22-100 Aanwijzen lijst verplichte participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit - Raadsvoorstel - aanvaard
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Aanwijzen lijst verplichte participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Raadsvergadering d.d. 21 april 2022
Zaaknummer: 131138
Raadsvoorstelnr: 22-100
Afdeling: Ruimte
Voorstel Wij stellen u voor om: 1. De 'lijst met aangewezen gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld' vast te stellen; 2. De lijst verplichte participatie jaarlijks te evalueren; 3. De bijgaande ‘Handreiking omgevingsdialoog voor ruimtelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving’ vast te stellen, waarmee initiatiefnemers worden gestimuleerd om de omgevingsdialoog op een goede manier te voeren. Inleiding Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het voor een aanvrager verplicht om bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aan te geven of hij aan participatie heeft gedaan en, zo ja, hoe en wat daarvan de resultaten waren. Deze indieningsvereiste bevat echter géén verplichting om daadwerkelijk aan participatie te doen. Het antwoord mag ook zijn: ‘nee, ik heb niet aan participatie gedaan’. Wanneer er ‘nee’ wordt geantwoord is dit geen reden om de aanvraag niet te behandelen. Het doel van de regel is om participatie te stimuleren. De gemeenteraad kan echter gevallen aanwijzen waarbij participatie verplicht wordt gesteld. Dit kan de raad alleen doen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s). Het gaat daarmee dus om activiteiten die niet passen in het omgevingsplan.
Wanneer de raad niet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet aangeeft in welke gevallen zij participatie verplicht wil stellen, geldt alleen de hiervoor genoemde indieningsvereiste. Om die reden stellen wij voor om bijgaande lijst vast te stellen, met gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld. Wat wij hierbij belangrijk vinden om te vermelden is dat uw raad heeft aangegeven inwonersparticipatie belangrijk te vinden. Of dat nu gaat om het sociale domein, dienstverlening of het fysieke domein. Voor ruimtelijke initiatieven binnen het fysieke domein verwacht uw raad van initiatiefnemers om participatie vanaf de eerste planvorming op te pakken. Dit voorstel ziet toe op het verplichten van participatie bij bepaalde initiatieven binnen de fysieke leefomgeving. In dat licht bezien leggen wij u ook de geactualiseerde ‘Handreiking omgevingsdialoog voor ruimtelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving’ voor ter vaststelling. Deze biedt initiatiefnemers houvast bij het organiseren en voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog, ongeacht of in de betreffende situatie sprake zal zijn van verplichte participatie of niet. Argumenten 1.1
Zonder aanwijzing geen verplichting tot participatie. Zoals in de inleiding aangegeven geldt er zonder aanwijzing van gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld geen plicht voor een initiatiefnemer om aan participatie te doen. Hoewel de Omgevingswet beoogt om meer verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer te leggen, is het voor inwoners ook belangrijk om in ieder geval
1
te worden betrokken bij grote(re) ontwikkelingen. Gelet hierop is het gewenst om toch een aantal gevallen aan te wijzen waarin participatie verplicht wordt gesteld. 1.2
Participatie is een belangrijk speerpunt van de raad. In het raadsakkoord ‘gezamenlijk perspectief over grenzen heen’ is aangegeven dat uw raad inwonersparticipatie erg belangrijk vindt. Om die reden is het passend om een lijst op te stellen van gevallen waarin participatie in ieder geval verplicht is. Juist omdat dit zo’n een belangrijk thema is voor uw raad bestaat wellicht de behoefte om voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht te stellen. Dit is echter niet het doel van de Omgevingswet. Meer hierover kunt u lezen onder kanttekening 1.1.
1.3
De lijst bevat alle voor de raad belangrijke onderwerpen. Uw raad is tijdens drie bijeenkomsten (9 december, 20 december en 13 januari jl.) meegenomen in het ontwerp ‘participatie’. Samen is besproken welke onderwerpen van belang zijn om op de lijst verplichte participatie te plaatsen. In bijlage 1 is de lijst toegevoegd waarop is terug te lezen welke categorieën het betreft.
2.1
Vaststelling door de raad is wettelijk verplicht. Artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet geeft aan dat de gemeenteraad gevallen kan aanwijzen waarin participatie verplicht wordt gesteld. Uw raad zal daarom een aanwijzingsbesluit moeten nemen.
2.2
Evaluatie zorgt voor behoud draagvlak en stelt de raad in staat om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. De Omgevingswet is nieuw en de verplichting tot participatie ook. Gelet hierop is evaluatie gewenst. Om er zeker van te zijn dat we achter de lijst verplichte participatie blijven staan (draagvlak) wordt deze jaarlijks geëvalueerd. Ook moet tijdens de evaluatie bezien worden of de lijst al dan niet moet worden bijgesteld.
2.3
Jaarlijks evalueren zorgt voor duidelijkheid bij inwoners over de regels. Evaluatie kan leiden tot een aanpassing van de lijst. Evaluatie moet daarom gaan over een substantiële periode. Het is namelijk niet in het belang van de inwoner om steeds weer opnieuw geconfronteerd te worden met andere procedure eisen. Om die reden stellen wij voor om in beginsel in te stellen met een jaarlijkse evaluatie.
3.1
De Handreiking omgevingsdialoog is geactualiseerd naar aanleiding van evaluatie. De gemeente Oisterwijk zet al enige tijd in op het stimuleren van de omgevingsdialoog door initiatiefnemers, onafhankelijk van de aard en omvang van het initiatief. Daartoe is op 11 februari 2020 door het toenmalige college een eerste versie van de Handreiking omgevingsdialoog vastgesteld. Na ruim 1,5 jaar ervaring te hebben opgedaan, is de Handreiking omgevingsdialoog in het najaar van 2021 geëvalueerd. Met diverse betrokkenen, zowel intern als extern, is gesproken over hoe ‘participatieprocessen’ tot dan toe zijn beleeft. De resultaten hiervan zijn op 20 december jl. aan uw raad gepresenteerd. Feedback heeft geleid tot enkele aanpassingen aan de Handreiking omgevingsdialoog.
2
Zo willen wij voortaan aan initiatiefnemers vragen om de omgevingsdialoog al te organiseren voordat er vanuit de gemeente een besluit wordt genomen op hun initiatief. Dit kan dus ook gaan om conceptaanvragen of principeverzoeken. Daarnaast is er in de geactualiseerde Handreiking meer aandacht voor terugkoppeling van de dialoog aan de betrokkenen en de verslaglegging. 3.2
De Handreiking omgevingsdialoog is toepasbaar op alle soorten ruimtelijke initiatieven. Hoewel bij bopa’s in bepaalde gevallen de omgevingsdialoog verplicht wordt gesteld, is de houding van de gemeente erop gericht om de omgevingsdialoog op een positieve manier (en in brede zin) onder de aandacht te (blijven) brengen. De Handreiking is zo opgesteld dat deze toepasbaar is op alle soorten ruimtelijke initiatieven. Ondanks dat participatie vormvrij is en onder de Omgevingswet ook vormvrij blijft, moet de handreiking houvast bieden aan initiatiefnemers bij het organiseren en voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog. Daarbij maakt het geen verschil of er in de betreffende situatie sprake is van verplichte participatie of niet.
Kanttekeningen 1.1
De Omgevingswet legt de verantwoordelijkheid tot participatie in beginsel neer bij initiatiefnemers. De wetgever gaat uit van een eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers. De wijze waarop participatie wordt ingericht is dan ook in beginsel aan de initiatiefnemer zelf. Verplichte participatie neemt een deel van deze vrijheid weg en impliceert ook een zekere verantwoordelijkheidsverschuiving. Het college en de raad zijn groot voorstander van participatie en stimuleren dit van harte. Echter, het verplicht stellen van participatie blijft, gelet op de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer, beperkt tot gevallen die daar echt om vragen.
1.2
Toetsen op inhoudelijke kwaliteit van participatie is erg lastig. Indien participatie eenmaal verplicht is gesteld, kunnen geen harde eisen worden gesteld aan de kwaliteit van deze participatie. De tijd zal uitwijzen in hoeverre aanvragen afgewezen kunnen worden in geval bijvoorbeeld niet de juiste stakeholders zijn betrokken of indien de gekozen participatievorm niet passend is bij het soort initiatief. De cruciale vraag die daarbij gesteld moet worden is of er uit de aanvraag omgevingsvergunning (en terugkoppeling uit bijvoorbeeld de omgevingsdialoog) voldoende informatie te halen is om tot een goed afgewogen besluit te komen. Uiteraard blijven wij als gemeente participatie zoveel als mogelijk stimuleren. Dat geldt ook voor het bevorderen van het gebruik van de ‘Handreiking omgevingsdialoog’.
1.3
Participatie staat niet gelijk aan het eens moeten worden over de inhoud. Goede participatie betekent niet dat iedereen het met het initiatief eens moet zijn. Participatie is daarmee geen garantie dat zienswijzen of bezwaren worden voorkomen in de formele besluitvormingsprocedure. In de kern is participatie het zo vroeg mogelijk betrekken van partijen voorafgaand aan het formele besluitvormingsproces. Het gaat er om op zoek te gaan naar belangen die spelen, met elkaar in gesprek te
3
gaan over de argumenten waarom de één voor is en de ander tegen, of en hoe een plan eventueel aangepast kan worden om tegemoet te komen aan belangen van anderen. Participatie is daarmee meer dan de formele momenten waarop partijen zienswijzen of bezwaar kunnen indienen. Om die reden wordt participatie zeer aanbevolen en gestimuleerd. 1.4
De datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet is nog niet definitief. Op 24 februari 2022 heeft de betrokken minister het ontwerp-Koninklijk Besluit ter goedkeuring aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer. In dit besluit wordt een nieuw voorstel gedaan voor de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet, te weten 1 januari 2023. Ten tijde van het schrijven van dit raadsvoorstel is nog niet bekend of beide Kamers ook daadwerkelijk kunnen instemmen met deze nieuwe datum of dat verder uitstel toch noodzakelijk is. Als gemeente hebben wij zelf geen invloed op de datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het blijft wel onverminderd belangrijk om op tijd klaar te zijn met alle vereiste voorbereidingen. Vanuit dit oogpunt is het zinvol dat uw raad reeds heeft nagedacht én een besluit heeft genomen over een lijst met aangewezen gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld.
Financiën Het nemen van dit besluit heeft geen financiële gevolgen. Communicatie en uitvoering De lijst verplichte participatie wordt na inwerkingtreding van de wet gepubliceerd. Voor inwerkingtreding van de wet zullen wij hierover communiceren op onze website. Verder wordt nog onderzocht hoe we aanvragers zo veel als mogelijk kunnen stimuleren om gebruik te laten maken van de geactualiseerde handreiking omgevingsdialoog. Tot slot wordt bekeken hoe en in welke fase van een initiatievenproces initiatiefnemers geïnformeerd kunnen worden over het feit dat hun gewenste initiatief participatieplichtig is. Bijlagen 1. Lijst met aangewezen gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld. 2. Handreiking omgevingsdialoog voor ruimtelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving. 3. Menukaart omgevingsdialoog. Ter inzage gelegde stukken Niet van toepassing.
Oisterwijk 15 maart 2022, Het college, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
Coen Boode
Hans Janssen
4
Raadsbesluit Voorstel tot het vaststellen van een lijst van gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend.
De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het college d.d. 15 maart 2022, afdeling Ruimte, raadsvoorstel nr. 22-33
Gelet op artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet; Besluit: 1. De 'lijst met aangewezen gevallen waarin participatie verplicht wordt gesteld' vast te stellen; 2. De lijst verplichte participatie jaarlijks te evalueren; 3. De bijgaande ‘Handreiking omgevingsdialoog voor ruimtelijke initiatieven in de fysieke leefomgeving’ vast te stellen, waarmee initiatiefnemers worden gestimuleerd om de omgevingsdialoog op een goede manier te voeren.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oisterwijk op 21 april 2022 de griffier,
de voorzitter,
Daniëlle Robijns
Hans Janssen
5