Artikel 41 vragen inc. beantwoording (referentie)
Tekst van het document
Forum voor Democratie t.a.v. Marion Kranendonk
bijlagen
Geen
onderwerp
Beantwoording aanvullende artikel 41 vragen over de acute spoed-noodopvang in het Fletcher Hotel Boschoord 23 juni 2026
datum
ons kenmerk
1055298
Geachte mevrouw Kranendonk, Op 29 mei jl. hebben wij van u een brief ontvangen waarin u namens de fractie van Forum voor Democratie aanvullende artikel 41 vragen stelt met betrekking tot de acute spoed-noodopvang in het Fletcher Hotel Boschoord. In deze brief reageren wij op uw vragen. In uw brief verzoekt u het college om: 1. inzichtelijk te maken op welke juridische grondslag wordt gesteld dat de raad geen rol heeft; In artikel 5.8 van de Omgevingswet staat dat het college van burgemeester en wethouders beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op één activiteit, tenzij op grond van artikel 5.9, 5.9a, 5.10, 5.11 of 5.13 een ander bestuursorgaan (bijvoorbeeld gedeputeerde staten of rijk) is aangewezen. Op grond van artikel 5.8 van de Omgevingswet is het college van burgemeester en wethouders in dit geval bevoegd gezag. 2. aan te geven waarom het bindend adviesrecht van de raad volgens het college al dan niet van toepassing is; De gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk heeft op 21 april 2022 besloten om de ‘Lijst van gevallen waarbij de gemeenteraad gebruik maakt van het bindend adviesrecht bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Oisterwijk’ vast te stellen (hierna: ‘de lijst’).
Op basis van de huidige bij ons bekende gegevens is vooralsnog niet gebleken dat sprake is van één van de aangewezen gevallen als bedoeld op deze lijst. 3. de gemeenteraad actief te betrekken bij verdere besluitvorming over deze ontwikkeling. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 2 is er een lijst van bindend advies waarbij de gemeenteraad een rol heeft. Dat is hier niet het geval. Het college is bevoegd het besluit
hierover te nemen. U wordt als gemeenteraad hierover geïnformeerd maar er is geen actieve rol in de besluitvorming. 4. Wanneer en hoe heeft het college aan het COA laten weten dat er een omgevingsvergunning nodig was? In de brief van 16 april liet het college immers alleen maar weten dat het COA de “ruimtelijke procedures” correct moest doorlopen. Op 20 mei is het COA telefonisch in kennis gesteld dat een omgevingsvergunning benodigd is. 5. Kan het college expliciet aangeven of er sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)? Ja, er is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). 6. Is het college van mening dat de opvang van statushouders in een pand met horecabestemming geregeld kan worden met een BOPA-vergunning? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Ja, de opvang van statushouders in een pand met een horecabestemming kan geregeld worden met een BOPA-vergunning. Het is overigens niet relevant voor welke doelgroep noodopvang mogelijk wordt gemaakt. Het kan ook andere doelgroepen betreffen dan statushouders. 7.
Met andere woorden: is het college van mening dat de opvang van statushouders in een pand met horecabestemming een kleine planologische afwijking is, en een concrete, afgebakende activiteit waarvan de ruimtelijke gevolgen vooraf inzichtelijk en toetsbaar zijn? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 6 is het college van mening dat hiervoor de BOPA-procedure doorlopen kan worden. Tijdens het doorlopen van deze procedure kan worden getoetst op de ruimtelijke gevolgen.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Het college
Judith Koppers-van der Krabben Gemeentesecretaris
Hans Janssen Burgemeester