21-71 Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte- bijlage 5.1a Regels- bijlage
Tekst van het document
bestemmingsplan
Ruimte Voor Ruimte Merodelaan Oisterwijk
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.0824.BPRvRMerodelaan-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20171037
AUTEUR STATUS
ontwerp
Inhoudsopgave
Bijlagen regels Bijlage 1
3/10
5 Beeldkwaliteitscriteria Ruimte voor Ruimte woning Merodelaan
Hoofdstuk 1
Beeldkwaliteit
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Inleiding Woningtypen Algemene uitgangspunten Kleurgebruik en materialisatie (richtlijn) Aan-, uit- en bijgebouwen Erfafscheidingen Parkeren
7
4/10
Bijlagen regels
5/10
6/10
Bijlage 1
Beeldkwaliteitscriteria Ruimte voor Ruimte woning Merodelaan
Deze beeldkwaliteitscriteria worden gekoppeld aan de welstandsnota.
Hoofdstuk 1 1.1
Beeldkwaliteit
Inleiding
De nieuwe woning dient te worden ingepast in de omgeving van het plangebied aan de rand van de kern Oisterwijk. Daarbij dient met name aangesloten te worden op de bouwmassa's en typologie aan de zuidzijde van de Merodelaan. Hier is de woonbebouwing overwegend gerelateerd aan de (vroegere) agrarische functie. De bestaande woningen zijn hier ook vaak traditioneel van aard.
Figuur 2.5: Voorbeelden woningen in de omgeving. Het doel is de nieuwe woning hier zoveel mogelijk aansluiting op te laten vinden, zodat een logisch vervolg van de bebouwing aan deze zijde van de Merodelaan ontstaat. Deze aansluiting bij de traditionele woningen in de omgeving wordt vooral gezocht in een traditionele hoofdvorm van de nieuwe woning. Daarom is ervoor gekozen om vanuit de beeldkwaliteit voor te schrijven dat de woning in verschijningsvorm in een van twee woningtypologieën kan worden ingedeeld. Die twee categorieën zijn langgevelboerderijen en dorpswoningen. Beide woningtypologiëen zijn op het betreffende kavel mogelijk. De beoogde beeldkwaliteit wordt tevens vastgelegd in de bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan.
1.2
Woningtypen
Langgeveltype De hoofdvorm van deze woningen wordt gekenmerkt door de volgende eigenschappen: De verhouding van het grondvlak, breedte in relatie tot de lengte is minimaal 1:1,7. Het dak is eenvoudig in haar uitstraling en staat haaks op de Merodelaan. Iedere woning heeft een zadeldak of schilddak. Samengestelde dakvlakken horen niet bij het langgeveltype en behoren dus niet tot de mogelijkheden. Wolfseinden behoren wel tot de mogelijkheden.
7/10
Voor de woningen geldt een maximale goothoogte van 3,5 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. Dakkappellen en dakramen zijn ondergeschikt aan het dakvlak.
Figuur 2.6: Schematische weergave van mogelijke dakvormen langgeveltype
Figuur 2.7: Referentiebeelden langgeveltype. (Bron: gemeente Oisterwijk) Let op: de bovenstaande beelden geven de beoogde sfeer weer. Voor de exacte kleuren wordt verwezen naar kleur- en materiaalgebruik. Dorpswoningen In het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de bebouwingsmogelijkheden in de rest van het buitengebied. Dat betekent dat een maximale goothoogte is toegestaan van 3 meter en een bouwhoogte van 9,5 meter. De verhouding echter van het grondvlak, breedte in relatie tot lengte hoeft bij de typologie Dorpswoningen in dit geval niet minimaal 1:1,7 te zijn. Om de maximale bebouwingsmogelijkheden uit het bestemmingsplan te kunnen benutten is ervoor gekozen om vanuit beeldkwaliteitseisen het langgeveltype niet verplicht te stellen, maar ook een alternatief woningtype toe te staan, waarbij de bebouwingsmogelijkheden uit het bestemmingsplan meer worden benut. We noemen dit type de dorpswoningen. Voor dit woningtype zijn de volgende kenmerken voorgeschreven: Hoofdvorm bestaat uit 1 tot 1,5 bouwlagen, met daarop een kapdak. Voor de woningen geldt een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 9,5 meter. De woning staat haaks op de Merodelaan; Het dak mag zijn samengesteld uit meerdere dakvlakken. Schilddaken zijn niet toegestaan. Wolfseinden wel.
8/10
De woning mag zowel in klassieke als eigentijdse vertalingen worden uitgevoerd. Klassiek wordt gekenmerkt door landelijke detaillering. Er wordt met nadruk geen jaren '30-stijl bedoeld. Eigentijds betekent vooral strak in detaillering en creatief gebruik van materialen. Dakkappellen en dakramen mogen prominenter aanwezig zijn dan bij het langgeveltype.
1.3
Algemene uitgangspunten
Bij beide typen geldt dat de nokrichting haaks op de Merodelaan staat en dat de woningen traditioneel of eigentijds mogen worden uitgevoerd.
1.4
Kleurgebruik en materialisatie (richtlijn)
De woning wordt uitgevoerd in traditionele materialen. De gevels van het hoofdgebouw dienen uitgevoerd te worden in baksteen in een rode, roodbruine tot donkerbruine kleur. Daarnaast is een moderne toepassing van riet als gevelbekleding ook mogelijk. Kozijnen en deuren worden bij voorkeur uitgevoerd in hout. Daken mogen uitgevoerd worden in riet (natuurlijk riet) of dakpannen. Pannendaken worden uitgevoerd in roodoranje of donkergrijze keramische dakpannen. Een combinatiedak van riet en pannen behoort ook tot de mogelijkheden. Geglazuurde dakpannen passen niet bij de dorpse uitstraling van het plan. Deze worden dan ook niet toegestaan.
1.5
Aan-, uit- en bijgebouwen
Er dient een duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen hoofd- en bijgebouwen zowel in uitstraling, massa en positie. Bijgebouwen zijn vrijstaand, als ondergeschikte massa tegen het hoofdgebouw aan geplaatst of als onderdeel van het hoofdgebouw. Ten oosten van de woning zijn bijgebouwen niet toegestaan. Indien het bijgebouw tegen het hoofdgebouw aangebouwd wordt dient deze minimaal 5 meter achter de voorgevelrooilijn geplaatst te worden. De aan-, uit- en bijgebouwen worden in dezelfde stijl en materiaalgebruik of daaraan gerelateerd stijl als het hoofdgebouw vormgegeven.
1.6
Erfafscheidingen
De groene erfafscheidingen ondersteunen de groenstructuur van de bestaande bomenrij aan de Merodelaan, aan de voorzijde van de kavel. Het is van belang voor de beeldkwaliteit en de landschappelijke inpassing van het plangebied, dat deze bomenrij behouden blijft. De erfafscheidingen worden als hagen of heggen uitgevoerd. De groene erfafscheidingen horen bij het agrarisch cultuurlandschap. De volgende soorten kunnen gebruikt worden als plantmateriaal: beuk, veldesdoorn, liguster, linde en gebiedseigen soorten. Gestreefd wordt de bestaande beukenhaag te handhaven.
9/10
Figuur 2.10: Referentiebeelden van hagen (Bron: gemeente Oisterwijk)
1.7
Parkeren
Parkeren vindt plaats op de kavel en niet in het openbaar gebied. In paragraaf 4.1 wordt hier nader op ingegaan.
10/10