22-140 Positief advies Commissariaat voor de Media over aanwijzing lokale publieke media-instelling - Bijlage 1 Vermelde artikelen uit statuten stichting Ohm
Tekst van het document
Vermelde artikelen uit de statuten van Stichting Ohm Doel Artikel 3 1. De stichting heeft als doel: a. Het uitzenden van omroepprograrnma’s bestemd voor de gemeente en haar inwoners. b. Een omroepprogramma te verzorgen dat in zodanige mate is gericht op de bevrediging van de in de gemeente levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften, dat dit programna geacht kan worden van algemeen nut te zijn. 2. De stichting gebruikt de zendtijd geheel voor een programma dat in het bijzonder op de gemeente betrekking heeft. 3. De stichting tracht het doel te bereiken door: het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor de verwezenlijking van het doel bevorderlijk kunnen zijn. —
Programmaraad Artikel 10 1. De stichting heeft een programmaraad 2. De programmaraad heeft tot taak: a. het vaststellen van het programmabeleid b. het vaststellen en wijzigingen van het programmastatuut c. het opstellen van een taakomschrijving voor de programmastaf d. het toetsten van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten e. het gevraagd en ongevraagd verstrekken van adviezen aan het bestuur f. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid g. het aanstellen van een eindredacteur 3. De programmaraad bestaat uit minimaal acht en maximaal zeventien leden minimaal vier en maximaal acht leden uit de kern Oisterwijk minimaal vier en maximaal acht leden uit de kern Moergestel, en maximaal één lid namens Heukelom. 4. Met “namens“ in het vorige lid wordt bedoeld dat leden van de programmaraad woonachtig dienen te zijn in genoemde kernen van de gemeente 5. De programmaraad dient zodanig samengesteld te zijn, dat deze representatief is voor de in de gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.
In de programmaraad hebben tenminste vertegenwoordigers van de volgende stromingen zitting: a maatschappelijk(e) zorg en welzijn; b cultuur en kunst; c kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag; d werknemers; e werkgevers; f onderwijs en educatie; g etnische en culturele minderheden; h sport en recreatie. 6. Leden van de programmaraad kunnen niet bestuurslid of vrijwilliger zijn van een van de stichtingen genoemd in artikel 6 lid 2. Leden van de programmaraad dienen onafhankelijk te zijn van de uitvoering. 7.a. De programmaraad vergadert tenminste vier maal per jaar.
b. Van iedere vergadering worden notulen gemaakt ten behoeve van opname in de jaarlijkse rapportage aan het Commissariaat voor de Media. 8. De leden van de programmaraad ingevolge artikel 30, sub c laatste volzin van de Mediawet, op bindende voordracht van de programmaraad benoemd door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente. Wanneer het College van Burgemeester en Wethouders van oordeel is dat niet is voldaan aan de in lid 5 gestelde eisen van representativiteit, dan deelt het dit mede aan de programmaraad. De programmaraad dient zich dan te beraden over haar voordracht. 9. Indien op enig moment de wet deze wijze van benoeming niet langer voorschrijft, geschiedt de benoeming conform het tiende tot en met het dertiende lid van dit artikel. 10. Onverminderd het bepaalde in het achtste en negende lid van dit artikel, worden de leden van de programmaraad door de programmaraad benoemd op bindend voordracht, met inachtneming van het tweede, derde en vierde lid van dit artikel. 11. Tot het indienen van een bindende voordracht als bedoeld in het vorig lid zijn bijgevoegd; het bestuur, het bestuur van LOVO, het bestuur van MTV, de leden van de programmaraad en eventueel bij huishoudelijk regelement aan te wijzen organisaties of groeperingen. 12.
Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een daartoe strekkende beslissing, welke is vastgesteld in een vergadering van de programmaraad waarin tenminste twee/derde deel van de programmaraad tegenwoordig is, met tenminste een twee/derde meerderheid. 13. Is geen bindende voordracht opgemaakt of handelt de vergadering overeenkomstig het twaalfde lid van dit artikel, of overtreft het aantal voordrachten het aantal beschikbare zetels, dan voorziet de programmaraad in de benoeming naar eigen inzicht. 14. De programmaraad wijst uit haar midden een voorzitter en secretaris aan, en indien nodig voor één of voor beiden een plaatsvervanger. 15. De vergadering van de programmaraad worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur die desgevraagd advies kan uitbrengen. 16. Na het ontstaan van één of meerdere vacatures in de programmaraad (in de minimale bezetting conform lid 3 en 5) dient onverwijld een voordracht in de zin van dit artikel te worden gedaan, zodat een vacature onverwijld binnen de wettelijke termijn van drie maanden is vervuld. 17. Zijn één of meerdere zetels van de programmaraad onbezet, dan vormen de zittende leden niettemin een wettige programmaraad, gedurende de periode dat conform lid 16 aan de invulling van de vacature(s) gewerkt wordt. 18.
Over tussentijdse wijzigingen in de samenstelling van de programmaraad dient de secretaris van het bestuur het Commissariaat voor de Media binnen één maand te informeren. 19. De programmaraad stelt een reglement voor haar functioneren en een programmastatuur op. Reglement en programmastatuut mogen niet in strijd zijn met de wet en de statuten.