21-36 Algemene plaatselijke verordening gemeente Oisterwijk 2021 - overzicht wijzigingen
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen APV 2020 (oud) – APV 2021 (nieuw) (enkel taalkundige wijzigingen en kleine correcties die niet tot een inhoudelijk wijziging van het artikel leiden zijn niet in het overzicht opgenomen)
Oud
Nieuw
Art 2:25 Evenementenvergunning
Art 2:25 Evenementenvergunning
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Artikel 2:28 Exploitatie inrichting, lid 10:
Artikel 2:28 Exploitatie inrichting, lid 10:
10.
openbare
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling, mits ondergeschikt aan en enkel gericht op de gebruikers van de zorginstelling; c. museum, mits ondergeschikt aan en enkel gericht op de gebruikers van het museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant.
10.
Reden wijziging Toevoeging ‘in enig opzicht’ in overeenstemming met jurisprudentie en zomermodel VNG
openbare
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling, mits ondergeschikt aan en enkel gericht op de gebruikers van de zorginstelling; c. museum, mits ondergeschikt aan en enkel gericht op de gebruikers van het museum; d. een bed and breakfast; of e. bedrijfskantine of – restaurant.
Met deze wijziging wordt een bed and breakfast uitgezonder van de exploitatie vergunningplicht.
Artikel 2:29 Sluitingstijd lid 1 t/m 3
Artikel 2:29 Sluitingstijd lid 1 t/m 3
1. Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02:00 uur en 06:00 uur. 2. Tijdens de vier carnavalsdagen (zaterdag tot en met dinsdag) zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. 3. Tijdens de vijf reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Oisterwijk (zaterdag tot en met woensdag) zijn openbare inrichtingen in Oisterwijk en Heukelom gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. Tijdens de vier reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Moergestel (zaterdag tot en met dinsdag) zijn openbare inrichtingen in Moergestel gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. 4. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tiende lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 7. Het eerste en het vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer. 8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
1. Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02:00 uur en 06:00 uur, met uitzondering van 1 januari van ieder jaar. 2. Tijdens de vier carnavalsdagen (zaterdag tot en met dinsdag) zijn openbare inrichtingen gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. 3. Tijdens de vijf reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Oisterwijk (zaterdag tot en met woensdag) zijn openbare inrichtingen in Oisterwijk en Heukelom gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. Tijdens de vier reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Moergestel (zaterdag tot en met dinsdag) zijn openbare inrichtingen in Moergestel gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. Tijdens de vijf reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Haaren zijn openbare inrichtingen in Haaren gesloten tussen 03.00 uur en 06.00 uur. 4. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, tiende lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
Lid 1: Door de toevoeging in lid 1 is het niet nodig om op 1 januari een ontheffing te vragen voor verruimde openingstijden. Lid 3: Openbare inrichtingen in Oisterwijk, Heukelom en Moergestel hebben verruimde openingstijden tijdens de reguliere zomerkermis. Openbare inrichtingen in Haaren krijgen deze verruimde openingstijden ook tijdens de reguliere zomerkermis in Haaren.
7. Het eerste en het vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer. 8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Tijdens de vijf reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Oisterwijk (zaterdag tot en met woensdag) zijn openbare inrichtingen in Oisterwijk en Heukelom gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. Tijdens de vier reguliere zomerkermisdagen in de dorpskern Moergestel (zaterdag tot en met dinsdag) zijn openbare inrichtingen in Moergestel gesloten tussen 03:00 uur en 06:00 uur. Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen De voorgaande leden van dit artikel zijn tot 1 januari 2022 niet van toepassing op paracommerciële rechtspersonen op het grondgebied dat bij de voormalige gemeente Haaren hoorde, en die zich voornamelijk richten op het organiseren van activiteiten: a. van sportieve aard of; b. waarbij het faciliteren van sociale interactie een voorname rol speelt, zoals jeugd en gemeenschapshuizen. Voor deze paracommerciële rechtspersonen geldt tot 1 januari 2022 dat zij alcoholhoudende drank uitsluitend
Een vierde lid is toegevoegd vanwege de herindeling met Haaren. De tijden waarop op sport en op sociale interactie gerichte gerichte paracommerciële horeca open mag zijn scheelt behoorlijk tussen de gemeente Haaren en de gemeente Oisterwijk. Haaren kent veel ruimere toegestane openingstijden. Daarnaast is in Haaren tot de herindeling het schenken van sterke drank in paracommerciële horeca toegestaan. Hoewel het zeker de bedoeling is deze regelingen gelijk te trekken, is op dit moment nog onduidelijk welke kant we op
verstrekken dagelijks van 11:00u tot 01:00u.
Art 2:57 Loslopende honden
Art 2:57 Loslopende honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond daadwerkelijk met een fysieke lijn of riem aangelijnd is; c. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond daadwerkelijk met een fysieke lijn of riem aangelijnd is; c. op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een
willen. Willen we de regeling versoepelen voor Oisterwijkse paracommerciële horeca of juist strenger maken voor de Haarense paracommerciële horeca? Dit lid is er voor bedoeld om de huidige situatie te bevriezen en zo in 2021 de tijd te hebben om een besluit te nemen. Voor andere paracommerciële horeca dan gericht op sport of het faciliteren van sociale interactie kende Haaren geen regeling en geldt dus gelijk het Oisterwijkse beleid. Om te borgen dat er in 2022 een eenduidig beleid ligt, is bepaald dat dit lid tot 1 januari 2022 geldt. Daarna vervalt dit lid en geldt, behoudens andere besluitvorming, de huidige Oisterwijkse regelgeving voor de gehele gemeente. De wijziging breidt het verbod uit tot andere plaatsen dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen.
ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. Artikel 2:65 Bedelarij
Artikel 2:65 Bedelarij
Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:73a Carbidschieten
Vervallen
1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen 1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen [of voorwerpen] als bedoeld in artikel 2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a. 2. Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te
Met deze wijziging geldt het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen.
Dit artikel is op 10 december 2020 aan de Apv toegevoegd als tijdelijke maatregel in het kader van de bestrijding van het coronavirus. Dit artikel komt daarom weer te vervallen. Indien gewenst kan het college met een nieuw voorstel komen om het carbid schieten te verbieden, met de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van dit verbod. Vervallen
Dit artikel is op 10 december 2020 aan de Apv toegevoegd als tijdelijke maatregel in het kader van de bestrijding van het coronavirus. Dit artikel komt daarom weer te vervallen. Indien gewenst kan het college met een nieuw voorstel komen om het voor handen hebben van carbid of soortgelijke stoffen om carbid te schieten te verbieden, met de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van dit verbod.
komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. 3. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn Nieuw artikel
Artikel 2:74b Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Toelichting artikel 2:74b
Er ontstaat steeds meer overlast door het gebruik van lachgas (afval van lachgaspatronen en overlastgevend gedrag door gebruikers). Vanuit veiligheid en jeugd- en gezondheid bestaat de wens een verbod op te nemen op het gebruik. Een algeheel verbod kan niet, wel de mogelijkheid op te treden tegen overlast door gebruik en om gebieden aan te wijzen waar een verbod op gebruik geldt. De VNG geeft aan dat dit artikel in de opsomming van artikel 6:1 moet worden opgenomen. Wij hebben geen opsomming in artikel 6:1, zodat dit artikel niet hoeft te worden aangepast.
Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd zijn met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door
lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). In artikel 6.1 van de APV (sanctiebepaling) moet artikel 2:48a in de opsomming van de strafbaarstelling worden opgenomen. Hierdoor is strafrechtelijke handhaving mogelijk als het verbod wordt overtreden. Een overtreding wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie (€ 4.350,00). Artikel 4:10 Definities
Artikel 4:10 Definities
f. Groene Kaart: een door het college vastgestelde kaart, die concreet bestaat uit twee deelkaarten (één kaart voor de kern Oisterwijk en één kaart voor de kern Moergestel) en een bijbehorend bomenregister. De Groene Kaart bevat een samenhangend geheel van de volgende houtopstanden: (a) boomvlakken binnen de bebouwde kom, (b) boomstructuren binnen de bebouwde kom en (c) waardevolle bomen binnen de bebouwde kom. De Groene Kaart omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de locatie, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van
f. Groene Kaart: een door het college vastgestelde kaart, die concreet bestaat uit drie deelkaarten (één kaart voor de kern Oisterwijk, één kaart voor de kern Moergestel en één kaart voor de kern Haaren) en een bijbehorend bomenregister. De Groene Kaart bevat een samenhangend geheel van de volgende houtopstanden: (a) boomvlakken binnen de bebouwde kom, (b) boomstructuren binnen de bebouwde kom en (c) waardevolle bomen binnen de bebouwde kom. De Groene Kaart omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de locatie, de eigenaar en/of zakelijk
Met deze wijziging wordt geregeld dat ook de kaart van de kern Haaren toegevoegd kan (en moet) worden aan de Groene Kaart.
registratie van de houtopstanden opgenomen op de Groene Kaart;
gerechtigde en de reden van registratie van de houtopstanden opgenomen op de Groene Kaart;
Artikel 4:11a Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:11a Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
2.
2.
Het is zonder vergunning van bevoegd gezag verboden buiten de bebouwde kom (a) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld op erven of in tuinen, en (b) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld die een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij een oppervlakte beslaan van maximaal 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen maximaal 20 bomen omvatten en; (c) bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant te vellen, te doen vellen of te laten vellen.
Door deze wijziging wordt geen wijziging in het recht beoogd. Doel is om door een andere opmaak en onder (b) een iets andere formulering te gebruiken dit artikel begrijpelijker en leesbaarder te maken.
3. Het in het eerste lid en tweede lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd
Doel van deze wijziging is te voorkomen dat bomen op een boomkwekerij kapvergunningplichtig worden als ze te lang blijven staan. Het frustreert de bedrijfsvoering van de boomkwekerij als dan voor verkoop of verplaatsing een vergunning nodig is. Dat is ook niet onze
Het is zonder vergunning van bevoegd gezag verboden buiten de bebouwde kom (a) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld op erven of in tuinen, en (b) houtopstanden bestaande uit één of meer bomen met een diameter > 40 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld welke een zelfstandige eenheid vormen, en hetzij geen groter oppervlakte beslaan dan 10 are, hetzij in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, niet meer bomen omvatten dan 20 en (c) bomen die in het kader van een herplantplicht zijn geplant te vellen, te doen vellen of te laten vellen.
3. Het in het eerste lid en tweede lid van dit artikel gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd
gezag zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; e. dunning van houtopstand; f. houtopstanden hoger dan de toegestane bouwmassa binnen het molenbiotoop bij aantoonbare windhinder voor de molens in Oisterwijk en Moergestel. .
gezag zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:11e; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met achterstallig onderhoud; e. dunning van houtopstand; f. het vellen van bomen die in het kader van productiematige teelt zijn aangeplant en ten behoeve van de reguliere bedrijfsvoering van een boomkwekerij worden geveld. g. houtopstanden hoger dan de toegestane bouwmassa binnen het molenbiotoop bij aantoonbare windhinder voor de molens in Oisterwijk en Moergestel. .
Nieuw artikel
Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 definities 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een openbare
wens of bedoeling. De uitzondering die onder f stond, wordt vernummerd naar g. In onze gemeente was dit geen probleem, omdat we geen boomkwekerijen hadden. Met de toevoeging van Haaren krijgen we die wel en is deze uitzondering wel wenselijk.
Met een nieuw artikel 5:15 wordt venten verboden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. In artikel 5:14 wordt bepaald wat onder venten wordt verstaan.
en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17. Toelichting artikel 5:14 Definitie Het uitoefenen van de ambulante handel (het venten) moet onderscheiden worden van enerzijds de collectevergunning en anderzijds de standplaatsvergunning. Bij venten is het van belang dat de venter in beweging is. De venter biedt zijn waren voortdurend aan vanaf een andere plaats. Het tijdelijk stilstaan in afwachting van klanten is geen venten. zie HR 26-03-1974, NJ 1974, 239. Het onderscheid tussen venten en collecteren is het volgende. Van venten of colporteren is sprake wanneer voor deze goederen een reële contraprestatie in de vorm van een vast bedrag wordt gevraagd. In principe worden bij collecteren geen
goederen aangeboden, maar gaat het om het inzamelen van geld en goederen. Verkrijgt men een drukwerk of ander goed door een willekeurig bedrag of een weliswaar vast, maar niet meer als reële contraprestatie aan te merken bedrag aan geld in een bus te werpen of te overhandigen als bijdrage voor een duidelijk kenbaar liefdadig of ideëel doel, dan is sprake van een collecte. De goederen worden daarbij slechts ter ondersteuning van die actie uitgereikt. Bij strafrechtelijk optreden tegen dit soort zonder vergunning gehouden inzamelingen, zal ten laste gelegd en bewezen moeten worden dat te kennen is gegeven of de indruk is gewekt dat de opbrengst geheel of gedeeltelijk is bestemd voor een ideëel doel. Het onderscheid tussen venten en het innemen van een standplaats betreft de periode gedurende welke goederen vanaf dezelfde plaats op straat worden aangeboden aan willekeurige voorbijgangers. Onder het innemen van een standplaats wordt verstaan het te koop aanbieden van goederen vanaf eenzelfde plaats, gebruikmakend van fysieke hulpmiddelen als een kraam of een aanhangwagen, in de openbare ruimte. Het tien minuten standplaats innemen vereist een standplaatsvergunning en geen ventvergunning (HR 26-03-1974, NJ 1974, 239). Venten en standplaatsen sluiten elkaar dus uit.
Artikel 5:15 Ventverbod
Nieuw artikel
1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag voor zonsopgang en na zonsondergang. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Toelichting artikel 5:15 Ventverbod Bij de deregulering van 2007 is de ventvergunning geschrapt en vervangen door een algemene regel waarbij het slechts verboden was om bij het venten de openbare orde te verstoren. Dit gebeurde ook met het oog op de invoering van de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet. HR 20-10-1992, Gst.1993, 6972, 5. Relatie Colportagewet en ventverbod uit de APV. Colportagewet niet uitputtend bedoeld. ARRS 15-06-1984, Gst. 1984, 6789, 4. Het aanbieden van goederen in een rijdende winkelwagen kan aan regels worden gebonden ten behoeve van de handhaving van de openbare orde. Er is sprake van venten.
Met dit artikel wordt het mogelijk op te treden tegen venten indien de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt vanwege het venten.
HR 26-03-1974, NJ 1974, 239. Van venten is sprake als de venter zijn waren voortdurend vanaf een andere plaats aanbiedt, tenzij hij zijn clientèle aan het bedienen is. Er geldt een verbod tot het aanbieden vanaf een vaste plaats. HR 17-03-1953, NJ 1953, 389 (Wachttorenarrest) en HR 20-06-1950, NJ 1950, 619. Venten met gedrukte of geschreven stukken wordt aangemerkt als een zelfstandig middel van verspreiding. Artikel 5:32 Crossterreinen
Artikel 5:32 Crossterreinen
1.
1.
2.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. Het verbod is niet van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid waarvoor een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 is verleend en op door het college aangewezen terreinen. Het college kan regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast;
2.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. Het verbod is niet van toepassing op activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid waarvoor een vergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 is verleend en op door het college aangewezen terreinen. Het college kan regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
Vetgedrukte deel is toegevoegd conform zomeraanpassing VNG. Het oude artikel voorzag niet in crossen, anders dan in wedstrijdverband
b.
3.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
3.
a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 6:1 Strafbepaling
Artikel 6:1 Strafbepaling
2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vierde lid juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, en 4:11a, eerste en tweede lid.
2.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en artikel 4:11a, eerste en tweede lid.
Deze wijziging is het gevolg van een aanpassing in de modelverordening van de VNG. Het betreft vooral een tekstuele verduidelijking. Toelichting van de VNG: “De verwijzing naar artikel 2:10 betreft variant 1. Bovendien staat in het vijfde lid van deze variant geen verbod, maar wordt alleen gesteld dat de vergunning als omgevingsvergunning wordt verleend. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar artikel 2:11. De tekst is daarom verduidelijkt door het verbod te duiden als omgevingsvergunningplichtige activiteit.”
Bij ons luidt de tekst iets anders omdat er rekening mee is gehouden dat wij het eerste en tweede lid van de model-Apv in één lid hebben samengebracht (dus verwijzing naar alleen het eerste lid en dit betreft het tweede lid ipv het derde zoals in het model) en dat artikel 4:11 model Apv bij ons artikel 4:11a is. Artikel 6:5 Overgangsbepalingen
Artikel 6:5 Overgangsbepalingen
1.
1.
2.
3.
4.
Beschikkingen genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige beschikkingen kent, gelden als beschikkingen genomen krachtens deze verordening. Het aanwijzingsbesluit in- en verkoopregister voor handelaren berust op artikel 2.67 van deze verordening. Het aanwijzingsbesluit genotmiddelenverbod omgeving Scheibaan/gebied ten oosten van de Gemullehoekenweg en Achterste Stroom berust op artikel 2:48 van deze verordening. De Nadere regels voor terrassen Gemeente Oisterwijk 2016, de Nadere regels voor bouwobjecten gemeente Oisterwijk 2016 en de Nadere regels uitstallingen
2.
3.
Beschikkingen genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige beschikkingen kent, gelden als beschikkingen genomen krachtens deze verordening. Beschikkingen genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening 2013, wijziging 2018 zoals op 22 november 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaren en voor zover die geldig zijn op het grondgebied dat per 1 januari 2021 aan de gemeente Oisterwijk is toegevoegd, zijn geldig tot 1 januari 2023. Het aanwijzingsbesluit in- en verkoopregister voor handelaren berust op artikel 2.67 van deze verordening.
De overgangsbepalingen zijn gewijzigd, in die zin dat expliciet bepaald is dat beschikkingen van het college of de burgemeester van Haaren gedurende 2 jaar hun geldigheid behouden. De wens is om na twee jaren alle vergunningen en ontheffingen die doorlopend zijn om te zetten naar het Oisterwijkse model, zodat er één beleid gevoerd kan worden en eenheid zit in de beschikkingen. Het is onwenselijk ondernemers met onmiddellijke ingang te vragen een nieuwe vergunning aan te vragen. Daarnaast zijn wederom de aanwijzingsbesluiten op grond van de vorige algemene plaatselijke verordeningen omgehangen, zodat ze hun geldigheid behouden. Daarbij is gekeken welke besluiten op dit moment gelden.
Gemeente Oisterwijk 2016 berusten op artikel 2.10, tweede lid van deze verordening.
4.
5.
6.
7.
8.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding
Het Aanwijzingsbesluit vechtsportevenementen Oisterwijk 2019 berust op artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, van deze verordening. Aanwijzingsbesluit inzake het houden van hinderlijke of schadelijke dieren binnen de bebouwde kom 2014 berust op artikel 2:60 van deze verordening. Het aanwijzingsbesluit genotmiddelenverbod omgeving Scheibaan/gebied ten oosten van de Gemullehoekenweg en Achterste Stroom berust op artikel 2:48 van deze verordening. Het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht Oisterwijk en Moergestel en het Aanwijzingsbesluit cameratoezicht omgeving AZC Oisterwijk berusten op artikel 2:77 van deze verordening. De Nadere regels voor terrassen Gemeente Oisterwijk 2016, de Nadere regels voor bouwobjecten gemeente Oisterwijk 2016 en de Nadere regels uitstallingen Gemeente Oisterwijk 2020 berusten op artikel 2.10, tweede lid van deze verordening.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze verordening is bekendgemaakt. 2. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 die reeds werd geëxploiteerd op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, treedt artikel 2:28 in werking op 1 juni 2020. 3. Voor een inrichting die reeds als smartof headshop werd geëxploiteerd op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, treedt artikel 2:28f in werking op 1 juni 2020.
1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel 6:7 Citeertitel
Artikel 6:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Oisterwijk 2019
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Oisterwijk 2021
De gehele verordening treedt zo spoedig mogelijk in werking, zodat er voor de heringedeelde gemeente Oisterwijk een nieuw toetsingskader ligt. De 1e dag na bekendmaking is het snelste moment om een nieuwe verordening in werking te laten treden. We hebben niet gekozen voor terugwerkende kracht tot 1 januari omdat mogelijk al beschikkingen op basis van de huidige regelgeving zijn afgegeven en we ook niet meer met terugwerkende kracht handhavend op kunnen en willen treden. Dit maal is er voor gekozen om een uitzondering die later in werking treedt, de regels voor paracommerciële horeca, bij het artikel zelf te regelen. Dan hoeven alleen de regels voor paracommerciële horeca bekeken te worden om te weten welke regels gelden. De citeertitel wordt aangepast om in de communicatie een duidelijk onderscheid tussen de oude en de nieuwe regeling te maken.