21-49 Bestemmingsplan Oirschotseweg naast 22, Moergestel - bijlage 1B toelichting
Tekst van het document
Hieruit volgt dat het planvoornemen geen stikstofdepositie ten gevolge heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
29
Voor onderhavige ontwikkeling is door Nipa milieutechniek voor het onderdeel soorten een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7 van deze toelichting). Hieronder zijn de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek opgenomen. “Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Oirschotseweg tussen huisnummer 20 en 22 te Moergestel, kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Indien binnen het broedseizoen de haag op het noordelijk terreindeel en de jonge (fruit)bomen binnen het broedseizoen gerooid worden (half maart-augustus), dient een aanvullende schouw plaats te vinden teneinde uit te sluiten dat met deze activiteiten nesten verloren gaan. Het heeft de voorkeur de bomen en de haag buiten het broedseizoen te verwijderen. Een nader ecologisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Mitigerende maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming zijn niet noodzakelijk.” Conclusies De ontwikkeling van onderhavig plan zal geen nadelige invloed hebben op de (mogelijk) aanwezige flora en fauna op de locatie en de toestand van flora en fauna in de directe omgeving. Geadviseerd wordt om houtopstanden buiten het broedseizoen te rooien. Er zijn geen strijdigheden met de Natuurbeschermingswet.
4.8 Kabels en leidingen Voor onderhavige locatie is een KLIC-melding uitgevoerd. In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de bestemmingswijziging en nieuwbouw. Middels dit bestemmingsplan worden ter hoogte van het plangebied dan ook geen kabels- en leidingen beschermd.
4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
30
invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van één nieuwe woning. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval.
Zie onderstaande uitsnede van de GCN-kaart (PM10) die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde 18,06 (lichtblauw, gridcelwaarde tussen 18 en 20).
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
31
Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor.
4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap De Dommel, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Hydrologisch kader Brabantse waterschappen De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben in hun keuren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Dit gezamenlijke beleid heeft onder andere geresulteerd in de rapportage ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ van 9 december 2014.
Uit (onder andere) deze uitgangspunten blijkt het volgende: 'Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel. Bij het invullen van de compensatieopgave wordt tevens gekeken naar de mogelijke realisering van andere waterdoelen. Het gaat hierbij dus om een optimale inpassing van een plan in zijn omgeving, waarbij ook gekeken moet worden naar het huidig en toekomstig functioneren van het totale (deel-)stroomgebied waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. Naast het behoud van voldoende systeemrobuustheid, kan hiermee beter invulling worden gegeven aan de gewenste doel- matigheid. Bovendien biedt
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
32
dit mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om ook andere dan hydrologische aspecten mee te nemen in de afweging. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het oplossen van waterkwaliteitsknelpunten of het tegengaan van verdroging.' De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 ). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 2.000 m2 geldt geen compensatie-eis. De keurregels worden binnenkort aangepast. Dit gaat in vanaf 1 april 2021. De grenswaarde in algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak wordt aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2. Deze keur aanpassing heeft voor deze ontwikkeling geen effect op de benodigde hemelwaterberging. Beleid gemeente Oisterwijk In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (V-GRP) 2016-2019 heeft de gemeente Oisterwijk haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd.
Voorkeursvolgorde Het beleid resulteert in een voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: •
Hergebruik
•
Vasthouden
•
Bergen en afvoeren
•
Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect)
•
Afvoeren naar de riolering
Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool. In de Algemene Regel is tevens een gevoeligheidsfactor voor de compensatie-eis opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Volgens tabel 2 in de Keur is sprake van een gevoeligheidsfactor van 1; dit houdt in dat de waarde van 60
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
33
mm van de compensatie-eis voor onderhavige onderzoekslocatie volgens de keur ongewijzigd blijft. Voor een toename van het verhard oppervlak bij kleine plannen kan volgens de Keur de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (60 mm) en de gevoeligheidsfactor. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). Wanneer de vereiste compensatie berekend is, kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden. De rekenregel is als volgt: Toename verhard oppervlak (m2) * 0,06 (m) * Gevoeligheidsfactor = 3 Benodigde compensatie (m ) Op basis van het beleid van de gemeente Oisterwijk moet bij nieuwe ontwikkelingen aan de compensatie-eis worden voldaan. Consequenties Op basis van het beleid dient de verhardingstoename specifiek in beeld gebracht te worden zodat de wateropgave berekend en ingevuld kan worden. Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak maximaal 300 m². Dit bestaat uit een hoofdgebouw en verharding zoals in-/ uitrit, paden, terras. Op basis van de in de keur gestelde compensatie-eis in samenhang met het gemeentelijke beleid dient een voorziening van 18 m3 (300 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 18 m3) voor de berging van het hemelwater op het eigen perceel aanwezig te zijn.
Deze bergingsvoorziening bestaat uit een verlaagd aangelegde groentetuin en grindkoffer langs de woning. Groentetuin 70m2 (5x14) welke 0,2m wordt verdiept, waardoor een totale berging van 14m3 wordt gerealiseerd. De overloop is voorzien in de achter het perceel liggende sloot. Grindkoffer langs de woning 34m1 x 0,8m1 x 0,6m1 (lxdxb) = 16,3m3. Het bergend vermogen van het grind is 30%, waardoor de totale waterberging in de grindkoffer 4,8m3 bedraagt. De overstort van de grindkoffer vindt plaats in de tuin (uitvloeiing). Beide voorzieningen samen zorgen voor een waterbergend vermogen van 18,4m3, waarmee voldaan wordt aan het totaal benodigde bergende vermogen van maximaal 18m3. Bovenstaande voorzieningen zijn uitvoerbaar, namelijk ze voldoen aan de uitgangspunten welke voortkomen uit het milieukundig bodemonderzoek en de sonderingsgegevens: • Gemiddelde hoogste grondwaterstand 0,8m-mv (9,8m+NAP);
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
34
• •
Maaiveld 10,60m+NAP; Ophoging perceel met minimaal 0,2m op naar 10,80m+NAP (hoogte weg is 10,92m+NAP).
Met vorenstaande voorzieningen wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan. Om te waarborgen dat de waterberging wordt aangelegd is een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan hiervoor opgenomen. Afvalwater Het plangebied is nog niet aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel. Dit moet t.z.t. (voor rekening van de initiatiefnemer) nog gebeuren. Hierop wordt alleen het afvalwater geloosd. Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Voldaan wordt aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. Uit deze waterparagraaf blijkt dat het initiatief geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse.
4.11 Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Door de SRE is in opdracht van de gemeente Oisterwijk in 2011 een gebiedsvisie geur vastgesteld. Consequenties Onderhavig ontwikkeling betreft een geurgevoelig object. Het geurgevoelige object is gelegen buiten de bebouwde kom. Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting en vaste afstanden
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
35
In verband met de voorgrondbelasting is aan de orde dat bij de ontwikkeling van geurgevoelige objecten of veehouderijen sprake moet zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat voor het aspect geur. Het gaat dan om de belasting ten gevolge van individuele bedrijven. In de nabije omgeving zijn drie bedrijven gelegen waarop de beoogde nieuwe woning invloed kan hebben: - paardenhouderij aan Oirschotseweg 10; - intensieve veehouderij (varkens) aan Heiligenboom 6; - paardenhouderij aan Heiligenboom 1. In de Wgv is bepaald dat de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, zoals voor paarden, en een geurgevoelig object ten minste 100 meter bedraagt indien het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom is gelegen. Indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen dient de afstand 50 meter te bedragen. Dat betekent dat voor dergelijke dieren geen sprake is van berekende geuremissie, maar van vaste afstanden die in acht moeten worden genomen. Om de huidige ontwikkelingsmogelijkheden van de paardenhouderijen aan Oirschotseweg 10 en Heiligenboom 1 te respecteren mag de nieuwe woning niet binnen 50 meter tot de grens van het bouwvlak van de paardenhouderij gebouwd worden.
In principe heeft de eigenaar van de paardenhouderij immers de mogelijkheid om het gehele bouwvlak te bebouwen met dierenverblijven. Het nieuwe geurgevoelige object binnen het plangebied wordt toegestaan op respectievelijk meer dan 181 en 250 meter (agrarisch bouwvlak tot plangebied) van het bouwvlak van de paardenhouderijen. De bestaande rechten van de nabijgelegen paardenhouderijen worden hiermee gerespecteerd. Daarnaast wordt hiermee tevens omgekeerd aangetoond dat voor wat betreft het aspect vaste afstanden uit de Wgv hier sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor varkens geldt een geuremissiefactor. Niet in beeld is gebracht wat de geuremissie van het bedrijf aan Heiligenboom 6 is ter hoogte van de nieuwe woning. Dit omdat de achtergrondbelasting (gecumuleerde geurhinder) ter hoogte van het plangebied laat zien dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat én tussen het plangebied en het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan Heiligenboom 6 reeds geurgevoelige objecten zijn gelegen. Dit betekent dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar is én het bedrijf aan Heiligenboom 6 door de ontwikkeling niet in haar bedrijfsvoering wordt belemmerd.
Achtergrondbelasting In de gebiedsvisie geur die de gemeente Oisterwijk in 2011 heeft vastgesteld heeft zij een kaart opgenomen waarop zij haar achtergrondbelasting (gecumuleerde geurhinder) waarvan in de hele gemeente sprake is heeft opgenomen. Op de die kaart is de achtergrondbelasting van de huidige situatie af te lezen, namelijk 0 tot 6 OUE/m3.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
36
Hieronder is ter hoogte van het plangebied een uitsnede uit de gebiedsvisie geur opgenomen.
In de periode tussen de vaststelling van de geurgebiedsvisie en het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de geuremissiefactoren gewijzigd. De bijbehorende kaart waarop de gemeente de achtergrondbelasting heeft weergegeven geeft daarom geen actueel beeld meer van de achtergrondbelasting. Echter, is per saldo geen toename van geurbelasting te verwachten omdat sindsdien geen nieuwe agrarische bedrijven zijn ontstaan en het bedrijf (Heiligenboom 6) dat in onderhavige situatie relevant is voor de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied een vergunning heeft uit 2010. Het is met die redenen niet relevant om een nieuwe achtergrondberekening uit te voeren. PRA Odournet BV heeft in opdracht van het (voormalige) ministerie van VROM de relatie tussen geurbelasting en geurhinder onderzocht. Aan de hand van de geurbelasting kan het percentage geurgehinderden worden berekend. De omrekentabel voor het bepalen van het percentage geurgehinderden is opgenomen in bijlage 6 van de ‘Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij’. Hieruit blijkt dat een achtergrond geurbelasting van 6 OUE/m3 overeenkomt met een percentage geurgehinderden van 8%. Met het percentage geurgehinderden kan vervolgens het woon- en leefklimaat worden bepaald. Het RIVM hanteert bij haar milieurapportages voor het aspect geurhinder de milieukwaliteitscriteria die in de tabel hieronder zijn weergegeven.
Hieruit blijkt dat 6% geurgehinderden gelijk staat aan een milieukwaliteit ‘goed’.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
37
Een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect geur is hiermee gegarandeerd. Tevens kan omgekeerd geconcludeerd worden dat de toekomstige woning nabijgelegen veehouderijen waarvoor een geuremissiefactor geldt niet belemmeren in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief.
4.12 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Of en wat aan de orde is blijkt uit bijlage C en D van het belsuit m.e.r. Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Voor elke aanvraag moet, als de activiteit voorkomt in bijlage D van het besluit m.e.r.: - door de initiatiefnemer onderzocht worden in hoeverre er aanleiding is voor het doen van een m.e.r.-beoordeling; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen.
Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; - de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
38
zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het initiatief komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Conclusie Voor dit initiatief hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling. 4.13 Volksgezondheid Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woonen leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen.
Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen gevallen van longontsteking voordoet. Nog onduidelijk is hoe deze verhoogde kans precies wordt veroorzaakt. Komen de ziekteverwekkende stoffen uit stal, dier, mest, transport, voedsel et cetera? Dat onderzoekt het Rijk momenteel nader. Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig. Pluimvee- en varkenshouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 2.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van pluimvee- en varkenshouderijen. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen of varkenshouderijen aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Spuitzones Op de gronden ten zuiden van het plangebied is het planologisch toegelaten om (vollegronds)teelt te bedrijven. Jurisprudentie wijst uit dat een afstand van 50 meter tot spuitzones past bij een goede ruimtelijke ordening.
Op dit moment zijn de betreffende gronden (50 meter rondom het plangebied) niet in gebruik voor teelt. Doordat naast het plangebied reeds gevoelige functies zijn gelegen wordt de eigenaar van de gronden op
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
39
dit moment al beperkt in zijn teeltmogelijkheden rondom het plangebied. Hierdoor is het feitelijk alleen mogelijk om ten westen en zuidwesten van het plangebied op korter dan 50 meter van het plangebied te telen. Met die teeltlocatie in acht genomen kan de nieuwe woning formeel gezien binnen de spuitzone van 50 meter worden opgericht. Echter, betekent dit niet dat geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het plangebied of dat door de ontwikkeling de eigenaar van de teeltgronden in zijn mogelijkheden wordt beperkt. Aan de spuitzijde is namelijk op het perceel van de ontwikkeling een 2 meter hoge haag aanwezig, welke zorgt voor het tegenhouden van spruitdrift het plangebied in. Voor de betreffende haag geldt instandhouding op basis van een voorwaardelijke verplichting die gekoppeld is aan het gebruik van de woning. Verder zijn ten zuiden van het plangebied – buiten de 50 meter zone, gemeten vanaf het plangebied – gronden feitelijk in gebruik voor de teelt van bomen. De kortste afstand van het plangebied totaan de boomkwekerij is 95 meter. Voor deze bestaande boomkwekerij wordt voldaan aan de richtafstand. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan.
Conclusie Ter plaatse van de ontwikkeling is het niet aannemelijk dat de omgeving negatieve effecten op de volksgezondheid van de nieuwe bewoners veroorzaakt of de ontwikkeling negatieve effecten in het kader van de volksgezondheid op omwonenden veroorzaakt. 4.14 Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld.
In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
40
Consequenties Onderhavige plangebied is gelegen op voldoende afstand van een hoogspanningslijn waardoor ter plaatse geen sprake is van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Conclusie Straling vormt geen belemmering voor het initiatief.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
41
5 Toelichting, verbeelding en regels 5.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische kader. Voor de regels en de verbeelding is naast aansluiting bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied correctieve herziening’ (vastgesteld op 16 april 2015 door de gemeenteraad van Oisterwijk) ook aansluiting gezocht bij de SVBP2012. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels standaard is. 5.2 Toelichting op de regels Wijze van bestemmen Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die gebruikt worden in de regels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid.
De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (= het gebruik). De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Bouwregels zijn in ieder geval van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning en activiteiten die vallen onder artikel 3 van bijlage II Bor. Binnen het plan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Wonen - 1 Deze bestemming maakt het mogelijk om één vrijstaande woning en 100 m2 aan bijgebouwen te bouwen. Artikel 4 Waarde – Archeologie 4
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
42
De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 dient ter bescherming van archeologische waarden. Voor deze gronden geldt een onderzoeksplicht, welke gekoppeld is aan een verstoringsdiepte van minimaal 50 cm en een oppervlakte van 2.500 m2. Tevens is er een vergunningstelsel gekoppeld aan deze dubbelbestemming. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 6 Algemene bouwregels Het artikel ‘Algemene bouwregels’ bevat algemene bouwregels. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het artikel ‘Algemene gebruiksregels’ bevat algemene gebruiksregels. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het artikel ‘Algemene afwijkingsregels’ bevat algemene afwijkingsregels. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Het artikel ‘Algemene wijzigingsregels’ bevat algemene wijzigingsregels. Artikel 10 Overige regels Het artikel ‘Overige regels’ stelt regels ten aanzien va de werking van wettelijke regels.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 12 Slotregel In de 'slotregel' is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
43
6 Uitvoeringsaspecten 6.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de realisatie van onderhavig plan draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met het opstellen van dit bestemmingsplan inclusief onderzoeken et cetera. Verder is de initiatiefnemer onder andere verantwoordelijk voor de kosten die de gemeente maakt voor het toetsen en in procedure brengen van dit bestemmingsplan, de aanleg van riolering en planschade. Deze kosten worden door de gemeente op de initiatiefnemer via een anterieure overeenkomst verhaald. Het is daardoor niet noodzakelijk een exploitatieplan op- en vast te stellen. De kosten zijn anderszins verzekerd. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is. 6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid De ruimtelijke procedures tot en met de vergunningverlening van een omgevingsvergunning zijn door de wet geregeld.
De wet regelt bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Dit vooroverleg is ook in het kader van onderhavig plan gevoerd. Het waterschap heeft aangegeven dat in het plan op een goede manier omgegaan wordt met de waterhuishoudkundige belangen, waarbij zij in verband met het aan de achterzijde van het plangebied aanwezige reserveringsgebied waterberging adviseert om bij het bouwen van de nieuwe woning minimaal het bouwpeil van de naastgelegen woningen aan te houden. Het perceel wordt met 20 cm opgehoogd en sluit daardoor aan op het bouwpeil van de naastgelegen woningen. Het beoogde bouwpeil is in lijn met de regels van dit bestemmingsplan. De veiligheidsregio heeft in haar vooroverlegreactie aangegeven dat zij de externe veiligheidsparagraaf hebben doorgenomen en deze akkoord is. De verantwoording van het groepsrisico is goed verwoord. Daarnaast hebben ze het plan getoetst aan de beleidsregels bereikbaarheid en bluswater, waaraan wordt voldaan. De provincie heeft aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen.
De vooroverlegreacties hebben niet geleid tot wijziging van het bestemmingsplan. De gemeente Oisterwijk kan ervoor kiezen om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Hiervoor is door de gemeente Oisterwijk aangaande dit plan niet gekozen, omdat door de initiatiefnemers met de
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
44
direct omwonenden, woonachtig aan Oirschotseweg 20, 22, 43 en 43a te Moergestel een omgevingsdialoog is gevoerd. De omwonenden hebben kennisgenomen van de plannen en hebben richting de initiatiefnemers geen bezwaren geuit. Hetgeen aan de omwonenden is gepresenteerd is door de initiatiefnemers in een verslag vervat. Het verslag is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 9). Daarnaast hebben de initiatiefnemers van de plannen ervoor gezorgd dat alle omwonenden binnen 300 meter van het plangebied op de hoogte zijn gebracht van het initiatief zodra het ontwerpbestemmingsplan in procedure is gegaan. Naar aanleiding van het voortraject en de afspraken die met de initiatiefnemers zijn gemaakt over de kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan bij omwonenden is onderhavig ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Hiervoor gold een ter inzage termijn van 6 weken, waarin iedereen in de gelegenheid is gesteld om (schriftelijk of mondeling) zijn of haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad kenbaar te maken. In deze periode zijn door de gemeenteraad geen zienswijzen ontvangen. De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan dan ook ongewijzigd vastgesteld.
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
45
7 Bijlagen Bijlage 1 – Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek wegverkeer Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 – Standaardverantwoording OMWB Bijlage 5 – Standaardadvies Veiligheidsregio Bijlage 6 – AERIUS-berekening Bijlage 7 – Quickscan flora en fauna Bijlage 8 – Ruimte-voor-Ruimte bouwtitel Bijlage 9 - Omgevingsdialoog
Bestemmingsplan ‘Oirschotseweg naast 22, Moergestel’, 18 maart 2021
46