CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-43 Bezwaarschriften aanwijzingsbesluit Wet voorkeursrecht - bijlage 3 advies commissie bezwaarschriften

RAAD 28 januari 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-43 Bezwaarschriften aanwijzingsbesluit in het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten1.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies van de bezwaarschriftencommissie aan de gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk met betrekking tot de door Van Heteren Bouwmanagement B.V. en Achmea Rechtsbijstand ingediende bezwaarschriften (89746 en 89696) Het bezwaar Van Heteren Bouwmanagement B.V. heeft bij brief van 9 juli 2020 een bezwaarschrift ingediend namens mevrouw J.A.W. Ketelaars, de heer J.W.M. Ketelaars, mevrouw A.P.J. Ketelaars, mevrouw W.C.M. Ketelaars en mevrouw M.J.P. Ketelaars (hierna: bezwaarmakers 1). Namens R.C.H. Denissen en J.J.M. Denissen (hierna: bezwaarmakers 2) heeft Achmea rechtsbijstand op 8 juli 2020 en 13 augustus 2020 een bezwaarschrift ingediend. De bezwaarschriften zijn gericht tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk (hierna; het college) van 19 mei 2020 en het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oisterwijk (hierna: de raad) van 2 juli 2020. Met het besluit van 19 mei 2020 heeft het college besloten gronden van bezwaarmakers aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) van toepassing zijn c.q. waarop het gemeentelijk voorkeursrecht van toepassing is. Bij besluit van 2 juli 2020 heeft de gemeenteraad dit bekrachtigd door te besluiten een voorkeursrecht op de betreffende gronden te vestigen voor een periode van ten hoogste drie jaar.

Kan het bezwaar in behandeling worden genomen? De bezwaarschriften zijn gericht tegen een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), waarbij het belang van bezwaarmakers, als eigenaren van de gronden waarop het voorkeursrecht is gevestigd, geacht kan worden rechtstreeks te zijn betrokken. De bezwaarschriften zijn verder ingediend binnen de in de Awb genoemde termijn en voldoen voor het overige aan de eisen die de Awb stelt. De gevolgde procedure Op 6 oktober 2020 hebben bezwaarmakers en hun gemachtigden en de raad de gelegenheid gehad zich door onze commissie te laten horen. De heer J.J.M. Denissen en de heer S.B. van Heteren van Van Heteren Bouwmanagement B.V. hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Ook een vertegenwoordiger van de raad, de heer Wesel, is gehoord door de commissie. Van wat ter zitting is besproken, is een verslag gemaakt. Dit verslag maakt deel uit van dit advies. Welke bezwaren zijn er? Namens bezwaarmakers wordt – zakelijk weergegeven – het navolgende aangevoerd: Van Heteren Bouwmanagement namens bezwaarmakers 1: In februari 2019 heeft Van Heteren Bouwmanagement (hierna: VHBM) een koopovereenkomst gesloten met bezwaarmakers met betrekking tot de percelen met de kadastrale nummers 771 en 1384.

Naar aanleiding hiervan heeft VHBM diverse malen contact gehad met de gemeente om te bezien op welke wijze de gemeente medewerking wil verlenen aan de ontwikkeling van het gebied. De gemeente wilde echter eerst de nieuwe woonvisie opstellen en vervolgens een afweging maken welke locaties binnen de gemeente hiervoor in aanmerking komen. VHBM heeft richting de gemeente aangegeven bereid te zijn de gronden tegen een marktconforme prijs aan de gemeente te verkopen. Het besluit om een voorkeursrecht op de percelen te vestigen past niet bij de constructieve gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen VHBM en de gemeente. Er is bij de eigenaren en bij VHBM in het geheel geen behoefte om te speculeren met de grond. Het besluit om een voorkeursrecht te vestigen geeft veel onrust bij de huidige eigenaren, schept weinig vertrouwen en geeft zowel de eigenaren als de gemeente geen zekerheid dat de locatie snel in ontwikkeling kan worden genomen. De eigenaren willen de afspraken, zoals vastgelegd in de koopovereenkomst met VHBM, bestendigen. De eigenaren stellen het op prijs als de gemeente op korte termijn met VHBM om tafel gaat om tot een (koop)overeenkomst te komen met VHBM zodat de woningbouwontwikkeling in Oostelvoortjes II spoedig ter hand kan worden genomen.

1

Achmea Rechtsbijstand namens bezwaarmakers 2: Bezwaarmakers voelen zich misleid. De aanwijzing Wvg staat haaks op wat eerder met de gemeente is afgesproken en overeengekomen. Er is een anterieure overeenkomst van 13 december 2018 over de verplaatsing van de melkveehouderij waarbij de gemeente en Denissen VOF over een weer verplichtingen zijn aangegaan. Genoemde overeenkomst ziet in de wijziging van het bestemmingsplan en bezwaarmakers hebben daartoe kosten moeten maken. Bezwaarmakers hebben zich verbaasd over de aanwijzing Wvg die zich uitstrekt over de gronden waarnaar verplaatst zou worden. Bezwaarmakers hebben al aanzienlijke kosten gemaakt. Het voorkeursrecht belemmert de ontwikkeling van het melkveebedrijf zoals voorzien door de gemeente en bezwaarmakers. Wat vindt de raad? De raad is van mening dat het op goede gronden tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Het heeft op het aangevoerde in de bezwaarschriften gereageerd met een verweerschrift dat naar (de gemachtigden van) de bezwaarmakers is verzonden. Ook de commissie heeft kennis genomen van dit verweerschrift. Wat vindt de bezwaarschriftencommissie? Algemeen Op grond van artikel 2 van de Wvg kan de gemeenteraad gronden aanwijzen waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn.

Op grond van artikel 5 van de Wvg komen voor aanwijzing ook in aanmerking gronden die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan, of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een niet-agrarische bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. In artikel 6 van de Wvg is bepaald dat burgemeester en wethouders gronden voorlopig kunnen aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Het besluit vervalt van rechtswege drie maanden na dagtekening of zoveel eerder als een besluit van de gemeenteraad tot aanwijzing ingevolge artikel 3, 4 of 5 in werking treedt. In het hier betreffende geval is het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk (19 mei 2020) binnen 3 maanden opgevolgd door een besluit van de gemeenteraad (7 juli 2020). Het voorkeursrecht houdt in dat, als een eigenaar van het betreffende perceel de gronden wil verkopen, de gemeente voorrang heeft om te bepalen of zij de gronden wil kopen. Overwegingen De commissie is nagegaan of de raad op goede gronden tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. De commissie overweegt hiertoe het navolgende.

De bezwaren die VHBM namens bezwaarmakers 1 naar voren heeft gebracht, hebben betrekking op het feit dat VHBM al enige tijd met de gemeente in gesprek was over de ontwikkeling van de betreffende gronden en richting de gemeente heeft aangegeven bereid te zijn de gronden tegen een marktconforme prijs aan de gemeente te verkopen. Het besluit om een voorkeursrecht te vestigen past volgens VHBM niet bij de gevoerde gesprekken en schept onrust. Voor zover VHBM beoogt aan te voeren dat het bestreden besluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is genomen, is de commissie van oordeel dat van deze strijd niet is gebleken. De bezwaren die VHBM uit, hebben betrekking op het gedrag van de gemeente als civiele partij. Dat de gemeente in gesprek was om de gronden te verkrijgen, betekent niet dat de raad geen gebruik mocht maken van haar publiekrechtelijke bevoegdheid een voorkeursrecht te vestigen op de betreffende percelen. Evenmin staat de vestiging van het voorkeursrecht er aan in de weg dat gesprekken over de verkoop van de grond verder doorgang kunnen vinden. Het besluit het voorkeursrecht te vestigen gedurende de

2

gesprekken is dan ook niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur genomen. Ook de bezwaren die namens bezwaarmakers 2 zijn ingediend zien meer op het handelen van de gemeente als civiele partij, namelijk op de eerdere afspraken die met bezwaarmakers zijn gemaakt over de bedrijfsverplaatsing. In haar verweer heeft de raad aangegeven voornemens te zijn de gemaakte afspraken hierover na te komen. Het voorkeursrecht is gevestigd voor het geval bezwaarmakers besluiten geen verdere bedrijfsinvesteringen te doen en de gronden te gaan verkopen. In dat geval wenst de gemeente de gronden te kunnen kopen en te ontwikkelen voor woningbouw, conform de provinciale regelgeving waarin deze gronden zijn aangewezen als zoekgebied voor verstedelijking, kortom waarin woningbouw kan worden gerealiseerd. Dit is volledig in lijn met het doel van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Als bezwaarmakers voornemens zijn hun investeringen en bedrijfsvoering voort te zetten en eigenaar wensen te blijven, staat de vestiging van het voorkeursrecht daaraan niet in de weg. Ten overvloede overweegt de commissie het volgende. Mocht de gemeente de gronden willen verwerven zonder dat bezwaarmakers willen verkopen, kan dat niet door het vestigen van een voorkeursrecht. Dat kan alleen met een civielrechtelijke onteigeningsprocedure. Niet is gebleken dat daarvan op dit moment sprake is.

Het advies Gelet op het voorgaande adviseert de commissie de raad: 1. De bezwaren van mevrouw J.A.W. Ketelaars, de heer J.W.M. Ketelaars, mevrouw A.P.J. Ketelaars, mevrouw W.C.M. Ketelaars en mevrouw M.J.P. Ketelaars ongegrond te verklaren. 2. De bezwaren van de heer R.C.H. Denissen en de heer J.J.M. Denissen ongegrond te verklaren.

Oisterwijk, 4 november 2020 De voorzitter,

De secretaris,

mr. M. Kleijn Hesselink

mr. H.M.E. Baten

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9572099/1