22-168 Verordening Declaratiefonds - bijlage 2 Overzicht wijzigingen
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen Verordening Declaratiefonds Verordening Declaratiefonds 2020-2022
2023
ten
opzichte
van
de
1. Bij artikel 3 Voorwaarden is onder lid 1 sub b toegevoegd: Bij een inkomen uit een zelfstandig bedrijf of beroep wordt uitgegaan van het inkomen over het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag. De basis hiervoor is primair de (voorlopige) aanslag over dat jaar en secundair de aangifte. Op deze wijze stellen wij bij al onze minimaregelingen het inkomen van een zelfstandige vast. We voegen het toe aan de Verordening om meer duidelijkheid en eenduidigheid te creëren. 2. Bij artikel 3 Voorwaarden is onder lid 1 sub c toegevoegd: Een persoon van 18 jaar of ouder met een schuldsaneringstraject op grond van de Wsnp of Wgs. Deze groep mensen hebben vaak een hoger inkomen dan 120% maar houden een laag besteedbaar inkomen over doordat er maandelijks geld wordt ingehouden om schulden af te lossen. Dit is toegevoegd om ook deze groep inwoners te kunnen ondersteunen. 3. Bij artikel 3 Voorwaarden is onder lid 2 verwijderd: Bij het vaststellen van het vermogen wordt van het saldo op de lopende rekening een bedrag vrijgelaten in verband met lopende uitgaven […] We houden al rekening met een vermogensvrijlating van € 6.505,00 voor een alleenstaande en € 13.010,00 voor gehuwden. Bij onze overige minimaregelingen houden wij ook geen rekening met deze vrij te laten bedragen op de lopende rekening.
De klanten die normaal gebruik maken van de minimaregelingen hebben overigens meestal een vermogen wat bij lange na niet in de buurt komt van de vermogensgrenzen. Als we alle aanvragen op dezelfde manier behandelen en dezelfde criteria hanteren, is dat voor de klant duidelijker. Daarnaast wordt het voor onze uitvoering makkelijker.