22-81 Technische wijzigingen bestemmingsplan Verblijfsrecreatieterreinen- bijlage 1 Conceptbestemmingsplan (toelichting en regels)
Tekst van het document
Herziening verblijfsrecreatieterreinen Gemeente Oisterwijk Vaststelling
Herziening verblijfsrecreatieterreinen Gemeente Oisterwijk Vaststelling
Rapportnummer:
P02581
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0824.HerzVerblijfsrecr-VA01
Datum:
10 maart 2022
Opdrachtgever:
Gemeente Oisterwijk
Projectteam BRO:
JvdA
Concept:
april 2020, april 2021
Ontwerp:
november 2021
Vaststelling:
maart 2022
Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Hoofdstuk 6
17
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer
1 1 1
2. PLANBESCHRIJVING/ WIJZIGINGEN 2.1 Begrippen en wijze van meten 2.2 Overige aanpassingen
1 2 5
3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid
7 7
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
7 7 8 8 9
4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Kleinschalige, ondergeschikte ontwikkelingen
10 10
5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek
11 11 11
6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid
13 13
6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
13 13 13
6.2.1 Vooroverleg en inspraak 6.2.2 Zienswijzen 6.2.3 Vaststellingsprocedure
13 14 14
BIJLAGE Bijlage 1: Nota van zienswijzen
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ is op 25 september 2014 vastgesteld. Na een aantal jaren met dit bestemmingsplan gewerkt te hebben blijkt dat het plan een aantal onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities bevat. Dit maakt dat dit plan dat minder goed getoetst kan worden en kan voor gebruikers tot onduidelijkheid leiden. Vandaar dat het wenselijk is een aantal bepalingen in de regels van het bestemmingsplan aan te passen. Deze herziening van het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ laat het overgrote gedeelte van de regels van toepassing en brengt wijzigingen in een aantal bepalingen aan.
1.2 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2, waarin een beschrijving is gegeven van de gewenste wijzigingen in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ die worden aangebracht in dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 wordt kort op het beleidskader ingegaan en in hoofdstuk 4 wordt beschreven waarom geen onderzoek naar de omgevingsaspecten benodigd is. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven, waarbij ingegaan wordt op welke manier de gewenste wijzigingen in de plannen zijn doorgevoerd. In hoofdstuk 6 komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan de orde.
Hoofdstuk 1
1
2.
PLANBESCHRIJVING/ WIJZIGINGEN In dit hoofdstuk wordt per onderwerp kort ingegaan op de wijzigingen in het onderliggende bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’.
2.1 Begrippen en wijze van meten In het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ zijn meerdere definities opgenomen die tot onduidelijkheid kunnen leiden. Het is gewenst dat deze worden aangepast, verduidelijkt en/of verkort. Dit aangezien deze definities onvolkomenheden en onduidelijkheden bevatten en/of gebrekkig zijn gemotiveerd. Verder is het wenselijk om de wijze van meten ten aanzien van de oppervlakte van bouwwerken aan te vullen. De wijzigingen worden in deze paragraaf aangegeven, waarbij ‘oud’ verwijst naar de regels van het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ zoals vastgesteld in september 2014 en ‘nieuw’ naar de regeling zoals deze is opgenomen in voorliggende herziening (en daarmee de regels van het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ wijzigt). 1.25 bouwwerk Oud: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. Nieuw: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
1.26 bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf Oud: een eenvoudig bouwwerk voor recreatief nachtverblijf zoals een stacaravan, chalet en trekkershut, niet zijnde een recreatiewoning, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt. Nieuw: een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf zoals een stacaravan, chalet en trekkershut, niet zijnde een recreatiewoning. 1.38 hoofdwoonverblijf Oud: a. de plaats die fungeert als het centrum van sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene, die voor permanente bewoning geschikt is en tenminste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid;
Hoofdstuk 2
2
b. een gebouw of een deel van een gebouw waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste 4 maanden verblijft, met dien verstande dat van een gebruik als hoofdwoonverblijf voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf kan worden beschikt. Nieuw: Dit begrip en de definitie zijn verwijderd, omdat dit begrip in de jurisprudentie voldoende is gedefinieerd. 1.39 kampeermiddel Oud: niet als omgevingsvergunningplichtig bouwwerk aan te merken tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben en voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel. Nieuw: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf. 1.48 Overkapping Oud: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. Nieuw: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, waaronder een luifel, afdak of carport.
1.49 Permanente bewoning Oud: het gebruik van een gebouw door eenzelfde persoon of eenzelfde huishouden op een wijze die ingevolge het bepaalde in de artikelen 24 tot en met 31 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving in de basisadministratie van de gemeente Oisterwijk en het gebruik van het gebouw als hoofdwoonverblijf. Nieuw: Het gebruik als hoofdverblijf. 1.54 Recreatief nachtverblijf Oud: nachtverblijf door één of meerdere personen in een kampeermiddel en/of bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf en/of recreatiewoning en die hun hoofdwoonverblijf elders hebben.
Hoofdstuk 2
3
Nieuw: Recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.55 Recreatiewoning Oud: een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en een caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Nieuw: een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en een caravan of andere constructie op wielen zijnde, bestemd voor recreatief nachtverblijf. 1.59 Standplaats Oud: het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel en/ of voor bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, inclusief de bij dat middel behorende ondergeschikte onderkomens en deze mogen gedurende het gehele jaar aanwezig zijn en gebruikt worden. Nieuw: het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel en/ of bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.63 Verblijfsrecreatie Oud: het kortdurend verblijf van één of meerdere personen met overnachting die elders hun hoofdwoonverblijf hebben, waarbij in ieder geval geen sprake is van permanente bewoning. Nieuw: het houden van recreatief verblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
1.67 zomerseizoen Oud: de periode van 1 maart tot 15 november. Nieuw: Dit begrip en de definitie zijn verwijderd. Overstek Oud: Dit begrip is niet opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’. Nieuw: Hoofdstuk 2
4
Het volgende begrip wordt toegevoegd: Het overhangende gedeelte van het dak en/of de gootconstructie van een bouwwerk.
2.8 Oppervlakte van een bouwwerk Oud: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Nieuw: Hieraan wordt toegevoegd: ‘….., waarbij overstekken tot een halve meter niet meegerekend worden’.
2.2 Overige aanpassingen De meeste wijzigingen die voorliggende herziening aanbrengt hebben betrekking op de begrippen en bijbehorende definities in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’. De overige aanpassingen worden in deze paragraaf beschreven. Artikel 4 Recreatie – Verblijfsrecreatie Bouwregels In de bouwregels is een aantal correcties, verduidelijkingen en verbeteringen doorgevoerd. Het betreft in ieder geval de volgende zaken: De huidige planologische regeling biedt geen mogelijkheden voor de realisatie van overkappingen bij recreatiewoningen, bouwwerken voor recreatieve nachtverblijven, bedrijfswoningen en bijgebouwen bij recreatiewoningen. De bouwregels worden overeenkomstig aangepast. Hiertoe is regeling toegevoegd voor het bouwen van (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen toegevoegd aan de bouwregels voor bebouwing ten behoeve van recreatief nachtverblijf (artikel 4.2.1 en 4.2.2). De aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ en ‘specifieke bouwaanduiding – 3’ zijn verwijderd van de verbeelding en uit de planregels. De regels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ met betrekking tot het maximum aantal standplaatsen correspondeerden niet. De aanduiding ‘maximale aantal vaste- en niet-vaste standplaatsen kampeermiddel’ op de verbeelding kwam niet voor in de regels.
In artikel 4.4.2 werd gesproken over de aanduiding ‘maximale aantal standplaatsen’. Laatstgenoemde aanduiding wordt op de verbeelding opgenomen. Hiermee is er sprake van een correctie; deze aanpassing leidt niet tot een beperking of toevoeging van bouw-/gebruiksmogelijkheden. De bouwregels welke betrekking hadden op het begrip ‘zomerseizoen’ zijn verwijderd. Opgemerkt wordt dat, aanvullend op de (ruimtelijke) regels die het bestemmingsplan stelt, het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen tevens van toepassing is. Specifieke gebruiksregels Bij de specifieke gebruiksregels, in sublid 4.4.1 a is het gebruiksverbod met betrekking tot permanente bewoning opgenomen. Dit is aangepast.
Hoofdstuk 2
5
Oud: permanente bewoning of laten bewonen van kampeermiddelen, bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf en/of recreatiewoningen met bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen is niet toegestaan; Nieuw: permanente bewoning van bouwwerken en kampeermiddelen, met uitzondering van bedrijfswoningen als bedoeld in lid 4.1 onder d en kampeermiddelen voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel, is niet toegestaan; Door de wijziging is het duidelijk dat geen enkel bouwwerk voor permanente bewoning gebruikt mag worden, tenzij het gaat om aangeduide bedrijfswoningen. Ook wordt een uitzondering gemaakt voor bewoning van kampeermiddelen voor tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel. Dit zijn dezelfde mogelijkheden als de planregels in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’, zoals vastgesteld op 25 september 2014 (4.1 d en 4.1 z), maar bij die regeling werden de uitzonderingen niet bij het gebruiksverbod aangegeven. Zomerseizoen Het begrip ‘zomerseizoen’ is verwijderd, zoals is aangegeven in paragraaf 2.1 van voorliggende toelichting. In lid 4.4.2 van de planregels in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’, zoals vastgesteld op 25 september 2014, staan de specifieke gebruiksregels over het gebruik van het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen.
Bij de bepalingen wordt een aantal keer aangegeven dat het gebruik alleen in het zomerseizoen is toegestaan. Deze beperking is, in lijn met de begripsbepaling, verwijderd. Bouwvak en bouwvlak In de planregels in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’, zoals vastgesteld op 25 september 2014 worden de begrippen ‘bouwvak’ en ‘bouwvlak’ door elkaar heen gebruikt. Het gebruik van het begrip ‘bouwvak’ betreft een omissie/verschrijving. Vandaar dat in voorliggende herziening is geregeld dat het woord 'bouwvak' overal waar dat voorkomt in de regels van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', gewijzigd wordt in 'bouwvlak'.
Hoofdstuk 2
6
3.
BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het relevante beleidskader toegelicht en wordt gekeken wat de doorwerking van het beleid is of wat dit betekent voor het plan.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo'n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen. Doorwerking plangebied De voorliggende herziening zorgt voor kleine aanpassingen in het vigerende bestemmingsplan. Gezien de aard en schaalgrootte van het plan zijn er geen Rijksbelangen in het geding. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI (voorheen: SVIR) die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.
Hoofdstuk 3
7
Doorwerking plangebied De voorliggende herziening zorgt voor kleine aanpassingen in het bestemmingsplan, die niet strijdig zijn met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Doorwerking plangebied Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk en daarom hoeft geen toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking plaats te vinden.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De voorliggende herziening dient in lijn te zijn met de basisopgave van de omgevingsvisie waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. Het voorliggende bestemmingsplan herstelt een aantal onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities in het ‘moederplan’. Er worden geen provinciale belangen geschaad. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
8
Doorwerking plangebied Zoals ook aangegeven bij de doorwerking van de provinciale omgevingsvisie, maakt het voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die provinciale belangen schaden. Het gaat om het herstel van een aantal onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities in het ‘moederplan’.
3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Oisterwijk Op 22 december 2016 heeft de gemeente Oisterwijk de Omgevingsvisie Oisterwijk vastgesteld. Met de omgevingsvisie wil de gemeente een beleidskader opstellen, dat de inwoners, ondernemers én bestuurders inspireert. In het document worden de kaders omschreven, waarbinnen initiatiefnemers worden uitgenodigd om hun plannen op te stellen. Hiermee zal de visie opgesteld worden volgens de gedachtegang van de uitnodigingsplanologie. De gemeente bepaalt niet meer wat ergens moet komen, maar geeft enkel aan binnen welke kaders projecten de meeste slagingskansen hebben. Het is vervolgens aan de burger en/of ondernemer om hiermee aan de slag te gaan. De visie dient als: Inspiratie voor ondernemers, bestuurders en inwoners. Richtinggevend kader voor het toekomstig gemeentelijk ruimtelijk ordeningsbeleid. Toetsingskader voor individuele verzoeken en initiatieven die niet passen binnen de bestemmingsplannen. Input voor overleg met de Provincie en de regio over de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Basis voor kostenverhaal (grondexploitatie-instrument). In de Omgevingsvisie wordt de vrijetijdseconomie (recreatie, toerisme en horeca) als een belangrijke sector binnen de gemeente beschouwd. Een deel van de voorzieningen in dag- en verblijfsrecreatie is echter verouderd.
Dit zorgt voor een mis-match tussen verwachtingen van bezoekers en daadwerkelijk aanbod. De gemeente heeft daarom de ambitie om te werken aan kwaliteitsverbetering. Dat betekent: zoeken naar mogelijkheden om bedrijven met toeristische kwaliteit en perspectief verder te kunnen laten ontwikkelen. Permanente bewoning en arbeidsmigranten op recreatieparken zijn niet toegestaan en passen niet bij een gemeente met een toeristisch profiel. Doorwerking plangebied De gemeente kiest ervoor het moederplan voor de verblijfsrecreatieterreinen binnen de gemeente op een aantal punten te verbeteren/ verduidelijken en herstellen. Dit heeft geen invloed op de beleidsdoelen zoals deze in de omgevingsvisie zijn opgenomen. De wijzigingen leiden tot een beter leesbaar en werkbaar bestemmingsplan, waar alle gebruikers van het plan bij gebaat zijn. Een werkbaar en leesbaar bestemmingsplan is een voorwaarde om de gemeentelijke ambitie op het gebied van vrijetijdseconomie te bewerkstelligen. De herziening van het bestemmingsplan faciliteert derhalve de gemeentelijke ambitie ten aanzien van de vrijetijdseconomie. Permanente bewoning en huisvesting van arbeidsmigranten zijn in het vigerende bestemmingsplan reeds uitgesloten.
Hoofdstuk 3
9
4.
OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Kleinschalige, ondergeschikte ontwikkelingen Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het herstel van een aantal onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities in het ‘moederplan’. Dit plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk met een impact op de omgeving waardoor onderzoeken naar omgevingsaspecten noodzakelijk zijn.
Hoofdstuk 4
10
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding, regels en (voorliggende) toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding. In deze bestemmingsplanherziening wordt een aantal onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities hersteld. Om welke aanpassingen het gaat wordt beschreven in hoofdstuk 2. Het voorliggende bestemmingsplan ‘hangt’ over het ‘moederplan’ (Verblijfsrecreatieterreinen) heen en past specifieke onderdelen van de regels van het moederplan aan. De verbeelding bestaat uit één aanduiding, die over de gehele verbeelding van het moederplan heen ‘hangt’. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2 Plansystematiek Hoofdstuk 1: inleidende regels De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit 4 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt een aantal standaardbegrippen aangegeven, dat volgens SVBP 2012 verplicht opgenomen dient te worden. De herziening wijzigt en schrapt ook een aantal begrippen uit het moederplan. Deze wijzigingen zijn eveneens in hoofdstuk 1 aangegeven. Dit gebeurt door eerst het begrip aan te geven, waarna is bepaald of het begrip wordt verwijderd of vervangen door een nieuwe tekst. Het ziet er als volgt uit: 1.25 bouwwerk De tekst van lid 1.25 wordt vervangen door de in artikel 1 van deze regels opgenomen tekst: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Of, bij verwijdering:
Hoofdstuk 5
11
1.38 hoofdwoonverblijf Lid 1.38 wordt verwijderd. Ook wordt in hoofdstuk 1 het toepassingsbereik van voorliggende bestemmingsplanherziening beschreven. Hierin staat dat het plan alleen die onderdelen van de onderliggende bestemmingsplannen wijzigt waar expliciet iets over gezegd wordt in de regels, of waar op de verbeelding een wijziging is aangegeven. Het moederplan blijft, met uitzondering van deze aanpassingen, ongewijzigd van kracht. De aanpassingen gelden ook voor eventuele wijzigingsplannen die op basis van het moederplan zijn opgesteld en in werking zijn getreden. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In hoofdstuk 2 van het bestemmingsplan worden de aanpassingen, die met dit plan in de regels van het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’, zoals vastgesteld op 25 september 2014, worden aangebracht, aangegeven. In dit artikel worden een paar aanpassingen doorgevoerd in de regels. Het (sub)lid wordt aangegeven, waarna is bepaald dat de tekst in het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen’ wordt vervangen door de tekst zoals opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
Het ziet er als volgt uit: 4.4.1 Specifieke gebruiksregels - Algemeen Sublid 4.4.1 a wordt vervangen door: permanente bewoning van bouwwerken en kampeermiddelen, met uitzondering van bedrijfswoningen als bedoeld in lid 4.1 onder d en kampeermiddelen voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel, is niet toegestaan; In artikel 7 staat dat het woord 'bouwvak' overal waar dat voorkomt in de regels van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', wordt gewijzigd in 'bouwvlak'. Meer informatie over de wijzigingen is te vinden in hoofdstuk 2 van deze toelichting. Hoofdstuk 3 en 4: algemene regels en overgangs- en slotregels Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat een aantal bepalingen altijd opgenomen worden in een bestemmingsplan. Het gaat om de zogenaamde anti-dubbeltelregel, die er voor zorgt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing wordt gelaten. Ook dient overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik opgenomen te zijn. Deze artikelen zijn terug te vinden in hoofdstuk 3 en 4 van het bestemmingsplan.
Hoofdstuk 5
12
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.1.1 Financieel economische haalbaarheid De voorliggende bestemmingsplanherziening zorgt voor het herstel van een aantal omissies en verduidelijking van het bestemmingsplan ‘Verblijfsrecreatieterreinen. Er is dan ook geen sprake van een financiële haalbaarheid van ontwikkelingen die aangetoond dient te worden. 6.1.2 Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van bepaalde wettelijk vastgelegde bouwplannen. Daarvan is geen sprake bij dit bestemmingsplan.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg en inspraak; Indienen zienswijzen; Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg en inspraak Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd.
Er zijn drie overlegreacties ontvangen: De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat het plan in overeenstemming is met provinciale belangen; Hoofdstuk 6
13
Het waterschap heeft aangegeven dat de herziening in principe geen waterbelang heeft. Wel is aangegeven dat enkele plandelen binnen Regionale Waterbergingsgebieden zijn gelegen conform provinciaal beleid (Omgevingsverordening Noord-Brabant). Deze gebieden worden voorzien van een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’. Binnen deze gronden worden beperkingen gesteld aan het bebouwen van de gronden en het uitvoeren van enkele categorieën van werkzaamheden. De veiligheidsregio heeft geadviseerd om het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen te raadplegen. Deze reactie gaf geen aanleiding tot aanpassing van de bouwregels, maar wel tot een aanvulling in de plantoelichting.
Gezien de aard van het plan is er geen inspraak gevoerd. Wel zijn de eigenaren van alle betrokken recreatieterreinen in het plangebied voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan geïnformeerd over de herziening. Tevens zijn zij in de gelegenheid gesteld om hierop een reactie te geven. Er zijn diverse reacties gegeven. Hoofdzakelijk betrof dit vragen om nadere informatie, die door de gemeente vervolgens is verstrekt. Eén reactie heeft aanleiding gegeven tot een aanpassing in het plan, omdat er een omissie in de bouwregels ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ bleek te zitten. 6.2.2 Zienswijzen Met de kennisgeving van de ter inzage legging van het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan is de formele procedure voor de vaststelling van het plan gestart. Als onderdeel van deze procedure is het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd voor het inbrengen van zienswijzen, van 26 november 2021 tot en met 6 januari 2022. Gelijktijdig met de plaatsing van de kennisgeving is het ontwerpbestemmingsplan langs elektronische weg toegezonden aan de reeds betrokken gemeenten, provincie, waterschappen en uitvoeringsdiensten van het Rijk. Binnen de periode van tervisielegging zijn zes schriftelijke zienswijzen ingediend.
Deze zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de als bijlage bij deze toelichting opgenomen Nota zienswijzen. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ambtshalve is de Nota zienswijzen als bijlage bij het plan toegevoegd en is de onderhavige paragraaf geactualiseerd. 6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt op 10 maart 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Na vaststelling wordt het plan wederom gedurende 6 weken gepubliceerd, Belanghebbenden kunnen dan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Hoofdstuk 6
14
BIJLAGE
Hoofdstuk 6
15
Bijlage 1: Nota van zienswijzen
Hoofdstuk 6
16
Nota zienswijzen Bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
Inhoudsopgave Pagina
1.
INLEIDING .......................................................... 3
2.
Zienswijzen ......................................................... 4
2.1
Reclamant 1, 2, 3 en 6 ................................................ 4
2.2
Reclamant 4 ......................................................... 5
2.3
Reclamant 5 ......................................................... 6
3.
Ambtshalve aanpassingen ............................................ 7
Nota zienswijzen bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
2
1.
INLEIDING
Het ontwerp van het bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen met bijbehorende stukken heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen van 26 november 2021 tot en met 6 januari 2022. Ook is het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar gemaakt via de gemeentelijke website en de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de periode van tervisielegging zijn zes zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn binnengekomen en derhalve ontvankelijk. In hoofdstuk 2 van deze nota is de reactie samengevat en beantwoord.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
3
2.
Zienswijzen
Gedurende de periode van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn zes zienswijzen ingediend door de onderstaande personen:
Reclamant 1; Reclamant 2; Reclamant 3; Reclamant 4; Reclamant 5; Reclamant 6.
Hierna is de zienswijze samengevat weergegeven en beantwoord. Dat de zienswijze is samengevat, betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld. Bij de beantwoording van de zienswijze is de volledige reactie betrokken.
2.1
Reclamant 1, 2, 3 en 6
Reclamanten vragen aandacht voor de volgende punten. 2.1.1 Gevolg van de technische wijzigingen verhelderen Reclamanten merken op dat de wijzigingen in het bestemmingsplan van technische aard lijken te zijn. Uit de toelichting blijkt onvoldoende wat de gevolgen van de wijzigingen zijn. Beantwoording: Zoals is aangegeven in de toelichting van het bestemmingsplan bevat het bestemmingsplan “Verblijfsrecreatieterreinen” (vastgesteld op 25 september 2014) een aantal onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities. Deze zaken worden met de herziening hersteld. Gevolg van de wijzigingen die worden doorgevoerd is hoofdzakelijk dat dat voor gebruikers een beter leesbaar bestemmingsplan ontstaat en voor ons als gemeente eveneens een beter toetsbaar bestemmingsplan. Voor de specifieke wijzigingen die worden doorgevoerd met de onderhavige herziening wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van de toelichting. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2.1.2 Actuele ontwikkelingen vermelden Reclamanten merken op dat in de herziening actuele ontwikkelingen met betrekking tot verblijfsrecreatie en permanent wonen niet worden benoemd.
Dit terwijl een amendement is aangenomen op de Perspectiefnota 2021-2024 waarin wordt vermeld dat de gemeente streeft naar maatwerk voor een viertal parken met een hoge kwaliteit, maar met weinig toeristisch perspectief. Reclamanten wensen meer inzicht te verwerven in de criteria van de gemeente voor een dergelijk plan. Verder merken reclamanten op dat is aangegeven dat De Noenes als pilot wordt gezien. Pas als daar een ‘ei over is gelegd’, zou de gemeente de situatie rond vier parken met hoge
Nota zienswijzen bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
4
kwaliteit en weinig toeristisch perspectief willen bezien. Reclamanten benoemen dat het wenselijk is om eerder met elkaar in gesprek te gaan, namelijk nadat het juridische onderzoek is afgerond. Beantwoording: Het bestemmingsplan “Herziening verblijfsrecreatieterreinen” betreft uitsluitend een geringe herziening, waarbij met name enkele omissies worden hersteld en definities worden aangescherpt. Het betreft géén inhoudelijke herziening van de geldende planologische kaders. Het uitgangspunt van het bestemmingsplan “Verblijfsrecreatieterreinen” is dat permanente bewoning niet is toegestaan. Dit uitgangspunt blijft dan ook in de onderhavige herziening ongewijzigd. Daarom wordt in het bestemmingsplan “Herziening verblijfsrecreatieterreinen” niet ingegaan op actuele ontwikkelingen met betrekking tot verblijfsrecreatie en permanent wonen. Maatwerk waarop wordt gedoeld voor parken met een hoge kwaliteit en met weinig toeristisch perspectief betreffen afzonderlijke ruimtelijke procedures. Verder kan hierbij opgemerkt worden dat momenteel inderdaad een onderzoek wordt uitgevoerd naar de juridische mogelijkheden omtrent permanente bewoning op recreatiewoningen. Wanneer dit onderzoek is afgerond, ontstaat pas enig inzicht in eventuele criteria. Vanaf dat stadium is het dan ook pas zinvol om met elkaar in gesprek te komen.
Het signaal om niet pas na afronding van het traject voor De Noenes, maar eerder, met elkaar in gesprek te komen is dan ook aangekomen. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2.2
Reclamant 4
Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 2.2.1 Toestaan permanente bewoning Reclamant merkt op dat het wenselijk is om de bestemming voor recreatiepark ‘Hermitage’ te wijzigen naar ‘wonen’, waarbij de recreatiewoningen permanent bewoond kunnen worden. Dit aangezien het recreatiepark ‘Hermitage’ volgens het project “Duurzaam en veilig recreëren” geen toeristisch/recreatief perspectief heeft en dus niet beschouwd kan worden als een recreatieterrein. Recreatiepark ‘Hermitage’ heeft ook de aandacht van het burgerinitiatief Parken Zonder Toeristisch Perspectief wat aanduidt dat het noodzakelijk is dat bestemmingsplan nodig veranderd zou worden. De voorgestelde verandering sluit bovendien aan bij de wijziging van het Besluit omgevingsrecht, waarbij de mogelijkheden voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor permanente bewoning van recreatiewoningen worden verruimd. Bovendien merkt reclamant op dat de gewijzigde omgevingswet gemeenten meer ruimte biedt om permanente bewoning van een recreatiewoning mogelijk te maken. Reactie: Zoals in paragraaf 2.1.2 is aangegeven, betreft de onderhavige herziening uitsluitend een geringe herziening, waarbij met name enkele omissies worden hersteld en definities worden aangescherpt. Het betreft géén inhoudelijke herziening van de geldende planologische kaders.
Het uitgangspunt van het bestemmingsplan “Verblijfsrecreatieterreinen” is dat
Nota zienswijzen bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
5
permanente bewoning niet is toegestaan. Dit uitgangspunt blijft dan ook in de onderhavige herziening ongewijzigd. Zoals in paragraaf 2.1.2 ook is aangegeven, zijn we momenteel bezig met een onderzoek naar de juridische mogelijkheden omtrent permanente bewoning op recreatiewoningen. Dit onderzoek wordt in principe uitgevoerd voor De Noenes, maar geeft ook input voor andere recreatieparken binnen onze gemeente. De Noenes wordt hierbij als pilot gezien. Pas wanneer het traject voor De Noenes is afgerond, wordt eventueel gekeken naar maatwerk voor andere recreatieparken. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2.3
Reclamant 5
Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: Reclamant geeft met betrekking tot de ‘Groenstrook Hermitage’ aan dat eerder om ontheffing is verzocht om deels buiten een bouwvlak een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf op te richten. Deze ontheffing zag op één bouwvlak die qua omvang te gering is (omvang van 36 m2) om een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf van voldoende omvang op te richten. Deze omgevingsvergunning is nadien ingetrokken. In het verleden is vaker bezwaar gemaakt op zowel de positie als de afmetingen van de ingetekende bouwvlakken. Dit omdat de ingetekende bouwvlakken weinig te maken hebben met de aanwezige opstallen. Daarnaast merkt reclamant op dat de bouwvlakken qua omvang nogal sterk verschillen en het aantal bouwvlakken ter plaatse van dit perceel niet correspondeert met de aanwezige opstallen. Daarom wordt verzocht om het betreffende bouwvlak met een omvang van 36 m2 aan te passen naar minimaal 54 m2 of groter en te verschuiven naar minimaal 1 meter van de erfgrens. Op deze manier kan namelijk een meer eenduidige aanpak van de herinrichting worden nagestreefd. Reactie: Zoals in de voorgaande paragrafen is aangegeven, betreft de onderhavige herziening uitsluitend een geringe herziening, waarbij met name enkele onvolkomenheden, onduidelijkheden en gebrekkige definities worden hersteld.
Het betreft géén inhoudelijke herziening van de geldende planologische kaders. Dit maakt dat de bouwvlakken ter plaatse van ‘Groenstrook Hermitage’, zoals bepaald in het bestemmingsplan Verblijfsrecreatieterreinen (vastgesteld op 25 september 2014), als uitgangspunt blijven fungeren in de onderhavige herziening. Voor zover wordt beoogd om één bouwvlak te vergroten en te verschuiven dient hier een afzonderlijke ruimtelijke procedure voor doorlopen te worden. Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
6
3.
Ambtshalve aanpassingen
In hoofdstuk 2 is aangegeven of (en zo ja, hoe) de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In sommige gevallen is er tevens aanleiding tot aanvullende aanpassingen zonder dat daar een zienswijze aan ten grondslag ligt. Dit betreffen de zogenaamde ambtshalve wijzigingen. Het bestemmingsplan is hierbij op de onderstaande onderdelen aangepast: 1. In de toelichting wordt hoofdstuk 6 aangevuld ter beschrijving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 2. De nota zienswijzen wordt als bijlage toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan.
Nota zienswijzen bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen
7
Herziening verblijfsrecreatieterreinen
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Begrippen Wijze van meten Toepassing regels Wijzigingen begrippen bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen' Wijziging wijze van meten
4 6 7 8 10
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
11
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingen 'Verblijfsrecreatieterreinen' Bouwvak wordt bouwvlak Waterstaat - Waterbergingsgebied
11 14 15
Hoofdstuk 3
Algemene regels
17
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
17
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
18
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
18 19
2
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Regels
Hoofdstuk 6
18
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
Het bestemmingsplan Herziening verblijfsrecreatieterreinen met identificatienummer NL.IMRO.0824.HerzVerblijfsrecr-VA01 van de gemeente Oisterwijk. 1.2
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/ of het bebouwen van deze gronden. 1.4
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.6
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.7
Bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.8
Bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf
Een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf zoals een stacaravan, chalet en trekkershut, niet zijnde een recreatiewoning. 1.9
Kampeermiddel
Tenten, vouwwagens, kampeerauto's, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf.
4
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
1.10
Overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, waaronder een luifel, afdak of carport. 1.11
Overstek
Het overhangende gedeelte van het dak en/of de gootconstructie van een bouwwerk. 1.12
Permanente bewoning
Het gebruik als hoofdverblijf. 1.13
Recreatief nachtverblijf
Recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.14
Recreatiewoning
Een permanent aanwezig gebouw, geen woonkeet en een caravan of andere constructie op wielen zijnde, bestemd voor recreatief nachtverblijf. 1.15
Standplaats
Het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel en/ of bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.16
Verblijfsrecreatie
Recreatief verblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
5
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, waarbij overstekken tot een halve meter niet meegerekend worden.
6
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Artikel 3
Toepassing regels
a. De regels van dit plan gelden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - herziening regels'. b. Dit plan laat de regels en verbeelding van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', met IMRO-idn: NL.IMRO.0824.verblijfsrecreatie-VG02, ongewijzigd van toepassing, tenzij: 1. in deze regels expliciet wordt aangegeven dat een artikel of lid in de regels wordt aangepast, verwijderd of vervangen; 2. op de verbeelding van dit plan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - te verwijderen aanduiding' anders is aangegeven. De aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 2' en 'specifieke bouwaanduiding - 3' vervallen voor de betreffende gronden; 3. de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen' op de verbeelding van dit plan is opgenomen. Deze vervangt de aanduiding 'maximale aantal vaste- en niet-vaste standplaatsen kampeermiddel'; 4. op de verbeelding de bestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' is opgenomen. De hierbij behorende regels worden tevens van toepassing verklaard; c. De wijziging van de regels van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', met IMRO-idn: NL.IMRO.0824.verblijfsrecreatie-VG02, werkt door in wijzigingsplannen die op basis van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen' zijn opgesteld en in werking zijn getreden. d.
Dit plan laat de regels en verbeelding van het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Oisterwijk', met IMRO-idn: NL.IMRO.0824.BPParkeren-VA01, ongewijzigd van toepassing.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
7
Artikel 4 Wijzigingen begrippen bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen' In artikel 1 van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', met IMRO-idn: NL.IMRO.0824.verblijfsrecreatie-VG02, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd.
1.25 bouwwerk De tekst van lid 1.25 wordt vervangen door de tekst in lid 1.7 van deze regels
1.26 bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf De tekst van lid 1.26 wordt vervangen door de tekst in lid 1.8 van deze regels.
1.38 hoofdwoonverblijf Lid 1.38 wordt verwijderd.
1.39 kampeermiddel De tekst van lid 1.39 wordt vervangen door de tekst in lid 1.9 van deze regels.
1.48 overkapping De tekst van lid 1.48 wordt vervangen door de tekst in lid 1.10 van deze regels.
1.49 permanente bewoning De tekst van lid 1.49 wordt vervangen door de tekst in lid 1.12 van deze regels.
1.54 recreatief nachtverblijf De tekst van lid 1.54 wordt vervangen door de tekst in lid 1.13 van deze regels.
1.55 recreatiewoning De tekst van lid 1.55 wordt vervangen door de tekst in lid 1.14 van deze regels.
1.59 standplaats De tekst van lid 1.59 wordt vervangen door de tekst in lid 1.15 van deze regels.
1.63 verblijfsrecreatie De tekst van lid 1.63 wordt vervangen door de tekst in lid 1.16 van deze regels.
1.67 zomerseizoen
8
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Lid 1.67 wordt verwijderd.
Overstek Er wordt een begripsbepaling 'overstek' toegevoegd overeenkomst de tekst in lid 1.11 van deze regels.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
9
Artikel 5
Wijziging wijze van meten
In artikel 2 van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen', met IMRO-idn: NL.IMRO.0824.verblijfsrecreatie-VG02, wordt de volgende wijziging doorgevoerd.
2.8 oppervlakte van een bouwwerk De tekst van lid 2.8 wordt vervangen door de tekst in lid 2.1 van deze regels.
10
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 6
Bestemmingsregels
Bestemmingen 'Verblijfsrecreatieterreinen'
4.1 Bouwregels 4.2.1 Toelaatbare bebouwing Artikel 4.2.1 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Op deze gronden mag worden gebouwd: a. ter plaatse van het bouwvlak: 1. gebouwen en overkappingen ten behoeve van alle voorzieningen; 2. recreatiewoningen met bijbehorende aan- of uitbouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ter plaatse van een standplaats: 1. bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, met bijbehorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. buiten het bouwvlak: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Met inachtneming van het volgende: 4.2.2 Maatvoeringen Artikel 4.2.2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Afstanden a. de afstand van gebouwen tot aan de perceelsgrens bedraagt minimaal 2,5 m; b. de afstand van een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf en/of een recreatiewoning tot aan de standplaatsgrens bedraagt 0 of ten minste 1 m; c. de afstand tussen een bijgebouw en een standplaatsgrens en/of de perceelsgrens van een recreatiewoning bedraagt ten minste 1 m. Oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogten d.
het totale oppervlak aan gebouwen en overkappingen als bedoeld in lid 4.2.1 onder a.1 ten behoeve van alle voorzieningen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; e. de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen, overkappingen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf bedragen ten hoogste de navolgende maten: Gebouw en/of bouwwerk ten Oppervlakte Inhoud Goothoogte Bouwhoogbehoeve van recreatief te nachtverblijf Bouwwerken ten behoeve van 54 m² 3,5 m 3,5 m recreatief nachtverblijf, inclusief aan-, uit-, bijgebouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen Recreatiewoning, inclusief aan-, 60 m³ 3,5 m 7m uit-, bijgebouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
11
Bedrijfswoning, inclusief aan-, 750 m³ uitbouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen Bijgebouw bij een bedrijfswoning, 100 m² inclusief overkappingen (vrijstaand of aangebouwd aan een bijgebouw) Gebouwen en overkappingen ten zie aanduiding behoeve van voorzieningen 'maximum bebouwingspercentage'
5,5 m
10 m
2,75 m
4,75 m
6m
9m
f.
de goothoogte van bedrijfswoningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: 1. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt; 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt; 3. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van de bedrijfswoning ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; 4. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van de bedrijfswoning ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt; g. met dien verstande dat voor de bijbehorende aangebouwde overkappingen bij bedrijfswoningen de volgende regels gelden: 1. de diepte van overkappingen aan de voor- en zijgevel mag ten hoogste 2 m bedragen; 2. de diepte van overkappingen aan de achtergevel mag ten hoogste 4 m bedragen. met dien verstande dat: h.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' voor de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf en/of recreatiewoningen ten hoogste de navolgende maten gelden: Standplaatsgrootte/ perceelsgrootte tot 150 m² 150-300 m² 300-500 m² groter dan 500 m² maximum oppervlakte bouwwerken ten 54 m² 72 m² 82 m² 95 m² behoeve van recreatief nachtverblijf inclusief aan- , uit-, bijgebouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen maximum oppervlakte 63 m² 66 m² 82 m² 95 m² recreatiewoning inclusief aan-, uit, bijgebouwen en (vrijstaande of aangebouwde) overkappingen i. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste de navolgende maten bedraagt: Bouwwerk, geen gebouw zijnde Bouwhoogte Licht- en vlaggenmasten 10 m Erf- en terreinafscheidingen op gronden die zijn gekeerd naar 1m de openbare weg en die liggen buiten een bouwvlak Erfp- en terreinafscheidingen elders 2m Speeltoestellen 5m Pergola's 2,75 m Ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie': een 41 m zend- en ontvangstinstallatie Vrijstaande antennemasten 18 m Overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde 2 m
12
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
4.4.1 Specifieke gebruiksregels - Algemeen Sublid 4.4.1 a wordt vervangen door: permanente bewoning van bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf en kampeermiddelen, met uitzondering van bedrijfswoningen als bedoeld in lid 4.1 onder d en kampeermiddelen voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel, is niet toegestaan; 4.4.2 Specifieke gebruiksregels - Aantallen Sublid 4.4.2 a wordt vervanen door: het maximale aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen' aangegeven aantal;
Sublid 4.4.2 d wordt vervangen door: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 4' geldt: 1. ten minste 76 standplaatsen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie in kampeermiddelen; 2. ten hoogste 4 standplaatsen zijn bedoeld voor een bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf; Sublid 4.4.2 e wordt vervangen door: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 5' geldt dat: 1. het aantal hotelkamers bedraagt ten hoogste 20 voor alle recreatiewoningen gezamenlijk; Sublid 4.4.2 f wordt vervangen door: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 7' geldt: 1. ten minste 80 standplaatsen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie in kampeermiddelen.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
13
Artikel 7
Bouwvak wordt bouwvlak
Het woord 'bouwvak' wordt overal waar dat voorkomt in de regels van het bestemmingsplan 'Verblijfsrecreatieterreinen' gewijzigd in 'bouwvlak'.
14
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Artikel 8
Waterstaat - Waterbergingsgebied
Er wordt een nieuw artikel 9 'Waterstaat - Regionale waterberging' toegevoegd, dat als volgt komt te luiden. 8.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van regionale waterbergingsgebieden. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Gebouwen
Op de voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op de voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van de onderliggende bestemmingen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 2 m mag bedragen. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Algemeen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 en/of 8.2.2 en toestaan dat gebouwen ten dienste van de onderliggende bestemming worden gebouwd
8.3.2
Toelaatbaarheid
Een in artikel 8.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden dan wel de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen niet in strijd zijn met het doelmatig functioneren van het waterbergingsgebied. Met betrekking tot de gevolgen voor het waterbergend vermogen wordt advies gevraagd aan het waterschap. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Verbod
Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken en/of werkzaamheden buiten het bouwvlak te verrichten: a. het ophogen van gronden; b. het aanbrengen van kaden en het wijzigen daarvan. 8.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
15
8.4.3
Toelaatbaarheid
Een in artikel 8.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden dan wel de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen niet in strijd zijn met het doelmatig functioneren van het waterbergingsgebied. Met betrekking tot de gevolgen voor het waterbergend vermogen wordt advies gevraagd aan het waterschap.
16
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
17
Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bestaande bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
Overgangsrecht bestaand gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
18
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Herziening verblijfsrecreatieterreinen'.
Bestemmingsplan "Herziening verblijfsrecreatieterreinen" (vastgesteld)
19
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 6
19