CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-61 BP Kerkhovenbaan 6 - bijlage 8 Bijlage toelichting Aanmeldingsnotitie MER beoordeling kerkhovenbaan 6 Heukelom

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-61 Bestemmingsplan Kerkhovenbaan 62.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling Kerkhovenbaan 6 Heukelom Januari 2021

Aanleiding Inleiding De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1.

In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven.

2.

In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor de beoogde herontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is: “D11.3: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.” Dit bestemmingsplan ziet toe op herbestemming van plangebied van ‘Agrarisch-bedrijf’ naar ‘Bedrijf’. Per saldo wordt 4.916 m² agrarisch bestemde grond herbestemd naar de bestemming ‘Bedrijf’. Een oppervlakte van ….. m² agrarisch bedrijf komt te vervallen. Tevens nemen ter plaatse de bouwmogelijkheden af. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.3 (oppervlakte 75 hectare of meer). Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze selectiecriteria zijn opgenomen in bijlage III bij de EU-richtlijn 2011/92/EU in art. 4, lid 3. Dit betreffende volgende selectiecriteria:

1

1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: − de omvang van het project (en duur), − de cumulatie met andere projecten, − het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, − de productie van afvalstoffen, − verontreiniging en hinder, − risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten: Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: -

het bestaande grondgebruik,

-

de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,

-

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands b. kustgebieden c.

berg- en bosgebieden

d. reservaten en natuurparken e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) f.

gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden;

g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: -

het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),

-

het grensoverschrijdende karakter van het effect

-

de waarschijnlijkheid van het effect,

-

de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-MER als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied en ligt op ca. 1,9 kilometer van een gebied dat als Natura 2000-gebied aangewezen is. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de het NatuurNetwerk Nederland en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de verbouwfase zullen niet aan de orde zijn. In de huidige situatie is ter plaatse een varkenshouderij gevestigd. Dit bedrijf wordt in samenhang gesaneerd. Significante negatieve gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten.

2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudsvereisten aanmeldnotitie Het doel van een aanmeldnotitie ten behoeve van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is om op objectieve wijze informatie over mogelijke relevante milieugevolgen van de voorgenomen activiteit te verzamelen. Met deze informatie kan het bevoegd gezag een oordeel geven over de noodzaak van het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Een m.e.r.-beoordeling betekent dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: ‘Nee, tenzij…’. De belangrijke nadelige gevolgen moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). Bijlage III noemt drie hoofdthema’s: 1. De kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen). 2. De plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu). 3. De kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van effect). Deze thema’s worden in de navolgende hoofdstukken nader uitgewerkt.

Kenmerken van het project Toetsingscriteria Conform bijlage III van de EU-richtlijn dient in het bijzonder in overweging te worden genomen: −

de omvang van het project;

−

cumulatie met andere projecten;

−

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;

−

de productie van afvalstoffen;

−

verontreiniging en hinder;

−

risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

Omvang van het project Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het herbestemmen van een agrarische bedrijfsbestemming voor de intensieve veehouderij van 12.400 m² naar een bedrijfsbestemming voor een niet agrarisch bedrijf van 5.000 m². Dit betreft een project met een geringe omvang waarbij de omvang ten opzichte van de huidige situatie wordt verkleind. Cumulatie met andere projecten In de omgeving van het plangebied zijn geen grootschalige ontwikkelingen bekend die kunnen leiden tot een stapeling (Cumulatie) van milieueffecten. Er zijn geen relevante activiteiten of projecten waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De activiteiten vinden plaats in bestaande bebouwing die hier ook al voor zijn ingericht. Er hoeven dan ook 3

geen bouw of verbouwactiviteiten plaats te vinden. Een groot deel van de bestaande stallen wordt gesloopt. Het energiegebruik op de locatie neemt sterk af vanwege de sanering van de varkenshouderij met bijbehorende stalverwarming. Wat betreft energie stimuleert de gemeente het gebruik van duurzame (energie)systemen. Productie van afvalstoffen Bij de voorgenomen activiteit worden geen stoffen, methoden of technologieën gebruikt waardoor afvalstoffen of emissies vrijkomen die een significant effect tot gevolg hebben. Verontreiniging en hinder Tijdens de sloop is er gedurende zeer korte tijd wellicht enige hinder in de vorm van geluid en trillingen. Het (aannemers)bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van de realisatie zal zich moeten houden aan de algemene wet- en regelgeving en de geldende milieuwetgeving. Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën De betreffende bedrijven binnen het plangebied zijn geen risicobron. In paragraaf 4.6 van de bestemmingsplantoelichting is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen.

Plaats van het plan/project Toetsingscriteria Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overwegen worden genomen: −

het bestaande grondgebruik;

−

de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;

−

het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden, in dit geval Natuur Netwerk Nederland, Natura-2000 en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

Het bestaande grondgebruik Het plangebied is thans reeds in gebruik ten behoeve van intensieve bedrijfsactiviteiten (varkenshouderij met als neventak paardenhouderij). In het plangebied is thans geen sprake van waardevolle bomensingels en groenstructuren. Het nieuwe gebruik is extensiever van aard. De stikstofbelasting op de Natura 2000 gebieden neemt af vanwege de sanering van de varkenshouderij. De bestaande bomensingels en groenstructuren blijven behouden. Natuurlijke hulpbronnen Ter plaatse van het plangebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project. Opname vermogen/ gevoeligheid van het milieu Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten komt naar voren dat het planvoornemen deze aspecten niet belemmerd.

4

Kenmerken van de potentiële effecten Toetsingscriteria Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: −

het bereik van het effect;

−

het grensoverschrijdende karakter van het effect;

−

de waarschijnlijkheid van het effect;

−

de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het project.

De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden. Toets van het project aan de criteria Het bereik van het effect betreft de zeer nabije directe omgeving van het plangebied. Er is geen sprake van een grensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling. Uit deze toelichting blijkt dat de kans op negatief effect op de omgeving zeer klein is. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. (Milieu)effecten

Beschrijving van de mogelijke effecten

Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk

Bodem

Verwezen

wordt

naar

bestemmingsplantoelichting.

paragraaf De

beoogde

4.4

van

de

functie

is

geen

Nee

bodembelastende functie. Om die reden zijn geen nadelige effecten op de bodemkwaliteit te verwachten. Archeologie en

Verwezen wordt

naar

paragraaf

cultuurhistorie

bestemmingsplantoelichting.

De

4.10 en

4.11 van

de

leidt

tot

ontwikkeling

niet

Nee

aantasting van cultuurhistorische waarden. Binnen het plangebied vindt geen bebouwing plaats en daarmee ook geen overschrijding plaats van drempelwaarden voor archeologie. Er gaan geen archeologische waarden verloren. Water

Verwezen

wordt

naar

paragraaf

4.9

van

de

Nee

bestemmingsplantoelichting. Er vindt geen substantiële toename van het verhard oppervlakte plaats. Het verharde oppervlakte neemt af. Natuur/Ecologie

Verwezen

wordt

naar

bestemmingsplantoelichting.

paragraaf De

4.7

van

de

ontwikkeling

heeft

geen

4.2

van

de

ontwikkeling

heeft

geen

van

de

Nee

negatieve gevolgen voor natuur of ecologie. Geur

Verwezen

wordt

naar

bestemmingsplantoelichting.

paragraaf De

Nee

negatieve effecten voor het aspect geur. Geluid

Verwezen

wordt

naar

paragraaf

4.3

Nee

bestemmingsplantoelichting. De beoogde herontwikkeling heeft geen negatief effect op de geluiduitstraling van het bedrijf. 5

Luchtkwaliteit

Verwezen

wordt

naar

paragraaf

4.5

van

de

Nee

bestemmingsplantoelichting. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit en heeft slechts positieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat.

Conclusies en advies Op grond van uitgevoerd onderzoek is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling aan kerkhovenbaan 6 te Heukelom. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten op het milieu zijn overwegend positief en blijven beperkt tot de directe omgeving van Kerkhovenbaan 6. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure. Voorgesteld wordt om geen milieueffectrapport voor het plan aan Kerkhovenbaan 6 op te stellen.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10539959/1