21-66A Startnotitie Visie Buitengebied - bijlage Startnotitie Visie Buitengebied
Tekst van het document
Startnotitie Visie Buitengebied 21 april 2021
1. Inleiding In het bestuursakkoord is het volgende opgenomen: “Balans in Buitengebied Wij gaan aan de slag met een visie op het buitengebied. Daarin zoeken we balans tussen de belangrijkste functies daarin: natuur, landbouw, toerisme en wonen. Maar ook de cultuurhistorische elementen komen hierin aan bod. Dit is een onderwerp bij uitstek waarbij zowel inwoners als raad nadrukkelijk een rol spelen. Voor wat betreft onze natuurgebieden gaat het vooral om een goede mix tussen het beschermen, toegankelijk maken en houden daarvan. Daarbij kijken wij in het bijzonder naar de Kampina en de Oisterwijkse Bossen en Vennen. In dit kader past ook dat we verstening alleen onder strikte voorwaarden toestaan.” Dit procesvoorstel bevat de werkstappen om te komen tot een dergelijke visie op het buitengebied. Een proces waarbij ook de diverse stakeholders en de inwoners de mogelijkheid krijgen om hún visie op het buitengebied in te brengen. Vervolgens is het aan de raad om een visie vast te stellen die de komende jaren richting zal geven aan de beleidsprocessen die op het buitengebied van invloed zijn. In deze startnotitie is aangegeven welke hoofdthema’s in het buitengebied spelen, te weten: klimaat, landschap en cultuurhistorie, natuur en biodiversiteit, landbouw, wonen en bedrijvigheid en recreatie en toerisme. Er zijn echter vele andere (sub)thema’s te benoemen.
Wij zullen zowel de raad als de stakeholders en inwoners de mogelijkheid bieden hierover mee te praten. Verder is er ook een aantal andere beleidsstukken reeds opgesteld of in ontwikkeling, die van invloed zijn op het beleid in het buitengebied. In hoofdstuk 4 Aandachtspunten geven wij aan welke dit zijn en hoe we hiermee om zullen gaan.
2. Hoofdthema’s & uitdagingen Klimaat & duurzaamheid De effecten van klimaatverandering raken ons allemaal. De gevolgen hiervan voor onze leefomgeving en samenleving worden steeds meer zichtbaar, waaronder stijgende temperaturen, toenemende droogte, extremere weeromstandigheden en mislukte oogsten. Dit brengt ook voor het buitengebied enorme uitdagingen met zich mee. Verder staat ons als Nederland een enorme duurzaamheidsopgave te wachten. Als gemeente hebben wij daar een belangrijke rol in; zowel een faciliterende en ondersteunende rol bij het mogelijk maken van nieuwe initiatieven gericht op
1
duurzaamheid, als een actieve rol in het opstellen van beleid, de vertaling van de duurzaamheidsopgave op Rijksniveau naar een lager schaalniveau en maatschappelijke bewustwording. Voor het buitengebied zijn het opwekken van duurzame energie en klimaatadaptatie belangrijke uitdagingen.
Landschap & cultuurhistorie Het landschap wordt gekenmerkt door enerzijds de historie en anderzijds de ontwikkelingen die er plaatsvinden. Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang de landschappelijke karakteristieken en historie te onderkennen en mee te nemen. Voor het buitengebied gaat het dan met name om de verschillende landschapstypen en de historische structuren zoals verkavelingspatronen, wegen en waterlopen. Ontwikkelingen vinden het liefst daar plaats waar zij het landschap kunnen versterken en de historie zichtbaar houden of maken, of dit op zijn minst niet verstoren. Verder kan hierbij ook gedacht worden aan beleid met betrekking tot ontstening en omvorming van voormalige agrarische bedrijfslocaties (vab-beleid). Uitdaging is om landschapstypen, cultuurhistorie en ontwikkelingsmogelijkheden op passende wijze aan elkaar te koppelen. De ontwikkelingen in het Van Gogh Nationaal Park kunnen hierbij een drager zijn.
Natuur & biodiversiteit De Kampina & Oisterwijkse Vennen vormen een belangrijk onderdeel van het buitengebied en vormen het hart van de gemeente. Aansluitend op de kern die wordt gevormd door het Natura 2000 gebied liggen natuurgebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant. De natuurgebieden staan echter onder druk vanwege stikstofdepositie, de afname van biodiversiteit en ook het toenemende gebruik door recreanten en toeristen. Natuurwaarden zijn ook elders in het buitengebied te vinden in de vorm van landschapselementen, kleinere bosgebiedjes en tuinen. Zij zorgen tezamen met de beken voor een groene dooradering van het buitengebied. Ook hier staan de natuurwaarden echter onder druk door een eenzijdig landbouwkundig gebruik of door ‘grondhonger’ voor allerlei andere functies. Uitdaging is de natuurwaarden in het gehele buitengebied te herstellen en verbeteren. Bij voorkeur in samenhang met klimaat adaptieve maatregelen de transitie van de landbouw. Het gaat daarbij ook om een goede mix tussen het beschermen, toegankelijk maken en houden daarvan.
Landbouw De agrarische sector is één van de grootste gebruikers van het buitengebied. Het produceren van voedsel en grondstoffen voor producten is daarbij het belangrijkste. De maatschappelijke wens is om deze productie zoveel mogelijk duurzaam te laten plaatsvinden, waarbij een gezonde leefomgeving een steeds belangrijker thema is.
2
Bij veehouderij speelt dat we tegen grenzen aanlopen voor wat betreft de productie van ammoniak, geur en fosfaat. De doelstelling is om de veehouderij de komende jaren om te buigen naar een circulaire en/of duurzame landbouw waarbij voldoende ruimte wordt geboden voor het agrarisch ondernemerschap. Bij de grondgebonden landbouwproductie speelt daarnaast de boomteelt in Oisterwijk een belangrijke rol. In welk deel van de gemeente kan rekening gehouden worden met deze belangrijke bedrijfstak, maar ook met mogelijke andere nieuwe, innovatieve bedrijfsactiviteiten. Uitdaging is om deze transities in de landbouw zo goed mogelijk te laten verlopen.
Wonen & bedrijvigheid in het buitengebied Wonen De gemeente Oisterwijk streeft er naar om een aantrekkelijke woonomgeving te bieden aan haar inwoners. Wonen in het buitengebied maakt hier een essentieel onderdeel van uit en is met name een belangrijk aspect voor de leefbaarheid in het buitengebied. Verder is er in zijn algemeenheid sprake van een toenemende vraag naar woningen en krapte op de woningmarkt. Dit geldt ook voor het buitengebied. De instandhouding en waar mogelijk de versterking van een kwalitatieve woningvoorraad in het buitengebied is daarom cruciaal. De ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied staat bij iedere (woningbouw)ontwikkeling centraal. Belangrijke uitdagingen zitten de zogenaamde rood voor groen ontwikkelingen, Ruimte-voor-Ruimte, plattelandswoningen, de visie bebouwingsconcentraties, landgoedontwikkeling en nieuwe woonconcepten. Bedrijvigheid Waar voorheen voornamelijk uitsluitend de landbouwsector de belangrijkste economische drager was, is er sprake van een transitie naar een meer gemengde plattelandseconomie. Er komt steeds meer ruimte voor nieuwe economische dragers, waaronder bedrijvigheid. Dit biedt kansen voor het gehele buitengebied, omdat het mede bepalend is voor de vitaliteit en de leefbaarheid in het buitengebied.
De grootste uitdaging is het vinden van de balans tussen enerzijds het creëren van een aantrekkelijk werk- en verblijfsklimaat voor bedrijven en inwoners en het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen en anderzijds de instandhouding van het landelijke karakter en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Uitdagingen liggen onder andere in het hoever (nieuwe) bedrijvigheid op voormalige agrarische bedrijfslocaties (vab’s) kan worden toegestaan en in de verbreding van de agrarische bedrijvigheid.
Recreatie & Toerisme De Oisterwijkse bossen en vennen en de Kampina en omliggende gebieden worden gewaardeerd door velen om te genieten van de natuur en de rust en om een vakantie door te brengen of om te fietsen en te wandelen. De Oisterwijkse recreatiebedrijven met toeristisch perspectief moeten de mogelijkheid krijgen om te moderniseren. Maar wat betekent dat dan? Ook lijkt er een mismatch te zijn tussen vraag en aanbod. Om als ondernemer een goed toekomstperspectief te hebben moet de veranderende vraag van passanten en recreanten nader
3
worden onderzocht worden, zodat hierop geschakeld kan worden en een kwaliteitsslag behaald kan worden op de recreatieparken. Uitdaging is om een richting te geven aan deze ontwikkelingen in relatie met de overige ontwikkelingen in het buitengebied.
3. Proces Voorbereiding Om een goede visie voor het buitengebied op te kunnen stellen beginnen we met deze startnotitie, die ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. Parallel hieraan is er een stakeholdersanalyse uitgevoerd en zijn de eerste verdere voorbereidingen getroffen. De volgende stappen worden na het vaststellen van de startnotitie doorlopen:
Bepalen thema’s voor de visie buitengebied Voordat we een goede visie op het buitengebied kunnen opstellen moeten we het er gezamenlijk – inwoners, stakeholders en raad - over eens zien te worden welke thema’s in de visie op het buitengebied aan de orde zullen komen. De hoofdthema’s en een aantal subthema’s hebben we in deze startnotitie reeds opgenomen, maar per hoofdthema zijn nog veel verschillende subthema’s te benoemen. Om een goed inzicht te hebben zal daaraan voorafgaand (ambtelijk) ook op een rij worden gezet welke visies en beleidsnotities reeds beschikbaar of in ontwikkeling zijn. Tijdens een raadsontmoeting en een sessie met stakeholders in juni, juli 2021 zullen we bespreken, bediscussiëren en vervolgens ook bepalen over welke thema’s de visie op het buitengebied zal gaan (en waarover niet). Ook verkennen we tot welke diepte de verschillende (sub-) thema’s kunnen worden behandeld.
Verdiepen thema’s in werksessies Per gekozen hoofdthema wordt in principe één werksessie georganiseerd met alle stakeholders, deze werksessies zullen in het najaar gaan plaats vinden. Tijdens deze werksessies kunnen verschillende subthema’s besproken worden. Indien nodig kan nog een verdiepende sessie georganiseerd worden in een kleiner gezelschap. De exacte werkvorm hangt af van het aantal subthema’s, het aantal stakeholders en de benodigde verdieping. Om de raad ook inzicht te geven in de gang van zaken gedurende werksessies is het voorstel dat één à twee raadsleden per werksessie aansluiten en een rol vervullen als ‘rapporteur’. Hierbij ligt de focus op een procedurele taak. Op deze manier zijn raadsleden betrokken bij dit belangrijke onderdeel van het proces. Het doel van deze werksessies is om per hoofdthema en subthema’s tot ambities te komen. De ambities verwerken we zoveel mogelijk op kaart, met daarbij beknopte toelichtingen.
Raadsontmoeting januari 2022 Na afloop van de werksessies wordt een notitie opgesteld. In deze notitie wordt het resultaat van de werksessies met daarin de ambities per thema weergegeven in de vorm van de kaarten en
4
toelichtingen daarop. Deze notitie wordt voorgelegd aan de raad gedurende een raadsontmoeting in januari 2022. Op deze manier kan getoetst worden of de ambities aansluiten bij de wensen van de raad.
Opstellen visie In deze fase worden de ambities per thema en subthema’s vertaalt in een samenvattende visie. De totale ambities voor alle thema’s tezamen vormt de visie op het buitengebied. Thema’s en subthema’s die een verdere uitwerking nodig hebben, nemen we op in het uitvoeringsprogramma. De visie en het uitvoeringsprogramma wordt in het tweede kwartaal van 2022 vastgesteld door de raad.
4. Aandachtspunten Voor de Visie Buitengebied zijn op voorhand de volgende aandachtspunten mee te geven: o
De visie op het buitengebied moet niet alleen passen bij de omgevingsvisie, maar al in de geest van de nieuwe Omgevingswet worden opgesteld: uitnodigend, uitgaan van ja-mits, integraal en in overleg met alle stakeholders.
o
Een nadere afbakening wat betreft de thema’s en reikwijdte is nodig. Reeds in het voortraject bleek dat er veel verschillende beelden zijn bij wat een visie op het buitengebied precies moet inhouden. Welke thema’s moeten aan de orde komen? En in hoeverre wordt beleid al uitgewerkt tot echte beleidskeuzes? Bijvoorbeeld, “willen we zonnevelden”, of “mag er een autobedrijf in een vab”? In de in juni geplande themasessies zullen we hier nader op ingaan.
o
Vergt Haaren nog specifieke aandacht. Niet alle beleidsstukken zijn al geharmoniseerd, in de visie op het buitengebied kunnen hiervoor richtinggevende uitspraken worden gedaan.
o
Met Haaren en de omvangrijke boomteeltsector daar is het van belang dat de visie ook duidelijkheid geeft ten aanzien van de ontwikkelingen in die sector.
o
Erfgoedvisie op onderdeel cultuurhistorie (buitengebied) integreren.
o
Verstedelijkingsakkoord Stadsregio Breda-Tilburg. Dit akkoord is een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie, waarin op regionaal niveau gezamenlijke uitgangspunten en doelstellingen geformuleerd worden met betrekking tot de leefomgeving, aan de hand van de thema’s Economie, Ruimte, Natuur en Landschap, Mobiliteit, Energie en Klimaat en Wonen.
o
Van Gogh Nationaal Park Deze samenwerking richt zich op het tot stand brengen van een vitaal toplandschap in een economisch krachtige regio, met prachtige natuur en groen tot in het hart van de dorpen en steden. De ruim 50 partners zijn afkomstig uit verschillende onderdelen van de samenleving: natuur, landbouw en andere maatschappelijke organisaties, overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Samen nemen ze hun verantwoordelijkheid voor het landschap, zodat ook toekomstige generaties van een gezonde, groene leefomgeving kunnen genieten. Vincent van Gogh is daarbij een inspiratiebron. Van Gogh NP i.o. beslaat
5
een gebied van 120.000 hectare, een kwart van Brabant, en loopt van Zundert, Etten-Leur tot aan Helmond in het oosten en ’s-Hertogenbosch in het noorden. o
Gebiedsgerichte aanpak Kampina en Oisterwijkse vennen. Dit project is onlangs vanuit de provincie opgestart. Mogelijk kunnen onderdelen hiervan meegenomen worden in de visie op het buitengebied.
o
Ambitiedocument omgevingsvisie. De ambities bij de omgevingsvisie zijn op 5 maart 2020 door de raad vastgesteld. Hierbij is in hoofdlijnen bepaald hoe we als gemeente om willen gaan met de verruimde mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Uit het proces dat is gevoerd om tot de ambities te komen bleek dat inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties willen meedenken over en meer initiatief willen nemen bij een aantal thema’s (leefbaarheid, bereikbaarheid, veiligheid en evenementen). Daarnaast is aangegeven dat het gewenst is om basiswaarden op te stellen. Dit zijn zaken in de gemeente die zo waardevol zijn dat deze moeten worden beschermd. Deze basiswaarden worden lokaal ingevuld. In de huidige omgevingsvisie staat een aantal waarden al benoemd; het is zaak om deze tegen het licht te houden en eventueel een aantal extra basiswaarden te formuleren. Daarnaast wordt onderzocht hoe we deze basiswaarden meetbaar maken en houden.
o
REKS. Afgelopen jaar is met de regio Hart van Brabant een Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) opgesteld. Deze strategie geeft inzicht in de wijze waarop wij als regio de energie- en klimaatopgaven willen aanpakken. Dit brengt vervolgens weer uitdagingen en kansen voor ons als gemeente met zich mee. Voor het buitengebied belangrijke thema’s uit de REKS zijn die van zon en wind, de klimaatadaptatie en de gebiedsuitwerkingen rondom de hub’s knooppunt De Baars en Kattenberg. Het vaststellen van de REKS door uw raad zal volgens planning in juni gaan plaatsvinden. Verondersteld wordt dat de vastgestelde uitgangspunten vanuit de REKS in de visie op het buitengebied kunnen worden meegenomen.
o
Rijksregelingen. Vanuit het Rijk komen een aantal regelingen die van invloed zijn voor het buitengebied, zoals de Saneringsregeling Varkenshouderij die in 1e instantie bedoeld was om knelpunten op het gebied van geur op te lossen. Ook voor andere thema’s komen regelingen zoals voor stikstof. Maar ook voor thema’s als CO2, klimaatadaptatie en energie komen of zijn er al regelingen die van invloed kunnen zijn voor de visie op het buitengebied.
5. Inzet en middelen Inzet Er is een kleine kerngroep bestaande uit 3 ambtenaren, een projectleider veehouderij (ingehuurd), beleidsmedewerker RO buitengebied en beleidsmedewerker Groen, Landschap en Platteland. Inschatting is dat de personen in deze kerngroep gemiddeld 0,5 dagen per week zullen besteden aan de visie op het buitengebied. Voor het opstellen van de visie wordt maar (zeer) beperkt gebruik gemaakt van externen, alleen wat betreft grafische vormgeving / kaarten en mogelijk wordt voor de grotere bijeenkomsten een extern voorzitter of spreker ingehuurd.
6
Daarnaast zal inzet nodig zijn voor de communicatie en bij de thema-/werksessies. Deze inzet vanuit het team communicatie wordt ingeschat op ongeveer 60 uur. Waar mogelijk sluiten we in het proces aan bij de actualisatie van de omgevingsvisie Voor de omgevingsvisie is/wordt een grotere kerngroep samengesteld, bestaande uit een projectleider gebiedsontwikkeling, adviseur volkshuisvesting, beleidsadviseur duurzaamheid en de programmamanager implementatie Omgevingswet. En later in het traject sluiten ook nog vertegenwoordigers vanuit andere disciplines aan. Ten tijde van het opstellen van dit startdocument voor de visie op het buitengebied loopt het offerte- en aanbestedingstraject voor de actualisatie van de omgevingsvisie nog. Op het moment dat het bureau hiervoor geselecteerd is zal bepaald worden hoe de twee trajecten geschakeld worden. Wij verwachten u hierover bij het raadsplein (juni) meer duidelijkheid te kunnen geven. Middelen Voor het opstellen van de visie is in 2021 geen specifiek budget begroot. Het opstellen van de ambitiekaarten bij de themasessies willen we extern laten uitvoeren, we gaan daarbij uit van beperkte kosten die uit de reguliere middelen voor plattelandsontwikkeling betaald kunnen worden. Budget voor het afronden van de visie en een stukje uitvoeringsprogramma loopt via de perspectiefnota (en begroting 2022).
7