant in 2024 is € 1.957.588. Het exploitatieresultaat 2022 bedroeg € 941.000 positief. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 18.703.000 en € 16.476.000. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 47.802.000 en € 51.465.000.
Overige relevante gegevens en risico’s
Er is een risico op ongewenste budgetoverschrijdingen. Het eventuele aandeel van Oisterwijk hierin is echter dermate klein dat dit specifieke risico voor onze gemeente te verwaarlozen is. Daarnaast is er gezien het huidige financiële beleid geen reden om deze risico’s als onaanvaardbaar te beschouwen.
Begroting 2024 | 94
Sociale werkvoorziening WSD, gevestigd te Boxtel Doelstelling
De Wet sociale werkvoorziening uitvoeren.
Publiek belang en reden voor deelname
Deelname aan de gemeenschappelijke regeling WSD maakt volwaardige participatie mogelijk.
Wijze van samenwerking
De gemeenschappelijke regeling levert in opdracht van de gemeente Oisterwijk een aantal gesubsidieerde arbeidsplaatsen, die op voorhand zijn bepaald in een contractspecificatie.
Zeggenschap van de gemeente
Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling bestaat uit het Algemeen Bestuur (AB) en het Dagelijks Bestuur (DB). Het AB bestaat uit een raadslid per deelnemende gemeente; voor de gemeente Oisterwijk is dit Mevr. M. Hesselberth. Er zijn 9 deelnemende gemeenten met elk 1 stemrecht. Het DB bestaat uit een wethouder per deelnemende gemeente. Voor de gemeente Oisterwijk is dit Dhr. Dankers.
Financieel belang
De WSD werkt binnen het budget voor de Sociale Werkvoorziening en Participatie dat de gemeente Oisterwijk meerjarig beschikbaar heeft voor de doelgroep. De beschikbare bedragen worden bij elke circulaire van het rijk herzien. Het bedrag voor Sw voor 2024 bedraagt op basis van de meicirculaire 2023 € 3.954.000. De bijdrage in bestuurs- en indicatiekosten voor 2024 voor Oisterwijk bedraagt € 26.050. Het exploitatieresultaat 2022 bedroeg € 2,9 miljoen positief, voor mutaties reserves. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 29.757.000 en € 29.395.000. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 4.632.000 en € 8.234.000.
Overige relevante gegevens en risico’s
Per 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Dit betekent dat de Sociale Werkvoorziening op slot is en er geen nieuwe instroom in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) meer mogelijk is. Dit betekent dat het aantal Wsw medewerkers bij WSD vanaf 1 januari 2015 door natuurlijke uitstroom afneemt (geraamde uitstroom 2022 is 6% van het huidig personeelsbestand). De financiering van de Wsw loopt vanaf 1 januari 2015 via de Participatiewet (integratiefonds) en is dus geen apart budget meer. De huidige Gemeenschappelijke regeling is opgericht om de Wet Sociale Werkvoorziening uit te voeren voor de deelnemende gemeenten. Op basis van de lokale plannen en daarbij horende nieuwe risico-inschatting bekijkt het dagelijks bestuur van de WSD in 2024 welke algemene reserve van de WSD aangehouden kan worden.
Begroting 2024 | 95
Hart van Brabant, gevestigd te Tilburg. Doelstelling
Een netwerksamenwerking van Brabantse gemeenten om vanuit het publieke domein de ontwikkeling van de regio Midden-Brabant – uitgaande van het beginsel van lokale autonomie – te faciliteren en stimuleren. Maatschappelijke uitdagingen op gebied van Mens & Samenleving, Economie en Leefomgeving & Milieu worden gezamenlijk opgepakt.
Publiek belang en reden voor deelname
Schaalgrootte is nodig op verschillende, gemeentegrens overstijgende, thema’s om toekomstgericht te zijn. Grote maatschappelijke opgaven zoals in het Sociaal Domein kunnen alleen opgepakt worden in samenwerking. Net als de grote opgaven op gebied van milieu en energiegebruik.
Wijze van samenwerking
Een gezamenlijk opgestelde kernagenda is uitgangspunt voor diverse uitvoeringsprojecten. Hierop sturen portefeuillehouders (bestuurders uit deelnemende gemeenten) werkgroepen aan. Gemeenschappelijk overleg vindt plaats op de Hart van Brabant-dag, die 4 keer per jaar plaatsvindt. Op deze dag is bestuurlijke vertegenwoordiging van alle gemeenten in MiddenBrabant aanwezig.
Zeggenschap van de gemeente
Het aantal deelnemende gemeenten is elf. Elke gemeente heeft 1 gelijke stem. Alle burgemeesters vormen het algemeen bestuur. Er is een dagelijks bestuur met vertegenwoordiging van enkele gemeenten.
Financieel belang
De bijdrage van de gemeente Oisterwijk in 2024 is € 149.000 (€ 4,51 per inwoner). Het geprognotiseerde eigen vermogen 2024 bedraagt € 103.000. Het geprognotiseerde vreemd vermogen 2024 bedraagt € 1.732.000.
Overige relevante gegevens en risico’s
N.v.t.
Begroting 2024 | 96
Midpoint Brabant, gevestigd te Tilburg. Doelstelling
Een netwerksamenwerking van Brabantse gemeenten, andere overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven om de ontwikkeling van de regio Midden-Brabant te faciliteren en stimuleren. Maatschappelijke uitdagingen op gebied van Economie worden gezamenlijk opgepakt.
Publiek belang en reden voor deelname
Schaalgrootte is nodig op verschillende, gemeentegrens overstijgende, thema’s om toekomstgericht te zijn. Midpoint Brabant staat voor, met name, de economische ontwikkeling in de regio, zoals bijvoorbeeld de arbeidsmarkt ontwikkeling.
Wijze van samenwerking
Midpoint Brabant is een stichting binnen regio Hart van Brabant. Een gezamenlijk opgestelde strategische meerjaren agenda is uitgangspunt voor diverse uitvoeringsprojecten. Hierop sturen portefeuillehouders (bestuurders uit deelnemende gemeenten) werkgroepen aan. Gemeenschappelijk overleg vindt plaats op de Hart van Brabant-dag, die 4 keer per jaar plaatsvindt. Op deze dag is bestuurlijke vertegenwoordiging van alle gemeenten in MiddenBrabant aanwezig.
Zeggenschap van de gemeente
Aantal deelnemende gemeenten is elf. Er is een dagelijks bestuur met gekozen vertegenwoordiging uit enkele gemeenten.
Financieel belang
De bijdrage van de gemeente Oisterwijk in 2024 is € 164.000 (€ 4,61 per inwoner en een bijdrage van € 12.498 aan de stimuleringsregeling Economie en innovatie). Het exploitatieresultaat 2021 bedroeg € 39.402 positief. Het eigen vermogen begin en ultimo 2021 bedroeg resp. € 938.089 en € 977.491. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2021 bedroeg resp. € 2.367.302 en € 2.115.407.
Overige relevante gegevens en risico’s
N.v.t.
Begroting 2024 | 97
Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch Doelstelling
Het beheer van de gesloten stortplaats De Vlagheide, behartiging van de belangen van het Stadsgewest, alsmede de zogeheten contractgemeenten binnen de Bestuursraad van het Provinciale Nazorgfonds.
Publiek belang en reden voor deelname
In verband met de opsplitsing van de gemeente Haaren is de gemeente Oisterwijk toegetreden tot de GR Stadsgewest ’s-Hertogenbosch. Gemeente Oisterwijk is daarom nu formeel deelnemer van deze GR.
Wijze van samenwerking
GR Stadsgewest ’s-Hertogenbosch
Zeggenschap van de gemeente
1,62%
Financieel belang
In 2020 is reeds een gedeelte van de risico’s verlaagd doordat het negatieve eigen vermogen van het stadsgewest is verlaagd. De kosten hiervoor, zijn destijds nog ingebracht door de voormalige gemeente Haaren. De bijdrage van de gemeente Oisterwijk bedraagt in 2024 € 6.063 (gebaseerd op inwoneraantal oude gemeente Haaren). Het geprognotiseerde eigen vermogen 2024 bedraagt -€ 1.725.000. Het geprognotiseerde vreemd vermogen 2024 bedraagt € 2.500.000.
Overige relevante gegevens en risico’s
Tussen provincie en exploitanten van de vuilstortplaatsen is afgesproken dat het huidige convenant zal worden verlengd tot 2029. Hiermee zal de overdracht van de vuilstortplaats aan Vlagheide in Schijndel niet eerder dan in 2029 worden overgedragen aan de provincie. Het doel is hiervoor is tweeledig. Allereerst zal met de huidige rekenrente het doelvermogen dusdanig moeten hoog zijn dat dit tot onevenredige kosten voor de deelnemende gemeenten zal leiden. Ten tweede is er een onderzoek gestart voor kostenverlaging van de nazorg. Er is een overlegstructuur opgezet met meerdere werkgroepen (juridische zaken, techniek, financiën en lobby voor nieuwe wetgeving). De jaarlijkse lasten van het beheer van de stortplaats worden vanaf 2021 gedekt uit een bedrag per inwoner. Onderliggende verdeelsleutel is het inwonertal per 1 januari 1998 (datum in liquidatie gaan van het Stadsgewest). De bijdrage neemt de komende jaren af.
Begroting 2024 | 98
Vennootschappen NV Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG), gevestigd te ‘s-Gravenhage Doelstelling
Voor de gemeente Oisterwijk vormt het aandeelhouderschap van de BNG een duurzame belegging. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Zeggenschap van de gemeente
Via het stemrecht op de aandelen heeft de gemeente Oisterwijk zeggenschap.
Financieel belang
De gemeente Oisterwijk heeft 19.123 aandelen van € 2,50 per aandeel. Er is een jaarlijkse dividenduitkering geprognosticeerd van ca € 48.000. De nettowinst na belastingen 2022 bedroeg € 300 mln. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 5,1 mln en € 4,6 mln. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2021 bedroeg resp. € 144,0 mln en € 107,5 mln.
Brabant Water NV, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch Doelstelling
Doelstelling is het verzorgen van een betrouwbare en zuivere watervoorziening voor iedereen binnen het werkgebied van Brabant Water.
Zeggenschap van de gemeente
Als aandeelhouder heeft de gemeente stemrecht bij de aandeelhoudersvergaderingen.
Financieel belang
De gemeente beschikt over 36.320 aandelen Brabant-Water, zonder boekwaarde. Het financiële risico is daarmee nihil. Brabant Water keert geen dividend uit. De nettowinst na belastingen 2022 bedroeg € 5,3 mln. Het eigen vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 684,7 mln en € 690,0 mln. Het vreemd vermogen begin en ultimo 2022 bedroeg resp. € 534,4 mln en € 575,8 mln.
Publiek Ontwikkelbedrijf REKS BV, gevestigd te Tilburg Doelstelling
Doelstelling van het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS BV is het ontwikkelen van de energiehubs die zijn opgenomen in de Regionale Energie- en Klimaat Strategie (REKS) Hart van Brabant en het financieel ondersteunen van klimaatadaptatieprojecten door middel van een Regionaal Klimaatfonds.
Zeggenschap van de gemeente
Als aandeelhouder heeft de gemeente stemrecht bij de aandeelhoudersvergaderingen.
Financieel belang
De gemeente neemt voor € 878.000 deel in deze BV. Dit is ca 5,1 % van het totaal beschikbaar gesteld kapitaal.
Begroting 2024 | 99
Paragraaf Lokale heffingen In deze paragraaf gaan wij in op de ontwikkeling van de bestaande lokale algemene belastingen en heffingen.
Inleiding Bij de gemeentelijke belastingen zijn drie typen belastingen te onderscheiden. De algemene belastingen komen ten goede aan de algemene middelen. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt dus zelf waaraan de gemeente dat geld besteedt. De gemeente heft de volgende belastingen: • onroerende-zaakbelastingen • forensenbelasting • toeristenbelasting • precariobelasting • reclamebelasting • parkeerbelasting Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die de gemeente voor de betreffende taak of voorziening maakt. De gemeente heeft de volgende bestemmingsbelastingen: • rioolheffing • afvalstoffenheffing Retributies worden geheven als de gemeente een specifieke dienst verleent. De belangrijkste retributies zijn de leges. Dit zijn vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst, zoals het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen retributies niet meer dan kostendekkend zijn. De gemeente heeft de volgende retributies: • marktgelden • leges
Belastingverordeningen Hieronder volgt een samenvatting van hetgeen is uitgewerkt in de belastingverordeningen met bijbehorend separate raadsvoorstel: • Aanvaardbare belastingdruk in de gemeente Oisterwijk. • De totaalopbrengst van de onroerendezaakbelastingen wordt verhoogd met de inflatiecorrectie van 4,22%1. • De correcties in de 2de Berap 2023 werken door in de begroting afval voor 2024. Daarnaast vindt er in 2024 een formatie-uitbreiding plaats en zijn er in 2024 hogere kostenstijgingen dan 4,22%. Daardoor moet de afvalstoffenheffing met meer dan 4,22% worden verhoogd. 1