CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

22-170 VVGB varkenshouderij Oisterwijksebaan 6 - Inbreng inwoners - Brabantse Milieufederatie

RAAD 15 december 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Schriftelijke inbreng inwoners1.463 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tilburg, 24 november 2022

Aan: Gemeente Oisterwijk t.a.v. de gemeenteraad Postbus 10101 5060 GA Oisterwijk

Kenmerk: Ow 07-2140-hg Betreft: reactie op raadsvoorstel ‘Verklaring van geen bedenkingen Varkenshouderij Oisterwijksebaan 6’

Geachte Raad, Onlangs mocht de Brabantse Milieufederatie (BMF) de aan u gerichte raadsbrief en de nota van zienswijzen van het college ontvangen inzake de procedure rondom de veehouderij aan de Oisterwijksebaan 6 te Oisterwijk. De reactie van het college op onze zienswijze vinden wij zeer teleurstellend. Deze zienswijze d.d. 8 maart jl., met kenmerk Ow 07-2049-hg treft u als bijlage hierbij aan. Verder wordt met dit voorstel geenszins recht gedaan aan de groene gemeente die u zegt te willen zijn in de omgevingsvisie. De onderhavige varkenshouderij betreft een megabedrijf welke in een omgeving is gelegen met meerdere veehouderijbedrijven. Als gevolg hiervan is er sprake van een slecht woon- en leefklimaat en wordt als gevolg van de uitstoot van ammoniak het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen sterk aangetast. Onlangs werd door uw raad nog fors geïnvesteerd in de uitkoop van het bedrijf aan de Oisterwijksebaan 2 te Oisterwijk. Het zou getuigen van inconsistentie als uw raad nu zou besluiten om een Verklaring van geen bedenking af te geven voor de Oisterwijksebaan 6 te Oisterwijk. In onze zienswijze hebben wij u gewezen op de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch.

Deze uitspraak ging over de onvoldoende werking van combiluchtwassers in relatie tot de gehanteerde emissiefactoren in de Regeling Ammoniak en Veehouderij (Rav) en is inmiddels bekrachtigd door de Raad van State (ECLI NL-RVS 25578,2622,2624) op 7 september 2022. De Raad van State kwam tot eenzelfde conclusie als de rechtbanken. Als er twijfel is over de juistheid van een Rav-emissiefactor voor een bepaald emissiearm stalsysteem, dan kan de ammoniakemissie van dat stalsysteem niet aan de hand van de Rav-emissiefactor met de vereiste zekerheid worden vastgesteld. Daardoor kunnen op die manier ook de stikstofdepositie en de eventuele gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet met de vereiste zekerheid worden vastgesteld. De Wet natuurbescherming (artikel 2.8) en de Europese Habitatrichtlijn (artikel 6) vereisen echter wel zekerheid voor het verlenen van toestemming voor activiteiten die een significant effect op Natura 2000-gebieden kunnen hebben. Als die zekerheid er niet is, mag geen toestemming (natuurvergunning) worden verleend. Daarbij is van belang dat aan deze wetgeving het voorzorgsbeginsel ten grondslag ligt en dat het Hof van Justitie daar een strikte uitleg aan geeft.

Dat leidt ertoe dat als er twijfel is over de juistheid van een Rav-emissiefactor voor een bepaald emissiearm stalsysteem, dat die emissiefactor dan niet zonder meer mag worden gebruikt bij het beoordelen van een aanvraag voor een natuurvergunning. Dat geldt zowel voor een voortoets als voor een passende beoordeling. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag had dus niet klakkeloos mogen worden uitgegaan van de Rav-codes maar had een passende beoordeling moeten worden gemaakt.

Stichting Brabantse Milieufederatie | Heuvelring 92 | 5038 CL Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KVK 41095498 | BTW NL003011823B01 | IBAN NL22TRIO0212497251

Het standpunt van het college dat bij de beoordeling moet worden uitgegaan van de Regeling Ammoniak en Veehouderij is dus volstrekt onjuist. Daarmee kan niet op voorhand worden gesteld of überhaupt sprake is van interne saldering. Als de Rav-emissiefactoren niet juist zijn, is bij een toename van stikstofemissies geen sprake van interne saldering. Dan is er een Wnb-vergunning nodig. Het college had dit moeten onderzoeken. Er wordt onder 1.10 niet inhoudelijk ingegaan op onze twijfel omtrent de juistheid van de vervoersbewegingen. Ervaring leert dat bij het bedrijf vaak 10 tot 15 auto’s staan geparkeerd. Dit zien wij niet terug in de verkeersberekeningen. Ten aanzien van de motivering van ons bezwaar onder 1.17 wordt door het college aangegeven dat de beleidswijzigingen niet behoefden te worden meegenomen bij lopende aanvragen, omdat het moment van aanvraag bepalend is, aldus het college. De aanvraag dateert van 2016. Er zijn echter nadien diverse wijzigingen in de aanvraag doorgevoerd, zodat de aanvraag opnieuw aan de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) had moeten worden getoetst. Op onze inhoudelijke bezwaren ten aanzien van de toetsing wordt verder niet ingegaan. Er wordt ook nog een paar keer verwezen naar de oude Maatlat duurzame veehouderij. De uitbreiding van de veehouderij zorgt voor een forse toename van de geurbelasting van 50%.

Bovendien wordt bij de berekening van de geurbelasting niet gerekend met de huidige gezondheidskundige advieswaarden van de GGD, die zijn aangescherpt en in overeenstemming zijn gebracht met het advies van de WHO. De geurnormen in deze beschikking liggen meer dan 2 keer zo hoog als de gezondheidskundige advieswaarden. Door de GGD worden ook kritische noten gekraakt ten aanzien van de gezondheidsaspecten. Daarbij spelen fijnstof en geur een belangrijke rol, ook in verband met de gevoelige objecten die zich in de directe omgeving bevinden. Onbegrijpelijk vinden wij in dit verband de afweging van het college dat een (agrarisch) kinderdagverblijf bij een melkrundveehouderijbedrijf niet zou moeten worden aangemerkt als een gevoelig object. Dat klemt temeer nu de fijnstofbelasting waarschijnlijk groter wordt als gevolg van de aanleg van de koeientuin aan de Spoorlaan te Oisterwijk waarvoor uw college ook vergunning heeft verleend. Uw college wijst erop dat er bij een weigering van de Verklaring van geen bedenkingen mogelijk een schadeclaim zou kunnen komen van de initiatiefnemer. In een feitelijk en zuiver besluitvormingsproces zou dit aspect geen rol mogen spelen. Wij hechten eraan u er op te wijzen dat bij een verlening van de Verklaring van geen bedenkingen dit risico ook bestaat.

Omwonenden met grote hinder als gevolg van geuroverlast kunnen zich immers wenden tot de burgerlijke rechter. Daarbij kunnen zij mogelijk een beroep doen op artikel 8 van het Europese verdrag voor de rechten van de mens. Zie: Rechtspraak.nl OGR-Updates.nl 2022-0171Omgevingsvergunning in de praktijk 2022/8737JOM 2022/414JM 2022/128 met annotatie van Douma, W.Th. Bokelaar, P.B. M en R 2022/96 met annotatie van B. Arentz. Ten aanzien van de weerlegging van het bezwaar onder 1.19 wijst het college er op dat geen sprake is van het houden van verschillende diersoorten. De verspreiding van de ziekte van Aujesky beperkt zich echter niet tot het bedrijf aan de Oisterwijksebaan 6 maar kan ook betrekking hebben op de aanliggende in aanbouw zijnde koeientuin. Niet aangetoond is dat deze vorm van gevaar als gevolg van de wijziging is te voorkomen. In de Nota van zienswijzen 1.20 weerlegt het college ons bezwaar ten aanzien van de sprinklerinstallatie. Er zouden voldoende andere blusmiddelen aanwezig zijn in de inrichting. Ten aanzien van de brandveiligheidsrisico’s in varkensstallen is op 5 oktober 2016 een rapport uitgebracht door de Brandweeracademie ‘Brandweerzorg in varkensstallen’. Het rapport stelt dat bij deze en andere soorten stallen brandcompartimentering lastig is door te voeren.

Dit ligt aan de grootte en hoogte van de stallen, maar ook aan gemeenschappelijke voorzieningen zoals het luchtaan- en afvoersysteem, luchtzuiveringssysteem en voersysteem. Er zijn drie zaken die de kans op brand en de gevolgen van brand verhogen. De eerste is langdurige opslag van mest in diepe en relatief warme mestkanalen onder de stal. Hierbij wordt methaangas gevormd. Door menselijk handelen (bijvoorbeeld slijp- en laswerkzaamheden) is de kans relatief groot dat dit gas tot ontbranding komt. Het tweede risico wordt gevormd door de elektrische voorzieningen in de afdelingen, zoals verlichting en soms wandcontactdozen. Stichting Brabantse Milieufederatie | Heuvelring 92 | 5038 CL Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KVK 41095498 | BTW NL003011823B01 | IBAN NL22TRIO0212497251

Deze bevinden zich in een corrosief milieu (waterstofsulfide (H2S), ammoniak en vocht). Het derde risico ligt bij niet-diergerelateerde activiteiten, zoals energieproductie (biogas) en mestbewerking in de nabijheid van de dierenverblijven. Een ontstane brand kan zich in veel gevallen snel door een stal verspreiden via de mestput of door de geringe brandveiligheid van de toegepaste dakisolatiematerialen en het vaak toegepaste verlaagde afdelings-/ventilatieplafond. Ook het gebruik van kunststoffen (PVC, PP, PE) in bijvoorbeeld afdelingswanden, hokafscheidingen en voerbakken kan bijdragen aan brandontwikkeling. Betreding van een varkensstal tijdens ontwikkeling van brand en de daarbij ontstane rookontwikkeling is risicovol. Varkensstallen hebben weinig buitendeuren en bestaan vaak uit een complex stelsel van werk- en voergangen. Zie verder het rapport uitgebracht door de Brandweeracademie met de titel ‘Brandzorg bij veestallen’. Dit leidt ertoe dat in een dergelijk groot veehouderijbedrijf niet kan worden volstaan met de traditionele blusmiddelen. De aanwezigheid van een sprinklerinstallatie zal dan vanuit een oogpunt van brandveiligheid ook vereist zijn. Wij vertrouwen erop dat onze argumenten zorgvuldig zullen worden gewogen en dat de gevraagde Verklaring van geen bedenkingen zal worden geweigerd. Met duurzame groet,

Femke Dingemans, directeur Brabantse Milieufederatie

Bijlage: Ow 07-2049-hg Zw ontwerpbeschikking Oisterwijksebaan 6 te Heukelom

Stichting Brabantse Milieufederatie | Heuvelring 92 | 5038 CL Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl KVK 41095498 | BTW NL003011823B01 | IBAN NL22TRIO0212497251

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12101394/1