22-29 Gedragscode politieke ambtsdragers - bijlage 1 Ontwerp Gedragscode politieke ambtsdragers
Tekst van het document
Gedragscode politieke ambtsdragers 2022 Inleiding Het gemeentelijk bestuur van Oisterwijk dient het belang van haar inwoners. Een integer bestuur is noodzakelijk voor het vertrouwen van burgers in het gemeentebestuur. Daarnaast staat het handelen van raads- en collegeleden altijd in de publieke belangstelling. Wij hebben daarom een voorbeeldfunctie. Wij staan midden in de samenleving en zijn daarmee verbonden. Verbinding met de samenleving is belangrijk. Daarin heeft iedereen een eigen netwerk. Tegelijk werken we voor de hele bevolking en gaan we over de besteding van publiek geld. Dit brengt dilemma’s met zich mee die raken aan integriteit. Deze gedragscode biedt ons handvatten voor het omgaan met deze dilemma’s. Het is geen uitputtende regeling, die de gewenste route in alle voorkomende gevallen beschrijft. Daarvoor is de praktijk te ingewikkeld. Wel biedt het richting en steun voor de manier waarop de gemeenteraad en het college van Oisterwijk integriteit onderdeel maken van de manier waarop wij werken. Bij integriteit gaat het over meer dan de juridische regels. Het gaat vooral over gedrag. Iedereen is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om integer te werk te gaan. Maar dit betekent niet dat integriteit alleen een persoonlijk onderwerp is. We hebben niet altijd in de hand hoe anderen te werk gaan. Wat we wel in de hand hebben, is het bespreken van integriteit.
Door steeds met elkaar te spreken over integriteit en de dilemma’s uit de dagelijkse praktijk, wordt het (zelf)bewustzijn aangescherpt. Ook wordt dan duidelijk wat integriteit in Oisterwijk betekent en vraagt. Dat maakt het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur sterker. In plaats van een lijst met regels, staan in deze gedragscode daarom alleen de uitgangspunten waar wij achter staan en waar we in gesprekken op kunnen terugvallen. Wij werken volgens deze uitgangspunten en staan open voor een gesprek over hoe we werken. Dat neemt niet weg dat sommige situaties om een oordeel vragen. In dat geval oordelen wij niet zomaar, zonder te weten waar het overgaat, maar verzamelen eerst de informatie die we nodig hebben. Ook letten we er met elkaar op dat integriteit niet als een politiek middel wordt gebruikt. In deze gedragscode werken we onze uitgangspunten in onderwerpen uit. De gedragscode richt zich zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen van de gemeente Oisterwijk. Individuele politiek ambtsdragers zijn de leden van de gemeenteraad, de leden van het college, en de door raad benoemde algemene commissieleden. Als een onderdeel van de gedragscode alleen over raadsleden1 of over collegeleden gaat, dan staat dat erbij. Twijfelen we over het gedrag van onszelf of van een collega? Dan bespreken raadsleden dit met de griffier of burgemeester.
Collegeleden bespreken dit met de secretaris of burgemeester. Als het de burgemeester betreft, bespreken collegeleden dit met de locoburgemeester en raadsleden dit met de plaatsvervangend raadsvoorzitter. Met wie we het verder bespreken verschilt van geval tot geval. Soms is overleg met de griffier of burgemeester genoeg, terwijl we 1
Waar in de tekst wordt gesproken over raadsleden, worden in voorkomende gevallen ook commissieleden bedoeld.
1
het bij andere situaties met meer mensen moeten bespreken. De griffier en burgemeester denken mee over de meest geschikte manier van bespreken. Bij (een vermoeden van) het overtreden van deze gedragscode, melden wij dit bij de burgemeester. Als de melding over de burgemeester gaat, melden we het bij de plaatsvervangend raadsvoorzitter en de locoburgemeester. Ook inwoners, organisaties of ondernemers kunnen melding maken van (een vermoeden van) een integriteitsschending door een bestuurder. Hoe dat moet staat op onze gemeentelijke website. In deze gevallen neemt de griffier dan wel de gemeentesecretaris eerst contact op met de melder om de verdere aanpak te bespreken. We volgen daarbij de procedure zoals afgesproken in ons stappenplan onderzoek integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Oisterwijk 2022.
Belangenverstrengeling Bij al ons handelen, weten wij wat de gevolgen van ons handelen zijn en hoe anderen daarnaar kijken. Bij belangenverstrengeling is er een vermenging van het algemene gemeentelijke en een persoonlijk belang. Het persoonlijk belang kan bijvoorbeeld komen door een (neven)functie die de bestuurder heeft. Ook een belang van bijvoorbeeld vrienden, familie, bedrijven of organisaties waar bestuurders als privépersoon banden mee hebben, kan hun handelen veranderen. Een zuiver en objectief besluit of handeling komt dan in gevaar. Belangenverstrengeling kan ook komen door een vraag vanuit de samenleving om zich voor een bepaalde zaak of probleem in te zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan belangen- of actiegroepen die een beroep op bestuurders als privépersoon doen. Naast het voorkomen van belangenverstrengeling, hebben bestuurders de taak om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, als dat binnen het gebied ligt waarbinnen zij invloed hebben. Als we belangen hebben bij een dossier, maken we deze bekend bij onze collega-bestuurders. Het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling, vraagt meer van ons dan het niet meestemmen over een onderwerp, zoals dat op dit moment in de Gemeentewet geregeld is.2 Wij bewaren afstand tot een dossier, als er belangenverstrengeling is. Dit betekent dat we ook niet aan de beraadslaging over het dossier meedoen.
Deze werkwijze is conform de voorgenomen wijziging van de Gemeentewet. In deze Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur3 wordt in plaats van het onthouden van stemming, voortaan gesproken van onthouden van beraadslaging en stemming in geval van persoonlijke betrokkenheid bij een onderwerp. De kern van het werk van raadsleden wordt immers niet alleen gevormd door de stemming aan het eind van het werk, maar juist ook door de daaraan voorafgaande beraadslagingen, bijvoorbeeld door het indienen van moties en amendementen of het stellen van vragen en het overleggen in commissieverband. Of een raadslid in geval van (schijn van) belangenverstrengeling ook niet aanwezig mag zijn bij de fractievergadering waarin een dossier wordt besproken, bepaalt de fractie zelf. Ook de burgemeester of een wethouder kan persoonlijk betrokken zijn bij een bepaald onderwerp dat in een collegevergadering of in ander verband aan de orde komt. Ook voor de burgemeester en een wethouder geldt dan dat hij
2
In artikel 28 van de Gemeentewet is opgenomen wat er van een raadslid wordt verwacht ten aanzien van deelname aan de besluitvorming van de gemeenteraad om belangenverstrengeling te voorkomen. Op dit moment gaat dit artikel slechts over niet meestemmen in geval van persoonlijke betrokkenheid bij een onderwerp 3
Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur, Kamerstukken TK 2019-2020, 35 546, nr. 2 en 3
2
of zij zich bij de bespreking van een dergelijk onderwerp onthoudt van beraadslaging en stemming daarover. Om belangenverstrengeling te voorkomen, bewaren we afstand tot bepaalde onderwerpen of vragen. Dat doen we niet alleen in de rol van raads- of collegelid maar ook als privépersoon. Het uitgangspunt is dat het bij onze rol als bestuurders past om inwoners en organisaties de weg te wijzen en informatie te geven. Wij zijn echter terughoudend in het optreden als woordvoerder of vertegenwoordiger van deze inwoners en organisaties richting anderen. Dat betekent dus, dat we ook niet optreden als begeleider van inwoners of organisaties in gesprekken met de gemeente. Als een raadslid in een bepaalde situatie twijfelt of er sprake is van belangenverstrengeling, is het altijd mogelijk om eerst laagdrempelig in gesprek te gaan met de griffie en / of de burgemeester sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling wordt dit vervolgend gemeld bij het presidium.
Nevenfuncties We staan midden in de samenleving. Dat geldt zeker voor raadsleden. Zij moeten hun raadswerk combineren met werk en privé activiteiten. Het uitvoeren van nevenfuncties hoort hierbij. Het uitvoeren van nevenfuncties zorgt namelijk ook voor een brede blik en draagt bij aan de kwaliteit van een raadslid. Sommige nevenfuncties passen echter beter dan andere. Het uitgangspunt is dat onze nevenfuncties het belang van de gemeente niet mogen schaden of daarmee in strijd zijn. Wanneer nevenfuncties raakvlakken hebben met de functie als bestuurder, beoordelen we of we beide functies kunnen uitvoeren. Dat doen we met de volgende voorwaarden:
1. de grootte van de belangen die kunnen raken; 2. hoe vaak het te verwachten is dat de belangen elkaar raken en; 3. in hoeverre het uitvoeren van de nevenfunctie het goed kunnen uitvoeren van de functie van bestuurder in de weg staat. We letten erop dat nevenfuncties niet leiden tot situaties van (de schijn van) belangenverstrengeling of bevoordeling. De Gemeentewet verplicht raadsleden hun nevenfuncties openbaar te maken4. Betaald werk geldt in dit geval ook als een nevenfunctie die gemeld moet worden. Ook vermeldt de Gemeentewet functies die in ieder geval onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. Raadsleden geven hun nevenfuncties daarvoor door aan de griffier. De griffier legt de nevenfuncties van raadsleden vast in een openbaar register. Raadsleden geven aan of het om een betaalde of onbetaalde functie gaat. Als er aanpassingen zijn, melden raadsleden dit direct bij de griffier. Zo is het register altijd actueel. Het register ligt voor een ieder ter inzage. Raadsleden maken waar nodig en mogelijk afspraken om een nevenfunctie en het raadswerk te kunnen combineren. De gemeentesecretaris legt de nevenfuncties die collegeleden op persoonlijke titel verrichten en de nevenfuncties volgend uit het collegelidmaatschap vast in een openbaar register. Als er iets verandert, melden collegeleden dit bij de gemeentesecretaris zodat deze het register kan
4
Artikel 12 en 13 van de Gemeentewet.
3
aanpassen. De Gemeentewet5 verplicht wethouders om wanneer zij een nevenfunctie willen accepteren, dit voornemen te melden aan het presidium. Als collegeleden voltijds zijn benoemd, maken zij de hoogte van een mogelijke vergoeding openbaar. Voor deeltijdwethouders is niet verplicht, zo volgt uit artikel 41b, vierde lid, van de Gemeentewet. Collegeleden voeren (neven-)functies uit die een gevolg zijn van het collegelidmaatschap. Daarnaast voeren zij in principe geen nevenfuncties uit bij organisaties waarmee de gemeente een (financiële) samenwerkingsrelatie heeft. Of een functie waarbij je kunt verwachten dat het collegelid vanuit de nevenfunctie contact heeft met de gemeente.
Omgang met informatie Openbaarheid en transparantie zijn kernwaarden in het openbaar bestuur en belangrijk voor het goed werken van onze democratie. Onderwerpen behandelen we dan ook zo veel als kan in het openbaar. Wij moeten met grote zorgvuldigheid omgaan met de informatie die wij hebben. Informatie die we via het raads- en collegewerk krijgen, gebruiken we alleen voor doelen waarvoor die bedoeld is. Niet om persoonlijk of ander voordeel te krijgen. Soms is het nodig om stukken of wat we in een vergadering hebben besproken geheim te houden. Hiervoor houden we ons aan de het wettelijk kader zoals neergelegd in de Gemeentewet en de Wet open overheid. Als we het niet eens zijn met de volgens dit wettelijk kader opgelegde geheimhouding, dan bespreken we dat in de raad en/of het college. Als we hebben besloten om stukken of wat we in een vergadering hebben besproken geheim te houden, houden we ons daaraan. In geen geval kiezen we ervoor zelf dit openbaar te maken of stukken te lekken. Dit is namelijk strafbaar op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
Omgangsvormen Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen college- en raadsleden en met ambtenaren is erg belangrijk. Als het hieraan schort, beschadigt dat niet alleen de onderlinge relatie, maar ook de goede naam van het hele gemeentebestuur. Wij bespreken in Oisterwijk de inhoud, we spelen niet op de persoon. We praten met mensen, niet over mensen.
Gebruik voorzieningen en faciliteiten van de gemeente Onder gemeentelijke voorzieningen en faciliteiten vallen alle spullen van de gemeente Oisterwijk waar raads- en collegeleden gebruik van kunnen maken. Denk aan het gebruik van de raadskamer, tablets of telefoons en de toegangsbadge. De gemeentelijke voorzieningen en faciliteiten gebruiken we in de eerste plaats voor het doel waarvoor we ze hebben gekregen of voor mogen gebruiken. Gebruiken we een telefoon of tablet privé, dan zorgen wij ervoor dat we het zakelijk gebruik altijd mogelijk blijft. Het is logisch dat we voorzichtig en netjes met deze voorzieningen en faciliteiten omgaan. Wij hebben hierin in de eerste plaats een eigen taak. Hierop zijn we ook aanspreekbaar voor anderen. Er zijn rechtspositionele regelingen voor bestuurders die het mogelijk maken dat wij soms gemaakte kosten terug kunnen vragen. Vanzelfsprekend houden we ons hierbij aan de regels. De kosten die we terugvragen worden gecontroleerd en krijgen we volgens de regels terugbetaald.
5
Dit systeem volgt uit artikel 41b van de Gemeentewet voor wat betreft het college en artikel 67 van de Gemeentewet voor de burgemeester.
4
Uitnodigingen, geschenken en giften Het aannemen van uitnodigingen, geschenken en giften hoort soms bij het normale omgangsverkeer. Of dat het geval is, hangt samen met functionaliteit, proportionaliteit en voor welk deel het aannemen daarvan zorgt voor verwachtingen die niet de bedoeling zijn. Uitnodigingen nemen we alleen aan als deze een bepaald nut hebben voor de gemeente. Of als we hiermee het ambt van raads- of collegelid goed kunnen uitvoeren. Uitnodigingen die andere organisaties of personen betalen en buitenlandse reizen (vooral van niet-overheden) melden en bespreken we altijd. Raadsleden doen dit bij de griffier. Collegeleden bespreken dit in de collegevergadering en als dat nodig is voorafgegaan door overleg met de burgemeester. Als er buitenlandse dienstreizen zijn, dan betaalt de gemeente Oisterwijk deze zelf. We krijgen soms geschenken en giften van andere organisaties of personen aangeboden. Of we deze kunnen aannemen hangt af van of de waarde ervan in verhouding staat tot de reden om het aan te bieden. Voor geschenken en giften met een geschatte waarde van (meer dan) €50,-vinden we dat in ieder geval niet het geval. Dan geven we het geschenk terug of gaat het naar de gemeente. We nemen nooit geld aan en ontvangen op ons thuisadres geen giften en geschenken.
Als dit per ongeluk toch gebeurt, dan melden raadsleden dit bij de griffier en collegeleden in het college. We melden bij de gever dat we niet blij zijn met het ontvangen van giften op het thuisadres. De bedoeling van de gever en timing van de gift zijn belangrijke voorwaarden om uitnodigingen, geschenken en giften wel of niet aan te nemen. Bestuurders gaan daarom na wat het voordeel van de andere partij kan zijn, nu en in de toekomst. Een uitnodiging, geschenk of gift weigeren we als het een tegenprestatie is voor een positieve beslissing of het hier toe kan leiden. Ook als het aannemen ervan deze indruk kan wekken, weigeren we dit.
Aandacht voor integriteit en evaluatie Om het integriteitsbewustzijn levend en scherp te houden, geven wij ieder jaar minimaal één keer samen aandacht aan integriteit in een workshop voor de raad- en commissieleden en collegeleden. De waarde van de gedragscode ligt in het gebruik ervan door raads- en collegeleden. Het is daarom belangrijk dat deze geschikte en herkenbare handvatten biedt voor hoe wij in Oisterwijk willen omgaan met integriteit. Om te zorgen dat de gedragscode van waarde blijft, bekijkt een afvaardiging vanuit de raad, samen met de burgemeester en de griffier, iedere raadsperiode of de gedragscode aanpassing behoeft. Integriteit is de verantwoordelijkheid van alle bestuurders. De burgemeester, de griffier en de gemeentesecretaris zijn echter het eerste aanspreekpunt, zij geven daartoe gevraagd en ongevraagd advies.
Is het in bijzondere situaties onduidelijk hoe wij volgens deze gedragscode te werk willen gaan? Dan hebben we het hier met elkaar over en bepalen wij samen hoe wij hier mee omgaan.
5