CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-71 Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte- Bijlage 5.1 Regels

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-71 Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Merodelaan3.511 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan

Ruimte Voor Ruimte Merodelaan Oisterwijk

DATUM IMRO IDN

NL.IMRO.0824.BPRvRMerodelaan-VA01

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20171037

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

4 Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

9

Bestemmingsregels

10

Artikel 3

Groen

10

Artikel 4

Wonen

11

Artikel 5

Waarde - Natuur - Attentiegebied

14

Hoofdstuk 3

Algemene regels

15

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

15

Artikel 7

Algemene bouwregels

16

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

17

Artikel 9

Algemene procedureregels

18

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

19

Artikel 10

Overgangsrecht

19

Artikel 11

Slotregel

20

Hoofdstuk 2

3/20

Regels

4/20

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Merodelaan met identificatienummer NL.IMRO.0824.BPRvRMerodelaan-VA01 van de gemeente Oisterwijk. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4 aan-huis-gebonden beroep: het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dat in een woning of een bijgebouw bij de woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 bebouwing: een of meer gebouwen en / of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8 bedrijf: een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.

1.9 bedrijfs- of dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.10 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

5/20

1.11 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12 bevoegd gezag: bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.13 bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.14 bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.17 bouwlaag: doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.20 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.21 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.22 dakkapel: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

6/20

1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24 gebruiken: gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 1.25 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.26 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het in een woning of een bijgebouw bij de woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.27 NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.28 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.29 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.30 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een geheel gesloten dak. 1.31 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.32 peil: a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,25 m; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,25 m.

7/20

1.33 seksinrichting: het bedrijfsmatig- of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt- gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of een verblijfsmiddel, verrichten van seksuele handelingen. 1.34 verblijfsmiddelen: voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans, tenten en andere soortgelijke constructies, voor zover geen bouwwerken en geen kampeermiddelen zijnde. 1.35 vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580. 1.36 voorgevel: de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.37 water en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen, alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.38 woning: een gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

8/20

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

2.8 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en / of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

9/20

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groenvoorzieningen; c. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing', de instandhouding van de landschappelijke inpassing van het perceel. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag niet worden gebouwd. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Geen erf Deze gronden worden niet aangemerkt als erf als bedoeld in artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 3.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de bestaande landschappelijke inpassing in stand wordt gehouden.

10/20

Artikel 4

Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. de uitoefening van nevenfuncties, ondergeschikt aan het wonen met inachtneming van artikel 4.4; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing', de instandhouding van de landschappelijke inpassing van het perceel. d. waterberging; e. parkeervoorziening; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, tuin, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken Ter plaatse van het bouwvlak mogen worden gebouwd: a. hoofdgebouwen ten behoeve van het bepaalde in artikel 4.1 onder a; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten behoeve van in artikel 4.1 onder a bedoelde doeleinden; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen bouwvlak in het bebouwingstype 'vrijstaand' worden gebouwd; c. er is maximaal 1 woning toegestaan; d. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e.

de bebouwde oppervlakte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 225 m²; f. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag aan beide zijden niet minder dan 5 m bedragen. 4.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 5 m achter de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw (of het verlengde daarvan) te worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 150 m²; c. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt maximaal 3,5 m; d. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt maximaal 6 m. 4.2.4 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak of een bestemmingsvlak waar

11/20

gebouwen zijn toegestaan; b. de oppervlakte dan wel inhoud van ondergrondse gebouwen wordt bij de onder 4.2.2 en 4.2.3 opgenomen maximaal toelaatbare oppervlakte dan wel inhoudsmaten meegeteld voor zover niet op dezelfde plaats boven peil een gebouw aanwezig is; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal 3 m onder peil. 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de gevellijn niet meer dan 1 m mag bedragen; b. bij een woonhuis mag een carport/overkapping worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de carport/overkapping uitsluitend mag worden gebouwd met een plat dak of kap; 2. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m; 4. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 30 m²; c. een zwembad dient ten minste 1 meter uit de zijdelingse perceelsgrens te worden aangelegd; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 m bedragen.

4.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan hoofdgebouwen en aan-, uit- en bijgebouwen in het belang van de realisering van de beeldkwaliteit zoals vastgelegd in Bijlage 1 Beeldkwaliteitscriteria Ruimte voor Ruimte woning Merodelaan en gekoppeld aan de welstandsnota van de gemeente Oisterwijk. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Gebruik Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn uitsluitend in het hoofdgebouw (inclusief aan- en uitbouwen) en in bijgebouwen toegestaan; b. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 40% van de vloeroppervlakte van hoofd- en bijgebouwen met een maximum van 80 m²; c. zelfstandige bewoning van bijgebouwen is niet toegestaan; d. ten behoeve van logies met ontbijt mogen ten hoogste 4 kamers worden benut, waarbij geldt dat de omvang binnen bestaande bebouwing maximaal 100 m² bedraagt. 4.4.2 Voorwaardelijke verplichtingen Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien binnen de bestemmingen 'Wonen' en/of 'Groen' voldoende waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden, waarbij geldt dat op het perceel een waterbergingsvoorziening dient te worden gerealiseerd met een omvang van ten minste 42 m³. e.

Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien er ten minste 3 parkeervoorzieningen op eigen terrein zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. Garages worden hierbij niet als parkeervoorziening meegerekend. f. Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de bestaande landschappelijke inpassing instand

12/20

wordt gehouden.

13/20

Artikel 5

Waarde - Natuur - Attentiegebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Natuur - Attentiegebied' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de natte natuurparel. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met bestemming 'Waarde - Natuur - Attentiegebied' en de bestemming 'Natuur', 'Agrarisch' of 'Agrarisch met waarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m²; b. het uitvoeren van grondbewerkingen - afgraven en ontginnen - tot een diepte van meer dan 0,6 m; c. het aanbrengen van drainage tenzij ter vervanging van reeds bestaande drainage; d.

het verlagen van de waterstand - anders dan door het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen - met uitzondering van grondwateronttrekkingen. 5.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 5.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: uitgevoerd worden op bouwvlakken; a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 5.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt of kan worden aangetast. Alvorens over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden te beslissen wint het bevoegd gezag hieromtrent schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.

14/20

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

15/20

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van verbeelding en bestemmingsregels worden overschreden door: tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt.

16/20

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

8.1 Algemeen Het is verboden de in het plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming(en). 8.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik ten opzichte van de bestemmingsregels in hoofdstuk 2, wordt in ieder geval verstaan: a. gronden te gebruiken: 1. opslagplaats voor vaten, kisten, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind, brandstoffen, bagger, en grondspecie en dergelijke; 2. uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; 3. een seksinrichting, prostitutie en dergelijke; b. gebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te gebruiken voor: 1. seksinrichtingen, prostitutie en dergelijke; 2. (inrichtingen ten behoeve van) het verstrekken van verdovende middelen, vallende onder de Opiumwet; 3. bijgebouwen te gebruiken of laten gebruiken voor bewoning. 8.3

Uitzondering strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. het opslaan van (bouw)materialen, afval, puin, grind, bagger en grondspecie en dergelijke in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming, mits dit gebeurd op de bij de bestemming behorende grond; b. de stalling van ten hoogste één toercaravan en/of boot op de bij een woonhuis behorende grond. 8.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. het in artikel 8.1 vervatte verbod, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; b. het bepaalde in artikel 8.2 onder b sub 3 en toestaan dat een (vrijstaand) bijgebouw bij een woning gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, mits: c. een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; e. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen, aan- en uitbouwen wordt ingepast met een maximale vloeroppervlakte van 80 m²; f. het (vrijstaande) bijgebouw is gelegen op een afstand van maximaal 25 m van het woonhuis of de bedrijfswoning.

het bevoegd gezag trekt de vergunning, verleend op grond van het gestelde in artikel 8.4, onder b in, indien de bij het verlenen van de vergunning bestaande noodzaak voor de zorgbehoevende vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.

17/20

Artikel 9

Algemene procedureregels

9.1 Nadere eisen Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de volgende procedure van toepassing: a. een ontwerp van het besluit ligt met de bijbehorende stukken gedurende 2 weken op het gemeentehuis ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging vooraf bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt de mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen; d. gedurende de onder a. genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerp van het besluit.

18/20

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

19/20

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als "Regels van het bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte Merodelaan'".

20/20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540044/1