CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren- bijlage 2a3 Toelichting Quickscan flora en fauna Helvoirtseweg 11a

RAAD 7 februari 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren12.681 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren

1

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren Status: Concept In opdracht van: Dhr. Peter Versteijnen Contactpersoon: Dhr. Guido Bosmans Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk: Mien Lomans en Quint Sanders Rapportage: Mien Lomans Projectnr: 2004 Datum: 13-02-2020

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

2

Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................3 1.3 Doelstelling onderzoek ..........................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ...............................................................................4 2.3 Foto- impressie plangebied....................................................................................................5 3. WERKWIJZE ............................................................................................................................6 4.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................7 4.1 Soortenbescherming .............................................................................................................8 4.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 10 4.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 11 5. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 12 5.1 Flora .................................................................................................................................... 12 5.2 Vogels ................................................................................................................................. 12 5.3 Landzoogdieren grondgebonden ......................................................................................... 14 5.4 Vleermuizen ........................................................................................................................ 15 5.5 Ongewervelden ...................................................................................................................

16 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 17 6. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 18 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................ 18 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur .......................................................... 19 6.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 19 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 20 8. AANBEVELINGEN .................................................................................................................. 21 9. GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 22

Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

3

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer heeft het voornemen om op locatie Helvoirtseweg 11a te Haaren agrarische bedrijfsbebouwing te slopen. In het kader van de wet- en regelgeving voor natuur dient een Quickscan Flora en fauna (een verkennend natuurwaardenonderzoek) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemer opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.

1.2

Kader van het onderzoek

Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden • Provinciale verordening: o Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gemeentelijke regelgeving: o APV bomenkap

1.3

Doelstelling onderzoek

Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

4

2.

BESCHRIJVING PLANGEBIED

2.1

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied Helvoirtseweg 11a te Haaren ligt ten noordoosten van de kern Haaren in het buitengebied. Aan de noordwestzijde grenst het plangebied aan de Helvoirtseweg met tegenoverliggend bedrijventerrein ’t Hopveld, ten noordwesten ligt de bebouwing van Helvoirtseweg 13. Ten noorden, aan de oostzijde en ten zuiden wordt het plangebied omgeven door agrarische percelen en ten zuidwesten bevindt zich het woonhuis en dierenweide van de Helvoirtseweg 11. Op de locatie zijn twee stallen aanwezig ten behoeve van de intensieve varkenshouderij en een werktuigenschuur. De toegangsweg tot de stallen en het erf is verhard met betonklinkers. Rondom de bebouwing liggen graslandperceeltjes en er is opslag van grond en stalinterieur. In het plangebied zijn behalve een vlier, een wilg en een walnoot geen opgaande groenstructuren aanwezig.

Figuur 1. Overzicht plangebied (rood omlijnd) en ligging in de omgeving.

2.2

Bron: Google earth.

Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling

De bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de stallen staan leeg. De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van de stallen in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

5 2.3

Foto- impressie plangebied

Zicht op te slopen stallen vanuit de Helvoirtseweg en vanuit noordoostelijke richting.

Zicht op het erf met te slopen bebouwing, op de linker foto in het midden de werktuigenschuur.

Indruk van de stallen aan de binnenzijde.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

6

3.

WERKWIJZE

De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling.

Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp.nl, diverse verspreidingsatlassen en kennisdocumenten. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant.

Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 10 februari in de namiddag. Het weer was half bewolkt met een harde westenwind bij een temperatuur van 6°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

7

4.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in 1. Soortenbescherming en 2. Gebiedsbescherming.

4.1 Soortenbescherming Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).

Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

8

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

9

Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen.

Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.

Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat eenieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

10 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

4.2 Gebiedenbescherming De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •

Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.

De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2014. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

11

4.3 Bescherming van houtopstanden Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.

De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

12

5.

RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING

De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1

FLORA

Voorkomen Het plangebied is grotendeels verhard en omgeven door sterk bemeste raaigraspercelen. Tijdens het veldbezoek zijn soorten aangetroffen als paarse dovenetel, grote brandnetel, gewone hoornbloem en tussen de betonklinkers groeien soorten als vroegeling en paardenbloem. Op basis van gegevens uit de NDFF zijn op enige afstand (1-5 km) beschermde soorten bekend als kluwenklokje, wolfskers, drijvende waterweegbree en kruipend moerasscherm. Genoemde soorten groeien op specifieke onbemeste bodem en in waterrijke biotopen. In het plangebied en directe omgeving zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor beschermde plantensoorten.

Conclusie In het plangebied en directe omgeving zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied en directe omgeving.

5.2

VOGELS

In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Volgens gegevens uit het NDFF komen binnen een afstand van 1 kilometer enkele vogels voor met jaarrond beschermde nesten in gebouwen zoals gierzwaluw, kerkuil en huismus. Gierzwaluw Vaste rust- en verblijfplaatsen van Gierzwaluw worden niet verwacht in de te slopen stallen. Gierzwaluwen nestelen niet onder golfplaten daken. Het zijn koloniebroeders en hebben een sterke voorkeur voor bebouwing met zeer steile pannendaken met spleten en richels om snel in te kunnen vliegen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

13 Steenuil, kerkuil Sporen van aanwezigheid van steenuil of kerkuil zoals een roestplek in de open werktuigenschuur, uitwerpselen langs een muur, braakballen of ruiveren zijn niet aangetroffen. Huismus Onder de golfplaten van de noordelijke te slopen stal zijn twee nesten van huismussen en sporen van recente uitwerpselen aangetroffen. De nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. De Wet natuurbescherming verbiedt om huismussen opzettelijk te verwonden, te doden, of hun nesten te beschadigen of weg te nemen. Met de voorgenomen sloop van de bedrijfswoning gaan vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Hiervoor dienen mitigerende (verzachtende) maatregelen te worden genomen ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb en instandhouding van de nesten/functioneel leefgebied.

Figuur 3. Aangetroffen huismussennesten in de te slopen varkensstal.

Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen In het plangebied is geen geschikt opgaand groen aanwezig voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Vaste verblijfplaatsen van genoemde soorten zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt broedhabitat. Categorie 5 vaste rust- en verblijfplaatsen Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie foeragerende spreeuwen en een ekster in de directe omgeving waargenomen. Nestplekken uit deze categorie zijn niet aanwezig in het plangebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten In de te slopen werktuigenschuur werd een oud nest van holenduif aangetroffen, en een nestje van waarschijnlijk winterkoninkje. Verder zijn er weinig mogelijkheden voor algemene vogelsoorten door het ontbreken van geschikte opgaand groen in het plangebied.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

14 Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Onder de golfplaten aan de noordwestzijde van de noordelijke varkensstal zijn enkele huismussennesten aangetroffen. Met de sloop van de stal gaan vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Er zijn ruime mogelijkheden om de nesten te compenseren/mitigeren. Indien effectief bewezen maatregelen worden getroffen conform het Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), BIJ12, versie juli 2017, kan overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb wordt voorkomen. De te nemen maatregelen dienen ter onderbouwing te worden opgenomen in een mitigatieplan. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Er is nauwelijks geschikt opgaand groen en daarmee ontbreekt geschikt broedhabitat voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Overige vogelrichtlijnsoorten In het plangebied kunnen algemene vogelsoorten met een éénmalig nest tot broeden komen in de stallen/werktuigenschuur. Geschikt opgaand groen voor nestgelegenheid voor algemene vogelsoorten is minimaal aanwezig. Met betrekking tot de geplande sloopwerkzaamheden dient te worden voorkomen dat broedende vogels worden verstoord in het plangebied en directe omgeving.

De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, (broedseizoen is globaal van half maart – half juli), of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen.

5.3

LANDZOOGDIEREN

Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komen eekhoorn en das (§ 3.3 Wnb) voor binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Eekhoorns komen voor in bosgebieden, tuinen en parken met veel bomen vooral waar voedselgelegenheid is. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor de eekhoorn. De das heeft een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide heggen en houtwallen, waar voldoende dekking, weinig verstoring en een groot voedselaanbod is. Het plangebied en de directe omgeving met open agrarische percelen en bedrijventerrein vormt voor de das geen leefgebied. De steenmarter (§ 3.3 Wnb) rukt op in Brabant. De steenmarter heeft vaste verblijfplaatsen in gebouwen waar weinig menselijke activiteit plaatsvindt. Zijn aanwezigheid verraadt zich door o.a. prooiresten, uitwerpselen en krabsporen. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van steenmarter aangetroffen. Kleine marterachtigen zoals wezel, hermelijn en bunzing zijn in Noord-Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd (§ 3.3 Wnb). Uit bronnenonderzoek blijkt dat bunzing voorkomt in de omgeving van het plangebied, en wezel en hermelijn op enige afstand. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel.

Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

15 De omgeving van het plangebied bestaat uit open agrarisch landschap en het tegenoverliggend bedrijventerrein. Verder ontbreken landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen. Vrijgestelde soorten Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Tijdens het veldbezoek werden graafsporen van konijn en mol aangetroffen. Er worden nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als egel en enkele algemene muizensoorten. Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.

5.4

VLEERMUIZEN

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, Rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Dergelijke aanééngesloten lijnvormige structuren zijn niet aanwezig in het plangebied. De bomenrijen/laanbomen aan de Helvoirtseweg zullen waarschijnlijk dienstdoen als vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Het plangebied vormt matig geschikt foerageergebied voor vleermuizen.

Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen hebben en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdikte, gaten, stamspleten etc. aanwezig. Boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen en gedekt met golfplaten dak deels voorzien van isolatiepanelen aan de onderzijde. Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

16 De kopgevels zijn deels voorzien van damwandprofiel met daarachter een brede luchttoevoer die flink tocht. In de daken van de stallen zijn grote luchtkokers aanwezig. In de stallen heerst een tochtig en koel klimaat. Gebufferde plekken met een stabiel klimaat ontbreken en onder het golfplaten dak loopt de temperatuur snel op. Vleermuisverblijfplaatsen in de stallen worden niet verwacht. Ook in de open werktuigenschuur met damwandprofielen gevels en golfplaten dak worden geen vleermuisverblijfplaatsen verwacht. Gezien de huidige staat van de stallen, de constructie en gebruikte materialen kunnen vleermuisverblijfplaatsen in de varkensstallen redelijkerwijs uitgesloten worden.

Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied De bomenrijen/ laanbomenstructuren aan de Helvoirtseweg doen mogelijk dienst als belangrijke vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Deze structuren blijven ongewijzigd aanwezig. Het plangebied zelf biedt matige foerageermogelijkheden voor vleermuizen door het vrijwel ontbreken van opgaand groen. Met de beoogde sloop van de stallen gaan geen belangrijke vliegroutes of essentieel foerageergebied verloren. Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen geschikte holtebomen waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. Gezien de staat van de stallen, de constructie en gebruikte materialen kunnen ook hier vleermuisverblijfplaatsen uitgesloten worden. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde.

5.5

ONGEWERVELDEN

Voorkomen Libellen en dagvlinders Tijdens het veldbezoek zijn geen libellen of dagvlinders waargenomen. In deze tijd van het jaar vliegen geen libellen en dagvlinders. In het plangebied worden enkele algemene soorten dagvlinders verwacht zoals citroenvlinder, dagpauwoog en bont zandoogje. Waarnemingen van strikt beschermde soorten vlinders en libellen binnen een afstand van 0-1 km van het plangebied zijn er praktisch niet. De enige soort libel welke vermeld staat is de gevlekte witsnuitlibel. Deze soort komt o.a. voor in voedselarme zeggenmoerassen en rijkbegroeide wateren. Dit biotoop is niet te vinden in het plangebied en directe omgeving. Op enige afstand (1-5 km) komen beschermde soorten voor als kleine ijsvogelvlinder, gentiaanblauwtje, beekrombout en bosbeekjuffer (§ 3.3 Wnb). Genoemde soorten leven in specifieke biotooptypen als zonnige, open plekken in bosgebieden, heidegebieden met klokjesgentiaan en snelstromende beken en riviertjes met een goede waterkwaliteit. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en directe omgeving. Overige soorten Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert, vermiljoenkever of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties.

Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Ook voor soorten als Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig en zijn ook geen waarnemingen bekend in de omgeving.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

17 Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen dagvlinders en geen libellen waargenomen omdat in dit jaargetijde geen vlinders en libellen vliegen. Er worden enkel algemene soorten dagvlinders en een enkele (zwervende) libel verwacht. In het plangebied en directe omgeving zijn geen biotopen aanwezig die geschikt leefgebied vormen voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

5.6

VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Voorkomen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij kan voorbaat uitgesloten worden. Uit bronnenonderzoek blijkt dat binnen een straal van 1 kilometer beschermde amfibieën voorkomen als kamsalamander en poelkikker (§ 3.2 Wnb). De alpenwatersalamander, meerkikker, vinpootsalamander en beschermde reptielen als hazelworm en levendbarende hagedis komen op enige afstand van het plangebied voor. Al deze genoemde beschermde amfibieën en reptielen zijn afhankelijk van specifieke biotopen zoals o.a. voedselarme poelen, beschaduwde of juist zonbeschenen wateren of heideterreinen. Deze zijn niet te vinden in het plangebied en directe omgeving. Ook zijn geen houtwallen en bossage aanwezig waar beschermde amfibieën mogelijk kunnen overwinteren. De rugstreeppad (§ 3.2 Wnb) komt voor in de Leemkuilen op ca. 3 km afstand van het plangebied. Rugstreeppadden komen voornamelijk voor in terreinen met hoge dynamiek, maar ook in agrarisch gebied en in pas geschoonde sloten en andere wateren in grasland- en akkergebieden. Ze zijn in staat om snel een geschikt gebied te koloniseren. Vooral juvenielen leggen afstanden tot wel 5 km af op zoek naar geschikt leefgebied. Dit gebeurt in willekeurige richtingen, niet geleid door vegetatiestructuren.

Hierdoor is de soort ‘overal’ in zijn leefgebied aanwezig, zij het vaak in zeer lage dichtheden. De aanwezigheid van de rugstreeppad is in de huidige omstandigheden op voorhand uit te sluiten. Echter wanneer de sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en het terrein tijdelijk braak ligt, kunnen er zich bijv. plasjes water vormen. Dan worden de omstandigheden opeens geschikt(er) als voortplantingsbiotoop. Het is niet bij voorbaat uit te sluiten dat rugstreeppadden dan het terrein koloniseren. Dit dient voorkomen te worden. Hiervoor worden maatregelen aanbevolen. Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van oppervlaktewater en geschikt leefgebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door gewone pad en bruine kikker als landbiotoop. Gewone pad en bruine kikker behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling geldt. Echter de zorgplicht is altijd van kracht. Er worden maatregelen aanbevolen om te voorkomen dat rugstreeppadden het plangebied koloniseren nadat de stallen zijn gesloopt en het plangebied mogelijk enige tijd braak komt te liggen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

18

6.

RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING

6.1

Natura 2000

Op het kaartje met beschermde Natura 2000- gebieden op de website van het Ministerie van Economische zaken is te zien dat de dichtstbijzijnde Natura 2000- gebieden op een afstand van ca. 2,5 kilometer ten westen en op ca. 2,6 kilometer ten zuiden van het plangebied liggen. Het betreft resp. ‘Leemkuilen’ behorend tot de ‘Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen’ en ‘Kampina & Oisterwijkse vennen’. De Loonse en Drunense duinen vormen een grote dekzandrug met één van Europa’s grootste levende stuifzanden. De Leemkuilen bestaat uit een complex van tichelgaten met zwak gebufferde wateren met zeldzame flora en een bijzondere betekenis voor amfibieën. Kampina en Oisterwijkse vennen bestaan uit restanten van halfnatuurlijk Kempense heidelandschap met droge en vochtige heidevegetaties, voedselarme vennen en blauwgraslanden. De vennen betreffen zgn. doorstroomvennen, geïsoleerde zure vennen en vennen onder invloed van inundatie met beekwater.

Figuur 3. Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebieden (geel). Bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Natura 2000- stikstofdepositie Beide omliggende Natura 2000- gebieden omvatten aan aantal zeer stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten zoals de stuifzanden, blauwgraslanden en (zwak gebufferde) vennen. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk op nabijgelegen Natura 2000gebieden. De sanering van de intensieve veehouderij betekent enkel milieuwinst.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

19 Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en omvang van het voornemen, effectbereik van de ingrepen en afstand t.o.v. Natura 2000-gebied (ca.2,5 km), is aannemelijk dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door overige effecten op voorhand zijn uit te sluiten.

6.2

Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur

Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op ca. 130 meter ten zuidoosten van het plangebied. Het betreft NNB/EVZ Ruijsbossche Waterloop met beheertype N03.01 Beek en Bron (prioritaire soorten hermelijn, kamsalamander en kleine ijsvogelvlinder). Overige NNB-gebieden, voornamelijk vochtige productiebossen liggen op meer dan 400 meter afstand.

Figuur 4. Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. NNB/EVZ Ruijsbosche waterloop (blauw). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNB-gebied. De sloop van de stallen in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte zullen niet leiden tot aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van de nabijgelegen NNB/EVZ waterloop.

6.3

Houtopstanden

Het aspect Houtopstanden is niet van toepassing. Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig die vallen onder artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

20

7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

Toetsing aan de Wet natuurbescherming Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In de te slopen noordelijke varkensstal zijn enkele huismussennesten aanwezig onder het golfplaten dak. Met de sloop van de stal gaan de jaarrond beschermde nesten verloren en vindt mogelijk overtreding plaats van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming. Hiervoor dient een mitigatieplan te worden opgesteld conform Kennisdocument Huismus Versie 1.0, juli 2017 om de functies van de nestlocaties in stand te houden en overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb te voorkomen. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen in de te slopen stallen kan worden uitgesloten. Vlieg- en foerageerroutes zijn niet aanwezig, het plangebied vormt foerageergebied van matige kwaliteit voor vleermuizen. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn sporen konijn en mol uit deze categorie aangetroffen.

Er worden nog enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals gewone pad, bruine kikker, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.

Beschermde gebieden Natura 2000- gebieden Natura 2000- stikstofdepositie De dichtstbij gelegen Natura 2000- gebieden liggen op ca. 2,5 kilometer ten westen en op ca. 2,6 kilometer ten zuiden van het plangebied. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen heeft tot gevolg een sterk verminderde milieudruk op de nabijgelegen Natura 2000- gebieden. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en omvang van het voornemen, (de sloop van twee stallen en een werktuigenloods), het effectbereik van de ingreep en de afstand t.o.v. Natura 2000-gebied, is aannemelijk dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand zijn uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het dichts bijzijnde gebied dat is begrensd als NNB/EVZ ligt op ruim 130 meter ten oosten van het plangebied. Met de beoogde sloop van de stallen is geen sprake is van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB-gebied.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

21

Eindconclusie: • voor het verwijderen van de nesten van huismussen dient een mitigatieplan te worden opgesteld. • de aanbevelingen voor ‘vogels algemeen’ en ‘rugstreeppad’ dienen te worden opgevolgd.

Toelichting mitigatieplan huismussen Sloopwerkzaamheden, effecten op huismussen en vervolg Met de beoogde herontwikkeling wordt bebouwing gesloopt waarin zich huismussennesten bevinden. Nesten van huismussen inclusief hun functionele leefgebied zijn jaarrond beschermd. Zo is het verboden om vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen opzettelijk te vernielen, nesten weg te nemen opzettelijk huismussen te verstoren. Tijdens de sloopwerkzaamheden zullen de jaarrond beschermde nesten verloren gaan en worden verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Er dienen mitigerende maatregelen te worden genomen conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), BIJ12, versie juli 2017. Dit betreft maatregelen ter voorkoming van overtreding verbodsbepalingen Wnb en behoud van de functionele leefomgeving. De te nemen maatregelen worden ter onderbouwing opgenomen in een mitigatieplan. Indien wordt gewerkt conform Kennisdocument van BIJ12 wordt geen overtreding van verbodsbepalingen verwacht en is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen niet noodzakelijk. De volgende maatregelen kunnen o.a. nodig zijn: • werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop gaat plaatsvinden.

8.

AANBEVELINGEN

Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Voor de in het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door de sloopwerkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren, of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen en binnen de kaders van de Wnb gewerkt. Rugstreeppad Ter voorkoming van het in gebruik nemen van het plangebied door de rugstreeppad na de sloopwerkzaamheden wordt aanbevolen om: • natte plekken en kleine plasjes water te dempen of af te dekken. Als dit niet lukt dan paddenschermen plaatsen. • tijdig zandige omstandigheden weg te nemen, indien mogelijk na de sloop direct herontwikkelen naar grasland en inzaaien en/of werkzaamheden afronden voor eind augustus (vanaf eind augustus gaan rugstreeppadden op zoek naar vergraafbare grond om de winter door te brengen).

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

22

9.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Vleermuizen en planologie, Cursusdictaat november 2014. Zoogdiervereniging. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.

Internetsites • www.brabant.nl • www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf • www.haaren.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.synbiosys.alterra.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

23

BIJLAGE 1

BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN

Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.

3.

4. 5.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Vogels

steenuil

Athene noctua

Categorie 1

Vogels

gierzwaluw

Apus apus

Categorie 2

Vogels

huismus

Passer domesticus

Categorie 2

Vogels

roek

Corvus frugilegus

Categorie 2

Vogels

grote gele kwikstaart

Motacilla cinerea

Categorie 3

Vogels

kerkuil

Tyto alba

Categorie 3

Vogels

oehoe

Bubo bubo

Categorie 3

Vogels

ooievaar

Ciconia ciconia

Categorie 3

Vogels

slechtvalk

Falco peregrinus

Categorie 3

Vogels

boomvalk

Falco subbuteo

Categorie 4

Vogels

buizerd

Buteo buteo

Categorie 4

Vogels

havik

Accipiter gentilis

Categorie 4

Vogels

ransuil

Asio otus

Categorie 4

Vogels

sperwer

Accipiter nisus

Categorie 4

Vogels

wespendief

Pernis apivorus

Categorie 4

Vogels

zwarte wouw

Milvus migrans

Categorie 4

Vogels

blauwe reiger

Ardea cinerea

Categorie 5

Vogels

boerenzwaluw

Hirundo rustica

Categorie 5

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

24

Vogels

bonte vliegenvanger

Ficedula hypoleuca

Categorie 5

Vogels

boomklever

Sitta europaea

Categorie 5

Vogels

boomkruiper

Certhia brachydactyla

Categorie 5

Vogels

bosuil

Strix aluco

Categorie 5

Vogels

brilduiker

Bucephala clangula

Categorie 5

Vogels

draaihals

Jynx torquilla

Categorie 5

Vogels

eidereend

Somateria mollissima

Categorie 5

Vogels

ekster

Pica pica

Categorie 5

Vogels

gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Categorie 5

Vogels

glanskop

Parus palustris

Categorie 5

Vogels

grauwe vliegenvanger

Muscicapa striata

Categorie 5

Vogels

groene specht

Picus viridis

Categorie 5

Vogels

grote bonte specht

Dendrocopos major

Categorie 5

Vogels

hop

Upupa epops

Categorie 5

Vogels

huiszwaluw

Delichon urbicum

Categorie 5

Vogels

ijsvogel

Alcedo atthis

Categorie 5

Vogels

kleine bonte specht

Dendrocopos minor

Categorie 5

Vogels

kleine vliegenvanger

Ficedula parva

Categorie 5

Vogels

koolmees

Parus major

Categorie 5

Vogels

kortsnavelboomkruiper

Certhia familiaris macrodactyla Categorie 5

Vogels

oeverzwaluw

Riparia riparia

Categorie 5

Vogels

pimpelmees

Parus caeruleus

Categorie 5

Vogels

raaf

Corvus corax

Categorie 5

Vogels

ruigpootuil

Aegolius funereus

Categorie 5

Vogels

spreeuw

Sturnus vulgaris

Categorie 5

Vogels

tapuit

Oenanthe oenanthe

Categorie 5

Vogels

torenvalk

Falco tinnunculus

Categorie 5

Vogels

zeearend

Haliaeetus albicilla

Categorie 5

Vogels

zwarte kraai

Corvus corone

Categorie 5

Vogels

zwarte mees

Periparus ater

Categorie 5

Vogels

zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

Categorie 5

Vogels

zwarte specht

Dryocopus martius

Categorie 5

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

25

BIJLAGE 2

BESCHERMDE SOORTEN HABITATRICHTLIJN

(NIET VOGELS) Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten bedoeld in art. 3.5 van de Wnb. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Sporenplantenbladmossen

geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Bern I

Sporenplantenbladmossen

tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Bern I

Sporenplanten-varens

kleine vlotvaren

Salvinia natans

Bern I

Zaadplanten

liggende raket

Sisymbrium supinum

Bern I

Zaadplanten

drijvende waterweegbree

Luronium natans

Bern I, HR IV

Zaadplanten

groenknolorchis

Liparis loeselii

Bern I, HR IV

Zaadplanten

kruipend moerasscherm

Apium repens

Bern I, HR IV

Zaadplanten

zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Bern I, HR IV

Insecten-dagvlinders

moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia ssp. aurinia

Bern II

Insecten-haften

oeveraas

Palingenia longicauda

Bern II

Insecten-libellen

mercuurwaterjuffer

Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale

Bern II

Zoogdierenzeezoogdieren

walrus

Odobenus rosmarus ssp. rosmarus

Bern II

Reptielen

dikkopschildpad

Caretta caretta

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

kemp's zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

lederschildpad

Dermochelys coriacea

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

soepschildpad

Chelonia mydas

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

bultrug

Megaptera novaeangliae

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Bern II, Bon I, HR IV

Amfibiëen

boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

Bern II, HR IV

Amfibiëen

geelbuikvuurpad

Bombina variegata ssp. variegata

Bern II, HR IV

Amfibiëen

heikikker

Rana arvalis ssp. arvalis

Bern II, HR IV

Amfibiëen

kamsalamander

Triturus cristatus

Bern II, HR IV

Amfibiëen

knoflookpad

Pelobates fuscus ssp. fuscus

Bern II, HR IV

Amfibiëen

rugstreeppad

Bufo calamita

Bern II, HR IV

Amfibiëen

vroedmeesterpad

Alytes obstetricans ssp. obstetricans

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

apollovlinder

Parnassius apollo

Bern II, HR IV

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 11a te Haaren.

26

Insecten-dagvlinders

boszandoog

Lopinga achine

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

donker pimpernelblauwtje

Maculinea nausithous

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

grote vuurvlinder

Lycaena dispar ssp. batava

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

tijmblauwtje

Maculinea arion

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

brede geelrandwaterroofkever

Dytiscus latissimus

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

gestreepte waterroofkever

Graphoderus bilineatus

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

juchtleerkever

Osmoderma eremita

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

bronslibel

Oxygastra curtisii

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

groene glazenmaker

Aeshna viridis

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

noordse winterjuffer

Sympecma annulata ssp. braueri

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

oostelijke witsnuitlibel

Leucorrhinia albifrons

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

rivierrombout

Gomphus flavipes ssp. flavipes

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Bern II, HR IV

Insecten-nachtvlinders

teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Bern II, HR IV

Reptielen

gladde slang

Coronella austriaca ssp. austriaca

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10945655/1