CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-66D - Visie buitengebied - inbreng inwoners 1

RAAD 29 september 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Bijdrage inwoners Visie Buitengebied3.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beerens Advies Gemeente Oisterwijk t.a.v. gemeenteraad Postbus 10101 5060GA Oisterwijk

Onderwerp: Visie op het buitengebied / Heiligenboom Moergestel, 4 september 2022

Geachte leden van de Raad,

Op 29 september 2022 behandelt u de 'visie op het buitengebied'. Na vaststelling van de structuurvisie vormt het een belangrijk toetsingskader voor het college. Alle initiatieven voor o.a. nieuwe woningen (b.v. ruimte voor ruimte) in het buitengebied worden vanaf dat moment getoetst aan de visie. Namens de eigenaren van de percelen kadastraal bekend 5.1,2,e richten wij ons tot u.

5.1,2,e

De huidige visie bebouwingsconcentraties geldt sinds 2013 als toetsingskader voor ruimte voor ruimte initiatieven in de gemeente. Deze visie geeft gedetailleerd, op perceelsniveau, aan waar wel en waar geen nieuwe woningen in het buitengebied denkbaar zijn. De percelen van eigenaren zijn gelegen aan de Heiligenboom en grenzen direct aan de bebouwingsconcentratie 't Stokske zoals opgenomen in de Visie Bebouwingsconcentratie 2013.

Korte geschiedenis De woningen van eigenaren zijn in de jaren zestig door artsen en textielbaronnen uit Tilburg als buitenhuis gebouwd. De woningen zijn vergund op basis van het uitbreidingsplan in hoofdzaak op grond waarvan permanente bewoning niet was uitgesloten. Jarenlang was het gebruik als woonhuis door de voormalige gemeente Moergestel toegestaan, totdat eind jaren negentig de gemeente Oisterwijk (na herindeling 1997) in het bestemmingsplan buitengebied '98, de bestemming 'recreatiewoning' introduceerde, op grond waarvan 'permanente bewoning' was uitgesloten. Omdat de woningen op dat moment bewoond waren (permanente bewoning gaat terug tot in ieder geval begin jaren negentig), is het gebruik onder het overgangsrecht geplaatst.

In 2011 heeft de gemeenteraad een nieuw bestemmingsplan buitengebied vastgesteld, waarbij de gemeenteraad het permanente gebruik van de (solitaire) recreatiewoningen nogmaals onder het overgangsrecht heeft willen plaatsen. De Raad van State oordeelde in haar uitspraak van 14 augustus 2013 dat het niet aannemelijk is gemaakt dat het gebruik gedurende de plantermijn (tien jaar) zal worden beëindigd en dat het derhalve de Gemeenteraad niet vrij stond het gebruik opnieuw onder het overgangsrecht te plaatsen. In navolging van de uitspraak van de Raad van State, heeft de gemeenteraad gekozen om een recreatieve bestemming toe te kennen, met daarbij de aanduiding dat in de recreatiewoningen op nr. 20, 22 en 24 permanent gewoond mag worden. Mocht het gebruik binnen de planperiode gedurende een half jaar (of langer) onderbroken worden, dan kan de gemeente - via wijziging bestemmingsplan de aanduiding 'wonen' laten vervallen.

Beerens Advies Keltenstraat 13, 5037 KD Tilburg Telefoon 06-24602617 BeerensAdvies(a)gmail.com Bankrekeningnummer:NL26ABNA0626455677 KvK: 56763662 BTW: NL001779778B69

De planperiode is zo goed als verstreken en er heeft zich in de afgelopen 10 jaar geen gelegenheid voorgedaan om de bestemming te wijzigen van gemeentewege. De komende jaren zal dit ook niet het geval zijn. De woningen worden al ruim 30 jaar als zelfstandige woning permanent bewoond.

Eigenaren zijn van mening dat de bestemming 'recreatiewoning' met aanduiding 'permanente bewoning toegestaan', gelet op het gebruik van de woningen, geen recht doet aan de feitelijke situatie. Ook naar de toekomst toe zal het gebruik als woning door eigenaren worden bestendigd. Juridisch planologisch zal de gemeente de noodzaak van een regeling die beëindiging van het gebruik niet langer kunnen onderbouwen. Eigenaren willen daarom toe naar een 'reguliere woonbestemming' op de drie woningen. En hoewel dit de enige voor de hand liggende en toekomstbestendige functie is, leidt een principeverzoek van één van de drie eigenaren van 25 oktober 2021, op 23 mei 2022 tot een afwijzing. Hoewel in het principeverzoek aansluiting wordt gezocht bij de huidige visie bebouwingsconcentraties, wordt in het antwoord hierop niets over gezegd. Ook over de visie buitengebied die nu voorligt, wordt niets gesteld. De gemeente verwijst in haar schrijven onder meer naar het provinciaal beleid. Voor de drie eigenaren is dat reden om deze casus ook voor te leggen aan de provincie. Een afschrift van de brief aan de provincie is toegevoegd. Via ondergetekende zijn eigenaren geïnformeerd over de komst van de visie buitengebied. Zelf hadden zij hier nog niets van vernomen. Na overleg met hun juridisch adviseur is besloten dit schrijven te richten aan de raad.

Proces Kort voordat er een uitspraak werd gedaan door het college (23 mei 2022) op het principeverzoek van één van de eigenaren, bereikte ons bij toeval de e-mail waarin ontvangers in de gelegenheid werden gesteld om binnen 12 dagen te reageren op de concept-kaarten en ambities. Ondergetekende heeft deze mail gedeeld met één van de drie eigenaren, vanwege het lopende principeverzoek.

Wij zijn op vrijdag 2 september 2022 middels een algemene mail van de griffie geïnformeerd over onze inbreng en de reactie van het college (reactienota). Hoewel geanonimiseerd hebben wij in de reactienota kunnen teruglezen wat met onze reactie is gedaan. Gesteld wordt dat de beoordeling van individuele principeverzoeken niet via dit proces verloopt. Inhoudelijk is er daarmee niets gedaan met de inbreng.

De andere twee eigenaren waren niet op de hoogte van de visie op het buitengebied. De visie wordt nu aan u ter vaststelling voorgelegd, zonder dat eigenaren inspraak hebben geboden op de visie. Eigenaren kunnen zich dan ook niet vinden in hetgeen in de aankondiging van het college staat t.a.v. het zorgvuldige proces dat zou zijn doorlopen. Er is naar onze mening geen sprake van een open- en transparant planproces. Uit het raadsvoorstel en de reactienota maken we op dat concept kaarten en ambities zouden zijn gedeeld met alle stakeholders. In dit geval dus niet met de eigenaren van de percelen! Wij hebben geen algemene publicatie aangetroffen die iedereen in de gelegenheid stelt om een reactie te geven op de concept kaarten en ambities. Eigenaren vragen zich af hoe het mogelijk is dat anderen wel in de gelegenheid zijn geweest om een reactie in te sturen. Daarmee lijkt van een open en transparant proces geen sprake.

Wij hebben eigenaren geïnformeerd over de online inloopavond en de thema-avonden in 2021 en de aankondiging hiervan in de Nieuwsklok. Beiden waren bedoeld om input op te halen. De aankondigingen via de Nieuwsklok hebben eigenaren gemist. Uit het raadsvoorstel maken wij op dat concept stukken zijn gedeeld met alle stakeholders (argument 1.1). Uit een ons ter beschikking gestelde e-mail en de reactienota blijkt dat het college per e-mail alle betrokkenen op de hoogte heeft gebracht van de ambities en conceptkaarten. Uit de bewuste mail blijkt dat deze is verzonden aan iedereen die aanwezig was bij de online bijeenkomst en/of themabijeenkomst. Met andere woorden enkel de personen en organisaties die deze mail hebben ontvangen, zijn in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op de conceptvisie!

2

U zult begrijpen dat deze gang van zaken eigenaren bevreemd. Zou niet iedereen in de gelegenheid moeten zijn gesteld om een reactie te kunnen geven op een concept structuurvisie? Procedure In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de visie als structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1.1 Wro wordt vastgesteld. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in artikel 1.3.1 dat een bestuursorgaan dat voornemens is een structuurvisie voor te bereiden, waarbij sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen, kennis geeft van dat voornemen met overeenkomstige toepassing van artikel 3:12 Awb eerste en tweede lid Algemene wet bestuursrecht. Kennisgeving dient ook langs elektronische weg te gebeuren. In de kennisgeving wordt aangegeven of: ■ Stukken betreffende het voornemen en waar en wanneer. ■ Er gelegenheid wordt geboden om zienswijzen omtrent het voornemen naar voren te brengen, aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn ■ Een onafhankelijke instantie in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over het voornemen.

Artikel 3:12 Awb stelt dat het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. Wij constateren dat het college niet heeft voldaan aan de wettelijke plicht om het voornemen via elektronische weg kenbaar te maken als bedoeld in artikel 1.3.1 Bro. Bovendien heeft de gemeente niet voldaan het gestelde in 3:12 Awb. De ontwerp (of concept) Structuurvisie is enkel per mail toegezonden aan een aantal stakeholders en niet ter inzage gelegd op de gestelde wijze.

Inspraak Artikel 2.1.1 Bro stelt dat bij een Structuurvisie wordt aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding daarvan zijn betrokken. In de Memorie van Toelichting van het Besluit ruimtelijke ordening (Staatsblad 2008 nr. 145) staat over het artikel 2.1.1 Bro het volgende: Met artikel 150 van de Gemeentewet wordt aan de gemeenteraad de opdracht gegeven een verordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en andere belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. In deze verordening wordt de wijze geregeld waarop de eigen inwoners en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen in staat worden gesteld hun mening omtrent beleidsvoornemens kenbaar te maken alsmede de wijze van rapportering over de uitkomsten daarvan. Ik acht het zeer goed denkbaar dat burgemeester en wethouders in vervolg op de melding van een ontwikkelingsinitiatief, zoals hiervoor beschreven, over dit initiatief of over de daaruit voortvloeiende ontwerpstructuurvisie inspraak organiseren met toepassing van de gemeentelijke inspraakverordening. De open regeling van de Gemeentewet doet recht aan het uitgangspunt dat niet bij alle bestuurshandelingen altijd op dezelfde wijze inspraak moet worden verleend.

Artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor dergelijke beleidsstukken wordt doorlopen, als de verordening daarover geen bepalingen bevat. Artikel 147 van de Provinciewet bevat een vergelijkbare regeling voor het provinciale beleid. Voor structuurvisies die kaderstellend zijn voor mer-plichtige en mer-beoordelingsplichtige besluiten, gelden nog additionele procedurele eisen. In die gevallen zal de besluitvormingsprocedure moeten voldoen aan de eisen die de Wet milieubeheer daaraan stelt.

Tenslotte is ervoor gekozen om in het Bro ten aanzien van de inspraak en participatie van burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van de structuurvisie een verantwoordingsplicht op te nemen: in artikel 2.1.1 is bepaald dat bij de structuurvisie moet worden aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij die voorbereiding zijn betrokken. De hiervoor beschreven regeling van de meldingsplicht ten aanzien van het voornemen voor bepaalde ontwikkelingen, de mogelijkheid van inspraak via de inspraakverordening en de verantwoordingsplicht achteraf tezamen bieden een adequate wettelijke regeling die enerzijds recht doet aan de gewenste vorm- en procedurevrijheid van de inspraak en anderzijds aan de wens deze inspraak daadwerkelijk te laten plaatsvinden.

3

De raad van de gemeente Oisterwijk heeft op 7 oktober 2004 de inspraakverordening vastgesteld. Deze verordening is nog steeds van toepassing. De verordening maakt in de toelichting een duidelijk onderscheid tussen interactieve sessies (online bijeenkomsten, themabijeenkomsten) en inspraak. De Inspraakverordening stelt in artikel 2.1 dat ieder bestuursorgaan kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Niet in het geding is dat de voorliggende structuurvisie aangemerkt moet worden als gemeentelijk beleid. De inspraakverordening stelt dat inspraak altijd wordt verleend indien de wet daartoe verplicht (2.2). Uit de wetsgeschiedenis en de parlementaire behandeling van de Wro en het Bro kan worden opgemaakt dat de wetgever beoogd heeft een vorm van inspraak verplicht te stellen1. Artikel 2.3 van de verordening geeft aan wanneer geen inspraak wordt verleend, dit betreft o.a. bij ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen. Naar onze mening is van een situatie als bedoeld in artikel 2.3 geen sprake. Gezien de aard en het belang van de structuurvisie en het belang dat de gemeenteraad toekent aan (vroegtijdige) burgerparticipatie, lijkt het voor de hand te liggen dat de inspraakverordening van toepassing is op de structuurvisie buitengebied.

Artikel 3 stelt dat inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Dit betekent dus dat iedere grondeigenaar in de gelegenheid gesteld dient te worden door de gemeente om deel te nemen aan de inspraakprocedure. Niet iedere grondeigenaar heeft een adres binnen het verspreidingsgebied van de Nieuwsklok en niet iedereen heeft een e-mail adres achtergelaten bij de gemeente.

Essentieel in dezen is artikel 4 lid 1, waarin gesteld wordt dat op de inspraakprocedure afdeling 3.4 Awb van toepassing is, wat betekent dat een ontwerp structuurvisie gedurende 6 weken ter inzage wordt gelegd voor inspraak. Artikel 4 lid 2 stelt dat het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure kan vaststellen. Ter vaststelling van een andere inspraakprocedure dient het bestuursorgaan een besluit te nemen. Een dergelijk besluit is echter niet genomen door het bestuursorgaan. Tot slot stelt de inspraakverordening dat ter afronding van de inspraak een eindverslag wordt gemaakt (artikel 5). Dit eindverslag dient een overzicht te bevatten van de gevolgde inspraakprocedure. De reactienota bevat in de inleiding één zin over de gevolgde procedure. Volstaan wordt met de zin dat de conceptkaarten en ambities per email aan alle betrokkenen zijn verstrekt met het verzoek hierop te reageren.

Onze conclusie is dat de gemeente hiermee handelt in strijd met haar eigen verordening en derhalve aan ingezetenen en belanghebbenden geen/onvoldoende gelegenheid heeft geboden voor inspraak. Bovendien stelt het college dat de concept visie aan betrokkenen en stakeholders is toegezonden. De inspraakverordening spreekt over echter het bieden van inspraak aan ingezetenen en belanghebbenden. Het Bro spreekt over burgers en maatschappelijke organisaties. Artikel 3.4 Awb spreekt over belanghebbenden, maar in geval van ontwerpbesluiten wordt doorgaans eenieder gehanteerd. In dit licht bezien zijn het Europese verdrag van Aarhus en het "varkens in nood" arrest eveneens relevant.

Geen bezwaar en beroep Dat de wet en de inspraakverordening betrokkenheid bij dergelijk processen verlangt is niet voor niets. Tegen een vastgestelde visie is geen direct bezwaar en/of beroep mogelijk. Daarmee worden inwoners, eigenaren, gebruikers en ondernemers gedwongen om een formele vergunning aan te vragen en tegen een weigering van de vergunning te procederen om de inhoud van de vastgestelde visie ter discussie te stellen. Het is op dat moment echter wel een document dat door uw raad is vastgesteld en derhalve voor het college éénvoudig om zich te beroepen op het raadsbesluit.

1 Wel of geen wettelijke inspraakverplichting bij een voorgenomen voorbereiding van een bestemmingsplan, projectbesluit en structuurvisie? (ibrtracker.nl)

4

Besluitvorming door de raad Het proces tot op heden dwingt ons om ons direct tot de raad te richten om via het proces van de besluitvorming alsnog 'inspraak' te hebben op de visie. De inspraakverordening stelt expliciet dat het besluitvormingsproces in de raad niet gelijk is aan hetgeen de inspraakverordening voor ogen heeft met inspraak. Eigenaren beseffen dat u tot doel heeft om een integrale visie te beoordelen en dat u geen individuele casussen bespreekt. De aard en het karakter van de visie raakt echter wel individuele belangen en eigenaren zijn niet eerder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken. Waarom richten wij ons tot u? Uit een 20 minuten durende sessie over het thema woningen met vertegenwoordigers van uw raad op 10 februari 2022, blijkt dat er vooral meer behoefte is aan flexibiliteit en maatwerk (t.o.v. de huidige visie bebouwingsconcentraties). De provincie staat met de wijziging van haar beleid ook meer maatwerk en flexibiliteit voor. Binnen de kaders van de provincie heeft u als gemeenteraad beleidsvrijheid en ruimte. Het provinciale beleid stelt de verbetering van de omgevingskwaliteit centraal. In ruil voor deze verbetering mag op een 'aanvaardbare locatie' (3.78 IOV) een woning worden toegevoegd. Wordt gekozen voor een ruimte voor ruimte woning, dan is de kwaliteitsverbetering elders al bereikt.

Verder moet een plan passen in de ontwikkelingsrichting van het gebied (3.77 IOV). De vraag of een locatie 'aanvaardbaar is', wordt door u bepaald! Bovendien dient u ook de ontwikkelingsrichting van een gebied vast te stellen. Met de visie op het buitengebied bepaalt u wat aanvaarbare locaties zijn door bebouwingsconcentraties aan te wijzen. Binnen het provinciaal beleid is gedefinieerd wat een bebouwingsconcentratie (bebouwingslint, bebouwingscluster, kernrandzone) is, maar binnen die kaders heeft u beleidsvrijheid. In de visie op het buitengebied 'kleurt' u deze in. Daarmee bepaalt u met het vaststellen van deze visie waar de komende jaren wel woningen kunnen komen en waar niet.

Inhoudelijke reactie (zienswijze) In de visie buitengebied benoemt u 9 bebouwingsconcentraties en wijst u deze aan op kaart. Binnen deze bebouwingsconcentraties zijn onder voorwaarden nieuwe woningen toegestaan. Voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een 'aanvaardbare locatie', waarbij het college van geval tot geval een individuele afweging maakt. De percelen van eigenaren zijn vooralsnog niet opgenomen in één van de 9 aangewezen bebouwingconcentraties, maar grenzen direct aan de bebouwingsconcentratie 't Stokske. De ontstaansgeschiedenis van deze bebouwingconcentratie verklaart ook de aanwezigheid van deze drie woningen: nabij ontsluitingsmogelijkheden, nabijheid horecagelegenheid en andere woonbebouwing. De drie verblijfsobjecten zijn gelegen in het door de provincie aangewezen landelijk gebied en niet gelegen in een NNB of Natura 2000 gebied. Aandachtig het beleid van de provincie lezende is hier sprake van drie bestaande bouwpercelen en is er geen sprake van recreatiewoningen zoals de provincie die beoogt te benoemen, maar van bestaande woningen. Omdat permanente bewoning reeds is toegestaan en reeds 30 jaar voortduurt, leidt een omzetting tot een reguliere woonbestemming niet tot een ander gebruik. Er treedt geen wijziging op.

Voor zover de provincie zich kan vinden in de omzetting, is het vreemd dat de gemeente zich hiertegen verzet en haar motivatie mede baseert op het provinciaal beleid.

Eigenaren zijn van mening dat dit gedeelte van de Heiligenboom deel uitmaakt van de bebouwingsconcentratie 't Stokske en verzoeken dan ook om het bestaande aangewezen gebied uit te breiden. Niet met als doel om naast de drie aanwezige woonfuncties, nieuwe woonfuncties mogelijk te maken, maar om de huidige bestemming met gebruiksmogelijkheden om te zetten naar een reguliere woonbestemming.

Zowel uit de huidige visie bebouwingsconcentraties als uit de nieuwe visie buitengebied valt duidelijk op te maken dat deze drie verblijfsobjecten deel uitmaken van het bebouwingsluster rond 't Stokske. De objecten liggen langs het bestaande bebouwingslint. De locatie voldoet hiermee aan het gestelde in de provinciale verordening. 5

In de visie stelt u dat er conform provinciaal beleid mogelijkheden worden geboden om ruimtevoor-ruimte woningen te realiseren ter plaatse van locaties aansluitend op een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied (blz. 45, 3e bullit). Het moet gaan om een logische afronding van een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied tot gevolg hebben. Bovendien moet er sprake zijn van een aanmerkelijke verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit aldaar. Uitgangspunt is dat historische linten niet aan elkaar groeien. Als u van mening bent dat de drie wooneenheden aan de Heiligenboom geen deel uitmaken van de bebouwingsconcentratie 't Stokske, dan is er op zijn minst sprake van een situatie als bedoeld op blz. 45, 3e bullit. De percelen van eigenaren grenzen direct aan een bestaande bebouwingsconcentratie. De drie wooneenheden vormen een logische afronding van de bebouwingconcentratie. De locatie kan daarmee voldoen aan de definitie van bebouwingsconcentratie als bedoeld in de verordening. De zorg dat dorpen aan elkaar groeien, zoals gesteld in de visie is in dezen niet aan de orde. Ook zorgen over precedentwerking zijn niet nodig nu gaat om drie bestaande wooneenheden met hun eigen historie. De desbetreffende percelen maken zoals gezegd geen deel uit van NNB en/of Natura 2000, maar zijn gelegen in landelijk gebied.

De provincie heeft in het verleden de begrenzing hier aangepast juist vanwege de aanwezigheid van de drie wooneenheden.

In de visie stelt u voorts dat buiten de aangewezen bebouwingsconcentraties bij HOGE UITZONDERING een ruimte voor ruimte woning afweegbaar is (blz. 46, 2e bullit) en dat maatschappelijke zeer gewenste kwaliteitsverbetering voorwaarde is. Onduidelijk is hoe dit punt zich verhoudt tot het derde bullit op blz. 45. Eigenaren zijn van mening dat het gebied primair toegevoegd dient te worden aan bebouwingsconcentratie 't Stokske. Mocht de gemeente zich daarin niet kunnen vinden, dan willen eigenaren bevestigd zien dat er sprake is van een situatie als bedoeld in de derde bullit op blz. 45.Voor zover de gemeente van mening is dat het realiseren van één of meerdere woningen op dit perceel tot de categorie 'hoge uitzondering' behoort, kunnen eigenaren zich vinden in voorliggende visie als dit impliceert dat gegeven de omstandigheden hier maatwerk geleverd kan worden, waarbij de drie wooneenheden omgezet worden naar een reguliere woonbestemming. Indien de visie dit niet wenst te bewerkstelligen en omzetting op voorhand wordt uitgesloten, kunnen eigenaren zich niet vinden in deze visie. Eigenaren willen met dit schrijven aandacht vragen voor de specifieke situatie ter plaatse, waarbij het doel en de wens is om de bestaande recreatiewoningen met'aanduiding permanente bewoning toegestaan' om te zetten naar een reguliere woonbestemming.

Nu de wooneenheden aantoonbaar sinds ruim 30 jaar legaal permanent bewoond worden, kan een bestemming 'recreatiewoning' niet als passend worden beschouwd. Middels dit schrijven verzoeken wij u om: 1. De bebouwingsconcentratie 't Stokske uit te breiden met deze drie wooneenheden. 2. Het gebied in de visie aan te wijzen c.q. te benoemen als aanvaardbare locatie als bedoeld in 3.78 lid 3 IOV, zodat - onder voorwaarden de bestaande wooneenheden met bestemming 'recreatie' omgezet kunnen worden naar een reguliere woonbestemming. 3. Te onderschrijven dat het gebied / perceel onder voorwaarden kan voldoen aan de definities van de provincie noord Brabant, waardoor tenminste sprake is van een situatie als bedoeld op blz. 45 derde bullit. 4. Indien daartoe nodig is de visie gewijzigd vast stellen.

Uiteraard is er de bereidheid om een toelichting te geven op dit schrijven en bent u bereid om op een locatiebezoek te brengen. Met vriendelijke groet, 5.1,2,e

Beerens Advies Bijlagen: 1. Brief provincie incl. kaartmateriaal

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11814558/1