CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

22-64 OVGB Uitbreiding tuinplantenkwekerij Oisterwijksedreef 4a- Bijlage 2.5 Berekening AERIUS Calculator

RAAD 10 maart 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 22-64 Ontwerpverklaring van geen bedenkingen uitbreiding van de tuinplantenkwekerij Oisterwijksedreef 4a Haaren2.878 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Berekening stikstofdepositie AERIUS Calculator

Onderwerp

: Berekening stikstofdepositie AERIUS Calculator Oisterwijksedreef 4a, 5076 NA Haaren

Opgesteld door Projectnr. Datum

: ing. L.M.M. Soetens : 1917-2 : Januari 2022

Inleiding voornemen Aan de Oisterwijksedreef 4a te Haaren is een agrarisch bedrijf, in de vorm van een tuinplantenkwekerij, aanwezig. De huidige teelt vindt hierbij met name plaats in de vollegrond. Ten behoeve van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is de doelstelling om het bedrijf uit te breiden met een foliekas (circa 4.550 m2) en een tweetal watersilo’s. Tevens wordt hierbij extra erfverharding aangelegd en wordt de beoogde bedrijfsopzet landschappelijk ingepast. Om de beoogde situatie mogelijk te maken is een omgevingsvergunning benodigd. In de huidige situatie zorgt de exploitatie van het bedrijf, wegens gasverbruik voor o.a. verwarming in de bedrijfswoning en in de loods, reeds voor een uitstoot van stikstofverbindingen. Tevens is er sprake van voertuigbewegingen. Bovengenoemde activiteiten (CV-ketel, voertuigbewegingen) kunnen mogelijk een stikstofdepositie tot gevolg hebben in de Natura 2000-gebieden. In onderhavige memo wordt de stikstofdepositie ten gevolge van de beoogde situatie inzichtelijk gemaakt.

Wettelijk kader De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en heeft daarbij het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten (‘gebiedsbescherming’ en ‘soortenbescherming’). Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn als uitgangspunt genomen. Ten aanzien van gebiedsbescherming is in de Wet natuurbescherming opgenomen dat beoordeeld dient te worden of plannen en projecten significante gevolgen kunnen hebben voor de Natura 2000gebieden. Een project is vergunningplichtig op grond van de Wet natuurbescherming indien het project significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Indien een project geen significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied, dan gelden geen verdere restricties of procedurele vereisten vanuit de Wet natuurbescherming. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, verzilting, optische verstoring, verzuring en vermesting.

Potentiële externe effecten, niet zijnde ten gevolge van stikstofdepositie, kunnen in de regel reeds met voldoende zekerheid worden uitgesloten indien een locatie op ruime afstand (bijvoorbeeld > 500 meter) van een Natura 2000-gebied is gelegen. De potentiële effecten ten gevolge van stikstofdepositie (en dientengevolge verzuring en vermesting) kunnen ook op grotere afstanden merkbaar zijn.

LS Plan & Advies | Berktweg 3, 5076 PA Haaren | www.lsplanadvies.nl KvK-nr. 67701051 | Tel nr. 06 31 58 00 26 | E-mail: linda@lsplanadvies.nl

In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een project geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of geen toename ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. Hierbij wordt de stikstofdepositie inzichtelijk gemaakt met het rekenprogramma AERIUS Calculator en betreft de toetsingswaarde dus 0,00 mol N/ha/jaar (toename) op de hexagonen van de stikstofgevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden. Vrijstelling Wnb-vergunningplicht bouw- en aanlegfase Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering, met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, in werking getreden. Deze wetten wijzigen de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming. Deze wetswijziging bevat daarbij een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor bouw-, sloop- en aanlegactiviteiten (de bouw- en aanlegfase), met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

Deze uitzondering op de vergunningplicht is opgenomen in artikel 2.9a Wet natuurbescherming, juncto artikel 2.5 Besluit natuurbescherming. Bij een bouwproject wordt in de aanlegfase tijdelijk materieel ingezet. Als die fossiele brandstoffen gebruiken (zoals diesel), zal er gedurende een bepaalde tijd emissie van stikstof plaatsvinden en dientengevolge mogelijk ook depositie. Dit materieel betreft echter geen nieuw fenomeen. Al sinds de inwerkingtreding van de gebiedsbescherming (de Europese referentiedata) worden er (mobiele) werktuigen gebruikt en steeds op een wisselende plek, afhankelijk van waar het project en de ontwikkeling is. Er is daardoor in beginsel geen sprake van een structurele toename van de belasting op een specifieke locatie. Dit leidt ertoe dat het geheel aan deze activiteiten, in combinatie met het verspreidingseffect van NOx, per jaar tot een bepaalde stikstofemissie en -depositie leidt die onderdeel is van de landelijke achtergronddepositie die altijd al aanwezig was. Bij de totstandkoming van de voornoemde partiële vrijstelling is in overweging genomen dat bouwactiviteiten slechts een beperkte bijdrage leveren aan de stikstofdepositie, de activiteiten steeds op andere locaties plaatsvinden en tijdelijk van aard zijn.

De overheid acht het, mede gelet op het pakket aan natuur- en bronmaatregelen en met de waarborgen die in de wet zijn opgenomen, uitgesloten dat de partiële vrijstelling het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden in de weg staat. De bouw- en aanlegfase van het project, het bouwen van de foliekas en silo’s en de aanlegwerkzaamheden op het terrein (o.a. erfverharding en landschappelijke inpassing), is dus niet vergunningplichtig op grond van de Wet natuurbescherming en er is uitgesloten dat deze activiteiten een significant negatief effect op de Natura 2000-gebieden hebben.

Toetsing voornemen De projectlocatie is op ruime afstand gelegen ten opzichte van de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ op een afstand van 850 meter in zuidelijke richting. In noordwestelijke richting is op circa 2,8 kilometer het gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ aanwezig. Door de aard van het bedrijf (tuinplantenkwekerij in de vollegrondsteelt en met (koude) kas) en de ruime afstand tot de Natura 2000-gebieden (> 0,85 kilometer) kunnen overige effecten, niet zijnde ten gevolge van stikstofdepositie, reeds met zekerheid worden uitgesloten. In de gebieden zijn geen effecten merkbaar vanuit de projectlocatie. Om dit ook voor stikstofdepositie te kunnen bevestigen zijn hiervoor berekeningen met AERIUS Calculator uitgevoerd. Bij projectbeoordeling zijn bovendien de voor de gebieden van toepassing zijnde referentiedata van belang. Beoordeeld dient te worden of het project ten opzichte van de relevante referentiedata in

2

stikstofemitterende activiteiten is toe- of afgenomen. Indien een project (per saldo) niet zorgt voor een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de relevante referentiedata (en de sindsdien voortgezette activiteiten) kan worden uitgesloten dat er sprake is van significante negatieve effecten. Dergelijke effecten kunnen, losstaand van de referentiesituatie, bovendien worden uitgesloten, indien een initiatief niet zorgt voor een stikstofdepositie (dat wil zeggen maximaal 0,00 mol N/ha/jaar) op de Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ heeft als referentiedatum respectievelijk 10 juni 1994 voor het aangewezen vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 voor het habitatrichtlijngebied. ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’ is enkel aangewezen als habitatrichtlijngebied en heeft derhalve 7 december 2004 als referentiedatum. Aan Oisterwijksedreef 4a te Haaren was voorheen, al ruim van voor 1994, een intensieve veehouderij gevestigd. Het betrof een varkenshouderij. Medio 2008 is de varkenshouderij beëindigd en is het bedrijf omgeschakeld tot plantenkwekerij. Sindsdien is het bedrijf in gebruik als plantenkwekerij. Doelstelling is om deze plantenkwekerij nu uit te breiden met een foliekas.

Het voornemen heeft geen relevante veranderingen tot gevolg aangaande de hoeveelheid voertuigbewegingen, gemiddeld over het jaar bezien, ten opzichte van de huidige bedrijfssituatie van de plantenkwekerij. Ter plaatse van de beoogde foliekas, worden nu ook planten (in de vollegrond) geteeld. De beoogde foliekas wordt een koude kas, met de basisvoorzieningen (er zal dus niet worden gestookt). Deze kas zal met name worden gebruikt voor het bewortelen van stekgoed en om de in vollegrond opgekweekte gewassen op te potten en onder glas af te kweken. Op deze wijze kunnen planten worden aangeboden (in de zomerperiode) buiten het gebruikelijke afleverseizoen van vollegrondsgewassen (voorjaar en najaar). De kas zorgt derhalve voor een verlenging van het afleverseizoen, dus een meer gelijkmatig inkomen en meer spreiding van de arbeid over het jaar. De foliekas biedt bedrijfsmatige voordelen in arbeids- en risicospreiding en het verlengen van het teeltseizoen (dus tevens de aflevering buiten de huidige afleverperiodes van de vollegrondsteelt). Hierdoor zijn in beginsel geen extra arbeidskrachten benodigd, maar worden de beschikbare arbeidsuren efficiënter benut en anders over het jaar verspreid (minder pieken en meer spreiding).

Ook de aan- en afvoer van materieel blijft nagenoeg ongewijzigd behouden, daar de aanwezige bedrijfsloods een centrale aan- en afvoerlocatie vormt voor de gehele teelt. Gelet op het bovenstaande, aangezien er sprake is van de uitbreiding van een reeds bestaand teeltbedrijf, met een bestaande oppervlakte aan teeltgronden, en door de aard van het voornemen zal de arbeidsbehoefte en verkeersgeneratie gemiddeld over het jaar bezien niet significant toenemen. Er zullen met name wijzigingen in de verspreiding over het jaar heen plaatsvinden. Het project heeft derhalve geen relevante wijziging in emissies tot gevolg, ten opzichte van de huidige situatie. In onderhavige memo wordt de stikstofemissie en -depositie van de beoogde situatie inzichtelijk gemaakt.

3

Berekening AERIUS Calculator De potentiële stikstofdepositie van de beoogde situatie wordt berekend met de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator. Navolgend wordt de input hiervan toegelicht. De volledige berekening met in- en output is bijgevoegd in de bijlage. Bijlage 1 betreft de gebruiksfase van de beoogde situatie. Beoogde bedrijfsopzet - gebruiksfase In de gebruiksfase is er sprake van de uitstoot ten gevolge van het gebruik van de woning (verwarming, warm water, koken), geringe verwarming van de bedrijfsloods (kantoor en kantine) en de voertuigbewegingen. In de bedrijfsloods worden diverse handelingen verricht met een heftruck. Dit bijvoorbeeld ten behoeve van het laden en lossen van plantgoed, en aan de teelt gelieerd materieel (bijvoorbeeld fust). Deze heftruck is echter elektrisch aangedreven en heeft dus geen stikstofemissies tot gevolg. Er is geen sprake van extra stikstofemissies ten gevolge van het laden of lossen van materialen en planten. Gedurende het laden en lossen is er geen sprake van het stationair draaien van voertuigen. Vrachtwagens worden gelost met een elektrische laadklep (als aanwezig op de vrachtwagen), of middels de aanwezige elektrisch aangedreven heftruck. Verder is hierbij sprake van het handmatig in de vrachtwagen rijden van karren met planten. Tractoren met plantkarren worden eveneens gelost met de aanwezige heftruck.

De gebruikershandleiding ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 van oktober 2020 verwijst voor de emissiefactoren voor woningen naar een factsheet. In deze factsheet wordt voor oudere woningen, vrijstaand, een emissie van 3,59 kg NOX/jaar/woning aangehouden. Dit betreft een representatieve emissie voor de aanwezige bedrijfswoning. In de bedrijfsloods wordt op jaarbasis circa 1.600 m3 aardgas verstookt (zie hiertoe o.a. navolgende uitsnede van de jaarrekening over 2020), met een CV-ketel, ten behoeve van verwarming (van kantoor en kantine). In het TNO-rapport 2014 R10584 ‘Update NOx-emissiefactoren kleine vuurhaarden – glastuinbouw en huishoudens’, van 31 maart 2014, zijn emissiegegevens opgenomen van huishoudens, zoals CV-ketels. Voor verwarmingstoestellen (vanaf 2010) is in dit rapport een NOX-emissiefactor opgenomen van 29 g/GJ. De nieuwere toestellen worden hierbij jaarlijks schoner (minder emissie). De energetische waarde van aardgas is 0,03165 GJ/m3. Er wordt op jaarbasis circa 1.600 m3 aardgas verstookt, dit betreft 50,64 GJ. 50,64 GJ x 29 g NO X / 1.000 = 1,47 kg NOX/jaar (afgerond 1,5 kg NOX/jaar).

Uitsnede jaarrekening gasverbruik loods – 2020

4

Daarnaast is op locatie sprake van voertuigbewegingen. Gelet op de omliggende rijdroutes zal de verdeling 50% / 50% zijn in respectievelijk zuidwestelijke en noordoostelijke richting. De hoofdontsluiting van het bedrijf wordt gevormd door de Oisterwijksedreef. Deze weg is onderdeel van de voormalige provinciale weg N264. Deze route verbindt Oisterwijk vanaf de komgrens, via Haaren, met Boxtel. Deze route is een belangrijke ontsluitingsroute voor Oisterwijk, Haaren en Boxtel, richting de bovenregionale ontsluitingswegen (N65, A65, A58 en A2). De zware verkeersbewegingen betreffen tractoren (met aanhangers) en vrachtwagens. Op jaarbasis is er sprake van circa 5.500 zware verkeersbewegingen (2.750 voertuigen). Een verkeersbeweging, betreft een aankomende of vertrekkende beweging. Eén voertuig is daarbij dus twee verkeersbewegingen. Er zullen niet dagelijks zware verkeersbewegingen plaatsvinden (maar met name op werkdagen). Bovendien is er sprake van spreiding over het jaar, al naar gelang de teelt dit vereist. Gemiddeld bezien betreft het circa 15 zware voertuigbewegingen per etmaal. Tevens is er sprake van lichte verkeersbewegingen (personenauto’s / bestelauto’s / bedrijfsbusjes). Op jaarbasis betreft het circa 4.400 voertuigbewegingen (2.200 voertuigen). Dit betreft gemiddeld 12 lichte voertuigbewegingen per etmaal.

Bovengenoemde voertuigbewegingen zijn gelijkmatig verdeeld over de verkeersroutes in zuidwestelijke en noordoostelijke richting. Conform de gebruikershandleiding worden deze voertuigbewegingen gemodelleerd totdat deze in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen. Voor de rijroutes van de voertuigbewegingen buiten de inrichting is gekozen voor het type ‘buitenweg’, daar het hier de provinciale weg N624 betreft. Voor de rijroutes binnen de inrichting is gekozen voor het type ‘binnen bebouwde kom’, om hiermee de lagere rijsnelheid en manoeuvreren op het erf correct te modelleren.

Rekenresultaten en conclusie Beoogde bedrijfsopzet - gebruiksfase Uit de berekening met AERIUS Calculator van de beoogde situatie volgt dat er geen sprake is van depositieresultaten boven de 0,00 mol N/ha/jaar. Het project heeft dus geen negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden en er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Bovendien door de aard van het voornemen, de ligging van de locatie en de afstand (> 0,85 km) tot de Natura 2000-gebieden kunnen ook overige potentiële effecten op de Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve met zekerheid geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000-gebieden. Beoogde bedrijfsopzet – bouw- en aanlegfase Voor de bouw- en aanlegfase is er sprake van een uitzondering op de Wnb-vergunningplicht op basis van artikel 2.9a Wnb, juncto artikel 2.5 Bnb. Deze activiteiten hebben geen negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden en er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

Bijlagen: •

Bijlage 1: Berekening AERIUS Calculator – beoogde situatie

5

Bijlage 1: Berekening AERIUS Calculator Beoogde situatie

6

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Gebr. Vugts VOF Oisterwijksedreef 4a, 5076NA Haaren Gebr. Vugts VOF Beoogde bedrijfsopzet

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RRQw5axQN13j 21 januari 2022, 13:46 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar 2022

Beoogde situatie - Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 < 0,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon Beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RRQw5axQN13j (21 januari 2022)

Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied

2/6

Projectberekening

Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Woning

Emissie NH3 Emissie NOx < 0,1 ton/j

2 Landbouw | Vuurhaarden, overig | Loods

-

< 0,1 ton/j

< 0,1 ton/j

< 0,1 ton/j

 Verkeersnetwerk

RRQw5axQN13j (21 januari 2022)

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RRQw5axQN13j (21 januari 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RRQw5axQN13j (21 januari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Beoogde situatie, Rekenjaar 2022 1 Wonen en Werken | Woningen Naam Woning Uittreedhoogte Locatie 144225, 400597 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

2,5 m 0,000 MW

NOx

< 0,1 ton/j

7,5 m 0,000 MW

NOx

< 0,1 ton/j

2 Landbouw | Vuurhaarden, overig Naam Loods Uittreedhoogte Locatie 144180, 400615 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Verwarming van Ruimten (Zonder Seizoenscorrectie)

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021_20220120_17ff380b1e Database versie 2021_17ff380b1e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RRQw5axQN13j (21 januari 2022)

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11105899/2