21-66D - Visie buitengebied - inbreng inwoners 3
Tekst van het document
Beerens Advies
Gemeente Oisterwijk t.a.v. gemeenteraad Postbus 10101 5060GA Oisterwijk
Onderwerp: Visie op het buitengebied / Moergestelseweg Moergestel, 4 september 2022
Geachte leden van de Raad,
Op 29 september 2022 behandelt u de 'visie op het buitengebied'. Na vaststelling van de structuurvisie vormt het een belangrijk toetsingskader voor het college. Alle initiatieven voor o.a. nieuwe woningen (b.v. ruimte voor ruimte) in het buitengebied worden vanaf dat moment getoetst aan de visie.
Namens de eigenaar van de percelen kadastraal bekend Oisterwijk, 5.1,2,e Oisterwijk richten wij ons tot u. Zie bijlage 1 voor informatie over de locatie.
5.1,2,e
De huidige visie bebouwingsconcentraties geldt sinds 2013 als toetsingskader voor ruimte voor ruimte initiatieven in de gemeente. Deze visie geeft gedetailleerd, op perceelsniveau, aan waar wel en waar geen nieuwe woningen in het buitengebied denkbaar zijn. De percelen van eigenaar zijn gelegen langs de Moergestelseweg en grenzen direct aan het bestaand stedelijk gebied (zie bijlage 1). Perceel A nummer 4587 is een bestaand pad dat de Moergestelseweg verbindt met de Hoevenseweg. Perceel A nummer 4588 is gedeeltelijk bosperceel, gedeeltelijk agrarisch gebruik. De gezamenlijke oppervlakte is zo'n 26.500 m2 groot. Op de aangrenzende percelen is reeds jarenlang woonbebouwing aanwezig. Ter plaatse zijn nu houtopstanden aanwezig. Er is sprake van een cluster aan bebouwing langs het lint dat Oisterwijk en Moergestel met elkaar verbindt. Een historische analyse toont aan dat al sinds het begin van de vorige eeuw diverse woningen langs de Moergestelseweg zijn gerealiseerd en dat woningbouw was voorzien op het perceel. Villa Capnion op het naastgelegen perceel was de eerste woning in het gebied, later volgde meer woningen, zowel aan deze zijde van de Moergestelseweg als aan de overzijde (Hondsbergeselaan e.o.). Wonen in bosrijke omgeving is hier een 'gebiedseigen-functie'.
Een principeverzoek voor ruimte voor ruimte woningen is door eigenaar - mede op aangeven van de ambtelijke organisatie - tot op heden niet ingediend. In een gesprek met de ambtelijke organisatie is namelijk te kennen gegeven dat dit verzoek afgewezen zou worden, vanwege de visie bebouwingsconcentraties 2013. Het gebied en perceel zijn in die visie niet aangewezen als bebouwingsconcentratie en daarmee wordt het verzoek direct afgewezen. Tijdens dit gesprek is door de ambtelijke organisatie aangegeven bij verdere planvorming belang te hechten aan de mogelijkheid voor een ontsluiting via de Hoevenseweg en niet enkel via de Moergestelseweg.
Beerens Advies Keltenstraat 13, 5037 KD Tilburg Telefoon 06-24602617 BeerensAdvies@gmail.com Bankrekeningnummer:NL26ABNA0626455677 KvK: 56763662 BTW: NL001779778B69
Het bestaande pad kan daartoe dienen. De aanstaande actualisering van de visie is tijdens het gesprek benoemd. Afgesproken werd dat partijen elkaar op de hoogte zouden houden.
Proces In juni 2022 is eigenaar via ondergetekende geïnformeerd over het feit dat er een nieuwe visie komt. Mogelijkheden om te reageren op deze visie zijn sindsdien niet geboden. Op 26 augustus2022 wordt eigenaar erop geattendeerd dat op de website van de gemeente Oisterwijk staat dat het college heeft besloten de visie ter vaststelling aan te bieden aan de raad voor de vergadering van 29 september. Binnen nu en 4 weken neemt u een besluit over de toekomst van het buitengebied en daarmee over gronden van eigenaar, zonder dat hem inspraak is geboden op de visie. Eigenaar kan zich dan ook niet vinden in hetgeen in de aankondiging van het college staat t.a.v. het zorgvuldige proces dat zou zijn doorlopen. Buiten het feit dat het eigenaar bevreemdt dat de ambtelijke organisatie hem niet heeft geïnformeerd over het proces (men was op de hoogte van het plan) is er naar onze mening geen sprake van een open- en transparant planproces. Uit het raadsvoorstel en de reactienota maken we op dat concept kaarten en ambities zijn gedeeld met alle stakeholders. In dit geval dus niet met de eigenaar van dit perceel! Wij hebben geen algemene publicatie aangetroffen die iedereen in de gelegenheid stelt om een reactie te geven op de concept kaarten en ambities. Eigenaar vraagt zich af hoe het mogelijk is dat anderen wel in de gelegenheid zijn geweest om een reactie in te sturen.
Daarmee lijkt van een open en transparant proces geen sprake.
Wij hebben eigenaar geïnformeerd over de online inloopavond en de thema-avonden in 2021 en de aankondiging hiervan in de Nieuwsklok. Beiden waren bedoeld om input op te halen. De aankondigingen via de Nieuwsklok heeft eigenaar gemist. Uit het raadsvoorstel maken wij op dat concept stukken zijn gedeeld met alle stakeholders (argument 1.1). Uit een ons er beschikking gestelde e-mail en de reactienota blijkt dat het college per e-mail alle betrokkenen op de hoogte heeft gebracht van de ambities en conceptkaarten. Uit de bewuste mail blijkt dat deze is verzonden aan iedereen die aanwezig was bij de online bijeenkomst en/of themabijeenkomst. Met andere woorden enkel de personen en organisaties die deze mail hebben ontvangen, zijn in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op de conceptvisie! U zult begrijpen dat deze gang van zaken eigenaar bevreemd. Zou niet iedereen in de gelegenheid moeten zijn gesteld om een reactie te kunnen geven op een concept structuurvisie?
Procedure In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de visie als structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1.1 Wro wordt vastgesteld. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in artikel 1.3.1 dat een bestuursorgaan dat voornemens is een structuurvisie voor te bereiden, waarbij sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen, kennis geeft van dat voornemen met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12 Awb eerste en tweede lid Algemene wet bestuursrecht. Kennisgeving dient ook langs elektronische weg te gebeuren. In de kennisgeving wordt aangegeven of: ■ Stukken betreffende het voornemen en waar en wanneer. ■ Er gelegenheid wordt geboden om zienswijzen omtrent het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn ■ Een onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen.
Artikel 3:12 Awb stelt dat het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. Wij constateren dat het college niet heeft voldaan aan de wettelijke plicht om het voornemen via elektronische weg kenbaar te maken als bedoeld in artikel 1.3.1 Bro. Bovendien heeft de gemeente niet voldaan het gestelde in 3:12 Awb. De ontwerp (of concept) Structuurvisie is enkel per mail toegezonden aan een aantal stakeholders en niet ter inzage gelegd op de gestelde wijze.
Inspraak Artikel 2.1.1 Bro stelt dat bij een Structuurvisie wordt aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding daarvan zijn betrokken. In de Memorie van Toelichting van het Besluit ruimtelijke ordening (Staatsblad 2008 nr. 145) staat over het artikel 2.1.1 Bro het volgende: Met artikel 150 van de Gemeentewet wordt aan de gemeenteraad de opdracht gegeven een verordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en andere belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. In deze verordening wordt de wijze geregeld waarop de eigen inwoners en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen in staat worden gesteld hun mening omtrent beleidsvoornemens kenbaar te maken alsmede de wijze van rapportering over de uitkomsten daarvan. Ik acht het zeer goed denkbaar dat burgemeester en wethouders in vervolg op de melding van een ontwikkelingsinitiatief, zoals hiervoor beschreven, over dit initiatief of over de daaruit voortvloeiende ontwerpstructuurvisie inspraak organiseren met toepassing van de gemeentelijke inspraakverordening. De open regeling van de Gemeentewet doet recht aan het uitgangspunt dat niet bij alle bestuurshandelingen altijd op dezelfde wijze inspraak moet worden verleend.
Artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor dergelijke beleidsstukken wordt doorlopen, als de verordening daarover geen bepalingen bevat. Artikel 147 van de Provinciewet bevat een vergelijkbare regeling voor het provinciale beleid. Voor structuurvisies die kaderstellend zijn voor mer-plichtige en mer-beoordelingsplichtige besluiten, gelden nog additionele procedurele eisen. In die gevallen zal de besluitvormingsprocedure moeten voldoen aan de eisen die de Wet milieubeheer daaraan stelt.
Tenslotte is ervoor gekozen om in het Bro ten aanzien van de inspraak en participatie van burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de structuurvisie een verantwoordingsplicht op te nemen: in artikel 2.1.1 is bepaald dat bij de structuurvisie moet worden aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij die voorbereiding zijn betrokken. De hiervoor beschreven regeling van de meldingsplicht ten aanzien van het voornemen voor bepaalde ontwikkelingen, de mogelijkheid van inspraak via de inspraakverordening en de verantwoordingsplicht achteraf tezamen bieden een adequate wettelijke regeling die enerzijds recht doet aan de gewenste vorm- en procedurevrijheid van de inspraak en anderzijds aan de wens deze inspraak daadwerkelijk te laten plaatsvinden.
De raad van de gemeente Oisterwijk heeft op 7 oktober 2004 de inspraakverordening vastgesteld. Deze verordening is nog steeds van toepassing. De verordening maakt in de toelichting een duidelijk onderscheid tussen interactieve sessies (online bijeenkomsten, themabijeenkomsten) en inspraak. De Inspraakverordening stelt in artikel 2.1 dat ieder bestuursorgaan kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Niet in het geding is dat de voorliggende structuurvisie aangemerkt moet worden als gemeentelijk beleid. De inspraakverordening stelt dat inspraak altijd wordt verleend indien de wet daartoe verplicht (2.2). Uit de wetsgeschiedenis en de parlementaire behandeling van de Wro en het Bro kan worden opgemaakt dat de wetgever beoogd heeft een vorm van inspraak verplicht te stellen1. Artikel 2.3 geeft aan wanneer geen inspraak wordt verleend, dit betreft o.a. bij ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen. Naar onze mening is van een situatie als bedoeld in artikel 2.3 geen sprake. Gezien de aard en het belang van de structuurvisie en het belang dat de gemeenteraad toekent aan (vroegtijdige) burgerparticipatie, lijkt het voor de hand te liggen dat de inspraakverordening van toepassing is op de structuurvisie buitengebied.
Artikel 3 stelt dat inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Dit betekent dus dat ook iedere grondeigenaar in de gelegenheid gesteld dient te worden door de gemeente om deel te nemen aan de inspraakprocedure. Niet iedere grondeigenaar heeft een adres binnen het verspreidingsgebied van de Nieuwsklok!
1 Wel of geen wettelijke inspraakverplichtin^ bij een voorgenomen voorbereiding van een bestemmingsplan, projectbesluit en structuurvisie? (ibrtracker.nl)
3
Essentieel in dezen is artikel 4 lid 1, waarin gesteld wordt dat op de inspraakprocedure afdeling 3.4 Awb van toepassing is, wat betekent dat een ontwerp structuurvisie gedurende 6 weken ter inzage wordt gelegd voor inspraak. Artikel 4 lid 2 stelt dat het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure kan vaststellen. Ter vaststelling van een andere inspraakprocedure dient het bestuursorgaan een besluit te nemen. Een dergelijk besluit is echter niet genomen door het bestuursorgaan. Tot slot stelt de inspraakverordening dat ter afronding van de inspraak een eindverslag wordt gemaakt (artikel 5). Dit eindverslag dient een overzicht te bevatten van de gevolgde inspraakprocedure. De reactienota bevat in de inleiding één zin over de gevolgde procedure. Volstaan wordt met de zin dat de conceptkaarten en ambities per email aan alle betrokkenen zijn verstrekt met het verzoek hierop te reageren.
Onze conclusie is dat de gemeente hiermee handelt in strijd met haar eigen verordening en derhalve aan ingezetenen en belanghebbenden geen/onvoldoende gelegenheid heeft geboden voor inspraak. Bovendien stelt het college dat de concept visie aan betrokkenen en stakeholders is toegezonden. De inspraakverordening spreekt over echter het bieden van inspraak aan ingezetenen en belanghebbenden. Het Bro spreekt over burgers en maatschappelijke organisaties. Artikel 3.4 Awb spreekt over belanghebbenden, maar in geval van ontwerpbesluiten wordt doorgaans eenieder gehanteerd. In dit licht bezien zijn het Europese verdrag van Aarhus en het "varkens in nood" arrest eveneens relevant.
Geen bezwaar en beroep Dat de wet en de inspraakverordening betrokkenheid bij dergelijk processen verlangt is niet voor niets. Tegen een vastgestelde visie is geen direct bezwaar en/of beroep mogelijk. Daarmee worden inwoners, eigenaren, gebruikers en ondernemers gedwongen om een formele vergunning aan te vragen en tegen een weigering van de vergunning te procederen om de inhoud van de vastgestelde visie ter discussie te stellen. Het is op dat moment echter wel een document dat door uw raad is vastgesteld en derhalve voor het college éénvoudig om zich te beroepen op het raadsbesluit.
Besluitvorming door de raad Het proces tot op heden dwingt ons om ons direct tot de raad te richten om via het proces van de besluitvorming alsnog inspraak te hebben op de visie. De inspraakverordening stelt expliciet dat het besluitvormingsproces niet gelijk is aan hetgeen de inspraakverordening voor ogen heeft met inspraak. Eigenaar beseft dat u tot doel heeft om een integrale visie te beoordelen en dat u geen individuele casussen bespreekt. De aard en het karakter van de visie raakt echter wel individuele belangen en eigenaar is niet eerder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken. Waarom richten wij ons tot u? Uit een 20 minuten durende sessie over het thema woningen met vertegenwoordigers van uw raad op 10 februari 2022, blijkt dat er vooral meer behoefte is aan flexibiliteit en maatwerk (t.o.v. de huidige visie bebouwingsconcentraties). De provincie staat met de wijziging van haar beleid ook meer maatwerk en flexibiliteit voor. Binnen de kaders van de provincie heeft u als gemeenteraad beleidsvrijheid en ruimte. Het provinciale beleid stelt de verbetering van de omgevingskwaliteit centraal. In ruil voor deze verbetering mag op een 'aanvaardbare locatie' (3.78 IOV) een woning worden toegevoegd. Wordt gekozen voor een ruimte voor ruimte woning, dan is de kwaliteitsverbetering elders al bereikt.
Verder moet een plan passen in de ontwikkelingsrichting van het gebied (3.77 IOV).
De vraag of een locatie 'aanvaardbaar is', wordt door u bepaald! Bovendien dient u ook de ontwikkelingsrichting van een gebied vast te stellen. Met de visie op het buitengebied bepaalt u wat aanvaarbare locaties zijn door bebouwingsconcentraties aan te wijzen. Binnen het provinciaal beleid is gedefinieerd wat een bebouwingsconcentratie (bebouwingslint, bebouwingscluster, kernrandzone) is, maar binnen die kaders heeft u beleidsvrijheid. In de visie op het buitengebied 'kleurt' u deze in. Daarmee bepaalt u met het vaststellen van deze visie waar de komende jaren wel woningen kunnen komen en waar niet. 4
Inhoudelijke reactie (zienswijze) In de visie buitengebied benoemt u 9 bebouwingsconcentraties en wijst u deze aan op kaart. Binnen deze bebouwingsconcentraties zijn onder voorwaarden nieuwe woningen toegestaan. Voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een 'aanvaardbare locatie', waarbij het college van geval tot geval een individuele afweging maakt. De percelen van eigenaar liggen niet in één van de 9 aangewezen bebouwingconcentraties. Primair zijn wij van mening dat dit gedeelte van de Moergestelseweg als bebouwingsconcentratie aangewezen zou moeten worden. Het betreft een cluster aan bebouwing, langs een belangrijk bebouwingslint, direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied. Op grond hiervan kan gesproken worden van een bebouwingsconcentratie.
In de visie stelt u dat er conform provinciaal beleid mogelijkheden worden geboden om ruimtevoor-ruimte woningen te realiseren ter plaatse van locaties aansluitend op een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied (blz. 45, 3® bullit). Het moet gaan om een logische afronding van een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied tot gevolg hebben. Bovendien moet er sprake zijn van een aanmerkelijke verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit aldaar. Uitgangspunt is dat historische linten niet aan elkaar groeien. Als de strook langs de Moergestelseweg niet aangewezen wordt als bebouwingsconcentratie, dan is er op zijn minst sprake van een situatie als bedoeld op blz. 45, 3e bullit. Het perceel van eigenaar grenst direct aan het bestaand stedelijk gebied van de kern Oisterwijk. De overzijde van de Moergestelseweg behoort volgens provinciaal beleid tot het stedelijk gebied. Het gebied is gelegen in de verkeerkundig aangeduide bebouwde kom. Het gebied grenst daarmee aan het bestaand stedelijk gebied en maakt tevens deel uit van het bebouwingslint. De locatie kan daarmee voldoen aan de definitie van bebouwingsconcentratie als bedoeld inde verordening. De zorg dat dorpen aan elkaar groeien, zoals gesteld in de visie is in dezen niet aan de orde. Ook zorgen over precedentwerking zijn niet nodig nu het perceel is gelegen tussen bestaande woningen.
Het desbetreffende perceel heeft geen functie in het bieden van bijzondere landschappelijke doorzichten. Er zijn enkel houtopstanden aanwezig. Met de ontwikkeling van één of meerdere woningen op dit perceel ontstaat de mogelijkheid om natuur toe te voegen. Dit is niet alleen een kans, maar een must. Eigenaar is zich er namelijk van bewust dat herbegrenzing van natuurnetwerk Brabant noodzakelijk is om één of meerdere woningen in het bebouwingscluster/bebouwingslint mogelijk te maken. Eigenaar is in staat op het eigen perceel in staat om maximaal 11.000 m2 nieuwe natuur aan te leggen ter compensatie van één op meerdere bouwkavels (woonbestemming ca. 1.000 m2 per woning). Uiteraard moet in overleg met een stedenbouwkundige, een landschapsarchitect en de gemeente gekeken worden wat de optimale invulling is van het perceel. Mits en voor zover de gemeente bereid is mee te werken aan een een herbegrenzing met compensatie, is er wat ons betreft sprake van een aanvaardbare locatie om één of meerdere woning toe te staan.
In de visie stelt u voorts dat buiten de aangewezen bebouwingsconcentraties bij HOGE UITZONDERING een ruimte voor ruimte woning afweegbaar is (blz. 46, 2e bullit) en dat maatschappelijke zeer gewenste kwaliteitsverbetering voorwaarde is. Onduidelijk is hoe dit punt zich verhoud tot het derde bullit op blz. 45. Eigenaar is van mening dat het gebied primair aangewezen dient te worden als een bebouwingsconcentratie. Mocht de gemeente zich daarin niet kunnen vinden, dan wil eigenaar bevestigd zien dat er sprake is van een situatie als bedoeld in de derde bullit op blz. 45.
Voor zover de gemeente van mening is dat het realiseren van één of meerdere woningen op dit perceel tot de categorie 'hoge uitzondering' behoort, kan eigenaar zich niet vinden in voorliggende visie. Tenzij de realisatie van natuur in dezen tot de 'uitzonderingen' wordt gerekend.
5
Eigenaar wil met dit schrijven aandacht vragen voor zijn wens om op het specifieke perceel een of meerdere woningen te realiseren en wil voorkomen dat de visie op het buitengebied op voorhand deze mogelijkheid uitsluit.
Middels dit schrijven verzoeken wij u om: 1. De wens om één of meerdere woningen op dit perceel te kunnen realiseren te betrekken bij behandeling van de visie. 2. Het gebied / perceel in de visie aan te wijzen c.q. te benoemen als aanvaardbare locatie als bedoeld in 3.78 lid 3 IOV, zodat - onder voorwaarden - nieuwe woningen toegevoegd kunnen worden. 3. Te onderschrijven dat het gebied / perceel onder voorwaarden kan voldoen aan de definities van de provincie noord Brabant, waardoor tenminste sprake is van een situatie als bedoeld op blz. 45 derde bullit. 4. Indien daartoe nodig is de visie gewijzigd vast stellen.
Uiteraard is er de bereidheid om een toelichting te geven op dit schrijven.
Met vriendelijke groet, 5.1,2,e
Beerens Advies Bijlagen: 1. Locatie Moergestelseweg
6
Bijlage 1: Moergestelseweg
>769'
\aN o 1815
i Perceel
1874
5543
1873
6097
1872
6920
4745
3525
1871
\
2826
5614
5599
1883
4745 1877 3526
1876
4741
3382 2813
4643
4639
4749
3395
4640 3383
4452
4867
0750 4865
5756
4742
4589
2817
3384
4588
4230
»5
2691
3396 5239
2689
3074
4196
2690
2448
4231
3839
4642
4744
4740
6919
4872
4863 4834
5610
1078
3885
7223
330
7843
7844
4833
4873
323
4864 322
4630
3886 4631
319
(34
4632
M daztar (s: f S
EanCommunr Maps Co*om Kacane =
Kaart 1: ligging kadastrale percelen A.4587 en A.4588, samen 26.500 m2 groot
7: \
1
R
* I
A,
*. • l__ 1 Perceel en
e
I
Natuur
|
| Agrarisch Verkeer
\
A
7-
.0
h
/ /
Wonen Tuin
I
l Kaart 2: bestemmingsplan buitengebied geconsolideerd, met zichtbaar direct ten zuiden villa Capnion en aan de andere kant meerdere woningen. Aan de overzijde het woongebied rondom de Hondsbergselaan. Het gedeelte van het perceel met bestemming 'agrarisch' (11.000 m2) kan worden toegevoegd aan de NNB. In ruil hiervoor worden op het hele perceel één of meerdere woningen gerealiseerd. Per saldo blijft het aantal vierkante meters NNB gelijk.
7
P /
NNB
Attentiez. waterhh /
/
L__l i
Kaart 3: huidige interim omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. Het voorste gedeelte van het perceel is aangewezen als NNB. Verzoek is om de NNB te herbegrenzen teneinde één of meerdere woningen mogelijk te maken. Iedere m2 NNB die onttrokken wordt, wordt gecompenseerd op het aangrenzende deel van het perceel.
8
’4
on
€3
%
633
OH7
2d 80
429
23 D
<1
, scz
9*BX* 409
C
Ja.
QB
43
2
€3
C2 E
GR
@ ,3
€3
422)
<ZE9
46
2
(a
E
23
€3
e®
833
Ra
6a
S33 €3
42 E2
4HB B €33 80®
BE
8
JE
/I
2
€23
dB
€
E2
05
€
F
“R cs
aa y
CD
_ 1 Locatie
(3886
(3
Bestaand stedelijk gebied I L-
dB A'
45
+
CB
-
M‘
Kaart 4; de locatie is direct gelegen tegenover bestaand stedelijk gebied en gelegen aan de doorgaande weg / lint tussen Oisterwijk en Moergestel. Het bouwen van woningen op dit perceel leidt er niet toe dat dorpen aan elkaar groeien.
5
P
A
l
i, 7
3
et
1t
{0
t' 4,67
Bde) 1
8
4
3
41 13X8
Foto 1 Het bestaande bosperceel, gezien vanaf de Moergestelseweg. Op een deel van dit perceel wordt een woning gewenst.
Foto 2 Het perceel gezien vanuit de Hoevenseweg. Op dit perceel is voorzien in 11.000 compensatie natuurnetwerk. Foto 3 Bestaande pad, gezien vanaf de Moergestelseweg. Tevens de ontsluiting van de bestaande villa Capnion en toegangsweg voor beoogde woning.
2 Kaart 5: bestaande situatie
9
NV. MODI NEDERLAND
VILLAPARK „HONDSBERG” GEMEENTEN BERKEL -ENSCHOT es EN OISTERWUK 102
“*
• TERREINEN OP ZUIVEREN ZAN0BQOEM•
acenew/
BOSCHILU:
II
'on
IENN lil
AV IV
LANDGOED
3 Ic .
A I
lc
G
"Li
Af
Aja; c : D 1
■
.IR
4* •HET AALSVEN"
23
Va
XI AX XII
k3
ViI
IX
A ‘y —8
.c
j”
A
xXVI 45,3/ H 2*
8 XVE 6 )
c / *2 r.
xm
nuTangcaXcNES
XIV L
XE
13013)
(
. D,i {/£
XW e
A
A B>
D / /A
A
2asl/kxm/a s,Y 36 c ?
XXV,
JIONDSHERG'
BL WDI
/ D
p ? ■F •/ E
6
XXIII
HE
Kaart 6: oorspronkelijke uitbreidingsplannen villapark Hondsberg, met rood omlijnd het perceel van eigenaar (IX). Direct links langs het perceel het huidige villa Capnion. Het gebied direct rechts is volledig ontwikkeld tot woningbouw.
10
9
}
< .Vo
•o// y.. PP//.
0 NN.B.
V
9 8
oo
9
d&/
V
J
L
□
Q Q
C
f
Kaart 7: illustratieve inrichtingschets (voorbeeld) voor nieuwe woningen op perceel A.4588. Ontsloten via het bestaande aanwezige pad (met verkeersbestemming), worden op het bosperceel één of meerdere kavels gerealiseerd. Dit vraagt om een herbegrenzing van NNB. Ter compensatie van iedere m2 NNB wordt op het achterliggende perceel (aanduiding N.N.B.) 1:1 nieuwe natuur gemaakt. Dit deel van het perceel wordt toegevoegd aan het Natuurnetwerk en de 'woonkavels' worden er uit gelaten zoals nu ook bij villa Capnion het geval is (zie kaart 3). Het aantal woningen en de positie ervan zijn onderwerp van overleg met de gemeente.
11