CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-99 Regionale uitgangspunten inkoopstrategie sociaal domein - bijlage 2 gespreksnotitie gemeenteraad Oisterwijk

RAAD 22 april 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-99 Regionale uitgangspunten inkoopstrategie sociaal domein2.819 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gespreksnotitie raadsconsultatie integrale inkoop strategie Sociaal Domein Aan : gemeenteraad Bijlage : 1; uitgangspunten inkoopstrategie HvB Onderwerp : Uitgangspunten integrale inkoop strategie Datum : 11 februari 2021 Contactpersoon : Juul Willemsen ___________________________________________________________________________

Onderwerp Uitgangspunten integrale inkoop strategie Sociaal Domein. Inleiding In 2015 vonden drie grote decentralisaties plaats en werden gemeenten verantwoordelijk voor de Jeugdwet, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Participatiewet. Het idee achter de decentralisaties is dat, doordat gemeenten dichter bij hun inwoners staan, hulp en ondersteuning sneller en beter geboden wordt. Het uitgangspunt is daarbij dat mensen zo veel als mogelijk meedoen in de maatschappij, zelfredzaam zijn en dat zij zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. De nadruk ligt op wat mensen zélf kunnen, al dan niet met hulp van mensen uit hun eigen omgeving of met hulp vanuit onze basisstructuur. Pas daarna komt de vraag of, en zo ja welke professionele hulp of ondersteuning nodig is. Om meer grip te krijgen op het sociaal domein en de kosten heeft de gemeenteraad het afgelopen jaar ingestemd met de uitvoering van het Strijdplan. Daarnaast heeft het college uitvoering gegeven aan de nieuwe werkwijze van de toegang. Dit zijn beide manieren om het sociaal domein te beïnvloeden, maar zodanig dat er niemand tussen de wal en het schip valt. Een derde belangrijke ‘knop om aan te draaien’ in het sociaal domein is de manier waarop wij zorg inkopen.

De nieuwe inkoopstrategie vanuit Jeugdwet, Wmo en Participatiewet is randvoorwaardelijk voor de transformatie naar meer impactvolle en betaalbare ondersteuning. Op basis van bovenstaande, aangevuld met inzichten en ervaring, bepalen we richting en maken we keuzes over bekostiging, toegangsmanagement, leveranciersmanagement en contractmanagement. Aanleiding De contracten voor Jeugdhulp, Wmo en Participatie zijn toe aan herijking. De afgelopen jaren hebben we veel geleerd. Deze geleerde lessen zijn een belangrijke aanleiding voor een nieuwe inkoopstrategie. Door de nieuwe aanbesteding komt er een kans om dit zorglandschap beter in te richten.

Bij Jeugdhulp en Wmo is bovendien aanscherping van het inkoopbeleid van extra belang omdat er op die terreinen forse tekorten zijn met een grote impact voor de gemeentebegroting. Het inkoopbeleid is een belangrijk middel om die tekorten terug te dringen. Op de velden Jeugdhulp, Wmo en Participatie werken we samen in de regio Hart van Brabant. Voor een deel is dat op basis van wettelijke afspraken, en voor een deel is dat gebaseerd op een weloverwogen gezamenlijk belang. Met een meer samenhangende inkoop (tussen de verschillende wetten) kunnen we betere dienstverlening voor onze inwoners inrichten. Om hier richting aan te geven hebben wij in de regio Hart van Brabant uitgangspunten geformuleerd1. Tijdens de raadsontmoeting van 11 februari consulteert het college de raad over deze uitgangspunten voor de inkoopstrategie. Dit document bevat de 6 uitgangspunten voor de nieuwe inkoopstrategie en de vergelijking met het huidige Oisterwijkse beleid. Hierin wordt, waar mogelijk, ook uw input weergegeven die u onder andere heeft gegeven bij het behandelen van het Strijdplan en tijdens het vragenhalfuurtje over Follow the Money. Doel van de consultatie Tijdens de consultatie vragen wij u om input te geven aan het college om mee te nemen naar de regio Hart van Brabant.

Vindt u de uitgangspunten een goede richting of juist niet? Indien u zich kunt vinden in de uitgangspunten; kunt u hier een prioritering in aanbrengen? Uitgangspunten integrale inkoop strategie sociaal domein Door de lessen die we hebben geleerd, de vergelijking tussen de velden en de vergelijking met andere regio’s komen we tot zes uitgangspunten. De regionale notitie die met ervaringen en overwegingen zijn toegevoegd als bijlage. De uitgangspunten staan voor de beweging die we willen maken in de aanstaande inkoop. We zien dat de uitgangspunten aansluiten bij: 1. de uitgangspunten die al zijn geformuleerd voor de inkoop van jeugdhulp om gesegmenteerd in te kopen. Dit gebeurt op basis van een meerjarige ontwikkelplan met inzet van vier inkoopinstrumenten: toegangsmanagement, leveranciersmanagement, bekostiging en contract. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de zorgbehoefte en keuzevrijheid van inwoners in combinatie. Meer sturing gegeven in de keuze van én het aantal aanbieders dat gespecialiseerde hulp levert. 2. het door uw raad reeds vastgestelde Strijdplan Sociaal Domein en het gedachtegoed van normalisering, kostenbeheersing en verzakelijking. 3. de inzet van Maatpact om via een regelvrij ontschot budget extra ondersteuning te bieden aan inwoners die vanwege herhaalde complexe problematiek een langdurig beroep doen op het zorgbudget.

Per uitgangspunten geven we meer informatie over het uitgangspunt en geven we aan of dit past in de beleidskeuzes in Oisterwijk. 1. Van zorg overnemen naar het vinden van oplossingen in het gewone leven De meeste problemen waarmee mensen zich melden kunnen met eenvoudige of gebruikelijke hulp verholpen worden. Dat kan versterkt worden door een beter gebruik en een betere bereikbaarheid van voorliggende voorzieningen te organiseren en inwoners te stimuleren gebruik te maken van collectief aanbod (cursussen, trainingen). Dit uitgangspunt past in het ingezette beleid 1

Bijlage 1: aanzet uitgangspunten inkoop Regio Hart van Brabant

Deze beweging is in gang gezet met het vaststellen van het Strijdplan Sociaal Domein en de inrichting van Loket Wegwijs Oisterwijk. Normaliseren is een van de uitgangspunten die is vastgesteld in het Strijdplan. Daarnaast past afschalen ook bij de uitgangspunten van Loket Wegwijs Oisterwijk, wat fungeert als knooppunt in ons Samenredzaam Oisterwijk. Het begrip ‘normaliseren’ verwijst feitelijk naar de vraag wat normaal is. Dat jeugdigen, ouders en volwassenen moeilijke perioden doormaken is normaal. Ieder mens heeft dat. Maar is de gemeente altijd verantwoordelijk voor een oplossing? En wat mag je verwachten dat jeugdigen, ouders en volwassenen hierin zelf ondernemen en dus ook zelf bekostigen? Met normaliseren zetten wij ook in op de beweging dat hulp vragen aan je directe omgeving de nieuwe norm is. Voor mensen die zonder hulp en ondersteuning niet verder komen, vinden wij dat we altijd een oplossing moeten blijven bieden. Maar bij zogeheten lichtere problematiek willen wij sterker dan voorheen kijken naar wat mensen zelf en/of met hulp van hun omgeving kunnen, waar voorzieningen uit de basisstructuur een rol kunnen spelen en pas als mensen dan nog steeds niet verder komen, we het inzetten van een maatwerkvoorziening onderzoeken. 2.

Van oog voor de zorgvraag naar oog voor zorgvraag én maatschappelijke rol (werk, opleiding) Veel hulpvragen ontstaan als mensen hun maatschappelijke rol verliezen, bijvoorbeeld verlies van hun baan, hun relatie of een belangrijke houvast. We kunnen bijdragen aan het hervinden van een positieve maatschappelijke rol door mensen weer aan het werk te helpen, of een andere vorm van participatie te vinden. Werk, participatie en opleiding bieden erkenning, sociaal contact, dagritme en vaak ook een betere financiële positie. Inwoners die door werk, activiteit of opleiding weer meedoen in de maatschappij doen veel minder beroep op ondersteuning en hulp. Inzetten op werk en participatie is daarom vaak effectiever dan hulpinzet doordat het de oorzaak van de hulpvraag aanpakt. Een opleiding biedt een noodzakelijke basis en kansen. Dit betekent dat er bij elk zorgtraject bekeken wordt of inzet van participatie meerwaarde heeft en of er flexibele combinaties gemaakt kunnen worden. Dit uitgangspunt past in het ingezette beleid Mensen zijn gelukkig(er) en meer betrokken als ze mee kunnen doen, als ze zo zelfstandig mogelijk leven en als ze zich gehoord voelen. Iedereen moet mee kunnen doen op zijn eigen niveau, daar moet de samenleving op ingericht zijn: een inclusieve samenleving. Dit is een van de bouwstenen uit het Koersdocument ‘naar een Samenredzaam Oisterwijk’.

De Participatiewet is voorliggend aan de Wmo. Dit is opgenomen in de verordening Wmo 2020.1. Door de inkoop van (arbeidsmatige)dagbesteding op het gebied van Wmo en Participatiewet beter op elkaar af te stemmen sluit dit beter aan bij de vraag en behoefte van de inwoner. Daarnaast draagt deze beweging bij aan de positionering van lokale sociale ondernemingen. 3. Van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld zorgaanbieders dat elkaar kent We willen dat cliënten een integraal aanbod krijgen als dat nodig is. We verwachten van aanbieders dat zij ook doelen op andere beleidsterreinen ondersteunen voor zover dat bij hun rol past. Bijvoorbeeld: een Wmo aanbieder werkt in het belang van hun cliënt ook samen met participatie en vice versa. We willen toe naar een herkenbare groep aanbieders per doelgroep, en/of per gebied, die aanspreekbaar zijn op hun bijdrage en die ook daadwerkelijk meerwaarde bieden. Om te bereiken dat partijen elkaar beter kennen en sneller vinden zodat ze elkaar meer dan nu kunnen versterken, willen we aanbieders contracteren op basis van een veelal langjarig

partnerschap. Dit betekent dat we van partijen verwachten dat ze pro-actief bijdragen aan de inhoudelijke en financiële doelen van de gemeente. Binnen verschillende segmenten zijn er op dit moment erg veel aanbieders gecontracteerd. Dat betekent dat er daarmee wat te kiezen valt binnen die segmenten. Door het grote aantal is inzicht en sturing op kwaliteit echter niet goed mogelijk. De nadelen van de deze te versnipperde markt willen we in de nieuwe inkoop voorkomen. We kiezen voor een kwalitatievere insteek. Doordat we strengere kwaliteitseisen aan de voorkant hebben en hier beter op willen sturen kiezen we in sommige segmenten voor minder aanbieders. Dit betekent dat er minder keuzevrijheid is. Echter, de aanbieders waarmee we een contract aangaan zijn aanspreekbaar op hun bijdrage en leveren daadwerkelijk meerwaarde. De aanbieders die afvallen bieden dat minder. Het terugbrengen van het aantal aanbieders is geen doel op zich maar een uitvloeisel van de maatregelen die we treffen om de inhoudelijke doelen te bereiken. Een bijkomend effect van minder aanbieders kan zijn dat meer mensen gebruik maken van een PGB. Dit bewaken we door de toets op PGB vaardigheid en aandacht voor de kwaliteit. Dit effect monitoren we en we grijpen in als dat nodig is.

Dit uitgangspunt past in het ingezette beleid Afspraken met minder aanbieders is een van de uitgangspunten die de gemeenteraad heeft geformuleerd als amendement tijdens de behandeling van het Strijdplan. Sturen en gezamenlijk met aanbieders de verantwoordelijkheid nemen voor de zorg voor onze inwoners is hierbij een belangrijk doel. Oisterwijk heeft een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau ten aanzien van hulp en ondersteuning. Er zijn vele zorgaanbieders en vele zorgproducten met een ruime keuzevrijheid voor inwoners. In tijden van welvaart is dit mooi, maar in tijden van financiële krapte is dit systeem niet langer houdbaar. Daarnaast staat in het Koersdocument geformuleerd dat de regionale inkoop en samenwerking ten goede moeten komen aan en aansluiten op het lokale sociaal domein. ‘Samenwerken, elkaar opzoeken, integraal werken, vertrouwen in elkaar … het zijn tot nu toe vooral slogans die alle betrokkenen bij het sociaal domein Oisterwijk onderschrijven.’ Zo bleek uit de sessies van het Koersdocument. Door ook in de inkoopstrategie te kiezen voor een kleiner aantal aanbieders (in bepaalde segmenten) kunnen we beter sturing geven aan samenwerking tussen maatschappelijke partijen ipv concurrentie, dit zorgt ervoor dat inwoners niet tussen de wal en het schip vallen én het aanbod is passend bij onze lokale situatie.

Ook in het amendement dat is vastgesteld bij het strijdplan heeft u het belang van hulp op wijk- en buurtniveau onderstreept. 4. Van lange procedures naar snel op weg geholpen Het is belangrijk dat inwoners met een hulpvraag snel iemand spreken en dat het liefst direct, indien nodig, de ondersteuning gestart kan worden. Zo voorkomen we dat de klachten of problemen groter worden en mensen onnodig (lang) in een zorgtraject terecht komen. Door inwoners te begeleiden naar een oplossing in onze basisstructuur kan er meer hulp zonder indicatieprocedure worden ingezet. Dit uitgangspunt past in het ingezette beleid Deze beweging is ingezet door de start van Loket Wegwijs Oisterwijk. Daarnaast zijn er mogelijkheden om meer algemene vormen van begeleiding als algemeen gebruikelijk te bestempelen. Dit betekent dat er geen beschikking nodig is om hiervan gebruik te maken en

deze vorm van hulp. Deze vorm van hulp wordt dan vaak bekostigd door een taakgerichte financiering2. Dit past bij het uitgangspunt ‘Dichtbij’ in het koersdocument. Een ‘sociaal domein dichtbij’ nodigt uit tot betrokkenheid bij je eigen omgeving, het versterkt sociale veerkracht, voorkomt eenzaamheid en het maakt de stap naar het vragen om hulp kleiner, het voelt veilig en laagdrempelig. Zo werken we preventief en voorkomen we dat problemen erger worden. Omgekeerd werkt een ‘sociaal domein dichtbij’ mee aan maatwerk: je kent de specifieke vragen van die specifieke omgeving en kan daarop inzetten. In de programmalijn Snel op de Juiste Plek wordt binnen de jeugdhulp gewerkt (in samenwerking met het landelijke Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZvJ)) aan een innovatieve aanpak voor een wachttijdvrije toegang tot jeugdhulp. Eén belangrijk instrument is dat er gewerkt gaat worden met de beschikbaarheidswijzer waarmee aanbieders inzichtelijk maken aan de toegang (én in de toekomst ook aan inwoners) wat de wachttijd tot start zorg is. Dit zorgt voor duidelijkheid aan de voorkant. Er wordt waar nodig overbruggingszorg ingezet of direct gezocht naar een alternatief aanbod. 5. Van open-einde financiering naar passende financiering per segment Een belangrijke les die we geleerd hebben is dat de inkoopstrategie maatwerk is.

Dit betekent dat we de inkoopstrategie richten op specifieke segmenten van cliënten of soorten van hulp. Zo kunnen we bijvoorbeeld differentiëren in onze aanpak voor hoog specialistische zorg en voor reguliere zorg. We willen een duurzaam en houdbaar sociaal domein en dat kan alleen als we de kosten beheersen en binnen de begroting blijven, waarbij als voorwaarde wel geldt dat we tegelijkertijd de kwaliteit van dienstverlening op peil blijven houden. De Wmo en Jeugdwet kennen een open einde financiering. Gemeenten hebben ruimte voor een eigen invulling en interpretatie, maar daarbij moeten alle inwoners met een relevante hulpvraag geholpen worden. Het beheersen van de kosten doen we samen met aanbieders. Hulpverleners vragen we kritisch te beoordelen wat er echt nodig is, en wat in het gewone leven kan worden opgelost. Om deze kostenbeheersing te realiseren willen we per segment meer grip krijgen en een maximum budget vaststellen. Hierbij kijken we kritisch naar kwaliteit, kostprijs en intensiteit. Afhankelijk van de inkoopvorm sturen we hier op. Per segment bepalen we welke inkoopvorm (in bekostiging én contractvorm) passend is en welk budget hiermee gemoeid is. Dat kan taakgericht, resultaatgericht of inspanningsgericht zijn. Op segmenten die we taakgericht gaan inkopen hebben we financieel de meeste grip.

Aanbieders leveren binnen dat maximum budget de noodzakelijke zorg, en prioriteren die zodat er ook ruimte is voor nieuwe instroom. Daar waar we kiezen voor resultaatgerichte- of inspanningsgerichte inkoop sturen we op doelmatige inzet (met behoud van kwaliteit) van het beschikbare budget. Om te voorkomen dat er daardoor cliënten buiten boord vallen monitoren we het zorgvolume precies en sturen we bij in de loop van het jaar door de beschikbare capaciteit te herverdelen. Ook is het mogelijk om budget te reserveren om bij te sturen.

2 Bij taakgerichte bekostiging krijgt de zorgaanbieder een budget voor het leveren van een taak, in

dit geval zorg, aan een bepaalde groep inwoners van de gemeente. Het budget wordt bijvoorbeeld bepaald door specifieke kenmerken van de groep inwoners, bijvoorbeeld de inwoners die wonen in wijk X.

Dit uitgangspunt past in het ingezette beleid In het strijdplan heeft de gemeenteraad besloten om meer te sturen op zakelijkheid, beheersbaarheid en normalisatie. De noodzaak van meer grip op kosten en hoge kwaliteit zorg is in de andere uitgangspunten al eerder toegelicht. Daarnaast geeft een passende financiering per segment meer mogelijkheden om tegemoet te komen aan de bouwstenen van onze koers (‘naar een Samenredzaam Oisterwijk’). De mogelijkheid bestaat om de binding met lokale aanbieders te versterken (zoals beschreven bij punt 4; dichtbij) en de verbinding tussen onze basisstructuur en aanbieders via onze inkoop te versterken.

6. Van achteraf handhaven naar oneigenlijk gebruik voorkomen en het geld besteden aan zorg Inwoners mogen er op vertrouwen dat de gemeente het gemeenschapsgeld dat bestemd is voor de zorg, ook daadwerkelijk aan die zorg besteedt. Daarom is het belangrijk om juist gebruik te stimuleren, oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk te voorkomen en in te grijpen waar dat nodig is. En dit te doen door het leveranciersmanagement per segment toe te rusten in het doen van geprotocolleerde controles en contractgesprekken. Dit kan variëren van controle op afstand tot een hoofdlijnenakkoord in een gezamenlijke opdracht. Dit uitgangspunt past in het ingezette beleid Rondom de berichtgeving van het onderzoek van ‘Follow the Money’ heeft een aantal van u hier ook vragen over gesteld en aandacht voor gevraagd. We blijven en zijn in continu gesprek met aanbieders om de verbeter- en beheersmaatregelen aan te scherpen en uit te breiden waar nodig. Het onderzoek van Follow the Money is hierbij een aanvulling, die aangeeft dat we hier nog scherper op in moeten (blijven) zetten. We bekijken in deze nieuwe inkoopstrategie of we nog nadrukkelijker normen kunnen opnemen in de verordening als het gaat om bijvoorbeeld personeelsinzet, winstverhoudingen, juridische en fiscale constructies.

Naast deze stevige inzet zoeken we ook naar verschillende manieren om de samenwerking te versterken op inhoud en concurrentie tegen te gaan. Daarbij handelen we vanuit vertrouwen: vertrouwen in inwoners, in professionals en in de gemeente. Dit is opgenomen in het Koersdocument. Vervolg Na de raadsconsultatie zal het college deze input per brief kenbaar maken aan het Algemeen Bestuur in de regionale samenwerking Hart van Brabant. Bijlagen Bijlage 1: uitgangspunten inkoopstrategie HvB

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9893029/1