CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Artikelsgewijze toelichting RvO 2025

RAAD 30 januari 2025, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Vaststellen Reglement van Orde gemeenteraad Oisterwijk 2025 - vastgesteld6.717 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel worden diverse begrippen die in dit reglement wordt gebruik nader gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Artikel 2 Fracties De Kieswet en de wet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33 tweede lid van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de gemeenteraad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Indien er gedurende een raadsperiode wijzigingen in de samenstelling van de fracties plaatsvinden, worden deze wijzigingen zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de voorzitter gemeld. De Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. De gemeenteraad heeft over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering geen zeggenschap. De gemeenteraad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de gemeenteraad is voldoende.

De gemeenteraad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kunnen diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door commissieleden. Artikel 3

Onderzoek geloofsbrieven en proces-verbaal centraal stembureau en beëdiging raadsleden De voorzitter van het centraal stembureau deelt de benoemde schriftelijk mede dat deze is benoemd als raadslid (artikel V 1 van de Kieswet). Het benoemde raadslid meldt schriftelijk aan de gemeenteraad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de gemeenteraad stukken over (geloofsbrieven) waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de gemeenteraad toegelaten te worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15 derde lid van de wet) betrokken worden. Op grond van artikel V 4 van de Kieswet beslist de gemeenteraad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe gemeenteraad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de gemeenteraadsverkiezingen beslist de gemeenteraad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden.

De formulering van het eerste lid benadrukt dat de gemeenteraad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden van de gemeenteraad heeft benoemd. Naast het onderzoek van de zogenaamde geloofsbrieven, onderzoekt deze commissie ook het proces-verbaal van het centraal stembureau van de gehouden gemeenteraadsverkiezingen (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag).

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

1

Het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld) wordt onderzocht. De gemeenteraad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid heeft om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. De toegelaten raadsleden leggen in de eerste vergadering van de gemeenteraad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de gemeenteraad over de toelating van het beoogde raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 4 Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld.

In artikel 36a van de wet worden echter wel formele eisen gesteld aan de benoeming van een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen komen grotendeels overeen met de eisen die aan het raadslidmaatschap worden verbonden. (artikel 36a, 36b, 41b en 41c van de wet) Het ligt dan ook voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven van de wethouders in te stellen (eerste lid van dit artikel). Daarnaast vindt er een integriteitstoets plaats, waarbij de gedragscode integriteit een rol speelt. Tevens is bepaald dat het vragen van een VOG verklaring verplicht is gesteld. Artikel 5 De griffier De gemeenteraad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De wet eist ook dat de gemeenteraad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 6 Sessievoorzitterspool Het Raadsplein en de Raadsontmoeting zijn commissies in de zin van artikel 82 van de Gemeentewet. Het voorzitterschap van de bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting moet ingevolge artikel 82, lid 4 van de wet bij een raadslid gelegd worden.

Het tweede lid bepaalt dat, indien het ontslag van een lid van de sessievoorzitterspool ervoor zorgt dat de pool uit minder dan drie leden bestaat, de gemeenteraad moet voorzien in de vacature. Hiermee wordt beoogd te bereiken dat ook meerdere parallelle sessies kunnen worden georganiseerd onder voorzitterschap van benoemde voorzitters. Artikel 7-oud Werkgroepen De wens is geuit om werkgroepen gelijk te stellen met commissies. Op grond van artikel 84 van de wet kunnen het college en de gemeenteraad andere commissies dan bedoeld in artikel 82 eerste lid en artikel 83 eerste lid van de wet instellen. In artikel 45, het Instellingsbesluit, zijn deze bepalingen nu opgenomen.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

2

Hoofdstuk 2: Agendacommissie en presidium PARAGRAAF 2.1

AGENDACOMMISSIE

Artikel 7 Samenstelling De agendacommissie is een commissie in de zin van artikel 84 van de wet. Daarmee wordt het voorzitterschap door de burgemeester mogelijk gemaakt. Omdat het prioriteren van onderwerpen tot de taak van de agendacommissie wordt gerekend is het van belang dat iedere fractie die vertegenwoordigd is in de gemeenteraad, ook zitting heeft in de agendacommissie. Om kleine fracties de mogelijkheid te geven taken te verdelen, is het lidmaatschap ook open voor commissieleden. Artikel 8 Taken De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van onderwerpen tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting en vergaderingen van de gemeenteraad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de gemeenteraad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. De agendacommissie bewaakt daarmee de werkdruk(verdeling) voor de gemeenteraad. Artikel 9 Verhindering en afwezigheid Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 10 Vergaderingen In dit artikel wordt de gang van zaken in vergaderingen van de agendacommissie geregeld, waarmee onder andere invulling wordt gegeven aan artikel 84 van de wet. Om ervoor te zorgen dat bij de besluitvorming iedere fractie een stem heeft, krijgt de waarnemend voorzitter ook een stem als hij als zodanig in de vergadering aanwezig is.

Artikel 11 Verzending agenda en stukken In dit artikel is geregeld dat tussen het verzenden van de agenda en de vergadering altijd een weekend gelegen is, zodat de leden voldoende voorbereidingstijd hebben. Bij een ingelaste vergadering kan de voorzitter afwijken van de genoemde termijn. PARAGRAAF 2.2

HET PRESIDIUM

Artikel 12 Samenstelling Het presidium is een commissie in de zin van artikel 84 van de wet. Hiermee wordt het mogelijk dat de burgemeester het voorzitterschap vervult. Oisterwijk heeft ervoor gekozen om de invulling van het plaatsvervangend voorzitterschap aan het presidium te laten. Artikel 13 Taken Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol. Hiermee wordt het advies van de VNG gevolgd om de meer inhoudelijke taken een ondergeschikte rol te geven. Dit strookt immers met de Grondwet, die dit primaat expliciet bij de gemeenteraad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Artikel 14 Verhindering en afwezigheid Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 15 Vergaderingen Een vergadering wordt als ingelast beschouwd als deze niet op het jaarlijks vast te stellen vergaderschema van de gemeenteraad staat (lid 6).

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

3

Hoofdstuk 3: Raadsvergaderingen PARAGRAAAF 3.1

DE VOORBEREIDING

Artikel 16 Oproep en agenda Het eerste lid van dit artikel stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, stuurt. Als omtrent stukken op grond van Hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering en de stemmen staken, is artikel 32 vierde lid van de wet logischerwijs niet van toepassing maar geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet. Artikel 17 Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Elektronische publicatie op het raadsinformatiesysteem is daarbij de standaard. Stukken die niet elektronisch beschikbaar zijn, kunnen op verzoek worden ingezien. Overheidsinformatie is per definitie openbaar behalve als er reden is waarom dat niet kan.

Indien het gaat om geheime stukken, waarop geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de gemeenteraad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Artikel 18 Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19 tweede lid van de wet. PARAGRAAF 3.2

TER VERGADERING

Artikel 19 Presentielijst Op grond van artikel 20 van de wet is het verplicht een presentielijst te hebben. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Door ondertekening door de voorzitter en de griffier wordt geborgd dat de lijst volledig is en het vergaderquorum aanwezig is. Artikel 20 Aantal spreektermijnen De gemeenteraad kan besluiten om af te wijken van het aantal vermelde spreektermijnen. Artikel 21 Voorstellen van orde Over een voorstel van orde wordt door de gemeenteraad terstond besloten. Er is kort de gelegenheid om erover te beraadslagen. Bij het staken van stemmen is het ordevoorstel niet aangenomen (het ordevoorstel heeft namelijk betrekking op de lopende vergadering waarop artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing is). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Artikel 22 Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

4

Artikel 23 Spreekrecht Het spreekrecht kan alleen gebruikt worden tijdens openbare raadsvergaderingen. Dit recht wordt beperkt tot onderwerpen die geagendeerd zijn. De uitzonderingen vermeld in het derde lid dienen om spreekrecht niet te laten conflicteren met inspraak-, klacht- en bezwaar- en beroepsprocedures (lid 3 sub a en c) of met de privacygevoelige aard van bepaalde beslissingen (lid 3 sub b). Artikel 24 Zitplaatsen Een lid van de gemeenteraad kan niet zonder goedkeuring van de voorzitter een andere zitplaats innemen of kan ruilen met bijvoorbeeld een lid van de fractie. Een verzoek daartoe is wel mogelijk, maar verloopt altijd via de voorzitter. PARAGRAAF 3.3.

STEMMINGEN

Artikel 25 Stemverklaring Stemverklaringen zijn kort en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn. Artikel 26 Beslissing Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 27 Procedure stemming In lid 4 van dit artikel wordt stemmen bij handopsteken tot standaard verklaard. De gemeenteraad wijkt hiervan af als door één lid om hoofdelijke stemming wordt gevraagd of als de wet dit verlangt in verband met het geheime karakter van de stemming. Indien een raadslid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De gemeenteraad heeft niet de bevoegdheid om van de bepaling van artikel 32 lid 1 van de wet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Ten overvloede wordt hierbij nog gewezen op artikel 209, tweede lid, van de wet, waarin een hoofdelijke stemming verplicht is bij het aangaan van een verplichting voordat de begroting is goedgekeurd. Een raadslid kan zich alleen van deelname aan een stemming onthouden op grond van artikel 28 van de wet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht te stemmen. Om misverstanden te voorkomen is een lid 10 toegevoegd waarin wordt bepaald dat raadsleden, die zich van stemming moeten onthouden, plaats nemen op de publieke tribune dan wel de vergaderzaal verlaten.

Mocht een raadslid hebben deelgenomen aan een stemming waarbij hij een persoonlijk belang heeft en zijn stem de besluitvorming daadwerkelijk heeft beïnvloed, kan dit besluit worden vernietigd. De gemeenteraad kan overigens niet verhinderen dat een raadslid deelneemt aan de besluitvorming en aan stemmingen. Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Artikel 28 Volgorde stemming over amendementen en moties Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp is het vierde lid niet van toepassing. De gemeenteraad kan besluiten af te wijken van deze stemvolgorde. Soms kan een raadslid er de voorkeur aan geven eerst over een motie te stemmen en dan over het raadsvoorstel waarover de motie ging. Op die manier kan de besluitvorming over de motie invloed hebben op het stemgedrag van dat raadslid bij besluitvorming over het voorstel. Artikel 29 Stemming over personen In geval van een schriftelijke stemming wordt geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt namelijk niet aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

5

De gemeenteraad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. Bij de benoeming van wethouders is er sprake van een vrije stemming. Dat is dus anders dan bij een voordracht, waarbij de keus beperkt is tot twee of meer kandidaten. Bij een vrije stemming is artikel 28 eerste lid onder a en vierde lid van de wet niet van toepassing. Daarin is bepaald dat een raadslid zich van stemming onthoudt wanneer hij “behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt". Bij de benoeming van wethouders is dat dus niet aan de orde. De wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de gemeenteraad te beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de kandidaat-wethouder. Om ook hier misverstanden te voorkomen is een lid 5 toegevoegd waarin wordt bepaald dat raadsleden, als zij zich van stemming moeten onthouden, plaats nemen op de publieke tribune dan wel de vergaderzaal verlaten. PARAGRAAF 3.4

VERSLAGLEGGING EN INGEKOMEN STUKKEN

Artikel 30 Verslagen en besluitenlijsten Dit artikel regelt de taak van de griffier om te zorgen voor een besluitenlijst en de wijze waarop deze wordt vastgesteld. Het maken van een verslag is niet wettelijk verplicht, het maken van een besluitenlijst wel (artikel 23 lid 5 en 6 van de wet). De besluitenlijst dient op zo kort mogelijke termijn te worden gepubliceerd (vierde lid). Dit kan voordat het verslag is vastgesteld aangezien de besluitenlijst 'slechts' een overzicht geeft van (alle) door de gemeenteraad genomen beslissingen Artikel 31 Ingekomen stukken Over aan de gemeenteraad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld kennisnemen, in behandeling nemen, doorsturen naar de agendacommissie of het college, etc. PARAGRAAF 3.5

BESLOTEN VERGADERINGEN

Artikel 32 Toepassing reglement op besloten vergaderingen Van deze vergadering worden geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de gemeenteraad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in Hoofdstuk Va van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven. In artikel 23 van de wet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. Artikel 33 Verslag en besluitenlijst besloten vergadering Met het vierde lid wordt voorkomen dat voor de vaststelling van de besluitenlijst of verslag van een besloten vergadering weer opnieuw een besloten vergadering moet worden belegd. Artikel 34 Opheffen geheimhouding Het kan hier bijvoorbeeld gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij bijvoorbeeld aan de rekenkamer heeft overgelegd. Als de gemeenteraad de opgelegde geheimhouding voornemens is op te heffen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met de gemeenteraad overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan over de vraag waarom de gemeenteraad de geheimhouding wil opheffen.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

6

PARAGRAAF 3.6

TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 35 Toehoorders en pers De voorzitter heeft op grond van artikel 26 lid 2 van de wet de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.

hoofdstuk 4: Instrumenten Artikel 36 Amendementen en subamendementen Het recht van amendement komt ieder individueel raadslid toe en is neergelegd in artikel 147b van de wet. De wet verplicht de gemeenteraad hierover nadere regels te stellen. Om het college de gelegenheid te geven op een amendement een inhoudelijke reactie te laten geven is aan het indienen van een amendement zoveel als mogelijk en nodig een tijdstip gekoppeld. Praktisch gezien dient een raadslid voor behandeling ervan aanwezig te zijn. Dit omdat doorgaans een (sub)amendement toegelicht wordt door de indiener. Daarom is bepaald dat er alleen wordt beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben (tweede lid). Artikel 37 Moties In artikel 1 onder l van dit reglement is de definitie van het begrip ‘motie’ gegeven. Het kan gaan om het uitspreken van een oordeel of wens (van inhoudelijke, politieke of procedurele aard), of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht.

Net als bij het indienen van amendementen is aan het indienen van een motie zoveel als mogelijk en nodig een tijdstip gekoppeld om het college de gelegenheid te geven om een inhoudelijke reactie voor te bereiden. Over een motie wordt een apart besluit genomen. In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt, namelijk in artikel 49. Dit betreft de zogenaamde “motie van wantrouwen” waarbij de gemeenteraad uitspreekt het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Artikel 38 Initiatiefvoorstel Het is de taak van het college aan de gemeenteraad de nodige voorstellen te doen, maar de (individuele) raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling bij de gemeenteraad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a eerste lid van de wet is dit instrument uitgewerkt. Het laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 16 lid 5 van dit reglement, voor te stellen het initiatiefvoorstel toch aan de agenda van de eerstvolgende vergadering toe te voegen. Voor zover de in het tweede lid van artikel 38 van dit reglement gestelde termijn dan nog niet verlopen is, zal er echter niet over het voorstel besloten kunnen worden. (artikel 147a lid 4 van de wet, juncto tweede lid van artikel 38 van dit reglement). Er kan dan al wel in de raadsvergadering over worden beraadslaagd.

De voorzitter van de gemeenteraad zal echter vervolgens de stemming over het voorstel aan moeten houden totdat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de gemeenteraad te brengen. Ook kan nadere beraadslaging op dat moment wenselijk worden geacht. Het is aan de gemeenteraad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld. Indien de wensen of bedenkingen van het college daar aanleiding toe geven kan de indiener van het voorstel eventuele wijzigingen doorvoeren. Hij of zij is daartoe echter niet verplicht, omdat de wet alleen aangeeft dat het college de mogelijkheid moet hebben om een visie op het initiatiefvoorstel te hebben. Er is geen verplichting om de wensen of bedenkingen ook daadwerkelijk in het voorstel te verwerken.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

7

Artikel 39 Collegevoorstel Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de gemeenteraad. De gemeenteraad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel dat het college heeft voorbereid kan agenderen. De gemeenteraad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar kan dit ook aan de agendacommissie overlaten. Artikel 40 Interpellatie Dit artikel is een andere uitwerking van artikel 155 tweede lid van de wet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht maar is een zwaarder instrument. Voor de behandeling van een interpellatie is verlof van de gemeenteraad nodig. Om het verzoek op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering te kunnen bespreken dient een interpellatieverzoek ten minste 48 uur voorafgaande aan een raadsvergadering bij de voorzitter te worden ingediend. Artikel 41 Schriftelijke vragen Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid, via de griffier, schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester. De termijn van beantwoording in het derde lid betreft uiterlijk kalenderdagen. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven.

Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de gemeenteraad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de gemeenteraad te krijgen. Artikel 42 Technische vragen Het opstellen van raadsvoorstellen hoort tot de kerntaken van het college. Het college zendt echter naast raadsvoorstellen ook andere stukken ter bespreking aan de gemeenteraad. In dit artikel wordt de term ‘raadsvoorstel’ daarom breed geïnterpreteerd, zodat ook discussienotities, bijlagen daarbij en andere stukken van college aan de gemeenteraad onder de definitie en dus de werking van delen van het artikel vallen (eerste lid van dit artikel). Omdat het onderscheid tussen technische en schriftelijke vragen in de praktijk niet altijd even helder is én de beantwoordingstermijn van beide soorten vragen verschilt, is in het vierde lid van dit artikel de griffier aangewezen als degene die beoordeelt van wat voor soort vragen sprake is. In de praktijk zullen schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van dit reglement beantwoord worden nadat over de beantwoording door het college (of de burgemeester) een besluit genomen is. De (ambtelijke) voorbereiding van dat besluit rechtvaardigt een langere doorlooptijd dan bij technische vragen, waarvoor een dergelijk besluit niet (altijd) nodig is.

Met het derde lid van dit artikel wordt voorkomen dat de snelle procedure voor technische vragen misbruikt wordt voor vragen die naar aard en inhoud eerder in lijn van artikel 41 liggen. De griffier gaat daarbij niet over één nacht ijs en pleegt eerst overleg met de vraagsteller. De termijn in het derde lid van dit artikel gaat uit van de donderdagavond als gebruikelijke vergaderavond in Oisterwijk. Als een Raadsplein of Raadsontmoeting op een andere avond plaatsvindt, kan de agendacommissie met toepassing van het tiende lid een gewijzigde procedure vaststellen. Het verdient aanbeveling dat altijd en consequent te doen, uiteraard na overleg met het college of de secretaris. Het is niet aan de gemeenteraad om in deze verordening een beperking aan te brengen in het vragenrecht. Een bepaling die het stellen van vragen ná een bepaald moment verbiedt, is hier dus niet op zijn plaats. Wel moeten raadsleden zich ervan vergewissen dat het college en de burgemeester enige tijd nodig hebben om technische vragen te beantwoorden. Worden technische vragen over een raadsvoorstel erg kort voor een raadsvergadering gesteld, kan in de praktijk worden teruggevallen op de termijn van 14 dagen die zowel in het elfde als in het twaalfde lid genoemd wordt. Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

8

Van het college mag worden verwacht dat vragen die voor 12.00 uur op de dag voorafgaande aan een raadsvergadering zijn ingediend, nog voor de deadline genoemd in lid 5 van dit artikel worden beantwoord. Als vragen later gesteld worden, zal het voor het college lastiger zijn, binnen de beantwoordingstermijn te reageren. Artikel 43 Inlichtingen In dit artikel van dit reglement wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de gemeenteraad. Artikel 169 tweede lid van de wet regelt de actieve informatieplicht van het college. Het college moet permanent nagaan welke informatie de gemeenteraad nodig heeft om zijn taak goed te kunnen vervullen. Hier kunnen grote politieke risico’s aan ten grondslag liggen als de gemeenteraad het college in het ongewisse laat over de aard en omvang van de gewenste informatie. In het geval dat de gemeenteraad en college daarover geen afspraken maken is de kans groot dat het college de gemeenteraad veiligheidshalve overstelpt met papier. Van controleren komt dan weinig terecht. Artikel 169 derde lid van de wet regelt de passieve informatieplicht die het college opdraagt de door de gemeenteraad gevraagde inlichtingen te verstrekken.

De weigeringsgrond ‘strijd met het openbaar belang’ is, zo blijkt uit de bewoordingen van artikel 169 van de wet, wettelijk objectief en algemeen omschreven. Het moet dan gaan om zwaarwegende belangen. Dezelfde risico’s doen zich voor met betrekking tot een tweede actieve, meer specifieke inlichtingenplicht. Artikel 169, vierde lid, van de wet verplicht het college de gemeenteraad vooraf te informeren over de voorgenomen uitoefening van een gemeente wettelijke bestuursbevoegdheid als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, e, f en g van de wet indien de toepassing daarvan ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente of indien de gemeenteraad daarom verzoekt. Het college mag dan niet eerder een besluit nemen dan nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. De term ‘ingrijpend’ is in de wet niet nader omschreven. De gemeenteraad en het college dienen, op basis van de situatie in de eigen gemeente, tot een afbakening te komen. De wetgever heeft destijds het oog gehad op substantiële financiële gevolgen van privaatrechtelijke overeenkomsten. De gemeenteraad en het college moeten hier derhalve zelf een modus in vinden. Artikel 44 Vragenhalfuur Dit artikel is een uitwerking van artikel 155 eerste lid van de wet. Het karakter van het vragenhalfuur verschilt van het recht van interpellatie.

Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Leden van de gemeenteraad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. In het tweede lid is een aanmeldingstermijn voor vragen opgenomen om de collegeleden de gelegenheid te geven een inhoudelijk antwoord te geven op de gestelde vragen. De in het derde lid opgenomen bevoegdheid is opgenomen om een vragenhalfuur te behandelen indien een raadsvergadering op een andere avond dan donderdag plaatsvindt. Het is aan te bevelen dat de voorzitter hierover vooraf in overleg treedt met de agendacommissie.

Hoofdstuk 5: Raadsplein en Raadsontmoeting PARAGRAAF 5.1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 45 Instellingsbesluit Artikel 1 van dit reglement vermeldt dat het Raadsplein en de Raadsontmoeting commissies zijn in de zin van artikel 82 van de wet. Hierdoor zijn ook de in de wet opgenomen passages over geheimhouding van toepassing op sessies van beide gremia. Gemeente zijn vrij over de toedeling van de taken aan deze commissies.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

9

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de wet. Het onderscheid tussen Raadsplein en Raadsontmoeting is gestoeld op het soort taken dat beide gremia hebben. In het vorige reglement bestond de mogelijkheid om werkgroepen in te stellen (artikel 7 oud). Hierbij werden de leden van werkgroepen niet gelijkgesteld met commissieleden. (vergoeding, rechten ed.) Om ook leden van een werkgroep gelijke bevoegdheden te geven als commissieleden zijn de bepalingen ondergebracht bij het artikel ‘Instellingsbesluit’ en worden de werkgroepen nu gezien als een commissie ingesteld op grond van artikel 84 van de wet. Artikel 46 Vergadercyclus en agenda Mocht het nodig zijn kan de agendacommissie hiervan afwijken als ze dat nodig acht. PARAGRAAF 5.2

COMMISSIELEDEN

Artikel 47 Ondersteuning door commissieleden De inzet van commissieleden als ondersteuning voor de raadsleden is in het vergadermodel waarvoor dit reglement van orde geldt niet beperkt tot één (sectorale) commissie. Commissieleden zijn na benoeming inzetbaar in alle bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting. Om te beoordelen of commissieleden voldoen aan de eisen van de wet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek (lid 6-8 van dit reglement). Dit onderzoek gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden. Hoewel commissieleden, anders dan raadsleden, geen daadwerkelijke stem hebben in de besluitvorming, is het passend dat ook zij een eed of verklaring en belofte afleggen. De tekst is afgeleid van de tekst voor de eed en verklaring en belofte voor raadsleden zoals vermeld in artikel 14 van de wet. Artikel 48 Zittingsduur commissieleden De zittingsperiode van de commissieleden is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de gemeenteraad hoeft hen niet te ontslaan. Voor commissieleden is ook artikel 15 van de wet van toepassing om daarmee de zuiverheid in de verhouding tussen hen en de gemeente te waarborgen. PARAGRAAF 5.3

SAMENSTELLING EN ONDERSTEUNING

Artikel 49 Samenstelling bijeenkomsten Raadsplein en Raadsontmoeting Anders dan bij een klassieke raadscommissie wordt hier niet gesproken van ‘vergaderingen’, maar van bijeenkomsten en sessies. Een bijeenkomst kan daarbij uit meerdere sessies bestaan. De term ‘bijeenkomsten’ duidt erop dat deze ook een andere vorm kunnen hebben dan een gesprek of debat dat zich zittend achter een tafel met stukken voltrekt. Het sluiten van de deuren bij een sessie tijdens het Raadsplein of de Raadsontmoeting (lid 7 van dit artikel) gebeurt altijd na goedkeuring door de aanwezige raads- en/of commissieleden. Vergaderingen in beslotenheid zijn altijd onder geheimhouding. Hoofdstuk Va van de wet is hierop van toepassing. Artikel 50 Actualiteiten college en Podium Tijdens een actualiteitensessie hebben de raads- en commissieleden dezelfde rechten en instrumenten (artikelen 41, 42, 43, en 44 van dit reglement). De lage drempel die geldt voor het vragenhalfuur (artikel 44 van dit reglement), is zelfs nog lager voor het stellen van vragen tijdens de actualiteitensessie, omdat aanmelding niet nodig is. Om inhoudelijk tijdens de sessie een antwoord van het college en/of de burgemeester te ontvangen is het gewenst dat de vragen tijdig worden ingediend. (lid 2 van dit artikel)

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

10

Als een onderwerp als ‘vast’ punt wordt toegevoegd aan het onderdeel inlichtingen van het college, ligt het in de rede dat het college (en/of de burgemeester) daartoe telkens een document voorbereidt. Het Podium (lid 6 t/m 10 van dit artikel) is een instrument voor inwoners om invloed uit te oefenen op de agenda van de Raadsontmoeting. Het is een laagdrempelige manier om in gesprek te komen met de volksvertegenwoordiging. Het akkoord van de agendacommissie (lid 9 van dit artikel) dient dan ook niet te worden opgevat als filter. Het is een marginale toets of de aanvraag over een onderwerp de bevoegdheid van de gemeenteraad is en dat bijvoorbeeld niet recent nog onderwerp van gesprek is geweest. Artikel 51 Vergaderstukken Voor het Raadsplein en de Raadsontmoeting (kunnen) meerdere sessievoorzitters verantwoordelijk zijn. De verantwoordelijkheid voor het publiceren van de agenda en stukken ligt daarom bij de voorzitter van de agendacommissie (eerste en tweede lid van dit artikel). Ook hier wordt het raadsinformatiesysteem, dus digitale publicatie, tot standaard verheven. Tijdens de bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting wordt de agenda niet door de leden van de vergadering vastgesteld. Verzending van aanvullende stukken kan invloed hebben op de vergaderorde van een Raadsplein, Raadsontmoeting en sessie.

De sessievoorzitter is verantwoordelijk voor de orde tijdens de sessie die hij leidt. Het is aan hem om te beoordelen of na de vaststelling van de agenda en stukken door de agendacommissie, nog materiaal kan worden toegevoegd (derde lid van dit artikel). Hij beoordeelt daarbij of de aanvullende stukken passend zijn bij het doel en de opzet van de bijeenkomst die de agendacommissie heeft vastgesteld. Zo ja, dan kan hij de stukken aanvullend beschikbaar stellen. Ten aanzien van eventueel opgelegde geheimhouding is Hoofdstuk Va van de wet van toepassing. Artikel 52 Oproep en openbare kennisgeving Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 53 Sessiegriffier Dit artikel spreekt voor zich. PARAGRAAF 5.4

BIJEENKOMSTEN EN SESSIE

Artikel 54 Quorum In tegenstelling tot de vergaderingen van de gemeenteraad ontbreekt voor de bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting een bepaling over het quorum. Dat er geen quorum behoeft te zijn betekent niet dat een sessie altijd door zou moeten gaan. Indien voor een sessie aanmelding vereist is en deze blijven uit, kan een sessievoorzitter altijd besluiten dat het beoogde vergaderdoel waarschijnlijk niet gehaald wordt en een sessie annuleren. Artikel 55 Stemmingen Dit artikel regelt hoe een besluit over geheimhouding tijdens een sessie van het Raadsplein en de Raadsontmoeting wordt genomen. De basis hiervoor is Hoofdstuk Va van de wet. Het is van belang op te merken dat het aantal benodigde stemmen voor een besluit afhangt van het aantal aanwezige raads- en commissieleden. De agendacommissie kan het aantal uit te brengen stemmen reguleren door een maximum aantal deelnemers per fractie in te stellen (zie artikel 49 lid 5 van dit reglement), maar dit hoeft niet. Zeker als in een niet-openbare bijeenkomst informatie gedeeld wordt die voor een groot deel van de zitting hebbende raadsleden en benoemde commissieleden van belang is, kan het gaan om bijeenkomsten met een grote opkomst. De stemverhoudingen tussen fracties kunnen dan sterk afwijken van de verhoudingen in de gemeenteraad.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

11

Artikel 56 Advies Het voorstel van de sessievoorzitter (eerste lid van dit artikel) is feitelijk de conclusie die hij verbindt aan een gesprek, bijvoorbeeld tijdens een bespreektafel. Wát het standpunt is, is niet noodzakelijkerwijs onderdeel van de verslaglegging. Inwoners kunnen in de meeste gevallen meepraten tijdens sessies, maar besluiten dus niet mee over het advies aan de gemeenteraad. Artikel 57 Meepraten inwoners De vergaderwijze waarop dit reglement gestoeld is, gaat uit van veel ruimte voor de inbreng van inwoners waarbij zo weinig mogelijk drempels daarvoor worden opgeworpen. Desalniettemin is het denkbaar dat de agendacommissie voor (delen van) sessies besluit, dat inwoners niet mee kunnen praten. Het belang is evident als een sessie niet openbaar is, maar ook voor openbare sessies kan de agendacommissie omwille van de orde bepalen dat in (een deel van een) sessie meespreken niet mogelijk is. De agendacommissie maakt daarbij altijd een afweging tussen de toegevoegde democratische waarde van meespreken en het te behalen doel van de sessie. Pas als meespreken het doel van de sessie in de weg staat, kan worden overwogen het te beperken.

Artikel 58 Orde en handhaving Anders dan in artikel 20 van dit reglement over de orde in de raadsvergadering, is over de orde tijdens sessies van het Raadsplein en de Raadsontmoeting weinig in dit reglement geregeld, anders dan dat de orde de verantwoordelijkheid van de voorzitter is. Deze verantwoordelijkheid van de sessievoorzitter wordt ingekaderd door wat de agendacommissie over doel en opzet van de sessie heeft besloten (zie artikel 49 derde lid van dit reglement). De sessievoorzitter handelt in het belang van het door de agendacommissie omschreven doel van de sessie en zet de bevoegdheden uit dit artikel dienovereenkomstig in. Tijdens sessies van het Raadsplein en de Raadsontmoeting ontbreekt het recht om voorstellen van orde te doen. Een sessievoorzitter hoeft ordevoorstellen dus niet in behandeling te nemen. Artikel 59 Verslaglegging De verslaglegging van een sessie kan bestaan uit meerdere uitvoeringen. Er kan bijvoorbeeld zowel een audioverslag zijn als een overzicht van besproken punten. Uitzonderingen hierop zijn vermeld in artikel 62 van dit reglement. Voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen en (klassieke) commissievergaderingen is het gebruikelijk dat deze worden vastgesteld in een volgende vergadering. Nu de verslaglegging van bijeenkomsten per sessie gebeurt, is dat in deze opzet niet mogelijk.

Dit omdat in een volgende sessie andere raads- en commissieleden aanwezig kunnen zijn. De kwaliteit van de verslaglegging berust dus in handen van de (sessie)griffier. Aan hem komt de verantwoordelijkheid toe het te publiceren. Inwoners, raads- en commissieleden en portefeuillehouders kunnen zich wel tot de (sessie)griffier wenden als zij van mening zijn dat een (deel van een) verslag een onjuiste weergave is van hetgeen gezegd is. PARAGRAAF 5.5

BESLOTEN BIJEEENKOMSTEN EN SESSIES

Artikel 60 Toepassing hoofdstuk op besloten bijeenkomsten en sessies Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 61 Geheimhouding Met dit artikel wordt uitvoering gegeven aan Hoofstuk Va van de wet. Dat betekent dat deelnemers aan een sessie zichzelf geheimhouding kunnen opleggen, maar dat deze geheimhouding ook kan worden opgelegd door de sessievoorzitter, het college en de burgemeester. NB: de geheimhouding kan worden opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegt, maar ook de gemeenteraad kan, als stukken onder geheimhouding aan de raad zijn overlegd, dat doen.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

12

In alle gevallen waarin met gebruik van dit artikel geheimhouding wordt opgelegd, moet sprake zijn van een belang genoemd in artikel 5.1 eerste lid van de Wet open overheid. Artikel 62 Verslaglegging besloten bijeenkomsten en sessies Dit artikel spreekt voor zich. PARAGRAAF 5.6

TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 63 Toehoorders en pers De handhaving van orde is in artikel 58 van dit reglement gelegd bij de sessievoorzitters. Ten aanzien van anderen dan deelnemers aan de sessie ontberen hem echter instrumenten om dit te doen. Daarom hebben sessievoorzitters ingevolge het derde lid van dit artikel de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren te doen vertrekken. Artikel 64 Geluid- en beeldregistraties Dit artikel spreekt voor zich. Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 65 Uitleg van dit reglement Dit artikel heeft met name betrekking op situaties die zich voordoen tijdens een raadsvergadering. In dat geval heeft de gemeenteraad de bevoegdheid bij twijfel of onduidelijkheid van dit reglement zich hierover uit te spreken. Als onduidelijkheid bestaat over de uitleg van dit reglement zonder dat het een vergadersituatie betreft, heeft het presidium de bevoegdheid hiertoe voorstellen te doen. (artikel 13 van dit reglement) Artikel 66 Intrekken oude reglement Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 67 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.

Artikelsgewijze toelichting van het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2025

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14978347/1