CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-54 Bestemmingsplan Raadhuisstraat ong.- bijlage 2.2f Archeologisch onderzoek

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-54 Bestemmingsplan Raadhuisstraat ong.13.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Complextypen • In het plangebied is een lage archeologische verwachting vastgesteld voor de periode van het Paleolithicum tot en met het Mesolithicum. Wanneer toch resten uit deze periode worden aangetroffen kunnen deze bestaan uit nederzettingsterreinen, grafvelden en overige sporen van landgebruik. Dergelijke resten kenmerken zich door bijvoorbeeld de aanwezigheid van aardewerk, houtskool, vuursteen en (verbrand) botmateriaal. Ter hoogte van het plangebied moet echter vooral rekening gehouden worden met het aantreffen van toevalsvondsten. •

Vanaf het Neolithicum kunnen naast nederzettingsterreinen, grafvelden en sporen van landgebruik op de dekzandrug ook haardkuilen, waterputten en huisplattegronden worden aangetroffen. Vindplaatsen kunnen de omvang hebben van enkele tot honderden vierkante meters voor een nederzettingsterrein met huisplaats. Op de flanken en in lager gelegen zones moet rekening gehouden worden met dumps (stortzones), rituele deposities, voorden en bruggen. Ook lijnelementen en vlaklokcaties zoals perceleringssystemen, beweidingsarealen knuppelpaden en wegen kunnen voorkomen. 30

•

Voor de periodes Bronstijd - Vroege Middeleeuwen kunnen erven, bestaande uit een boerderij, bijgebouwen en waterputten aangetroffen worden op de top van het dekzand. Deze terreinen kunnen zich kenmerken door een aaneengesloten archeologische laag, die op grond van kleur verschilt van de oorspronkelijk aanwezige lagen of een dichte vondstenstrooiing. De vorming hiervan hangt met name af van de langdurigheid van eventuele bewoning op die plek. Kortstondige bewoning, sporen van landgebruik of grafvelden zullen zich namelijk juist kenmerken door grondsporen en verkleuringen in de bodem en in veel mindere mate door de aanwezigheid van vondstmateriaal.

•

Voor de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd worden archeologische waarden verwacht die te maken hebben met bewoning. Het plangebied ligt namelijk voor een deel in de historische kern van Moergestel. Daarnaast kunnen sporen voorkomen van erfrichting en ontginningen.

Om bovenstaande archeologische verwachting te toetsen is een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O) uitgevoerd door middel van boringen. De onderzoeksmethoden die bij dit onderzoek zijn gehanteerd, alsmede de resultaten van dit veldonderzoek worden besproken in hoofdstuk 10. In hoofdstuk 11 wordt op basis daarvan antwoord gegeven op de in hoofdstuk 2 gestelde onderzoeksvragen. Het rapport wordt afgerond met een conclusie en een advies op basis waarvan de bevoegde overheid (de Gemeente Oisterwijk) kan beslissen of er archeologisch vervolgonderzoek gedaan moet worden.

31

10.

Resultaten veldonderzoek

Onderzoekstrategie

Verkennend booronderzoek

Aantal boringen

5

Type boor

Edelmanboor, gutsboor

Boordiameter

Edelmanboor 7 cm, gutsboor 3 cm

Maximale boordiepte

150 cm -Mv

Werkwijze Het doel van het veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd, conform het Plan van Aanpak (Van Bussel, 2019). De boringen zijn gebruikt om de mate van intactheid van de bodem te bepalen, inzicht te krijgen in de bodemopbouw en de exacte landschappelijke ligging van het plangebied. In totaal zijn in het plangebied vijf boringen gezet (boringen 1-5). De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De opgeboorde monsters zijn handmatig verbrokkeld, versneden en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals bot, aardewerk, baksteen, bewerkt vuursteen en houtskool). De boringen zijn gefotografeerd, waarna ze zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze foto’s en beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 11 en 12. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk verdeeld in het plangebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 9. De hoogteligging ten opzichte van NAP van de boorpunten is afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3; bijlage 6). Veldwaarnemingen Het plangebied is in gebruik als groenstrook tussen de het St. Antoniushuis en de pastorie.

De bouwvoor in het gebied oogt recent doorgewerkt. Er zijn geen verschillen in maaiveldhoogte waar te nemen op basis waarvan reeds uitspraken te doen zijn over de archeologische potentie van het plangebied. Een aantal foto’s van het plangebied is weergegeven in figuur 14.

Figuur 14: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op 30-10-2019 (J. Rap).

32

Lithologie en bodemopbouw De bodemopbouw in het plangebied is relatief eenduidig. •

Vanaf het maaiveld is er sprake van een pakket bruingrijs tot grijsbruin matig fijn zand. Aan de hand van materiële indicatoren kan dit pakket worden ingedeeld in twee lagen. In de bovenste laag, tot op een diepte van circa 40-50 cm -Mv (10,88-10,48 m +NAP) komen stukjes plastic voor. Dit duidt op bewerking van de bovengrond vanaf de tweede helft van de 20e eeuw. In een laag daaronder, tot op dieptes tussen 70-95 cm -Mv (10,18-10,05 m +NAP), komt geen plastic voor. Hierin zijn wel fragmenten houtskool en kachelslag aangetroffen. Deze indicatoren duiden erop dat deze laag een historische ophooglaag of akkerlaag vormt. Zowel de grens tussen de twee lagen als de ondergrens van het ophoogpakket is abrupt. Dit toont aan dat er in het plangebied ontginningen hebben plaatsgevonden door afgraving. In boring 3 is de onderzijde van het ophoogpakket niet aangetroffen. Dit komt doordat het pakket hier dieper reikte dan het grondwaterniveau. Het grondwater werd aangetroffen op een diepte van 150 cm -Mv (9,78 m +NAP). In deze boring is tussen de twee ophooglagen een laagje matig grindig grijs kalkloos grijs zand aangetroffen. Dit laagje heeft een dikte van circa 25 cm, en betreft waarschijnlijk modern ophoogzand.

•

Onder het ophoogpakket zijn in boring 2 op een diepte tussen 80 en 120 cm -Mv (10,18-9,98 m +NAP) twee pakketten aangetroffen die mogelijk te relateren zijn aan een beekbedding. Het bovenste pakket betreft een pakket zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijsbuin, matig grof, kalkloos zand (AC-horizont). Dit pakket komt voor op een diepte tussen 80 en 100 cm -Mv en loopt door in een pakket uiterst grof, matig grindig, kalkloos, zwak siltig grijs zand (C-horizont). Dit onderste pakket komt voor op een diepte van circa tussen 100 en 120 cm -Mv.

•

In boringen 1, 4 en 5 zijn geen natuurlijke pakketten aangetroffen die duiden op een beekbedding. Hier ligt een natuurlijk pakket dat is geïnterpreteerd als C-horizont (inspoelingshorizont). Dit pakket bestaat uit zwak siltig, matig fijn, kalkloos, schoon grijs zand, en komt voor op dieptes tussen 70 en 120 cm -Mv (9,96-9,75 m +NAP). In boring 5 zijn binnen dit pakket twee lagen te onderscheiden. De bovenste laag bestaat hier uit zwak siltig, matig fijn, kalkloos grijs zand met veel roestvlekken. De onderste laag bestaat uit zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos zand zonder duidelijke roestvlekken. De bovenkant van het natuurlijke pakket lijkt in boring 5 te zijn afgetopt: de grens van dit pakket met de historische ophooglaag is vrij abrupt.

Archeologische indicatoren Tijdens het doorzoeken van de grondmonsters zijn geen dateerbare archeologische indicatoren aangetroffen, anders dan de reeds besproken puinbrokjes, fragmenten houtskool en kachelslak. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het opsporen van archeologische indicatoren niet het hoofddoel is geweest van dit onderzoek. Archeologische interpretatie Uit het veldonderzoek is gebleken dat er zich in het plangebied een ophooglaag met twee fasen bevindt. De bovenste laag bestaat op basis van het voorkomen van fragmenten plastic uit een moderne ophooglaag. Deze ophooglaag hangt waarschijnlijk samen met de demping van een poeltje in het centrale deel van het plangebied. De onderste laag stamt uit een vroegere periode. Hierin komen verschillende soorten baksteen en kachelslag voor die kunnen duiden op een datering in de Late Middeleeuwen of vroege Nieuwe tijd. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied in ieder geval rond 1850 bewoning kende. Mogelijk heeft hier ook in vroegere perioden bewoning gestaan. In en onder deze laag zijn mogelijk archeologische resten aan te treffen die samenhangen met de historische ontwikkeling van Moergestel vanaf de Late Middeleeuwen en gedurende de vroege Nieuwe tijd.

Dergelijke resten zullen gezien de archeologische verwachting met name bestaan uit grondsporen samenhangend met erven, nederzettingsterreinen en sporen te relateren aan 33

landgebruik en erfinrichting. Vondstmateriaal aan te treffen uit deze periode zal onder andere bestaan uit aardewerk, bouwkeramiek en (verbrand) botmateriaal. Als onderdeel van deze verwachting zijn ook funderingen bestaand uit baksteen aan te treffen. De aftopping van de natuurlijke C-horizont in boring 5 duidt er op dat in ieder geval hier mogelijk in een vroegere periode afgraving heeft plaatsgevonden. Mogelijk vond deze afgraving plaats ten behoeve van bebouwing. De grindige zandafzettingen die in boring 2 zijn aangetroffen duiden er op dat in het oostelijk deel van het plangebied een poeltje aanwezig was. De afzettingen zijn mogelijk te relateren aan een historisch bekend poeltje in het plangebied. Op historisch kaartmateriaal is namelijk vanaf 1984 een poel gekarteerd binnen het plangebied. Deze poel was aanwezig in het centraal-oostelijk deel van het plangebied, waar ook boring 3 is gezet. In 2011 lijkt het poeltje gedempt te zijn voor ophoging van het terrein. Er wordt verwacht dat ter hoogte van het poeltje uit het einde van de 20e eeuw de natuurlijke ondergrond verstoord zal zijn. Op basis van historisch kaartmateriaal zijn in ieder geval de contouren van het moderne poeltje min of meer vast te stellen. Op de verwachtingskaart die naar aanleiding van dit booronderzoek is vastgesteld (bijlage 10) kan is in dit deel van het plangebied een ‘verstoring’ aangegeven.

Ter plaatse van die verstoring geldt een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten onder circa 80 cm -Mv. Op deze diepte komt in andere boringen de natuurlijke dekzandlaag voor die resten kan bevatten uit de perioden van het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen.

34

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

• Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied bevindt zich op de overgang van een dekzandrug naar het voormalige beekdal van de Reusel. • Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In het bureauonderzoek is vastgesteld dat het archeologisch relevante niveau kan bestaan uit de top van het dekzandpakket en de hierop aanwezige oudere ophooglaag samenhangend met de ontwikkeling van Moergestel vanaf de Late Middeleeuwen. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat het dekzand kan worden aangetroffen vanaf een diepte van 70-95 cm -Mv (10,0510,18 m +NAP). In de dekzandlaag bevindt zich ter hoogte van boring 2 een verstoring in de vorm van een historisch bekend poeltje. Ter hoogte van dit poeltje is de ondergrond waarschijnlijk aanzienlijk verstoord. Er is hier een ophooglaag uit twee fasen en aangetroffen. Één van de ophooglagen stamt uit een recente periode en bevindt zich op een diepte van circa 40-50 cm -Mv (10,88-10,48 m +NAP). De onderste ophooglaag betreft een laag die samenhangt met beakkering of bebouwing uit een vroege periode. Vermoedelijk stamt deze ophooglaag uit de Late Middeleeuwen en/of vroege Nieuwe tijd. Dit is de periode waarin de historische kern van Moergestel zich heeft ontwikkeld. Deze laag komt voor op een diepte van 70-95 cm -Mv (10,1810,05 m +NAP).

• In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De top van het dekzandpakket is niet meer intact, dit is waarschijnlijk door historisch landgebruik opgenomen in een oude ophooglaag. Dit sluit echter niet uit dat in het dekzand diepreikende sporen kunnen worden aangetroffen. Tot een diepte van 40-50 cm -Mv (10,48-10,88 m +NAP) zijn aanwijzingen voor moderne verstoring aangetroffen (plastic), maar op grotere diepte is nog sprake van een intact humeus pakket. • Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Uit het vooronderzoek is gebleken dat in het plangebied sprake is van een moderne ophooglaag en een oudere ophooglaag direct op de natuurlijke afzettingen in het gebied. De moderne ophooglaag is ontstaan door grondgebruik vanaf de tweede helft van de 20e eeuw, waarbij de top van een historische ophooglaag verstoord of afgedekt is geraakt. Het is op voorhand niet uit te sluiten dat deze bovenlaag een recenter opgebracht pakket is om wateroverlast vanuit de Reusel te beperken. Vanaf een diepte van 40-50 cm -Mv (10,48-10,88 m +NAP) is een oude ophooglaag aangetroffen.

Mogelijk zijn in en onder deze laag archeologische resten samenhangend met de historische ontwikkeling van Moergestel vanaf de Late Middeleeuwen en gedurende de Nieuwe tijd aan te treffen. Dergelijke resten zullen gezien de archeologische verwachting met name bestaan uit grondsporen samenhangend met erven, nederzettingsterreinen en sporen te relateren aan landgebruik en erfinrichting. Vondstmateriaal aan te treffen uit deze periode zal onder andere bestaan uit aardewerk, bouwkeramiek en (verbrand) botmateriaal. Als onderdeel van deze verwachting zijn ook funderingen bestaand uit baksteen aan te treffen. De verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen en vroege Nieuwe tijd is in het gehele plangebied hoog. Aan de hand van dit onderzoek zijn oudere resten in de top van het dekzandpakket, daterend uit de periodes Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen, echter evenmin uit te sluiten. 35

Archeologische resten uit deze perioden zullen echter veelal bestaan uit grondsporen en losse vondsten, en zijn niet middels booronderzoek aan te tonen. Ter hoogte van het historisch bekende poeltje in het centrale deel van het plangebied zullen resten uit deze vroegere perioden naar verwachting verloren gegaan zijn. De hoge verwachting in het plangebied is weergegeven op een verwachtingskaart die voor het plangebied is opgesteld. Deze kaart is weergegeven in bijlage 10. Op de kaart is de zone waarin zich het poeltje bevonden heeft – op basis van historisch kaartmateriaal – weergegeven als ‘verstoring’. Ter hoogte van de verstoring zijn waarschijnlijk geen resten meer aan te treffen uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen. In het gehele plangebied is de verwachting op het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd hoog. Met uitsluiting van het poeltje kunnen in de rest van het plangebied ook resten uit vroegere perioden niet worden uitgesloten.

36

12.

Conclusie en advies

Conclusie Op basis van het gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek is een hoge verwachting vastgesteld op het aantreffen van archeologische resten in het plangebied. De verwachting is weergegeven in de kaart in bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat het plangebied deel uit maakt van de historische kern van Moergestel. Het dorp is ontstaan vanaf de Late Middeleeuwen, en dit heeft sporen in het plangebied nagelaten in de vorm van een oude ophooglaag. Deze ophooglaag is aangetroffen onder een recenter pakket, op een diepte tussen 40 en 95 cm -Mv (10,88-10,05 m +NAP). In en onder deze historische ophooglaag kunnen archeologische resten aangetroffen worden uit de Late Middeleeuwen en vroege Nieuwe tijd. Deze resten zullen bestaan uit sporen van bewoning, funderingen en sporen van landgebruik zoals waterputten en terreinrichting. Op basis van het gecombineerd archeologisch bureau- en booronderzoek is een hoge verwachting vastgesteld op het aantreffen van archeologische resten in het plangebied. In een deel waar in het plangebied een oud poeltje gelegen heeft is een lage verwachting op archeologische resten. Dit poeltje is zowel te zien op historisch kaartmateriaal als aantoonbaar in boring 2. Naar aanleiding van het booronderzoek is voor het plangebied een verwachtingskaart opgesteld. De kaart is weergegeven in bijlage 10.

Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied deel uit maakt van de historische kern van Moergestel. Het dorp is ontstaan vanaf de Late Middeleeuwen, en dit heeft sporen in het plangebied nagelaten in de vorm van een oude ophooglaag. Deze ophooglaag is aangetroffen onder een recenter pakket, op een diepte tussen 40 en 95 cm -Mv (10,88-10,05 m +NAP). In en onder deze historische ophooglaag kunnen archeologische resten aangetroffen worden uit de Late Middeleeuwen en vroege Nieuwe tijd. Deze resten zullen bestaan uit sporen van bewoning, funderingen en sporen van landgebruik zoals waterputten en terreinrichting. In het dekzandpakket kunnen met name oudere resten uit de perioden van het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen worden aangetroffen. Deze kunnen vermengd zijn met recentere resten, wanneer verploeging en afgraving tot grote diepte heeft plaatsgevonden. Op de plaatsen waar het dekzandniveau is afgetopt worden enkel nog diepere sporen uit vroege perioden verwacht. Op andere plekken kunnen resten uit de periode van het Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen wel nog geheel intact zijn. Naar verwachting zullen uit deze periode met name bestaan uit sporen die samenhangen met erven, nederzettingsterreinen en terreinrichting.

Uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum kunnen ook sporen worden aangetroffen die zijn te koppelen aan (tijdelijke) jachtkampementen. Advies In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Daarom adviseren wij om de bestaande dubbelbestemming op het gebied van archeologie te handhaven in het plangebied. Ten aanzien van de voorgenomen ingrepen, de realisatie van een zorgcomplex met aanverwante voorzieningen, adviseren wij daarom om een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Gezien de aard van de te verwachten resten, hoofdzakelijk bestaand uit grondsporen, kan een dergelijk vervolgonderzoek het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Bij een dergelijk onderzoek dient er rekening mee gehouden te worden dat in een deel van het plangebied de ondergrond verstoord is geraakt door een voormalige poel. De kaders en wetgeving waarbinnen een proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd dienen vooraf te worden vastgelegd in Programma van Eisen (PvE). Dit document dient voor aanvang van het veldonderzoek te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid, de gemeente Oisterwijk. 37

Het bovenstaande vormt een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oisterwijk, om op basis van de resultaten van dit onderzoek een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten in het plangebied.

38

13.

Geraadpleegde bronnen

Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • Kadastrale Minuutplan (MIN10106A02) en bijbehorende Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT10106A015-16). • Geologische Overzichtskaart van Nederland (2010), TNO. • Beleidsplan archeologie, Gemeente Oisterwijk, 2009. • Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Oisterwijk. • Archeologische waardenkaart van de gemeente Oisterwijk. • Bestemmingsplan ‘Kom Moergestel’ van de gemeente Oisterwijk (2018). • www.ahn.nl • www.bhic.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.planviewer.nl • www.topotijdreis.nl • www.bodemloket.nl • www.dinoloket.nl • www.ikme.nl • www.dans.easy.knaw.nl • www.pdok.nl • www.bagviewer.kadaster.nl • www.ikaw.nl • www.opentopo.nl • www.arcgis.com • www.verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl • www.tracesofwar. • www.rijksmonumenten.nl Literatuur Arkema, M., 2016. Antea Group Archeologie. 2016/3. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Prinses Margrietstraat Moergestel (gemeente Oisterwijk). Antea Group Archeologie (2016/3, projectnummer 404238, definitief revisie 00, 5 april 2016).). Bakker, H., de, en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland.

De hogere niveaus, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland, Assen. Berkel, G. van en K. Samplonius,, 2006. Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. Leiden: Het Spectrum (3e druk). Berkmortel, B.J.H.M. van den, 2011. Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Brede School te Moergestel. Doetinchem, Synthegra b.v. (rapport S110048).

39

Bont, C. de 1993. Al het merkwaardige in bonte afwisselingen. Een cultuurhistorische studie van ZuidOost Brabant. Bussel, A.L.T.E. van, 2019, Plan van Aanpak Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Moergestel, Raadhuisstraat (ong.), Nieuwegein, intern Transect-document. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Diepen, L. van en D. Hagens, 2018. Rapport. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen. Postelstraat te Moergestel. Roermond, Aeres Milieu (projectnummer AM16456).). Diepen, L. van en M.A.K. Vroomans, 2018. Rapport. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen. Schoolstraat 29 en 29a te Moergestel. Roermond, Aeres Milieu (projectnummer AM17550).). Doesburg, D.J.J. en B. Groenewoudt, 2007. ‘Een inleiding op essen, plaggendekken en enkeerdgronden in het historische cultuurlandschap’, in J. van Doesburg et al. (eds.): Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland, Nederlandse Archeologische Rapporten 34(1), 9-20. Feest, N.J.W. van der en D. Hagens, 2014. Rapport. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen. Oostelvoortjes te Moergestel. Roermond, Aeres Milieu B.V. (projectnummer AM14140).). Feest, N.J.W. van der en D. Hagens, 2018. Rapport.

Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen. Schoolstraat 27 te Moergestel. Roermond, Aeres Milieu (projectnummer AM17464).). Lepage, H.A.S. en J. Rap, 2019. Moergestel, Postelstraat 15. Gemeente Oisterwijk (NB). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Nieuwegein, Transect-rapport 2236.). Leuvering, J.H.F., 2017. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek. Avang-terrein fase 2 en 3 te Moergestel. Gemeente Oisterwijk. Synthegra-rapport S160093.). Liefferinge, N. van en J.A. Mol, 2007. Inventariserend veldonderzoek, deel karterend. Kerkstraat te Moergestel. Weert, Synthegra Archeologie Rapport.). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhof, en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Nales, T., 2015. Moergestel, Rootven 38. Gemeente Oisterwijk (Noord-Brabant). Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende fase). Utrecht, Transectrapport 807. Schokker, J., 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment. Roer Valley Graben, south-eastern Netherlands. Utrecht: Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap,

40

Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Universiteit Utrecht (Nederlandse Geografische Studies; Supplement 314). Vroomans, M.A.K., 2018. Rapport. Archeologisch veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase). Kerkstraat te Moergestel. Roermond, Aeres Milieu (projectnummer AM18394).). Warning, S., 2012. Plangebied Sint Jansplein in Moergestel, gemeente Oisterwijk; archeologisch vooronderzoek: een verkennend veldonderzoek. Weesp, RAAP-notitie 4244.). Figurenlijst Figuur 1. Topografische kaart met daarop de ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bestaande panden zijn blauw-gekleurd (bron: www.opentopo.nl). ...................................................................... 10 Figuur 2. Uitsnede uit het Kadastrale Minuutplan van 1811-1832. Het plangebied is hierop rood omlijnd (bron: www.beeldbank.cultureelerf goed.nl; MIN10106A02). ................................................ 22 Figuur 3. Uitsnede uit een topografische kaart die dateert uit 1850. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl)................................................................................................................ 23 Figuur 4. Uitsnede uit een topografische kaart uit het jaar 1900. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl)................................................................................................................

23 Figuur 5. Uitsnede uit een topografische kaart van 1953. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 24 Figuur 6. Uitsnede uit een topografische kaart van 1963. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 24 Figuur 7. Uitsnede uit een topografische kaart uit het jaar 1973. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl)................................................................................................................ 25 Figuur 8. Uitsnede uit een topografische kaart van 1984. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 25 Figuur 9. Uitsnede uit een topografische kaart van 1994. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 26 Figuur 10. Uitsnede uit een topografische kaart uit 1999. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl).

......................................................................................................................... 26 Figuur 11. Uitsnede uit een topografische kaart uit 2011. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 27 Figuur 12. Uitsnede uit een topografische kaart van 2014. Het plangebied is hier rood omlijnd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................................................................................... 27 Figuur 13. Luchtfoto uit 2016 met daarop het plangebied (rood omlijnd) weergegeven. De situatie is sinds 2016 maar weinig veranderd (bron: www.topotijdreis.nl). ......................................................... 28 Figuur 14: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op 30-10-2019 (J. Rap). ............ 32

41

Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode

Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Nieuwe Tijd C Nieuwe Tijd B Nieuwe Tijd A

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

42

Bouwplannen

43

44

45

46

47

48

49

Archeologische beleidskaart, gemeente Oisterwijk

50

51

Archeologische verwachtingenkaart, gemeente Oisterwijk

52

53

54

Geomorfologie

55

Maaiveldhoogte

56

Bodemkaart

57

Archeologische waarden en onderzoeken

58

Boorpuntenkaart

59

Verwachtingskaart voor het plangebied

60

Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boringen. De boorkernen van de Edelman liggen met de punt (het diepste deel) naar boven per blok van 50 cm, waarbij het meest ondiepe deel aan de linkerzijde op de foto ligt. De gutsboor ligt met het diepste deel naar de rechterzijde.

Boring 1: 0,0-1,0 m -Mv (10,96-9,96 m +NAP).

Boring 2: 0,0-1,2 m -Mv (10,98-9,78 m +NAP).

Boring 3: 0,0-1,5 m -Mv (11,28-9,78 m +NAP).

61

Boring 4: 0,0-1,2 m -Mv (11,00-9,80 m +NAP).

Boring 5: 0,0-1,2 m -Mv (10,95-9,75 m +NAP).

62

Boorbeschrijvingen

63

boring: 19863-1 beschrijver: JR, datum: 30-10-2019, X: 141.051, Y: 395.186, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51A, hoogte: 10,96, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Oisterwijk, plaatsnaam: Moergestel, opdrachtgever: Tritium Advies, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 10,96 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: moderne bouwvoor, met plastic

45 cm -Mv / 10,51 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: oranje puin, houtskool, historische bouwvoor/akkerlaag

70 cm -Mv / 10,26 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont Opmerking: dekzand, schoon

Einde boring op 100 cm -Mv / 9,96 m +NAP

boring: 19863-2 beschrijver: JR, datum: 30-10-2019, X: 141.049, Y: 395.162, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51A, hoogte: 10,98, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Oisterwijk, plaatsnaam: Moergestel, opdrachtgever: Tritium Advies, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 10,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: moderne bouwvoor, met plastic

50 cm -Mv / 10,48 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: plantenresten, leembrokjes, fijn historisch/oranjegeel puin

80 cm -Mv / 10,18 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijsbruin, matig grof, kalkloos Bodemkundig: AC-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: vies grof zand, doorlopend tot uiterst grof, beekbedding?

100 cm -Mv / 9,98 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, grijs, uiterst grof, kalkloos Bodemkundig: C-horizont Opmerking: zeer grof tot uiterst grof, beekbedding?

Einde boring op 120 cm -Mv / 9,78 m +NAP

boring: 19863-3 beschrijver: JR, datum: 30-10-2019, X: 141.050, Y: 395.138, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51A, hoogte: 11,28, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Oisterwijk, plaatsnaam: Moergestel, opdrachtgever: Tritium Advies, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 11,28 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: moderne bouwvoor, met plastic

15 cm -Mv / 11,13 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig grindig, grijs, matig grof, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: modern ophoogzand

40 cm -Mv / 10,88 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: plantenresten, leembrokjes, fijn historisch/oranjegeel puin, vast op puin

Einde boring op 150 cm -Mv / 9,78 m +NAP

1

boring: 19863-4 beschrijver: JR, datum: 30-10-2019, X: 141.029, Y: 395.147, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51A, hoogte: 11,00, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Oisterwijk, plaatsnaam: Moergestel, opdrachtgever: Tritium Advies, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 11,00 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: oranje puin, houtskool, bouwvoor/akkerlaag

65 cm -Mv / 10,35 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: oranjerood puin, houtskool, oude doorwerklaag

95 cm -Mv / 10,05 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont Opmerking: dekzand, schoon

Einde boring op 120 cm -Mv / 9,80 m +NAP

boring: 19863-5 beschrijver: JR, datum: 30-10-2019, X: 141.021, Y: 395.125, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51A, hoogte: 10,95, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Oisterwijk, plaatsnaam: Moergestel, opdrachtgever: Tritium Advies, uitvoerder: Transect BV

0 cm -Mv / 10,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: A-horizont Opmerking: oranje puin, houtskool, bouwvoor/akkerlaag

80 cm -Mv / 10,15 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont met roestvlekken, veel Fe-vlekken Opmerking: dekzand, schoon

95 cm -Mv / 10,00 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos Bodemkundig: C-horizont Opmerking: dekzand, schoon

Einde boring op 120 cm -Mv / 9,75 m +NAP

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540071/1