21-66D Visie Buitengebied - bijlage 2 Visie Buitengebied - OUD
Tekst van het document
Buitengebied Gemeente Oisterwijk
Visie buitengebied
Gemeente Oisterwijk
Inhouds 4 6 14 22 30 38 52 60 66 69 70
Inleiding Hoofdstuk 2 Klimaat & duurzaamheid Hoofdstuk 3 Landschap & cultuurhistorie Hoofdstuk 4 Natuur & biodiversiteit Hoofdstuk 5 Landbouw Hoofdstuk 6 Wonen & bedrijvigheid Hoofdstuk 7 Recreatie & toerisme Samenvatting / integratieschema ambities Bijlage 1 Beschrijving landschapstypen Bijlage 2 Uitgangspunten herbestemming VAB Bronnenlijst
3
Visie buitengebied
Inleiding
Voor u ligt de nieuwe visie op het buitengebied. Een visie die tot stand is gekomen met een groot aantal interne en externe stakeholders. We hebben mooie, intensieve interactieve sessies gehad, deels via webinars vanwege Covid-19. De inzet en beretidheid van alle stakeholders in dit proces heeft geleid tot een visie met balans
tussen de belangrijkste functies in het buitengebied, zoals opgenomen in het bestuursakkoord dat direct na de samenvoeging met Haaren is opgesteld: "Wij gaan aan de slag met een visie op het buitengebied. Daarin
zoeken we balans tussen de belangrijkste functies daarin: natuur, landbouw, toerisme en wonen. Maar ook de cultuurhistorische elementen komen hierin aan bod. Dit is een onderwerp bij uitstek waarbij zowel inwoners
als raad nadrukkelijk een rol spelen. Voor wat betreft onze natuurgebieden gaat het vooral om een goede mix tussen het beschermen, toegankelijk maken en houden daarvan. Daarbij kijken wij in het bijzonder naar de
Kampina en de Oisterwijkse Bossen en Vennen. In dit kader past ook dat we verstening alleen onder strikte voorwaarden toestaan.’’
Algemene opvattingen uit themasessies
Visie buitengebied als structuurvisie
tekst gewijd aan wat tijdens de themasessies met
onduidelijkheden zijn rondom de nieuwe omgevingswet
In de hoofdstukken 2 tot en met 7 is telkens een stukje stakeholders is opgehaald. Ook hebben we tijdens
deze sessies enkele belangrijke algemene opvattingen
opgetekend die we u niet willen onthouden. Zo zoeken onze stakeholders naar flexibiliteit en maatwerk, maar wel binnen randvoorwaarden. Ook zou de gemeente er goed aan doen sneller te handelen en met een
toekomstgerichte blik open staan voor innovaties en deze faciliteren.
4
Omdat er ten tijde van het afronden van deze visie nog stellen we deze visie vast als structuurvisie. Op deze manier houdt de visie haar rechtskracht, ongeacht
wanneer en of de omgevingswet in werking treedt.
Daarnaast kunnen we ervoor kiezen om deze visie samen met een aantal andere visies te laten ‘overgaan’ in een
nieuwe omgevingsvisie. Hierover kan de raad in een later stadium beslissen.
Gemeente Oisterwijk
De inzet en bereidheid van alle stakeholders in dit proces heeft geleid tot een visie met balans tussen de belangrijkste functies in het buitengebied, zoals opgenomen in het bestuursakkoord dat direct na de samenvoeging met Haaren is opgesteld Leeswijzer
In deze visie wordt regelmatig verwezen naar
voormalig Haarens beleid. Daarom is het soms relevant onderscheid te maken naar grondgebied. Zo bedoelen we met ‘grondgebied Haaren’, het grondgebied van
Een beperkt aantal ambities in deze visie voeren we direct door als beleidslijn.
Dit is per thema aangegeven onder het kopje ‘beleidsconsequenties’
. In hoofdstuk 8 is voor
de voormalige gemeente Haaren. Met ‘grondgebied
het overzicht een schema opgenomen waarin alle
voormalige gemeente Oisterwijk. En met ‘(grondgebied)
wordt duidelijk hoe de verschillende ambities met
Oisterwijk’ bedoelen we het grondgebied van de
gemeente’ bedoelen we het grondgebied van de gehele (nieuwe) gemeente (Oisterwijk).
In deze visie is bewust gekozen voor een compact
ambities nog eens op een rij staan. Met dit schema elkaar samenhangen.
Wij wensen u veel leesplezier!
verhaal. U vindt hierna dus geen uitgebreide analyses
of samenvattingen van hetgeen in alle sessies voorbij is gekomen. We presenteren per hoofdthema een korte
beleidsanalyse, een weergave van de input uit de sessies
met een analyse en vervolgens de ambities op dit thema. Bij elk thema vindt u een kaart waarop dit alles is weergegeven.
5
Visie buitengebied
6
Gemeente Oisterwijk
Klimaat & duurzaamheid Hoofdlijnen huidige beleid
In 2021 is de Regionale Energie en Klimaatstrategie1
vastgesteld en in 2023 volgt een update (de REKS 2.0). In de REKS staan plannen voor energiebesparing, het duurzaam opwekken van energie met zon en
wind en het verwarmen van woningen en gebouwen
zonder aardgas. In Hart van Brabant kijken we ook naar aanpassingen aan klimaatverandering.
7
Visie buitengebied
We willen in de toekomst met wind- en zonne-energie voldoende elektriciteit opwekken, zonder dat het ten koste gaat van ons landschap. Daarom hebben we
gekeken naar wat we al doen en welke mogelijkheden er nog zijn.
De gebieden rond De Baars en Kattenberg zijn
aangewezen als energie’hub’ waar grootschalig wind- en zonne-energie kunnen worden opgewekt. En waarbij
gezocht wordt naar koppelkansen met klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit en energieopslag. Aan de zuidzijde
van onze gemeente ligt een zoekgebied waar we willen kijken naar kansen voor windenergie boven nieuw
bos. Tegelijk gaan we de omgeving aanpassen aan het
veranderende klimaat. In de REKS hebben we 6 gebieden aangewezen waar we de klimaatadaptatie koppelen
aan de energietransitie. Het systeem van de Voorste Stroom is een van deze gebieden, een beekdal met
dekzandruggen aan de randen. Verdroging is hier een belangrijk issue.
Uit de klimaatstresstest blijkt onder andere dat het
neerslagtekort stijgt van 210-270 mm naar 300-330 mm in 2050. En dat de perioden zonder neerslag langer worden. Neerslagtekort kan tot droogval en waterkwaliteitsproblemen leiden, met kans
op gezondheidsklachten en beperkte recreatieve
mogelijkheden als gevolgen. Daarnaast kan er als
gevolg van langdurige en hevige regenval ook vaker
wateroverlast op gaan treden door overstromingen.
Oisterwijk heeft hierin al beleid2 waarbij iedereen die bouwt of verbouwt zijn eigen regenwater tot 60 mm moet opvangen en laten infiltreren op eigen grond.
En ook waterschap en provincie hebben beleid via de Uitsnede uit de REKS, HUBS De Baars en Kattenberg
8
keur3 en via de Verordening ruimte4
(regionale waterbergingsgebieden).
Gemeente Oisterwijk
Input vanuit de sessies & analyse Uit de sessies met de gemeenteraad en onze inwoners
Kansrijke gebieden om water vast te houden liggen
prima basis biedt. Klimaatadaptatie en zonne-energie
en ten noorden van de Bedrijfsweg, in Heukelom en in
en ondernemers kwam naar voren dat de REKS een
werden daarbij genoemd als belangrijkste verder uit te werken aspecten, waarbij water de hoofdrol had.
De gemeente werd opgeroepen meer prioriteit te geven aan klimaatadaptatie en daarbij vooral in kansen te
denken. De gemeente moet vooral faciliteren, ruimte
ten noorden van Haaren, tussen Haaren en Oisterwijk Molenakkers.
Omvorming van bos (van naald naar loof) en realisatie nieuw bos
Doel is te komen tot meer loofbos in de regio wat leidt
geven voor vernieuwing en goede initiatieven versnellen! tot het beter vasthouden van water en CO2 en het Projecten op het gebied van klimaatadaptatie met
creëren van meer koelte.
als basis de REKS, worden inmiddels uitgewerkt in
Klimaatrobuuste beekdalen
buitengebied van de gemeente Oisterwijk zijn de
voor hellende gebieden en omvat het gehele
een regionaal uitvoeringsprogramma . Voor het 5
volgende projecten van belang:
Bodemverbetering (met name op agrarische percelen)
Doel is een verbetering van het organisch stofgehalte van de bodem om een betere sponswerking van de
Klimaatrobuuste beekdalen betreft het totaalconcept stroomgebied van een beek. Van bron tot monding,
van hoge zandrug tot stroomprofiel, met de diepgang van grond naar oppervlaktewater, in een complexe
combinatie van water en bodemsysteem, waarin alles
met elkaar samenhangt (zie www.stowa.nl/praatplaat).
bodem te krijgen en de biodiversiteit te vergroten.
Maatregelen interactie stedelijk en landelijk gebied
bij bestaande projecten op het gebied van
stedelijk gebied kunnen deels worden opgelost door
In de regio zal zoveel mogelijk worden aangesloten bodemverbetering (zoals het project Brabants Bodem). Uit de hittestresskaarten blijkt dat binnen de gemeente verschillende gebieden risico’s lopen op gewasderving vanwege droogte. Door waterschap De Dommel is prioriteringskaart droogteaanpak opgesteld. 6
Wateroverlast en hitte gerelateerde problemen in gebruik te maken van aanliggend landelijk gebied.
Landelijk gebied kan overtollig stedelijk water bergen en
benutten. Deze locaties kunnen tevens bijdragen aan het creëren van koele randen rond wijken, bijvoorbeeld door de toevoeging van bos, loofbomen of ander groen.
Uitsnede uit de prioriteringskaart droogteaanpak, gebied Molenakkers6
9
Visie buitengebied
Gebiedsopgave: de Leije / Voorste Stroom
In de REKS staat een afwegingskader voor zonnevelden
ook de gebiedsopgave rondom de Voorste Stroom
>2 hectare. In de gemeente Oisterwijk zijn zonnevelden
In het uitvoeringspvrogramma klimaatadaptatie is
opgenomen. Dit beleid is vastgesteld voor zonnevelden
uitgewerkt. Het gaat om de inrichting van een
groter dan 2 hectare daarmee alleen mogelijk binnen de
klimaatrobuust beekdal. Belangrijke projecten zijn het
‘energiehubs’ bij knooppunt De Baars en Kattenberg.
project Benedictus, met beekherstel, aanleg ecologische In Oisterwijk is aanleg van zonnepanelen in principe verbindingszone en realisering van NatuurNetwerk
altijd op daken. Zonnevelden op maaiveld zijn alleen
en Oisterwijkse vennen. Hierover meer in hoofdstuk 3
behoefte. Voor bijzondere gevallen <2 hectare, zoals
Brabant (NNB). En de gebiedgerichte aanpak Kampina
vergunbaar binnen het bouwblok en voor eigen
Natuur en Biodiversiteit.
bij een VAB (vrijkomende agrarische bedrijfslocatie), kan hiervan worden afgeweken. Door in deze visie
Bij het verder brengen van deze projecten is
Buitengebied enkele uitgangspunten op te nemen voor
een belangrijke rol weggelegd voor (een goede
zonnevelden <2 hectare kan hieraan (nog) beter richting
samenwerking met) het waterschap.
gegeven worden. Het wegingskader zonnevelden binnen
Stakeholders geven aan dat daarbij ook gekeken moet
worden naar de mogelijkheden om meer water in sloten te herbergen en om retenties te vergroten. En benut daarbij ook de kennis uit de praktijk.
de REKS7 en onderliggende studies bieden hiervoor
goede kaders. Voor alle zonnevelden geldt dat voorzien moet worden in een goede landschappelijke inpassing.
Zonnepanelen op erf 0. Huidige situatie
1. Erfgebonden zonnepanelen 2. Erfgebonden zonne-akker
3. Zonne-akker: oplossing voor VAB
o
1
Varianten voor zonnepanelen op of aansluitend op het erf bij vab’s (REKS7)
10
2
3
Gemeente Oisterwijk
Ambities • We maken de overstap naar duurzame energiebronnen in de vorm van wind- en zonne-energie. Om ons mooie buitengebied te behouden staan we grootschalige opwek maar op een zeer beperkt aantal plaatsen toe, met name in de hub’s De Baars en Kattenberg. Daarnaast stimuleren we energiebesparing. •
Aanleg van zonnepanelen in principe altijd op daken
.
• Voor grondgebonden zonnevelden houden we vast aan het beleid dat, indien het dak hiervoor niet voldoet, deze alleen vergunbaar zijn binnen het bouwblok en voor eigen behoefte . Daarbij moet voorzien worden in een goede landschappelijke inpassing. Voor bijzondere gevallen <2 hectare, zoals bij een VAB (vrijkomende agrarische bedrijfslocatie), is afwijking hiervan mogelijk en kunnen eventueel grondgebonden zonnepanelen buiten het bouwblok worden toegestaan. In dat geval zijn de volgende uitgangpunten van toepassing: º Voeg het zonnepark in de aanwezige verkavelingsstructuur van het landschap; º Houd voldoende afstand tot kwetsbare bouwkundige of landschappelijke elementen, neem zichtlijnen mee; º Maak gebruik van landschapsspecifieke kenmerken en versterk deze waar mogelijk; º Ontwerp de rand als een bij de omgeving passende, eenduidige groene overgangszone. • Vanwege de klimaatverandering is het van belang het watersysteem hiervoor zo goed en snel mogelijk op orde te krijgen.
Dit betekent: º Dat iedereen, zowel inwoners als bedrijven, (eigen) regenwater moet opvangen en infiltreren; º Dat er voldoende ruimte moet zijn om het water in en rondom beken, sloten en greppels te bergen en laten infiltreren; º Dat er in samenwerking tussen particulieren, ondernemers, waterschap en gemeenten gekeken wordt naar praktische oplossingen, die vervolgens ook door de overheden worden gefaciliteerd.
Beleidsconsequentie º We bestendigen het beleid dat zonnepanelen in principe altijd op daken gelegd moeten worden. º Voor grondgebonden zonnevelden houden we vast aan het beleid dat, indien het dak hiervoor niet voldoet, deze alleen vergunbaar zijn binnen het bouwblok en voor eigen behoefte. Voor bijzondere gevallen <2 ha, zoals bij een VAB, is afwijking hiervan mogelijk. Bij een grondgebonden zonneveld moet altijd voorzien worden in een goede landschappelijke inpassing.
11
& duurz Basiskaart
Visie buitengebied
Kl
Landschapseenheden
Klimaat Kaart klimaat & duurzaamheid & duurzaamheid Visie buitengebied gemeente Oisterwijk
Landschapseenheden
Klimaat & duurzaamheid
Gemeentegrens
Coulissenlandschap
Regionale waterberging
Stedelijk gebied
Beekdal
Reservering waterberging
Snelweg
Bossen, heide en vennen
Gebied kwetsbaar voor hittestress
Spoorweg
Esdorpenlandschap
Overstromingsrisico
Wegen
Jonge heide ontginningen
Water op straat door extreme neerslag
Beken
Oude akkercomplexen
Indicatieve locatie HUB
Basiskaart
Gemeentegrens
Coulissenlandschap
Stedelijk gebied
Beekdal
Snelweg
Bossen, heide en vennen
Spoorweg
Esdorpenlandschap
Wegen
Jonge heide ontginningen
Beken
Oude akkercomplexen
er
H ‘s-
Windmolen
se
am Ra
Til
p
loo
bu
rg
Oisterwijk
ste er ht Ac
e rst
o Vo
m
o ro
st
m
oo str
Oisterwijkse bossen & vennen
12
to
zaamheid
limaat & duurzaamheid Regionale waterberging
b
en
Reservering waterberging
g to er
Gemeente Oisterwijk
h
c os
H ‘s-
Gebied kwetsbaar voor hittestress Overstromingsrisico
loo
p
Water op straat door extreme neerslag
Ru ys
bo
ssc he
Indicatieve locatie HUB
Bro ekle y
Windmolen
se
am Ra
p
loo
Haaren
Essche stroom
Oisterwijk
e rst te
m
o ro
st
h Ac
m
oo str
Oisterwijkse bossen & vennen
Moergestel
ep
s Ro
Reusel
e rst
o Vo
Kampina
ze er
Be
Moergestels broek
Ein
dho ven
13
Visie buitengebied
14
Gemeente Oisterwijk
Landschap & cultuurhistorie Hoofdlijnen huidige beleid Landschap
De landschapseenheden van de (oude) gemeente
Oisterwijk staan op de landschappelijke waardenkaart, die in onze omgevingsvisie8 is opgenomen.
Voor het voormalige Haarense grondgebied zijn de landschapseenheden beschreven in de structuurvisie Haaren9.
In het beleidskader voor groen10 11 is in de kadernota
en in het groenprogramma een beknopte analyse van het landschap opgenomen. Er is aandacht voor de landschappelijke structuren en beplantingen.
Zowel wat betreft de laanstructuren als voor de
erf- en kavelbeplanting. Voor de beken wordt gesteld
dat de ecologie leidend moet zijn direct langs de beek
en dat aan de randen van het beekdal combinaties met recreatie mogelijk zijn.
15
Visie buitengebied
Cultuurhistorie
In 2021 is de erfgoedvisie en de daaraan gekoppelde erfgoedagenda (uitvoeringsprogramma) van de
gemeente Oisterwijk vastgesteld. Naast de bebouwde omgeving zijn in de erfgoedvisie de natuur (groene
leefomgeving) en de (sociale) gemeenschap belangrijke thema’s. Erfgoed is van belang voor de leefbaarheid en herkenbaarheid van de gemeente Oisterwijk.
Zowel voor onze eigen inwoners als voor bezoekers, jong & oud. De gemeente wil de samenleving beter betrekken bij het eigen erfgoed door: dit erfgoed te benoemen, (meer) zichtbaar te maken en bekendheid te geven.
Een cultuurhistorische waardenkaart is een belangrijk
instrument hiervoor en is daarom als kernproject in de
erfgoedagenda opgenomen. Het maakt de monumenten en de cultuurhistorische waardevolle objecten en
structuren binnen de gemeente zichtbaar. Deze kaart
zal gebruikt worden door de monumentencommissie en straks adviescommissie omgevingskwaliteit. Het kan
bovendien fungeren als instrument voor alle (ruimtelijke) ontwikkelingen door initiatiefnemers in de gemeente. Initiatiefnemers worden in staat gesteld om bij hun
project te anticiperen op de aanwezigheid en de kracht van het erfgoed. Door cultuurhistorische waarden
zichtbaar te maken en uit te dragen creëren we draagvlak voor het koesteren en versterken van het Oisterwijkse erfgoed.
Input vanuit de sessies & analyse Uit de sessies kwam naar voren dat de verschillende landschapstypen binnen onze (nieuwe) gemeente duidelijk beschreven moeten worden. In de Uitsnede structuurvisie Haaren: Relatief open beekdal van de Ruijsbossche waterloop, waar de ruimtelijke invloeden van aangrenzende gebieden, het Helvoirts Broek, de kern Haaren en de Belverse Akkers en Weiden mede bepalend zijn.
16
omgevingsvisie1 is wel een landschappelijke
waardenkaart opgenomen, maar daarbij ontbrak een
toelichting. In deze visie op het buitengebied is het van belang een nieuwe kaart met landschapseenheden op
te nemen en daaraan ook een beschrijving te koppelen. In bijlage 1 zijn daarom de landschapseenheden en hun belangrijkste kenmerken beschreven.
Gemeente Oisterwijk
Vervolgens is het van belang dat bij ontwikkelingen in het buitengebied een nadere landschapsanalyse van
de specifieke locatie gemaakt wordt. Om daarmee te kunnen bepalen hoe de ontwikkeling het beste in het
landschap kan worden ingepast. En welke mogelijkheden er daarbij zijn om het landschap te versterken.
De cultuurhistorie kan daarbij een leidraad zijn.
De “regeling kwaliteitsverbetering landschap”12 biedt
hierbij een goed beleidskader om landschappelijke inpassing en versterking van het landschap ook te realiseren.
Verdergaande verstedelijking wordt in algemeenheid gezien als een bedreiging voor het landschap.
Als verstedelijking nodig is doe dit dan geclusterd en
combineer dit altijd met versterking van het landschap. Verder is duidelijk geworden dat de beekdalen binnen
onze gemeente speciale aandacht verdienen, omdat ze: • van landschappelijke waarde zijn vanwege de
openheid en verbindingen. Voor onze inwoners en
toeristen hebben ze belangrijke belevingswaarden;
• bijzondere natuurwaarden herbergen, bijvoorbeeld in het weidevogelgebied.
• van groot belang zijn voor de watervoorziening en bij klimaatadaptatie.
De Duurzaamheidsvallei is een goed voorbeeld
waarbij het coulisselandschap en daarmee ook de natuur versterkt is. Succesfactoren daarbij zijn de
samenwerking tussen lokale bewoners, zowel burgers als agariërs, en een langjarige vergoeding voor beheer van de diverse landschapselementen en natuurgebiedjes.
Uit de verdiepende sessie kwam naar voren dat men de
zandpaden zeer waardeert. Naast de cultuurhistorische waarde ervan, zijn ze zijn van belang als wandelpad en
soms ook fietspad en hebben daarmee een recreatieve functie. En de zandpaden met de bermen en sloten en de begroeiingen daarin hebben ook belangrijke ecologische waarde.
17
Visie buitengebied
Cultuurhistorie is een plaatje waaraan je direct ziet, dit is altijd al mooi geweest en nog steeds mooi. Zo hoort/past het hier en dat moeten we ook voor de toekomst behouden. Niet te star, maar juist ook door te durven vernieuwen.
Tijdens de verdiepende sessie is ook een eerste
begrenzing op hoofdlijnen). Omdat het onderscheid
besproken. In deze eerste versie was zoveel mogelijk
vervaagt, is hierin geen onderscheid gemaakt.
versie van de cultuurhistorische waardenkaart
van de beschikbare cultuurhistorische informatie op kaart gezet. De verdiepende sessie heeft een aantal aanvullingen/verbeteringen opgeleverd, maar ook
duidelijk gemaakt dat de kaart nog niet compleet is.
Aanvullende onderzoeken en analyses zijn nodig,
bijvoorbeeld om beter zicht te krijgen op de historische groenstructuren. Dit kan onderdeel zijn van het kernproject cultuurhistorische waardenkaart. Binnen gemeente Oisterwijk liggen diverse
landgoederen, soms ook aangeduid als ‘complexen van cultuurhistorisch belang. Omdat een landgoed
een eenheid vormt en vaak ook een specifiek karakter heeft, zijn deze apart op kaart opgenomen (met een
18
tussen oude en nieuwe landgoederen in de tijd ook weer Het voert in deze visie op het buitengebied te ver om van elk landgoed een specifieke omschrijving op te nemen. Wel is er al een eerste inventarisatie geweest naar
aanleiding van vragen over de landgoederenregeling13.
In hoofdstuk 6 Wonen en bedrijvigheid wordt nader op de landgoederenregeling ingegaan
Gemeente Oisterwijk
Ambities • Bij ontwikkelingen is behoud of versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten een voorwaarde. Sommige landschapstypen verdragen daarbij meer ontwikkeling dan andere. Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: 1. Omdat het landschap van ons allemaal is en ook inwoners veel kunnen bijdragen aan behoud van het landschap blijven we inzetten op (subsidie)regelingen hiervoor, zoals de Stimuleringsregeling Landschap. 2. De beekdalen houden we open door deze te reserveren voor waterberging en extensieve functies. 3. In het mozaiëklandschap ten westen van Oisterwijk zetten we in op versterking van dit landschap in combinatie met de ontwikkelingen in het kader van het Van Gogh Nationaal Park i.o., de Oostflank Stedelijke Regio Breda-Tilburg en met een duurzame boomteelt en andere agrarische bedrijvigheid. • Met name op de overgangen van stedelijk naar landelijk gebied wordt het landschap verstevigd, om zodoende de kernen met het buitengebied te verbinden. Bijvoorbeeld door voldoende ruimte te geven aan groene lanen, ecologische verbindingszones en paden. Dit draagt bij aan de gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving van onze inwoners. • We koesteren onze oude landgoederen en zien – onder voorwaarden – ook nog ruimte voor nieuwe landgoederen mits de meerwaarde voor natuurontwikkeling en het landschap daarbij centraal staan.
• Landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle patronen, bijvoorbeeld laanbeplanting en (zand)paden, behouden we. Dit doet de gemeente via beschermende regelingen en door historische paden te herstellen. Ook grondeigenaren kunnen daarbij helpen door paden en structuren op hun eigendommen te behouden en herstellen. • De cultuurhistorische waardenkaart wordt aangevuld tot een ook voor het buitengebied volwaardige kaart. Dit betekent onder andere dat de historische linten en groenstructuren beter in beeld worden gebracht.
Beleidsconsequenties
Voor dit thema zijn er geen directe beleidsconsequenties.
19
Cultuu Basiskaart
Visie buitengebied
Landschap & Kaart Landschap & cultuurhistorie Cultuurhistorie Visie buitengebied Gemeente Oisterwijk
Basiskaart
Landschapseenheden
La
Landschapseenheden
Gemeentegrens
Coulissenlandschap
Stedelijk gebied
Beekdal
Snelweg
Bossen, heide en vennen
Spoorweg
Esdorpenlandschap
Wegen
Jonge heide ontginningen
Beken
Oude akkercomplexen
Landschap en cultuurhistorie
Gemeentegrens
Coulissenlandschap
Landgoederen
Stedelijk gebied
Beekdal
Zandpaden
Snelweg
Bossen, heide en vennen
Molen + biotoop
Spoorweg
Esdorpenlandschap
Dorpsentree
Wegen
Jonge heide ontginningen
Beken
Oude akkercomplexen
er
H ‘s-
H
se
am Ra
Til
p
loo
bu
rg
Oisterwijk
ste er ht Ac
e rst
o Vo
m
o ro
st
m
oo str
Landgoed Laag Heukelom
Oisterwijkse bossen & vennen
20
to
Landgoed Mariahoeve
't Stokse
urhistorie
andschap en cultuurhistorie Landgoederen
b
en
Zandpaden
g to er
Gemeente Oisterwijk
h
c os
Dorpsentree
p
H ‘s-
Molen + biotoop
se
am Ra
p
loo
Bro ekle y
Ru ys
bo
ssc he
loo
Landgoed Haarendael
Belversche akkers
Haaren
Landgoed Nemerlaer
Essche stroom
Oisterwijk
e rst te
m
o ro
st
h Ac
e rst
o Vo
Kampina
m
oo str
Landgoed Laag Heukelom
Oisterwijkse bossen & vennen Landgoed Mariahoeve
ep
s Ro
't Stokse
Landgoed Rozephoeve Landgoed 't Lot
Heiligenboom
Heikant
de Logt
Reusel
Moergestel
De Hild
ze er
Be
Molenakkers
Moergestels broek
Ein
dho ven
21
Visie buitengebied
22
Gemeente Oisterwijk
Natuur & bio diversiteit Hoofdlijnen huidige beleid Brabant heeft 21 unieke natuurgebieden waar erg zeldzame planten en dieren voorkomen.
De gebieden behoren tot de Europese top en zijn daarom aangewezen als Natura 2000-gebied, Kampina & Oisterwijkse Vennen is er een van.
Kampina & Oisterwijkse Vennen is een afwisselend
halfnatuurlijk Kempens heidelandschap, met droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, meanderende beken, voedselarme vennen en blauwgraslanden. In de oeverzones van sommige vennen komt
nog hoogveenvorming voor, in het zuiden liggen
dopheidevelden. De Kampina is vooral van belang
vanwege de natte heide en de fraaie overgangen naar schraallanden (Smalbroeken).
Oisterwijkse bossen en vennen
23
Visie buitengebied
Het hele gebied is van groot belang vanwege de vennen.
gebracht en uitgewerkt in een projectenboek15.
doelstellingen geformuleerd en zijn op Europees niveau
beek gebonden ecologische verbindingszones, langs
Voor al deze natuurwaarden zijn instandhoudings
afspraken gemaakt over het behalen daarvan. Het in stand houden blijkt echter moeilijk, de voornaamste knelpunten zijn verdroging en vermesting door stikstofdepositie.
Het Natuurnetwerk Brabant is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door
ecologische verbindingszones met elkaar verbonden
Het Oisterwijkse deel van het Natuurbod betreft enkele de Achterste Stroom, de Voorste Stroom en de Reusel, tien vispassages en twee faunapassages onder de
A58 door. Deze projecten worden in samenwerking
met het waterschap opgepakt. Daarnaast zijn in het Natuurbod binnen Oisterwijk een vijftal gebieden
opgenomen waar nog restopgaves voor realisatie
van het Brabants Natuurnetwerk zijn. Voor realisatie
hiervan wordt samengewerkt met terrein beherende
zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen organisaties, belangengroeperingen zoals de Stichting tussen verschillende natuurgebieden en wordt de
Duurzaamheidsvallei en particuliere initiatieven,
Samen met de regio Hart van Brabant is in het
Biodiversiteit
de totale restopgave voor het Natuurnetwerk in beeld
levensvormen. Het betreft zowel het aantal
biodiversiteit bevorderd.
Natuurbod voor het grondgebied van elke gemeente 14
24
bijvoorbeeld bij landgoedontwikkeling.
Biodiversiteit staat voor de verscheidenheid van
Gemeente Oisterwijk
Input uit verdiepende sessies & analyse Gemeente Oisterwijk heeft zelf weinig natuurgebieden en andere gronden in het buitengebied in eigendom.
De belangrijkste natuurterreinen worden beheerd door
de terrein beherende organisaties: Natuurmonumenten,
Brabants Landschap en Staatsbosbeheer. Daarnaast heeft het waterschap een belangrijke rol in het beekherstel, vispassages en de realisatie van watergebonden
ecologische verbindingszones. De rol van de gemeente zou zich met name moeten richten op het samen met
deze organisaties en andere betrokkenen realiseren van de natuurdoelstellingen. Uit de verdiepende sessies
kwam naar voren dat ook buiten de natuurgebieden en ecologische verbindingszones gewerkt moet worden
aan het versterken van natuurwaarden. De gemeente zou hierin zelf een rol moeten pakken, maar ook met
inwoners samen moeten werken. In de Gebiedsgerichte Aanpak Kampina (GGA Kampina)16 wordt onderzocht of
de opgaven op het gebied van natuur, water en landbouw in het gebied rondom het Natura 2000 gezamenlijk
kunnen worden opgepakt. Daarbij moeten (Europese)
natuurdoelen en wateropgaven (Kaderrichtlijn Water17)
soorten als de erfelijke variatie binnen soorten en de
variatie aan levensgemeenschappen (ecosystemen).
behaald worden, maar ook een duurzaam perspectief voor de landbouw gegeven worden.
Deze variatie loopt ernstig terug. De achteruitgang
Vanuit de sessies en ook via andere lijnen wordt door de
gehele systeem. Het verzwakt de veerkracht van het
Een goede basiskwaliteit van de natuur gaat ervan uit
van een bepaalde soort is direct van invloed op het
ecosysteem, dat naast de planten en dieren ook bestaat uit bijvoorbeeld klimaat, morfologie en hydrologie. Het belang van natuur en biodiversiteit voor een
gezonde leefomgeving wordt steeds meer onderkend.
Ook in het Groenprogramma11 en de Kadernota Groen10
komt biodiversiteit aan de orde. Hierin staat onder ander dat met name de groengebieden aan de dorpsranden een directe verbinding hebben met het buitengebied en daarmee een ecologische verbinding tot stand
kunnen brengen voor verschillende doelsoorten. Ook
is opgenomen dat in het buitengebied de biodiversiteit leidend is bij de inrichting van groenelementen.
B-teams gepleit voor een basiskwaliteit natuur.
dat als de condities voor algemene, (nog) niet bedreigde soorten verbeteren, daarmee ook een positief resultaat behaald wordt voor bedreigde soorten. Basiskwaliteit
natuur is de set van condities die nodig is om algemene soorten algemeen te laten zijn, blijven of worden. Daarnaast is het van belang de achteruitgang in
biodiversiteit te stoppen en het tij te keren. Als gemeente houden we vast aan ons ecologische beheer en breiden
dit nog verder uit waar mogelijk. Subsidieregelingen zoals de Stimuleringsregeling Landschap18 en ErvenPlus19 kunnen inwoners helpen bij aanleg en beheer van landschapselementen en het bevorderen van de biodiversiteit.
25
Visie buitengebied
Grootschalige landbouw met monoculturen Gebruik van bestrijdingsmiddelen Verdroging door diepe ontwatering Uitstoot van stikstof Teveel bemesting Verwijderen van streekeigen landschapselementen
Deze mix is dodelijk. Zelfs voor gewone wilde planten- en diersoorten. Vaak komen ze niet meer voor op het boerenland.
Plant- en diersoorten die vroeger algemeen waren, zijn nu verdwenen op veel plaatsen. Denk aan kievit, veldleeuwerik, pinksterbloem en boterbloemen. Het herstel van de populaties van gewone soorten is urgent en vraagt een breed gedragen aanpak. Fijnstof, gifstoffen en stikstof
Pinksterbloem
Huismus
Verkeer
Veldleeuwerik
Citroenvlinder
Stad/dorp
Weide Bos
Haas
Egel
Adelaarsvaren
Eekhoorn Grote bonte specht
Uitsnede uit de infographic basiskwaliteit natuur20
26
Basiskwaliteit Natuur is het minimumniveau in de aanwezigheid van niet-zeldzame, wilde planten en dieren, die kenmerkend zijn voor de verschillende landschapstypen. Voor de
Door in het boerenland, maar ook in steden en bossen, de Basiskwaliteit Natuur te behouden of te herstellen, ondersteunen we de biodiversiteit en waarborgen we een gezonde leefomgeving. Ook voor de mens. Want bedenk: hoge concentraties fijnstof en
Gemeente Oisterwijk
Ambities
• Bij ontwikkelingen is behoud of versterking van de natuurwaarden, zowel in natuurgebieden als daarbuiten, een voorwaarde. Sommige landschapstypen verdragen daarbij meer ontwikkeling dan andere. Dit leidt tot de volgende uitgangspunten: 1. De bossen, heide en vennen blijven we beschermen door stringente (planologische) regelingen. In de schil er omheen nemen we maatregelen om een verdere teloorgang van natuurwaarden te voorkomen. 2. De beekdalen reserveren we voor waterberging en extensieve functies. Als ontwikkelingen aan de randen van de beekdalen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan een natuurlijke inrichting en aan het waterbergende vermogen in het beekdal. • In de Natura 2000-gebieden en andere natuurgebieden helpen we de terreinbeheerders en eigenaren om de natuurwaarden te behouden en versterken. Onder andere via de gebiedsgerichte aanpak Kampina en Oisterwijkse Vennen bepalen we samen met partners welke maatregelen hiervoor het meest geschikt zijn en implementeren deze. • We trekken samen op met het waterschap om de resterende ecologische verbindingszones in samenhang met de maatregelen voor beekherstel te realiseren. Ook vooruitlopend hierop benutten we kansen voor realisatie van de ecologische verbindingszones. • Voor onze gehele gemeente streven we minimaal naar een basiskwaliteit natuur.
Dit betekent dat we de condities voor algemene, (nog) niet bedreigde soorten verbeteren. En in het verlengde daarvan een positief resultaat proberen te halen voor bedreigde soorten. • Onze inwoners betrekken we bij natuurontwikkeling en biodiversiteit door stimuleringsregelingen, door communicatie en door natuureducatie te faciliteren. We onderkennen het belang van de natuur in relatie tot de gezondheid van onze inwoners. Daarbij stimuleren we onze inwoners om ook in eigen tuin en op eigen erf de natuurwaarden te vergroten. • Als gemeente gebruiken we geen bestrijdingsmiddelen die de natuurlijke balans verstoren. En we stimuleren ondernemers en inwoners dit voorbeeld te volgen. • Recreatieve bezoekersstromen zijn van belang voor onze gemeente, maar leiden we zodanig dat kwetsbare gebieden ontzien worden. Hiervoor werken we samen met de terrein beherende organisaties en het buitengebiedmanagement.
Beleidsconsequenties Voor dit thema zijn er geen directe beleidsconsequenties.
27
Visie buitengebied
Gemeentegrens
Ecologische verbindingsz
Stedelijk gebied
Ecologische verbindingsz
Snelweg
Natuurnetwerk Brabant (N
Spoorweg
Natuurnetwerk Brabant (N
Wegen
Natuurnetwerk Brabant (N
Beken
Landgoederen
Natuur Kaart Natuur & biodiversiteit & biodiversiteit Visie buitengebied gemeente Oisterwijk
Landschapseenheden
Coulissenlandschap
Stikstof gevoelige vennen Natte natuurparels Natura 2000
Beekdal
Bossen, heide en vennen Esdorpenlandschap
Jonge heide ontginningen
Oude akkercomplexen
Basiskaart
Natuur & biodiversiteit
Gemeentegrens
Ecologische verbindingszone (EVZ) - Gerealiseerd
Stedelijk gebied
Ecologische verbindingszone (EVZ) - Nog (deels) realiseren
Snelweg
Natuurnetwerk Brabant (NNB) - Gerealiseerd
Spoorweg
Natuurnetwerk Brabant (NNB) - Nog in te richten
Wegen
Natuurnetwerk Brabant (NNB) - Nog te verwerven en in te richten
Beken
Landgoederen
og rt
He ‘s-
Stikstof gevoelige vennen
Landschapseenheden Coulissenlandschap
Natte natuurparels Natura 2000
Beekdal
Leemkuilen
Bossen, heide en vennen Esdorpenlandschap
se
am Ra
Jonge heide ontginningen
p
loo
Oude akkercomplexen
Til
bu
rg
Oisterwijk
ste er ht
m
o ro
st
Ac
e rst
o Vo
m
oo str
Landgoed Laag Heukelom
28
Oisterwijkse bossen & vennen
zone (EVZ) - Gerealiseerd
zone (EVZ) - Nog (deels) realiseren
NNB) - Gerealiseerd
NNB) - Nog in te richten
e
og rt
He ‘s-
NNB) - Nog te verwerven en in te richten
Gemeente Oisterwijk
h
sc
o nb
n
Landgoed Haarendael
Bro e
kle y
Leemkuilen se
am Ra
p
loo
Haaren
Landgoed Nemerlaer
Essche stroom
Oisterwijk
e rst te
m
o ro
st
h Ac
e rst
o Vo
Kampina
m
oo str
Landgoed Laag Heukelom
Oisterwijkse bossen & vennen
ep
s Ro
Landgoed Landgoed Hooge Braaken Mariahoeve
Landgoed Rozephoeve
Moergestel
Reusel
Landgoed 't Lot
ze er
Be
Moergestels broek
Ein
dho ven
29
Visie buitengebied
30
Gemeente Oisterwijk
Landbouw Hoofdlijnen huidige beleid In het beleidskader Landbouw en Voedsel 203021 geeft de provincie aan te streven naar een slim, waardevol,
circulair en verbonden voedselsysteem. De agrarisch
ondernemer van de toekomst, die innoveert en werkt
aan duurzame productiemethoden kan rekenen op steun vanuit de overheid. En doet dat samen met de gehele
keten. Dat is ook nodig want de consument is gebaat bij
veilig voedsel dat duurzaam is geproduceerd, liefst dicht bij huis.
In het coalitieakkoord 2021-202522 is over landbouw opgenomen dat de transitie ingezet wordt naar
kringlooplandbouw met een goed verdienmodel.
Zodat boeren in staat gesteld en maatschappelijk
31
Visie buitengebied
gewaardeerd worden om de benodigde verandering te
stikstofdepositie. En het vigerende bestemmingsplan
Daarbij wordt een niet-vrijblijvende bijdrage van
strikte regels voor mogelijke ontwikkelingen in
realiseren en waarbij jonge boeren toekomst krijgen. banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie
en de 'retail' verwacht. De regering streeft naar een
versnelling in de stikstofreductie en natuurverbetering.
Met een gebiedsgerichte aanpak kunnen extensivering,
buitengebied van de gemeente Oisterwijk23 bevat
LEES HIER HET VOLLEDIGE BELEIDSKADER › het buitengebied. Daarmee worden ongewenste
ontwikkelingen tegengehouden. De gemeente
Oisterwijk streeft er naar om het besluitvormingsproces te versnellen zodat bedrijven die willen innoveren in
ie vraag beantwoorden we als Provincie Noord-Brabant in duurzaamheid en dierwelzijn sneller hun ambities kunnen omschakeling, innovatie, legalisering en verplaatsing ie met een landbouw- en voedselsector die innovatief is en helpen bij versnelling van verduurzaming in de2. landbouw. ECONOMISCH Het is tijdrealiseren. voor een nieuwe balans tussen economie, maatschappij en ecologie.
nieuwe balans:
Ruimte
We lopen tegen Met de grenzen de komst van de omgevingswet komt er een ruimere aan van wat goed is voor De afgelopen jaren heeft het verminderen van dieren bandbreedte om als gemeente algemene normen mens, dier en natuur. in de politieke discussie van Oisterwijk een belangrijke voor de leefomgeving vast te stellen, hierdoor is het en voedselketen uniek in Nederland en zelfs in Europa.
E
rol gespeeld. Enerzijds omdat er veel overlast werd
bijvoorbeeld mogelijk om milieueisen te stellen in het
gezondheidsaspecten in verband met endotoxine
voormalig Haarens grondgebied een geurverordening24
ervaren anderzijds omdat er zorgen zijn over de
en de uitstoot van fijnstof. De landelijke overheid
RETAIL & DISTRIBUTIEen deFOOD provincie hebbenCONSUMENT veel regels voor dierwelzijn, SERVICE
diergezondheid, infectieziektes, geuroverlast en
ruimtelijk beleid. In het huidige beleid geldt er voor het en is op het overige Een deelnieuwe van de gemeente geen balans
geurverordening van toepassing.
JVEN
NNIS INSTITUTEN
ECOLOGISCH
MAATSCHAPPELIJK
NDUSTRIE & DIENSTVERLENING
4. Doelstellingen voor 2030: De provincie wil tot 2030 forse stappen zetten die zich richten op vier doelen:
MEEST DUURZAME LANDBOUW EN VOEDSELPRODUCTIE
ECONOMISCH TOONAANGEVEND
Doelstellingen uit het Beleidskader Landbouw en Voedsel 20301
32
NATUUR- EN LANDSCHAPSINCLUSIEVE LANDBOUW
GEMEENSCHAPSINCLUSIEF
Gemeente Oisterwijk
Input vanuit de sessies & analyse Uit de inventarisatie van de ontwikkelingen en de
gesprekken met bewoners en raadsleden is een aantal
zaken naar voren gekomen waar keuzes kunnen/moeten worden gemaakt voor de toekomst. Maatschappelijk
verantwoord ondernemen, kringlooplandbouw en een
gezonde leefomgeving zijn thema’s die nadrukkelijk uit deze gesprekken naar voren zijn gekomen.
De landbouw wordt steeds meer grondgebonden en dat is ook noodzakelijk om kringlopen te sluiten. Dit wordt steeds meer gestimuleerd. Niet alleen door subsidies maar ook door een betere opbrengstprijs.
De claims op de gronden in het buitengebied zijn groot.
De landbouwsector wil ontwikkelen, maar er is ook vraag naar meer grond voor natuur en woningbouw, voor de energietransitie, waterberging en klimaatadaptatie. Uit de sessies kwam naar voren dat het van belang
is (goede) landbouwgronden ook voor de landbouw
(inclusief de boomteelt) te houden. In het gebied ten
zuiden en het jonge heideontginningsgebied ten oosten van Moergestel willen we de landbouw laten prevaleren boven andere ontwikkelingen in het buitengebied.
In de beekdalen, voor zover die nog niet in bezit zijn van natuurorganisaties, zal alleen nog landbouw worden
toegestaan die natuur- en landschapswaarden in dat
boomteeltsector met name langs de N65 te
die de openheid intact houden en die bestand zijn
het overige buitengebied te behouden. In deze visie is
gebied versterken. Dat betekent het telen van gewassen tegen overstromingen. Dit ook in het belang van de klimaatadaptatie.
Door de vraag naar bomen voor het vergroenen van
concentreren om de openheid en de doorzichten in
op kaart ‘potentieel boomteeltontwikkelingsgebied’ opgenomen. Het op kaart opgenomen 'potentieel
boomteeltontwikkelingsgebied' bestaat uit het reeds bestaande boomteeltontwikkelingsgebied in Haaren
Nederland, de ambities van de provincie voor het planten en een potentiële uitbreiding richting N65. In het van duizenden bomen en de wens om veel CO2 neutraler
kader van het toekomstige omgevingsplan zal worden
door. In de voormalige gemeente Haaren was daarvoor
zijn en stellen we de exacte begrenzing ervan vast. In
te werken en te leven groeit de boomteeltsector flink al beleid door boomteeltontwikkelingsgebied op te
nemen in het bestemmingsplan25. De sector wil graag
doorgroeien, verder innoveren en verduurzamen. De ambitie is om de mogelijke groei van de
onderzocht welke percelen hiervoor het meest geschikt de beekdalen geldt de primaire functie van het beekdal boven het boomteeltontwikkelingsgebied. In het
boomteeltontwikkelingsgebied werken we samen met de sector aan een afwisselend mozaïeklandschap.
33
Visie buitengebied
Boomteelt ‘vergroent’ het landschap, maar beperkt de openheid
De autonome ontwikkelingen in de landbouw laten bij
In het kader van geur is het van belang eenduidige
Er stoppen steeds meer bedrijven vanwege leeftijd,
leefomgeving uitgangpunt is. De geurverordening die
de meeste sectoren een schaalvergroting zien.
te weinig toekomstperspectief en geen opvolging.
De bedrijven die blijven, voeren een schaalvergroting door om kosten te drukken en een betere positie in de markt te hebben. Al jaren is de stikstofdepositie
op natuurgebieden in Nederland veel te hoog. In de Gebiedsgerichte Aanpak Kampina en Oisterwijkse Vennen16 wordt onderzocht of de opgaven op het
gebied van natuur, water en landbouw in het gebied
nu nog alleen voor het voormalige grondgebied Haaren geldt kan worden toegepast in een geurverordening voor de gehele gemeente. Door de bandbreedte die in de toekomstige omgevingswet ontstaat is
het noodzakelijk scherpe milieudoelstellingen in het ruimtelijk beleid op te nemen.
rondom het Natura 2000 gezamenlijk kunnen worden
Vanuit de landbouwsector binnen onze gemeente
zelfs verplicht gevraagd gaan worden hun productie
veel te lang duren en dat er veel vertragingen zijn
opgepakt. Veehouderijen zullen vrijwillig en mogelijk te beëindigen. Hiervoor zijn opkoopregelingen door het Rijk aangekondigd. Daarbij is het van belang wat
de toekomstige bestemming wordt van de agrarische locatie en welk toekomstperspectief er is. Dat kan afhankelijk van het gebied een andere vorm van
duurzame landbouw zijn, maar kunnen ook functies
als zorg, recreatie of wonen zijn. Met name rondom de
kernen actief stimuleren en faciliteren van deze bedrijven om te saneren draagt ook bij aan het verminderen van
het aantal dieren en een gezond woon- en leefklimaat.
34
normen vast te stellen, waarbij een gezonde
is nadrukkelijk naar voren gebracht dat procedures om niets fout te laten gaan. Dit belemmert ook de
ondernemers die willen verbeteren, willen innoveren
naar meer kringlooplandbouw en/of naar duurzamere productiemethodes. De sector en de gemeente
zouden meer met elkaar in gesprek moeten zijn om
deze doelstellingen te realiseren. Door het vaststellen van een goed omgevingsplan kan de gemeente het
besluitvormingsproces versnellen, door heldere kaders vast te stellen en de uitvoering weer in handen van het college te leggen.
Gemeente Oisterwijk
Ambities • Het boomteeltontwikkelingsgebied langs de N65 te concentreren binnen het coulisselandschap tot aan de spoorlijn. In deze visie is dit nog niet verder uitgewerkt op perceel niveau. In het beekdal rondom de Ruijsbossche waterloop en de Raamse loop geldt de primaire functie van het beekdal boven het boomteeltontwikkelingsgebied. • In de schil rond de Natura 2000 gebieden zetten we in op het terugdringen van de veehouderij ten gunste van de instandhouding en ontwikkeling van het natuurgebied. • In het jonge heideontginningsgebied ten oosten van Moergestel en het gebied ‘Molenakkers’ prevaleert de agrarische sector boven andere ontwikkelingen. • In de beekdalen streven we naar openheid en mogelijkheden voor (tijdelijke) waterberging door landbouw die de landschappelijke- en natuurwaarden versterkt zodat we beter bestand zijn tegen de klimaatverandering. • We ondersteunen de agrariërs die hun bedrijf willen beëindigen ten behoeve van landelijke doelstellingen, of ten gunste van een gezond woon- en leefklimaat. • In de schil rond dorpskernen en bebouwingsconcentraties streven we naar een scherpere geurnorm van de veehouderij voor het beperken van (geur)overlast en het bevorderen van een gezond woon- en leefklimaat. Hiervoor stellen we een geurverordening vast. • De agrarische sector en gemeente blijven met elkaar in gesprek om de doelstellingen te realiseren.
Beleidsconsequenties Voor dit thema zijn er geen directe beleidsconsequenties. Harmonisatie met het Haarense geurbeleid volgt via een separate procedure.
35
Visie buitengebied
Stedelijk gebied
Beekdal
Snelweg
Bossen, heide en vennen
Spoorweg
Esdorpenlandschap
Wegen
Jonge heide ontginningen
Beken
Oude akkercomplexen
Kaart Visie buitengebied gemeente Oisterwijk Landbouw
Landbouw Basiskaart
Landschapseenheden
Landbouw
Gemeentegrens
Coulissenlandschap
Bu�erzone gezond woon- en leefklimaat
Stedelijk gebied
Beekdal
Locatie "veehouderijbedrijf"
Snelweg
Bossen, heide en vennen
Geurcirkel (klein, middel, groot) (Odeurs/m3)
Spoorweg
Esdorpenlandschap
Fijnstofemissie - laag
Wegen
Jonge heide ontginningen
Fijnstofemissie - hoog
Beken
Oude akkercomplexen
Potentieel boomteeltontwikkelingsgebied
er
H ‘s-
Natura 2000 Primair agrarisch gebied
se
am Ra
Til
p
loo
bu
rg
Oisterwijk
ste er ht Ac
e rst
o Vo
36
m
oo str
m
o ro
st
to
Locatie "veehouderijbedrijf" Geurcirkel (klein, middel, groot) (Odeurs/m3) Fijnstofemissie - laag Fijnstofemissie - hoog
b
en
g to er
Potentieel boomteeltontwikkelingsgebied
Gemeente Oisterwijk
h
c os
H ‘s-
Natura 2000
Bro ekle y
Ru ys
bo
ssc he
loo
p
Primair agrarisch gebied
se
am Ra
p
loo
Haaren
Essche stroom
Oisterwijk
e rst te
m
o ro
st
h Ac
m
oo str
Oisterwijkse bossen & vennen
Moergestel
ep
s Ro
Reusel
e rst
o Vo
Kampina
ze er
Be
Moergestels broek
Ein
dho ven
37
Visie buitengebied
38
Gemeente Oisterwijk
Wonen & bedrijvigheid
Hoofdlijnen huidige beleid Wonen
Het buitengebied is een aantrekkelijk woonmilieu.
Om dit te behouden zijn strikte regels van toepassing
voor het toevoegen van woningen aan het buitengebied. Provinciaal beleid26 schrijft voor dat binnen het
Landelijke gebied27 alleen bestaande burgerwoningen zijn toegestaan. Hierop is een aantal uitzonderingen van toepassing. Onder de noemer maatwerk, met als doel omgevingskwaliteit, is het mogelijk om
onder voorwaarden woningen toe te voegen aan het
buitengebied. Leidend hierbij is de kwaliteitsverbetering die hiermee wordt behaald.
Bij het toevoegen van een woning moet er sprake
zijn van een aanvaardbare locatie in landelijk gebied
39
Visie buitengebied
én dient de fysieke tegenprestatie, gericht op het
versterken van de omgevingskwaliteit, qua omvang
gelijk te zijn aan de tegenprestatie voor een ruimte-
voor-ruimtekavel. Voor de ontwikkeling van een woning
betreft een aanvaardbare locatie een locatie binnen een bebouwingsconcentratie, of wanneer de ontwikkeling
een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie.
Een bebouwingsconcentratie is een kernrandzone, een bebouwingslint of een bebouwingscluster:
• Een kernrandzone is een overgangszone van
stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin
relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar, met een toenemende menging van functies;
• Een bebouwingslint is een min of meer
aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied;
• Een bebouwingscluster is een vlakvormige
verzameling van bebouwing in Landelijk gebied.
Ruimte-voor-ruimtewoningen
40
Gemeente Oisterwijk
een in deze visie aangeduide bebouwingsconcentratie en specifiek op percelen die zijn aangeduid als
bestaande erven of als zoekgebied nieuwe erven. Deze visie is uitsluitend van toepassing voor het
grondgebied Oisterwijk. Voor het grondgebied Haaren zijn de bebouwingsconcentraties niet inzichtelijk
gemaakt. In de Structuurvisie Haaren9 zijn uitsluitend
algemene uitgangspunten benoemd voor wat betreft bebouwingsconcentraties. Zo wordt onder meer
benoemd dat de gemeente ruimte-voor-ruimte wil
toepassen wanneer een initiatief zich daarvoor aandient en is aangegeven dat een bebouwingsconcentratie een kernrandzone, een bebouwingslint en een
bebouwingscluster betreft. Verder wordt gesteld dat de ontwikkeling geen aanzet mag geven tot verstedelijking en de realisatie van één of meerdere woningen recht
moet doen aan de aanwezige omgevingskwaliteiten, zoals benoemd in het Haarens Kwaliteitsmenu. Landgoed met woningen en natuur
Een andere vorm van maatwerk met als doel
omgevingskwaliteit is landgoedontwikkeling. Bij de realisatie van een landgoed met nieuwe natuur is
er de mogelijkheid om nieuwe landgoedwoningen Verder is het ook mogelijk om ruimte-voor-
in het buitengebied te realiseren. Landgoederen
zijn conform provinciaal beleid26 in principe binnen
ruimtekavels te realiseren in het landelijk gebied.
het gehele landelijke gebied toegestaan. Voor
Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte
omvang van 10 hectare. En een nieuw landgoed bestaat
Dit als deze ontwikkeling door of vanwege de
plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde
aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit. Ook in dit
geval moet er sprake zijn van een aanvaardbare locatie in de hoedanigheid van een bebouwingsconcentratie,
of wanneer de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie.
landgoedontwikkeling geldt onder meer een minimale na realisatie ten minste voor 50% uit gerealiseerde
natuur dat binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB)
is gebracht. Verder dient bebouwing geconcentreerd
opgericht te worden buiten NNB, van allure te zijn en qua omvang te passen bij de uitstraling van het landgoed.
In de Structuurvisie Haaren9 wordt onder meer als eis
Hierbij geldt ook dat de ontwikkeling moet passen
gesteld dat landgoedontwikkeling passend moet zijn

van nieuwe landgoederen bij moet dragen aan het
binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.
Ruimte-voor-ruimtewoningen
In het gemeentelijke beleidsstuk ‘Visie
Bebouwingsconcentraties’ zijn voor het grondgebied 28
Oisterwijk vijf bebouwingsconcentraties aangewezen, te weten Hoog Heukelom, Molenbaan, ’t Stokske,
Draaiboompje en Vinkenberg. Ruimte-voor-ruimte of vergelijkbare woningen zijn alleen toegestaan binnen
binnen de landschappelijke kenmerken en de vormgeving voornemen van de symboolwaarden van de historische landgoederen. De omgevingsvisie Oisterwijk8 laat
zich niet expliciet uit over landgoedontwikkeling in het buitengebied. Verder neemt de vraag naar collectieve woonvormen of nieuwe woonconcepten in het buitengebied toe.
41
Visie buitengebied
Een collectieve woonvorm is een woonvorm waarbij
of komt leeg te staan. Om leegstand en verpaupering te
vergroten van sociale cohesie. Provinciaal beleid26
kwaliteit van het buitengebied te behouden, is een
bijvoorbeeld sprake is van sociale innovatie, zoals het schrijft voor dat het onder voorwaarden mogelijk is om op een bestaand bouwperceel binnen het landelijke gebied een collectieve woonvorm te realiseren.
voorkomen en de leefbaarheid en de landschappelijke passende herbestemming van deze VAB belangrijk.
Bovendien is een passende herbestemming voor een ondernemer vaak noodzakelijk om het besluit om
te stoppen daadwerkelijk te kunnen maken en om
Voorwaarden zijn onder meer dat:
toekomstperspectief te houden. Conform provinciaal beleid1 is de vestiging van een niet-agrarische functie
• de ontwikkeling kleinschalig is en niet leidt
onder voorwaarden toegestaan op een bestaand
tot stedelijke ontwikkeling en past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied;
• er sprake is van aantoonbare meerwaarde voor de omgevingskwaliteit;
• er sprake is van sociale innovatie, waaronder
zelfrealisatie, en sociaal-maatschappelijke kwaliteit, zoals het vergroten van zelfredzaamheid, sociale
bouwperceel. De nieuwe functie moet daarbij passen
binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Vigerend gemeentelijk beleid (Omgevingsvisie Oisterwijk5)
schrijft voor dat ter plaatse van VAB-locaties in het
buitengebied gezocht wordt naar ruimte voor nieuwe
economische functies. Dit omdat deze nieuwe functies
cohesie en toegankelijkheid voor kwetsbare groepen. een bijdrage leveren aan de vitaliteit en leefbaarheid De Omgevingsvisie Oisterwijk8 stelt dat er kansen liggen
voor nieuwe woonconcepten in de kernrandgebieden en landgoederen binnen onze gemeente. Verder schrijft de Woonzorgvisie 2022-2027 voor dat ruimte geboden 29
moet worden aan initiatieven voor vernieuwende
woonvormen, mits sprake is van een concrete behoefte en een passende bouwlocatie.
nieuwe functie levert aan een hoge kwaliteit van het
buitengebied. Verder is er op gemeentelijk niveau voor het grondgebied Haaren
een beleidskader voor VAB’s van toepassing.
Dit beleidskader31 bevat voorwaarden voor hergebruik
van VAB’s en herbestemming naar een woon- of
bedrijfsbestemming. Voor het grondgebied Oisterwijk is er geen dergelijk beleidskader van toepassing.
Een ander belangrijk thema bij wonen in het
buitengebied is de huisvesting van arbeidsmigranten.
In het beleidskader Huisvesting arbeidsmigranten zijn 30
hiervoor zowel algemene uitgangspunten, als locatie
Het bestemmingsplan voor het buitengebied23 32 bevat
wel een wijzigingsbevoegdheid voor herbestemming naar wonen na bedrijfsbeëindiging.
specifieke uitgangspunten opgenomen.
Naast agrarische bedrijven die stoppen, zijn er ook
Bedrijvigheid
in het buitengebied die hun activiteiten verbreden met
Het buitengebied is sterk aan het veranderen.
Waar in het verleden landbouw de meest belangrijke economische drager was, vindt momenteel een verschuiving plaats naar een meer gemengde
plattelandseconomie. Steeds meer agrarische
bedrijven stoppen en agrarische bebouwing komt vrij.
Deze vrijkomende agrarische bebouwing (verder: VAB) wordt gesloopt, ingevuld met een andere functie,
42
van het platteland. Leidend hierbij is de bijdrage die de
steeds meer agrarische bedrijven en andere functies een nevenfunctie. Hierbij kan gedacht worden aan
statische opslag, kleinschalige bedrijvigheid of recreatie. Voorwaarden voor de vestiging van een dergelijke nevenfunctie op grond van vigerend gemeentelijk
beleid23 32 zijn onder meer dat deze ondergeschikt is
aan de hoofdfunctie en binnen bestaande bebouwing
plaatsvindt. De Omgevingsvisie Oisterwijk8 schrijft voor dat dergelijke nevenfuncties zich in beginsel goed lenen
Gemeente Oisterwijk
Een voorbeeld van een agrisch bedrijf met een recreatieve nevenfunctie
om zich als nieuwe zelfstandige functie te ontwikkelen.
aangegeven waar extra bebouwing voor niet-agrarische
met functies in het stedelijk gebied en de kwaliteiten
Extra bebouwen op een bestaand bouwvlak is in principe
Dit op voorwaarde dat deze functies niet concurreren
van het gebied niet mogen aantasten. De aard en schaal van de functies moeten aansluiten bij de waarden van
het omliggende landschap. In de Structuurvisie Haaren9 wordt onder meer benoemd dat ruimte geboden moet
worden aan de agrarische sector, om hun activiteiten te verbreden om zo extra inkomsten te genereren.
Verder wordt in de Visie bebouwingsconcentraties ook 28
ingegaan op bedrijvigheid in het buitengebied. Deze visie schrijft voor dat extra bouwen voor een niet-agrarische functie alleen is toegestaan binnen een aangeduide bebouwingsconcentratie. Voor elke aangeduide
bebouwingsconcentratie wordt op perceelsniveau
functies is toegelaten en onder welke voorwaarden.
toegestaan. Ook is een aantal erven aangeduid waar
ruimte is voor uitbreiding. Per bebouwingsconcentratie is bovendien aangegeven welke functies daar passend zijn. Daarnaast bevat de Structuurvisie Haaren9
ook enkele uitgangspunten voor de vestiging van bedrijfsfuncties in het buitengebied.
Er wordt aangegeven dat de vestiging van deze functies
kansen biedt voor vergroting van de ruimtelijke kwaliteit en economische vitaliteit. Echter, er moet kritisch omgegaan worden met de vestiging van nieuwe
economische dragers. Dit om de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit kleinschalig, groen en divers te houden.
43
se
am Ra
p
loo
Haaren
Visie buitengebied
La Ne
Oisterwijk
rste
o Vo
om
tro
s te
rs te
h Ac
m
oo str
Landgoed Laag Heukelom
Oisterwijkse bossen & vennen Landgoed Landgoed Hooge Braaken Mariahoeve
Til
Landgoed 't Lot
bu
Moergestel
Reusel
rg
Moergestels broek
Nieuwe bebouwingsconcentratie (Zelt/Broekzijde, naast moergestels broek)
Input vanuit de sessies & analyse Een analyse van het huidige beleid laat zien dat er
Dit kwam ook expliciet naar voren tijdens de
met name voor de onderdelen VAB’s en ruimte-voor-
Ook kwam tijdens deze themabijeenkomsten een
voor wat betreft het thema wonen en bedrijvigheid
ruimtewoningen sprake is van afwijkend beleid voor
het grondgebied Oisterwijk en Haaren. Waar voor het grondgebied Haaren sprake is van een beleidskader
voor VAB’s, is voor het grondgebied Oisterwijk geen beleidskader van toepassing. Verder geldt voor
het grondgebied Oisterwijk een visie gericht op de bebouwingsconcentraties, terwijl deze voor het grondgebied van Haaren niet van toepassing is.
Met name voor deze onderdelen is daarom behoefte aan eenduidigheid en harmonisatie.
44
themabijeenkomsten met raadsleden en stakeholders. duidelijk dilemma naar voren. Enerzijds is men op zoek naar meer flexibiliteit en ruimte om te ontwikkelen.
Anderzijds heeft men behoefte aan eenduidige kaders die duidelijkheid verschaffen. En waarmee is geborgd
dat de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit van het
buitengebied behouden blijft en waar mogelijk versterkt wordt. Er kwam duidelijk naar voren dat nieuwe functies geen afbreuk mogen doen aan het karakter van het buitengebied en de balans in het buitengebied niet mogen verstoren.
Gemeente Oisterwijk
Ambities Ruimte-voor-ruimte of vergelijkbaar
• Ruimte-voor-ruimte of vergelijkbaar: De ambitie is om meer ruimte voor flexibiliteit te bieden voor ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar in het buitengebied, waarbij kwaliteitsverbetering van het landschap centraal staat. • Meer ruimte voor flexibiliteit wordt geboden door de huidige Visie bebouwingsconcentraties28 in te trekken . En niet langer op perceel niveau en op voorhand zaken vast te leggen, maar per geval te kijken of er sprake is van een passende locatie gelegen binnen een aangeduide bebouwingsconcentratie. De bebouwingsconcentraties worden binnen deze visie buitengebied aangeduid. • Daarnaast worden er conform provinciaal beleid mogelijkheden geboden om ruimte-voor-ruimtewoningen te realiseren ter plaatse van locaties aansluitend op een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied. Dit alleen wanneer dit een logische afronding van een bebouwingsconcentratie of stedelijk gebied tot gevolg heeft. En er sprake is van een aanmerkelijke verbetering van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit aldaar. Uitgangspunt hierbij is dat het niet wenselijk is dat de historische linten vastgroeien aan de kernen. • Er worden meer bebouwingsconcentraties aangeduid. De in de Visie Bebouwingsconcentraties aangeduide bebouwingsconcentraties Hoog Heukelom, Molenbaan, ’t Stokske, Draaiboompje en Vinkenberg blijven van toepassing.
Daarnaast worden de volgende nieuwe bebouwingsconcentraties aangeduid : º Zelt/Broekzijde te Moergestel; º Oirschotseweg te Moergestel (uitbreiding in oostelijke richting ten opzichte van reeds aangeduide bebouwingsconcentratie Draaiboompje); º Holleneind te Haaren; º Belversestraat te Haaren. • Binnen de aangeduide bebouwingsconcentraties zijn onder voorwaarden nieuwe ruimte-voor-ruimtewoningen of vergelijkbaar toegestaan, mits er sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie. Naast algehele aspecten als een goede ruimtelijke ordening en milieuhygiënische inpasbaarheid, zijn onder meer de volgende aspecten relevant in de afweging of sprake is van een planologisch aanvaardbare locatie: º Behoud zichtrelaties/doorzichten op het achterliggende open gebied; º I npasbaarheid binnen bestaande ruimtelijke en landschappelijke structuur en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Behoud van de bestaande landschappelijkeen groenstructuur geldt hierbij als uitgangspunt; º Uitbreiding van het lint is in principe niet wenselijk; º De historische bebouwingslinten mogen niet vastgroeien aan de kernen en dienen het landelijke karakter te behouden. Verstedelijking is niet gewenst; º De bebouwing dient aan te sluiten op de omgeving.
45
Visie buitengebied
•
Verder geldt als voorwaarde dat iedere ruimte-voor-ruimte ontwikkeling of vergelijkbaar gepaard moet gaan met een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
• Buiten de aangeduide bebouwingsconcentraties is bij hoge uitzondering een ruimte-voor-ruimte-ontwikkeling of daarmee vergelijkbare woningbouw afweegbaar. Er moet dan sprake zijn van maatschappelijk zeer gewenste kwaliteitsverbetering, bijvoorbeeld de sanering van een (intensieve) veehouderij. In dergelijke gevallen wordt per situatie de afweging gemaakt of de ontwikkellocatie, ondanks de omstandigheid dat deze niet is gelegen binnen een in deze visie aangeduide bebouwingsconcentratie, toch aangemerkt kan worden als een planologisch aanvaardbare locatie binnen of aansluitend aan een bebouwingsconcentratie. De eerder genoemde provinciale definities voor wat betreft kernrandzones en een bebouwingscluster zijn hierbij leidend. Verder wordt de provinciale definitie betreffende een bebouwingslint aangescherpt tot de volgende definitie: ‘een bebouwingslint is een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in landelijk gebied, waarbij gebouwen overwegend aan weerszijden van een weg zijn gesitueerd op relatief korte afstand met enkele doorzichten en waarbij het lint historisch is gegroeid’. In de puur agrarische gebieden ‘Molenakkers’ en ‘De Logt’ is per definitie geen sprake van een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie.