CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-96 Bestemmingsplan Gever 1, Haaren- bijlage 1a toelichting en regels

RAAD 12 juli 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-96 Bestemmingsplan Gever 1, Haaren14.395 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

46

Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak. Hieromtrent is in de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 2.000 m² stelt het waterschap geen nadere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid. 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 2.000 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig.

De notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk’ maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Tevens zijn de navolgende toetsaspecten opgenomen: 1. afvoer uit het gebied; 2. oppervlaktewaterstanden; 3. overlast/schade; 4. grondwateraanvulling; 5. grondwaterstanden.

5.3.3

Watersysteem

5.3.3.1 Bodem Bodemopbouw Lankelma Geotechniek Zuid BV heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Verkennend bodemonderzoek Gever 1 Haaren" (27 mei 2020, nr. 2001033). Uit dat onderzoek blijkt dat sprake is van een bodem bestaande uit matig fijn siltig zand.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

47

Infiltratiecapaciteit Er heeft geen specifiek onderzoek plaatsgevonden naar de infiltratiecapaciteit van de bodem. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek (zie paragraaf 5.1.1) blijkt dat ter plaatse sprake is van een zandbodem. De waterdoorlatendheid is goed tot redelijk.

5.3.3.2 Oppervlaktewater Binnen het plangebied en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig.

5.3.3.3 Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied bedraagt tussen 60-80 en 80-100 cm -mv (bron: watertoetskaart Waterschap De Dommel). In dit geval wordt voor de veiligheid uitgegaan van de worst-case, namelijk 60 cm -mv.

5.3.3.4 Waterschapsbelangen Zoals in paragraaf 4.2.2.2 reeds vermeld ligt het plangebied binnen een Attentiezone waterhuishouding. Voor dit gebied geldt een hydrologisch standstill. Hiermee wordt bedoeld dat binnen de aangewezen zones geen activiteiten mogen plaatsvinden die een verslechtering van de situatie in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) tot gevolg hebben. Hierbij gaat het om verdroging en om vervuiling. Verdroging Onderhavig plan leidt niet tot een toename van gebouwen en oppervlakteverhardingen. Wel worden graven gerealiseerd. Hierbij kan echter gesteld wordt dat het perceel dermate groot is dat het hemelwater zonder specifieke voorzieningen in de bodem kan infiltreren. Ook wordt er geen grondwater onttrokken uit de bodem. Er is derhalve geen sprake van verdroging van het gebied. Vervuiling Om vervuiling te voorkomen dient de onderkant van de graven minimaal 30 cm boven het GHG te worden gerealiseerd. Zoals beschreven in paragraaf 5.3.3.3 is de GHG hier 60 cm -mv. Dat betekent dat de onderkant van de graven niet dieper dan 30 cm -mv mogen komen te liggen. Hiermee is de geohydrologische scheiding voldoende gewaarborgd. Het proces van de lijkvertering wordt niet verstoord door het grondwater en eventuele vrijkomende stoffen bij dit proces komen niet terecht in het grondwater. Er is derhalve geen sprake van vervuiling van het gebied.

48

Het plangebied ligt niet in of nabij overige gebieden waarin waterschapsbelangen een rol spelen, zoals waterkering, waterberging of waterwinning.

5.3.4

Hemelwater

5.3.4.1 Verhard oppervlak Er is geen sprake van de toe- of afname van verhard oppervlak.

5.3.4.2 Berekening bergingscapaciteit Omdat er geen toename is van het verhard oppervlak is geen compensatie van de bergingscapaciteit benodigd.

5.3.5

Afvalwater

Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Het schone hemelwater infiltreert rechtstreeks in de grond. Er is voor de begraafplaats geen sprake van vuil afvalwater.

5.3.6

Waterkwaliteit

Er zijn geen bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. Overeenkomstig de eis van het waterschap worden geen uitlogende materialen toegepast. De graven worden gerealiseerd op ruime afstand boven de GHG waardoor sprake is van voldoende geohydrologische scheiding. De waterkwaliteit van zowel grond- als oppervlaktewater is hiermee voldoende gewaarborgd.

5.3.7

Advies waterschap

Op 27 mei 2020 is informeel vooroverleg geweest met het waterschap De Dommel. Hieruit is gebleken dat het waterschap op de voorgestelde locatie en wijze geen bezwaar heeft tegen het initiatief.

5.3.8

Conclusie

Het aspect water vormt inzake de realisatie van de begraafplaats geen planologische belemmering voor het plan.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

49

50

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling betreft twee aspecten. Ten eerste moet het realiteitsgehalte van de plannen worden aangetoond: is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Ten tweede moet de financiële uitvoerbaarheid worden onderbouwd: zijn alle kosten die de gemeente moet maken ten behoeve van het initiatief gedekt. Daarnaast is er de maatschappelijke uitvoerbaarheid: vindt het initiatief draagvlak bij de directe omgeving.

6.1

Behoefte

De initiatiefnemers hebben een historische en emotionele band met de gronden en de woning aan het adres Gever 1 in Haaren. Zij namen deze een aantal jaar geleden over van de ouders. De ouders van de initiatiefnemer hebben aangegeven hier graag begraven te worden. Ook de initiatiefnemers zelf willen uiteindelijk hier begraven worden. Dit initiatief komt voort uit deze eigen wens en betreft geen commercieel doel. De behoefte is hiermee voldoende aangetoond.

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

Kostenverhaal Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen, tenzij het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' is (artikel 6.12 lid 2a Wro). In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend bestemmingsplan opgenomen ontwikkelingen behoren niet tot de in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet verplicht. Gemeentelijke grondexploitatie De gemeente heeft geen gronden in het plangebied in eigendom. Alle kosten en risico's van de planontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke grondexploitatie wordt dus niet belast door voorliggend ruimtelijk plan. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee aangetoond.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

51

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er is twee maal een dialoog tussen de initiatiefnemer en de omwonenden gevoerd. Geen van de omwonenden heeft bezwaar tegen het initiatief, de locatie en de voorgenomen inrichting. Een verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 3 opgenomen.

6.4

Conclusie

Het plan is economisch uitvoerbaar. De behoefte is aangetoond en de financiële uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd.

52

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN 7.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het plan juridisch is vertaald. Deze juridische vertaling is bindend. Het bestemmingsplan bestaat uit: 

de toelichting;

de planregels;

de verbeelding.

De toelichting heeft geen juridisch bindende werking. De toelichting heeft wel een belangrijke functie voor de onderbouwing van het plan en ook bij de verklaring van de bestemmingen en planregels, en in het bijzonder ten aanzien van de regels inzake afwijkingen. De planregels vormen de juridische regels voor gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de geografische ligging van de bestemmingen en aanduidingen weer. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

7.2

Planregels

De indeling van de planregels is als volgt. Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Hoofdstuk 4

Overgangsregels

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Begrippen (artikel 1) In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

53

Wijze van meten (artikel 2) In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Natuur (artikel 3) De gronden ten behoeve van de begraafplaats hebben de bestemming 'Natuur' met de aanduiding 'begraafplaats'. Door de begraafplaats deze bestemming te geven, waar niet gebouwd mag worden en waar geen agrarische activiteiten mogen plaatsvinden, is conflicterend gebruik uitgesloten. Ook is het behoud en de bescherming van de begraafplaats in de toekomst hiermee voldoende gewaarborgd. Ook de landschappelijke inpassing ligt binnen deze bestemming, waardoor deze planologisch gewaarborgd is. Waarde - Archeologie 2 (artikel 4) De gebieden met een hoge en middelhoge archeologische verwachtingswaarde volgens de gemeentelijke archeologische waardenkaart krijgen een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2’. Dit artikel bevat regels ter bescherming van deze archeologische waarden. Hoofdstuk 3

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel (artikel 5) In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene gebruiksregels (artikel 6) In dit artikel is nader omschreven welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt, waaronder het gebruik van bouwwerken en terreinen zonder voldoende parkeergelegenheid. Algemene aanduidingsregels (artikel 7) In dit artikel zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen. Deze aanduidingen betreffen: 

overige zone - attentiezone waterhuishouding

overige zone - Natuur Netwerk Brabant

Algemene afwijkingsregels (artikel 8) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze afwijkingen betreffen onder meer het overschrijden van de maximaal toegestane maten, afmetingen en percentages.

54

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht (artikel 9) Voor volgens de regels afwijkende bestaande bebouwing is voor de omvang, het onderhoud en de herbouw een overgangsregel opgenomen. Dit artikel bevat tevens een overgangsregel ten aanzien van het voortzetten van bestaand gebruik dat in strijd met het bestemmingsplan is. Slotregel (artikel 10) Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan worden aangehaald.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

55

56

HOOFDSTUK 8 PROCEDURE Het bestemmingsplan doorloopt de gebruikelijke procedure. De voorziene procedurestappen zijn: 1. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro 2. Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan; 3. Vaststelling door gemeenteraad; 4. Terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan.

8.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de betrokken instanties, te weten: Enexis, waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant. Enexis Enexis heeft aangegeven in deze fase geen bedenkingen tegen het plan te hebben. Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel heeft op 9 november 2020 laten weten geen bezwaar te hebben tegen de aanleg van de kleine privébegraafplaats op deze locatie. Er wordt voldoende rekening gehouden met de grondwaterstanden ter plaatse. Provincie Noord-Brabant De provincie heeft op 7 december 2020 aangegeven het plan te hebben bekeken aan de hand van de provinciale belangen zoals die zijn verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) en komt tot het oordeel dat de provinciale belangen niet in het geding zijn met dit plan. Het plan geeft daarom geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

8.2

Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft vanaf 16 april tot en met 27 mei 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingekomen.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

57

8.3

Vaststelling door gemeenteraad

Op 12 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Oisterwijk het bestemmingsplan ongewijzigd vastgesteld.

58

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1

Inrichtingsschets

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Verslag omgevingsdialoog

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

59

60

REGELS

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

61

62

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Gever 1, Haaren met identificatienummer NL.IMRO.0824.BPGever1Hrn-VA01 van de gemeente Oisterwijk 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft 1.5

agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren alsmede het bewerken en verwerken van mest van het eigen agrarisch bedrijf 1.6

agrarisch bedrijf, grondgebonden

een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt en indien het een veehouderij betreft, het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie 1.7

bebouwing

een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1.8

bestaande bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud.

afstand, object bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

63

1.9

bestaand gebruik

gebruik zoals dat rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan 1.10

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak 1.11

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming 1.12

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning 1.13

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak 1.14

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een woonwagenstandplaats 1.15

bouwgrens

de grens van een bouwvlak 1.16

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten 1.17

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel 1.18

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten

64

1.19

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond 1.20

cultuurhistorische waarden en kenmerken

waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden 1.21

ecologische waarden en kenmerken

aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde 1.22

extensieve openluchtrecreatie

recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving. Bijvoorbeeld wandelen, fietsen en natuurkamperen. Er zijn weinig of geen gebouwen nodig en het aantal recreanten (per tijdseenheid of oppervlakte-eenheid) is beperkt 1.23

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt 1.24

landschappelijke inpassing

een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten 1.25

landschappelijke waarden en kenmerken

gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten 1.26

landschapselementen

ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

65

1.27

mestbewerking

de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest 1.28

Natuur Netwerk Brabant

Natuur Netwerk Brabant zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant of haar rechtsopvolger 1.29

onderkomen

een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent 1.30

peil

a. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw 1.31

permanente bewoning

bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt 1.32

verblijfsrecreatie

vormen van recreatie die mede gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf 1.33

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen 1.34

water en waterhuishoudkundige voorzieningen

a. al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; b. alle voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.

66

1.35

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding 1.36

zijdelingse-/achterperceelgrens

een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

67

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is 2.2

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak 2.3

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen 2.5

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen 2.6

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk 2.7

de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) 2.8

de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk

68

2.9

ondergeschikte bouwdelen

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 1 meter.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

69

70

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3

3.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de functie van bos, natuur en de bijbehorende groeiplaats; c.

extensieve openluchtrecreatie;

d. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden; e. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' een particuliere begraafplaats met maximaal zes graven, zoals weergegeven op de inrichtingsschets in bijlage 1.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming, gelden de volgende bepalingen: a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van waterbeheer en natuurbeheer zijn toegestaan, waarbij de hoogte niet meer bedraagt dan 3 meter en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m². b. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, zijn toegestaan mits geen onevenredige schade wordt aangericht aan de aanwezige waarden en de hoogte niet meer bedraagt dan 3 meter.

3.3

Specifieke gebruiksregels

a. Het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' is uitsluitend toegestaan, als de landschappelijke inpassing conform de in bijlage 1 opgenomen inrichtingsschets is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

71

b. De begraafplaats is uitsluitend toegestaan indien aan de technische eisen van het Besluit op de lijkbezorging wordt voldaan, waaronder: 1. een afdekking met een laag grond van tenminste 65 centimeter boven de kist of het omhulsel; 2. de situering van de graven tenminste 30 centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.

3.4

Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.3 teneinde een wijziging van de in lid 3.3 bedoelde landschappelijke inpassing toe te staan, mits een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschappelijke inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overlegd.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

3.5.1

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk

zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 meter wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd. b. Het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 meter onder maaiveld. c.

Het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem.

d. Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels. e. Het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage met uitzondering van grondwateronttrekkingen. f.

Het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden.

g. Het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren. h. Het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen. i.

Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² per perceel.

72

3.5.2

Uitzonderingen

Het in lid 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. b. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

3.5.3

Toelaatbaarheid

De in lid 3.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de doeleinden genoemde waarden.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

73

Artikel 4

4.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden.

4.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende regels verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

74

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.3.1

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk

zijnde, of van werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld. b. Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels. c.

Het aanleggen van leidingen dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld.

4.3.2

Uitzonderingen

Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

4.3.3

Toelaatbaarheid

a. De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c.

Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

75

4.4

Wijzigingsbevoegdheid

4.4.1

Wijziging dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door van een of meer bestemmingen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien: a. Uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. b. Het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

76

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

77

Artikel 6

6.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. Het gebruik van onbebouwde gronden als standplaats of ligplaats van onderkomens. b. Als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten. c.

Verblijfsrecreatieve voorzieningen en voorzieningen voor tijdelijke huisvesting van seizoenswerknemers voor permanente bewoning.

d. Het gebruiken van standplaatsen voor ambulante handel. e. Mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde mest door grondgebonden agrarische bedrijven en niet-grondgebonden agrarische bedrijven.

78

Artikel 7

Algemene aanduidingsregels

7.1

Overige zone - attentiezone waterhuishouding

7.1.1

Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.

7.1.2

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk

zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage; c.

het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;

d. buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.

7.1.3

Uitzonderingen

Het in lid 7.1.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c.

ter uitvoering van het inrichtingsplan, opgenomen in bijlage 1 van deze regels, uitgevoerd worden.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

79

7.1.4

Toelaatbaarheid

De in lid 7.1.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.

7.2

Overige zone - Natuur Netwerk Brabant

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.

80

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1 Afwijken bestemmings- en bouwgrenzen en grenzen van aanduidingen Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in deze regels, indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en grenzen van aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, of uit oogpunt van doelmatig gebruik van gronden en bebouwing, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 meter bedragen.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

81

82

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 9

9.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2

Overgangsrecht gebruik

1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

83

Artikel 10

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Gever 1, Haaren'

84

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Bijlage 1

Inrichtingsschets

BESTEMMINGSPLAN GEVER 1, HAAREN | VASTGESTELD

85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10252510/1