22-39 Vaststelling bestemmingsplan Heukelomseweg 26- bijlage 1b10 toelichting Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte
Plangebied: Tuincentrum Coppelmans, Heukelom Opsteller(s): B. Verhoeven
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel Opsteller(s)
Plangebied: Tuincentrum Coppelmans, Heukelom B. Verhoeven
Datum
08-02-2021
Versienummer
02
Rapportkenmerk
ER20181128v02
Aantal pagina's
34
Opdrachtgever
Coppelmans Oisterwijk B.V.
Contactpersoon
S. Coppelmans
Collegiale toets
L. Boon
Wijze van citeren
Verhoeven, B, 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Tuincentrum Coppelmans, Heukelom. Rapportkenmerk: ER20181128v02. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding........................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................................... 5 1.2 Doel........................................................................................................................................ 5 1.3 Leeswijzer............................................................................................................................... 5 2 Toelichting onderzoekskader........................................................................................................7 2.1 Wet natuurbescherming......................................................................................................... 7 2.2 Verordening ruimte.................................................................................................................9 3 Omschrijving plangebied........................................................................................................... 11 3.1 Algemeen.............................................................................................................................
11 3.2 Beschrijving.......................................................................................................................... 11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen...............................................................................................12 3.4 Planning................................................................................................................................ 13 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden...........................................................................15 4.1 Wet natuurbescherming.......................................................................................................15 4.2 Verordening ruimte............................................................................................................... 16 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten..............................................................................17 5.1 Algemeen.............................................................................................................................
17 5.3 Soorten Habitatrichtlijn..........................................................................................................20 5.4 Nationaal beschermde soorten............................................................................................21 6 Conclusies en aanbevelingen....................................................................................................25 6.1 Beschermde gebieden.........................................................................................................25 6.2 Beschermde soorten............................................................................................................ 25 7 Geraadpleegde bronnen............................................................................................................ 27 7.1 Literatuur.............................................................................................................................. 27 7.2 Internet................................................................................................................................. 27 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.............................................................................................29
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Coppelmans Oisterwijk B.V. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Tuincentrum Coppelmans, Heukelom. De aanleiding betreft de uitbreiding van het tuincentrum (zie verder Hoofdstuk 3). Deze werkzaamheden kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Aan de woning zullen geen werkzaamheden plaatsvinden en zal in deze quickscan buiten beschouwing worden gelaten.
1.2
Doel
Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.
1.3
Leeswijzer
In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samen gevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een kleine fotobijlage. 5
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden; per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1
Bescherming van gebieden
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
1
www.rvo.nl
7
2.1.2
Bescherming van soorten
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreffen soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Beschermingsregime nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing
2
8
Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen. Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 hectare of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
2.2
Verordening ruimte
In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd, in NoordBrabant Natuurnetwerk Brabant genaamd (NNB). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van Belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige beschermde op provinciaal niveau gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
9
3
Omschrijving plangebied
3.1
Algemeen
Het plangebied voor deze quickscan betreft het Tuincentrum Coppelmans, gelegen aan de Heukelomseweg te Heukolom, gemeente Oisterwijk, provincie Noord-Brabant (zie Afbeelding 1). Dit is in open gebied en globaal gelegen tussen Berkel-Enschot en Oisterwijk.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Kaartbron: PDOK.
3.2
Beschrijving •
Het tuincentrum betreft een kassencomplex met aan de voorzijde enkele gevels opgetrokken uit baksteen. Het overige deel van de gevels heeft een bedekking van metalen en houten gevelpanelen. Het dak bestaat uit glas- en golfplaten. Aan de oostzijde van dit complex grenst het magazijn. Aan de achterzijde is een grote overkapping aanwezig. Het overige deel van het terrein bestaat voornamelijke uit een groot aantal stellages en verhardingen (w.o. het parkeerterrein).
•
Opgaande begroeiing is in de voortuin van de woning in het plangebied aanwezig. Deze bestaat uit (o.a.) beuk (enige boom met een stamdiameter van >30 cm), esdoorn, berk en den. Daarnaast staan er (sier)heesters als Pontische rododendron en coniferen. Op de perceelgrens aan de westzijde zijn enkele beukenhagen te 11
vinden. Op het perceel aan de achterzijde van het tuincentrum waar de uitbreiding zal plaatsvinden zijn enkel grassen een eenjarige kruiden welke een voedselrijke bodem indiceren aanwezig. In het huidig gebruik is dit een paardenweide.
3.3
•
Binnen het plangebied is jaarrond open water afwezig. Kavelsloten ontbreken. Langs de voorzijde van het terrein loop een afwateringsgreppel welke ten tijde van het veldbezoek volledig droog stond. In de voortuin van de woning is een vijver aanwezig. Deze is lek en staat volledig droog.
•
Voor vleermuizen geschikte ondergrondse ruimten zijn afwezig.
•
Verlichting is binnen het plangebied aanwezig in de vorm van enkele buitenlampen en strooilicht vanuit het tuincentrum. Langs de Heukelomseweg is straatverlichting aanwezig.
Voorgenomen ontwikkelingen
De voorgenomen ontwikkeling (zie Afbeelding 2) betreft de uitbouw van het tuincentrum/magazijn en de realisatie van een restaurant met terras op het zuidelijk deel van het terrein en op het perceel ten zuiden van het huidige bouwblok wat in de huidige situatie als paardenwei fungeert. Daarnaast zullen in de noordwesthoek 18 nieuwe parkeerplaatsen en langs de oostzijde 48 nieuwe parkeerplaatsen met daarnaast een overloop van 65 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Voor de realisatie van de 18 parkeerplaatsen in de noordwestzijde van het plangebied zal een deel van de voortuin van het woonhuis met daarin enkele bomen (sier)heesters en kruidenvegetatie (hoofdzakelijk klimop) verdwijnen. Aan de woning zelf zullen geen werkzaamheden plaatsvinden.
12
Afbeelding 2: Situatieschets van de ontwikkelingen. Bron schets: van Santfoort architecten.
3.4
Planning
De exacte planning is op dit moment (nog) niet bekend.
13
4
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
4.1
Wet natuurbescherming
4.1.1
Natura 2000
Kampina en Oisterwijkse Vennen is het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op een afstand van ruim 1,5 km ten zuiden van het plangebied3 (zie Afbeelding 3). Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000gebied niet in gevaar brengen. Het effect van de ontwikkelingen op de hoeveelheid stikstofdepositie is verwaarloosbaar. Negatief effect (door geluid, trilling of verlichting) op bovengenoemd gebied valt uit te sluiten op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De wet wordt niet overtreden.
Afbeelding 1: Natura2000 gebied (gele arcering) ten opzichte van het plangebied (rood omlijnd). Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx 3
Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx
15
4.2 4.2.1
Verordening ruimte Natuurnetwerk Brabant
De dichtstbijzijnde onderdelen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) liggen op ruim 900 meter ten zuiden van het plangebied. Dit betreft de Voorste Stroom en de oeverzones daarvan4 (zie Afbeelding 4). De Voorste Stroom maakt tevens deel uit van de dichtstbijzijnde ecologische verbindingszone. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van de bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
Afbeelding 2: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant. Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
4
16
https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Algemeen
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 23-11-2018 door B. Verhoeven, ecologisch deskundige5 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar nodig – met hulp van een verrekijker onderzocht. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)6 is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. De tabellen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF database van de afgelopen 5 jaar. Voor zover bekend zijn andere bronnen met relevante informatie afwezig. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. De resultaten in dit rapport hebben een geldigheid van 3 jaar.
5 6
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true http://app.quickscanhulp.nl/
17
5.2
Soorten Vogelrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Oehoe Zwarte Wouw
Soortgroep Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats Vogels met een vaste rust- of verblijfplaats
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Tabel 2: Waargenomen vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd op 21-11-2018.
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
5.2.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Het tuincentrum is ongeschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van vogels in gebouwen (o.a. huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil). De dakbedekking van het tuincentrum bestaat uit glas en metalen (damwand)panelen zonder ruimtes. Geschikte gevels opgetrokken uit baksteen met ruimtes/nissen ontbreken eveneens. Ook voor boombewonende soorten met jaarrond beschermde nesten in het plangebied ongeschikt, in de bomen in en grenzend aan het plangebied werden geen boomnesten of geschikte holtes aangetroffen. Daarnaast is er veel bedrijvigheid in het rond het plangebied wat boombewonende soorten redelijkerwijs uitsluit. Aanwezigheid van potentieel essentieel functioneel leefgebied voor huismus is aangrenzend aan de westzijde van het plangebied aanwezig in de vorm van een lange beukenhaag en overig struweel. Voor overige soorten ontbreekt potentieel essentieel functioneel leefgebied en zijn er in de omgeving ruim voldoende geschiktere alternatieven voorhanden.
5.2.2.2
Vogels met niet jaarrond beschermde nesten
Vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen in het tuincentrum zijn redelijkerwijs 18
uitgesloten. In het tuincentrum zijn geschikte nestlocaties in gevels of onder daken afwezig. In de opgaande begroeiing ontbreken boomnesten en geschikte holtes.
5.2.2.3
Algemene vogels
In de hagen langs de perceelsgrenzen en in de opgaande begroeiing in de tuin van het woonhuis zouden struweelbroeders houtduif, merel, zanglijster en heggenmus tot tot broeden kunnen komen. Het perceel ten waar de uitbreiding van het tuincentrum plaats gaat vinden is ongeschikt voor grondbroeders, het weiland wordt zeer intensief begraast door paarden.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.2.3.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Het tuincentrum en de opgaande begroeiing waar de parkeerplaatsen gerealiseerd gaat worden is ongeschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouw- en boombewonende vogels. Met de ontwikkelingen gaat geen potentieel essentieel functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus) verloren, de (aangrenzende) beukenhagen en overig struweel blijft behouden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig.
5.2.3.2
Vogels met niet jaarrond beschermde nesten
Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen omstandigheden die jaarronde bescherming van deze nesten rechtvaardigen. Vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen in het tuincentrum zijn redelijkerwijs uitgesloten. Aanvullend (veld)onderzoek voor de is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd.
5.2.3.3
Algemene vogels
In de hagen langs de perceelsgrenzen en in de opgaande begroeiing in de tuin van het woonhuis zouden struweelbroeders houtduif, merel, zanglijster en heggenmus tot tot broeden kunnen komen. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. 19
5.3
Soorten Habitatrichtlijn
5.3.1
Bronnenonderzoek
Soort Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Watervleermuis Heikikker Poelkikker Boomkikker Kamsalamander Rugstreeppad Muurhagedis Gevlekte witsnuitlibel Drijvende waterweegbree Kruipend moerasscherm
Soortgroep Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Reptielen Insecten - Libellen Vaatplanten Vaatplanten
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km
Tabel 3: Waargenomen habitatrichtlijn soorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 21-11-2018.
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Vleermuizen
Het tuincentrum is ongeschikt voor voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen en bomen. Uit baksteen opgetrokken gevels met spouwmuren en geschikte daken ontbreken (m.u.v. de voorzijde waar geen ontwikkelingen zullen plaatsvinden). Alle gevels en dakbedekkingen van het tuincentrum en de bijgebouwen bestaan uit glas en metalen panelen, beide materialen wat over het algemeen weinig aantrekkelijk is voor vleermuizen vanwege de lage temperatuurregulatie. Daarnaast zullen de voorgenomen ontwikkeling nauwelijks/geen effect hebben op foerageergebied, de uitbreiding vindt plaats op een weiland zonder bosschages of windluwe plekken. In de Wegens het ontbreken van noemenswaardige lijnvormige elementen van opgaande begroeiing of bebouwing is het uitgesloten dat het plangebied deel uitmaakt van een potentieel essentiële vliegroute voor vleermuizen, tevens blijven de bebouwing een opgaande begroeiing behouden. Langs de Heukelomseweg is wel een eikenlaan aanwezig wat mogelijk kan fungeren als potentieel essentiële vliegroute, hier zullen geen ontwikkelingen plaatsvinden. 20
5.3.2.2
Overige soorten
Voor andere Habitatrichtlijnsoorten (heikikker, boomkikker, poelkikker, rugstreeppad, kamsalamander, muurhagedis, drijvende waterweegbree en kruipend moerasscherm) is het plangebied ongeschikt door het ontbreken van geschikt habitat. Open water is geheel afwezig in het plangebied wat voortplantingshabitat voor amfibieën uitsluit. Ook terrestrisch habitat is voor deze soorten afwezig, (braam)struwelen en structuurrijke vegetaties met schuilmogelijkheden ontbreken. Voor muurhagedis ontbreken geschikte oude muren of stenige plekken. Drijvende waterweegbree en kruipend moerasscherm zijn soorten van voedselarme wateren en natte terreinen, dit is in het plangebied afwezig.
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
Potentieel geschikte voor voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen, potentieel essentieel foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn, waar de ontwikkelingen zullen plaatsvinden binnen het plangebied, afwezig. Aanwezigheid van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van overige habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied uitgesloten, geschikt habitat ontbreekt. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.
5.4
Nationaal beschermde soorten
5.4.1
Bronnenonderzoek NDFF
21
Soort Blaasvaren Aardmuis Bosmuis Bunzing Das Dwergmuis Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Steenmarter Veldmuis Vos Dwergspitsmuis Hermelijn Ondergrondse woelmuis Waterspitsmuis Wezel Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Levendbarende hagedis Hazelworm Grote modderkruiper Bruine eikenpage Gentiaanblauwtje Grote vos Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder Bosbeekjuf fer Beekrombout Speerwaterjuf fer
Soortgroep Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Reptielen Reptielen Vissen Insecten - Dagvlinders Insecten - Dagvlinders Insecten - Dagvlinders Insecten - Dagvlinders Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Insecten - Libellen Insecten - Libellen
Afstand 1 - 5 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Provinciale vrijstelling Noord-Brabant Nee Ja Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Nee Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 21-11-2018.
22
5.4.2
Verkennend veldonderzoek
5.4.2.1
Vaatplanten
Binnen de het plangebied is geen sprake van ecologisch beheerde terreinen en zijn bossen, voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig. Op basis hiervan is op voorhand de aanwezigheid van veel beschermde soorten vaatplanten uit te sluiten. Daarnaast werden geen beschermde muurplanten (blaasvaren) waargenomen en deze zijn ook niet te verwachten aangezien oude stenen muren ontbreken.
5.4.2.2
Grondgebonden zoogdieren
Voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen en potentieel essentieel functioneel leefgebied van das, eekhoorn, steenmarter, en waterspitsmuis zijn op basis van het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten. In het plangebied zijn bos/boomgroepen, half open landschap, (voedselarme) watergangen met een rijke oevervegetatie en grotere aaneengesloten structuurrijke vegetaties afwezig wat bovengenoemde soorten uitsluit. Diffuus gebruik van wezel, hermelijn en bunzing van de voortuin is niet geheel uit te sluiten, echter zijn potentiële verblijfplaatsen (takkenrillen, boomstronken of overige schuilmogelijkheden) en potentieel essentieel functioneel leefgebied afwezig. In de omgeving is ruim voldoende vergelijkbaar en geschikter functioneel leefgebied voor deze soorten aanwezig. Het plangebied is potentieel voor Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling geldt als egel en verschillende soorten (spits)muizen.
5.4.2.3
Amfibieën, reptielen en vissen
Vanwege het ontbreken van (voedselarme) poelen of ander (jaarrond) open water zijn voortplantingshabitat amfibieën en vissen (alpenwatersalamander, vinpootsalamander en grote modderkruiper) in het plangebied met zekerheid uit te sluiten. Structuurrijke vegetaties en heideterrein ontbreekt voor levendbarende hagedis en hazelworm. Diffuus gebruik door de in Noord-Brabant vrijgestelde soorten als gewone pad en bruine kikker is niet geheel uit te sluiten.
5.4.2.4
Vlinders, libellen en overige soortgroepen
Gentiaanblauwje, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en bruine eikenpage zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt habitat. Vochtige heideterreinen, vochtige bossen en bosranden met jong opslag van zomereik ontbreekt. Voor bosbeekjuffer, speerwaterjuffer en beekrombout ontbreekt (jaarrond) open in de vorm van beken en voedselarme poelen. Overige soortgroepen worden naast het ontbreken van geschikt 23
habitat ook op basis van landelijke verspreiding niet verwacht.
5.4.3
Effectbeoordeling en toetsing
In het plangebied bestaat geen potentie voor nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Diffuus gebruik door Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt is niet uit te sluiten. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt ten alle tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals dergelijke amfibieën, egel en muizen waar mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
24
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Beschermde gebieden
6.1.1
Wet natuurbescherming
Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000gebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.
6.1.2
Verordening ruimte
Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.
6.2
Beschermde soorten
6.2.1
Soorten Vogelrichtlijn
6.2.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten
Het tuincentrum en de opgaande begroeiing is ongeschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouw- en boombewonende vogels. Met de ontwikkelingen gaat geen potentieel essentieel functioneel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten (huismus) verloren, de (aangrenzende) beukenhagen blijven behouden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig.
25
6.2.1.2
Vogels met niet jaarrond beschermde nesten
Vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen in het tuincentrum zijn redelijkerwijs uitgesloten. Aanvullend (veld)onderzoek voor de is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd.
6.2.1.3
Algemene vogels
In de hagen langs de perceelsgrenzen en in de opgaande begroeiing in de tuin van het woonhuis zouden struweelbroeders houtduif, merel, zanglijster en heggenmus tot tot broeden kunnen komen. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
6.2.2
Soorten Habitatrichtlijn
Potentieel geschikte voor voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen, potentieel essentieel foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn, waar de ontwikkelingen zullen plaatsvinden binnen het plangebied, afwezig. Aanwezigheid van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van overige habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied uitgesloten, geschikt habitat ontbreekt. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.
6.2.3
Nationaal beschermde soorten
In het plangebied bestaat geen potentie voor nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Diffuus gebruik door Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt is niet uit te sluiten. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt ten alle tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten zoals dergelijke amfibieën en muizen waar mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
26
7
Geraadpleegde bronnen
7.1
Literatuur
Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.
7.2
Internet
Beschermde gebieden & soorten • http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen? tabFilter=INSTRUCTIE • https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan • https://www.vlinderstichting.nl/libellen/overzicht-libellen/details-libel/gevlektewitsnuitlibel Nationale Databank Flora en Fauna • http://app.quickscanhulp.nl/ PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart • http://pdokviewer.pdok.nl
27
Bijlage 1 Foto-impressie plangebied
Voorzijde tuincentrum. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Oostelijke gevel van het tuincentrum met rechts een opslagloods/magazijn welke behouden blijft. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V. 29
Zuidelijke gevel van het tuincentrum met overkapping. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Buitenplaats met stellages aan de zuidzijde van het tuincentrum. Uiterst link de overkapping welke grenst aan de zuidelijke gevel. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
30
Zuidelijk deel van de westelijke gevel van het tuincentrum. Het rechtse, iets lagere, deel betreft de overkapping. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Noordelijk deel van de westelijke gevel met overkappingen en stellages. uiterst links op de achtergrond de woning waar geen werkzaamheden zullen plaatsvinden. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
31
Perceel (paardenweide) ten zuiden van het tuincentrum waar de uitbreiding van het bouwblok zal plaatsvinden. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Afbeelding 3: Perceel (paardenweide) ten zuiden van het tuincentrum waar de uitbreiding van het bouwblok zal plaatsvinden met op te achtergrond de spoorlijn. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
32
Oostelijke perceelsgrens. Het perceel rechts van de omheining wordt ook deels meegenomen in de nieuwe situatie. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Perceel ten zuiden van tuincentrum met op de achtergrond de stellages van de buitenplaats van het tuincentrum. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
33
Woonhuis met voortuin. De woning en de grote beuk net links van de woning blijven behouden. Het groen aan de voorzijde (met name klimop en enkele klein boompjes en struwelen) zullen mogelijk verdwijnen t.b.v. nieuwe parkeerplaatsen. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
Beukenhaag en overig achterliggend potentieel essentieel functioneel leefgebied van huismus. Deze haag en begroeiing blijft behouden. Foto. B. Verhoeven | Ecoresult B.V.
34