21-54 Bestemmingsplan Raadhuisstraat ong.- bijlage 2.2d Aanmeldnotie mer beoordeling
Tekst van het document
ARKEL » Vlietskade 1509 4241 WH Arkel
Gemeente Oisterwijk
NEER »
T.a.v. College van burgemeester en wethouders
Steeg 27 6086 EJ Neer
Postbus 10101 5060 GA Oisterwijk
NUENEN » Collse Heide 48 5674 VN Nuenen
Per e-mail
:
wittenberg@ppo.nl
Vestiging, datum
:
Nuenen, 6 augustus 2021
Ons kenmerk
:
1908/164/JOW-09.D
PRINSENBEEK » Groenstraat 27 4841 BA Prinsenbeek
Uw kenmerk
:
-
Behandeld door
:
Roman Schumacher
Telefoonnummer
:
06 53 24 57 08
Veldweg 11
Gecontroleerd door
:
Joost Welmers
5447 BH Rijkevoort
Betreft
:
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Raadhuisstraat ongenummerd te
T. 088 44 02 900
Moergestel, gemeente Oisterwijk
E. info@tritium.nl
RIJKEVOORT »
I. www.tritium.nl
1.
Inleiding
De initiatiefnemer is voornemens om aan de Raadhuisstraat te Moergestel, gemeente Oisterwijk, op het onbebouwde perceel in totaal 15 appartementen te realiseren met bijhorende parkeer- en groenvoorzieningen. In het kader van ontwikkeling van deze locatie en de bijhorende juridischplanologische procedure (nieuw bestemmingsplan) dient een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. In het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Moergestel’ (vastgesteld op 10 april 2018) heeft de locatie de bestemming ‘Gemengd - voorzieningen’. Het realiseren van woningen is hierbinnen niet mogelijk. De beoogde realisatie van 15 woningen past derhalve niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Voor deze woonontwikkeling wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ voor het perceel. De locatie betreft het kadastrale perceel gemeente Moergestel, sectie B, nummer 3695 en heeft een oppervlakte van circa 2264 m². Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) in werking getreden. Het Besluit m.e.r. zorgt ervoor dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen middels een m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiervoor dient een aanmeldnotitie te worden aangeleverd wat de basis vormt voor een m.e.r.-beoordelingsbesluit.
De gemeente beoordeelt of volstaan kan worden met een (informele) m.e.r.-beoordeling of dat een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld.
2.
Kader - Besluit m.e.r.
Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit m.e.r. is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor het doorlopen van de m.e.r.-procedure verplicht is (opstellen MER). In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten,
1908/164/JOW-09.C pagina 1 van 11
plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting tot een informele m.e.r.-beoordeling. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.-beoordeling. Activiteit en drempelwaarden De onderhavige voorgenomen activiteit valt onder categorie 11.2 (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) van de bijlage D van het Besluit m.e.r. De omschrijving en drempelwaarden zijn opgenomen in navolgende tabel:
D11.2
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding van
In gevallen waarin de activiteit
De vaststelling van het plan,
een stedelijk ontwikkelingsproject met
betrekking heeft op:
bedoeld in artikel 3.6, eerste lid,
inbegrip van de bouw van winkelcentra
1°. een oppervlakte van 100 hectare
onderdelen a en b, van de Wet
of parkeerterreinen.
of meer,
ruimtelijke ordening dan wel bij
2°. een aaneengesloten gebied en
het ontbreken daarvan van het
2000 of meer woningen omvat, of
plan, bedoeld in artikel 3.1,
3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van
eerste lid, van die wet.
200.000 m² of meer.
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 15 appartementen met bijhorende parkeer- en groenfaciliteiten. De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder de drempelwaarde van een aaneengesloten gebied van 2000 of meer woningen. De oppervlakte is met maximaal 2264 m² tevens ruim minder dan het oppervlakte criterium van 100 hectare. Dit betekent dat de drempelwaarde uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. wordt niet overschreden. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. Ook voor een vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig plan is een apart m.e.r.-beoordelingsbesluit door bevoegd gezag noodzakelijk is. Hiervoor kan een zogenaamde aanmeldingsnotitie opgesteld worden. Het uitgangspunt (”geest van de wet”) van een m.e.r.-beoordeling is dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij er sprake is van wezenlijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
1908/164/JOW-09.C pagina 2 van 11
3.
Overwegingen ten aanzien van de activiteit
Ter beoordeling van de vraag of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben die aanleiding geven tot een plicht om een MER te maken, zal een analyse plaatsvinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn 2011/92/EU: -
de plaats van de voorgenomen activiteit;
-
de kenmerken van de voorgenomen activiteiten;
-
de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Deze omstandigheden worden hierna ten aanzien van de voorgenomen activiteit nader beschouwd. 3.1 De plaats en omgeving van de voorgenomen activiteit Als de voorgenomen activiteit zich voordoet in of nabij een gebied dat gevoelig is voor milieueffecten, dienen in het bijzonder in overweging te worden genomen:
-
het bestaande grondgebruik (industrieterrein, landelijk gebied etc.); aanwezigheid van gevoelige gebieden zoals aangeduid in natuurbeleidsplannen of van (inter)nationaal beschermde gebieden (zoals Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Nationaal Natuurnetwerk, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang en dergelijke).
3.1.1
Plaats van de voorgenomen activiteit
De locatie is gelegen aan de Raadhuisstraat te Moergestel en ligt in het noordoostelijke deel van het dorp. Moergestel kan omschreven worden als een ‘complete kern’, waarmee wordt bedoeld dat er binnen het dorp verschillende soorten gebieden voorkomen, zoals woongebieden, een centrum, bedrijventerreinen, et cetera. De Raadhuisstraat is zeer homogeen qua bebouwingswijze (villa’s) en is erg groen ingevuld. Naast de villa’s zijn enkele maatschappelijke functies gelegen zoals het Medisch Centrum Moergestel. Landschappelijk gezien ligt het gebied in het stedelijk gebied.
Figuur 1: Ligging plangebied in ruime context
1908/164/JOW-09.C pagina 3 van 11
Figuur 2: Ligging plangebied meer in detail
Het plangebied is onbebouwd. Het voornemen betreft de realisatie van in totaal 15 appartementen inclusief parkeer- en groenvoorzieningen. Het plangebied ligt gemiddeld op een maaiveldhoogte van circa 11,00 m+NAP. 3.1.2
Beschermde gebieden
Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Het plangebied is op circa 60 meter van een NNB-gebied gelegen. Tussen het NNB-gebied en het plangebied is echter een zorgcentrum gelegen. Gezien de aard van de ingreep (herontwikkeling binnen de bebouwde kom) is een negatief effect niet te verwachten. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is op circa 1 kilometer van het plangebied gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn meerdere wegen, woningen en akkers gelegen. Gezien de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied kan een significant negatief effect met betrekking tot stikstofdepositie echter niet uitgesloten worden. Om uit te kunnen sluiten dat het planvoornemen een negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied, is een AERIUS berekening noodzakelijk. Uit de hiervoor opgestelde stikstofdepositie berekening (1908164JOW-08.4) d.d. 28 juni 2021 blijkt dat er ten gevolge van de beoogde planontwikkeling geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt.
Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermingsgebied, een beschermingszone innamepunt drinkwater of een ecologische verbindingszone gelegen. Tegen het plangebied aan gelegen ligt een groot gebied met de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen’ (vanwege de ligging van de Reusel). Het plangebied valt hierbuiten. Daarnaast ligt nabij het plangebied een Natte natuurparel ‘Moergestels Broek / De Gement’ op 110 meter van het plangebied af in zuidoostelijke richting. De ontwikkeling zal vanwege haar activiteit (wonen) geen significante invloed hebben op de waterkwantiteit en –kwaliteit binnen deze Natte natuurparel.
1908/164/JOW-09.C pagina 4 van 11
3.1.3
Archeologische gebieden
Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) zijn binnen het plangebied geen archeologische monumenten gevonden. Vanwege de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied heeft de locatie binnen de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) geen aanduiding met betrekking tot archeologische resten in de bodem. Binnen het vigerend bestemmingsplan is het plangebied bestemd als ‘Waarde – archeologie 1’. Hiervoor geldt bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 centimeter én een groter verstoringsoppervlakte dan 50 m² een onderzoeksplicht. Door Transect is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het gecombineerde vooronderzoek blijkt dat het plangebied een hoge verwachting heeft op het aantreffen van intacte archeologische waarden. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied deel uit maakt van de historische kern van Moergestel. Het dorp is ontstaan vanaf de Late Middeleeuwen, en dit heeft sporen in het plangebied nagelaten in de vorm van een oude ophooglaag. Deze ophooglaag is aangetroffen onder een recenter pakket, op een diepte tussen 0,4 en 0,95 m-mv (10,88 - 10,05 m+NAP). In en onder deze historische ophooglaag kunnen archeologische resten aangetroffen worden uit de Late Middeleeuwen en vroege Nieuwe tijd. Deze resten zullen bestaan uit sporen van bewoning, funderingen en sporen van landgebruik zoals waterputten en terreinrichting.
In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Er wordt geadviseerd om de bestaande dubbelbestemming op het gebied van archeologie te handhaven en aanvullend onderzoek te verrichten in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Bij een dergelijk onderzoek dient er rekening mee gehouden te worden dat in een deel van het plangebied de ondergrond verstoord is geraakt door een voormalige poel. De kaders en wetgeving waarbinnen een proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd dienen vooraf te worden vastgelegd in Programma van Eisen (PvE). Dit document dient voor aanvang van het veldonderzoek te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid, de gemeente Oisterwijk. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oisterwijk, om op basis van de resultaten van dit onderzoek een besluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten in het plangebied. 3.1.4
Cultuurhistorisch waardevolle gebieden
Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen in het van provinciaal cultuurhistorisch belang landschap ‘Meijerij’. De regio bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Twee aspecten vormen kenmerken van de Meijerij: landgoederen en buitenplaatsen, en de populierenteelt. Het planvoornemen raakt geen belangen die samenhangen met deze kenmerken. De woonontwikkeling vindt plaats binnen stedelijk gebied. Binnen Moergestel zijn De Rootven, Kerkstraat en Schoolstraat zijn aangeduid als straten met een redelijk hoge waarde op het gebied van stedenbouw in Moergestel. De ontwikkeling vindt plaats aan de Raadhuisstraat, een straat zonder bijzondere cultuurhistorische waarden.
1908/164/JOW-09.C pagina 5 van 11
Ten zuiden van het plangebied is een Rijksmonument gelegen (de pastorie). De beoogde woonontwikkeling heeft geen negatieve invloed op dit Rijksmonument of op de bestaande stedenbouwkundige waarden in de omgeving.
3.2
De kenmerken van de voorgenomen activiteit
Het plangebied is momenteel onbebouwd. Het voornemen betreft de realisatie van in totaal 15 nieuwe appartementen. Het plan voor het terrein staat op zichzelf, er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Voor het recente gerealiseerde nieuwe zorgcentrum, ten zuiden van onderhavige locatie, is een eigen procedure doorlopen en heeft een eigen afweging plaatsgevonden. Het plan veroorzaakt geen afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico voor ongevallen in het kader van het besluit m.e.r. Parkeren Het benodigd aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt bepaald aan de hand van de Nota Parkeernormen van de gemeente Oisterwijk (vastgesteld op 15 augustus 2016). Tabel 2.1 weergeeft de berekening betreffende het benodigd aantal parkeerplaatsen. Het gebied is gelegen in weinig stedelijk gebied in rest bebouwde kom (Moergestel). Voor het planvoornemen gelden de volgende parkeerkencijfers: Tabel 2.1: Benodigde parkeerplaatsen beoogde ontwikkeling Type gebouw
Norm
Aantal
1,9
6
11,4 parkeerplaatsen
2,1
9
18,9 parkeerplaatsen
Appartementen (koop, appartement,
Benodigde parkeerplaatsen
midden) Appartementen (koop, appartement, duur)
Parkeerplaatsen totaal benodigd
30,3 parkeerplaatsen
* Inclusief 0,3 parkeerplaats per persoon voor bezoekers
Er is een ontwerp gemaakt waarbij 14 parkeerplaatsen aan de achterkant en 17 parkeerplaatsen aan de voorkant zijn opgenomen. In totaal worden daarmee 31 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. Er zijn voor deze ontwikkeling 30,3, afgerond 31, parkeerplaatsen benodigd. Het planvoornemen voorziet daarmee volledig in de parkeerbehoefte op eigen terrein.
1908/164/JOW-09.C pagina 6 van 11
3.3
De kenmerken van de belangrijkste nadelige gevolgen voor het milieu
Hierna wordt kort ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die relevant kunnen zijn als gevolg van voorgenomen planontwikkeling. Voor deze beoordeling zijn onder meer de gebieds- en milieuonderzoeken gebruikt die zijn uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan ‘Raadhuisstraat ongenummerd te Moergestel’. 3.3.1
Bodem
Tritium Advies heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (Tritium Advies B.V., verkennend bodemonderzoek Raadhuisstraat ongenummerd te Moergestel, projectkenmerk 1908/197/KB-01, versie 0, 23 oktober 2019). Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat zintuiglijk over de locatie in zowel de boven- als de ondergrond vanaf het maaiveld tot plaatselijk 1,7 m-mv bijmengingen aangetroffen met puin, kooldeeltjes en baksteen zijn verdeeld. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de puinhoudende bovengrond lichte verontreinigingen aanwezig zijn met koper, lood, zink en PAK. Het grondmengmonster van de kolengruishoudende ondergrond bleek in eerste instantie matig verontreinigd te zijn met PAK. Na uitsplitsing van het grondmengmonster blijkt enkel één deelmonster licht verontreinigd te zijn met PAK. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond met barium, xylenen en cis + trans-1,2dichlooretheen. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Uit het verkennend asbestonderzoek is zintuiglijk zowel op het maaiveld als in de uitkomende grond (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In de fijne fractie (< 20 mm) van de grond is analytisch eveneens geen asbest aangetoond.
In één indicatief ondergrondmonster zijn in de fractie < 0,5 mm met de optische lichtmicroscoop verdachte vezels (chrysotiel) waargenomen. Echter kan worden aangenomen dat deze vezels niet leiden tot een verontreiniging met asbest. Aangezien in de puinhoudende grond zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetoond mag worden geconcludeerd dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Het plan voorziet niet in (nieuwe) bodembedreigende activiteiten. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het voorgenomen gebruik van de locatie. Daarnaast is aangetoond dat de aangetroffen gehaltes in het licht verontreinigde bodem en grondwater dusdanig laag zijn, dat hiervoor geen nader onderzoek naar hoeft te worden gedaan. Het aspect bodem levert geen belemmering op voor het planvoornemen. 3.3.2
Geluid (wegverkeerslawaai)
Door de realisatie van 15 woningen kan een zeer beperkte toename van verkeerbewegingen worden verwacht. Vrijwel alle wegen in de omgeving van het plangebied kennen een snelheidsregime van 30 km/u. Enkel een gedeelte van de Oirschotseweg heeft een snelheidsregime van 50 km/uur. Ten behoeve van het bestemmingsplan heeft Tritium Advies, in het kader van een goed akoestisch woon- en leefklimaat, een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Tritium Advies B.V., akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Raadhuisstraat ong. te Moergestel, projectkenmerk 1908/164/JOW-01). Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is gebleken dat voor de 30
1908/164/JOW-09.C pagina 7 van 11
km/uur wegen Raadhuisstraat, Postelsestraat en het gedeelte van de Oirschotseweg met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de richtwaarde van 48 dB niet overschrijdt. Voor het gezoneerde deel van de Oirschotseweg geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Aangezien in onderhavige situatie geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt voor de woningen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. 3.3.3
Bedrijven en milieuzonering
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere, verschillende functies, waarmee gesproken kan worden van een gemengd gebied. Grenzend ten oosten van het plangebied ligt het medisch centrum Moergestel. Diens activiteiten zijn goed vergelijkbaar met een artsenpraktijk of kliniek, en vallen daarmee onder milieucategorie 1. Onder een gemengd gebied komt dit overeen met een aan te houden richtafstand van 0 meter. Tussen de beoogde ontwikkeling en het medisch centrum is een kleinschalig autoparkeerterrein gelegen. Deze valt te scharen onder milieucategorie 2, wat in een gemengd gebied overeenkomt met een aan te houden richtafstand van 10 meter. Hier wordt, indien de afstand tussen het perceel van het plangebied en het perceel van het parkeerterrein wordt gemeten, niet aan voldaan. Als echter de afstand tussen het kleinschalige parkeerterrein en de beoogde gebouw van het planvoornemen in het concept bouwplan wordt genomen, bedraagt deze meer dan 10 meter. Derhalve wordt voldaan aan de aan te houden richtafstand. Tussen de beoogde ontwikkeling en het medisch centrum is een kleinschalig autoparkeerterrein gelegen. Deze valt te scharen onder milieucategorie 2, wat in een gemengd gebied overeenkomt met een aan te houden richtafstand van 10 meter.
Hier wordt, indien de afstand tussen het perceel van het plangebied en het perceel van het parkeerterrein wordt gemeten, niet aan voldaan. Als echter de afstand tussen het kleinschalige parkeerterrein en de beoogde gebouw van het planvoornemen in het concept bouwplan wordt genomen, bedraagt deze meer dan 10 meter. Derhalve wordt voldaan aan de aan te houden richtafstand. 3.3.4
Luchtkwaliteit
Projecten met minder dan 1500 woningen of minder dan 100.000 bruto vloeroppervlak kantoor- of winkelruimten dragen niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Het planvoornemen bestaat uit de bouw van in totaal 15 appartementen en zal niet leiden tot een significante toename van het aantal voertuigbewegingen. Het planvoornemen kan dan ook worden aangemerkt als een ‘niet in betekenende mate’ project. Via de NSL-Monitoringstool zijn de concentraties ter plaatse van het plangebied voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen. Rekenpunt 20373 is het meest nabij het plangebied gelegen (Raadhuisstraat). Uit de controle blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 voor de jaren 2020 en 2030 niet worden overschreden.
1908/164/JOW-09.C pagina 8 van 11
Er is er geen sprake van een negatief effect met betrekking tot het blootstellingscriterium. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.3.5
Externe veiligheid
Ten gevolge van de realisatie van in totaal 15 appartementen en woningen neemt het aantal personen toe. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A58, gelegen op circa 1,15 kilometer van het plangebied, naar aanleiding van de stof GT4. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (Veiligheidsregio OMWB) heeft een standaardadvies opgesteld. Dit standaardadvies kan gebruikt worden voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. Indien een ontwikkeling buiten 200 respectievelijk 750 meter gelegen is, kan de standaard verantwoording groepsrisico en standaard advies Veiligheidsregio toegepast worden. Het aspect externe veiligheid vormt met in acht neming van het standaardadvies van de Veiligheidsregio geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling 3.3.6
Water
Voor het planvoornemen geldt op basis van de rekenregel van de Brabantse waterschappen een minimale bergingseis van 135,84 m³. Op basis van de resultaten zoals beschreven in de waterparagraaf van de toelichting van het bestemmingsplan, wordt gewerkt aan de civieltechnische uitwerking van een infiltratievoorziening, bestaande uit relatief ondiepe kratten. Beoogd wordt om het oorspronkelijke bodemprofiel te verbeteren tot aan de freatische grondwaterspiegel (gemiddeld peil circa 1,2 m-mv) zoals geadviseerd in het doorlatendheidsonderzoek. Boven de GHG zal vervolgens ter plaatste van de parkeerplaatsen, en waar nodig om te kunnen voorzien in voldoende capaciteit eveneens ter plaatse van de rijbaan binnen het plangebied, infiltratiekratten (van beperkte diepte) worden geplaatst boven de GHG. Deze bergingsvoorziening zal in ieder geval ruimte bieden aan de berekende maatgevende berging van 135,84 m3. De (oppervlakte van de) parkeerplaatsen en rijbaan binnen het plangebied bieden voldoende ruimte om hierin te kunnen voorzien. Regenwater en afvalwater zal in ieder geval gescheiden worden ingezameld. 3.3.7
Beschermde soorten
Binnen het plangebied zijn geen ingrepen voorzien die een aantasting van potentieel aanwezige flora en fauna tot gevolg heeft. De algemene zorgplicht dient wel in acht te worden genomen zodat een overtreding van de wet Natuurbescherming wordt voorkomen. 3.3.8
Afvalstoffen
Er wordt bij de beoogde ontwikkelingen geen activiteiten (bewerkingen) met afvalstoffen uitgevoerd.
1908/164/JOW-09.C pagina 9 van 11
4.
Totale effectbeoordeling
In onderstaande tabel worden per toetsingscriterium de mogelijke milieueffecten van het plan op hoofdlijnen beschreven en beoordeeld. Toetsingscriterium
Omschrijving effecten
Effectbeoordeling
Beschermde gebieden
Plangebied is niet gelegen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden danwel
0/+
gebieden behorende bij het Natuur Netwerk Nederland. Er is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd waarin gebleken is dat negatieve significante effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden naar aanleiding van het planvoornemen uit te sluiten zijn. Archeologische gebieden
Uit het gecombineerde vooronderzoek blijkt dat het plangebied een hoge
0
verwachting heeft op het aantreffen van intacte archeologische waarden. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek adviseert archeologisch bureau Transect een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Dit proefsleuvenonderzoek dient op basis van een vooraf door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE) te worden uitgevoerd en conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 (KNA 4.1). De gemeente Oisterwijk dient aan te geven of zij dit onderzoek verricht wil laten worden. Cultuurhistorisch
Het plangebied is gelegen in het van provinciaal cultuurhistorisch belang
waardevolle gebieden
landschap ‘Meijerij’. Twee aspecten vormen kenmerken van de Meijerij:
0
landgoederen en buitenplaatsen, en de populierenteelt. Het planvoornemen raakt geen belangen die samenhangen met deze kenmerken. De ontwikkeling vindt plaats aan de Raadhuisstraat, een straat zonder bijzondere cultuurhistorische waarden. De ten zuiden van het plangebied gelegen Rijksmonument (Rijksmonument) wordt niet aangetast door het planvoornemen. De ontwikkeling is passend binnen het dorp. Bodem
Ten behoeve van dit aspect is een verkennend bodem- en asbestonderzoek
0
uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te bepalen. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op voor een bouwactiviteit en het beoogde gebruik op de onderzoekslocatie. Geluid (wegverkeerslawaai)
Ten behoeve van dit aspect is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
0
uitgevoerd. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Bedrijven en milieuzonering
Ten behoeve van dit aspect is in de toelichting van het bestemmingsplan de
0
milieuzonering nader toegelicht. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde grondgebonden woningen en appartementen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Tevens wordt onderhavige bedrijvigheid akoestisch gezien niet belemmerd in haar functioneren zodat er akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Luchtkwaliteit
Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Er is er geen sprake van een negatief effect met betrekking tot het blootstellingscriterium.
1908/164/JOW-09.C pagina 10 van 11
0
Toetsingscriterium
Omschrijving effecten
Effectbeoordeling
Externe veiligheid
Het plangebied is gelegen in het invloedsgebied van de A58. Ter
0
verantwoording van het groepsrisico is het standaardadvies van de Veiligheidsregio van toepassing. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Water
In het plan neemt de verharding toe. Het principe van hydrologisch
0
neutraal ontwikkelen is van toepassing. Beoogd wordt grondverbetering toe te passen en een infiltratievoorziening te realiseren die voldoet aan de door het waterschap gestelde retentie eis van 135,84 m³. Beschermde soorten
Flora en fauna worden niet aangetast. De algemene zorgplicht dient in acht
0
te worden genomen. Afvalstoffen
Er worden bij de beoogde ontwikkelingen geen activiteiten met afvalstoffen
0
uitgevoerd.
5.
Conclusie
In het kader van deze aanmeldnotitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het planvoornemen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de effecten van het project, wordt geconcludeerd dat de milieueffecten van het project niet van dusdanige omvang zijn dat sprake is van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Wel wordt door Transect geadviseerd om een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) uit te laten voeren. Het is aan het bevoegd gezag om aan te geven in welke hoedanigheid zij dit noodzakelijk acht. Er zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen naar aanleiding van het planvoornemen te verwachten. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het opstellen van een MER.
1908/164/JOW-09.C pagina 11 van 11