CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-39 Vaststellen REKS- bijlage 2l Internet enquete

RAAD 3 juni 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-39 Vaststellen Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS)21.106 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Internetconsultatie Brabantse energieregio’s Rapportage REKS Hart van Brabant

Internetconsultatie Brabantse energieregio’s Rapportage REKS Hart van Brabant Drs. Madelon van Duren Bianca Koomen MSc. Dr. Susanne Agterbosch

Het PON & Telos

Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van

Auteur(s) Drs. Madelon van Duren Bianca Koomen MSc. Dr. Susanne Agterbosch Publicatienummer 201295-04 Datum januari 2021

© 2021 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. Meer informatie www.hetpon-telos.nl

Het PON & Telos | Colofon

Samenvatting en conclusies Aanleiding en doel De vier Brabantse energieregio’s hebben de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden en dat deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan. Betrokkenheid van bewoners – als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs als particuliere producent – bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën (RES’en) is dan ook belangrijk.1 Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de vier energieregio’s wil de provincie Noord-Brabant een betrouwbaar beeld genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de RES’en. Deze rapportage maakt onderdeel uit van deze internetconsultatie en verschaft een representatief en betrouwbaar beeld van de manier waarop de inwoners van regio Hart van Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-REKS en van wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben. Bij dit onderzoek zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio? 2.

Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer? 3. Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte? Voor energieregio Hart van Brabant is nog specifiek een vierde onderzoeksvraag toegevoegd die betrekking heeft op klimaatverandering en klimaatadaptatie. Dit, omdat dit onderwerp in deze regio uitdrukkelijk opgenomen is in de REKS. 4.

Hoe kijken inwoners van regio Hart van Brabant aan tegen klimaatverandering en welke mogelijkheden zien zij voor klimaatadaptatie?

Opzet onderzoek Het onderzoek is online uitgevoerd met een vragenlijst. Vanuit de wens om de vragenlijst laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners van de regio beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om te werken met een open link. Deze link is verstuurd via de gemeenten die vallen binnen energieregio Hart van Brabant. Zij hebben de link verspreid via verschillende (social media) kanalen van hun gemeente (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Ook is gebruik gemaakt van regionale kanalen, zoals de regionale krant, de nieuwsbrief en huis-aan-huisbladen. Daarbij is de vragenlijst verspreid via de lokale energiecoöperaties, waterschappen, de BMF en de provincie Noord-Brabant. Het 1

Omdat energieregio Hart van Brabant ervoor gekozen heeft om ook het thema klimaatadaptatie in de RES op te nemen spreken we in deze regio van de REKS; de Regionale Energie- en Klimaatstrategie.

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

onderzoek ging op 5 oktober 2020 online en heeft tot en met 16 november 2020 ‘open’ gestaan. In deze periode is tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie in regio Hart van Brabant (Bron: CBS). De vragenlijst is door 2.149 inwoners uit Hart van Brabant ingevuld. Houding ten aanzien van de energietransitie We zien dat ruim de helft van de respondenten (59%) positief of zeer positief staan tegenover de energietransitie. Eén op de tien respondenten staat hier (zeer) negatief tegenover en 32% neemt een neutrale positie in. Jongere respondenten (tot 30 jaar) staan vaker neutraal tegenover de energietransitie en we zien dat respondenten van 71 jaar en ouder relatief vaker negatief staan tegenover de energietransitie. Als we kijken naar opleidingsniveau, dan zien we dat laag en middelbaar opgeleiden relatief vaak een neutrale houding aannemen ten aanzien van de energietransitie. Hoger opgeleiden geven vaker aan zeer positief te zijn ten aanzien van de energietransitie. Bekendheid met de REKS Als we kijken naar de bekendheid met de REKS en het REKS-proces, dan zien we dat 13% van de respondenten aangeeft op de hoogte te zijn van zowel het proces als de inhoud van de REKS.

Ruim een kwart (27%) heeft wel eens gehoord van het REKS-proces, maar weet niet wat het inhoudt of hoe dit proces verloopt. Het merendeel van de inwoners in regio Hart van Brabant (60% van de respondenten) is hiervan niet op de hoogte. Dat wil niet zeggen dat ze op dit moment nog geen mening hebben over (onderdelen van) de energietransitie – wel is het waarschijnlijk dat meningsvorming op onderdelen van de concept-REKS nog moet plaatsvinden. Jongere respondenten zijn vaker dan gemiddeld niet op de hoogte van de REKS (74% t.o.v. 60% gemiddeld). Respondenten met een laag (69%) en middelbaar opleidingsniveau (65%) geven ook relatief vaak aan nog niet van de REKS op de hoogte te zijn (tegenover 46% van de respondenten met een hoog opleidingsniveau). Respondenten met een hoog opleidingsniveau geven juist vaker dan gemiddeld aan bekend te zijn met het proces en de inhoud van de REKS (25% ten opzichte van 5% van de respondenten met een lage opleiding). Thema klimaatadaptatie Het thema ‘Klimaatadaptie’ krijgt specifieke aandacht in de REKS van Hart van Brabant. Er zijn binnen dit thema vragen gesteld over klimaatverandering en klimaatadaptatie. Bijna driekwart van de respondenten geeft aan zich zorgen te maken over de klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor hun leefomgeving (73%).

Daarbij maakt ruim twee derde (68%) zich zorgen over de droogte in hun omgeving en vindt ook ruim twee derde dat de aanleg van wind- en zonneparken gecombineerd moet worden met het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat (68%). Als het gaat om het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat, dan zien we dat driekwart van de respondenten wil kijken naar opties om regenwater vast te houden

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

om droogte te voorkomen. Ook vergroening van steden en dorpen is voor hen een geschikte optie om naar te kijken (68%). Het maken van koelere plekken langs de randen van steden en dorpen (7%) en het vervangen van naaldbossen door loofbossen omdat die meer CO2 kunnen vasthouden (13%) zijn volgens de respondenten minder geschikte opties om naar te kijken als het gaat om klimaatadaptatie. Thema duurzame energie en besparen Richtinggevende criteria Respondenten zijn gevraagd om aan de hand van een aantal stellingen aan te geven welke criteria voor duurzame energie zij belangrijk vinden bij het maken van keuzes nu en in de toekomst. Daaruit blijkt dat de aandacht voor betaalbaarheid voor iedereen als één van de leidende principes van de REKS op draagvlak kan rekenen: 57% van de respondenten markeert dit als belangrijkste criterium voor keuzes in de toekomst. Als tweede criterium komt het gebruik van ‘restruimte’ naar voren (46% vindt dit een belangrijk criterium). In de concept-REKS van regio Hart van Brabant lezen we dat vier elementen een belangrijke rol gespeeld hebben bij het opstellen ervan.

Zo moet er aandacht zijn voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, wordt er gestreefd naar maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, is het van belang dat gemaakte keuzes energiesysteemefficiëntie nastreven en moet het bijdragen aan de (kwantitatieve doelen van) de REKS.2 Deze elementen vormen ook voor de respondenten deels richtinggevende criteria. Respondenten vinden daarnaast vooral een betaalbare energietransitie voor iedereen belangrijk. Dit is op dit moment (nog) geen element in de concept-REKS. Sturing Ruim de helft van de respondenten (60%) is van mening dat de overheid het voortouw moet nemen in het versnellen van energiebesparing. Als het gaat om type stimuleringsmaatregelen, dan vindt bijna twee derde (65%) dat de overheid voornamelijk moet focussen op het verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen. Respondenten kiezen liever niet voor een lening en ook het verplichten van maatregelen wordt minder gewaardeerd. Thema zonne-energie Voor het opwekken van grootschalige zonne-energie zijn in de concept REKS Hart van Brabant hubs aangewezen. Gemeenten kunnen hun eigen ambitie bepalen voor de omvang van zonneparken in het buitengebied bij zonneparken tot 2ha. Voor zonneparken groter dan 2ha worden regionale afspraken gemaakt.

Verder staat in de concept REKS beschreven dat er het streven is om zuinig en meervoudig met de ruimte om te gaan.3 Hiervoor maakt regio Hart van Brabant gebruik van de zonneladder die per trede van de ladder aangeeft of er al dan niet zonnepanelen geplaatst mogen worden. 4 Op de vraag welke varianten of uitgangspunten het meest aanspreken geeft bijna twee derde van de respondenten aan een voorkeur te hebben voor het benutten van restruimte 2

Concept-bod REKS, p. 12. Idem, p. 31. 4 Idem, p. 32-35. 3

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

(65%). Zonneparken komen dan in knooppunten langs (snel)wegen of spoorwegen. Oftewel, ruimte die niet geschikt is om op een andere manier te benutten. Verder geeft 34% van de respondenten de voorkeur aan kleinere zonneparken aan randen van woonkernen en industrie. Een kwart van de respondenten (24%) geeft er de voorkeur aan om zonneparken te combineren met windturbines. Opvallend is dat een even groot deel (25%) dit juist geen aantrekkelijke variant vindt. Ook zonneparken in recreatiegebieden (25% staat hier negatief tegenover) en zonneparken in combinatie met nieuwe natuur (24% staat hier negatief tegenover) worden door de respondenten aangeduid als opties die niet de voorkeur hebben. Thema windenergie Zoekgebieden Aan de respondenten zijn verschillende mogelijke gebieden met hierbinnen verschillende zoekgebieden voorgelegd voor windenergie. We zien dat de respondenten over het algemeen de gebieden met de zoekgebieden niet bijzonder geschikt vinden. Het meest geschikt als zoekgebied vinden zij de locaties tussen Goirle en Hilvarenbeek (32% staat hier positief tegenover; 29%, een bijna even groot deel, staat hier niet positief tegenover). Het minst vaak vinden de respondenten het zoekgebied langs de A58 tussen Eindhoven en Tilburg een geschikt gebied (13% vindt dit een geschikt zoekgebied, 52% vindt dit een ongeschikt zoekgebied).

We zien eveneens dat bij alle zoekgebieden circa een kwart van de respondenten heeft aangegeven dat ze er neutraal tegenover staan. Ook valt op dat een deel (variërend van 13% tot 20% per zoekgebied) van de respondenten hierbij aangeeft dat ze geen mening hebben of het niet weten. Rondom windenergie spelen veel sentimenten, zo lezen we terug in de toelichtingen die respondenten hebben gegeven. Sommigen zijn een groot voorstander van windenergie en anderen spreken zich hier fel tegen uit en maken bezwaar tegen het veranderende landschap. Maar ook hier lezen we weer dat veel mensen er neutraal in staan: ze geven bijvoorbeeld aan dat ze de zoekgebieden niet kennen omdat ze daar niet wonen. Tenslotte zien we in reacties terug dat respondenten aangeven te weinig kennis hierover te hebben om een mening te kunnen geven. Het plaatsen van windturbines Als we kijken naar het plaatsen van windturbines, dan zien we dat bijna de helft van de respondenten (47%) de voorkeur heeft voor plaatsing in lijnopstellingen, bijvoorbeeld langs snelwegen of waterwegen. Een veel kleiner deel ziet windturbines het liefst in groepjes bij elkaar (15%) of verspreid over de regio waar ze het best passen (10%). Ongeveer één op de zes respondenten geeft aan dat zij sowieso negatief staan ten opzichte van windenergie, ongeacht waar de windturbines worden geplaatst (18%).

Nieuwe gebieden voor windenergie Iets meer dan een kwart van de respondenten zou graag willen dat regio Hart van Brabant volop inzet op windenergie in bestaande gebieden en ook nieuwe gebieden hiervoor aanwijst in de regio (28%). Een bijna even groot deel vindt dat nieuwe windturbines alleen geplaatst mogen worden in al bestaande gebieden voor windenergie (26%). Een

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

minderheid van 14% vindt dat er in de bestaande gebieden voor windenergie al voldoende windturbines staan en dat er nieuwe gebieden aangewezen moeten worden voor nieuwe windturbines. Ook bij deze vraag zien we dat circa een zesde van de respondenten (17%) sowieso negatief staat ten opzichte van windenergie, ongeacht waar de turbines geplaatst worden. Thema warmte Overstap van aardgas naar andere bron Als het gaat over de overstap van aardgas naar een andere warmtebron dan zien we dat respondenten zich vooral zorgen maken over wat de macht van grote energiebedrijven betekent voor de eigen energierekening (65%) en over de kosten die het aanpassen van de eigen woning met zich meebrengt (67%). Bijna de helft van de respondenten vindt het ingewikkeld dat zij zelf hier niet veel in te kiezen hebben (49%). Circa een derde van de inwoners van regio Hart van Brabant (35%) verwacht dat het haalbaar is dat in 2050 alle woningen van het aardgas af zijn. Een even grote groep (36%) verwacht dat dit niet haalbaar is. Alternatieve warmtebronnen De respondenten konden van vijf alternatieve warmtebronnen als vervanging voor aardgas aangeven in hoeverre deze hun voorkeur hadden. Ruim de helft van de respondenten heeft de voorkeur voor restwarmte uit industrie of uit afval als warmtebron (58% heeft volledig of een beetje de voorkeur).

Ook warmte uit water (53%) en warmte uit de aarde (51%) worden genoemd als mogelijke warmtebronnen. Respondenten hebben minder de voorkeur voor warmte uit biomassa, voor 39% heeft dit (totaal) niet de voorkeur. Thema betrokkenheid Procesparticipatie De meeste respondenten willen graag betrokken worden bij het REKS-proces. Ze willen kunnen meedenken bij windprojecten (84%) en bij zonne-projecten (83%). Een minderheid van 20% geeft aan dat zij niet door de gemeente geïnformeerd willen worden over of betrokken willen worden bij de plannen rondom duurzame energie. Deze mensen geven aan dat het onderwerp hen niet echt interesseert, ze geen vertrouwen hebben in de gemeente/overheid, of dat ze zichzelf te oud vinden hiervoor. Respondenten die hebben aangegeven dat ze geïnformeerd en betrokken willen worden, willen dit met name bij de vraag waar windturbines komen te staan (70%) en waar zonneparken komen (69%). Het liefst willen respondenten geïnformeerd worden middels een nieuwsbrief (68%), via websites (42%) of de lokale krant (38%). We zien dat jongeren vaker dan gemiddeld aangeven niet door de gemeente betrokken en/of geïnformeerd te willen worden bij plannen rondom duurzame energie (30% geeft dit aan ten opzichte van 20% gemiddeld). Ook laag opgeleiden willen hier minder graag dan gemiddeld bij betrokken of over geïnformeerd worden (35% tegenover 20% gemiddeld).

Inwoners met een hoge opleiding willen juist vaker dan gemiddeld zowel geïnformeerd als betrokken worden door de gemeente bij plannen rondom duurzame energie (37% tegenover 12% bij laag opgeleiden).

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

Financiële participatie In de concept-REKS van regio Hart van Brabant lezen we dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom van nieuwe zonneparken en windprojecten. Hierbij wordt primair gekeken naar burgers en bedrijven uit de eigen regio, maar er kan ook meer regionaal gedacht worden. Ook lezen we dat de financiële burgerparticipatiemodellen en de rol van energiecoöperaties nog verder wordt uitgewerkt. 5 Respondenten konden aangeven hoe ze het liefste wilden dan de opbrengsten van een zonne- of windpark verdeeld zouden moeten worden. Ruim twee vijfde van de respondenten vindt dat een deel van de opbrengsten van een zonne- of windpark ten goede moet komen aan de direct omwonenden (44%) of aan alle inwoners van de gemeente (43%). 39% vindt dat een deel van de opbrengsten ten goede moet komen aan alle inwoners van de eigen regio (door middel van een fonds). Als er een windturbine of zonnepark in hun omgeving zou komen, dan kan 43% van de respondenten nu nog niet inschatten of ze hieraan mee willen doen. Voor diegenen die wel mee willen doen, gaat de voorkeur van de respondenten uit naar een project met zon op grote daken (34%).

5

Concept-REKS, p. 42.

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel van het onderzoek Opzet onderzoek Leeswijzer

1 1 2 3

2 2.1 2.2

Algemene vragen Algemene houding ten aanzien van de energietransitie Bekendheid met de REKS

4 4 5

3 3.1 3.2

Klimaatadaptie Klimaatverandering Klimaatadaptie

7 7 8

4 4.1

Duurzame energie en besparen Duurzame energie

10 10

5 5.1

Zonne-energie Aanleggen zonneparken

13 13

6 6.1 6.2

Windenergie Zoekgebieden Windenergie in de regio

17 17 19

7 7.1 7.2

Van het aardgas af Houding ten opzichte van aardgas Alternatieven voor aardgas

22 22 24

8 8.1 8.2

Betrokken worden Procesparticipatie Financiële participatie

26 26 32

9 9.1 9.1.1 9.1.2 9.1.3

Achtergrond onderzoek Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s Werving, respons en representativiteit Significante verschillen naar leeftijds-en opleidingsgroepen Research Community

36 36 36 37 37

. Achtergrondkenmerken

38

. Significantie naar leeftijds- en opleidingsgroepen

40

. Vragenlijst internetconsultatie REKS Hart van Brabant

46

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het onderzoek Brabant telt vier energieregio’s, die net als de andere 30 energieregio’s in Nederland voor de uitdaging staan om de komende jaren een eigen Regionale Energie Strategie (RES) te ontwikkelen en uit te voeren. In een RES-regio maken provincie, gemeenten, waterschappen en netbeheerders afspraken over het opwekken van duurzame elektriciteit, de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van een regionale energie infrastructuur. Een RES bevat een regionaal aanbod van mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen (minimaal onderverdeeld in zon en wind, inclusief zoekgebieden). Voor de gebouwde omgeving maakt elke RES-regio een Regionale Structuurvisie Warmte met daarin een voorstel hoe het warmteaanbod, de warmtevraag en de benodigde infrastructuur op regionaal niveau met elkaar verbonden kunnen worden. Regio Hart van Brabant (HvB) heeft er bij het opstellen van de RES voor gekozen om het thema klimaatadaptatie (het aanpassen aan de klimaatverandering) te koppelen aan de RES. Vandaar dat deze regio spreekt van de REKS, de Regionale Energie- en Klimaatstrategie. De energieregio’s hebben de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden. En dat de deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan.

Betrokkenheid van bewoners – als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs particuliere producent – bij de totstandkoming van de RES’en is dan ook belangrijk. Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de vier energieregio’s wil de provincie Noord-Brabant een betrouwbaar beeld genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de RES’en. Deze rapportage maakt onderdeel uit van deze internetconsultatie en verschaft een representatief en betrouwbaar beeld van de manier waarop de inwoners van regio Hart van Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-REKS. Het brengt wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben in beeld. De informatie die dit oplevert kan meegenomen worden bij het vaststellen van de definitieve REKS HvB in juli 2021. Onderzoeksvragen

Er zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd: 1.

Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio?

2.

Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer?

3.

Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte?

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

1

Voor energieregio Hart van Brabant is nog specifiek een vierde onderzoeksvraag toegevoegd die betrekking heeft op klimaatverandering en klimaatadaptatie. Dit, omdat dit onderwerp in deze regio uitdrukkelijk opgenomen is in de REKS. 4.

Hoe kijken inwoners van regio Hart van Brabant aan tegen klimaatverandering en welke mogelijkheden zien zij voor klimaatadaptatie?

Inzicht in de vraag bij welke groepen Brabantse burgers meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte bestaat, hebben we uitgewerkt door te kijken naar verschillen naar leeftijd en opleidingsniveau. De aandacht voor maatschappelijke verschillen en scheidslijnen is de afgelopen jaren flink toegenomen. Met name opleidingsniveau blijkt een belangrijke differentiërende factor 6. Naast het gegeven dat lager opgeleiden een lager gemiddeld inkomen en vaker een onzeker arbeidscontract hebben en in slechtere woningen wonen (veel vaker huur), doen lager opgeleiden minder vaak mee in de samenleving7. Opleidingsniveau lijkt niet alleen bepalend voor hoe je leven eruit ziet, maar ook voor de wijze waarop je de samenleving ervaart 8. In dit onderzoek zijn we nagegaan of dit ook voor inwoners van Hart van Brabant geldt als het gaat om participatie en betrokkenheid.

1.2

Opzet onderzoek Het onderzoek in de regio Hart van Brabant is online uitgevoerd met een vragenlijst, die specifiek voor de energieregio Hart van Brabant is opgesteld. Vanuit de wens om de vragenlijst laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners van de regio beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om te werken met een open link. Deze link is verstuurd via de gemeenten die vallen binnen energieregio Hart van Brabant. Zij hebben de link verspreid via verschillende (social media) kanalen van hun gemeente (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Ook is gebruik gemaakt van regionale kanalen, zoals de regionale krant, de nieuwsbrief en huis-aan-huisbladen. Daarbij is de vragenlijst verspreid via de lokale energiecoöperaties, waterschappen, de BMF en de provincie NoordBrabant. Een paar gemeenten hebben de vragenlijst uitgezet onder leden van een eigen burgerpanel9. Het onderzoek ging op 5 oktober 2020 online en heeft tot en met 16 november 2020 ‘open’ gestaan. In deze periode is tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie in Hart van Brabant (Bron: CBS).

Op basis daarvan is de vragenlijst aanvullend uitgezet onder panelleden van PanelClix met een lager en middelbaar opleidingsniveau, en onder leden van 16 t/m 30 jaar en van 71 jaar en ouder, binnen de energieregio Hart van Brabant. 6 Boelhouwer, J., Gijsberts, M. & Vrooman, C. (red.) (2014) Verschil in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 7 Ridder, J. den, Campen, C. van, Josten, E. & Boelhouwer, J. (2020) De sociale staat van Nederland 2020 op hoofdlijnen. Kwaliteit van leven in onzekere tijden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau: pp. 20-21. 8 Dekker, P, Tiemeijer, W. en M. Bovens (2016) Het zijn de academici: opleiding als sociale en politiek-culturele scheidslijn. Bronner, A.E. Ontwikkelingen in het marktonderzoek: Jaarboek MarktOnderzoekAssociatie, dl. 41. Haarlem: SpaarenHout, 2016. 9 De vragenlijst is uitgezet bij de burgerpanels van: Goirle en Oisterwijk.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

2

De vragenlijst is door 2.149 respondenten uit regio Hart van Brabant ingevuld. De resultaten zijn gecorrigeerd voor de achtergrondkenmerken leeftijd, opleidingsniveau en gemeente. Daarmee is een representatieve respons naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeente gegarandeerd en kunnen betrouwbare uitspraken worden gedaan over de gehele regio. Vragenlijst REKS Hart van Brabant10

De vragenlijst voor de energieregio Hart van Brabant bevat, naast algemene vragen over klimaatadaptatie, de energietransitie en de bekendheid met de REKS, vragen over duurzame energie en energiebesparing, over (criteria voor) zoekgebieden voor zonneparken en windturbines en over het duurzaam opwekken van warmte. Ook zijn er vragen gesteld over de manier waarop mensen betrokken zouden willen worden bij de doorontwikkeling en uitvoering van de REKS. Tot slot is aan respondenten de vraag gesteld of ze zouden willen deelnemen aan een groepsgesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’ (zie ook hoofdstuk 9.1.3). Dit, om de resultaten van het vragenlijstonderzoek kwalitatief te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien.

1.3

Leeswijzer Bij de opbouw van de rapportage hebben we de volgorde van de vragenlijst grotendeels gevolgd. In hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 8 komen de thema’s uit de vragenlijst de aan bod. In hoofdstuk 9 staat de achtergrond van het onderzoek centraal. Aan deze rapportage voegen we drie bijlagen toe. In de eerste bijlage (Bijlage A) geven we een overzicht van de achtergrondkenmerken van de respondenten. Significantietabellen naar leeftijd en opleidingsgroepen staan in de tweede bijlage (Bijlage B). De gebruikte vragenlijst is opgenomen in de derde bijlage (Bijlage C). Naast deze rapportage, ontvangen de provincie Noord-Brabant en de betrokkenen van Hart van Brabant een Excel-bestand waarin gestructureerd de antwoorden op de open vragen per gemeente zijn gerangschikt.

10

De gebruikte vragenlijst voor REKS-HvB is toegevoegd als bijlage C aan deze rapportage.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

3

2

Algemene vragen De vragenlijst is opgebouwd uit verschillende thema’s. We hebben eerst gevraagd naar de houding van respondenten ten opzichte van de energietransitie in zijn algemeenheid en naar de bekendheid van mensen met de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS).

2.1

Algemene houding ten aanzien van de energietransitie Figuur 1. Vraag 5: Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? (N = 2.149 / %)

3% 20%

7%

32%

39%

Zeer negatief

Negatief

Neutraal

Positief

Zeer positief

Houding ten opzichte van de energietransitie

We zien dat ruim de helft van de respondenten (59%) positief of zeer positief staat tegenover de energietransitie. 10% van hen staat hier (zeer) negatief tegenover. Ten slotte staat een derde van de respondenten neutraal (32%) tegenover de energietransitie. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. We zien dat jongeren (16 tot en met 30 jaar) vaker neutraal ten aanzien van de energietransitie staan (39% t.o.v. 32% gemiddeld). Respondenten van 71 jaar en ouder staan relatief vaak negatief ten aanzien van de energietransitie (11% t.o.v. 7% gemiddeld). Daarnaast zien we ook differentiatie naar opleidingsniveau: laag en middelbaar opgeleiden geven relatief vaak aan neutraal te staan ten aanzien van de energietransitie (respectievelijk 39% en 36% tegenover 18% bij respondenten met een hoge opleiding). Hoog opgeleiden geven relatief vaak aan zeer positief ten aanzien van de energietransitie te staan (33% tegenover 14% bij zowel laag als middelbaar opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

4

2.2

Bekendheid met de REKS Figuur 2. Vraag 6: Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS)? Eén antwoord mogelijk. (N = 2.149 / %)

13%

27% 60%

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud. Ja, ik heb wel eens van een REKS gehoord, maar ik weet weinig of niets van het proces of de inhoud. Nee, ik was hiervan niet op de hoogte.

Tabel 1. Vraag 7: Op welke manier ben je aan informatie gekomen over de REKS? Meerdere antwoorden mogelijk.* (N = 929). % Mijn gemeente

27

Televisie, krant of radio

26

Mensen in mijn omgeving

24

Sociale media

23

Anders

13

Via mijn werk (beroepsmatig)

12

De website van Regio Hart van Brabant

12

De REKS-nieuwsbrief *Deze vraag is enkel gesteld aan respondenten die ‘ja’ hebben geantwoord bij vraag 6.

4

Bekendheid met de REKS

13% van de respondenten geeft aan op de hoogte te zijn van het proces en de inhoud van de REKS. Ongeveer een kwart geeft aan wel eens van de REKS gehoord te hebben, maar zegt geen zicht te hebben op het proces en/of de inhoud (27%). Iets minder dan twee derde van de respondenten uit Hart van Brabant is niet op de hoogte van de REKS (60%). Dat deze respondenten niet op de hoogte zijn van het REKS proces of van de inhoud, wil niet zeggen dat zij op dit moment ook geen mening hebben over de energietransitie. Wel is het waarschijnlijk dat ze op onderdelen van de concept-REKS hun mening nog moeten vormen.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

5

Een minderheid van 13% van de respondenten is op een andere wijze dan de aangegeven opties aan informatie gekomen over de REKS. Deze mensen hebben vooral aangegeven dat zij over de REKS hoorden via de energiecoöperatie, internet of de ZLTO. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Met name jongeren zijn vaker dan gemiddeld niet op de hoogte van de REKS (74% t.o.v. 60% gemiddeld). Verder zien we vooral differentiatie naar opleidingsniveau: 69% van de respondenten met een laag opleidingsniveau en 65% van de respondenten met een middelbaar opleidingsniveau is niet op de hoogte van de REKS (tegenover 46% van de respondenten met een hoog opleidingsniveau). Respondenten met een hoog opleidingsniveau geven ook vaker dan gemiddeld aan bekend te zijn met het proces en de inhoud van de REKS (25% t.o.v. 5% van de respondenten met een lage opleiding).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

6

3

Klimaatadaptie Het thema ‘Klimaatadaptie’ wordt meegenomen in de REKS van Hart van Brabant. Regio Hart van Brabant onderzoekt hoe om te gaan met de effecten van klimaatverandering, zoals langere en hetere zomers en hevigere neerslag. We hebben de inwoners van de regio gevraagd hoe zij aankijken tegen de verandering van het klimaat en de daarmee gepaard gaande veranderingen aan de omgeving.

3.1

Klimaatverandering Tabel 2. Vraag 8: Hoe kijk je naar de verandering van het klimaat en de aanpassingen die we hierdoor aan onze omgeving moeten doen? (%). N

(Helemaal) eens

Neutraal

(Helemaal) oneens

Ik maak mij zorgen over klimaatverandering en de gevolgen voor mijn leefomgeving.

2.121

73

17

10

Ik maak mij zorgen om overstromingen in mijn omgeving.

2.063

19

30

52

Ik maak mij zorgen om wateroverlast in mijn omgeving, bijvoorbeeld bij hevige regen.

2.104

39

27

34

Ik maak mij zorgen om droogte in mijn omgeving.

2.122

68

18

14

Ik maak mij zorgen om hitte in mijn omgeving.

2.119

60

25

15

Ik vind dat de aanleg van wind- en zonneparken gecombineerd moet worden met het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat.

2.028

68

20

12

Klimaatverandering

We zien dat bijna driekwart van de respondenten aangeeft zich zorgen te maken over de klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor hun leefomgeving (71%). Ruim twee derde van de inwoners (66%) maakt zich zorgen over de droogte in hun omgevingen 60% over hitte. Respondenten maken zich minder zorgen over wateroverlast (39%) en overstromingen in hun omgeving (18%). Van de respondenten vindt 68% dat de aanleg van wind- en zonneparken gecombineerd moet worden met het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat. In een open tekstvak konden de respondenten bij deze vraag een toelichting geven. Ruim 500 respondenten hebben van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. We zien een grote diversiteit aan toelichtingen:11 • •

“Maatregelen nu nodig om op tijd de transitie te doorlopen. Wachten met acties verstoren de aandacht en betrokkenheid.” “Vanuit het waterschap de Dommel bestaan er grote zorgen over de toenemende verdroging en inklinking van de bodem door te weinig neerslag. Dat zie je ook door het toenemend aantal dode bomen. Dat is ook het gevolg van de alsmaar

11

Een volledig overzicht van alle gegeven antwoorden is te vinden in de separaat geleverde bijlage.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

7

•

•

3.2

oplopende temperatuur. Dat zie je in de binnen stad van Tilburg. Daar ontstaan zomers gewoon hitte eilanden. Een goede oplossing is de vergroening van de binnen stad. Veel bomen planten en groene daken.” “Klimaatverandering is een feit en geen discussie meer. Grondig en degelijk onderzoek is van belang en daarbij vooral actie! Daarbij gaat dit onderwerp hand in hand met een algemene bredere visie in aanpassingen betreft levensstijl.” “Probeer alstublieft zoveel mogelijk zonneparken op bestaande bebouwing te leggen. En bij nieuwe bebouwing verplichten energieneutraal te zijn. Zonnepanelen op daken van stations. Distributiecentra en andere grote bebouwing . Langs taluds van wegen en aan geluidswallen. NIET op goede landbouwgronden”

Klimaatadaptie Tabel 3. Vraag 9: Er zijn verschillende manieren om onze omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat. Wat vind je dan geschikte opties om naar te kijken? Maximaal 3 antwoorden mogelijk. (N = 2.108 ) % (Regen)water vasthouden om droogte te voorkomen.

74

Steden en dorpen vergroenen om hitte in de bebouwing te voorkomen.

68

Nieuw bos aanplanten.

41

Meer inzetten op duurzame landbouw.

30

De samenstelling van de bodem aanpassen, zodat het (meer) CO2 kan vasthouden.

21

Naaldbos vervangen door loofbos, dat meer CO2 kan vasthouden.

13

Langs randen van steden en dorpen plekken maken die koeler zijn.

7

Anders

4

Dat weet ik niet / geen mening

4

Geen van bovenstaande

1

Klimaatadaptie

Als we kijken naar wat de respondenten geschikte opties vinden om naar te kijken als het gaat om het aanpassen van de omgeving aan het veranderende klimaat, dan zien we dat 74% van de respondenten wil kijken naar opties om regenwater vast te houden om droogte te voorkomen. Ook vergroening van steden en dorpen wordt gezien als een geschikte optie (68%). Het maken van koelere plekken langs de randen van steden en dorpen (7%) en het vervangen van naaldbossen door loofbossen omdat die meer CO2 kunnen vasthouden (13%) zijn voor de respondenten minder geschikte opties om naar te kijken als het gaat om klimaatadaptatie. In de concept-REKS van regio Hart van Brabant gaat speciaal aandacht uit naar klimaatadaptatie. Door het uitvoeren van een stresstest zijn kwetsbaarheden op de volgende vier klimaatthema’s in kaart gebracht: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Aan de hand hiervan zijn vervolgens 6 gebiedsopgaven geformuleerd met hierin klimaatadaptatiemaatregelen die gekoppeld kunnen worden aan

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

8

energietransitie. Deze maatregelen zijn (onder meer): herstel van de humusrijke bodem, creëren van koeltegebieden en hitteschilden, omvormen van naaldbos naar loofbos en aanplant van nieuw (loofbos).12 We zien in tabel 3 dat de respondenten vooral een voorkeur hebben voor het vasthouden van regenwater (door middel van bodemherstel), het vergroenen van steden en dorpen en het aanplanten van nieuw bos (waardoor koeltegebieden ontstaan). Ruim 100 respondenten hebben een andere optie aangegeven die zij willen toepassen om de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat. Veelgenoemd zijn: meer bewustzijn bij burgers creëren, de wereldbevolking niet verder laten groeien, aanpassing van de agrarische sector of (nogmaals) het vergroenen van de gebouwde omgeving. • • •

•

12

“Bewustwording bij burgers. Duurzamer leven, mensen moet zelf ook in actie komen.” “Minder intensieve veeteelt.” “Minder mensen op de aarde, klinkt hard maar is beste oplossing. Alle vervuilende industrie in NL is verdwenen naar ontwikkelingslanden, zodat wij de rotzooi niet meer hebben. Het is gewoon het probleem verplaatsen met als gevolg dat in die landen de leefomgeving en milieu wordt belast.” “Minder tegels/bestrating in tuinen.“

Concept-bod REKS, p. 63-66.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

9

4

Duurzame energie en besparen Onder het thema ‘Duurzame energie en besparen’ komen vragen aan bod over de criteria die van belang zijn voor (toekomstige) keuzes op het gebied van schone energie, over wie het voortouw zou moeten nemen in die keuzes en waar de prioriteiten van de overheid zouden moeten liggen.

4.1

Duurzame energie Tabel 4. Vraag 12: In de REKS willen we energie in de toekomst graag zo duurzaam mogelijk opwekken. Daarbij kunnen we verschillende keuzes maken. Wat vind jij het belangrijkste? Maximaal 3 antwoorden mogelijk. (N = 2.022 ) % We kiezen voor de mogelijkheden die bijdragen aan een betaalbare energietransitie voor iedereen.

57

We gebruiken zo veel mogelijk ruimte die ‘over’ is, dus ruimte die nu niet echt een functie heeft (denk aan oude stortplaatsen, reststroken langs infrastructuur en leegstand op bedrijventerreinen).

46

We kiezen altijd voor de duurzame optie die de meeste energie oplevert.

31

We kiezen voor de mogelijkheden die mensen in de regio het meest passend vinden.

31

De financiële opbrengsten worden voor een deel gebruikt om te investeren in een fijne omgeving om te wonen.

28

We kiezen voor de mogelijkheden die het beste passen bij het elektriciteitsnetwerk dat we nu hebben.

23

We proberen de opwek van wind- en zonne-energie te combineren met 'nieuwe landschappen', bijvoorbeeld met windturbine bij nieuwe bossen, of zonnevelden in recreatiegebieden.

22

Criteria duurzame energie

Respondenten uit Hart van Brabant vinden het van belang dat de mogelijkheden op het gebied van duurzame energie bijdragen aan een betaalbare energietransitie voor iedereen (57% kiest dit als belangrijk criterium). Iets minder dan de helft van de respondenten geeft aan dat er zoveel mogelijk gebruik moet worden gemaakt van ruimte die ‘over’ is, dus ruimte die nu nauwelijks tot geen functie heeft (46%). Het combineren van wind- en zonne-energie met nieuwe bossen of zonnevelden in recreatiegebieden wordt het minst vaak door mensen als belangrijk aangemerkt (22%). In de concept-REKS van regio Hart van Brabant lezen we dat vier elementen een belangrijke rol gespeeld hebben bij het opstellen ervan. Zo moet er aandacht zijn voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, wordt er gestreefd naar maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, is het van belang dat gemaakte keuzes energiesysteemefficiëntie nastreven en moet het bijdragen aan de (kwantitatieve) doelen van de REKS.13 We zien in bovenstaande vraag dat deze elementen deels ook belangrijk gevonden worden door de respondenten. Zo lezen we dat respondenten graag zien dat de restruimte goed gebruikt wordt en is er in die zin aandacht voor de fysieke leefomgeving. Respondenten zijn

13

Concept-bod REKS, p. 12.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

10

echter minder enthousiast over het combineren van nieuwe landschappen met de opwek van zonne- en windenergie. Een ander belangrijk element van de concept-REKS is dat er gestreefd wordt naar energiesysteemefficiëntie. Als we dit leggen naast de keuze om aan te sluiten bij wat het op dit moment het beste past bij het huidige elektriciteitsnetwerk, dan zien we dat respondenten dit niet het belangrijkst vinden. We zien dat respondenten vooral een betaalbare energietransitie voor iedereen willen. Dit komt zodanig als element nog niet terug in de concept-REKS. Tabel 5. Vraag 10: In de REKS hebben we de ambitie om het besparen van energie te versnellen. Wie vind je dat daarin het voortouw moet nemen? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Koopwoning

Huurwoning

Anders

Gemiddeld REKS-HvB

N

1.722

339

30

2.091

De overheid (zij moet geld beschikbaar stellen om huizen te isoleren).

59

66

47

60

Alle huiseigenaren dragen hierin eigen verantwoordelijkheid (zij kunnen dit doen of niet, en eventueel gebruik maken van een duurzaamheidslening).

27

18

33

25

Deze ontwikkeling gaat vanzelf, extra tijd en geld van de overheid is niet nodig.

6

8

6

7

Anders

8

8

14

8

Tabel 6. Vraag 11: Waar moet de overheid prioriteit aan geven als het gaat om energiebesparing? Maximaal 2 antwoorden mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Koopwoning

Huurwoning

Anders

Gemiddeld REKS-HvB

N

1.707

334

30

2.071

Verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen.

63

69

61

65

Advies geven over de mogelijkheden tot aanpassing in en rond de woning.

37

29

51

36

Organiseren van collectieve acties (zoals het gezamenlijk inkopen van ledverlichting).

34

32

35

34

Geven van een lening voor energiebesparende maatregelen.

22

18

2

21

Verplicht stellen van energiebesparende maatregelen.

15

18

10

16

Anders

5

4

10

5

Prioriteiten overheid

Ruim de helft van de respondenten (60%) vinden dat de overheid het voortouw moet nemen om het besparen van energie te versnellen. Een kwart van hen (25%) vindt dat huiseigenaren het voortouw moeten nemen en een klein deel (7%) vindt dat de ontwikkeling vanzelf gaat, zonder dat inzet van bijvoorbeeld gemeenten nodig is. Vooral huurders vinden relatief vaak dat de overheid aan zet is als het gaat om het versnellen

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

11

van energiebesparing. Eigenaren van koopwoningen vinden vaker dan huurders dat huiseigenaren hierin zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Als het dan gaat over het type stimuleringsmaatregelen, dan vindt twee derde dat de overheid voornamelijk dient te focussen op het verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen (65%). Verder vindt ruim een derde dat de overheid advies moet geven over de mogelijkheden van woningaanpassing (36%) of collectieve acties dient te helpen organiseren of (34%). Respondenten kiezen liever niet voor een lening (21% heeft dit als voorkeur) en ook het verplichten van maatregelen vinden de respondenten niet aantrekkelijk (16%). Bij de optie ‘anders’ konden respondenten een toelichting geven. Bij deze gegeven toelichtingen zien we dat zij vooral vinden dat iedereen hier zijn eigen rol in moet spelen. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid voor overheid en burgers. •

“Dat zullen we met elkaar moeten doen. Consumenten mogen ook wat kritischer worden hierin denk ik, en de overheid zou daar meer regels voor kunnen maken. De meeste mensen zien de ernst van de situatie niet in, dus je zult ook van bovenaf dingen moeten opleggen. Aan de bouwsector, producenten, consumenten... Daarnaast (als overheid) zorgen dat het ook allemaal financieel haalbaar is, maar dat hoeft natuurlijk niet altijd in de vorm van subsidies.”

Respondenten die ‘anders’ hebben ingevuld bij de vraag waaraan de overheid prioriteiten moet geven als het gaat om energiebesparing, hebben een flink aantal andere prioriteiten genoemd: de grootverbruikers/industrie meer laten betalen, de eisen voor nieuwbouw verscherpen voor zowel particulieren als bedrijfsgebouwen, meer voorlichting aan inwoners over hoe ze energie kunnen besparen. We lezen onder meer: • • •

“Via bouwverordening eisen stellen aan energieverbruik.” “Extra belasting voor grootverbruikers.” “Voorlichting over alternatieve energieopwekking, die mensen zelf kunnen toepassen (naast wind- en zonneparken).”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

12

5

Zonne-energie Het thema ‘zonne-energie’ bevat vragen omtrent het aanleggen van zonneparken, aan welke locaties geven respondenten dan de voorkeur? En welke locaties zien zij het minst zitten?

5.1

Aanleggen zonneparken De respondenten hebben vijf afbeeldingen voorgelegd gekregen over de wijze waarop zonneparken aangelegd kunnen worden. Vervolgens is hen gevraagd welke twee varianten hen het meest aanspreken en welke variant hen het minst aanspreekt. Tabel 7. Vraag 13 / 14: Binnen de REKS hebben we gezegd dat we geen zonneparken willen in het Natuurnetwerk Brabant en in beekdalen, maar er zijn ook nog veel andere mogelijkheden. Hieronder zie je een aantal varianten die in Hart van Brabant wél mogelijk zijn. Welke variant(en) spreekt / spreken jou het meest aan? Maximaal 2 antwoorden mogelijk. (N = 2.004) – percentage in groen. En welke variant spreekt je het minst aan? Eén antwoord mogelijk. (N = 1.997) – percentage in oranje.

Zonneparken in knooppunten, op restruimtes langs (snel)wegen en spoorlijnen.

Voorkeur 65%

Minste voorkeur 9%

Kleinere zonneparken aan de randen van woonkernen en industrie.

Voorkeur 34%

Minste voorkeur 12%

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

13

Zonneparken in combinatie met windturbines.

Voorkeur 24%

Minste voorkeur 25%

Zonneparken in recreatiegebieden en op open water, zoals meren.

Minste voorkeur 25%

Voorkeur

13%

Zonneparken in combinatie met nieuwe natuur, in combinatie met het aanpassen van de omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering (enorme regenval in korte tijd, langere tijd van grote droogte).

Voorkeur 19%

Minste voorkeur 24%

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

14

Anders Voorkeur 11%

Minste voorkeur 5%

Voorkeur voor varianten zonneparken

Bijna twee derde van de respondenten geeft de voorkeur aan een zonnepark in knooppunten, op restruimtes langs (snel)wegen of spoorwegen (65%). Voor 9% van de respondenten is dit de minst acceptabele variant. Ook geeft 34% van de respondenten de voorkeur aan kleinere zonneparken aan randen van woonkernen en industrie. Voor 12% van de respondenten is dit de minst acceptabele variant. Een kwart van de respondenten (24%) geeft de voorkeur aan de combinatie van zonneparken met windturbines. Opvallend is dat dit voor een even groot deel (25%) de minst aantrekkelijke variant is. We zien dus dat respondenten zonneparken het liefst in de restruimte of (in mindere mate) aan de rand van dorpen en steden zien. Hier lijkt ook weinig weerstand tegen te bestaan. Mensen zijn weinig enthousiast voor opties die in de richting gaan van meervoudig ruimtegebruik (zonneparken gecombineerd met recreatie) of het vormgeven van nieuwe landschappen. In de concept-REKS lezen we over de voorkeur om te streven naar zuinig en meervoudig ruimtegebruik.14 Hierin wordt gesproken van de zonneladder, die vier treden telt. Op trede 4 (daken, gevels, rijksinfrastructuur) kunnen zonnepanelen gemakkelijker geplaatst worden dan op trede 3 enzovoorts.

Op trede 1 (Natuurnetwerk Brabant en verbrede beekdalen) mogen vanuit deze zonneladder nooit zonnepanelen geplaatst worden.15 Er zijn drie varianten die alle drie ongeveer even vaak als minst aantrekkelijke optie naar voren komen. Zoals we al zagen is dit het geval bij de combinatie van zonneparken met windturbines (25% vindt dit de minst aantrekkelijke variant). Dit geldt echter ook voor zonneparken in recreatiegebieden en op open water, zoals meren (25%) en voor zonneparken in combinatie met nieuwe natuur, in combinatie met het aanpassen van de omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering (24%). Respondenten konden bij deze vragen over varianten voor zonneparken ook ‘anders’ invullen. Dat heeft 1 op de 10 (meeste voorkeur) en 1 op de 20 (minste voorkeur) gedaan. Deze respondenten zien graag dat zonnepanelen uitsluitend op de daken van huizen en bedrijven worden geplaatst. Ze kunnen zich eigenlijk in geen van de opties vinden. Daarnaast kunnen de zonneparken ook komen in ruimte die nu niet gebruikt wordt om te wonen, te recreëren of als landbouwgrond, zoals geluidswallen, industriegebieden et cetera.

14 15

Concept-bod REKS, p. 31 Idem, p. 32-35.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

15

Zo lezen we bijvoorbeeld: • • •

“Daken zijn ideaal voor zonnepanelen! Geenzonneweides of plassen bedekken!” “Op de grote daken van magazijnen/fabrieken enz. Worden verder niet gebruikt en is ruimte genoeg. Hiervan heeft dus niemand last en levert veel op.” “Geen zonneparken, deze nemen veel natuur-ruimte in, waar nu allerlei dieren leven en planten groeien. Met zonneparken maak je natuur kapot, terwijl er nog genoeg platte daken zijn waar zonnepanelen op geplaatst kunnen worden.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

16

6

Windenergie Naast zonne-energie is ook windenergie een belangrijk thema binnen de concept REKS Hart van Brabant. Regio Hart van Brabant zet in op 40 windturbines, bovenop de windturbines die er nu staan. Het streven is om daar na 2030 nog zo’n 10 windturbines aan toe te voegen. Dit hoofdstuk gaat in op de wijze waarop de inwoners van Hart van Brabant aankijken tegen windenergie in de regio, het plaatsen van windturbines en de verschillende gebieden waar zoekgebieden voor wind in de concept REKS Hart van Brabant zijn aangewezen.

6.1

Zoekgebieden

Tabel 8. Vraag 15: Geef aan in hoeverre je het eens of oneens bent met de volgende stellingen. Als je wilt, kun je per stelling een toelichting geven. Let wel op dat het om zoekgebieden gaat, niet om de precieze plekken waar de sterren in de kaart zijn geplaatst. (%) N

(Helemaal) eens

Neutraal

(Helemaal) oneens

Weet niet/ geen mening

A. Ik vind het zoekgebied in het noorden van de regio een geschikt zoekgebied.

1.956

14

25

42

20

B. Ik vind het zoekgebied langs de ring van Tilburg een geschikt zoekgebied.

1.947

21

26

38

16

C. Ik vind het zoekgebied langs de A58 tussen Tilburg en Eindhoven een geschikt zoekgebied.

1.945

13

22

52

13

D. Ik vind de zoekgebieden rondom Goirle en Hilvarenbeek geschikte locaties.*

1.937

32

23

29

16

*Toelichtingstekst bij stelling 15D: “Op dit moment kan het elektriciteitsnetwerk in het zuiden van de regio (rondom Hilvarenbeek en Goirle) nog geen grootschalige windenergie aan. Als na 2030 het netwerk op orde is, kunnen we 10 windturbines plaatsen boven nieuw te ontwikkelen loofbos en landgoederen. We passen het gebied dan gelijk aan klimaatverandering aan.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

17

Zoekgebieden windenergie

In de concept-REKS lezen we dat tot 2017 wat windenergie betreft in totaal 14 windturbines (7 in Tilburg, 2 in Oisterwijk en 5 in Waalwijk) zijn gerealiseerd. Daarnaast zijn er nog (burger)initiatieven voor nog 8 windturbines (4 Spinderwind/Tilburg, 4 op bedrijventerreinen in Tilburg en Waalwijk).16 Om aan de verwachte opwek te voldoen in 2030 zijn er nog meer windturbines nodig (het aantal hangt af van de hoogte). We zien dat de respondenten de vier zoekgebieden voor windenergie alle vier niet bijzonder geschikt vinden. Het meest geschikt als zoekgebied vinden zij de locaties tussen Goirle en Hilvarenbeek (32% staat hier positief tegenover, een bijna even groot deel 29% staat hier niet positief tegenover). Het minst vaak vinden de respondenten het zoekgebied langs de A58 tussen Eindhoven en Tilburg een geschikt gebied (52% vindt dit een ongeschikt zoekgebied, 13% vindt dit wel een geschikt zoekgebied). We zien eveneens dat bij alle zoekgebieden circa een kwart van de respondenten heeft aangegeven dat ze er neutraal tegenover staan. Ook valt op dat een deel van de respondenten geen mening heeft of het niet weet. Respondenten konden bij de zoekgebieden in een open invulveld een toelichting geven.

In de reacties bij vraag 15a (over windturbines in het noorden van de regio) lezen we onder voorstanders het zij dit een open gebied vinden waar relatief weinig mensen wonen en waar ze langs het water of de A59 gezet kunnen worden. Wel merken sommige mensen op dat het belangrijk is dat de inwoners van dat gebied wél gecompenseerd moeten worden indien er windturbines komen. Tegenstanders van deze locatie vinden de windturbines landschapsvervuiling, maken zich er zorgen over dat vogels tegen de windturbines aan kunnen vliegen of geven aan dat ze zelf daar wonen en geen windturbines willen. Ook het gebied langs de ring van Tilburg (vraag 15b) kent voor en tegenstanders. Voorstanders van deze plek voor windturbines vinden dat de rust niet wordt verstoord omdat er toch al veel auto’s rijden, er veel loze ruimte is langs de snelweg en dat er al veel industrie is zodat ze daar mooi bijgeplaatst kunnen worden. Tegenstanders van windturbines langs de ring van Tilburg geven aan dat ze überhaupt tegen windturbines zijn, dat er teveel mensen last van gaan hebben en dat de windsnelheid te laag zal zijn om voldoende stroom op te leveren.

De respondenten die langs de A58 tussen Eindhoven en Tilburg (vraag 15c) geschikt vinden geven aan dat met windturbines langs een snelweg de landschapsvervuiling beperkt blijft, dat er daar al een aantal staan en dat dit dus best uitgebreid kan worden en dat er minder mensen wonen die er last van hebben. Tegenstanders van dit zoekgebied willen geen extra windturbines omdat die er nu al staan, vinden het niet mooi en willen geen windenergie. De reden waarom respondenten het zoekgebied tussen Goirle en Hilvarenbeek (vraag 15d) geschikt vinden is dat het een mooie manier is om een combinatie met nieuwe

16

Concept-bod REKS, p. 20.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

18

natuur/nieuw bos te maken. Verder geeft een deel aan dat ze toch ergens moeten komen en dat hier weinig mensen wonen. Tegenstanders brengen juist in dat het bos hier ongerept moet blijven en dat er nog wat natuur moet overblijven voor recreatie. Een aantal voor- en tegenstanders zou het goed vinden dat er wat dit deel van de regio betreft samengewerkt wordt met België. Bij elk van de vier opties valt het op dat een flink deel van de respondenten die de moeite hebben genomen om een toelichting te schrijven aangeeft dat ze neutraal hierin staan of dat ze geen mening hebben. Respondenten geven vooral aan dat zij het desbetreffende zoekgebied niet kennen omdat ze daar niet wonen. Ook is een aantal mensen voorstander van windenergie en vindt dat elk zoekgebied voor- en nadelen kent, maar dat de windturbines hard nodig zijn. Tenslotte zien we in reacties terug dat respondenten aangeven te weinig kennis hierover te hebben om hier een mening over te geven.

6.2

Windenergie in de regio Tabel 9. Vraag 16: Windturbines kunnen op verschillende manieren geplaatst worden. Welke opstelling heeft jouw voorkeur? (N = 1.928). % Windturbines in lijnen (bijvoorbeeld langs water of snelwegen).

47

Windturbines in groepjes bij elkaar (clusters, bijvoorbeeld in landelijk gebied of bij bedrijventerreinen).

15

Windturbines verspreid over de regio waar ze het best passen (hagelslag).

10

Ik sta sowieso negatief ten opzichte van windenergie, ongeacht hoe windturbines geplaatst worden.

18

Dat weet ik niet / geen mening.

10

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

19

Het plaatsen van windturbines

Als we kijken naar het plaatsen van windturbines, dan zien we dat bijna de helft van de respondenten (47%) graag zou zien dat ze in lijnen worden neergezet, bijvoorbeeld langs snelwegen of waterwegen. Een veel kleiner aantal ziet windturbines het liefst in clusters bij elkaar (15%) of verspreid over de regio waar ze het best passen (10%). Ongeveer één op de zes respondenten geeft aan dat zij sowieso negatief staan ten opzichte van windenergie, ongeacht waar de windturbines worden geplaatst (18%). In de concept-REKS lezen we dat bij het maken van keuzes voor windlocaties twee ruimtelijke principes gelden: zonering (waarbij Hart van Brabant in drie zones is ingedeeld waarbij de gebiedsspecifieke karakteristieken van het landschap leidend zijn – deze zones staan vast) en clustering waarbij windturbines in clusters bij elkaar worden geplaatst. In de zuidelijke zone kan de energietransitie gekoppeld worden aan de omvorming van een klimaat-robuust landschap. Grotere Natura2000 gebieden sowieso worden uitgesloten van windenergie. De zone in het noorden van de regio met laaggelegen open polders en een open rivierenlandschap is volgens de concept-REKS zeer geschikt voor windenergie.17 Zoals we hierboven zagen is het clusteren van windturbines één van de twee ruimtelijke principes in de concept-REKS. Door te clusteren wordt de visuele impact op de omgeving verminderd.

Een andere reden om te clusteren is dat dit garandeert dat de gebieden tussen clusters van windturbines gevrijwaard zijn van windenergie en dat hier dan volop ingezet kan worden op de landschappelijke kwaliteiten. 18 Dit clusteren van windturbines heeft voor 15% van de respondenten de voorkeur. Tabel 10. Vraag 17: In de regio Hart van Brabant hebben we een aantal locaties waar nu al windturbines staan, maar kijken we ook naar nieuwe gebieden. Wat heeft hierbij jouw voorkeur? (N =1.923). % Ik zou graag willen dat de regio volop inzet op windenergie in bestaande gebieden en ook nieuwe gebieden hiervoor aanwijst in mijn regio.

28

Ik vind het goed dat er alleen nieuwe windturbines geplaatst worden in al bestaande gebieden voor windenergie.

26

Ik sta sowieso negatief ten opzichte van windenergie, ongeacht waar windturbines geplaatst worden.

17

Dat weet ik niet / geen mening.

15

Ik vind dat er in de bestaande gebieden al voldoende windturbines staan en dat voor meer windturbines nieuwe gebieden aangewezen moeten worden.

14

17 18

Concept-bod REKS, p. 25-26. Idem, p. 26

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

20

Ruim een kwart van de respondenten zou graag willen dat regio Hart van Brabant volop inzet op windenergie in bestaande gebieden en ook nieuwe gebieden hiervoor aanwijst in de regio (28%). Een bijna even groot deel vindt dat nieuwe windturbines alleen geplaatst mogen worden in al bestaande gebieden voor windenergie (26%). Een kleiner deel van de respondenten vindt dat er in de bestaande gebieden voor windenergie al voldoende windturbines staan en dat er nieuwe gebieden aangewezen moeten worden voor nieuwe windturbines (14%). Ook bij deze vraag zien we dat één zesde van de respondenten sowieso negatief staat ten opzichte van windenergie, ongeacht waar de windturbines geplaatst worden (17%).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

21

7

Van het aardgas af Aardgas is voor veel huishoudens nu nog een vanzelfsprekende keuze voor het verwarmen van de woning en koken. Daar komt de komende jaren geleidelijk verandering in. We hebben inwoners gevraagd hoe zij aankijken tegen de overstap van aardgas naar andere warmtebronnen en welke alternatieven hun voorkeur hebben.

7.1

Houding ten opzichte van aardgas Tabel 11. Vraag 18a: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). A. Het is haalbaar dat alle woningen in 2050 van het aardgas af zijn.

(Helemaal) Weet niet / oneens geen mening

N

(Helemaal) eens

Neutraal

Koopwoning

1.558

35

19

41

5

Huurwoning

298

36

30

22

11

Anders

29

29

24

43

4

1.885

35

22

36

7

Gemiddeld REKS-HvB

Tabel 12. Vraag 18b: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). B. Ik maak mij zorgen dat grote energiebedrijven veel macht hebben en wat dat betekent voor mijn energierekening.

(Helemaal) Weet niet / oneens geen mening

N

(Helemaal) eens

Neutraal

Koopwoning

1.558

66

19

12

Huurwoning

294

62

25

7

6

Anders

29

53

34

0

13

1.881

65

21

10

4

Gemiddeld REKS-HvB

3

Tabel 13. Vraag 18c: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). C. Ik maak mij zorgen over de kosten om mijn huis aan te passen.

(Helemaal) Weet niet / oneens geen mening

N

(Helemaal) eens

Neutraal

Koopwoning

1.525

71

14

14

1

Huurwoning

267

57

28

10

5

Anders Gemiddeld REKS-HvB

26

58

30

11

1

1.818

67

17

13

2

Tabel 14. Vraag 18d: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). D. Ik maak mij geen zorgen als het gaat over het verwarmen van mijn woning zonder aardgas.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10040260/1