21-17 Beleidsnota Inburgering Oisterwijk - bijlage 1 beleidsnota Inburgering Oisterwijk
Tekst van het document
BELEIDSNOTA INBURGERING OISTERWIJK
22 april 2021 1
Inhoud Voorwoord......................................................................................................................................................... 3 Managementsamenvatting ............................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1: Inleiding en leeswijzer ................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 2: Context inburgering en kaderstelling .......................................................................................... 7 2.1 Landelijk: doel en visie nieuwe wet ......................................................................................................... 7 2.2 Oisterwijk ................................................................................................................................................. 8 2.2.1 Context ............................................................................................................................................. 8 2.2.2 Huidige kaders .................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 3: Hoe organiseren we inburgering in Oisterwijk ..........................................................................
11 3.1 Regie gemeente ..................................................................................................................................... 11 3.2 Aankomst in de gemeente..................................................................................................................... 12 3.3 Brede intake en Persoonlijk plan Inburgering (PIP) en Participatie ...................................................... 12 3.4 Oriëntatie en leerroutes ........................................................................................................................ 13 3.4.1 Oriëntatie........................................................................................................................................ 13 3.4.2 Leerroutes....................................................................................................................................... 13 3.5 Na de inburgering .................................................................................................................................. 15 Hoofdstuk 4: Monitoring en evaluatie ............................................................................................................ 16 Hoofdstuk 5: Financiën ....................................................................................................................................
17 Bijlage 1: Doelgroepen en taken Wet inburgering .......................................................................................... 19 Bijlage 2: Wet Inburgering 2013 en 2021 ........................................................................................................ 22 Bijlage 3: Wettelijke onderdelen inburgeringsplicht ....................................................................................... 23 Bijlage 4: Aanpalend beleid gemeente Oisterwijk........................................................................................... 24 Bijlage 5: Brief Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid................................................................ 25
2
Voorwoord Deze beleidsnota is tot stand gekomen op basis van de inbreng van de collega’s van beleid en de uitvoering. En ook op basis van de ervaringen die opgedaan zijn in de samenwerking met de collega-gemeenten van Hart van Brabant en van de gemeenschappelijke regeling WSD. In het bijzonder gaat onze dank uit naar de vroegtijdige inbreng van de adviesraad sociaal domein van de gemeente Oisterwijk. Het is belangrijk om snel en goed te investeren in taalontwikkeling, culturele waarden en participatie om te voorkomen dat op termijn bij inburgeraars problemen ontstaan om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Dat investeren doen we binnen de waarden van ons koersdocument sociaal domein en de waarden van ons strijdplan. Het startpunt is daarbij de verantwoordelijkheid en kracht van de inburgeraars zelf. En het bieden van ondersteuning die zo licht als mogelijk is en zo zwaar als nodig is. De invoeringsdatum van de wet is al enkele keren verschoven. We vertrouwen erop dat de invoeringsdatum van 1 januari 2022 blijft staan. Onzekerheid is voor niemand goed. Bovendien willen we met de nieuwe kaders van de wet op de inburgering als Oisterwijk aan de slag. Het officiële startpunt daarvoor is deze beleidsnota. We schetsen in deze nota de kaders waarbinnen we aan de slag gaan met de uitvoering van de wet.
Maar we schetsen ook, wellicht meer dan gebruikelijk is, de kaders voor de uitvoering van de wet.
3
Managementsamenvatting In de nieuwe wet Inburgering veranderen de rollen van het Rijk, de gemeente en de inburgeraar. In deze beleidsnota gaan we in op de veranderingen in de wet en de wijze waarop we als gemeente inhoud geven aan onze nieuwe taak. Ofwel, we beschrijven de kaders waarbinnen we de nieuwe Wet inburgering uitvoeren. De nieuwe wet Inburgering wordt uitgevoerd binnen de context en de beleidskaders van Oisterwijk. De context van Oisterwijk is dat er een AZC aanwezig is en dat er in de samenleving professionele partijen en vrijwilligers ervaring op hebben gedaan in het ondersteunen van inburgeraars. De uitgangspunten en werkwijze van de nieuwe wet op de Inburgering sluiten aan bij de uitgangspunten van het: Koersdocument “Naar een Samenredzaam Oisterwijk” (raadsbesluit 20-12-2018) zoals inclusief, duidelijk en begrijpelijk, dichtbij en integraal. Strijdplan Sociaal Domein (raadsbesluit 28-05-2020) zoals normaliseren, beheersbaarheid en zakelijkheid. Coalitieakkoord “Gezamenlijk perspectief over grenzen heen“ (04-01-2021) om voor mensen zoveel mogelijk regulier werk te vinden en wanneer dat niet mogelijk is in te zetten op begeleid werken of tijdelijk werk.
De belangrijkste verandering in rollen en inhoud van de wet is dat de inburgeraar wel zelf verantwoordelijk blijft voor de inburgering, maar ondersteuning krijgt van de gemeente om te werken aan een goede inburgering. Met de nieuwe Wet inburgering het krijgt de gemeente de regie op inburgering terug. Dit betekent dat de gemeente in het nieuwe stelsel een actieve rol heeft bij voorbereiden op de inburgering tot en met het afronden van de inburgering. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor de opvang van inburgeraars. Voor alle inwoners die bij de gemeente aankloppen voor ondersteuning is het belangrijk om de nadruk te leggen op wat mensen zelf kunnen, al dan niet met hulp van mensen uit hun eigen omgeving of vanuit voorzieningen binnen onze basisstructuur. We zijn ons ervan bewust dat er voor inburgeraars een periode extra ondersteuning nodig is om de taal en de Nederlandse gebruiken te leren kennen. De gemeente werkt bij voorkeur samen met de organisaties die lokaal actief zijn om deze extra ondersteuning te kunnen bieden. Voor het inrichten van de dienstverlening maken we gebruik van de kennis en ervaring die de afgelopen tijd is opgedaan in onze eigen gemeente, binnen de gemeenten waarmee we samenwerken en elders.
Belangrijke uitgangspunten om vorm te geven aan de verandering voor de uitvoering van de nieuwe wet op de inburgering zijn: We starten zo vroeg mogelijk, het liefst nog op het AZC met de klantregie. De klantmanager voert voor de inburgeraars regie vanuit twee wetten (Wet inburgering en de Participatiewet). Daarbij: o Heeft de klantmanager aandacht voor het geheel van taal, participatie en ontwikkelen en benutten van capaciteiten. o Ziet de klantmanager door vroegtijdige regie de inburgeraars al vóór huisvesting in de gemeente. o Kan vroegtijdig praktische hulp geboden worden zodat de overgang naar wonen in de gemeente vlot verloopt. o Wordt de inburgeraar korte tijd ontzorgd. De gemeente heeft voor inburgeraars een aanbodplicht voor de leerroutes. De inburgeraar hoeft dus niet zelfstandig een cursus in te kopen. In de leerroutes staat de combinatie tussen taal en participatie centraal en wordt er meer maatwerk geleverd door differentiatie in het aanbod. Binnen het aanbod: o Zetten we in op een doorlopend programma voor de brede intake in plaats van een enkel gesprek met de klantmanager.
4
o o
Op het feit dat het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie een dynamisch document moet worden van de inburgeraar samen met de gemeente. Kiezen we voor een samenhang tussen de modules in de oriëntatiefase waarbij de modules aansluiten op de praktijk en leefwereld van de inburgeraar.
Het is de bedoeling dat de nieuwe inburgeringsstelsel een adaptief en flexibel stelsel is waarbij er een centrale plaats is ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Landelijk is de monitoring en evaluatie nog niet ingericht. Daarom blijven we gebruik maken van de huidige benchmark die gemeenten ontwikkeld hebben totdat er een bruikbaar en toegankelijk systeem is van landelijke monitoring. Het is nog niet bekend hoe een landelijk systeem van evaluatie eruit zal gaan zien. De invoering van de nieuwe wet moet leiden tot het beter en sneller leren van de Nederlandse taal en het beter combineren van taal met werk of participatie. Deze punten zullen naar verwachting meegenomen worden bij de evaluatie van de nieuwe wet. We kunnen in de tweede helft van 2023 de ervaringen en resultaten van het eerste jaar van de wet gaan zien. Het financiële kader voor de uitvoering van de taken in het kader van de Wet inburgering vormen de middelen die we ontvangen van het Rijk. De middelen voor de bestaande onderdelen van de inburgering (maatschappelijke begeleiding en taal) zijn bekend en de middelen voor de nieuwe onderdelen van de wet in de meicirculaire van 2021. Een deel van de middelen voor de invoering en uitvoering van de wet is bekend.
De middelen veranderen nog door de nieuwe invoeringsdatum van de wet (half jaar later) en het ter beschikking stellen van de middelen voor de groep inburgeraars tussen 2013 en 2022 die vaak nog onvoldoende ingeburgerd zijn. Wanneer de financiële kaders geactualiseerd zijn in de meicirculaire, dan wordt het budget voor de voorbereiding op de wet meegenomen in de Berap van 2021 en het budget voor de uitvoering van de wet bij de begroting voor 2022 en verdere jaren.
5
Hoofdstuk 1: Inleiding en leeswijzer Er kwamen landelijk steeds meer signalen dat inburgeraars in het huidige systeem van inburgering niet voldoende in staat waren om te voldoen aan de inburgeringseisen en te participeren in de samenleving. Naar aanleiding van de brief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regelingsbeleid uit december 2015 met als titel ‘Geen tijd verliezen’ heeft het kabinet de Veranderopgave Inburgering (VOI) ingezet die heeft geleid tot de invoering van een nieuwe Wet inburgering. De wet gaat met ingang van 1 januari 2022 in voor de mensen die vanaf die datum moet inburgeren. De Minister blijft verantwoordelijk voor de inrichting en de werking van het stelsel als geheel, maar de uitvoering van de Wet inburgering ligt dan (weer) bij de gemeente. Met ‘Geen tijd verliezen’ wordt gedoeld op het feit dat het belangrijk is om snel en goed te investeren in taalontwikkeling, culturele waarden en participatie om te voorkomen dat op termijn bij inburgeraars problemen ontstaan om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. In deze nota gaan we in hoofdstuk 2 in op de context en kaders die van belang zijn voor de uitvoering van de inburgering op landelijk, regionaal en lokaal niveau. In hoofdstuk 3 geven we een inkijk op de wijze waarop we de inburgering in Oisterwijk uit willen voeren.
In hoofdstuk 4 gaan we in op monitoring en evaluatie van de uitvoering van de wet. We besluiten in hoofdstuk 5 met het nu bekende financiële kader voor de invoering en uitvoering van de nieuwe wet. In de bijlagen vindt u de brief van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, informatie over de doelgroepen en taken wet inburgering en een vergelijking tussen de Wet inburgering 2013 en de Wet Inburgering 2022.
6
Hoofdstuk 2: Context inburgering en kaderstelling 2.1 Landelijk: doel en visie nieuwe wet Nieuwe wet inburgering Het nieuwe inburgeringsstelsel heeft tot doel dat de inburgeraar snel en volwaardig meedoet in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Het is de bedoeling dat de inburgeraars het voor hen hoogst haalbare taalniveau bereiken (taalniveau B1 als uitgangspunt) en de Nederlandse maatschappij goed leren kennen. Het leren van taal en cultuur wordt zo snel mogelijk gecombineerd met participeren in de samenleving. Positie Rijk (DUO) De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) stelt vast wie een inburgeringsplicht heeft. DUO stelt de inburgeringsplicht vast op grond van gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling van de Immigratie- Naturalisatiedienst (IND). DUO stelt vast wanneer de inburgeringstermijn start en behandelt aanvragen voor verlenging van de inburgeringstermijn of vrijstelling van de inburgeringsplicht. De gemeente en DUO zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de Wet inburgering 2021. DUO is verantwoordelijk voor het bewaken van de termijn van inburgering. De gemeente bewaakt of de inburgeraar zich voldoende inzet en verantwoordelijkheid toont. Positie gemeente Met de nieuwe Wet inburgering krijgt de gemeente de regie op inburgering terug.
Dit betekent dat zij in het nieuwe stelsel een actieve rol gaat krijgen in 4 van de 5 schakels van de inburgeringsketen:
DUO, na verkrijgen Verblijfsvergunning (IND)
COA en Gemeente
Gemeente
Gemeente
Gemeente en DUO
Met deze nieuwe wet hebben gemeenten weer de mogelijkheid om op basis van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van een inburgeraar de passende participatie- en taalondersteuning te organiseren en hier regie op te voeren. Positie inburgeraar In de huidige wet is de inburgeraar helemaal alleen aan zet om de inburgering te organiseren. In de nieuwe wet verandert dit. De inburgeraar blijft verantwoordelijk voor de inburgering, maar krijgt ondersteuning van de gemeente bij het werken aan de inburgering. Hierbij zorgt de gemeente voor een passend inburgeringstraject en doorlopende ondersteuning op basis van het PIP (Persoonlijke Inburgerings Plan). Van de inburgeraar wordt betrokkenheid en inzet verwacht om het traject succesvol af te ronden. Met het nieuwe inburgeringsstelsel wordt ingezet op een doorlopende lijn vanuit de opvang in het azielzoekerscentrum (AZC) naar zelfredzaamheid in de Nederlandse samenleving. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente de regie heeft op de uitvoering van de wet inburgering en dat de inburgeraar zelf verantwoordelijk is voor het voldoen aan de inburgeringsplicht.
7
2.2 Oisterwijk 2.2.1 Context Binnen de gemeente Oisterwijk is een AZC gevestigd. De bestuursovereenkomst met het COA is verlengd tot 1 juli 2022. De pilot regioplaatsing Hart van Brabant loopt van 1 januari 2020 tot 1 januari 2022. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor de opvang van asielzoekers. Voorwaarde is daarbij wel dat de veiligheid van onze inwoners en de bewoners van het AZC voorop staat. Bij aantoonbare ernstige en aanhoudende overlast weegt het voorkomen van overlast zwaarder dan het openhouden van het AZC en wordt het standpunt heroverwogen. Als inburgeraars in de gemeente komen wonen is het belangrijk om de nadruk te leggen op wat mensen zelf kunnen, al dan niet met hulp van mensen uit hun eigen omgeving of vanuit voorzieningen binnen onze basisstructuur. We zijn ons ervan bewust dat er voor inburgeraars een periode extra ondersteuning nodig is om Oisterwijk, de Nederlandse taal en de Nederlandse gebruiken te leren kennen. De gemeente werkt samen met de organisaties zoals Stichting Vluchtelingenwerk Nederland en de WSD om extra ondersteuning te kunnen bieden. Daarbij maken we gebruik van de kennis en ervaring die de afgelopen tijd is opgedaan. De gemeente Oisterwijk neemt met ingang van 2020 deel aan de pilot van het Welkomhuis die vanuit de regio hart van Brabant is georganiseerd om ervaringen op te doen met de brede intake in de nieuwe wet.
Het Welkomhuis is gestart in Tilburg. Bekeken wordt op welke wijze de brede intake op het AZC of in de nabijheid van het AZC Oisterwijk georganiseerd kan worden. Door de geringe instroom in 2020 is er in Oisterwijk nog weinig ervaring opgedaan met de brede intake. De brede intake wordt in eerste instantie georganiseerd vanuit het team werk en inkomen. Dit vindt plaats in afstemming met Loket Wegwijs. Voor een groep inburgeraars die onder de huidige wet vallen, heeft de WSD vanaf medio 2019 een traject met 17 inburgeraars uitgevoerd. Een belangrijk doel van dit traject was om de inburgeraar beter in beeld te krijgen. Hiervoor zijn huisbezoeken afgelegd door een mannelijke en vrouwelijke medewerker van de WSD met een niet-westerse achtergrond. Belangrijke elementen bij het beter in beeld krijgen van de inburgeraars waren het ter beschikking hebben van meer tijd en een betere cultuursensitiviteit. Vanuit Jeugdhulp is er contact met het COA. Dit gebeurt om vroegtijdig vat te krijgen op problemen die er kunnen spelen met jeugdigen. Op AZC Oisterwijk is voor AMV-ers gestart met de talentenfabriek.
2.2.2 Huidige kaders Beleidskader koersdocument Sociaal Domein en strijdplan sociaal domein Het huidige beleidskader wordt gevormd door het koersdocument Sociaal Domein Oisterwijk 20192030, naar een samenredzaam Oisterwijk. De hoofdthema’s in het koersdocument zijn inclusief, dichtbij, integraal, en duidelijk en begrijpelijk. In het koersdocument wordt aangegeven dat een inclusieve samenleving bijdraagt aan integratie en inburgering. Inburgering is niet een doel op zich, het is een middel dat ervoor zorgt dat mensen mee kunnen doen. Een aantal ambities die in het koersdocument zijn genoemd zijn belangrijk voor inburgeraars: Inclusief: Uitgaan van de leefwereld van de inwoner in plaats van de gemeentelijke systeemwereld. Oog voor specifieke doelgroepen, waaronder inburgeraars. Inleven. Duidelijk en begrijpelijk: Het is duidelijk waar inwoners terecht kunnen met een ondersteuningsvraag. Maatwerk gaat voor regeltjes. Dichtbij: Ondersteuningsvragen worden zo dichtbij mogelijk opgelost. Bekend maakt bemind. Een groot deel van het leven van inwoners speelt zich af in ‘de buurt of wijk’.
8
Integraal We gaan ondersteuningsvragen van inwoners echt integraal benaderen. We kijken breed, zorgen voor goede samenwerking tussen formele en informele ondersteuning en zorgen samen dat de inwoner ondersteund wordt in het vinden van antwoorden op zijn vragen en in het zoeken van zijn weg naar zelfstandigheid. Ook voor inburgering wordt aangesloten op het uitgangspunten “normaliseren” uit het strijdplan voor Wmo en Jeugd en “zakelijkheid”. Binnen de inburgering zetten we zo snel als dat mogelijk is de voorzieningen uit de basisstructuur in. De ondersteuning is ook hier zo licht als mogelijk is en zo zwaar als nodig is. Op het gebied van zakelijkheid moeten we werken vanuit het ter beschikking gesteld budget, maar wel oog hebben voor het inzetten van ondersteuning die kan voorkomen dat op termijn zwaardere vormen van ondersteuning ingezet moeten worden. Coalitieakkoord “Gezamenlijk perspectief over grenzen heen“ 2021-2026 Op het gebied van participatie is in het bestuursprogramma aangegeven: “We zijn ervan overtuigd dat gelukkiger zijn wanneer zij werk of een andere zinvolle dagbesteding hebben om zo zelf en beter regie te voeren over hun leven. We zetten ons in om, daar waar mogelijk, inwoners te laten doorstromen naar regulier werk en ondersteunen hierbij.
Waar het niet mogelijk is om regulier werk te vinden, heeft begeleid werken of tijdelijk werk de voorkeur boven het verstrekken van een uitkering. Dit sluit aan op het streven om bij de inburgering vroegtijdig in te zetten op het leren van de Nederlandse taal en participatie in de samenleving.
Regionale en bovenlokale inhoudelijke en organisatorische kaders De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de inburgering is een gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar de gemeente werkt ook samen met andere regiogemeenten. Binnen het sociaal domein in Oisterwijk zijn het samenwerkingsverband Hart van Brabant, de Arbeidsmarktregio Midden Brabant en de gemeenschappelijke regeling WSD van belang. In de Strategische Meerjarenagenda van de Regio Hart van Brabant staat: "Aan vluchtelingen en inburgeraars bieden we een effectieve en maatschappelijk verantwoorde opvang en begeleiding." "Onze regio is in 2023 een veerkrachtige samenleving: inclusief, behulpzaam naar elkaar, gezond en veilig. Iedereen voelt zich thuis in de wijk en kan zo lang mogelijk zelfstandig wonen, naar vermogen deelnemen aan de samenleving en het arbeidsproces en maximaal zijn talenten ontwikkelen." In de vergadering van het algemeen bestuur van de Regio Hart van Brabant in december 2018 hebben de bestuurders aangegeven regionaal te willen samenwerken voor de ondersteuning aan inburgeraars Uitgangspunt daarbij is dat de lokale kracht regionaal versterkt wordt. Als voorbereiding op de nieuwe wet inburgering zijn pilots opgestart (Welkomhuis, brede intake en opzetten leerroutes). De inzichten uit de pilots hebben geleid tot uitgangspunten over inhoud en werkwijze.
Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in een regionale Startnotitie ‘Veranderopgave Inburgering’. Deze startnotitie vormt de algemene basis voor de lokale beleidsplannen en de inkoop. De inhoudelijke uitgangspunten van de startnotitie zijn de volgende. 1. Vroegtijdig Het is essentieel dat we de inburgeraar zo vroeg mogelijk leren kennen, om zo een passend aanbod te kunnen doen. Dit betekent dat we in het AZC al starten met de brede intake waarin we samen met alle partners de talenten, mogelijkheden en behoeften van de inburgeraar op alle levensdomeinen in beeld brengen. Inburgeraars die niet via het AZC komen gaan we begeleiden wanneer ze in Oisterwijk komen wonen. 2. Integraal De Inburgering+ aanpak combineert het actief participeren in de samenleving met het leren van de taal. Daarnaast wordt elke inburgeraar integraal gezien: er is oog voor alle leefgebieden. Er wordt gekeken naar financiën, werk, onderwijs, gezondheid, welzijn, wonen, gezinssituatie enzovoort. Dit vanuit de brede wetgeving binnen het sociale domein. 3. Doorlopend De inburgering+ trajecten worden tussentijds aangepast aan de behoeften en talenten van de inburgeraar als daar aanleiding toe is. Er wordt gekeken naar de meest passende vorm van participatie. Daarbij wordt door de klantmanager gezorgd voor doorlopende ondersteuning,
9
gedurende de inburgeringsperiode, waarbij de klantmanager nauw samenwerkt met de ketenpartners en organisaties betrokken in alle leefgebieden. De uitgangspunten voor wat betreft de werkwijze zijn de volgende. 1. 'Nothing about us, without us' De gemeentelijke adviesraden maken waar mogelijk gebruik van klankbordgroepen met inburgeraars of leden van lokale adviesraden nemen deel in de Tilburgse klankbordgroep van inburgeraars (Hilvarenbeek). Zo wordt de aanpak gezamenlijk vorm gegeven en bieden inburgeraars reflectie op zaken die voor hen niet werken. 2. 'Learning by doing' De instroom en achtergrond van inburgeraars verandert continue, daarom moet de basisstructuur flexibel zijn om te kunnen blijven aansluiten. Doorontwikkeling en flexibiliteit zijn inherent aan inburgering+, we leren terwijl we doen en wat niet werkt wordt aangepast en bijgesteld. 3. Lokaal wordt regionaal versterkt Om lokaal goed passende ondersteuning aan inburgeraars te kunnen geven kan het noodzakelijk zijn om (op onderdelen) regionaal samen te werken. Wanneer het voordeel heeft om het regionaal aan te pakken, doen wij dit. Het heeft onze voorkeur dat inburgeraars, waar ze ook worden gehuisvest in Hart van Brabant, een kwalitatief vergelijkbare start hebben.
Het is hierbij wenselijk om zoveel als mogelijk eenduidige afspraken te maken met onze samenwerkingspartners (zoals COA, Vluchtelingenwerk, welzijnswerk, inburgeringsscholen, taalscholen). Het college heeft op de besluitpunten over de regionale startnotitie de volgende nuanceringen aangebracht.
Het is een gemiste kans dat het rijk de regioplaatsing als apart onderwerp behandelt omdat hier een duidelijk verband ligt met het vroegtijdig leren kennen van de inburgeraar. We vinden het belangrijk om bij het participatieverklaringstraject en de regionale programma’s gericht op taal en werk een verbinding te maken met de lokale Oisterwijkse leefsituatie en de lokale participatiemogelijkheden. De intake vraagt een diepere kennis van de aanpak en cultuursensitiviteit dan op dit moment in de gemeente beschikbaar is. Er zal bekeken worden op welke wijze de benodigde kennis of in huis gehaald wordt of betrokken wordt bij een externe organisatie. De trajectregie ligt bij de klantmanagers en onderzocht wordt hoe voldoende kennis georganiseerd kan worden om een goede brede intake te doen. We kijken welke participatieactiviteiten we kunnen aanbieden vanuit de basisstructuur, lokale organisaties en lokale ondernemers, de infrastructuur van de WSD en de infrastructuur op het gebied van werkgeversdienstverlening van Midden Brabant. Ook voor inburgeraars is het van belang om zo snel als mogelijk aan te sluiten bij op het normaliseren van de ondersteuning. Met een vangnet voor de mensen bij wie dat (nog) niet reëel is. We zetten de te ontvangen middelen volledig in voor de doelgroep. We zijn niet op voorhand in de positie om extra middelen voor de doelgroep in te zetten.
De in dit hoofdstuk beschreven uitgangspunten geven de kaders aan voor de uitvoering van het beleid (waaronder inkoop van diensten).
10
Hoofdstuk 3: Hoe organiseren we inburgering in Oisterwijk Met het nieuwe inburgeringsbeleid willen we bij inburgeraars inzetten op hun talentontwikkeling om hun zelfredzaamheid en hun veerkracht vergroten. Hierbij staan participatie, het ontwikkelen en benutten van de eigen capaciteiten en taal centraal. Door in te zetten op capaciteiten, via voorlichting en vaardigheden, ontwikkelen inburgeraars de juiste handvatten voor een zelfstandig leven. De combinatie van de drie elementen is nodig om schulden, werkloosheid, taalachterstand, gezondheidsklachten (fysiek en mentaal) en gezinsproblemen te voorkomen. De gemeente heeft vroegtijdig en doorlopend de regie op de uitvoering van de inburgering. De inburgeraar is zelf verantwoordelijk om aan de inburgeringsplicht te voldoen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we uitvoering gaan geven aan de wijze waarop de gemeente vanuit haar nieuwe rol de inburgeraar gaat ondersteunen.
3.1 Regie gemeente Belangrijk is de regierol van de klantmanager. De klantmanager zorgt ervoor dat de inburgeraar cultuursensitief en vanuit een coachende houding begeleid wordt tijdens het hele inburgeringstraject. De situatie van de inburgeraar wordt in kaart gebracht op diverse leefgebieden: wonen, financiën, (sociaal) netwerk, gezondheid, werk/school en de gezins- en opvoedsituatie. Binnen deze leefgebieden zijn zowel de klantmanager, maar ook diverse partners aan zet om de inburgeraar te begeleiden. Een goede samenwerking tussen de inburgeraar en alle betrokken partijen uit die leefgebieden is essentieel. De klantmanager overziet het geheel, heeft de regie en
brengt de verschillende partijen bij elkaar. Uitgangspunt is om de werkzaamheden voor inburgeraars goed te integreren in de bestaande aanpak en het bestaande werkproces van de klantmanager. Dit in afstemming met Loket Wegwijs. Voor inburgeraar met een bijstandsuitkering geldt dat de Wet inburgering en de Participatiewet van toepassing zijn. De klantmanager weet waar eventuele kansen en knelpunten zitten bij de aansluiting van beide wetten. De klantmanager bewaakt het verloop van het inburgeringstraject en stuurt zo nodig bij. De focus ligt op empowerment, taal en talentontwikkeling van de inburgeraar waardoor die zich zo snel mogelijk thuis voelt in onze gemeente, zo snel mogelijk participeert in de samenleving en zich gezond en gelukkig voelt. Als onderdeel van de regierol van de gemeente, volgt de klantmanager de voortgang van de inburgeraar op alle onderdelen van het traject. De klantmanager gaat daarbij ook na of mensen uit de voeten kunnen met de hun aangeboden trajecten, de ondersteuning in de basisstructuur, ingezette preventieve maatregelen of de acties die ze zelfstandig uit moeten voeren De klantmanager zal ook handhaven, als inburgeraars onvoldoende bereidheid of inzet tonen om de doelen uit het samen opgestelde PIP te behalen.
We werken bij de uitvoering van de Participatiewet volgens de principes van hoogwaardig handhaven: door goede informatie vooraf proberen we sancties achteraf te voorkomen (preventie voor repressie). Ditzelfde principe hanteren we ook bij de uitvoering van de Wet inburgering. We informeren de inburgeraar vooraf goed over diens rechten en plichten en we volgen actief het inburgeringstraject. Hiermee willen we voorkomen dat het traject zonder goed gevolg wordt afgerond en dat we de (wettelijke verplichte) boetes zoveel mogelijk kunnen voorkomen. Voor jeugd geldt dat ingezet wordt op een vroegtijdige relatie met het COA en een warme overdracht van jeugdigen vanuit het COA naar de gemeente. Er worden maatregelen ingezet om te voorkomen dat jeugdigen uitvallen in het onderwijs. De Talentenfabriek kan ingezet worden om hen perspectief te bieden. Wat is de verandering onder de nieuwe wet? De gemeente krijgt een regierol en een handhavingstaak bij de uitvoering van het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP).
We kiezen ervoor om zo vroegtijdig mogelijk, liefst nog op het AZC, te starten met klantregie. De klantmanager voert voor de inburgeraars regie vanuit twee wetten (Wet inburgering en de Participatiewet). Dit betekent dat de klantmanager aandacht heeft voor het geheel van taal, participatie en ontwikkelen en benutten van capaciteiten.
11
3.2 Aankomst in de gemeente Huisvesting en praktische hulp Wanneer een inburgeraar (asielinburgeraars zijn, zie bijlage 2) gehuisvest wordt in de gemeente moeten er praktische zaken geregeld worden op elk leefgebied. Hierbij willen we de inburgeraar, tijdens deze eerste aankomstfase, zoveel mogelijk noodzakelijke en concrete hulp bieden. Dit houdt in dat snel praktische zaken voor hen ingeregeld kunnen worden, maar dat ze ook worden meegenomen in wat deze zaken betekenen. Ervaring leert ons dat deze concrete en tijdige hulp essentieel is voor een goede start. Wanneer zaken niet goed ingeregeld zijn, dan blijkt dat inburgeraars te weinig ruimte ervaren om met andere zaken, zoals taalles of participatie bezig te zijn. De praktische hulp bij vestiging in de gemeente is een bestaande taak van de gemeente die uitgevoerd wordt door Stichting Vluchtelingenwerk Nederland. Financiële ontzorging Een nieuwe gemeentelijke taak is het financieel ontzorgen van de inburgeraars. Concreet betekent dit dat de gemeente tijdelijk het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen neemt. Het verplicht ontzorgen bestaat uit het inhouden en doorbetalen van de vaste lasten huur, gas, water en stroom en de zorgverzekering van de bijstandsuitkering. De periode van ontzorging begint als het recht op bijstand ontstaat en duurt 6 maanden.
Als blijkt dat het ontzorgen langer nodig is, dan kunnen we dit overleg met de inburgeraar voortzetten. Naast het inhouden van de vaste lasten is het belangrijk dat de inburgeraar tegelijkertijd begeleid wordt naar financiële zelfredzaamheid. Deze begeleiding kan ook een langere periode dan zes maanden beslaan. Het gaat om maatwerk, de zorg is zo lang als nodig is. Na de 6 maanden kan reguliere ondersteuning geboden worden in de vorm van thuisadministratie of budgetbeheer. Wat is de verandering? Door vroegtijdige regie (3.1) zien we de inburgeraars al vóór huisvesting in de gemeente. Dit betekent dat we al vroegtijdig praktische hulp kunnen inzetten, zodat de overgang naar wonen in de gemeente vlot verloopt. De gemeente gaat inburgeraars financieel ontzorgen.
3.3 Brede intake en Persoonlijk plan Inburgering (PIP) en Participatie Brede intake We starten zo vroeg mogelijk met de brede intake. Zodra een inburgeraar bekend is in de gemeente, dan krijgt de gemeente de regie en kan de fase van brede intake starten. Het is belangrijk om zo snel en zo volledig mogelijk in beeld te brengen welke talenten, mogelijkheden en achtergrond iemand heeft. De klantmanager zorgt ervoor dat na de brede intake fase samen met de inburgeraar een PIP opgesteld wordt. De brede intake is een programma dat een inburgeraar volgt waarin: De klantmanager ervoor zorgt dat de gemeente de inburgeraar zo goed mogelijk leert kennen op alle leefgebieden en de talenten en behoeften in kaart brengt om een inhoudelijk zo compleet mogelijk PIP vast te kunnen stellen en een traject op maat te kunnen bieden. De inburgeraar onderzoekt wat hij/zij wil en kan. Hiermee stimuleren we zelfregie op het PIP en traject. De inburgeraar kennis maakt met de Oisterwijkse/Nederlandse cultuur, samenleving en arbeidsmarkt. Een leerbaarheidstoets afgenomen wordt. Het Loket Wegwijs ingezet wordt, wanneer er op enkele leefgebieden meer ondersteuning nodig is. Instrumenten voor participatie, Wmo en Jeugdwet ingezet worden, wanneer dat passend en nodig is. Daarbij is aandacht voor de mogelijkheden die andere wetten bieden om uit te voeren wat uit de leerbaarheidstoets komt.
12
Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) Het resultaat van de Brede Intake is een door de klantmanager en inburgeraar opgesteld PIP met een advies voor de leerroute voor de inburgeraar. In het PIP staan de doelen voor de inburgeraar op alle leefgebieden in het kader van talentontwikkeling, zelfredzaamheid, de route en het taalniveau waarop examinering plaats gaat vinden en slagingstermijnen. Per leefgebied worden eventuele aandachtspunten en ontwikkelmogelijkheden opgenomen. Eventuele ontheffingen en vrijstellingen worden ook opgenomen. De inburgeraar moet het PIP ook begrijpen. Wat is de verandering?
We zetten in op een programma voor de brede intake in plaats van een enkel gesprek met de klantmanager. Het PIP moet een gezamenlijk en dynamisch document worden. Voor iedere inburgeraar wordt een plan opgesteld, niet alleen voor de inburgeraars die een bijstandsuitkering hebben. Naar aanleiding van het PIP heeft de gemeente de plicht om een passend aanbod voor een leerroute te doen voor inburgeraars. De gemeente heeft een adviserende rol voor degenen die verantwoordelijk blijven voor de inkoop van hun eigen traject. Er wordt een leerbaarheidstoets afgenomen bij alle inburgeraars. De gemeente bepaalt het moment waarop deze wordt afgenomen.
3.4 Oriëntatie en leerroutes 3.4.1 Oriëntatie
De oriëntatiefase is gericht op het overbruggen van verschillen in cultuur, samenleving en de arbeidsmarkt. We willen hiermee bereiken dat de inburgeraar de Nederlandse cultuur en arbeidsmarkt begrijpt, weet wat hij kan en wil. Dat de vervolgroute in het inburgeringstraject passend is en dat de inburgeraar gemotiveerd is het traject te volgen. Vanuit de praktijk en uit beleidsonderzoek weten we dat het los aanbieden van modules minder goed werkt. Daarom willen we zoveel mogelijk een logische samenhang aanbrengen tussen wettelijk verplichte onderdelen opgenomen in de oriëntatiefase zoals: het Participatieverklaringstraject (PVT), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), de module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM), begeleiding naar financiële zelfredzaamheid, voorlichting over de verschillende leefgebieden, participatieactiviteiten – Nederlandse taal. Het oriëntatieprogramma moet gericht zijn op empowerment van de inburgeraar, via het ontwikkelen van de juiste handvatten (vaardigheden) voor een zelfstandig leven. Wat is de verandering? We kiezen voor een samenhang tussen de modules in de oriëntatiefase, De modules sluiten aan bij de praktijk en leefwereld van de inburgeraar.
3.4.2 Leerroutes De wet kent drie verschillende nieuwe leerroutes; de onderwijsroute, B1 route en de zelfredzaamheidsroute. Met de inzet van deze drie verschillende leerroutes kunnen we meer maatwerk bieden en kunnen inburgeraars een programma volgen dat bij hen past. Vanuit ervaring weten we dat het belangrijk is, dat er een combinatie gemaakt wordt tussen participatie en taal, gericht op empowerment van de inburgeraar. Dit betekent dat het leren van de Nederlands taal en participatie niet na elkaar, maar gelijktijdig aangeboden worden. Het betekent ook dat de taal en vaktaal afgestemd moeten zijn op de participatieactiviteiten. In bijlage 3 wordt toegelicht per route, wanneer iemand aan de inburgeringsplicht vanuit de nieuwe wet heeft voldaan. Hieronder wordt per leerroute aangegeven hoe we de routes nader invullen.
13
Onderwijsroute De onderwijsroute is bedoeld voor (jongere) inburgeraars met een hoge leerbaarheid die gemotiveerd zijn een opleiding in het reguliere Nederlandse onderwijs te voltooien. Er wordt minimaal MBO2 niveau nagestreefd, omdat dit geldt als een startkwalificatie. Met een startkwalificatie zijn de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk hoger. Dit betekent dat eerst onderwijs wordt gevolgd om een startkwalificatie te halen en daarna werk aan de orde is. Bij het volgen van de onderwijsroute ondersteunt de gemeente in de voorzieningen die nodig zijn. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject, waarin de inburgeraar niet alleen de Nederlandse taal op minimaal B1 haalt, maar waarin hij tegelijkertijd voorbereid wordt op de instroom in het reguliere Nederlandse onderwijs (MBO2, HBO of WO).
We willen een gedifferentieerd aanbod van onderwijsroutes: een route voor het MBO en een route voor HBO/WO. Gezien de kleine aantallen potentiële deelnemers, die ook nog eens verspreid in het jaar binnen komen, willen we bovenregionaal samenwerken in de onderwijsroute. We hebben hierbij ook speciale aandacht voor de volgende groepen; Inburgeraars boven de 30 jaar. Zij hebben geen recht op studiefaciliteiten via DUO na afronden schakeltraject. We hanteren hier maatwerk en sluiten aan bij de bestaande afspraken. Jonge inburgeraars vanuit de Internationale Schakelklas (ISK, MBO 1), voor wie doorstroom binnen regulier onderwijs (nog) niet haalbaar is, maar te hoog leerbaar zijn voor de zelfredzaamheidsroute. B1-route De B1-route wordt vanuit het Rijk gezien als de ‘standaardroute’ binnen de nieuwe wet inburgering. Het doel van deze route is de inburgeraar zo snel mogelijk te laten participeren (liefst via betaald werk) en de Nederlandse taal op niveau B1 te bereiken. Binnen deze route wordt zoveel mogelijk ingezet op dualiteit: een combinatie van taal én participatie. Naarmate de route in tijd vordert verschuift de nadruk steeds meer van de taalcomponent richting participatie. We stellen de participatie centraal. We willen dat inburgeraars zoveel mogelijk ervaring in de praktijk opdoen.
Hierbij is het belangrijk dat het praktijkdeel in meerdere sectoren en in aansluiting op de behoefte van werkgevers en inburgeraars wordt georganiseerd. In Oisterwijk waar dat kan en in de regio als dat nodig is. Zelfredzaamheidsroute
De zelfredzaamheidsroute is een intensief traject voor laagleerbare inburgeraars waarvoor het taalniveau A2 te hoog gegrepen is. Er wordt ingezet op zelfredzaamheid in de samenleving, en bekeken of betaald werk haalbaar zou kunnen zijn. De doelgroep van de Z-route is heel divers:
Inburgeraars voor wie betaald werk moeilijk haalbaar zal zijn; Inburgeraars die (al dan niet met ondersteuning) wel betaald werk kunnen gaan doen, maar niet het taalniveau B1 kunnen halen; Jonge inburgeraars vanuit de internationale schakelklas die laag leerbaar zijn, maar voor wie het belangrijk is om een vorm van onderwijs te volgen (verbinding praktijk leren).
Met deze diversiteit houden we rekening met het organiseren van zelfredzaamheidsroute(s). Ook in deze route staat de combinatie van het ontwikkelen en benutten van de eigen capaciteiten, participatie en taal centraal. Hierbij is het leren van de taal gericht op leren in de praktijk, zelfredzaamheid op alle leefgebieden en aansluitend bij de leefwereld van de inburgeraar. Van hieruit wordt geprobeerd de inburgeraar zich een zo hoog mogelijk taalniveau machtig te laten maken en wordt toegewerkt naar de hoogst haalbare participatie. Voor deze groep geldt dat, als de mogelijkheden tot participatie gering zijn, we bekijken welke ondersteuning nodig is. Bij complexere problematieken is langduriger begeleiding nodig op een wijze die aansluit bij de inburgeraar en zijn of haar problematiek. Welke organisatie dat uitvoert en op welke wijze de ondersteuning plaats vindt is afhankelijk van de problematiek (maatwerk). Daarbij is aandacht voor traumaverwerking. Wat is de verandering?
Gemeente heeft voor inburgeraars een aanbodplicht van de leerroutes. De inburgeraar hoeft dus niet zelfstandig een cursus in te kopen.
14
In de leerroutes staat de combinatie tussen taal en participatie centraal en wordt meer maatwerk geleverd door differentiatie in het aanbod.
3.5 Na de inburgering Na het voldoen van de inburgeringsplicht zijn er ten aanzien van de begeleiding door de klantmanager twee mogelijkheden. 1. De inburgeraar heeft geen bijstandsuitkering (NUG) De klantmanager geeft informatie en advies over de minimaregelingen als de regierol vanuit de wet Inburgering stopt. Als de inburgeraar na het voldoen aan de inburgeringsplicht, verder wil werken aan participatie of betaald werk, dan kan de klantmanager hierbij blijven ondersteunen. Deze ondersteuning is zo intensief als nodig is om doelen te behalen, maar minder intensief dan tijdens het inburgeringstraject. 2. De inburgeraar heeft wel een bijstandsuitkering (UG) Wanneer de regierol vanuit de wet Inburgering stopt, wordt de begeleiding vanuit de Participatiewet voortgezet. Omdat al tijdens het inburgeringstraject is gestart met participatie of re-integratie loopt dat gedeelte door en komt de focus van de begeleiding hier op te liggen. Wat is de verandering?
De formele situatie is ongewijzigd, gezinsmigranten zijn onder de nieuwe Wet inburgering nog steeds NUG. De gemeente heeft de groep gezinsmigranten beter in beeld vanwege de brede intake en het opgestelde PIP. Hierdoor kan ook na de inburgering meer passende dienstverlening geboden worden die is toegespitst op de persoon en de persoonlijke situatie.
15
Hoofdstuk 4: Monitoring en evaluatie De Minister wil met het nieuwe inburgeringsstelsel een adaptief en flexibel stelsel, waarbij een centrale plaats is ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Monitoring van samenstelling groep inburgeraars, positie en vorderingen
Vanuit de Benchmark van Divosa (vereniging van gemeenten in het sociaal domein) worden gegevens van inburgeraars bijgehouden. De gehele regio neemt deel aan de benchmark. De gegevens hebben betrekking op de jaren 2014 tot en met 2019 (zie bijlage). Binnenkort vindt een update plaats met de gegevens tot medio 2020. De monitor geeft met de volgende informatie een beeld in de samenstelling van de inburgeraars en vorderingen en positie van de inburgeraars in de verschillende jaren. Invullen taakstelling huisvesting en wachttijd op AZC, Aantal inburgeraars naar nationaliteit, geslacht en gezinssamenstelling, Onderwijsniveau, Percentage geslaagde inburgeraars, Economische positie (werk, onderwijs, bijstandsuitkering), Gebruik re-integratievoorzieningen (Participatie), Gebruik Jeugdzorg, Gebruik Wmo. We blijven deze benchmark gebruiken totdat er een bruikbaar en toegankelijk systeem is van landelijke monitoring. Daarbij geldt dat de gegevens tot medio 2020 de startsituatie weergeven. Evaluatie – eerste zicht op resultaten aanpak inburgering vanuit nieuwe wet
Het is nog niet bekend op welke wijze de evaluatie van de nieuwe wet plaats zal gaan vinden. Uitgaande van de aandachtspunten die de WRR aangeeft in haar brief ‘Geen tijd verliezen’ gaan we ervan uit dat het belangrijkste evaluatiepunt zou kunnen zijn dat integratie vanaf het begin van de inburgeringsprocedure een centrale plaats heeft. Dat zou moeten blijken uit het feit dat: Een secure en snelle asielprocedure waarin meer aandacht is voor het arbeidspotentieel van statushouders en hun mogelijkheden op de Nederlandse arbeidsmarkt (taak Rijk; COA). Er een aanpak is waarbij inburgeraars. o Sneller huisvesting in de gemeente krijgen na koppeling aan de gemeente. o Nederlands leren en het leren van de taal combineren met werk of participatie. o Sneller en beter Nederlands leren en sneller en beter werk vinden of zelfredzaam zijn. De wet gaat in 2022 in. De cijfers van Divosa over geheel 2022 zijn naar verwachting medio 2023 beschikbaar. Dit betekent dat we in de tweede helft van 2023 de ervaringen en resultaten van het eerste jaar van de wet kunnen zien.
16
Hoofdstuk 5: Financiën Het vertrekpunt voor de uitvoering van de taken in het kader van de Wet inburgering vormen de middelen die we ontvangen van het Rijk. Deze middelen bestaan uit twee structurele inkomstenstromen en incidentele middelen. Na een lange onderhandelingsperiode tussen de VNG en SZW is men in april 2020 tot een bestuursakkoord gekomen over de financiën voor de nieuwe wet inburgering. Met de meicirculaire 2020 is er duidelijkheid gekomen over een deel van de te ontvangen middelen. Over de te ontvangen structurele programmakosten wordt naar verwachting in de meicirculaire van 2021 meer duidelijkheid verschaft. Zoals in de overzichten is te lezen is een deel van de middelen uit het gemeentefonds pas naar verwachting bekend in de meicirculaire van 2021. Als de exacte bedragen bekend zijn, dan nemen we het inkomsten voor de voorbereiding van de wet mee in de Berap van 2021 en de inkomsten voor de uitvoering van de wet in de begroting voor 2022 en verder.
Incidentele rijksmiddelen (2021) Middelen
bestemd
voor:
Landelijk
Bedrag
of
bedrag
calculatie
Toegezegd
Uitgekeerd
Ja meicirculaire 2020
voor Oisterwijk I
Voorbereiding
implementatie wet
€ 24,3 miljoen
€ 52.039,-
ja
Implementatie
€ 12,2 miljoen
€ 42.000,-
ja
budget
2020
Ja
op
basis van
Nee
onderhandeling
onderhandeling
Nee – streven is mei
SZW/VNG
2021
€ 25,5 miljoen
Ja – verdeelsleutel
Nee, streven in mei
2021**
In
nog niet vastgesteld
2021
Uitstel wet, werken in
onderhandeling
Nee
Nee – streven is mei
geest van de nieuwe wet
In
onderhandeling
2021
Verhoging
onderhandeling
SZW/VNG
Nee – streven is mei
Implementatie
budget
2021 – 1 helft Implementatie
–
–
In
meicirculaire 2020
budget
2021 – 2 helft II Ondersteuning doelgroep Ondertussen
gelden
taakstelling
over 2021
–
Nee
–
2021
onderhandeling SZW/VNG
Middelen bestemd
Landelijk
Calculatie
Calculatie
voor:
bedrag
Oisterwijk
Oisterwijk
2022
2022
Toegezegd
Uitgekeerd
en
verder I
Uitvoeringskosten
periode
2022
2023 en verder** Bestemd voor:
en
+/- 67 miljoen
€ 93.000,-
€ 102.000,-
Ja – vermeld
Per
in
invoeringsdatum
de
wet
Brede intake / PIP Ontzorgen
17
Overige
meicirculaire
uitvoeringskosten
20201
III
Ondersteuning
doelgroep*
€ 25,5 miljoen
Ja
In
verdeelsleutel
2021
2021
onderhandeling
nog
Nee – streven is
Uitstel wet, werken in
In
vastgesteld
geest van de nieuwe
onderhandeling
Nee
Ondertussen
gelden
wet
2021
niet
Nee, streven in mei
mei 2021 –
onderhandelin
Verhoging taakstelling
–
Nee – streven is mei 2021
g SZW/VNG over
Nee
–
onderhandelin g SZW/VNG
(*) Bedrag voor Oisterwijk aan integratie-uitkering inburgering in meicirculaire 2020, met correctie voor groei door Komst Haaren van 20%. (**) Bedrag gecalculeerd op basis van bedrag aan integratie-uitkering inburgering in meicirculaire 2020 voor Oisterwijk met ophoging van 20% voor komst Haaren.
Aangrenzende beleidsterreinen Naast de middelen die we ontvangen van het Rijk kan mogelijk ook een beroep worden gedaan op middelen uit aangrenzende beleidsterreinen zoals participatie en scholing. Voor jeugd geldt dat ingezet wordt op een vroegtijdige relatie met het COA en een warme overdracht van jeugdigen vanuit het COA naar de gemeente. Er worden maatregelen ingezet om te voorkomen dat jeugdigen uitvallen in het onderwijs en om hen perspectief te bieden.
De Jeugdzorg bij AZC is hetzelfde als jeugdzorg bij jongeren uit Oisterwijk. Waar nodig kan jeugdarts/huisarts of Loket verwijzen naar specialistische jeugdhulp, denk hierbij aan verslavingsproblematiek. In de praktijk blijkt dat er bijna geen beroep wordt gedaan op de regulier specialistische hulp. Er wordt nu op het AZC gekeken wat zij kunnen doen om jongeren preventieve ondersteuning te bieden. De uitvoering van de taken in het kader van de Wet inburgering doen we binnen de financiële kaders van beschikbare budgetten.
18
Bijlage 1: Doelgroepen en taken Wet inburgering Met de term ‘inburgeraars’ in deze beleidsnota wordt verwezen naar de inburgeringsplichtigen onder de nieuwe Wet inburgering. De doelgroep van de Wet inburgering bestaat uit vreemdelingen van 16 jaar tot de AOW-leeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigen en die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. EU onderdanen zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende doelgroepen: 1. Asielinburgeraars Deze groep bestaat uit 3 categorieën: a. Asielzoekers die zelfstandig naar Nederland zijn gekomen om asiel aan te vragen. Zij komen uit het AZC. Zodra ze een verblijfsvergunning hebben spreken we van vergunninghouder, inburgeraar of asielmigrant. Ook Turkse asielmigranten moeten sinds 1 mei 2020 verplicht inburgeren. b. Nareizigers: Echtgenoot, partner of kinderen van een persoon die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gekregen. Een nareiziger krijgt een afhankelijke asielvergunning. Dit houdt in dat deze vergunning gekoppeld is het gezinslid dat een zelfstandig verblijfvergunning asiel heeft. Bijvoorbeeld in geval van scheiding mag de nareiziger niet in meer in Nederland verblijven. c. Hervestigers: Vluchtelingen (in buitenlandse vluchtelingenkampen) die door het UNHCR worden uitgekozen om zich te hervestigen.
Deze vluchtelingen worden op verzoek van het COA en eigen initiatief van de gemeenten uitgenodigd. Daarom worden ze ook wel uitgenodigde vluchtelingen genoemd. Het zijn vaak zeek kwetsbare vluchtelingen. Zij hoeven bij aankomst geen asielprocedure te doorlopen en worden direct in de gemeente gehuisvest. 2. Gezinsmigranten Dit zijn migranten die voor gezinshereniging of gezinsvorming bij hun Nederlandse echtgeno(o)t(e) of partner zijn gekomen. Deze gezinsmigranten komen niet in een AZC. Zij hebben zich in het land van herkomst al voorbereid om hun komst naar Nederland en hebben veelal al enige kennis van de Nederlandse taal. De partner met wie zij zich verenigen moet voldoende inkomen hebben om de gezinsmigrant te onderhouden. Daarom is er geen recht op een bijstandsuitkering. Ook Turkse gezinsmigranten moeten onder de nieuwe Wet inburgering 01-01-2022 inburgeren. 3. Overige migranten Dit zijn de migranten die op vrijwillige basis naar Nederland zijn gekomen en moeten inburgeren. Over het algemeen heeft deze groep geen bijstandsuitkering. Bij overige migranten kan gedacht worden aan geestelijk bedienaren, zoals imams, rabbijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niet-tijdelijk humanitaire verblijfsstatus. Maar ook de Britten kunnen als gevolg van de Brexit inburgeringsplichtig worden.
Doelgroepen en aanbodplicht nieuwe wet inburgering De wet kent ten opzichte van de verschillende doelgroepen, ook een verschillend aanbodplicht voor de gemeente. Zie onderstaande tabel voor de het aanbod vanuit de wet voor de verschillende doelgroepen.
19
Inburgeraars
Gezins- en overige migranten
Voorinburgering COA biedt voorinburgering aan op AZC
Voorinburgering Inburgering begint voor komst in Nederland (Wet Inburgering buitenland)
Gemeente heeft als taak om aan te bieden
Gemeente heeft als taak om aan te bieden
Begeleiding bij inburgering (intake, Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), advies, voortgangsgesprekken.
Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken.
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Participatieverklaringstraject (PVT). Maatschappelijke begeleiding, bestaande uit: praktische hulp en voorlichting.
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT). n.v.t
Financieel ontzorgen (inhouden vaste lasten 6 maanden indien bijstandsuitkering).
n.v.t., omdat zij in beginsel niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering en/of al een ingeburgerde partner hebben. n.v.t. moet inburgeraar zelf regelen en financieren. Gemeenten kunnen hier wel advies bij geven.
Eén van de leerroutes: onderwijs-, B1 of Z-route incl. module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en alfabetisering indien nodig. In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatie componenten
n.v.t., omdat zij in beginsel niet afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Daarom kunnen zij niet verplicht worden te participeren. Gemeenten kunnen hier wel advies bij geven.
Financiering De gemeente ontvangt financiële middelen voor alle hierboven genoemde taken.
Financiering De gemeente ontvangt financiële middelen voor de begeleiding bij inburgering, MAP en PVT
Taakstelling en instroom inburgeraars Twee keer per jaar krijgt de gemeenten van uit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK) een taakstelling opgelegd. Deze taakstelling geeft aan hoeveel inburgeraars er in een half jaar gehuisvest moeten worden in de gemeente. Nadat een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft ontvangen, krijgt hij te horen in welke gemeente hij op termijn wordt gehuisvest. Dit wordt het “koppelen” aan een gemeente genoemd. Nadat de inburgeraar is gekoppeld aan een gemeente, krijgt de desbetreffende gemeente de regie over het inburgeringstraject. Landelijk wordt er van uitgegaan dat ongeveer 70% van de inburgeraars die in de gemeente komen wonen zijn/haar inburgeringsdiploma moet halen. Voor Oisterwijk is dit percentage 60% (gegevens subsidieaanvraag SVN).
20
Het aantal inburgeraars fluctueert in aantal en achtergrond. Onderstaand grafiek geeft aan hoeveel inburgeraars er de afgelopen jaren in Oisterwijk opgenomen zijn. Hierbij valt op dat de instroom van de gezins- en overige migranten redelijk stabiel is. De instroom van de inburgeraars is erg aan fluctuatie onderhevig als gevolg van de situatie in de wereld en het overheidsbeleid.
De herkomst van de vergunninghouders verschilt ook over de jaren. Dit heeft te maken met de situatie in de wereld. Mensen uit onveilige landen hebben een grote kans om een verblijfsvergunning te krijgen. Mensen uit veilige landen hebben nauwelijks of geen kans op een verblijfsvergunning.
21
Bijlage 2: Wet Inburgering 2013 en 2021 Huidig stelsel 2013 tot 1 januari 2022 Rijk is verantwoordelijk en heeft regie.
Inburgeraar is volledig verantwoordelijk voor inburgeringstraject en krijgt DUO-lening van € 10.000 om zijn inburgeringstraject te financieren.
Vrije marktwerking. A2-taalniveau.
Focus op taal. Handhaving door DUO. Maatschappelijk begeleiding aan inburgeraars: praktische hulp, hulp bij het starten van het inburgeren, begeleiding gericht op integratie, stimuleren van participatie en integratie. Huisvesting inburgeraars via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Nieuw stelsel 1 januari 2022 Rijk is verantwoordelijk, gemeenten hebben aanbodplicht en regie op de voortgang van inburgeringstrajecten voor inburgeraars. Voor gezins- en overige migranten hebben gemeenten een beperkte regierol en aanbodplicht. Inburgeraar en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. De gemeente krijgt middelen van het Rijk om inburgeringstrajecten op maat aan te bieden aan inburgeraars. Gezins- en overige migranten krijgen een beperkte ondersteuning van de gemeente en blijven zelf verantwoordelijk voor hun taaltrajecten. De gemeente koopt diensten in voor inburgeraars en enkele deelproducten voor gezinsmigranten. B1-taalniveau als uitgangspunt. (B2, A2 en A1 mogelijk in de onderwijsroute(B2), B1route (B1 en A2) en zelfredzaamheidsroute, A1 e.a.). Focus op participatie en taal. Handhaving op PIP door gemeente. Handhaving op inburgeringstermijn door DUO. Maatschappelijk Begeleiding aan inburgeraars: praktische hulp en voorlichting op alle leefgebieden. Huisvesting inburgeraars via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken.
22
Bijlage 3: Wettelijke onderdelen inburgeringsplicht De Wet inburgering beschrijft de onderdelen die een inburgeraar moet afronden wil hij voldoen aan de inburgeringsplicht. Deze modules verschillen per persoon en zijn afhankelijk van de leerroute die de inburgeraar volgt. De wet biedt de flexibiliteit om binnen de eerste 1,5 jaar te wisselen van leerroute.
Onderwijsroute Wanneer een inburgeraar via de onderwijs aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij/zij: Het diploma van het taalschakeltraject halen. Dit diploma bestaat uit: o Centrale taalexamens voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken of niveau B1 of hoger (+/1.000 uur) o Centraal examen voor Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). o Andere onderdelen van het taalschakeltraject, zoals loopbaan oriëntatie, rekenen, Engels en studievaardigheden (+/- 500 uur). Het Participatieverklaringstraject hebben gevolgd. B1 route Indien een inburgeraar via de B1 route aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij/zij: 1. Geslaagd zijn voor de centrale taalexamen voor Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken of niveau B1 of hoger (of onder voorwaarden afgeschaald naar niveau A2). 2. Geslaagd zijn voor het centraal examen Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). 3. Het Participatieverklaringstraject hebben gevolgd. 4. De Module Arbeidsmarkt en Participatie hebben gevolgd. Zelfredzaamheidsroute Indien een inburgeraar via de zelfredzaamheidsroute aan zijn inburgeringsplicht voldoet, moet hij/zij: 1. De inburgeringscursus (taal en KNM) doorlopen voor 800 uur. 2. Participatieactiviteiten verrichten voor 800 uur, waaronder de onderdelen PVT en MAP. 3. Een eind gesprek voeren met de gemeente waarin wordt geconcludeerd of de afspraken in het PIP zijn nagekomen.
23
Bijlage 4: Aanpalend beleid gemeente Oisterwijk 1.
Gezondheid & Welzijn Sport en gezondheid Jeugdbeleid Wmo/Wlz Loket Wegwijs: één gezin, één plan, één coördinator
2. Financiën Bestaanszekerheid (inkomensondersteunende regelingen zoals de collectieve ziektekostenverzekering en declaratiefonds) Schuldhulpverlening 3.
Werk & school Lokale Educatieve Agenda (LEA) Regioplan Laaggeletterdheid Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Vroegtijdig School Verlaten (VSV) (RMC, leerplicht) Pilot Praktijk Leren Jeugdwerkloosheidsvrijezone Leerwerkloket en Rangeerterrein (gericht leren en werkervaring opdoen) Afspraken met WSD
4. (Sociaal) netwerk Inzet basisstructuur 5. Wonen Afspraken met de woningcorporaties op basis van de Huisvestingswet
24
Bijlage 5: Brief Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Bijlage is apart bijgevoegd bij de raadsstukken.
25