CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

22-39 Vaststelling bestemmingsplan Heukelomseweg 26- bijlage 1b11.1 toelichting Stikstofdepositieonderzoek

RAAD 10 maart 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 22-39 Vaststelling bestemmingsplan Heukelomseweg 262.750 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STIKSTOFDEPOSITIEONDERZOEK AANLEG EN GEBRUIKSFASE

Gemeente Oisterwijk Locatie: Tuincentrum Coppelmans Oisterwijk, Heukelomseweg 26 Heukelom Datum: 15-10-2021

Pagina 1 van 16

COLOFON opdrachtgever:

Van Santvoort Paterslaan 2a 5701 NZ Helmond

auteur:

Van Doormaal Advies B.V. J.H. van Doormaal MSc Meiraap 2B 5087 CS Diessen T: 013-2221401 E: info@vandoormaaladvies.nl W: www.vandoormaaladvies.nl

Pagina 2 van 16

Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................................................................. 4 1.1 Bestaande situatie ............................................................................................................. 4 1.2 Beoogde situatie................................................................................................................ 5 1.3 Planologische situatie ........................................................................................................ 5 1.4 Ligging plangebied in relatie tot Natura 2000-gebieden .................................................. 6 2. Beleidskader ........................................................................................................................... 7 2.1 Wet Natuurbescherming ................................................................................................... 7 2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) .................................................................................... 7 3. Wijze van meten ..................................................................................................................... 7 4. Uitgangspunten ......................................................................................................................

8 4.1 Aanlegfase ......................................................................................................................... 8 4.1.1 Wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering ................................................. 8 4.1.2 Uitgangspunten berekening ........................................................................................ 9 4.1.3 Licht verkeer .............................................................................................................. 10 4.1.4 Vrachtverkeer (middelzwaar en zwaar) .................................................................... 10 4.1.5 Mobiele werktuigen .................................................................................................. 11 4.2 Gebruiksfase .................................................................................................................... 11 4.2.1 Referentiesituatie ...................................................................................................... 11 4.2.2 Verkeer ...................................................................................................................... 13 4.2.3 Verwarming ...............................................................................................................

14 4.2.4 Mobiele werktuigen .................................................................................................. 14 5. Conclusie .............................................................................................................................. 15 6. Bijlage ................................................................................................................................... 16 6.1 AERIUS berekening aanlegfase........................................................................................ 16 6.2 AERIUS berekening gebruiksfase..................................................................................... 16

Pagina 3 van 16

1. Inleiding 1.1 Bestaande situatie Het plangebied betreft een bestaand tuincentrum met een bouwvlak van circa 11.250 m² en ca. 4.500 m² aan bedrijfsbebouwing. In de huidige situatie beschikt de locatie over ca. 4.005 m² bruto vloeroppervlakte detailhandel.

Pagina 4 van 16

1.2 Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt het winkeloppervlak van het tuincentrum uitgebreid naar circa 6.405 m². Er is sprake van een uitbreiding van het winkeloppervlakte van 2.400 m² + 800 m² buitenterrein voor verkoop buitenplanten, wat neerkomt op een uitbreiding van totaal 3.200 m².

1.3 Planologische situatie Het plangebied is gelegen in bestemmingsplan Buitengebied. Planologisch-juridisch wordt in het bestemmingsplan een detailhandelsbedrijf toegestaan met een maximaal toelaatbaar bebouwd oppervlak van 4.550 m². In het huidige bestemmingsplan kan de bebouwde oppervlakte middels een afwijkingsbevoegdheid worden vergroot naar maximaal 5.233 m². Voor de beoogde uitbreiding wordt het bestemmingsplan herzien.

Pagina 5 van 16

1.4 Ligging plangebied in relatie tot Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt op een afstand van ca. 1,6 kilometer. In onderstaande afbeelding is de afstand weergeven:

Pagina 6 van 16

2. Beleidskader 2.1 Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. In deze gebieden mogen in principe geen werkzaamheden binnen de grenzen uitgevoerd worden. Bij negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een ontheffingsplicht. Uit een passende beoordeling dient te blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan.

2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen (Natura 2000-gebieden). Hierom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt. Voorheen was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS, waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar werd gehanteerd om effecten van ontwikkelingen te toetsen. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 beoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS werd namelijk vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Een dergelijke toestemming ‘vooraf’ mag niet meer. Hierdoor zijn alle gemelde activiteiten alsnog vergunningplichtig en dient aangetoond te worden dat een ontwikkeling niet voorziet in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State een nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS uitgebracht. Met deze nieuwe rekentool kan de depositie op natuurgebieden berekend worden.

3. Wijze van meten De stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanleg- en de gebruiksfase van het plan is berekend met de nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator. De aanleggen de gebruiksfase zijn tegelijkertijd berekend. Met betrekking tot het invoeren van de gegevens in de AERIUS Calculator wordt gebruikgemaakt van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12.

Pagina 7 van 16

4. Uitgangspunten Om de stikstofdepositie als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase in kaart te brengen is een stikstofberekening opgesteld met behulp van de AERIUS Calculator 2020. Voor het stikstofdepositieonderzoek is uitgegaan van onderstaande uitgangspunten.

4.1 Aanlegfase Tijdens de aanlegfase van de ontwikkeling zijn werk- en voertuigen nodig om het plan te kunnen realiseren. Deze werk- en voertuigen kunnen stikstof uitstoten. De emissie van stikstof door de aanlegfase is echter maar tijdelijk. Op 13 oktober 2020 is een wetsvoorstel gedaan tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). Het wetsvoorstel ziet toe dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000gebieden buiten beschouwing worden gelaten bij de natuurvergunning. In de memorie van toelichting bij de wetswijziging is hierover het volgende opgenomen: “De bouwsector is hard geraakt door de eerder aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 waarin het PAS als basis voor vergunningverlening is vernietigd. Deze uitspraak heeft ertoe geleid dat bij elk afzonderlijk bouwproject beoordeeld wordt of toestemming op grond van de Wet natuurbescherming nodig is. Vertraging van bouwprojecten als gevolg van vastgelopen vergunningverlening na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak versterkt de wooncrisis die in Nederland gaande is. Daarnaast speelt de bouwsector, in het licht van de coronacrisis, een cruciale rol in het herstel van de economie.

Het maatschappelijke en economische belang van de bouwsector is zeer groot gezien de opgaven waar Nederland voor staat.” Voor onderhavig project zullen de bouwactiviteiten van de aanlegfase beginnen medio 2022, na het doorlopen van de bestemmings- en bouwvergunningprocedure. Het streven van het kabinet is om de wetswijziging Wnb medio 2021 in werking te laten treden.

4.1.1 Wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering Het wetsvoorstel bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Deze vrijstelling maakt vergunningverlening voor de aanleg/bouw van onder andere woningen, utiliteit, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw makkelijker. Om deze vrijstelling mogelijk te maken reserveert het kabinet in de periode 2021-2030 500 miljoen euro voor stikstofreductie in de bouw en 500 miljoen euro voor aanvullende maatregelen binnen of buiten de bouw. Het Rijk maakt afspraken met de bouwsector over deze reductie en bijbehorende maatregelen, gericht op emissiearme werk- en voertuigen. De maatregelen worden onderdeel van de structurele Pagina 8 van 16

aanpak stikstof. Het kabinet benadrukt dat de (stikstof)effecten van de bouwvrijstelling periodiek worden gemonitord, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig.

4.1.2 Uitgangspunten berekening Voor de aanlegfase worden de verkeersbewegingen onderverdeeld in licht verkeer (zoals personenauto’s, bestelbussen en vrachtwagens met 4 wielen), zwaar verkeer (zoals vrachtwagens en trekkers) en mobiele werktuigen (zoals verreijkers, heftrucks en hijskranen). Het plan ziet toe op het bouwen van: - 2.400 m² winkeloppervlak, bestaande uit een lichte bouwconstructie in de vorm van een tuinbouwkas(constructie) - 800 m² aanvullend buitenterrein Uitgaande van eenzelfde manier van bouwen als de bestaande kassen wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten. -

2.400 m² kas wordt uitgevoerd met lichte staalconstructie De staalconstructie komt op een strokenfundering met een lengte rondom van 196 m1 (48+50+48+50), dikte van ca. 40 cm en breedte van ca. 80 cm.

-

Het uitgraven van de strokenfundering gebeurt gezien de gering omvang met een kleine mobiele kraan, waarvan in de bestaande bouwwereld voldoende materieel voorhanden is met een recentelijk bouwjaar. In de berekening wordt worst-case uitgegaan van bouwjaar 1999. Het uitgraven van de strokenfundering (63 m³) zal niet langer dan één werkdag (8 uur) in beslag nemen.

-

Voor de strokenfundering is in totaal ca. 63 m3 beton nodig. Uitgaande van het storten van 15 m³ per uur duurt het storten met betonstorters met bouwjaar 1999 ca. 5 uur.

-

Voor het leveren van de staalconstructie én het glas wordt vastgehouden aan 104 middelzwaar vrachtverkeerbewegingen (2 bodediensten per week en ten behoeve van levering EPS bekisting, steigerwerk, kozijnen, etc.) en 104 zwaar vrachtverkeerbewegingen (wapening, vloeren, gevelstenen, glas, etc.)

-

Het plaatsen van de constructie en het glas gebeurt met een hijskraan. Naar verwachting is voor 2.400 m² een volle werkweek van 40 uur noodzakelijk. In de berekening wordt uitgegaan van bouwjaar 1999, wat voor een hijskraan in Nederland al een zeer oud model betreft.

Pagina 9 van 16

-

Zowel de kas van 2.400 m² als het extra buitenterrein van 800 m² worden verhard middels klinkerverharding. In het aanleveren van het materiaal is voorzien. Voor het verspreiden van de verharding wordt uitgegaan van een kleine verreiker (bouwjaar 2015) wat een aanvaardbaar bouwjaar betreft in het beschikbare materieel in de bouwwereld. Het verspreiden van de bestrating zal niet meer dan enkele uren in beslag nemen. Het is echter voorstelbaar dat een kleine verreiker gedurende de bouwperiode afwisselend wordt gebruikt voor diverse werkzaamheden. In de berekening is daarom rekening gehouden met een periode van 26 weken x 5 uur = 130 uur.

-

Voor wat betreft de totale aanlegfase is in dit onderzoek uitgegaan van 365 werkdagen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat voor het project in totaal 1460 lichte verkeerbewegingen (personenauto van de uitvoerder welke elke dag het project betreedt en 3 werkbusjes van het personeel/onderaannemers per dag), nodig zijn.

4.1.3 Licht verkeer Tijdens de aanlegfase worden personenauto’s en bestelauto’s ingezet. Gezien de verkeersbewegingen zowel naar het plangebied toe rijden als ook weer terug, is dit verwerkt in het berekende traject. Daarbij is deze activiteit ingevoerd als zijnde een continu-activiteit die het hele jaar door plaats kan vinden (worst-case situatie). Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierom zijn in dit onderzoek de voertuigbewegingen in de Calculator gemodelleerd als lijnbron vanaf het plangebied tot het verkeer welke is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, in dit geval tot de Heukelomseweg gezien de ontsluitingsfunctie van deze weg.

4.1.4 Vrachtverkeer (middelzwaar en zwaar) Tijdens de bouw van het plan zullen vrachtwagens ingezet worden die, net als het licht verkeer, heen en weer rijden. Het plan voorziet hiermee in met een traject dat tevens het terrein weer verlaat. Ook deze verkeersbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron vanaf het plangebied tot het verkeer welke is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Pagina 10 van 16

4.1.5 Mobiele werktuigen Om het plan te kunnen realiseren zullen de in onderstaande tabel genoemde machines ingezet worden. De mobiele werktuigen worden over het plangebied gebruikt zonder vaste werklocatie. Hierom zijn de bewegingen van de mobiele werktuigen als vlakbron over het gehele plangebied gemodelleerd. De machinegegevens volgen uit het rekenprogramma AERIUS. Uit de aangeleverde gegevens kunnen de NOx-emissies van de mobiele werktuigen berekend worden middels een rekentool binnen de AERIUS Calculator. Voor wat betreft de uitstoothoogte en de spreiding wordt 4 meter aangehouden en voor de warmte-inhoud 0 MW, conform de kentallen van bronkernmerken in de AERIUS Calculator. Werktuig

Bouwjr. Brandstof

Vermogen (kW)

Lastfactor

Draaiuren (per jaar)

Betonstorters 1999 Diesel 200 50 5 Mobiele kraan 1999 Diesel 125 61 8 Verreiker 2015 Diesel 70 50 130 Hijskraan 2011 Diesel 200 50 40 * de in te zetten hijskraan heeft de meest dominante stikstofemissie (16,56 kg/j) om de haalbaarheid van het plan niet in geding te brengen kan de inzet van dit materieel als aanbestedingseis worden opgenomen.

4.2 Gebruiksfase Met betrekking tot de gebruiksfase is in het kader van de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling alsmede de stikstofuitstoot door stookinstallaties relevant.

4.2.1 Referentiesituatie Het beoogde project ligt binnen de invloedssfeer van de Kampina & Oisterwijkse Vennen. De referentiedatum van dit gebied, zijnde 10 juni 1994 is derhalve relevant of de uitgangssituatie voor het project vast te stellen. Op 21 januari 1992 is voor het bedrijf een omgevingsvergunning onderdeel bouwen verleend voor het bouwen van een nieuwe kas en het herbouwen van de traliekas. Op onderstaande afbeeldingen is de situatietekening en stempel op de plattegrondtekening weergeven. Uit de tekening is te herleiden dat sprake is van een winkeloppervlakte en buitenterrein voor de verkoop van (buiten)planten met een grootte van 2.827 m². Uitgaande van 18 motorvoertuigen per 100 m² bvo is in de uitgangssituatie ten aanzien van de referentiedatum van het gebied (10-6-1994) sprake van 508 lichte verkeersbewegingen per dag. Pagina 11 van 16

buitenterrein

winkel

Pagina 12 van 16

4.2.2 Verkeer De nieuwe situatie zal verkeer aantrekken. Daarbij is in de huidige situatie reeds verkeer te verwachten vanwege het reeds bestaande tuincentrum. Licht verkeer Voor de ontwikkeling is berekend dat in totaal 1.297 verkeersbewegingen ten aanzien van bezoekers/klanten (lichte voertuigen) plaats zullen vinden. Heersend verkeersbeeld Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Voor de Heukelomseweg geld een snelheidslimiet van 60 km/h. Licht verkeer heeft doorgaans binnen enkele meters deze snelheid bereikt. Overeenkomstig het advies van de OMWB van 8 juni 2021 is een rijlijn aangehouden van minimaal 100 m1. Zwaar verkeer Voor het extra aanleveren van materiaal en goederen is berekend dat in totaal 2 verkeersbeweging per dag met een vrachtwagen (zwaar voertuig) zullen plaatsvinden.

De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd middels een lijnbron met licht verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. - Voor het zware verkeer wordt uitgegaan van een rijroute tot de eerste gelijkwaardige kruising. - Voor het reguliere en lichtbouw verkeer een rijroute van ten minste 100 meter in zowel oost- als westzijde op de Heukelomseweg aangehouden Overige verkeersbewegingen worden niet gegenereerd als gevolg van het onderhavige plan. Stationair draaien vrachtwagens Vrachtwagens komen laden en lossen op locatie. Het betreft geen geconditioneerd transport (zoals koelwagens bijvoorbeeld), het stationair laten lopen van vrachtwagens is hierdoor niet van toepassing.

Pagina 13 van 16

4.2.3 Verwarming De locatie blijft aangesloten op het gasnetwerk. Hierdoor is er mogelijk sprake van relevante stikstofemissies. In de berekening is ten gevolgen van de beoogde situatie uitgegaan van 2 directe gestookte gasheaters die de extra bedrijfsbebouwing verwarmen. De gasheaters zijn als puntbron opgenomen in de Calculator, waarbij de standaard defaultwaarde is aangehouden voor de warmte-inhoud. Per installatie wordt het gasverbruik geschat op 6.200 m3. De energieopbrengst van een kubieke meter aardgas bedraagt ca 35 MJ. De rekensom 6.200 * 35 levert dan 266 GJ / jr. Bij een maximaal toelaatbare emissie van 20 g NOx / GJ conform het activiteitenbesluit, bedraagt de jaarlijkse emissie ca 4,4kg NOx / jr. Voor de bedrijfswoning wordt eveneens het gasverbruik geschat op 6.200 m3 = 4,4kg NOx / jr. Voor de afzonderlijke ruimtes in het tuincentrum (winkel, kantine, kantoor etc.) wordt eveneens het gasverbruik geschat op 6.200 m3 = 4,4kg NOx / jr.

4.2.4 Mobiele werktuigen Binnen de inrichting worden indien van toepassing enkel elektrische mobiele werktuigen toegepast.

Pagina 14 van 16

5. Conclusie In dit stikstofdepositieonderzoek is voor het plan, aan de Heukelomseweg 26, de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekening blijkt dat er als gevolg van het plan geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. De invoergegevens en rekenresultaten zijn opgenomen in de bijlage van dit rapport.

Pagina 15 van 16

6. Bijlage 6.1 AERIUS berekening aanlegfase 6.2 AERIUS berekening gebruiksfase

Pagina 16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11069899/1