21-61 BP Kerkhovenbaan 6 - bijlage 6 Bijlage toelichting- Ecologische quickscan Kerkhovenbaan 6 Oisterwijk BE-0723 v3
Tekst van het document
ECOLOGISCHE QUICKSCAN onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: KERKHOVENBAAN HEUKELOM RAPPORTNUMMER: 2019BE-0723 In opdracht van: Mts. Vissers-op ‘t Hoog Kerkhovenbaan 6 5059 AB Oisterwijk
E Brabant Eco Ecologische dienstverlening
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2019BE-0723
Opdrachtgever Mts. Vissers- Op ‘t Hoog Kerkhovenbaan 6 5059 AB Oisterwijk
Contactpersoon De heer en mevrouw Vissers
Locatie Kerkhovenbaan 6
Opleverdatum 03 oktober 2019
Uitvoerder
l
Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
P a g i n a |1
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Inhoudsopgave 1. Inleiding en onderzoek……………………………………………………...4 2. Beleidskader ………………………………………………………………...6 Wet natuurbescherming 3. Plangebiedsbeschrijving
……………………………………………… .9
Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling 4. Praktijk ecologische quickscan
……………………………….………14
Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5. Beschermde natuurwaarden………………………………………..….…17 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten 6. Resultaten en advies 7. Lijst van bronnen
……………………………………………….20 …………………………………………………….…22
8. Bijlagen…………………………………………………………………..…..23
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |2
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Samenvatting Opdrachtgever is voornemens om de planlocatie, Kerkhovenbaan 6 te Heukelom, gemeente Oisterwijk te laten herbestemmen. De varkensstallen zullen worden gesloopt. De huidige woning, bedrijfsverzamelgebouw met paardenboxen, de loods en paddocks zullen blijven. Voor deze herbestemming heeft opdrachtgever de vraag gekregen naar het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden. Het onderzoek is uitgevoerd van 5 september tot en met 3 oktober 2019 door Brabant Eco. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
Inhoudsopgave
De zorgplicht is altijd van toepassing. Het is altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige flora en fauna. Mogelijk dat de in directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te broeden of te schuilen door vogels. De kwaliteit van deze vegetatie zal niet verloren gaan en het habitat voor vogels wordt niet aangetast. De directe omgeving van het plangebied blijft onaangetast waardoor een eventueel foerageergebied voor vleermuizen behouden blijft. Natuurgebieden liggen op voldoende afstand van het plangebied. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |3
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever maatschap Vissers- Op ‘t Hoog is men voornemens om de planlocatie, Kerkhovenbaan 6 te Heukelom, gemeente Oisterwijk te herbestemmen naar bedrijfsverzamelgebouw en paardenhouderij. De varkensstallen zullen worden gesloopt. De huidige woning, het bedrijfsverzamelgebouw en een loods blijven staan. Het plangebied aan de Kerkhovenbaan is totaal 15.500 m2 groot. Waarvan momenteel ongeveer 10.000 m2 bebouwd of bestraat is. Het overige deel is vooral in gebruik als weiland. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht van Mts. Vissers-Op ‘t Hoog heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. 1.2 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving.
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. 1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |4
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl)* o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco o Brabant Eco hanteert de door brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus opgestelde gedragscode.
*Onder een ter zake kundige wordt verstaan een persoon die: o Op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of o Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus en/of o Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals Das en Boom, VZZ, RAVON, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, VOFF, SOVON, etc.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |5
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (2017) is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.
2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |6
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn. 2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland.
De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2). Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |7
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. 2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 3) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EU-Habitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden. 2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 4). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |8
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 4.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Kerkhovenbaan te Heukelom nabij de kruising met Tulderbaan en Hoog Heukelom. Ten westen van Oisterwijk, ten oosten van Berkel-Enschot en de Bosscheweg (N65). Oisterwijk is een gemeente in de provincie Noord Brabant en telt ongeveer 26.144 inwoners en heeft een oppervlakte van 65 km2. Heukelom is een dorpskern met ongeveer 300 inwoners. De directe omgeving bestaat uit een agrarisch landschap met bouw- en weilanden, agrarische bedrijven met bedrijfsgebouwen en boomkwekerijen.
Het totale terrein aan de Kerkhovenbaan omvat een grootte van ca.15.500 m2. Momenteel is ongeveer 10.000 m2 bedrijfsbebouwing bestaande uit 3 varkensstallen, 1 bedrijfsverzamelgebouw, 2 loodsen, 2 paddocks. De overige m2 is erfverharding, woonhuis, bijgebouwen, tuin en daarnaast nog ongeveer 5.000 m2 weiland. Aan de oostkant verderop en aan de zuidkant gelijk aan de perceelsgrens loopt een openbaar toegankelijk wandelpad “over boerenland”, mogelijk gemaakt door Brabants Landschap met de gemeente Oisterwijk en stichting duurzaamheidsvallei. Op het terrein aan de oostzijde staan vier eikenbomen, aan de noordzijde langs de Kerkhovenbaan drie en op de hoek zuid- met westkant twee.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |9
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Te slopen en te saneren varkensstallen, en erfverharding
Plangebied totaal met weide
Woonhuis, tuin, paddocks en gebouwen blijvend
Het onderzoekgebied komt overeen met de grenzen van het plangebied en de directe omgeving hiervan. Aanvrager wil op het totale perceel de varkensstallen en loods aan de voorzijde van het terrein slopen. De intensieve varkenshouderij zal verdwijnen. De ondergrond wordt als weiland her bestemd. Het huidige woonhuis met bijgebouwen blijft intact. De loods aan de achterzijde van het terrein en de schuur met verhuurunits en paardenboxen blijven bestaan.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 10
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Impressie plangebied
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 11
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 12
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnd gelegen is Loonse- & Drunense duinen op 1.9 km ten noordoosten van de planlocatie. Op 2,5 km ten zuiden liggen de Kampina & Oisterwijkse vennen. Het dichtstbijzijnde NNN- gebied is de Voorste stroom, op 1,8 km ten zuidoosten van het plangebied, een ecologische verbindingszone. Op 1,8 km ten noordoosten bevind zich bos met beheertype droog bos met productie. Op 2,3 km ten westen bevind zich ook een ecologische verbindingszone met daarbij de beheertypen dennen- eiken en beukenbos en vochtig bos met productie.
Afbeelding: natura 2000 gebieden in geel, plangebied met blauwe pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving
Afbeelding: NNN-gebieden, plangebied aangegeven met blauwe pijl. Bron: kaartbank Brabant
4.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever is voornemens de varkensstallen en loods aan de voorzijde van het plangebied te slopen. Het woonhuis met loods achter op het terrein en het bedrijfsverzamelgebouw blijven bestaan. De vrijgekomen ruimte zal een bestemming krijgen in de vorm van weiland. Er zullen geen bomen worden gekapt. De vogelvriendelijke tuin met populierenhagen, platanen, hazelaars, beukenhagen, notenbomen, gazon, wilg en eiken zal ook niet veranderen. De woonbestemming blijft zoals deze nu is. De paddocks aan de voorzijde van het perceel en aan de westelijke kant in het midden zullen ook blijven zoals deze nu zijn. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 13
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? 3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de databases quickscanhulp.nl (bijlage 1) en FloraFaunaCheck.nl (bijlage 2), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen.
De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 14
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Regelink Ecologie & Landschap heeft een potentie inschatting voor heel Nederland ontwikkeld waarbij gebruik is gemaakt van actuele verspreidingskaarten en typologieën van leefgebieden en groeiplaatsen. De actuele verspreidingsgebieden van beschermde flora en fauna zijn in kaart gebracht met verspreidingsgegevens uit verspreidingsatlassen. Met eventuele onvolledigheden van verspreidingskaarten en het dispersievermogen van soorten is rekening gehouden. Om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, is onderzoek noodzakelijk naar de aan- of afwezigheid van genoemde soorten. Daarnaast is de ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden onderzocht. Het bureauonderzoek heeft plaatsgevonden tussen 5 september en 3 oktober 2019. 3.2 Veldonderzoek Op maandag 23 september 2019 van 9h00 tot 11h00 heeft Frenk van de Wal het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken).
De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht. De bedrijfsgebouwen zijn gebouwd tussen 1979 en 1999 en hebben dienst gedaan in het huisvesten van varkens. Alle ruimtes waren visueel goed te onderzoeken. Ten tijde van de inspectie waren de weersomstandigheden bewolkt, windstil en droog met een temperatuur van 17 graden Celsius. Woonhuis met tuin Het woonhuis met vogelvriendelijke tuin blijft behouden zoals deze nu zijn. Verder zal het erf en de tuinen blijven met struiken, gazon en gras, hortensia, vlinderstruik, linde, beukenhagen, hazelaar, berk en noten- en eikenbomen. Er zijn nesten van de Huismus en sporen hiervan aangetroffen nabij de woning en in de hazelaar voor het woonhuis bevond zich een eksternest. Om de instandhouding te borgen is er door Crijns Rentmeesters een beplantingsplan opgesteld met daarin aangegeven de bestaande of toekomstige knip- en scheerhagen, struweelhagen en solitaire bomen of bomenrij. (zie bijlage 5). Bedrijfsgebouwen De varkensstallen zijn gebouwd tussen 1979 en 1999 en bestaan deels uit een asbesthoudend golfplaten dak en deels uit asbestvrije golfplaten. De muren zijn van rode baksteen met een spouwmuur en aan de binnenzijde kalkzandsteen. De voor- en achtergevels zijn van damwand profielen. De loodsen zijn volledig van damwand gebouwd en niet geïsoleerd.
In de open loods aan de achterzijde van het perceel is een nest van een duif aangetroffen. Met nadruk is er gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen. Soorten waarvan nesten jaarrond Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 15
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
beschermd zijn. Hierbij is vooral gekeken naar de aanwezigheid van nesten, meststrepen op muren, eventuele kieren onder dakplaten of zijwanden. De bedrijfsgebouwen hebben tot op de dag van vandaag dienst gedaan in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. De spouwmuren en dakranden zijn zodanig dicht dat het onmogelijk is dat in de stallen of onder de dakranden zich nesten bevinden van vogels. Ook zijn de gebouwen en omgeving uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen van en potentieel geschikte verblijfslocaties voor marterachtigen en vleermuizen door te zoeken naar mestsporen, invliegopeningen, afgebeten insectenvleugels en vetsporen of krabsporen. Hierop werden geen aanwijzingen gevonden. Er zijn geen open stootvoegen in de muren. Aan de zuidzijde van de te behouden loods en aan de zuidzijde van het bedrijfsverzamelgebouw hangen telkens twee vleermuiskasten. Eigenaar heeft deze eens opgehangen nadat hij de kasten als hobby gemaakt had. De kasten zijn grondig geïnspecteerd en er zijn geen aanwijzingen gevonden op het voorkomen van vleermuizen. Alle gebouwen waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Beplanting Op de planlocatie staan diverse bomen, struiken, beplanting en hagen.
Deze bestaan onder andere uit platanen, eiken, noten, linde, hazelaar, vlinderstruik, populieren, braam, beuken, eiken en wilg. Vooral de tuin bij het woonhuis is erg geschikt als biotoop voor vogels. Er zijn geen holtes of scheuren in bomen die een schuilplaats voor vogels of vleermuizen zouden kunnen bieden. De beplanting zal volledig blijven zoals deze nu is. Fauna Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: ekster, huismus, vink, koolmees, houtduif, roodborstje, merel, heggemus en een overvliegende zwaluw. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn, behoudens de huismus, niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.
3.3 Praktijktoetsing Op basis van de gegevens van de literatuurstudie en het veldonderzoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten van de voorgenomen ingrepen op potentieel aanwezige beschermde soorten. Dit in relatie tot de geplande ontwikkelingen. Er is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullend onderzoek nodig is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 16
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 geeft dit overzicht volgens FloraFaunaCheck. Bijlage 3 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 4 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Het plangebied is met name geïnspecteerd op potentiele groeiplaatsen voor beschermde soorten. De planlocatie bestaat deels uit tuin en grasland en dit laat zich kenmerken als voedselrijk agrarisch terrein. Binnen of direct naast het plangebied ligt een voedselrijk grasland, de bedrijfswoning, de bedrijfsgebouwen, erfverharding, en diverse hagen van beuk en populier. Omdat het grootste deel van de directe omgeving van het plangebied uit landbouwgrond of boomkwekerij bestaat dat intensief wordt gecultiveerd zijn de natuurwaarden niet van een extreem hoge kwaliteit. 5.1 Flora Omdat het om bebouwing gaat in het plangebied, ontbreekt het aan geschikte standplaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. In en tussen de verschillende muren zijn geen beschermde planten of varens waargenomen.
Het voorkomen van natuurlijk voorkomende beschermde plantensoorten wordt derhalve uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden wordt niet noodzakelijk geacht. 5.2 Zoogdieren Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkeling hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Omdat veel groen en rommelhoekjes in de tuin aanwezig zijn zouden er kleine marters kunnen voorkomen. Tijdens de werkzaamheden zijn er altijd rustige hoekjes met dekking Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 17
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
aanwezig waar de dieren heen kunnen vluchten. In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en veel groen bestaan. Er zijn daarom geen effecten op kleine marters. Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten. Voor vleermuizen geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening meer indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2017 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Spouwruimtes zijn goed afgesloten. Op de planlocatie zijn vier vleermuiskasten aanwezig. Deze zijn bevestigd aan de loods op de achterzijde van het terrein en op het bedrijfsverzamelgebouw. Deze loods en gebouw en dus ook de vleermuiskasten blijven behouden. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen. In de omgeving kunnen algemene soorten voorkomen.
Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting. Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties in de te slopen gebouwen geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn typische gebouwbewonende soorten. Beide soorten gebruiken ruimten onder daken, in de spouwmuur en achter gevelbekleding als kraam-, zomer-, paar-, en overwinteringslocatie (Limpens et al., 1997; Dietz et al., 2011). Het woonhuis en het bedrijfsverzamelgebouw zijn op de planlocatie hiervoor het meest geschikt. De varkensstallen zijn niet toegankelijk en de loodsen te open voor vleermuizen. 5.3 Vogels Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van Wet natuurbescherming. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De projectlocatie was visueel goed te onderzoeken. Er zijn geen nesten, prooiresten of uitwerpselen van uilen, roofvogels of gierzwaluwen aangetroffen. In en rond het woonhuis kunnen nestlocaties voor huismussen voorkomen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 18
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van Huismus bevat een combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkers aanwezig zijn. Beschutting is zeer belangrijk voor Huismus ter bescherming, maar ook om vanuit te foerageren. Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv. Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos). De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de stallen. Het woonhuis met tuin en hagen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. 5.4 Amfibieën, vissen en reptielen Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast.
In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemeen amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. 5.5 Overige soorten Uit de resultaten blijkt dat het voorkomen van beschermde soorten uit de soortgroepen vlinders, libellen en overige ongewervelden redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Op de planlocatie ontbreken de geschikte biotopen. Daarmee is ook een negatief effect op deze soorten redelijkerwijs uit te sluiten. De ingreep leidt derhalve niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. 5.6 Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied zijn geen beschermde natuurmonumenten aanwezig.
De Natura 2000 gebieden die het dichts bij het projectgebied liggen zijn “Kampina en Oisterwijkse vennen”, “Loonse en Drunense duinen” en “Leemkuilen”. Deze gebieden liggen op een afstand van minimaal 3 kilometer van het projectgebied. Door menselijke invloeden in het tussengebied is verstoring van deze gebieden is dan ook uitgesloten. Door het verdwijnen van de intensieve varkenshouderij zal de ingreep niet bijdragen aan stikstofdepositie of verdroging. Deze zal verbeteren. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 19
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
6. RESULTATEN EN ADVIES Resultaten en advies Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie. Het onderzoek vond plaats van 5 september tot en met 3 oktober 2019 en is uitgevoerd door ecoloog Frenk van de Wal. 6.1 Weersomstandigheden De weersomstandigheden waren bewolkt, windstil en droog bij het veldonderzoek op maandag 23 september van 9h00 tot 11h00. De gemiddelde temperatuur lag rond de 17 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder nazomerse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden teruggetrokken zijn. 6.2 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen, huismus en gierzwaluw zijn door het ontbreken van geschikt habitat en/of verblijfsindicatie, de aard en locatie van de ingreep of door een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. 6.3 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat het erf Kerkhovenbaan 6 een zekere landschappelijke waarde heeft die met duurzame zorg gewaarborgd kan worden. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren, waarvoor verbeteringen zullen ontstaan.
De intensieve veehouderij zal plaatsmaken voor woonlocatie, bedrijfsverzamelgebouw, paardenhouderij en weiland. De aangetroffen en potentieel voorkomende soorten zijn merendeels algemene cultuur volgende soorten, juridisch vallend onder het lichte beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. 6.4 Bevindingen o Stallen en erfverharding worden omgezet naar weide. o Woning met tuin en beplanting blijft behouden zoals deze nu is o Met het beplantingsplan met betrekking tot de landschappelijke inrichting zijn de natuurwaarden geborgd. o De biotoop voor de huismus blijft behouden. o Natuurgebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. o Foerageergebied voor vleermuis en andere soorten blijft behouden of wordt uitgebreid door het slopen van de stallen. o Doordat de toekomstige functie van het plangebied drastisch gaat veranderen zullen de kwalitatieve natuurwaarden en de biodiversiteit van het plangebied verbeteren. Het intensieve varkensbedrijf zal plaatsmaken voor weiland en wonen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 20
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
o
o
o
o
o o
o
o o
6.5 Advies Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna zo goed als zeker worden uitgesloten. Mede hierdoor en aan de hand van de geplande functieverandering van het plangebied; het slopen van overbodig geworden varkensstallen, wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfsplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum.
Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten. Omdat niet kan worden uitgesloten dat de locatie in gebruik is als foerageergebied voor vleermuizen wordt geadviseerd om de werkzaamheden overdag uit te voeren. Door het plaatsen van nestkasten of speciale dakpannen kan een positieve impuls gegeven worden aan de lokale populaties vogelsoorten. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken.(www.checklistgroenbouwen.nl). De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving.
Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten Bij onvoorziene omstandigheden dient daarnaast direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura-2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn niet denkbaar. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 21
Ecologische quickscan Kerkhovenbaan Heukelom
LIJST VAN BRONNEN
www.Quickscanhulp.nl www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl Limpens et al., 1997 Dietz et al., 2011 www.synbiosys.alterna.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.regelink.net www.vivarapro.nl www.sbo.nl www.ivn.nl www.habitus.nl www.natura2000.nl netwerk groene bureaus www.ravon.nl www.sovon.nl www.oisterwijk.nl www.vogelbescherming.nl checklist vleermuisprotocol
Als bijlage 1 is toegevoegd de lijst bekende soorten van QuickScanhulp.nl van NDFF, nationale databank flora en fauna o Als bijlage 2 is toegevoegd de resultaten uit de FloraFaunaCheck o Als bijlage 3 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming o Als bijlage 4 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming o
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 22