5. Notitie Weerstandsvermogen
Tekst van het document
Aan
: Algemeen bestuur
Van
: Dagelijks bestuur
Datum
: 25 maart 2024
Kenmerk
: SEZ\Fifa\MJB\weerstandsvermogen AB
Betreft
: Voorstel Weerstandsvermogen WSD 2024
Inleiding Het Algemeen Bestuur heeft op 9 maart 2022 besloten tot herbevestiging van bestaand beleid voor de bepaling van het weerstandsvermogen en daarop volgende resultaatbestemming met een aantal aanpassingen en nieuwe besluiten. De aanpassingen hebben vooral betrekking op de resultaatbestemming en allocatie van het totale vermogen naar weerstandsvermogen en bestemmingsreserves. Ten aanzien van het weerstandsvermogen is besloten: 1. Bij de bespreking van de financiële stukken van WSD in het beleids- en financieel overleg met de gemeenten, er nadrukkelijk meer aandacht gegeven wordt aan de risico inschattingen en de berekening van de risico’s, zoals opgenomen in de jaarlijkse “Notitie weerstandsvermogen”. (Concern control van WSD zorgt voor een meer inzichtelijke en meer toegankelijke wijze van presenteren). Dit is vormgegeven door in samenwerking met BDO Advisory een visualisatie Weerstandsvermogen te ontwerpen die als bijlage bij deze notitie is opgenomen. 2. De instabiliteit van het landelijke stelsel en de financiering van de PW is gebleven. Niettemin is met de vaststelling van de koers van WSD en de lokale plannen van de gemeenten het risico van WSD afgenomen naar een gemiddeld niveau. Dat betekent dat het uitgangspunt voor de risicoberekening de minimum positie wordt. Er is dus niet langer sprake van een bandbreedte van minimum- en maximumomvang.
Jaarlijks wordt het weerstandsvermogen van WSD herijkt op basis van een geactualiseerde inschatting van de verschillende bedrijfs- en subsidierisico’s. De omvang van het berekende weerstandsvermogen kent vervolgens een directe relatie met de bestemming van het rekeningresultaat. Dit proces vindt al jaren volgens vast stramien plaats waarbij met name de grote onzekerheden in de omgeving waarin WSD opereert van wezenlijke invloed zijn op de risicobeoordeling. Uitwerking weerstandsvermogen 2024 Volgens het bestuursbesluit van 9 maart 2022 blijft het in de branche gangbare model voor de berekening van weerstandsvermogen van Deloitte het te hanteren instrument voor WSD. Voor de risico-inschatting zijn de koers van WSD (lokaal) en de ontwikkelingen rondom de PW en Wsw (landelijk) de belangrijkste kaders. Koers WSD Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. De komende jaren staan in het teken van het in samenwerking met de gemeenten opzetten en uitvoeren van lokale plannen, het verder ontwikkelen van het gezamenlijk expertisecentrum en van plusdiensten. Bestuur en gemeenten hebben gekozen voor het break even scenario met een volume van 2.100 doelgroepmedewerkers eind 2026. Hiermee ligt er een financieel fundament onder deze plannen.
En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten een belangrijk onderdeel van de grote onzekerheden voor WSD weggenomen. Door de coronacrisis heeft de uitwerking van de lokale plannen vertraging opgelopen die ook in 2023-2024 nog voelbaar is. Voor de verdere vormgeving van de lokale plannen zijn nog toereikende middelen beschikbaar via de bestemmingsreserve Lokale Plannen.
1
Landelijke ontwikkelingen in PW en Wsw Vanuit de evaluatie van de Participatiewet in 2020 is de (inmiddels demissionaire) staatssecretaris van SZW gestart met het Breed offensief. Meer dan 20 maatregelen zijn aangekondigd en zijn in 2023 van kracht geworden. Het gaat van het invoeren van een landelijk preferent administratief proces, aanpassen van de no-risk polis, aanvraagrecht op no-risk, tot betere informatie voor werkgevers etc. Een aantal van die maatregelen raken de financiering van gemeenten vanuit de Participatiewet. Belangrijk is dat er een nieuwe financiering komt die gemeenten stimuleert om meer mensen te plaatsen. De aanpassingen in het Buigbudget en de overheveling van het begeleidingsbudget naar de Algemene uitkering waardoor gerealiseerde banen met LKS structureel betaalbaar blijven zijn een aantal goede stappen. De financiering van de loonkostensubsidies is per 1 januari 2022 in positieve zin gewijzigd waarbij het realiseren van LKS-banen wordt beloond door extra financiering in latere jaren. Per 1 januari 2023 is ook de financiering van de begeleidingsvergoeding voor de reguliere Participatiebanen aangepast door overheveling van het budget Nieuwe doelgroep Regulier naar het Gemeentefonds. De aanvankelijke onduidelijkheid over de herleidbaarheid van dit eerder duidelijk herkenbare begeleidingsbudget na opname in het gemeentefonds is inmiddels van tafel.
Op verzoek van Cedris en Divosa heeft Bureau Berenschot een handreiking en rekenmodel ontworpen waarmee het begeleidingsbudget Regulier weer herkenbaar is per gemeente. Ook de financiering via het gemeentefonds voorzien in financiering op basis van realisatie voorgaand jaar, waarmee ook hier een incentive op plaatsing in banen met LKS is gerealiseerd. Daarmee is in elk geval de Q-component (hoeveelheid gerealiseerde banen) in de financiering van LKS-banen in belangrijke mate voorzien. Maar dit alleen is onvoldoende. De financiering (Pcomponent) van Participatiebanen met loonkostensubsidie is structureel onvoldoende om de business case rond te krijgen. Door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020, leidend tot een CAO voor de Participatiewet en een pensioenregeling zijn de kosten voor de gemeenten opgelopen met ca. 20% per arbeidsplaats PW. De stijging van het WML per 1 januari 2023 met 10,15% en de invoering van een Wettelijk Minimum uurloon per 1 januari 2024 o.b.v. 36 uur (verhoging van het WML met 7,46%) zorgen voor verdere verhoging van de kosten van een Participatiebaan die niet te financieren zijn vanuit de netto toegevoegde waarde van zo’n baan.
In haar kamerbrief van juli 2023 heeft de staatssecretaris op basis van een tweetal onderzoeken van APE (stand van zaken beschut werk) en Berenschot (toekomstbestendigheid sociaal ontwikkelbedrijven) geconcludeerd dat financiële maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van Participatiewet te realiseren. Zij heeft daartoe een aantal maatregelen genomen en budgetten vrij gemaakt. Er komt extra budget om de begeleidingsvergoeding Beschut vanaf 2024 structureel te verhogen met als doelstelling in 2048 30.300 beschutte werkplekken te realiseren. Hiervoor is budget oplopend van € 13,1 mln. in 2024 tot 64,7 mln. (structureel vanaf 2024) beschikbaar. Voor 2024 komt dit neer op een bedrag van € 2.157 per persoon. Streven van SZW is om vanaf 2025 de financiering op basis van realisatie te laten zijn. De wijze waarop dit te realiseren wordt nog onderzocht door SZW. Deze verhoging met € 2.157 per werkplek per jaar is binnen de businesscase beschut helaas niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat. SWZ onderkent dat er extra maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van de Participatiewet te realiseren.
Met de kamerbrief van 21 december 2023 worden een 3-tal varianten voor versterking van de infrastructuur benoemd met daarbij verschillende doelstellingen qua nagestreefde omvang van plaatsingen beschut en de tussengroep die (nog) niet via reguliere werkgevers in een P-baan geplaatst kan worden. Voorkeur van de minister gaat uit naar variant 2 waarin realisatie van een basisinfrastructuur gekoppeld aan 30.300 beschutte banen in 2048 en daarnaast in 2048 10.000 banen voor andere doelgroepen die nog niet regulier aan het werk kunnen de doelstelling is. Voor de transformatie van de sociale ontwikkelbedrijven wordt in 2024 éénmalig € 64 mln. en voor de periode 2025 tot 2035 totaal € 330 mln. in tranches beschikbaar gesteld. Over de wijze waarop deze middelen beschikbaar komen voor de sociale ontwikkelbedrijven loopt nog onderzoek. Ter stimulering van de realisatie van 10.000 extra nieuwe banen naast de beschutte werkplekken komt vanaf 2025 voor de komende 24 jaar structureel € 34,7 mln. beschikbaar volgens een groeimodel van 400 extra plaatsen per jaar leidend tot 10.000 plaatsen in 2048 waarbij het bedrag jaarlijks oploopt tot uiteindelijk € 34,7 ml. in 2048. Voor 2025 is dit een bedrag van € 3.465 per fte. Ook met deze budgetaanpassing is de businesscase Participatiewet nog bij lange na niet sluitend. 2
Een en ander betekent dat er bewegingen zijn richting een betere financiering van de Participatiewet maar om deze echt kostendekkend te laten zijn is nog steeds substantieel meer geld nodig. Met onze branchevereniging maken we ons hier de komende tijd sterk voor. Vooralsnog investeren WSD en gemeenten in nieuwe banen mede door inzet op het stimulusprogramma zodat de WSD-trein al volop rijdt en niet hoeft te wachten tot de regelgeving feitelijk wijzigt. Dankzij prudent beleid in het verleden is WSD ook in staat deze investeringen te doen zonder dat daarvoor gemeentelijke budgetten moeten worden ingezet. Actualisering risicoanalyse: Tegen de bovengenoemde achtergrond vindt de vertaling van risico’s naar het weerstandsvermogen plaats door middel van het standaardmodel voor Sociale werkbedrijven zoals dat door Deloitte is ontwikkeld. Met behulp van dit model worden op een systematische wijze risico’s geïnventariseerd. Het model houdt rekening met omzetrisico’s, investeringsrisico’s, conjunctuurgevoeligheid en specifieke risico’s. De specifieke risico’s van WSD hangen samen met wijzigingen in de financieringssystematiek. Het gaat om bezuinigingen op het budget, of ongedekte kostenstijgingen (b.v. als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans en stijgingen WML) in de Wsw en de Participatiewet.
Hierbij wordt rekening gehouden met de deelnemingen in de BV’s van WSD en het lidmaatschap en de samenwerking met de Schoonmaak Coöperatie. Vervolgens wordt berekend welke financiële buffer noodzakelijk is. U vindt in bijlage 1 de uitgewerkte versie. In het rekenmodel wordt een minimale omvang van de financiële buffer bepaald. Bij de interpretatie van de uitkomsten van het model is het belangrijk om te realiseren dat het Algemeen bestuur heeft besloten dat in het model geen rekening wordt gehouden met stelselwijzigingen: fundamentele wetswijzigingen die tot gevolg kunnen hebben dat de financieringssystematiek of doelgroep aantallen ingrijpend veranderen. Een voorbeeld van zo’n fundamentele wijziging is het risico voortvloeiend uit Europese rechtspraak die de vrijstelling ex art 8a Waadi mogelijk onderuit kan halen. Daarmee zouden reguliere cao’s de bestaande cao’s Wsw en Aan de Slag moeten vervangen. Voor WSD is de potentiële kostenverhoging van het vervallen van de vrijstelling voorzichtig becijferd op ca. €1,5 mln. Dit tast het fundament van de Participatiewet en daarmee de sector aan. We verwachten dat in de loop van 2024 de situatie rondom art 8a Waadi helder zal worden. Een dergelijke fundamentele stelselwijziging blijft buiten de risico-inschatting en berekening van het vereiste weerstandsvermogen.
Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen van WSD wordt onderscheid gemaakt in drie risicogroepen: 1. Bedrijfsrisico’s van de gemeenschappelijke regeling. Dit zijn risico’s die voorvloeien uit de bedrijfsmatige activiteiten van de verschillende afdelingen in de divisies Werk & Ontwikkeling en Participatie. Deze risico’s worden beïnvloed door enerzijds de marktrisico’s en anderzijds door de onzekere ontwikkeling van de omvang van het aantal plaatsingen en trajecten door gemeenten bij WSD. Daarnaast vloeien ook risico’s voort uit de ontwikkeling dat de stafafdeling SEZ zich steeds meer op de markt begeeft en haar dienstverlening aanbiedt op het gebied van ontzorging in het kader van de Participatiewet. Voorzieningen en de daarbij behorende risico’s worden buiten beschouwing gelaten. Deze risico’s (b.v. dubieuze debiteuren) zijn individueel al tegen het licht gehouden, gekwantificeerd en afgedekt door een voorziening. Eveneens worden buiten beschouwing gelaten risico’s die afgedekt zijn middels verzekeringen, zoals het risico van bedrijfsaansprakelijkheid en ongevallen van medewerkers. 2. Subsidierisico van de gemeenschappelijke regeling.
Dit betreft risico’s die WSD loopt ten aanzien van de hoogte en verdeling van de rijksbijdrage SW en de budgetten voor banen met loonkostensubsidie, alsmede bovennormale stijgingen van de loonkosten (zoals bijvoorbeeld in de PW is gebeurd met de buitengewoon sterke verhoging van het Wettelijk Minimum Loon, het invoeren van het wettelijk minimumuurloon of het mogelijk afbouwen van fiscale maatregelen zoals het Loonkostenvoordeel). De financiering van de PW afgezet tegen de elkaar opvolgende kostenstijgingen maken het steeds moeilijker om tot een sluitende businesscase te komen voor de PW. Dit blijkt ook uit
3
verschillende onderzoeken van onder andere Berenschot en Capel Advies. Ook het Rijk heeft inmiddels onderkend dat, in elk geval voor de realisatie van Beschutte werkplekken, aanvullende financiering noodzakelijk is om voldoende begeleiding voor deze doelgroep te organiseren en daarmee de doelstelling van op termijn 30.300 Beschutte Werkplekken te realiseren. Helaas wordt daarmee wordt slechts een klein deel van het financieringstekort in de businesscase voor de PW gedicht. Vooral inmiddels cumulatief forse loonkostenstijging PW (als gevolg van invoering van de CAO Aan de Slag, de daarop volgende verhogingen van het WML 2022 en de verhoging van het WML door invoering van het Wettelijk Minimum Uurloon in 2023) is van grote invloed op de businesscase. Bij verhoging van de loonkosten en gelijkblijvende loonwaarde stijgt de terug te verdienen loonwaarde via netto toegevoegde waarde verder en daarmee wordt het financieringstekort steeds groter. Een ander risico in de PW is het risico van het niet realiseren van het volume instroom. De WSDgemeenten hebben in het collectief een afspraak dat er eind 2026 2.100 arbeidsplaatsen gerealiseerd worden. Mocht dit niet lukken en belandt WSD in een krimpscenario, dan is dat een fors risico.
De gewijzigde financiering van LKS en begeleidingsvergoeding op basis van realisatie nemen in elk geval de voornaamste belemmering voor het volume aan instroom weg. Bij de subsidierisico’s is aangenomen dat bij de berekening van de minimumvariant WSD in staat is om 50% van de budgetdaling in 3 jaar op te vangen. 3. Risico deelnemingen. Dit zijn de risico’s die voortvloeien uit de private bedrijven van WSD: WSD Holding BV, WSD Participatie BV, Werkpartners BV en Werksupport BV en het lidmaatschap van WSD van De Schoonmaak Coöperatie U.A.. De private bedrijven worden geacht hun eigen bedrijfsrisico’s op te kunnen vangen. Het risico deelnemingen betreft voor WSD het risico dat WSD loopt door de samenwerking: bijvoorbeeld de activiteiten die WSD voor de BV’s verricht in de vorm van (backoffice) dienstverlening. Redelijk stabiel beeld en heroverweging na realisatie lokale plannen Uit de nu voorliggende bedrijfsrisicoanalyse blijkt dat het totale risicoprofiel van WSD licht toeneemt als gevolg van een toename de risico’s samenhangend met de bedrijfsmatige activiteiten van WSD. De toename van het bedrijfsrisico is een effect van de toename van risico’s dat klanten wegvallen en vervangende klanten weer wat makkelijker te verleiden zijn.
We zien dat ten gevolge van de actuele en verwachte toekomstige economische ontwikkelingen in Nederland en de situatie op de arbeidsmarkt over de volle breedte werkgevers huiverig zijn om te investeren in de groei van hun organisatie. De oplossing wordt steeds meer gezocht in robotisering en uitbesteding waardoor de beschikbaarheid van werkplekken voor de doelgroep afneemt. De afhankelijkheid van enkele grote klanten in de totale klantenportefeuille speelt daarbij ook een rol omdat relatieve afhankelijkheid van een aantal grote klanten binnen het model leidt tot een groter risico. De subsidierisico’s en deelnemingsrisico’s blijven redelijk stabiel. Overzicht minimum bedrijfsrisico’s WSD (Bedragen * € 1.000): Risico
2021
2022
2023
2024
Bedrijfsrisico Gem. Regeling WSD Risico subsidie Gem. Regeling WSD Risico deelnemingen Totaal Risico (maximum positie weerstandsvermogen)
9.100
8.900
8.800
9.000
Verandering 2024 t.o.v. 2023 200
1.500
1.500
1.600
1.600
0
100
100
100
100
0
10.700
10.500
10.500
10.700
200
Een nadere specificatie is opgenomen in bijlage 1. Het minimaal vereist weerstandsvermogen stijgt daarmee fractioneel van € 10,5 mln. naar € 10.7 mln. Overwegingen Het risicoprofiel van WSD gebaseerd op het model van Deloitte is licht toegenomen.
4
Grote onbekenden zijn: ontwikkeling financiering Sw via toereikende LPO voor zowel stijging loonkosten Sw als ondersteunende diensten (CAO ambtenaren); ontwikkeling in de financiering van de Participatiewet ter compensatie van de structurele negatieve businesscase en van kostenstijgingen a.g.v. CAO ontwikkelingen; ontwikkelingen rondom vrijstelling ex art. 8a Waadi; onzekerheid financiering gemeenten, het zogenaamde Ravijn; overige macro risico’s (bv. de oorlog in de Oekraïne en de effecten daarvan op de economie en rijksfinanciën). Hiermee is in deze analyse geen rekening gehouden. De huidige financiële positie van WSD is, door zeer prudent beleid van het bestuur van WSD in het verleden sterk, maar niet oneindig.
Voorstel Op basis van het bovenstaande overzicht van het totale risico van WSD is het voorstel om het minimum weerstandsvermogen fractioneel te verhogen naar € 10,7 mln. (2023: € 10,5 mln,). Bijlagen: - Risicoanalyse en bepaling weerstandsvermogen WSD 2024. - Visualisatie Weerstandsvermogen 2024 - Overzicht hoogte en allocatie vermogen WSD per 1-1-2024 (na resultaatverdeling)
5
Risico-analyse en bepaling weerstandvermogen WSD 2024
Bijlage 1
1-3-2024
(bedragen * € 1.000) risico factor (mogelijkheid om vervangend werk te vinden met gelijke NTW): 1 = zeer laag, 5 = gemiddeld, 10 zeer hoog risico risico kans (inschatting kans dat klant wegvalt): 1 = zeer lage kans, 5 = gemiddelde kans, 10 = vrijwel zekere kans reactietermijn: de mate waarin eventueel omzetverlies per jaar gecompenseerd kan worden (omzetverlies gedeeld door x% v.d.rest.omzet van die opdrachtensoort)
1. Bedrijfsrisico's gemeenschappelijke regeling Omzetrisico industriële opdrachten (binnen en via groepsdetachering) Klant 1 PostNL Pakketten Benelux BV Klant 2 Berco Truck Components bv Klant 3 NFB Coating BV Klant 4 Het Goed Dommeldal B.V. TSC Klant 5 depostBode Klant 6 Berco Car Carpets bv Klant 7 Sense Company Consumer BV Klant 8 Weener Plastics Netherlands BV Klant 9 SHD B.V. Klant 10 Perfect Packaging BV Klant 11 Nibro B.V. Klant 12 Unilux B.V. Klant 13 Genexis Netherlands BV Klant 14 Stas Picture Hanging Systems B.V. Klant 15 Henkelman B.V. Klant 16 Designstar B.V. Klant 17 Alligator Plastics Industry B.V. Klant 18 elho Klant 19 Teamplast Productions B.V. Klant 20 Camps Food BV
Grondslag cijfers 2023
risico bij hoogconjunctuur RisicoRisicoReactie factor kans termijn 10%
Benodigde buffer * € 1.000
NTW 1.001 864 457 454 377 265 233 201 149 143 107 102 93 81 66 56 49 42 39 39
8 8 4 6 6 8 7 4 6 7 5 4 7 4 4 7 4 3 7 6
2 4 2 5 3 5 3 6 5 4 4 6 4 5 4 5 6 8 8 5
2,33 1,95 0,95 0,94 0,77 0,53 0,46 0,40 0,29 0,28 0,21 0,20 0,18 0,16 0,13 0,11 0,09 0,08 0,07 0,07
374 540 35 128 52 56 23 19 13 11 4 5 5 3 1 2 1 1 2 1
471 5.289
5 0
5
1,50
177 1.451
Omzetrisico Groen-opdrachten Gemeente risico laag Meierijstad Gemeente risico laag MijnGemeenteDichtbij Gemeente risico laag Oisterwijk Gemeente risico laag Vught Gemeente risico laag Oirschot Gemeente risico midden Nuenen Gemeente risico midden Best Gemeente risico midden Son & Breugel Overige groenopdrachten (incidenteel) Totaal NTW Groenopdrachten
NTW 2.036 1.632 538 611 504 1.450 1.211 50 252 8.284
5 5 5 5 5 5 6 5 5
3 3 3 3 3 3 4 5 3
2,51 1,70 0,69 0,80 0,65 1,87 1,46 0,06 0,31
766 417 56 73 49 407 425 1 12 2.206
Omzetrisico Milieustraten Gemeente risico laag Meierijstad Gemeente risico laag Oisterwiijk Gemeente risico midden Best Totaal NTW Groenopdrachten
NTW 590 33 290 913
3 3 3
3 3 3
0,77 0,04 0,36
41 0 9 50
Overige 15% Totaal NTW Industriële opdrachten (binnen en via EGD)
Omzetrisico Schoonmaak- en Beheeropdrachten Schoonmaak gemeenten Opdrachten uitgevoerd door De Schoonmaak Coöperatie (fte-aandeel NTW DSC)
NTW
Schijnd
3.746
6
4
1,63
735
Detacheringen
306
6
3
0,67
37
Catering en Beheer
840
4
6
2,07
418
Totaal NTW Facilitaire opdrachten
4.892
Omzetrisico detacheringen Sw (begroot 2024) Omzetrisico detacheringen midden Omzetrisico detacheringen laag Totaal NTW detacheringen Wsw
1.189
NTW 1.140 2.660 3.800
5 5
5 5
0,88 0,75
248 499 747
Omzetrisico detacheringen en coaching PW (begroot 2024) Omzetrisico midden trajecten PW (Arbeid) Omzetrisico hoog trajecten PW (Coaching) Totaal NTW trajecten PW
NTW 1.850 125 1.975
5 7
5 7
0,75 0,88
347 54 400
Risico terugverdientijd investeringen boekwaarde grond (jrk 2023+begr. 2024) boekwaarde + invest. gebouwen+install+terreinvoorz. boekwaarde + invest. machines/vervoermiddelen specifieke voorraden (jrk 2023) Totaal investeringen
Boekw. 738 5.115 2.626 115 8.594
0% 2,5% 5,0% 0%
0 128 131 0 259
Conjunctuurgevoeligheid Industriële opdrachten - prijselasticiteit omzet Groen opdrachten - prijselasticiteit omzet Facilitaire opdrachten - prijselasticiteit omzet Detacheringen Sw: prijselasticiteit omzet Detacheringen en coaching Wwb: prijselasticiteit omzet Detacheringen Sw: 15% personeelskosten NGA Detacheringen en coaching PW: 15% personeelskosten NGA Totaal
NTW 5.289 8.284 4.892 3.800 1.975 1.317 413 25.969
10% 10% 10% 6% 10% 30% 30%
529 828 489 228 198 395 124 2.791
,
2. Subsidierisico gemeenschappelijke regeling Risico subsidies WSW en Participatiewet Algemeen risico bij aanpassing subsidiewetgeving Stelselwijziging valt hier niet onder !
subsidie
Indien break-even (2100 pers) niet word gerealiseerd dan begroting niet dekkend door: 1. Minder NTW in de komende 3 jaar door onderbezetting opvangen : 20,654 mln / 2. Minder dekking overhead in komende drie jaar door onderbezetting opvangen :
854 991
PW specifiek Risico van niet-financiering lonkostenstijging PW CAO incl pensioen door Rijk
1.107
SW Specifiek Risico hogere uitstroom dan landelijk waardoor minder dekking SW-budget
239
helft van maximumpositie
1.595
3.191
1.595
3. Risico deelnemingen en dienstverlening aan derden Dienstverlening aan derden (begroot 2024) Risico als gevolg van Werksupprt BV Dienstverlening aan Werkpartners BV
jaaromzet 12 1.726 ,
Totaal overige dienstverlening Risico exploitatieresultaten deelnemingen etc. Risico resultaat Pluspunt Eindhoven BV Winst en bonussen overige deelnemingen/activiteiten: Risico resultaat en exploitatiebijdragen deelname WSD Participatie BV, 't Goed Dommeldal BV, Werkpartners BV Werksupport BV, WSD Holding BV en De Schoonmaak Coöperatie: geen risico's.
2 2
2 1
0,07 2,50
1.738 expl.result. 0 0
0 0
86
0
0
0,75
0
0
0
0,75
0 0
Totaal benodigde buffer Totaal benodigde buffer afgerond (* € 1.000) * klanten zijn geanonimiseerd i.v.m. vertrouwelijkheid. Namenlijst ligt op directiesecretariaat ter inzage
0 86
10.725 minimumpositie
10.700
Weerstandsvermogen 2024 Het weerstandsvermogen laat zien in hoeverre de organisatie in staat is om financiële tegenslagen op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor de reguliere activiteiten. Het weerstandsvermogen laat de verhouding zien tussen de geschatte financiële omvang van de risico’s en de middelen die beschikbaar zijn om deze risico’s op te vangen, de weerstandscapaciteit.
Innovatief & proactief de gemeente ontzorgen WSD creëert duurzame kansen en werk voor mensen die hier ondersteuning bij nodig hebben. WSD doet dit in goede en minder goede tijden. Dit kan WSD doen door de robuuste exploitatie en financiële buffer. Inspelen op instabiele context (nieuwe wetten, nieuwe doelgroepen etc.)
Inzetten op maatschappelijke ontwikkeling
Opvangen (maatschappelijke) crisis situaties
Geen onverwachte financiële risico’s voor de gemeente Innoveren en ondernemen
De weg naar een robuuste financiële buffer 1. Robuust exploiteren De begroting wordt prudent ingestoken. Er wordt nagedacht over manieren om stabiele inkomsten te genereren en voorzichtig om te gaan met de uitgaven.
2. Risico’s inventariseren Op een systematische wijze (met behulp van drie risicogroepen, zoals hiernaast weergegeven) worden de financiële risico’s voor het weerstandsvermogen door WSD geïnventariseerd.
Geen gekke dingen doen
Risicogroepen binnen het rekenmodel Bedrijfsrisico’s Deze risico’s vloeien voort uit de bedrijfsmatige activiteiten van WSD. Genoeg - Genoeg passend werk renderend werk Voldoende werk. Afhankelijkheid van partnerships en grote opdrachten. - Genoeg mensen WSD Bedrijven Minder mensen betekent minder trajecten en minder dekking overhead. - Rendement Genoeg mensen Voldoende renderend werk.
3. Financiële buffer vaststellen WSD maakt gebruik van een sector geaccepteerd rekenmodel van Deloitte om de noodzakelijke financiële buffer (het weerstandsvermogen) te berekenen aan de hand van de geïnventariseerde risico’s.
Subsidierisico’s WSD loopt financieel risico als gevolg van de hoogte en de verdeling van de rijksbudgetten voor de uitvoering van SW en de Participatiewet. SW
Het fundament
Een robuuste exploitatie
Prudent (weloverwogen) begroten
Goed koopmansgebruik
Eerst verdienen dan uitgeven
Rust in instabiele wereld
Weloverwogen
Resultaat: Proactief handelen en risico’s opvangen Voor 2024 is het weerstandsvermogen berekend op minimaal € 10,7 mln. (fractioneel hoger (+ 0,2 mln.) t.o.v. vorig jaar). De beschikbare weerstandscapaciteit na resultaatbestemming 2023 eveneens € 10,7 mln. Het weerstandsvermogen (risico’s/weerstandscapaciteit) is daarmee 1,0. Dus kwalificeert het weerstandsvermogen als voldoende.
Rijksbijdrage SW
Participatiewet
Budgetten beschut werken
Banen met LKS
Risico deelnemingen Deze risico’s vloeien voort uit de private bedrijven van WSD. Deze bedrijven worden geacht hun eigen bedrijfsrisico’s op te vangen. Het risico voor WSD is daarom beperkt tot de dienstverlening uit deze private bedrijven.
Zie de notitie Weerstandsvermogen WSD voor de achterliggende informatie en toelichting.
Hoogte en allocatie vermogen WSD per 1-1-2024 (* € 1,0 mln.) na bestemming resultaat 2023 Vermogenspositie Algemene reserve
Bestemmingsreserves WSD 4,8
10,7
Bestemmingsreserves Gemeenten 13,3
Algemene reserve WSD
WSD Innovatie Reserve
WSD Reserve doorontwikkeling
WSD Reserve duurzaamheid
WSD Personeelsfonds
Gemeente reserve lokale plannen
Gemeente reserve stimulus
Besteedbaar resultaat
10,7
2,1
1,4
0,4
0,9
1,7
5,9
5,7
Risico afdekking en werkkapitaal
Basis dienstverlening: (invoeren koers en lokale plannen, realisatie 2100 bezetting)
Gemeente Dividend/AGR
1