CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-40 Reglement van orde Gemeenteraad 2021 - bijlage 1 Verordening Reglement van Orde raad 2021 (versie 2 april)

RAAD 22 april 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-40 Reglement van orde Gemeenteraad 202121.460 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verordening Reglement van orde voor vergaderingen en overige werkzaamheden van de raad van Oisterwijk 2021 De raad van de gemeente Oisterwijk; gelezen het voorstel van het presidium van de raad d.d. 16 maart 2021, raadsvoorstel 21-40, gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de ‘Verordening Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oisterwijk 2021’:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van één of meerdere raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; b. bespreektafel: gespreksvorm tussen raads- en commissieleden en inwoners, wethouders en de burgemeester. c. bijeenkomst: vergadering of andere samenkomst van het Raadsplein of de Raadsontmoeting die kan bestaan uit meerdere sessies. d. fractie: o groep raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, met inbegrip van commissieleden die op voordracht van deze groep raadsleden zijn benoemd, óf; o groep raadsleden die schriftelijk bij de raadsvoorzitter kenbaar hebben gemaakt een gezamenlijke aanduiding te willen voeren, met inbegrip van commissieleden die op voordracht van deze groep raadsleden zijn benoemd. e. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; f. initiatiefvoorstel: voorstel van één of meerdere raadsleden voor een verordening of andere beslissing; g. inwoners: inwoners van de gemeente Oisterwijk én zij die beroepsmatig, economisch of anderszins belang hebben bij besluitvorming in de raad van de gemeente Oisterwijk; h. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; i.

raadsinformatiesysteem: applicatie of verzameling applicaties die wordt gebruikt om informatie betreffende de raad, zijn leden en vergaderingen publiekelijk te ontsluiten en om raads- en commissieleden te voorzien van de informatie die nodig is voor de uitoefening van hun taak. j. Raadsontmoeting: raadscommissie op basis van artikel 82 van de wet die bijeenkomsten belegt die kunnen bestaan uit meerdere sessies en onder andere als doel kan hebben: beeldvorming, onderling gesprek, gesprek met inwoners en belanghebbenden, debat over discussienotitie, werkbezoek. k. Raadsplein: raadscommissie op basis van artikel 82 van de wet die bijeenkomsten belegt die kunnen bestaan uit meerdere sessies en waar raads- en commissieleden met elkaar, met inwoners, belanghebbenden, overige geïnteresseerden en met het college en de

burgemeester het gesprek voeren over raadsvoorstellen die naar verwachting aanstonds op de agenda van de raadsvergadering staan; l. Rechtspositiebesluit: het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; m. sessie: fysieke of online bijeenkomst op een bijeenkomst van het Raadsplein of de Raadsontmoeting met een vastgestelde begin- en eindtijd en een specifiek onderwerp van bespreking; n. sessievoorzitter: het raadslid dat door de agendacommissie is aangesteld om een sessie te leiden tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein of de Raadsontmoeting; o. sessievoorzitterspool: door de raad benoemde groep raadsleden die belast zijn met het voorzitterschap van sessies; p. subamendement: voorstel van een raadslid of meerdere raadsleden tot wijziging van een aanhangig amendement; q. technische vraag: een vraag van een raadslid aan het college of de burgemeester, waarop het antwoord (hoofdzakelijk) bestaat uit feitelijke informatie en niet uit een mening of de onderbouwing daarvan. r. voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; s. wet: Gemeentewet. Artikel 2 Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam.

Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie zo snel mogelijk schriftelijk aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 3 Onderzoek geloofsbrieven en proces-verbaal centraal stembureau en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad op voordracht van de voorzitter een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Na een raadsverkiezing onderzoekt deze commissie tevens het proces-verbaal van het centraal stembureau.

De commissie brengt op basis van het onderzoek advies uit aan de raad over het rechtmatigheidsoordeel over de verkiezingen. Dit gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 4 Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad op voordracht van de voorzitter een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. De commissie onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en vraagt van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 3. De commissie brengt vervolgens een advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voordat de raad een wethouder benoemt opdracht geven tot het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit van de kandidaat-wethouder. Over de conclusie van de analyse brengt de burgemeester een openbaar verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en het bijbehorende rapport zijn niet openbaar. Artikel 5 De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en vergaderingen van door de raad ingestelde commissies, waaronder de agendacommissie, het Raadsplein en de Raadsontmoeting. 2.

Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 6 Sessievoorzitterspool 1. Er is een sessievoorzitterspool, waarvan de leden benoemd worden door de raad op voordracht van de voorzitter en griffier. 2. De sessievoorzitterspool telt minstens drie leden. Er is geen maximum aantal leden. 3. Raadsleden kunnen lid zijn van de sessievoorzitterspool. 4. Het lidmaatschap van de sessieleiderspool eindigt: a. als een lid niet langer raadslid is; b. aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 5. Een lid van de sessievoorzitterspool kan te allen tijde ontslag nemen door hiervan schriftelijk mededeling te doen aan de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat direct in, tenzij het betreffende lid een andere datum van ontslag heeft vermeld in de mededeling. In dat geval geldt de vermelde datum als ontslagdatum. Artikel 7 Werkgroepen 1. De raad kan werkgroepen instellen. 2. Werkgroepen worden voor een bepaalde tijd en rond een bepaald thema ingesteld. 3. In het instellingsbesluit van werkgroepen wordt ten minste duidelijk: a. Wat het doel en de opdracht van de werkgroep is; b. Tot wanneer de werkgroep wordt ingesteld; c. Op welk thema de werkgroep wordt ingesteld;

d. Wat de samenstelling van de werkgroep is; e. Wat de werkwijze van de werkgroep is; f. Wanneer en op welke wijze de werkgroep rapporteert aan de raad als opdrachtgever. 4. Werkgroepen van de raad komt het recht op ambtelijke bijstand toe zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Oisterwijk 2019.

Hoofdstuk 2 Agendacommissie en presidium Paragraaf 2.1 Agendacommissie Artikel 8 Samenstelling 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit één lid per fractie. 2. De raad benoemt en ontslaat leden van de agendacommissie op voordracht van de fracties. 3. Zowel raadsleden als commissieleden kunnen lid zijn van de agendacommissie. 4. De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van de agendacommissie. 5. De griffier of diens plaatsvervanger is aanwezig in de vergaderingen van de agendacommissie. 6. De agendacommissie kan een wethouder of de secretaris uitnodigen om deel te nemen aan de beraadslagingen van de agendacommissie. Artikel 9 Taken 1. De agendacommissie heeft de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van de agenda van het Raadsplein, met inbegrip van maar niet uitsluitend het beschrevene in artikel 50, lid 3 van deze verordening; b. het vaststellen van de agenda van de Raadsontmoeting, met inbegrip van maar niet uitsluitend het beschrevene in artikel 50, lid 3 van deze verordening; c. vaststellen van de voorlopige agenda van raadsvergaderingen; d. beslissen over agenderingsverzoeken vanuit inwoners, organisaties, raad en college; e. bespreken van de raadsplanning: besluiten over de verdeling van onderwerpen en agendapunten over de vergaderingen van raadsplein, raadsontmoeting en raad; f.

evaluatie van (bijeenkomsten van) Raadsplein, Raadsontmoeting en raadsvergadering; g. vaststellen en wijzigen van het vergaderschema van de raad; h. andere taken die de raad aan de agendacommissie opdraagt. Artikel 10 Verhindering en afwezigheid 1. Leden van de agendacommissie kunnen zich door een lid van de fractie laten vervangen. 2. Bij verhindering van de voorzitter van de agendacommissie neemt een ander lid het voorzitterschap waar. 3. De agendacommissie kan een vaste waarnemend voorzitter benoemen. Artikel 11 Vergaderingen 1. Vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar, tenzij de agendacommissie anders beslist. 2. De agendacommissie vergadert zo vaak als zij nodig acht. 3. De agendacommissievergadering wordt niet geopend als niet ten minste de helft van het aantal benoemde leden of hun plaatsvervangers ter vergadering aanwezig is. 4. De agendacommissie beslist bij meerderheid. Alle leden of hun plaatsvervangers hebben één stem. 5. De voorzitter heeft geen stemrecht in vergaderingen. Als een lid van de agendacommissie optreedt als waarnemend voorzitter, heeft hij wel stemrecht.

6. Van vergaderingen van de agendacommissie wordt een besluitenlijst opgemaakt. De besluitenlijst is openbaar, tenzij de agendacommissie anders beslist. De agendacommissie kan ook beslissen dat een besluitenlijst gedeeltelijk openbaar is. Artikel 12 Verzending agenda en stukken 1. De voorzitter van de agendacommissie stelt uiterlijk op de vrijdag in de week voorafgaand aan de week waarin de vergadering van de agendacommissie plaatsvindt een agenda op voor een in het vergaderschema van de raad opgenomen vergadering. 2. De agenda en bijbehorende vergaderstukken worden uiterlijk op de vrijdag in de week voorafgaand aan de week waarin de vergadering van de agendacommissie plaatsvindt openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem. 3. In geval een vergadering wordt ingelast, kan de voorzitter afwijken van de termijnen genoemd in het eerste en tweede lid. 4. De voorzitter van de agendacommissie kan besluiten dat een agendacommissievergadering met videovergaderen plaatsvindt. Artikel 11, eerste lid, is onverminderd van toepassing op videovergaderingen. Paragraaf 2.2 Het presidium Artikel 13 Samenstelling 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van het presidium. Het presidium kan uit de leden een waarnemend voorzitter benoemen. 3. Het presidium wordt bijgestaan door de griffier.

Artikel 14 Taken 1. Het presidium heeft tot taak: a. het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie; b. het bespreken van (mogelijke) integriteitszaken; c. het verrichten van alle overige werkzaamheden die in deze verordening of anderszins door de raad aan hem opgedragen worden. Artikel 15 Verhindering en afwezigheid Bij afwezigheid of verhindering kunnen de fractievoorzitters zich laten vervangen door een ander raadslid uit hun fractie. Artikel 16 Vergaderingen 1. Zowel de voorzitter als de waarnemend voorzitter kan de leden oproepen tot een vergadering door de agenda en bijbehorende vergaderstukken beschikbaar te stellen via het raadsinformatiesysteem. 2. De waarnemend voorzitter roept de leden op tot een vergadering: a. bij verhindering van de voorzitter; b. in geval de burgemeester onderwerp van bespreking is tijdens de voorgenomen vergadering. 3. In geval de waarnemend voorzitter de leden oproept tot vergadering, zijn lid 5, 6, 7 en 8 van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 4. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

5. De voorzitter stelt uiterlijk zeven dagen voor een in het vergaderschema van de raad opgenomen vergadering de agenda en bijbehorende vergaderstukken via het raadsinformatiesysteem beschikbaar aan de leden van het presidium. 6. In geval een vergadering wordt ingelast kan de voorzitter afwijken van de termijn in het vorige lid. 7. De agenda en bijbehorende vergaderstukken van het presidium zijn openbaar. De voorzitter van het presidium kan voorafgaand aan een vergadering beslissen dat de agenda en/of vergaderstukken niet openbaar zijn. Hij kan ook beslissen dat een gedeelte van de agenda en/of de vergaderstukken niet openbaar is. 8. In geval de voorzitter een beslissing heeft genomen als bedoeld in de laatste of voorlaatste volzin van het vorige lid, kan het presidium besluiten dat de agenda en/of de vergaderstukken of het gedeelte daarvan dat door toepassing van het besluit van de voorzitter niet openbaar is/zijn, alsnog openbaar wordt. Een dergelijk besluit wordt genomen in de vergadering waarop de agenda en/of vergaderstukken betrekking hebben. 9. De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij het presidium anders beslist. Het presidium kan ook beslissen dat een deel van een vergadering openbaar is. Het presidium neemt deze beslissingen op voorstel van zijn voorzitter. 10. Van de vergaderingen van het presidium wordt een besluitenlijst gemaakt.

De besluitenlijst is openbaar, tenzij het presidium anders beslist. Het presidium kan ook beslissen dat een besluitenlijst gedeeltelijk openbaar is. 11. De voorzitter van het presidium kan besluiten dat een vergadering via videovergaderen plaatsvindt. Het negende lid is onverminderd van toepassing op een videovergadering.

Hoofdstuk 3 Raadsvergaderingen Paragraaf 3.1 Voorbereiding Artikel 17 Oproep en agenda 1. De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep. De voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken zijn dan inzichtelijk op het raadsinformatiesysteem. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep in overleg met het presidium een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt de aanvullende agenda kenbaar gemaakt aan de raadsleden. Op dat moment zijn eventuele aanvullende of gewijzigde stukken ook voor raadsleden inzichtelijk via het raadsinformatiesysteem. 3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter in overleg met het presidium afwijken van de in lid 1 en lid 2 van dit artikel genoemde termijnen. 4. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 18, derde lid, van toepassing. 5. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 6. De in lid 1 en lid 2 bedoelde oproepen kunnen elektronisch worden verzonden. Artikel 18 Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep openbaar op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken op het raadsinformatiesysteem worden geplaatst, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die niet elektronische beschikbaar zijn worden bij de griffier ter inzage gelegd. De griffier verleent wie dat wenst op verzoek inzage. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. Artikel 19 Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht via een openbare aankondiging op het raadsinformatiesysteem en zo mogelijk door aankondiging in een door het college aangewezen huis-aan-huisblad. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend via het raadsinformatiesysteem plaatsvinden. Paragraaf 3.2 Ter vergadering Artikel 20 Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 21 Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. Artikel 22 Voorstellen van orde 1. Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad spreekt in maximaal één termijn over voorstellen van orde en beslist hier daarna direct over. 2. Als over een voorstel van orde de stemmen staken, is het voorstel verworpen. Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 24 Spreekrecht 1. Na de opening van de raadsvergadering kunnen aanwezige inwoners en belanghebbenden gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. 2. Het spreekrecht kan ook worden gebruikt voor het aanbieden van een burgerinitiatiefvoorstel of petitie. 3. Het spreekrecht kan niet worden gebruikt over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b.

voorstellen tot het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een zaak waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan, kon worden of is ingediend; d. een concept-besluitenlijst van de raad; e. ingekomen stukken; 4. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk op de dag voor de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5. De voorzitter bepaalt de volgorde van insprekers en houdt daarbij rekening met de orde van de vergadering. 6. Na het spreekrecht wordt bij vaststelling van de agenda het agendapunt met de meeste insprekers zoveel als mogelijk naar voren gehaald. 7. Interrupties door leden van de raad zijn niet toegestaan tijdens gebruikmaking van het spreekrecht. 8. Nadat een inspreker zijn bijdrage heeft gedaan, kunnen leden van de raad de inspreker verduidelijkende vragen stellen. Artikel 25 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats in de raadsvergadering. De voorzitter wijst deze na de start van een raadsperiode aan.

2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het presidium. Paragraaf 3.3 Stemmingen Artikel 26 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 27 Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 28 Procedure stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. De raad stemt bij handopsteken, tenzij: a. een raadslid heeft verzocht om hoofdelijke stemming; b. het een stemming betreft voor het benoemen van personen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen van personen; 5.

Bij stemming met handopsteken vraagt de voorzitter de raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden kenbaar te maken wie voor het voorstel is door de hand op te steken. Wie dat niet doet is tegen het voorstel. 6. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op volgorde van de presentielijst. 7. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 8. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 9. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 29 Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. De voorzitter beslist over de volgorde van verstrekkendheid. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 30 Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen.

De raad kan op voorstel van het stembureau of de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. Paragraaf 3.4 Verslaglegging en ingekomen stukken Artikel 31 Verslagen en besluitenlijsten 1. De griffier draagt zorg voor besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit de besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een aantekening van afgelegde stemverklaringen; e. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. de tekst van de genomen besluiten; h.

bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 23 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de concept-besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Zo mogelijk wordt van de raadsvergadering een audio- en/of videoverslag gemaakt. 6. Elektronisch beschikbare (verslagen en) besluitenlijsten worden op het raadsinformatiesysteem geplaatst. Artikel 32 Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Raadsleden hebben via het raadsinformatiesysteem toegang tot de ingekomen stukken. 2. De raad stelt op voorstel van de griffie de afdoeningswijze van ingekomen stukken vast. De inhoud van de ingekomen stukken zijn daarbij geen onderwerp van debat. Paragraaf 3.5 Besloten raadsvergaderingen Artikel 33 Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 34 Verslag en besluitenlijst besloten vergadering 1. Concept-besluitenlijsten en -verslagen van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden.

Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. 4. In afwijking van lid 2 en lid 3 van dit artikel kan de raad de voorzitter mandateren tot het vaststellen van de besluitenlijst van besloten raadsvergaderingen. Artikel 35 Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 3.6 Toehoorders en pers Artikel 36 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 4 Instrumenten Artikel 37 Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 38 Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 39 Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de raad.

2. Het college kan binnen veertien dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. De voorzitter kan in afwijking van lid 2 bepalen dat het college met betrekking tot een initiatiefvoorstel alleen mondeling, in de raadsvergadering, wensen en bedenkingen kan uiten. Als de voorzitter hiertoe besluit, stelt hij college en raad hiervan in kennis. 4. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 40 Collegevoorstel 1. Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 41 Interpellatie 1.

Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over interpellatieverzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en het college niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 42 Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Schriftelijke vragen worden schriftelijk beantwoord, tenzij de vraagsteller expliciet om mondelinge beantwoording vraagt. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk via het raadsinformatiesysteem ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de vragensteller(s) toegezonden en openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem. 5.

De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in het vragenhalfuur van de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 43 Technische vragen 1. In dit artikel wordt verstaan onder ‘technische vragen over een raadsvoorstel’: technische vragen over raadsvoorstel, bijlagen bij een raadsvoorstel en andere door het college of de burgemeester aan de raad aangeboden vergaderstukken die op de agenda van een bijeenkomst van het Raadsplein, de Raadsontmoeting en/of de raadsvergadering staan. 2. Raads- en commissieleden kunnen technische vragen stellen aan het college en de burgemeester. 3. Raads- en commissieleden dienen technische vragen schriftelijk in bij de griffier. De griffier kan, na overleg met de vragensteller, oordelen dat sprake is van schriftelijke vragen zoals bedoeld in voorgaand artikel. 4. De griffier zendt de vragen door aan het college of de burgemeester onder verwijzing naar de van toepassing zijnde termijnen uit dit of het voorgaande artikel. 5. Beantwoording van technische vragen geschiedt schriftelijk, tenzij de vraagsteller expliciet om mondelinge beantwoording verzoekt. 6. Technische vragen over raadsvoorstellen worden gesteld en beantwoord met inachtneming van onderstaande deadlines:

Raadsvoorstel of vergaderstuk staat op agenda bijeenkomst Raadsplein op donderdag

Indienen technische vraag

Beantwoorden technische vraag door college

Voor 10.00 uur dinsdag voorafgaand aan bijeenkomst Raadsplein

Voor 16.00 uur op de dag voorafgaand aan bijeenkomst Raadsplein

Vergaderstuk staat op agenda bijeenkomst Raadsontmoeting op donderdag

Voor 10.00 uur dinsdag voorafgaand aan bijeenkomst Raadsontmoeting

Voor 16.00 uur op de dag voorafgaand aan bijeenkomst Raadsontmoeting

7. Een technische vraag over een raadsvoorstel die na de deadline beschreven in het zesde lid (kolom Indienen technische vraag) is ingediend wordt als nagekomen beschouwd. 8. Nagekomen technische vragen over raadsvoorstellen worden door het college of de burgemeester beantwoord voor 10.00 uur op de dag waarop de raadsvergadering plaatsvindt waarin het betreffende raadsvoorstel voor besluitvorming voorligt. In geval een raadsvoorstel niet op de conceptagenda van een raadsvergadering staat, wordt de nagekomen vraag beantwoord binnen 14 dagen na binnenkomst. 9. Beantwoording van technische vragen over raadsvoorstellen geschiedt door toezending van de antwoorden aan de griffier. 10. De griffier brengt ingediende technische vragen over raadsvoorstellen en de beantwoording daarvan via het raadsinformatiesysteem ter kennis van de vragensteller en de raads- en commissieleden. 11. De agendacommissie kan besluiten dat voor technische vragen over één of meerdere raadsvoorstellen wordt afgeweken van het proces beschreven in lid 6 t/m 10. 12. Technische vragen niet zijnde technische vragen over een raadsvoorstel worden door het college of de burgemeester binnen 14 dagen beantwoord door toezending van het antwoord aan de vragensteller. De griffier ontvangt een afschrift van het antwoord. 13.

In geval het college of de burgemeester technische vragen niet kan beantwoorden binnen de termijnen beschreven in de laatste volzin van lid 8 of artikel 12, kan hij daarvan gemotiveerd afwijken. De motivatie wordt door tussenkomst van de griffier aan de vragensteller gezonden. Artikel 44 Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen dertig dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 45 Vragenhalfuur 1. Aan het begin van de raadsvergadering is een vragenhalfuur dat raadsleden kunnen gebruiken voor het stellen van mondelinge vragen aan het college of de burgemeester. 2. Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Bij aanmelding worden in ieder geval de te stellen vragen vermeld. Aanmelding geschiedt, in geval een raadsvergadering op donderdag plaatsvindt, voor dinsdag 10.00 uur. 3. De voorzitter kan bepalen dat voor een raadsvergadering een andere deadline geldt dan vermeld in het voorgaande lid. 4.

De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller(s), de overige raadsleden, het college en de burgemeester.

5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 6. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.

Hoofdstuk 5 Raadsplein en Raadsontmoeting Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen Artikel 46 Instellingsbesluit 1. Er is een: a. raadscommissie Raadsplein: waar raads- en commissieleden met elkaar, met inwoners en met het college en de burgemeester het gesprek voeren over raadsvoorstellen die naar verwachting binnenkort op de agenda van de raadsvergadering staan met als doel het voorbereiden van de besluitvorming door de gemeenteraad; b. raadscommissie Raadsontmoeting met de volgende taken: beeldvorming, onderling gesprek, gesprek met inwoners en belanghebbenden, debat over discussienotities, werkbezoek, informatieuitwisseling. 2. Raadsleden zijn lid van de raadscommissies Raadsplein en Raadsontmoeting. Artikel 47 Vergadercyclus en agenda 1. De agendacommissie stelt het vergaderschema vast. Daarin zijn ook opgenomen de bijeenkomsten van Raadsplein en Raadsontmoeting. 2. Bijeenkomsten van het Raadsplein vinden plaats ter voorbereiding op de raadsvergadering en worden in de regel twee weken daarvoor gepland. 3. Bijeenkomsten van de Raadsontmoeting kunnen in de vergadercyclus zowel voor als na de raadsvergadering worden gepland. Paragraaf 5.2 Commissieleden Artikel 48 Ondersteuning door commissieleden 1. Fracties kunnen zich laten ondersteunen door (algemene) commissieleden. 2. Commissieleden worden benoemd door de raad op voordracht van de fracties. 3.

Een fractie kan maximaal vijf commissieleden hebben. 4. Raadsleden en commissieleden hebben toegang tot bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting. 5. De artikelen 10, 11, 12 en 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden. 6. Bij de benoeming van een commissielid stelt de raad op voordracht van de voorzitter een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 7. De commissie bedoeld in het vorige lid onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten in het vijfde lid en vraagt van het kandidaat-commissielid een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 8. De commissie brengt vervolgens een advies uit aan de raad over de benoeming tot commissielid. 9. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen commissieleden in de raadsvergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot commissielid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als commissielid naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (Dat verklaar en beloof ik!") Artikel 49 Zittingsduur commissieleden 1. Het commissielidmaatschap eindigt: a. met het einde van de zittingsperiode van de raad b. als niet meer wordt voldaan aan de eisen, zoals opgenomen in artikel 48, lid 5 van deze verordening (m.u.v. art. 15 van de wet); c. als de raad een commissielid ontslaat. Dit gebeurt op voordracht van de fractie die het commissielid heeft voorgedragen voor benoeming of op voordracht van de voorzitter van de raad; d. als het commissielid ontslag neemt. Een commissielid kan dit te allen tijde doen door hiervan schriftelijk mededeling te doen aan de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat direct in, tenzij het betreffende commissielid een andere datum van ontslag heeft vermeld in de mededeling. In dat geval geldt de vermelde datum als ontslagdatum; e. bij overlijden van het commissielid. f. als de fractie die een commissielid heeft voorgedragen voor benoeming niet langer vertegenwoordigd is in de raad. g.

als de raad heeft besloten een commissielid toe te laten als lid van de raad. Paragraaf 5.3 Samenstelling en ondersteuning Artikel 50 Samenstelling bijeenkomsten Raadsplein en Raadsontmoeting 1. De bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting zijn verdeeld in sessies, welke parallel kunnen plaatsvinden. 2. Tijdens iedere sessie wordt een raadsvoorstel of ander onderwerp besproken. 3. De agendacommissie stelt het programma van het raadsplein en de raadsontmoeting (het sessieoverzicht) en de agenda van bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting vast. Dit besluit, in de vorm van een sessieformulier bevat ten minste informatie over: a. Het voorzitterschap; b. De aanvang, werkvorm(en), duur en opzet; c. Openbaarheid; d. De rol van collegeleden; e. De rol van inwoners; f. Uit te nodigen inwoners; g. De wijze van verslaglegging. 4. Sessies tijdens het Raadsplein hebben doorgaans de vorm van een bespreektafel. De agendacommissie kan besluiten dat een sessie een andere vorm heeft.

5. De agendacommissie kan besluiten dat voor een sessie tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en/of de Raadsontmoeting een maximum geldt voor het aantal deelnemers per fractie. 6. De agendacommissie kan besluiten dat deelname aan een sessie tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en/of de Raadsontmoeting alleen mogelijk is na voorafgaande aanmelding bij de griffier. 7. De agendacommissie kan besluiten dat één of meerdere sessies tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein of de Raadsontmoeting niet openbaar zijn. Artikel 51 Actualiteiten college en Podium 1. Tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein vindt een sessie met de naam ‘Actualiteiten college’ plaats. Tijdens deze sessie is gelegenheid voor: a. Inlichtingen en mededelingen van college of burgemeester aan de raad; b. Mondelinge vragen van raads- en commissieleden aan college of burgemeester; c. Bespreking van de voortgang van aangenomen moties of door college of burgemeester gedane toezeggingen. 2. In beginsel zijn alle wethouders en de burgemeester aanwezig bij de sessie ‘Actualiteiten college’. De agendacommissie kan hierop een uitzondering maken. 3. De agendacommissie kan besluiten dat tijdens een bijeenkomst van het Raadsplein geen sessie ‘Actualiteiten college’ plaatsvindt. 4.

De raad of de agendacommissie kan besluiten dat een thema een vast onderwerp is bij het onderdeel ‘inlichtingen en mededelingen van college of burgemeester aan de raad’ tijdens de sessie ‘Actualiteiten college’. 5. Het Podium is een sessie die 15-30 minuten duurt en plaatsvindt tijdens bijeenkomsten van de Raadsontmoeting. 6. Inwoners kunnen door gebruik te maken van het Podium een ingezonden stuk kort toelichten. Na de toelichting van de inwoner kunnen aanwezige raads- en commissieleden kort informatieve vragen stellen. 7. Inwoners kunnen bij de griffier een verzoek indienen om gebruik te maken van ‘het Podium’. 8. De agendacommissie beslist of een verzoek als bedoeld in lid 7 wordt toegewezen. 9. Als een verzoek als bedoeld in lid 7 wordt toegewezen, wordt het door de agendacommissie in beginsel ingepland voor de eerstvolgende bijeenkomst van de Raadsontmoeting. Artikel 52 Vergaderstukken 1. De voorzitter van de agendacommissie stelt de agenda van bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting zo snel mogelijk na vaststelling openbaar beschikbaar via het raadsinformatiesysteem. 2. Gelijktijdig met het openbaar beschikbaar stellen van de agenda worden ook de bijbehorende voorstellen en vergaderstukken beschikbaar gesteld via het raadsinformatiesysteem. 3. Een sessievoorzitter kan besluiten dat aanvullende vergaderstukken beschikbaar worden gesteld. 4.

Stukken bedoeld in het derde lid worden niet later dan 48 uur voor aanvang van een sessie beschikbaar gesteld. 5. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd blijven in afwijking van het tweede lid onder berusting van de griffier. Hij verleent raads- en commissieleden op verzoek inzage.

Artikel 53 Oproep en openbare kennisgeving 1. Raadsleden en commissieleden worden schriftelijk door een of meerdere sessievoorzitters opgeroepen tot de vergaderingen en bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting. 2. Vergaderingen en bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting worden ter openbare kennis gebracht via het raadsinformatiesysteem en/of de website van de gemeente. Tevens kan deze openbare kennisgeving in een door het college aangewezen huis-aan-huisblad worden geplaatst. Artikel 54 Sessiegriffier 1. De griffier wijst ter ondersteuning van sessies tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting een op de griffie werkzame ambtenaar aan als sessiegriffier. 2. In uitzonderlijke gevallen kan de griffier ook een andere ambtenaar als sessiegriffier aanwijzen. 3. In iedere sessie is een sessiegriffier aanwezig, tenzij de agendacommissie anders beslist. 4. Een sessiegriffier kan op uitnodiging van de sessievoorzitter deelnemen aan de beraadslagingen tijdens een sessie. Paragraaf 5.4 Bijeenkomsten en sessies Artikel 55 Quorum Sessies tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting kunnen worden geopend ongeacht het aantal aanwezige deelnemers of raads- en commissieleden, er is geen vergaderquorum. Artikel 56 Stemmingen 1.

Tijdens sessies tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting vinden enkel stemmingen plaats over geheimhouding. 2. Bij een stemming hebben aanwezige raads- en commissieleden ieder één stem. De sessievoorzitter heeft geen stem. Een beslissing wordt genomen bij meerderheid. Als de stemmen staken is een voorstel niet aangenomen. Artikel 57 Advies 1. Een sessie tijdens een bijeenkomst van het Raadsplein of de Raadsontmoeting kan inhouden een advies aan de raad, bijvoorbeeld om een raadsvoorstel al dan niet als hamerstuk aan te merken. Bij het uitbrengen van dit advies besluiten de aanwezige raads- en commissieleden op voorstel van de sessievoorzitter. 2. Indien sprake is van afwijkende standpunten over het advies, wordt hiervan mededeling gedaan in de verslaglegging van een sessie. Artikel 58 Meepraten inwoners 1. Tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting kunnen inwoners meepraten, tenzij: a. de agendacommissie beslist dat dit voor één of meerdere sessies of delen van sessies niet mogelijk is; b. het een besloten bijeenkomst of sessie betreft.

2. De agendacommissie kan bepalen dat inwoners bij een sessie slechts mee kunnen praten na voorafgaande aanmelding bij de griffier. 3. De agendacommissie kan aan de aanmelding bedoeld in het tweede lid een deadline verbinden. Artikel 59 Orde en handhaving 1. De sessievoorzitter handhaaft de orde in sessies. 2. Er is geen sprake van een vast aantal spreektermijnen. De sessievoorzitter bepaalt wie wanneer het woord voert. 3. Een sessievoorzitter kan een raads- of commissielid of andere deelnemer die door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert het verdere verblijf in een sessie ontzeggen. Zo nodig doet hij het de betreffende persoon verwijderen. 4. Een sessievoorzitter kan ter handhaving van de orde een sessie voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na heropening de orde opnieuw verstoord wordt, de sessie sluiten. Artikel 60 Verslaglegging 1. De agendacommissie bepaalt bij het vaststellen van de agenda van bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting tevens de wijze waarop van sessies verslag wordt gedaan. 2. De sessiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging op het sessieformulier. 3. Het sessieformulier, met inbegrip van de verslaglegging, wordt na afloop van een sessie door de sessiegriffier gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem. 4. Verslaglegging van een bespreektafel bevat in ieder geval: a. Een overzicht van de besproken punten; b.

Een conclusie van de aanwezige fracties over de behandeling van het betreffende raadsvoorstel in de raadsvergadering (hamerstuk of bespreekstuk); c. Een overzicht van toezeggingen gedaan door een wethouder of burgemeester. d. Indien van toepassing: aankondiging van voorgenomen moties en amendementen. Paragraaf 5.5 Besloten bijeenkomsten en sessies Artikel 61 Toepassing hoofdstuk op besloten bijeenkomsten en sessies Op besloten (sessies tijdens) bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting is dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de sessie of bijeenkomst. Artikel 62 Geheimhouding 1. Met toepassing van artikel 86 van de wet kan geheimhouding worden opgelegd omtrent het behandelde tijdens een besloten sessie tijdens een bijeenkomst van het Raadsplein of de Raadsontmoeting. 2. Geheimhouding als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd tijdens de sessie waarvoor de geheimhouding geldt.

Artikel 63 Verslaglegging besloten bijeenkomsten en sessies 1. Het verslag van een sessie waarvoor ingevolge artikel 62 een verplichting tot geheimhouding geldt wordt niet verspreid, maar ligt voor raadsleden en commissieleden ter inzage bij de griffier. 2. Een verslag als bedoeld in het eerste lid is openbaar tenzij de raad de geheimhouding in de eerstvolgende vergadering bekrachtigt. Paragraaf 5.6 Toehoorders en pers Artikel 64 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. Artikel 26, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op sessievoorzitters tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting. Artikel 65 Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een of meerdere sessies tijdens bijeenkomsten van het Raadsplein en de Raadsontmoeting geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de sessievoorzitter(s) en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 66 - Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 67 - Intrekken oude reglement De volgende regelingen worden ingetrokken: - Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Oisterwijk 2015; - Verordening op de raadscommissies gemeente Oisterwijk 2015 Artikel 68 - Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Reglement van orde voor vergaderingen en overige werkzaamheden van de raad van Oisterwijk 2021 De griffier,

De voorzitter,

Daniëlle Robijns

Hans Janssen

Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit deze verordening gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2 Fracties De Kieswet en de wet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd.

Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). In artikel 1 van de verordening is geregeld dat ook commissieleden die op voordracht van een fractie benoemd zijn eveneens tot die fractie worden gerekend. Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid.

Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen.

Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet.

Dit is een logische voorwaarde; als een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren gebeurt dit ook. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 3 Onderzoek geloofsbrieven en proces-verbaal centraal stembureau en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden.

Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien nietNederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9969618/1