21-54 Bestemmingsplan Raadhuisstraat ong.- bijlage 2.2b Quickscan flora - fauna
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Raadhuisstraat Moergestel
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
Quickscan flora en fauna
in opdracht van Peters Projectontwikkeling T.a.v. de heer G. Wittenberg Postbus 41 5374 ZG SCHAIJK betreffende locatie Raadhuisstraat ongenummerd Moergestel (gemeente Oisterwijk) documentkenmerk 1908/164/JOW-02.A versie A vestiging Nuenen datum 29 juli 2021
opgesteld door: ing. L. Bouwmans
gecontroleerd door: ing. A. Paulusse
Projectleider ecologie
Projectleider ecologie
Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.
Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid
Tritium Advies is gevestigd in:
T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
Arkel >> Neer >> Nuenen >>
I.
www.tritium.nl
Prinsenbeek >> Rijkevoort
KvK-nr.
17108024
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
2
Bronnenonderzoek
3
2.1
Gebieden
3
2.2
Soorten
5
3
Veldbezoek
6
4
Resultaten
7
4.1
Flora
7
4.2
Vogels
7
4.3
Grondgebonden zoogdieren
8
4.4
Vleermuizen
9
4.5
Amfibieën, reptielen en vissen
9
4.6
Ongewervelden/ overige soorten
10
5
Conclusies
11
5.1
Beschermde gebieden
11
5.2
Soorten
11
5.3
Zorgplicht
12
5.4
Eindconclusie
13
6
Literatuurlijst
14
Bijlagen 1.
situatietekening plangebied
2.
fotobijlage veldbezoek van 11 oktober 2019
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
1 Inleiding In opdracht van Peters Projectonwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van het voornemen om op de locatie Raadhuisstraat ongenummerd te Moergestel circa 15 appartementen met bijbehorende bergingen en parkeerplaatsen te realiseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2.274 m2. Het onderzoeksgebied is onbebouwd en is begroeid met zowel grassen, bomen en struiken.
Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl)
Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.
pagina 1 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in de bebouwde kom van Moergestel is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.
Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)
pagina 2 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016), de “Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant” en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.
2.1 Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De donkergroene highlights betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) in de provincie Noord-Brabant ook wel Natuurnetwerk Brabant (verder: NNB) genoemd. Het Natura 2000-gebied is met de limegroene en geelgroene kleur aangeduid. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.
Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied en NNB is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 1 kilometer ten noorden van het plangebied gelegen en betreft “Kampina en Oisterwijkse Vennen”.
pagina 3 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
Kampina en de naastgelegen Oisterwijkse vennen en bossen vormen samen een voorbeeld van het licht glooiende Brabants deklandschap, met U-vormige paraboolduinen, met bossen, vennen, heide en overgangen naar schraalgraslanden in beekdalen. Kampina is een restant van het half natuurlijke Kempense heidelandschap, met droge en vochtige heidevegetaties, akkertjes, een meanderend riviertje, voedselarme vennen en blauwgraslanden. In de oeverzones van de vennen komt nog hoogveenvorming voor, in het zuiden liggen dopheidevelden. In het stroomdal van de vrij meanderende Beerze staan hoge populieren, elzenbroek, vochtige heide met gagelstruweel en blauwgraslanden. De vennen in het gebied zijn vaak langgerekt in zuidwest-noordoostelijke richting, de dominerende windrichting van de laatste ijstijd, toen dit landschap grotendeels werd gevormd. Vennen die in het gebied aanwezig zijn betreffen doorstroomvennen (o.a. de Centrale Vennen in de Oisterwijkse Bossen), geïsoleerde zure vennen, en vennen in beekdalflanken die (van oorsprong) onder invloed staan van inundatie met beekwater. De vennen in de Oisterwijkse bossen zijn merendeels ontstaan als uitgestorven laagten in een stuifzandlandschap, waar veentjes in ontstonden. Door vervening is hierin sinds de Middeleeuwen weer open water ontstaan. In het gebied zijn reeds in 1950 de eerste herstelmaatregelen in de vennen uitgevoerd.
De doelsoorten in het Natura 2000-gebied betreffen onder andere de dodaars, roodborsttapuit, gevlekte witsnuitlibel, kamsalamander en rivierdonderpad. Daarnaast zijn de habitattypen die in het gebied voorkomen zoals blauwgraslanden en stuifzandheiden met struikhei onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen. In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNB is op een afstand van circa 60 meter ten oosten van het plangebied gelegen.
Figuur 4: kaart NNB. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)
pagina 4 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Het plangebied is op circa 60 meter van een NNB-gebied gelegen. Tussen het NNB-gebied en het plangebied is echter een zorgcentrum gelegen. Gezien de aard van de ingreep (herontwikkeling binnen de bebouwde kom) is een negatief effect niet te verwachten. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is op circa 1 kilometer van het plangebied gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn meerdere wegen, woningen en akkers gelegen. Gezien de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied kan een significant negatief effect met betrekking tot stikstofdepositie echter niet uitgesloten worden. Om uit te kunnen sluiten dat het planvoornemen een negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied, is een AERIUS berekening noodzakelijk.
2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas en de “Werkatlas amfibieën en reptielen van Noord-Brabant”. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:141 / Y:395. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren (inheems en uitheems) of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, woelrat, ree, bever, huisspitsmuis, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, hermelijn, wezel, bunzing, Amerikaanse nerts, rosse woelmuis, watervleermuis, franjestaart, waterspitsmuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, dwergspitsmuis, wild zwijn, mol en vos.
Uit gegevens van de Werkatlas amfibieën en reptielen blijkt dat enkel de volgende soorten in de periode van 1995 tot en met 2004 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: kamsalamander, vinpootsalamander, kleine watersalamander, gewone pad, heikikker, bruine kikker, poelkikker, hazelworm en levendbarende hagedis. In de periode 2000-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten (inheems en uitheems) zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, alpenwatersalamander, vinpootsalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, poelkikker, heikikker, bruine kikker, kamsalamander, lettersierschildpad, roodwangschildpad en levendbarende hagedis.
pagina 5 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
3 Veldbezoek Het plangebied is op 11 oktober 2019 in de middag bezocht. Er was sprake van bewolkt, regenachtig weer, met windkracht 2 Bft en een temperatuur van circa 14 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zichten geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit onbebouwd terrein en is begroeid met zowel grassen, bomen en struiken.
De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.
pagina 6 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.
4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig, waardoor het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels is uit te sluiten. De aanwezige bomen en struiken kunnen dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in “stedelijk gebied en struwelen” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, bos- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn drie houtduiven (Columba palumbus), twee kauwen (Corvus monedula), drie overvliegende huismussen (Passer domesticus) en één sperwer (Accipiter nisus) aangetroffen in de omgeving van het plangebied. Het plangebied is ongeschikt als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats voor bijvoorbeeld huismussen en gierzwaluwen (Apus apus), door het ontbreken van bebouwing op het terrein. Ook de bomen in en op de grens van het plangebied bevatten geen geschikte holtes voor jaarrond beschermde vogelsoorten. Tevens zijn er geen nesten van jaarrond beschermde soorten in deze bomen aangetroffen.
Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten. In de directe omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig in de vorm van akkers en weilanden. Wel wordt bij de voorgenomen bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.
pagina 7 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de omgeving van het plangebied komt de steenmarter (Martes foina) voor. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap en heeft een voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. Aangezien eerder genoemde leefgebieden ontbreken op het terrein, is het plangebied niet geschikt als vaste verblijfplaats voor deze soort. Daarnaast zijn er geen sporen in de vorm van vraatsporen, pootafdrukken en uitwerpselen (in de vorm van latrines) aangetroffen. Daarnaast komen er in de directe omgeving van het plangebied kleine marterachtigen zoals de bunzing (Mustela putorius), wezel (Mustela nivalis) en hermelijn (Mustela erminea) voor. De bunzing geeft de voorkeur aan gebieden met oppervlaktewater en schuilmogelijkheden zoals heggen, houtwallen en bosranden. De wezel geeft de voorkeur aan open, droge natuur- en cultuurlandschappen die dekking bieden door middel van bosschages, houtstapels of heggen. De hermelijn verblijft net als de andere kleine marterachtigen onder andere in holen en verplaatst zich langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes en oeverlijnen.
Het plangebied is geschikt als leefgebied voor de bunzing, wezel en hermelijn. In de directe omgeving van het plangebied zijn echter geschiktere leefgebieden aanwezig, zoals de met bomen omringde weilanden en akkers ten zuiden en zuidoosten van het plangebied. Daarnaast zijn er geen sporen in de vorm van vraatsporen, pootafdrukken en uitwerpselen (in de vorm van latrines) aangetroffen. Naast de steenmarter en kleine marterachtigen komt ook de das (Meles meles) voor in de omgeving van het plangebied. De das geeft de voorkeur aan kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden voor deze soort. Het plangebied is beperkt geschikt voor de das vanwege de aanwezige begroeiing. Aangezien het plangebied in de bebouwde kom is gelegen en er in de directe omgeving geschiktere leefgebieden aanwezig zijn in de vorm van akkers en weilanden is het plangebied geen essentieel leefgebied voor deze soort. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen zoals een burcht, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen. Tijdens het veldbezoek zijn sporen gevonden van de egel (Erinaceus europaeus) in de vorm van uitwerpselen. Het plangebied zal niet als essentieel foerageergebied dienen voor de egel.
In de omgeving zijn voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig in de vorm van omliggende tuinen, akkers en weilanden. Daarnaast is de egel vrijgesteld in Nederland als het ruimtelijke ingrepen betreft. Ook zijn er sporen aangetroffen van een mol (Talpa europaea) in de vorm van molshopen. De mol is volgens de Wet natuurbescherming niet beschermd in Nederland. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van tuinen, akkers en weilanden met struweel en bomen om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.
pagina 8 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
4.4 Vleermuizen In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied is echter een aanbouw van een woning gelegen waarvan de kopgevel grenst aan het plangebied. Het dak van deze aanbouw biedt echter geen mogelijkheden voor vleermuizen om in te verblijven, vanwege de afgedichte dakranden. Ook de gevel van de bebouwing biedt geen toegangsmogelijkheden, vanwege het ontbreken van onder andere open stootvoegen. Hierdoor kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten. In de bomen die aanwezig zijn binnen en op de grens van het plangebied zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals omliggende tuinen, akkers en weilanden ten zuiden en zuidoosten van het plangebied. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt.
De bomenrijen binnen en op de grens van het plangebied kunnen dienst doen als vliegroute, deze bomenrijen sluiten aan op de akkers, weilanden en vennen ten zuiden en zuidoosten van het plangebied. Ook de watergang ten oosten van het plangebied kan dienst doen als vliegroute. Conclusie: er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve niet aan de orde.
4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied, waardoor de aanwezigheid van beschermde vissen kan worden uitgesloten. De beschermde vinpootslamander (Lissotriton helveticus), kamsalamander (Triturus cristatus) alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), poelkikker (Pelophylax lessonae) en heikikker (Rana arvalis) komen voor in de omgeving van het plangebied. De vinpootsalamander geeft de voorkeur aan bronpoeltjes, bospoelen en kleine zwak stromende beekjes die zich bevinden in heidegebieden of op hogere zandgronden. De kamsalamander komt voor op zandgronden en in beekdalen en geeft de voorkeur aan een bosrijk landschap met houtwallen en struwelen. De alpenwatersalamander is minder kieskeurig, zolang het water niet snelstromend of rijk aan vis is. De poelkikker heeft de voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op
pagina 9 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
de hogere zandgronden. De heikikker heeft een voorkeur voor landschapstypen zoals heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland. Op circa 40 meter ten zuidoosten van het plangebied is een poel aanwezig. Deze poel is gelegen op een privé terrein en was ten tijde van het veldbezoek niet zichtbaar om volledig te kunnen beoordelen. Aan de hand van beschikbare luchtfoto’s is ingeschat of de poel geschikt zou kunnen zijn voor eerdergenoemde soorten. De poel kan geschikt zijn als leefgebied voor de vinpoot-, alpenwater- en kamsalamander. Ook voor de poel- en heikikker kan deze poel als leefgebied dienen. De toegang tot het plangebied vanuit deze poel wordt echter bemoeilijkt door gedeeltelijk de dichte begroeiing en gedeeltelijk een bakstenen muur die op de grens staat van het plangebied en het naastgelegen perceel. Daarnaast is het terrein ten oosten van de poel geschikter als leefgebied, vanwege de toegang tot de oever van de beek de Reusel. Op ongeveer 60 meter ten oosten van het plangebied is de beek de Reusel aanwezig. De Reusel is een zwak stromende beek die geschikt is als leefgebied voor de vinpoot- en alpenwatersalamander. Het plangebied is daarentegen ongeschikt als leefgebied voor beide soorten, vanwege de beperkte aanwezigheid van voldoende schuilmogelijkheden.
Daarnaast is er tussen de beek en het plangebied een zorgcentrum gelegen, wat de migratie van amfibieën van en naar het plangebied bemoeilijkt. Ook zijn er in de directe omgeving van het plangebied geschiktere terreinen aanwezig die als leefgebied kunnen dien zoals de natuurlijke oever en poel die ten oosten van het plangebied gelegen is. Gezien de beperkte geschiktheid van het terrein en het tussenliggende zorgcentrum is een negatief effect niet te verwachten. Naast de eerdergenoemde amfibieën komen ook de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) en hazelworm (Anguis fragilis) voor in de omgeving van het plangebied. Zowel de levendbarende hagedis als de hazelworm geven de voorkeur aan bos- en heidegebieden met voldoende schuilmogelijkheden. Het plangebied is beperkt geschikt voor deze soorten in verband met het stedelijk karakter van de directe omgeving, de kleinschaligheid van het terrein en het gebrek aan zonmogelijkheden. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast geschiktere leefgebieden aanwezig in de vorm van struwelen en door bos omringde weilanden en akkers. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
pagina 10 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.
5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNB. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om NNB, indien een bestemmingsplan leidt tot aantasting van de ecologische waarden en kenmerken anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Het plangebied is op circa 60 meter van een NNB-gebied gelegen. Tussen het NNB-gebied en het plangebied is echter een zorgcentrum gelegen. Gezien de aard van de ingreep (herontwikkeling binnen de bebouwde kom) is een negatief effect niet te verwachten. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is op circa 1 kilometer van het plangebied gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied zijn meerdere wegen, woningen en akkers gelegen. Gezien de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied kan een significant negatief effect met betrekking tot stikstofdepositie echter niet uitgesloten worden. Om uit te kunnen sluiten dat het planvoornemen een negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied, is een AERIUS berekening noodzakelijk.
5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.
Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden
pagina 11 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van akkers, weilanden en vennen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden.
Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare
pagina 12 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •
de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;
•
om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;
•
nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk;
•
een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk;
•
voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft;
•
een AERIUS berekening is noodzakelijk om uit te sluiten dat het planvoornemen een negatief effect heeft op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.
pagina 13 van 14
documentkenmerk: 1908/164/JOW-02, versie A
6 Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Delft, J.J.C.W. van, Schuitema, W. (2005) Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Stichting Ravon NDFF (2019) Geraadpleegd op 31 oktober 2019 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2019) Geraadpleegd op 31 oktober 2019 via http://www.ravon.nl/ Zoogdiervereniging (2019) Geraadpleegd op 31 oktober 2019 via http://www.zoogdiervereniging.nl/
pagina 14 van 14
MGT01A 06016G0000 Voetpad 11.02 1
28-28/BIJ
2
PARKEERBALANS
15
26
11.00
appartement koop midden
3
40 4
11.10
Nieuwe bomen
5
2,1 18,9 MGT01A 03868G0000
17 PP
MGT01A 03951G0000
1,9
11,4
32-78 11.12
38
Bestaande parkeerplaatsen
25
21 plekken
je
9
11.15
Bestaande bomen
45 11 12
ne 30,3 parkeerplaatsen 31 parkeerplaatsen op eigen terrein
11.13 38
MGT01A 04210G0000
11.16
7 Extra parkeerplaatsen mogelijke uitbreiding
13
Sim on
17
2.40 10
14
PARKEREN Eis Aanwezig
30,3
pa
MGT01A 05060G0000
65 10
Totaal
ad
15 stuks
3 plekken
60
2.45 10
Oorspronkelijke lijn bebouwing
Bestaande bomen
21,5 m
11.03
60
4 plekken
6 stuks
Totaal 54 parkeerplaatsen reeds aanwezig
6
appartement koop duur
Aantal PP
7
9 stuks
24
Norm
8
Type
16
Aantal woningen
ST. ANTONIUSHUIS
11.04 2.39 10
60
7,
Reuse
Verkleinde footprint
0
Bestaande bomen 60
MGT01B 03521G0000 Technische ruimte
60
17
MGT01A 01693G0000
11.04
11.08
,8
60
11.04
l
m
5
11.08 60 1 2
3
13 4
11.08
14
5
PP
14
6
7
8
9
11.04 10
MGT01B 03431G0000
16 p
11
lekk
en
12
Bestaande parkeerplaatsen Nieuwe bomen
MGT01B 02338G0000
10
11
pl
ek
ke
n
15
PASTORIE N
MGT01B 02468G0000
1806
Bouwplan Raadhuisstraat Moergestel
Peters Projectontwikkeling
datum: 22 juni 2021 P 04 Parkeerplaatssituatie _ 1:500
Fotobijlage: 1908/164/JOW-02, Raadhuisstraat Moergestel
Foto 1
Foto 2
Foto 3
pagina 1
Fotobijlage: 1908/164/JOW-02, Raadhuisstraat Moergestel
Foto 4
Foto 5
Foto 6
pagina 2
Fotobijlage: 1908/164/JOW-02, Raadhuisstraat Moergestel
Foto 7
Foto 8
Foto 9
pagina 3
Fotobijlage: 1908/164/JOW-02, Raadhuisstraat Moergestel
Foto 10
Foto 11
Foto 12
pagina 4
Fotobijlage: 1908/164/JOW-02, Raadhuisstraat Moergestel
Foto 13
Foto 14
Foto 15
pagina 5