22-81 Technische wijzigingen bestemmingsplan Verblijfsrecreatieterreinen- bijlage 2 Lijst van wijzingen
Tekst van het document
Lijst van wijzingen die worden doorgevoerd met het bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen In dit document worden de wijzigingen die worden doorgevoerd met het bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen weergegeven. Hierbij wordt, indien mogelijk, aanvankelijk de huidige planologische regeling beschreven, waarna de beoogde aanpassing wordt beschreven. Deze wijzigingen zijn in te delen in de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.
Diverse begrippen worden aangepast, verduidelijkt en/of verkort; De wijze van meten ten aanzien van de oppervlakte van bouwwerken wordt aangevuld; De bouwregels worden aangepast voor wat betreft overkappingen; Een tweetal bouwaanduidingen wordt verwijderd; De aanduiding ‘maximale aantal vaste- en niet-vaste standplaatsen kampeermiddel’ op de verbeelding wordt gewijzigd in ‘maximale aantal standplaatsen’ zodat de aanduiding op de verbeelding correspondeert met de regels; 6. De gebruiks- en bouwregels welke betrekking hadden op het begrip ‘zomerseizoen’ worden verwijderd; 7. Het gebruiksverbod met betrekking tot permanente bewoning wordt aangepast; 8. Het woord ‘bouwvak’ wordt overal waar dit voorkwam gewijzigd in ‘bouwvlak’ aangezien dit een omissie betrof. 1. Begrippen 1.25 bouwwerk Oud: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Nieuw: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
1.26 bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf Oud: een eenvoudig bouwwerk voor recreatief nachtverblijf zoals een stacaravan, chalet en trekkershut, niet zijnde een recreatiewoning, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt. Nieuw: een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf zoals een stacaravan, chalet en trekkershut, niet zijnde een recreatiewoning. 1.38 hoofdwoonverblijf Oud: a. de plaats die fungeert als het centrum van sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene, die voor permanente bewoning geschikt is en tenminste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid; b. een gebouw of een deel van een gebouw waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste 4 maanden verblijft, met dien verstande dat van een gebruik als hoofdwoonverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf kan worden beschikt.
Nieuw: Dit begrip en de definitie zijn verwijderd, omdat dit begrip in de jurisprudentie voldoende is gedefinieerd. 1.39 kampeermiddel Oud: niet als omgevingsvergunningplichtig bouwwerk aan te merken tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben en voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel. Nieuw: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf. 1.48 Overkapping Oud: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. Nieuw: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, waaronder een luifel, afdak of carport. 1.49 Permanente bewoning Oud: het gebruik van een gebouw door eenzelfde persoon of eenzelfde huishouden op een wijze die ingevolge het bepaalde in de artikelen 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving in de basisadministratie van de gemeente Oisterwijk en het gebruik van het gebouw als hoofdwoonverblijf. Nieuw: Het gebruik als hoofdverblijf.
1.54 Recreatief nachtverblijf Oud: nachtverblijf door één of meerdere personen in een kampeermiddel en/of bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf en/of recreatiewoning en die hun hoofdwoonverblijf elders hebben. Nieuw: Recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.55 Recreatiewoning Oud: een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en een caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Nieuw: een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en een caravan of andere constructie op wielen zijnde, bestemd voor recreatief nachtverblijf. 1.59 Standplaats Oud: het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel en/ of voor bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, inclusief de bij
dat middel behorende ondergeschikte onderkomens en deze mogen gedurende het gehele jaar aanwezig zijn en gebruikt worden. Nieuw: het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel en/ of bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.63 Verblijfsrecreatie Oud: het kortdurend verblijf van één of meerdere personen met overnachting die elders hun hoofdwoonverblijf hebben, waarbij in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning. Nieuw: het houden van recreatief verblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.67 zomerseizoen Oud: de periode van 1 maart tot 15 november. Nieuw: Dit begrip en de definitie zijn verwijderd. Overstek Oud: Dit begrip is niet opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’. Nieuw: Het volgende begrip wordt toegevoegd: Het overhangende gedeelte van het dak en/of de gootconstructie van een bouwwerk. 2. Wijze van meten 2.8 Oppervlakte van een bouwwerk Oud: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Nieuw: Hieraan wordt toegevoegd: ‘….., waarbij overstekken tot een halve meter niet meegerekend worden’. 3.
Aanpassing bouwregels voor wat betreft overkappingen Overkappingen De huidige planologische regeling biedt geen mogelijkheden voor de realisatie van overkappingen bij recreatiewoningen, bouwwerken voor recreatieve nachtverblijven, bedrijfswoningen en bijgebouwen bij recreatiewoningen. De bouwregels worden overeenkomstig aangepast. Hiertoe is een regeling voor het bouwen van (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen toegevoegd aan de bouwregels voor bebouwing ten behoeve van recreatief nachtverblijf (artikel 4.2.1 en 4.2.2). Oud:
4.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mag worden gebouwd: a. ter plaatse van het bouwvak: 1. gebouwen en overkappingen ten behoeve van alle voorzieningen; 2. recreatiewoningen met bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen; 3. bouwwerk, geen gebouwen zijnde; b. ter plaatse van het bouwvak op een standplaats; 1. bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, met bijbehorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen; 2. bouwwerk, geen gebouwen zijnde; c. buiten het bouwvak: 1. bouwwerk, geen gebouwen zijnde. Met inachtneming van het volgende: 4.2.2 Maatvoeringen Afstanden a. de afstand van gebouwen tot aan de perceelsgrens bedraagt minimaal 2,5 m; b. de afstand van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf en/ of een recreatiewoning tot aan de standplaatsgrens bedraagt 0 of ten minste 1 m; c. de afstand tussen een bijgebouw en een standplaatsgrens en/ of de perceelsgrens van een recreatiewoning bedraagt ten minste 1 m. Oppervlakten, inhoud, goot- en bouwhoogten d. het totale oppervlak aan gebouwen en overkappingen als bedoeld in lid 4.2.1 onder a.1 ten behoeven van alle voorzieningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvak; e. de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen, overkappingen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf bedragen ten hoogste de navolgende maten:
gebouw en/of bouwwerk oppervlakte ten
inhoud
goothoogte
bouwhoogte
3,5 m
3,5 m
behoeve van
recreatief nachtverblijf bouwwerken
ten
behoeve 54 m²
van recreatief nachtverblijf
inclusief
aan-,
uit-
en
bijgebouwen recreatiewoning
inclusief 60 m²
3,5 m
7m
5,5 m
10 m
2,75 m
4,75 m
aan-, uit- en bijgebouwen bedrijfswoning inclusief aan-
750 m³
en uitbouwen bijgebouw
bij
een 100 m²
bedrijfswoning carport
bij
een 25 m²
2,75 m
bedrijfswoning gebouwen en overkappingen zie ten
behoeve
van
voorzieningen
aanduiding
6m
9m
de 'maximum bebouwingspercentage'
met dien verstande dat: f.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt voor de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf en/of recreatiewoning ten hoogste de navolgende maten:
standplaatsgrootte / perceelsgrootte
maximum
oppervlakte
bouwwerken
ten
behoeve
150
- 300
- groter
150
300
500
dan
m²
m²
m²
m²
72 m²
82 m²
95 m²
66 m²
82 m²
95 m²
van 54
recreatief nachtverblijf inclusief aan- , uit- en bijgebouwen maximum
tot
m²
oppervlakte 63
recreatiewoning inclusief aan-, uit en bijgebouwen
m²
Nieuw: 4.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mag worden gebouwd: a. ter plaatse van het bouwvlak: 1. gebouwen en overkappingen ten behoeve van alle voorzieningen; 2. recreatiewoningen met bijbehorende aan- of uitbouwen en (vrijstaande of aangebouwde)
500
overkappingen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ter plaatse van een standplaats: 1. bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, met bijbehorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. buiten het bouwvlak: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Met inachtneming van het volgende: 4.2.2 Maatvoeringen Afstanden a. de afstand van gebouwen tot aan de perceelsgrens bedraagt minimaal 2,5 m; b. de afstand van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf en/of een recreatiewoning tot aan de standplaatsgrens bedraagt 0 of ten minste 1 m; c. de afstand tussen een bijgebouw en een standplaatsgrens en/of de perceelsgrens van een recreatiewoning bedraagt ten minste 1 m. Oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogten d. het totale oppervlak aan gebouwen en overkappingen als bedoeld in lid 4.2.1 onder a.1 ten behoeve van alle voorzieningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; e. de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen, overkappingen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf bedragen ten hoogste de navolgende maten:
gebouw en/of bouwwerk oppervlakte ten
inhoud
goothoogte
bouwhoogte
3,5 m
3,5 m
3,5 m
7m
behoeve van
recreatief nachtverblijf bouwwerken
ten
behoeve 54 m²
van recreatief nachtverblijf inclusief
aan-,
uit-,
bijgebouwen en (vrijstaande of
aangebouwde)
overkappingen recreatiewoning
inclusief 60 m²
aan-, uit-, bijgebouwen en
(vrijstaande
of
aangebouwde) overkappingen bedrijfswoning inclusief aanen
uitbouwen
750 m³
5,5 m
10 m
2,75 m
4,75 m
6m
9m
en
(vrijstaande
of
aangebouwde) overkappingen bijgebouw bedrijfswoning
bij
een 100 m² inclusief
overkappingen (vrijstaand of aangebouwd
aan
een
bijgebouw) gebouwen en overkappingen zie ten
behoeve
van
voorzieningen
aanduiding
de 'maximum bebouwingspercentage'
f. de goothoogte van bedrijfswoningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: 1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt; 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt; 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van de bedrijfswoning ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van de bedrijfswoning ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt; g. met dien verstande dat voor de bijbehorende aangebouwde overkappingen bij bedrijfswoningen de volgende regels gelden: 1. de diepte van overkappingen aan de voor- en zijgevel mag ten hoogste 2 m bedragen; 2. de diepte van overkappingen aan de achtergevel mag ten hoogste 4 m bedragen. 4. Verwijdering bouwaanduidingen De aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ en ‘specifieke bouwaanduiding – 3’ worden verwijderd van de verbeelding en uit de planregels. Dit aangezien deze bouwaanduidingen niet meer actueel zijn.
Oud: g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' gelden voor de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen ten hoogste de navolgende maten:
gebouw
oppervlakte
gebouwen en overkappingen
625 m2
inhoud
goothoogte
bouwhoogte
6m
9m
h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' geldt: 1. de recreatiewoningen dienen vier aan één te worden gebouwd; 2. voor de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de navolgende maten:
oppervlakte 4 recreatiewoningen inclusief aan- en
inhoud
goothoogte
bouwhoogte
600 m³
5,5 m
7,5 m
350 m²
uitbouwen en bijgebouwen recreatiewoning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen bouwwerk, geen gebouwen zijnde bij
5 m²
2m
een recreatiewoning Nieuw: Bovenstaande bouwaanduidingen worden verwijderd en komen daardoor te vervallen. 5. Aanduiding ‘maximale aantal vaste- en niet-vaste standplaatsen kampeermiddel’ De regels en de verbeelding met betrekking tot het maximum aantal standplaatsen corresponderen momenteel niet. De aanduiding ‘maximale aantal vaste- en niet-vaste standplaatsen kampeermiddel’ op de verbeelding wordt daarom gewijzigd in ‘maximale aantal standplaatsen’ zodat de aanduiding op de verbeelding correspondeert met de regels. 6. Gebruiks- en bouwregels met betrekking tot het begrip ‘zomerseizoen’ Aangezien het begrip zomerseizoen wordt verwijderd, dienen de gebruiks- en bouwregels met betrekking tot het begrip zomerseizoen ook als zodanig aangepast te worden. Oud:
4.4.2 Aantallen a. het maximale aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximale aantal standplaatsen' aangegeven aantal; b. het maximale aantal recreatiewoningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' aangegeven aantal; c. het aantal bijgebouwen op een standplaats of bij een recreatiewoning bedraagt ten hoogste 1; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 4' geldt: 1. ten minste 76 standplaatsen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie in kampeermiddelen en alleen gedurende het zomerseizoen 2. ten hoogste 4 standplaatsen zijn bedoeld voor een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf. e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 5' geldt dat: 1. verblijfsrecreatie op verblijfsrecreatie op ten minste 290 standplaatsen alleen tijdens het zomerseizoen is toegestaan; 2. het aantal hotelkamers bedraagt ten hoogste 20 voor alle recreatiewoningen gezamenlijk. f.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 7' geldt: 1. ten minste 80 standplaatsen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie in kampeermiddelen en alleen gedurende het zomerseizoen;
g. per bouwvak met de aanduiding 'bedrijfswoning' is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 8' 2 bedrijfswoningen zijn toegestaan; h. het minimum aantal parkeerplaatsen bedraagt ten minste het met de aanduiding 'minimum aantal parkeerplaatsen' aangegeven aantal. Nieuw: 4.4.2 Specifieke gebruiksregels - Aantallen Sublid 4.4.2 a wordt vervangen door: het maximale aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen' aangegeven aantal; Sublid 4.4.2 d wordt vervangen door: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 4' geldt: 1. ten minste 76 standplaatsen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie in kampeermiddelen; 2. ten hoogste 4 standplaatsen zijn bedoeld voor een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf; Sublid 4.4.2 e wordt vervangen door: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 5' geldt dat: 1. het aantal hotelkamers bedraagt ten hoogste 20 voor alle recreatiewoningen gezamenlijk; Sublid 4.4.2 f wordt vervangen door: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 7' geldt:
1. ten minste 80 standplaatsen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie in kampeermiddelen. 7. Gebruiksverbod permanente bewoning Bij de specifieke gebruiksregels, in sublid 4.4.1 a, is het gebruiksverbod met betrekking tot permanente bewoning opgenomen. Dit is aangepast. Oud: 4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende regels: 4.4.1 Algemeen a. permanente bewoning of laten bewonen van kampeermiddelen, bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf en/of recreatiewoningen met bijbehorende aan-, uiten bijgebouwen is niet toegestaan; Nieuw: 4.4.1 Specifieke gebruiksregels - Algemeen Sublid 4.4.1 a wordt vervangen door: permanente bewoning van bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf en kampeermiddelen, met uitzondering van bedrijfswoningen als bedoeld in lid 4.1 onder d en kampeermiddelen voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel, is niet toegestaan; 8. ‘Bouwvak’ en ‘bouwvlak’ In de planregels in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’, zoals vastgesteld op 25 september 2014, worden de begrippen ‘bouwvak’ en ‘bouwvlak’ door elkaar heen gebruikt. Het gebruik van het begrip ‘bouwvak’ betreft een omissie/verschrijving.
Vandaar dat in voorliggende herziening is geregeld dat het woord 'bouwvak' overal waar dat voorkomt in de regels van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', gewijzigd wordt in 'bouwvlak'.