CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-149 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan buitengebied herziening 2020- regels

RAAD 14 oktober 2021, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-149 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan buitengebied, herziening 202042.471 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020 vastgesteld

bestemmingsplan Regels

Buitengebied, herziening 2020 vastgesteld 14 oktober 2021

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

7 7 23

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35

Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 1 Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 2 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 1 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 2 Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Bos Gemengd - 1 Gemengd - 2 Groen Horeca Maatschappelijk Natuur Recreatie Recreatie - Recreatiewoning 1 Recreatie - Recreatiewoning 2 Sport Verkeer - Railverkeer Verkeer - Wegen Verkeer - Zandwegen Water Wonen Leiding Leiding - Brandstof Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologisch monument Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Natte natuurparel bufferzone Waterstaat - Natte natuurparel kernzone

25 25 41 55 69 83 99 107 109 111 113 117 119 121 125 127 131 133 135 137 139 141 143 145 151 153 155 157 159 161 163 165 167

Artikel 36 Artikel 37

Waterstaat - Waterberging Waterstaat - Waterkering

169 171 173

Hoofdstuk 3 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

175 175 177 179 181

3

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

Artikel 42 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45

Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

187 189 191 193

Hoofdstuk 4 Artikel 46 Artikel 47

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

195 195 197

4

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

Regels Leeswijzer (zie artikel 45, lid 45.1 Van toepassing verklaring) Gewone tekst

De geldende regels volgens de eerder vastgestelde bestemmingsplannen en wijzigingsplannen.

Doorgehaalde tekst

Tekst die door middel van het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020', zoals vastgesteld op 24 september 2020 door de voormalige gemeenteraad van Haaren, reeds is komen te vervallen.

Groen gemarkeerde tekst

Tekst die door middel van het bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening 2020', zoals vastgesteld op 24 september 2020 door de voormalige gemeenteraad van Haaren, reeds is toegevoegd.

5

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

6

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: het plan het bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020 NL.IMRO.0824.BP20BGherziening-VA01 van de gemeente Oisterwijk;

met

identificatienummer

aan- of uitbouw een gebouw dat aan een woning is aangebouwd en daarmee in directe verbinding staat; welk gebouw onderscheiden kan worden van de woning en daaraan in architectonisch opzicht ondergeschikt is; AAB (Stichting) Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; aardkundige waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen en vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn; bedrijf of beroep aan huis een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal vanuit een woning en/of daarbij behorende bouwwerken wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner, waaronder niet begrepen het verstrekken van logies, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.

Onder bedrijf of beroep aan huis wordt tevens begrepen detailhandel via internet, zonder opslag en/of verkoop aan huis; aan-huis-verbonden bedrijf een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend; aan-huis-verbonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; Activiteitenbesluit Het besluit van 19 oktober 2007, houdende algemene regels voor inrichtingen (Besluit algemene regels

7

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

voor inrichtingen milieubeheer); agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren alsmede het bewerken en verwerken van mest van het eigen agrarisch bedrijf; agrarisch bedrijf, grondgebonden een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt en indien het een veehouderij betreft, het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; agrarisch bedrijf, glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend gericht is op het telen van gewassen in kassen en/of hoge tunnels, welke ter plaatse (overwegend) permanent aanwezig zijn; agrarisch bedrijf, intensieve veehouderij agrarisch bedrijf met een bedrijfvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij;

8

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

agrarisch-technisch hulpbedrijf een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, met uitzondering van mestverwerking. Voorbeelden van agrarisch technische hulpbedrijven zijn: grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), veetransportbedrijven, veehandelsbedrijven; bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking; agrarisch verwant bedrijf een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden.

Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenasiels, dierenklinieken, paardenpension, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven, volkstuinen; bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; autohandel handel in auto's en daarbij het voor verkoop uitstallen van auto's, zonder reparatie- en service en zonder verkoop van autoaccessoires en onderdelen; bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde; bed & and breakfast bed & and breakfast is een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie en richt zich met name op de trekkende toeristen, die voor één of enkele nachten (maximaal 1 week) een onderkomen zoeken. Typerend voor bed & and breakfast is: a. b.

de kleinschaligheid en de uitvoering is eenvoudig; bed & and breakfast is gekoppeld aan de woonfunctie, dat betekent dat mede gebruik wordt gemaakt van de keuken van de woning.;

bedrijfsgebouw een niet voor bewoning bestemd gebouw ten dienste van een bedrijf, instelling of voorziening; bedrijfswoning of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein; bestaande bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; bestaand gebruik gebruik zoals dat rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;

9

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

bestaande gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking gebruiksvloeroppervlakte van bebouwing voor mestbewerking die: a. b.

op 13 juni 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of mag worden gebouwd krachtens een voor 13 juni 2017 verleende vergunning;

bestaande gebruiksoppervlakte van bebouwing voor een dierenverblijf voor een geitenhouderij gebruiksvloeroppervlakte van bebouwing voor een dierenverblijf die: a. b.

op 7 juli 2017 legaal aanwezig of in uitvoering was; of mag worden gebouwd krachtens een voor 7 juli 2017 verleende vergunning;

bestaand stedelijk gebied gebied dat het bestaande ruimtebeslag van een kern bevat ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies; bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0788.BP14BGcorhz-VA01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; bijgebouw een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, berging, carport of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat indien het vrijstaat van de woning, niet voor bewoning is bestemd en geen kelder mag bevatten; boomteeltontwikkelingsgebied een gebied waar boomteeltbedrijven kunnen doorgroeien en zich kunnen ontwikkelen; boringsvrije zone gebied rondom een waterwingebied waar zich tussen het maaiveld en het watervoerende pakket waaraan het grondwater wordt onttrokken, een aaneengesloten slecht doorlaatbare laag bevindt; bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk

oprichten vernieuwen of veranderen van een woonwagenstandplaats; bouwgrens de grens van een bouwvlak; bouwlaag

10

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

een voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen wordt begrensd, zulks met uitzondering van onderbouwen, kelders en kappen; de eerste bouwlaag is de bouwlaag op de begane grond; bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij nadere regels ter uitvoering van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij, die zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant of haar rechtsopvolger; brutovloeroppervlak de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw; buisleiding buisleiding voor het transport van gas, olie of chemicaliën, met uitzon-dering van buisleidingen voor het transport van aardgas, alsmede een leiding voor het transport van elektriciteit die

wordt gekoeld met olie of chemicaliën; cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen een internetwinkel en afhaalpunten; detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroepsof bedrijfsactiviteit; duurzame locatie een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat omschakeling naar een intensieve

11

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

veehouderij zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijnstof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, voor wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar is.; ecologische verbindingszone vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden; ecologische waarden en kenmerken aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde; erfbeplanting beplanting rondom een gebouw en/of gebouwen; evenement georganiseerde activiteit die gedurende een korte periode relatief veel bezoekers trekt; extensief recreatief medegebruik vorm van recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan en waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.

Onder extensief recreatief medegebruik wordt onder andere verstaan (sport)vissen, kanoën en daarmee gelijk te stellen activiteiten, zulks met uitsluiting van gemotoriseerd vaarverkeer; gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; gebruiksoppervlakte bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580; gebouwgebonden teeltbedrijf en -kwekerij teelt en kweek van gewassen en dieren die alleen in een gebouw plaatsvindt, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, viskwekerijen, wormenkwekerijen en insectenkwekerijen, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf; gemengd landelijk gebied multifunctionele gebruiksruimte, gelegen buiten bestaand stedelijk gebied; gevoelige functies woningen, woonwagenstandplaatsen, andere geluidgevoelige gebouwen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven en geluidsgevoelige terreinen zoals terreinen die horen bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen gronden en percelen waar

geregeld en gedurende langere periode mensen kunnen verblijven of

12

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

samenkomen zoals (bedrijfs)woningen, tuinen, erven, zorgfuncties en kampeerterreinen; groenblauwe mantel gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszone of die deze verbinden; groencentrum groothandel in groenproducten met detailhandel in ter plaatse geteelde producten met een verkoopoppervlakte van maximaal 1.500 m²; gronddepot bewaarplaats van grond; grondgebonden veehouderij veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; grootschalige ontwikkeling ontwikkeling waarbij, blijkens een economisch effectenonderzoek, de som van het te verwachten aantal bezoekers en overnachtingen meer dan 150.000 per jaar bedraagt; handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009 handleiding met lijsten met richtafstanden voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen); hobbymatig houden van dieren het houden van vee onder de grens van een inrichting zoals genoemd in de Wet milieubeheer; hokdierhouderij veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij; hoofdgebouw een gebouw, dat binnen een bouwperceel door constructie of

afmetingen als hét belangrijkste valt aan te merken; horeca a.

b.

restaurant, café, cafetaria, snackbar of daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen worden bereid en verstrekt overwegend voor nuttiging ter plaatse, een en ander met uitzondering van discotheek of soortgelijke inrichting, en hotel, pension of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding overnachtingsgelegenheid wordt verstrekt;

huishouden De bewoning van een woning door: een persoon; meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur; internetwinkel internetwinkels worden in het kader van dit bestemmingsplan aangemerkt als een specifieke vorm van

13

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

detailhandel waarbij: a. b. c. d.

de transactie via internet of andere media tot stand komt en; de goederen ter plaatse kunnen worden afgehaald en/of; de goederen ter plaatse kunnen worden afgerekend en/of; de goederen ter plaatse kunnen worden bekeken of geprobeerd;

jeugdcentrum recreatie en educatie van jeugdgroepen met inbegrip van recreatief nachtverblijf in een gebouw met een daarbij behorend erf waarvan bouwwerken, geen gebouwen zijnde onderdeel van uit kunnen maken; kas een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten. Voorbeelden zijn reguliere kassen en kleine teeltondersteunende kassen;agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter; kamergerichte verhuur de verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw niet bestemd voor recreatieve bewoning; kampeerterrein stuk grond, al dan niet met speciale voorzieningen, waarop men kan kamperen; kern in landelijk gebied gebied waar verstedelijking plaatsvindt anders dan in een stedelijk concentratiegebied; kiosk een klein vrijstaand gebouw ten behoeve van toeristisch-recreatieve informatie, eventueel met een uitgifte van snacks; kleinschalig kamperen kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum

aantal kampeermiddelen; kwetsbaar object a. b.

c.

woningen, woonschepen en woonwagens met een dichtheid van meer dan twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal brutovloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en

14

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

d.

kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

landbouw akkerbouw, weidebouw, veehouderij, tuinbouw -waaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen- en elke andere vorm van bodemcultuur; landbouwmechanisch bedrijf een bedrijf dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend gericht is op de verkoop, onderhoud en reparatie van tractoren en andere landbouwwerktuigen; landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; landschapselementen ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie; langgevelboerderij een boerderij die ontstaan is uit het type hallenhuis en behoort tot de hallenhuisgroep; lawaaisport voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport en de modelvliegsport; locatiegebonden milieubelastende activiteit inrichting als bedoeld in het Besluit omgevingsrecht, bijlage 1: a. b. c.

BRZO-inrichting; IPPC, categorie 4 inrichting; inrichting als bedoeld in bijlage 1C Besluit omgevingsrecht, categorie 28.4 gevaarlijke afvalstoffen;

loon- en grondwerkbedrijf een bedrijf in het bijzonder gericht op het verrichten van grondwerkzaamheden ten dienste van derden en op het verrichten van werkzaamheden ten dienste van agrarische bedrijven, een en ander met behulp van zware machines; maatschappelijke voorzieningen gezondheidszorg, bejaardenzorg en andere openbare en bijzondere voorzieningen en dienstverlening; manege bedrijvigheid geheel of overwegend gericht op het houden, stallen, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's, het ter zake lesgeven en de exploitatie van daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen een kantine of soortgelijke horecavoorziening; mantelzorg het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huidhouding, die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale

15

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte voor personen jonger dan 65 jaar met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; mestbassin voorziening voor opslag van mest, bijvoorbeeld bestaande uit een aarden put bekleed met folie die geheel of gedeeltelijk is ingegraven en wordt omgeven door een grondwal ten behoeve van de opslag van drijfmest of een mestzak; mestbewerking de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest; mestverwerking het proces om (drijf)mest af te breken door onder andere mestvergisting, om te zetten in nieuwe, bruikbare producten zoals energie uit biomassa, of te bewerken tot kwalitatief hoogwaardige meststoffen; natuurbeheerplan natuurbeheerplan als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016; Natuur Netwerk Brabant Natuur Netwerk Brabant zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant of haar rechtsopvolger; Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone vaak langgerekt gebied, waarbinnen natuur- en landschapselementen

zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden; nevenfuncties Onder nevenfuncties worden verstaan: a. b. c. d. e.

recreatieve functies gericht op plattelandstoerisme; agrarisch verwante functies; agrarisch technische hulpfuncties; statische binnenopslag; verbrede landbouw;

nieuwbouw bouw van nieuwe bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; omgevingskwaliteit de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde; omschakeling geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm; onderbouw

16

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven peil is gelegen; ondergeschikte functie functie die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de hoofdfunctie op een bouwvlak; ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. De ruimte voor ondersteunende horeca is inclusief een eventueel terras, toiletten en bereidingsruimte van de geserveerde consumpties.; onderkomen een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening bouwwerken zonder wanden, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas ten behoeve van de bescherming van tuinbouwgewassen tegen neerslag of zonlicht; paardenbak een niet overdekt terrein ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; paardenhouderij het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met als

ondergeschikte nevenfunctie het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's; peil a. b. c.

voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk ter plaatse van de bestemming 'Verkeer - Railverkeer' : 'bovenkant spoorstaaf'; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt; plattelandswoning een woning gelegen bij een agrarisch bedrijf zonder dat er sprake is van een functionele binding tussen woning en bedrijfeen woning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden en wordt beschouwd als onderdeel van het agrarisch bedrijf; recreatieve voorzieningen een verblijf of afgebakend terrein geschikt voor recreatieve doeleinden waar weinig mensen tegelijkertijd

17

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

de mogelijkheid hebben om te recreëren, zoals kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van bijvoorbeeld paardrijden, huifkartochten, terras en speelvoorzieningen die ruimtelijk inpasbaar zijn; recreatiewoning een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één halve volledige arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen; retentievoorziening een voorziening waarbij in tijden van overvloedige neerslag, water dat niet afkomstig is van uit de grote rivieren, tijdelijk vastgehouden kan worden om wateroverlast op andere plaatsen te voorkomen; rijhal een gebouw uitsluitend bestemd voor het africhten van paarden en pony's, ten dienste van en behorende bij een paardenfokkerij of paardenhouderij; ruimtelijke ontwikkeling bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is; seksinrichting een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare

wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel of soortgelijke inrichting; silo een bouwwerk dat dient voor het opslaan van mest, veevoeder, graan of andere bulkstoffen ten behoeve van het bijbehorende agrarische bedrijf; stacaravan een zomerhuis in de vorm van een onderkomen op wielen, dat, mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op zelfstandige wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhanger van een auto te worden voortbewogen; stagiairewoning een voor tijdelijke bewoning door een stagiaire bestemd hoofdgebouw; stalderingsgebied gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen; standplaats voor ambulante handel een standplaats zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente;

18

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

statische opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke; stapmolen cirkelvormige, omheinde ruimte, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen door middel van aansturing via een, al of niet computergestuurde, bedieningskast; stedelijk concentratiegebied gebied waar de bundeling van verstedelijking plaatsvindt; (teelt)ondersteunende voorzieningen boog- en gaaskassen, hagelnetten, foliekassen, containervelden en overkappingsconstructies als teeltondersteunende voorziening en stellingen ten behoeve van de bescherming van plantaardige agrarische teelten en/of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en/of de voorkoming van verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten; (teelt)ondersteunende kas een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden.

Hieronder vallen ook schuurkassen en permanente tunnel- of boogkassen (>1,5 meter); permanente (teeltondersteunende) voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen die voor onbepaalde tijd worden gebruikt; tijdelijke (teeltondersteunende) voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten; overige (teelt)ondersteunende voorzieningen een permanente (teelt)ondersteunende voorziening c.q.

een bouwwerk in de vorm van stellages of regenkappen dan wel in de vorm van een hek met afrastering op boomteeltpercelen, waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen wordeneen hek met afrastering, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden (stellages en regenkappen); VAB Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing; veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; veldschuur een vrij in het open veld staande schuur, die uitsluitend wordt gebruikt voor het onderbrengen van vee tegen weersinvloeden en/of voor de opslag van agrarische producten en/ of voor de opslag van agrarische werktuigen;

19

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

verbrede landbouw het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwvlak, die ruimtelijk inpasbaar zijn en verbonden zijn aan de bestaande en te behouden agrarische bedrijfsvoering; verkoopvloeroppervlakte de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw ten behoeve van detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens; vestiging mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling, die op grond van het geldende planologische regime niet is toegelaten, op een bestaand bouwperceel binnen het deel waar het oprichten van gebouwen is toegestaan; voorgevel de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels; voorgevelrooilijn de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie voorzieningen voor het opwekken van hernieuwbare energie op basis van biomassa, waterkracht, windenergie, zonne-energie of aardwarmte; waterbassin een opslagreservoir, geen bouwwerk zijnde, voor water; water en waterhuishoudkundige voorzieningen a. b.

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. alle voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.

waterkering waterkering met aangrenzende gronden, die van belang zijn voor de beveiliging tegen overstroming en als zodanig zijn aangewezen in de Waterwet of de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, alsmede de overige waterkeringen die dienen voor bescherming tegen wateroverlast vanuit het regionale watersysteem overeenkomstig de Keuren van de waterschappen; wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning; woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden; woonunit

20

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

een demontabel of relatief eenvoudig verwijderbaar gebouw of ruimte binnen een gebouw, dat of die geschikt en ingericht is ten dienste van woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw, niet zijnde een woning, welke woonwagenstandplaats en in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;

is

geplaatst op een

woonwagenwoning een op traditionele wijze gebouwd voor bewoning bestemd hoofdgebouw welke is geplaatst op een standplaats; zorgboerderij de opvang van mensen met een zorgvraag hetzij als niet-agrarische neventak, hetzij als vervolgfunctie op een agrarisch bouwperceel, waarbij het meewerken in het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden van dieren een wezenlijk onderdeel is van resocialisatie of therapie.; zorgvuldige veehouderij veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

21

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

22

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

Artikel 2 2.1

Wijze van meten

Algemeen

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. de breedte, lengte of diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren. de afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 1 m. ondergronds (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

23

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

24

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

grondgebonden agrarische bedrijven; en tevens voor: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij': een 'veehouderij'; 2. ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij': een 'intensieve veehouderij'; 3. ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw': een glastuinbouwbedrijf; 4. ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij': een paardenhouderijbedrijf; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stagiairewoning': een stagiairewoning; c. bestaande en legaal tot stand gekomen nevenfuncties conform de lijst 'Bestaande nevenfuncties' (Bijlage 1); d. hobbymatig houden van dieren; e. een groencentrum, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - groencentrum'; f. kleinschalig kamperen ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; g. bed and breakfast in bestaand bijbehorend bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast'; h. muziekoefenruimten in de bestaande kelder ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - muziekoefenruimten; i. een houtsingel ter plaatse van de aanduiding 'houtsingel'; j. behoud en herstel van de aangeduide cultuurhistorische waarden; k. behoud en herstel van de bestaande landschapselementen; l. instandhouding als zodanig van de aldaar voorkomende zandwegen; m. watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; n.

voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; o. ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, die vallen onder milieucategorie 1 of 2 op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, met dien verstande dat tevens bestaande voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, die vallen onder milieucategorie 3.1 of hoger op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn toegestaan; p. een veldschuur, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur'. q. evenementen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken, niet zijnde rijhallen, gelden de volgende bepalingen: a.

b.

c. d.

Per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één agrarisch bedrijf toegestaan; indien tussen bouwvlakken de aanduiding 'relatie' is aangegeven worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak. Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van reële agrarische bedrijven worden gebouwd. en bouwwerken ten behoeve van paardenhouderijen, indien er sprake is van de aanduiding 'paardenhouderij' en een reëel paardenhouderij bedrijf. Ter plaatse van het bouwvlak aan de Frans Kuijpersstraat 8 in Haaren is nieuwbouw van bedrijfsbebouwing niet toegestaan; Voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie zijn uitsluitend ter plaatse van het

25

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

bouwvlak toegestaan. 3.2.2

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a.

Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van veldschuren die tevens toegestaan zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur'. b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' mogen teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met uitzondering van teeltondersteunende kassen. c. De hoogte en oppervlakte van veldschuren mag niet meer bedragen dan de bestaande hoogte en oppervlakte. d. De hoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van teeltondersteunende kassen, mag niet meer bedragen dan 2,5 m. e. De goothoogte van overige bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 7 m. f. De bouwhoogte van overige bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m. g. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende hoogte' mag de goothoogte niet meer bedragen dan 10 meter. h. De hoogte van (teeltondersteunende) kassen mag niet meer bedragen dan 10 m bedragen. i. De oppervlakte aan kassen per bedrijf mag ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' niet meer bedragen dan 30.000 m2 . j.

De oppervlakte aan teeltondersteunende kassen per bedrijf, met uitzondering van bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' mag niet meer bedragen dan 1.000 m²., met dien verstande dat het bouwen van teeltondersteunende kassen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' niet is toegestaan. k. Ter plaatse van de aanduiding 'Reconstructiewetzone-extensiveringsgebied' mag de bebouwing ten behoeve van een intensieve veehouderij niet meer bedragen dan: 1. op 1 oktober 2010 aanwezig of in uitvoering of vergund was. l. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bestaand stedelijk gebied' mag de gezamenlijke oppervlakte gebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, ten behoeve van een veehouderij niet meer bedragen dan de oppervlakte van gebouwen die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of 2. gebouwd mogen worden krachtens een voor 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; of 3. zijn gebaseerd op een voor 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke aanvraag voor omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die in overeenstemming is met het plan'; m. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan indien hierdoor de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij en geitenhouderij toeneemt.

3.2.3

Bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.

b. c. d. e. f.

Binnen elk bouwvlak mag het aantal bedrijfswoningen niet meer bedragen dan één of in voorkomend geval niet meer dan het aangegeven aantal op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'aantal', met dien verstande dat binnen een bouwvlak met de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer dan 750 m³ bedragen. De goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 6 m. De bouwhoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 10 m. De gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde bedrijfswoning behorende bijbehorende bouwwerken bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m² bedragen. De goothoogte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m.

26

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

g.

De bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 5,5 m.

3.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

b. c.

d. e. f.

Bouwwerken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. met uitzondering van:Binnen en buiten het bouwvlak zijn wel toegestaan: 1. erf- en terreinafscheidingen; 2. bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding; 3. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 3 mbouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van recreatieve voorzieningen; 4. teeltondersteunende voorzieningen, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen'.; 5. kuilplaten en sleufsilo's, mits de gezamenlijke oppervlakte van het bouwvlak en de kuilplaten en sluifsilo's niet meer bedraagt dan 2 hectare; De hoogte van silo's mag niet meer bedragen dan 12 m. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m. De hoogte van teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2,5 m. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 10 m.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bestaand stedelijk gebied' mag de gezamenlijk oppervlakte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een veehouderij niet meer bedragen dan de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of 2. gebouwd mogen worden krachtens een voor 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; of 3. zijn gebaseerd op een voor 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke aanvraag voor omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die in overeenstemming is met het plan.

3.3

Afwijking van de bouwregels

3.3.1

Afwijking rijhallen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2, ten behoeve van het binnen een bouwvlak bouwen van een rijhal tot een oppervlakte van 1.200 m², een goothoogte van 8 m en een bouwhoogte van 12 m, met inachtneming van de volgende regels: a.

b.

Per geval is de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering, bestaande uit paardenfokkerij of, indien als zodanig aangeduid, paardenhouderij indien als zodanig aangeduid, aangetoond aan de hand van een deugdelijk bedrijfsplan en een AAB-advies. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.

3.3.2

Afwijking teeltondersteunende kassen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2, ten behoeve van het bouwen van teeltondersteunende kassen tot een grotere oppervlakte en hogere hoogte, met in achtneming van de volgende regels: a. b. c.

De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond middels een AAB-advies. Binnen het betreffende bouwvlak mag de gezamenlijke oppervlakte van teeltondersteunende kassen niet meer dan 5.000 m² bedragen. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' zijn teeltondersteunende kassen niet toegestaan.

27

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

d. e.

f. g.

De hoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. In afwijking van het bepaalde onder b mag de gezamenlijke oppervlakte van kassen binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - boomteeltontwikkelingsgebied' niet meer dan 15.000 m² bedragen. Er moet worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. De gevels van de glasopstanden waarin assimilatiebelichting wordt toegepast vanaf 1:00 uur na zonsondergang tot 1:00 uur voor zonsopgang volledig zijn afgeschermd met een 100% dicht gevelschermdoek en aan de bovenzijde van de glasopstanden in diezelfde periode het licht voor minimaal 95% wordt afgeschermd.

3.3.3

Afwijking bouwhoogte bedrijfsgebouwen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen tot een goothoogte van 9 en bouwhoogte van 14 m, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond middels een AAB-advies. Er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bedrijfsbebouwing op basis van een erfbeplantingsplan.

3.3.4

Afwijking bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan afwijken van het de in bepaalde in lid 3.2.4 genoemde bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

De hoogte van schoorstenen en silo's mag niet meer bedragen dan 15 m. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 2 m.

3.3.5

Afwijking tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 en 3.2.4 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met inachtneming van de volgende regels: a. b.

De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

3.3.6

Afwijking overige teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4, ten behoeve van het bouwen van boomteelthekken en regenkappen buiten het aangeduide bouwvlak en buiten de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.

De noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering dient te zijn aangetoond middels een AAB-advies. De hoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 3 m. De hoogte van regenkappen mag niet meer bedragen dan 3 m. Er mag geen sprake zijn van onevenredige effecten op de aanwezige landschapswaarden.

3.3.7 De toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij en geitenhouderij Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 ten behoeve van de toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij en geitenhouderij door het oprichten van gebouwen of door het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf, met inachtneming van de volgende regels: a.

b.

er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden, die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij, welke zijn opgenomen in de nadere regels ter uitvoering van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij; op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' wordt medewerking slechts verleend indien - met behulp van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij

28

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

c. d.

e.

f.

g.

h. i.

j.

en nadere regels zoals op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn vastgesteld, zoals deze gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag - is aangetoond dat het bedrijf in voldoende mate grondgebonden is; de ontwikkeling is vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar in de omgeving; er is voorafgaand aan het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het verlenen van de omgevingsvergunning; er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; er is aangetoond dat het niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijke en planologisch legale situatie zoals die blijkt of kan worden afgeleid uit een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 lid 2 van de Wet

natuurbescherming, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is aangehaakt, welke zijn opgenomen in Bijlage 20 Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof of, indien een vergunning/melding ontbreekt, de bestaande planologisch legale activiteit en de daarbij behorende ammoniakemissie die ten hoogste feitelijk door die bestaande planologische legale activiteit wordt veroorzaakt; ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' is de toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij uitsluitend toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of door herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering onder a. tenminste: 120% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen, in geval svan sloop; 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen, in geval van herbestemming; 3. de sanering onder 2.

plaatsvindt in directe samenhang met de vestiging of omschakeling naar hokdierhouderij en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling. ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - bestaand stedelijk gebied' is de toename van de bestaande oppervlakte van dierenverblijf voor een veehouderij niet toegestaan; als bestaande oppervlaktedierenverblijf voor geiten geldt de oppervlakte die: 1. als dierenverblijf mag worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer; en 2. op 7 juli 2017 legaal aanwezig was; of 3. mag worden gebouwd krachtens een vóór 7 juli 2017 verleende vergunning. uitbreiding is toegestaan als: 1.

de toename van de oppervlakte dierenverblijf voor de geitenhouderij is ingegeven vanuit een dierenwelzijnsconcept zonder toename van het aantal geiten die de geitenhouderij krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid,onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 7 juli 2017 mag houden; 2. het dierenwelzijnsconcept per aanwezige melkgeit ten minste 1,30 m² dierenverblijf hanteert. 3. indien het volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant geldende moratorium voor geitenhouderij is opgeheven.

29

bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 a.

b.

c. d. e.

f.

g.

h.

i.

j.

k.

l.

Strijdig gebruik

Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: 1. het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van bouwwerken voor zover deze geen bouwwerken zijn; 2. het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak als paardenbakken; 3. opslag van hooirollen buiten het bouwvlak; 4. het gebruik van één agrarisch bouwvlak ten behoeve van meerdere agrarische bedrijven; 5. de toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij en geitenhouderij door het oprichten van gebouwen of door het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf; 6. het gebruik van gronden voor open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden binnen een afstand van 30 m tot gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen, uitgezonderd en voor zover: het bestaande en vervanging van bestaande open teelten van sierplanten en bomen betreft; aangetoond is dat geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen; het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast.

Het gezamenlijk brutovloeroppervlak van nevenfuncties als bedoeld in lid 3.1 uitgezonderd standplaatsen voor kampeermiddelen is uitsluitend toegestaan in bestaande bebouwing en mag niet meer bedragen dan 25% van de bebouwing tot een maximum van 1.000 m2 . Verkoop van streekeigen producten is toegestaan tot maximaal 100 m2 . De aanlegHet plaatsen van retentievoorzieningen en waterbassins is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De aanleg van mestbassins is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Het gebruik van gronden voor gebouwgebonden teeltbedrijven- en kwekerijen kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, nertsenkwekerijen, viskwekerijen en wormkwekerijen is niet toegestaan. Indien er sprake is van een intensieve veehouderij mag binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt worden voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden. Indien er sprake is van een veehouderij mogen dieren alleen op de grond gehouden worden, al dan niet in hokken, met uitzondering van voliére- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540017/1