21-71 Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte- bijlage 2 Staat van wijzigingen
Tekst van het document
datum:
7 september 2021 Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Merodelaan
onderwerp
Bijlage 2 Staat van wijzigingen
Toelichting: In paragraaf 4.10.2 zijn de conclusies van zowel de quickscan flora en fauna als het aanvullend onderzoek naar de Steenuilkast opgenomen. De beide onderzoeken zijn als respectievelijk bijlage 5 en 6 opgenomen bij de toelichting. Paragraaf 5.2.1 Wonen is aangepast met de volgende aanvulling: “Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' geldt de voorwaardelijke verplichting dat het gebruik van de gronden uitsluitend is toegestaan indien de bestaande landschappelijke inpassing in stand wordt gehouden.” Voor de waterbergingsvoorziening geldt: “Deze voorziening mag binnen de bestemming 'Wonen' of de bestemming 'Groen' worden aangelegd.” Paragraaf 5.2.2 Groen is aan de toelichting toegevoegd. Met de volgende tekst: “Aan de oostzijde van het perceel is de bestemming 'Groen' opgenomen. Deze strook maakt onderdeel uit van het perceel en zal geen openbaar karakter krijgen. De afwijkende bestemming van de strook heeft tot gevolg dat de strook niet als 'erf' mag worden ingericht zoals bedoeld in artikel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Hiermee wordt voorkomen dat vergunningsvrije bouwwerken op de betreffende strook kunnen worden opgericht. Feitelijk betekent dit dat de strook onderdeel zal zijn van de tuin, zij het dat er geen bouwwerken mogen worden opgericht.
Hierdoor blijft het doorzicht naar het achterliggende landschap gewaarborgd en blijft de groenstrook gehandhaafd. Ook hier geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de voorwaardelijke verplichting dat het gebruik van de gronden voor de bestemming 'Wonen' uitsluitend is toegestaan indien de bestaande landschappelijke inpassing in stand wordt gehouden." In paragraaf 6.1.2 is de zienswijzeprocedure als beschreven: “Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 17 juli 2020 tot en met 27 augustus 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode werd een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Binnen inzagetermijn zijn 3 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn in de nota van zienswijzen samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording. De nota van zienswijzen is opgenomen in Bijlage 8 bij deze toelichting. De zienswijzen zijn deels gegrond verklaard en hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan.”
1
Regels Artikel 3.1 is niet langer conform de bestemming ‘Groen’ in het bestemmingsplan ‘Woongebieden’. De regeling is als volgt aangepast, inclusief de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’: “3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groenvoorzieningen; c. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing', de instandhouding van de landschappelijke inpassing van het perceel.”
Sub lid 3.3.2 is toegevoegd met de voorwaardelijke verplichting van de landschappelijke inpassing:
“ 3.3.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de bestaande landschappelijke inpassing in stand wordt gehouden.”
Onder 4.1 sub c is de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ toegevoegd:
“ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing', de instandhouding van de landschappelijke inpassing van het perceel.”
De voorwaardelijke verplichting t.a.v. de instandhouding van de bestaande landschappeijke inpassing is opgenomen onder 4.4.2 sub c: “c. Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de bestaande landschappelijke inpassing instand wordt gehouden.”
Ambtshalve is de regeling onder 4.4.2 sub a aangepast (zie ook hoofdstuk 3 van de Nota van zienswijzen): a.
Het gebruik conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien “binnen de bestemmingen 'Wonen' en/of 'Groen' “ voldoende waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden, waarbij geldt dat op het perceel een waterbergingsvoorziening dient te worden gerealiseerd met een omvang van ten minste 42 m³.