21-135 Bestemmingsplan Helvoirtseweg 11a en 23, Haaren- Bijlage 2a2 Toelichting Quickscan flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren
Tekst van het document
QuickScan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren
1
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren Status: Concept In opdracht van: Dhr. P. Versteijnen Contactpersoon: Dhr. Guido Bosmans Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk en rapportage: Mien Lomans Datum: 30-04-2019
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
2
Inhoud 1. INLEIDING .................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ..................................................................................................................... 3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED ....................................................................................................... 4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ............................................................................................ 4 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling .................................................................................. 5 3. WERKWIJZE ................................................................................................................................. 6 4. NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................... 7 4.1 Soortenbescherming ................................................................................................................. 6 4.2 Gebiedenbescherming ............................................................................................................ 10 4.3 Bescherming van houtopstanden............................................................................................ 11 5.
GEBIEDENBESCHERMING.......................................................................................................... 11 5.1 Natura 2000 ............................................................................................................................. 12 5.2 Natuurnetwerk Brabant / Ecologische hoofdstructuur ........................................................... 13 5.3 Houtopstanden ........................................................................................................................ 14 6. SOORTENBESCHERMING.................................................................................................. 14 6.1 Flora ......................................................................................................................................... 14 6.2 Vogels ...................................................................................................................................... 15 6.3 Landzoogdieren ....................................................................................................................... 17 6.4 Vleermuizen............................................................................................................................. 18 6.5 Ongewervelden .......................................................................................................................
19 6.6 Vissen, reptielen en amfibieën ................................................................................................ 20 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE............................................................................................... 21 8. AANBEVELINGEN....................................................................................................................... 22 9. GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................... 23 10. FOTO- IMPRESSIE PLANGEBIED .............................................................................................. 23 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
3
1. INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Initiatiefnemer heeft plannen om de locatie Helvoirtseweg 23 in Haaren te herontwikkelen. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan aan de orde. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is een quickscan Flora en fauna (verkennende natuurtoets) noodzakelijk. Aan Lomans Ecoworks is opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan. Middels deze quickscan worden aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld gebracht en de mogelijke effecten op de beoogde herontwikkeling. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
4
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Ligging en beschrijving plangebied
Het plangebied Helvoirtseweg 23 te Haaren ligt ten noordoosten van de kern Haaren in het agrarische buitengebied. De omgeving kenmerkt zich door open agrarisch landschap en boomkwekerijen langs groene linten van laanbomen.Ten noorden, aan de oost- en de zuidzijde van het plangebied liggen percelen in gebruik voor de opkweek van bomen en sierheesters. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Helvoirtseweg met tegenoverliggend een melkveebedrijf. Op de locatie is een bedrijfswoning aanwezig, en drie stallen ten behoeve van de intensieve varkenshouderij. De bedrijfswoning is deels omgeven door een siertuin en gazon met plantenborders, heesters, hagen en solitaire bomen. De oprit en het erf tussen de bedrijfsgebouwen zijn geheel verhard met betonklinkers.
Figuur 1. Overzicht plangebied (geel omlijnd) en ligging in de omgeving.
Bron: Google earth.
Aan de westzijde van de meest noordelijk gelegen varkensstal zijn groenstructuren aanwezig in de vorm van groenblijvende sierheesters en hagen. Aan de noordzijde van de stal staan enkele inheemse struiken en bomen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
5 2.2
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
De bedrijfsvoering op de locatie bestaat uit een intensieve varkenshouderij. Momenteel staan de stallen leeg. De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van het agrarische bedrijf. In samenhang met de sloop van de varkensstallen worden een tweetal Ruimte voor Ruimte woningen opgericht in een erfmodel. De noordelijk gelegen varkensstal van ca. 290m² wordt verkleind tot een oppervlakte van ca. 200 m². In het nieuwe plan blijven alle groenstructuren gehandhaafd en de nieuwe woningen zullen landschappelijk worden ingepast met streekeigen groen.
Figuur 2. Verbeelding bestemmingsplan Helvoirtseweg 23 Haaren en toekomstige situatie.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
6
3.
WERKWIJZE
Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. (Natura 2000- gebieden) en het Natuurnetwerk Nederland (EHS) in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Economische zaken en die van de provincie Noord- Brabant. Voor het soortenonderzoek is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), Gemeente Haaren ‘Bestemmingsplan buitengebied 2011’ met verspreidingskaarten van diverse soortgroepen, waarneming.nl, de landelijke vegetatiedatabank, diverse verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en ‘expert judgement’. Opmerking De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 25 april in de namiddag. Het weer was bewolkt met een matige oostenwind bij een temperatuur van 19°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Aan de hand van de aanwezige biotopen kan worden bepaald of er mogelijk beschermde soorten voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen, die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige biotopen zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
7
4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in 1. Soortenbescherming en 2. Gebiedsbescherming.
4.1 Soortenbescherming Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
8
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
9
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
10
Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2 Gebiedenbescherming De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2014. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
11
4.3 Bescherming van houtopstanden Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
12
5.
GEBIEDENBESCHERMING
5.1
Natura 2000
Op het kaartje met beschermde Natura 2000- gebieden op de website van het Ministerie van Economische zaken is te zien dat de dichtstbijzijnde Natura 2000- gebieden op een afstand van bijna 3 kilometer ten (zuid)westen en op ruim 3 kilometer ten zuiden van het plangebied liggen. Het betreft resp. ‘Leemkuilen’ behorend tot de ‘Loonse en Drunense duinen & Leemkuilen’ en ‘Kampina & Oisterwijkse vennen’. De Loonse en Drunense duinen vormen een grote dekzandrug met één van Europa’s grootste levende stuifzanden. De Leemkuilen bestaat uit een complex van tichelgaten met zwak gebufferde wateren met zeldzame flora en een bijzondere betekenis voor amfibieën. Kampina en Oisterwijkse vennen bestaan uit restanten van halfnatuurlijk Kempense heidelandschap met droge en vochtige heidevegetaties, voedselarme vennen en blauwgraslanden. De vennen betreffen zgn. doorstroomvennen, geïsoleerde zure vennen en vennen onder invloed van inundatie met beekwater.
Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebieden (geel). Bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Natura 2000- stikstofdepositie Beide omliggende Natura 2000- gebieden omvatten aan aantal zeer stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten zoals de stuifzanden, blauwgraslanden en (zwak gebufferde) vennen. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk op nabijgelegen Natura 2000gebieden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
13 De werkzaamheden gedurende de bouw van de twee woningen kunnen leiden tot een tijdelijke toename in stikstofdepositie (projecteffect). Op basis van de beperkte omvang van de verwachte stikstofdepositie in de gebruiksfase (de realisatie van twee woningen aardgasloos en alleen emissie vanwege verkeersbewegingen bewoners) en de afstand t.o.v. Natura 2000-gebieden (ca. 3 km), is de verwachting dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie op voorhand kunnen worden uitgesloten. De bestemmingswijziging van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ zal naar verwachting geen negatieve invloed hebben op instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000- gebieden. In onderhavig geval is een Aeriusberekening niet noodzakelijk. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en omvang van het voornemen, effectbereik van de ingrepen en afstand t.o.v. Natura 2000-gebied (ca.3 km), is aannemelijk dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door overige effecten op voorhand zijn uit te sluiten. In onderhavig geval is een voortoets niet noodzakelijk.
5.2
Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op ruim 250 m. ten oosten van het plangebied. Het betreft NNB/EVZ Ruijsbossche Waterloop met aangrenzend een laan met beheertype L01.07, kruiden- en faunarijk grasland met beheertype N12.02 en vochtig productiebos N16.04.
Figuur 4. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant (groen/bruin). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied geldt het ‘Nee, tenzij’ principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
14 De beoogde ontwikkeling vindt niet plaats in of in de directe nabijheid van NNB-gebied. De sloop van de stallen ten behoeve van de intensieve veehouderij en de oprichting van de twee Ruimte voor Ruimte woningen zullen niet leiden tot aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van de het nabijgelegen NNB-gebied. De beoogde plannen hebben verder geen invloed op planologisch beschermde natuurgebieden.
5.3
Houtopstanden
Het aspect Houtopstanden is niet van toepassing. Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig die vallen onder artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Met de sloop van de varkensstallen worden geen bomen gekapt.
6.
SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en of hier ook potenties voor zijn in het plangebied, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
6.1
FLORA
Voorkomen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Binnen het plangebied is het grootste oppervlak verhard met betonklinkers, en in de siertuin staan enkel cultivars. In de noordwestzijde zijn soorten aangetroffen die duiden op verstoorde en voedselrijke bodem als Ridderzuring, Braam en Grote Brandnetel. Er zijn geen Rode lijst plantensoorten aangetroffen die voorkomen op de verspreidingskaart van de Flora- en vegetatiekarteringen in de gemeente Haaren 2005, zoals de Gele ganzenbloem of Bronkruid. Volgens gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna komen op 1 tot 5 km afstand van het plangebied enkele beschermde plantensoorten voor als Kluwenklokje en Wolfskers (§ 3.3 Wnb), Drijvende waterweegbree en Kruipend moerasscherm (§ 3.2 Wnb). Kluwenklokje is een Rode lijst soort waarvan het natuurlijke habitat zich bevindt langs rivieren, in schrale blauwgraslanden of kalkgraslanden op allerlei bodems die niet te zwaar bemest zijn. De groeiplaatsen van Wolfskers (eveneens Rode lijstsoort) bevindt zich op kap- en brandvlakten, open plekken in bossen en braakliggende grond op beschaduwde plekken. Drijvende waterweegbree is een plant van helder, voedselarm en fosfaat arm zwak zuur water en komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen. Kruipend moerasscherm is een pionier van stikstofrijke, natte grond. Groeiplaatsen bevinden zich o.a.
langs waterkanten, zeeduinen, extensief begraasde weilanden, oude graslanden en uiterwaarden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
15 Het plangebied bestaat uit bebouwing met meest verharde bodem, een gecultiveerde tuin en rondom liggend intensief bemeste en met herbiciden bespoten percelen ten behoeve van de boomkwekerij. In het plangebied en directe omgeving zijn geen geschikte biotopen aanwezig voor beschermde plantensoorten. Conclusie In het plangebied en directe omgeving zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied en directe omgeving.
6.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Volgens gegevens uit het NDFF komen binnen een afstand van 1 kilometer enkele vogels voor met jaarrond beschermde nesten in gebouwen zoals Gierzwaluw, Huismus, Steenuil en Kerkuil. Op basis van de het karakter van de omgeving worden ook potenties voor Boerenzwaluw en Huiszwaluw verwacht. Gierzwaluw Vaste rust- en verblijfplaatsen van Gierzwaluw worden niet verwacht in de te slopen stallen. Gierzwaluwen nestelen niet onder golfplaten daken. Het zijn koloniebroeders en hebben een sterke voorkeur voor bebouwing met zeer steile pannendaken met spleten en richels om snel in te kunnen vliegen. De bedrijfswoning en de stallen zijn in potentie geschikt voor vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen zoals Huismus, Steenuil en Kerkuil en Boerenzwaluw en Huiszwaluw.
Huismus Tijdens het veldbezoek is op de dakrand van het woonhuis een zingend mannetje Huismus waargenomen. Ook vloog een vrouwtje Huismus heen en weer met veertjes in haar bek. Ze was bezig met de bouw van een nest onder de dakpannen van het woonhuis. De meeste activiteit van Huismussen werd waargenomen in de tuin rondom het woonhuis en nabij de grote Zomereik aan de zuidkant van de woning. De woning (nestlocaties) en directe omgeving van de siertuin met wintergroene heesters en hagen (schuilgelegenheid en dekking) en zeer waarschijnlijk het tegenoverliggende melkveebedrijf (voedsel) vormen het functionele leefgebied voor Huismussen. De woning met de nestlocatie(s), de tuin rondom met wintergroene heesters, hagen en struiken blijven gehandhaafd in het nieuwe plan. Het functionele leefgebied van de Huismussen blijft hiermee in stand. In de te slopen stallen zijn geen aanwijzingen (zoals uitstekende droge grassprietjes of sporen van uitwerpselen) gevonden die duiden op nestlocaties van Huismus. De stallen zijn deels toegankelijk voor vogels, maar ook zijn aan enkele zijgevels en in de nok alle ruimtes tussen het golfplaten dak dichtgestopt met fijn gaas om vogels te weren. Plaatselijk zijn ook de luchtkokers afgedicht. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
16 Steenuil, Kerkuil Sporen van aanwezigheid van Steenuil of Kerkuil zoals een roestplek, uitwerpselen langs een muur, braakballen of ruiveren zijn niet aangetroffen. Boerenzwaluw en Huiszwaluw De varkensstallen zijn niet toegankelijk voor nestbouw voor Boerenzwaluw. Er zijn wel mogelijkheden onder het dak van de open opslagzolder boven één van de stallen. Daar zijn geen nesten aangetroffen van Boerenzwaluw. De Huiszwaluw is een koloniebroeder die bij voorkeur het nest bouwt in een woonhuis onder een overstekende daklijst, dakgoot of onder windveren. Er zijn geen nesten van Huiszwaluw aangetroffen. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen In het plangebied is nauwelijks geschikt opgaand groen aanwezig voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Volgens de gegevens uit de NDFF komen binnen een straal van 0-1 km een aantal vogels voor met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen. Het betreffen o.a. roofvogels als Boomvalk, Buizerd en Wespendief die in bosgebieden hun broedhabitat vinden, en Roeken die als koloniebroeders in groepjes hoge bomen hun nesten hebben. Vaste verblijfplaatsen van genoemde soorten zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt broedhabitat. Categorie 5 vaste rust- en verblijfplaatsen Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie foeragerende Eksters, Kool- en Pimpelmezen waargenomen en er is een Spreeuw gespot op de schoorsteen van de woning. Gezien de sporen van uitwerpselen langs de muur van één van de varkensstallen nestelen er Spreeuwen onder de golfplaten. Voor de Spreeuwen zijn zwaarwegende ecologische redenen niet aan de orde om de nestplaatsen jaarrond te beschermen. Er zijn voldoende alternatieven in agrarische bedrijfsgebouwen in de omgeving. Overige Vogelrichtlijnsoorten Het woonhuis, de groene tuin en de bedrijfsgebouwen zijn geschikt voor overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek werden soorten zoals Kauw, Merel, Holenduif en Houtduif waargenomen. Verder worden nestmogelijkheden voor soorten als Heggenmus en Winterkoning verwacht. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied zijn jaarrond beschermde verblijfplaatsen (nesten) van Huismus aanwezig in de bedrijfswoning. De bedrijfswoning blijft gehandhaafd. In de te slopen stallen zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Voor Huismussen geldt dat deze nog tot in september kunnen broeden. De sloopwerkzaamheden dienen na half september te worden opgestart, of als door een ter zake deskundige is vastgesteld dat de jonge Huismussen zijn uitgevlogen.
Ook dient verstoring binnen de invloedsfeer van de vaste rusten verblijfplaats (nesten in het woonhuis) door bouwverlichting of bouwmachines te worden voorkomen. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Er is nauwelijks geschikt opgaand groen en daarmee ontbreekt geschikt broedhabitat voor soorten met een jaarrond beschermd nest.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
17 Overige vogelrichtlijnsoorten Overige, algemene vogelsoorten als Kauw, Merel en Houtduif zijn waargenomen tijdens het veldbezoek. De sloopwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. De broedtijd valt globaal van eind maart tot half juli. In dit geval tot half september i.v.m. de vaak langere broedperiode van Huismussen.
6.3
LANDZOOGDIEREN
Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komen Eekhoorn en Das (§ 3.3 Wnb) voor binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Eekhoorns komen voor in bosgebieden, tuinen en parken met veel bomen vooral waar voedselgelegenheid is. Mogelijk doet de Eekhoorn het plangebied sporadisch aan om te foerageren. De enige boom die nestgelegenheid zou bieden voor de Eekhoorn is de hoge Zomereik aan de zuidkant in de tuin. Daarin is geen eekhoornnest aangetroffen. De Das heeft een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide heggen en houtwallen, waar voldoende dekking, weinig verstoring en een groot voedselaanbod is. Het plangebied en de directe omgeving met boomkwekerijen en open agrarische percelen vormt voor de Das geen leefgebied. In Brabant komt de Steenmarter (§ 3.3 Wnb) op steeds meer plekken voor. De Steenmarter heeft vaste verblijfplaatsen in gebouwen waar weinig menselijke activiteit plaatsvindt. Zijn aanwezigheid verraad zich door o.a. prooiresten, uitwerpselen en krabsporen. De varkensstallen waren tot voor kort in gebruik, er is dagelijks menselijke activiteit. Ook de open zolder boven één van de stallen met opslag wordt zeer regelmatig gebruikt, waardoor een vaste rusten verblijfplaats van Steenmarter redelijkerwijs uitgesloten kan worden.
Kleine marterachtigen zoals Wezel, Hermelijn en Bunzing zijn in Noord-Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd (§ 3.3 Wnb). Uit bronnenonderzoek blijkt dat Bunzing voorkomt in de omgeving van het plangebied, en Wezel en Hermelijn op enige afstand. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de Bunzing is water in de nabijheid van belang. De omgeving van het plangebied bestaat uit open agrarisch landschap en percelen voor het opkweken van bomen. Rond de bebouwing is relatief veel bodem verhard en verder ontbreken landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen. Tijdens het veldbezoek werd een Konijn gespot. Verder worden nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied zoals Egel en een aantal algemene muizensoorten welke behoren tot de categorie ‘Vrijgestelde soorten’. Bij een ruimtelijke ontwikkeling betekent dit dat rust- of verblijfplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat.
Maar de zorgplicht geldt natuurlijk altijd. Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
18 Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
6.4
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: Gewone dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Laatvlieger, Gewone grootoorvleermuis, Franjestaart en Watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Dergelijke structuren zijn niet aanwezig in het plangebied. De bomenrijen/ laanbomen aan de Roonsestraat/ Helvoirtseweg zullen waarschijnlijk dienstdoen als vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Vleermuizen zullen vooral de groene tuin rond de woning benutten om te foerageren. Het nieuwe bouwplan zal landschappelijk wordt ingepast met bij voorkeur inheems groen.
Daarmee zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen hebben en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied is één dikke Zomereik als potentiële vleermuisboom aanwezig. In de boom zijn geen rottingsgaten, stamholtes of tak- of stamspleten aangetroffen. Boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bedrijfswoning biedt mogelijkheden voor vleermuizen om in te verblijven. De bedrijfswoning blijft gehandhaafd. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen, en gedekt met golfplaten dak deels voorzien van isolatiepanelen aan de onderzijde. Aan de noordelijke stal is gevelbekleding aanwezig van damwandprofiel. In de daken van de stallen zijn grote luchtkokers aanwezig. Er zitten brede ventilatiegleuven in de zijgevels en boven sommige buitendeuren zitten brede luchtingsspleten. In de stallen heerst een tochtig en koel klimaat. De varkensstallen zijn ongeschikt bevonden als vleermuisverblijfplaats.
Ook de open opslagzolder boven één van de varkensstallen is ongeschikt als vleermuisverblijfplaats. Er is geen toegang tot de spouw, en onder de golfplaten daken loopt de temperatuur snel op. Gebufferde plekken met een stabiel klimaat ontbreken. Gezien de huidige staat van de stallen, de constructie en gebruikte materialen kunnen vleermuisverblijfplaatsen in de varkensstallen redelijkerwijs uitgesloten worden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
19 Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied De bomenrijen/ laanbomenstructuren aan de Helvoirtseweg/ Roonsestraat doen mogelijk dienst als belangrijke vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Deze structuren blijven ongewijzigd aanwezig. Het plangebied zelf biedt foerageermogelijkheden voor vleermuizen. Alle groen blijft gehandhaafd. Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen geschikte holtebomen waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. Het woonhuis met pannendak biedt potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. Het woonhuis blijft in haar huidige vorm gehandhaafd. Gezien het recent gebruik, de staat van de stallen, de constructie en gebruikte materialen kunnen hier vleermuisverblijfplaatsen uitgesloten worden. Negatieve effecten zijn niet aan de orde.
6.5
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Libellen en dagvlinders Tijdens het veldbezoek zijn geen libellen of dagvlinders waargenomen. Er worden enkele algemene soorten dagvlinders verwacht zoals Citroenvlinder, Dagpauwoog en Gehakkelde aurelia. Waarnemingen van strikt beschermde soorten vlinders en libellen binnen een afstand van 0-1 km van het plangebied zijn er praktisch niet. De enige soort libel welke vermeld staat is de Gevlekte witsnuitlibel. Deze soort komt voor in voedselarme zeggenmoerassen. Dit biotoop is niet te vinden in het plangebied en directe omgeving. Op enige afstand (1-5 km) komen beschermde soorten voor als Kleine ijsvogelvlinder, Gentiaanblauwtje, Beekrombout en Bosbeekjuffer (§ 3.3 Wnb). Genoemde soorten leven in specifieke biotooptypen als zonnige, open plekken in bosgebieden, heidegebieden met Klokjesgentiaan en snelstromende beken en riviertjes met een goede waterkwaliteit. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en directe omgeving. Overige soorten Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals Vliegend hert, Vermiljoenkever of Gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.
Ook voor soorten als Europese rivierkreeft en Platte schijfhoorn is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig en zijn ook geen waarnemingen bekend in de omgeving. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen dagvlinders en geen libellen waargenomen. Er worden enkel algemene soorten dagvlinders en een enkele (zwervende) libel verwacht. In het plangebied en directe omgeving zijn geen biotopen aanwezig die geschikt leefgebied vormen voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
20 6.6
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij kan voorbaat uitgesloten worden. Uit bronnenonderzoek blijkt dat binnen een straal van 1 kilometer beschermde amfibieën voorkomen als Kamsalamander en Poelkikker (§ 3.2 Wnb). De Alpenwatersalamander, Meerkikker, Vinpootsalamander en beschermde reptielen als Hazelworm en Levendbarende hagedis komen op enige afstand van het plangebied voor. Al deze genoemde beschermde amfibieën en reptielen zijn afhankelijk van specifieke biotopen zoals o.a. voedselarme poelen, beschaduwde of juist zonbeschenen wateren of heideterreinen. Deze zijn niet te vinden in het plangebied en directe omgeving. Ook zijn geen houtwallen en bossages aanwezig waar beschermde amfibieën mogelijk kunnen overwinteren. De Rugstreeppad (§ 3.2 Wnb) komt voor in de Leemkuilen op ca. 3 km afstand van het plangebied. Rugstreeppadden komen voornamelijk voor in terreinen met hoge dynamiek, maar ook in agrarisch gebied en in pas geschoonde sloten en andere wateren in grasland- en akkergebieden. Ze zijn in staat om snel een geschikt gebied te koloniseren. Vooral juvenielen leggen afstanden tot wel 5 km af op zoek naar geschikt leefgebied. Dit gebeurt in willekeurige richtingen, niet geleid door vegetatiestructuren.
Hierdoor is de soort ‘overal’ in zijn leefgebied aanwezig, zij het vaak in zeer lage dichtheden. De aanwezigheid van de Rugstreeppad is in de huidige omstandigheden op voorhand uit te sluiten. Echter wanneer de sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en het terrein bouwrijp wordt gemaakt, kunnen er zich bijv. plasjes water vormen. Dan wordt het plangebied opeens geschikt(er) als voortplantingsbiotoop. Het is niet bij voorbaat uit te sluiten dat Rugstreeppadden dan het terrein koloniseren. Dit dient voorkomen te worden. Hiervoor worden maatregelen aanbevolen. Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van oppervlaktewater en geschikt leefgebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door Gewone pad en Bruine kikker als landbiotoop. Gewone pad en Bruine kikker behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling geldt. Echter de zorgplicht is altijd van kracht. Er worden maatregelen aanbevolen om te voorkomen dat Rugstreeppadden het plangebied koloniseren als het bouwrijp wordt gemaakt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
21
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Toetsing aan de Wet natuurbescherming Beschermde gebieden Natura 2000- gebieden Natura 2000- stikstofdepositie De dichtstbij gelegen Natura 2000- gebieden liggen op ca. 3 kilometer ten (zuid)westen en op ca. 3 kilometer ten zuiden van het plangebied. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen heeft tot gevolg een sterk verminderde milieudruk op nabijgelegen Natura 2000- gebieden. Overschrijding van de grenswaarde van stikstofdepositie in het nieuwe plan is niet aan de orde. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard en omvang van het voornemen, effectbereik van de ingrepen en afstand t.o.v. Natura 2000-gebied, is aannemelijk dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door overige effecten op voorhand zijn uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant Het dichts bijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op ruim 250 meter ten oosten van het plangebied. Met de beoogde herbestemming van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ is geen sprake is van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB-gebied.
Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn geen vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen of in te slopen bedrijfsgebouwen aangetroffen. Er zijn nestplaatsen van Huismus aanwezig in het woonhuis. Het woonhuis en groene tuin vormen het functionele leefgebied van de Huismus. De nestplaatsen in het woonhuis, en het overige functionele leefgebied voor de Huismussen blijft in stand. Overtreding van verbodsbepalingen beschermingsregime Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb is niet aan de orde. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen kan worden uitgesloten. Het plangebied zelf vormt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Met de herontwikkeling worden meer groenstructuren aangeplant waardoor foerageermogelijkheden worden verbeterd. Mogelijke vliegroutes voor vleermuizen zijn aanwezig in de laanbomenstructuur aan de Roonsestraat en Helvoirtseweg. Deze blijven ongewijzigd aanwezig. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten.
Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van soorten uit deze categorie aangetroffen. Er worden wel enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals Gewone pad, Bruine kikker, Egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
22
Indien de aanbevelingen voor Vogels algemeen, Huismus en Rugstreeppad worden opgevolgd, zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet aan de orde.
8.
AANBEVELINGEN
Vogels algemeen en Huismus Tijdens de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden gehouden met broedende vogels in bomen en broedende Huismussen in de bedrijfswoning. Alle broedende vogels zijn beschermd en van de Huismus is het ook nest jaarrond beschermd, omdat ze daar het gehele jaar gebruik van maken. De sloopwerkzaamheden dienen buiten de broedtijd van de Huismussen uitgevoerd te worden om deze in hun meest kwetsbare periode niet te verstoren. Huismussen kunnen nog tot in september broeden. Aanbevolen wordt om na half september de sloopwerkzaamheden op te starten, of als door een ter zake deskundige is vastgesteld dat het broedproces is beëindigd. Op deze wijze wordt binnen het kader van de Wet natuurbescherming gewerkt. Rugstreeppad Ter voorkoming van het in gebruik nemen van het plangebied door de Rugstreeppad tijdens het bouwrijp wordt aanbevolen om: • natte plekken en kleine plasjes water te dempen of af te dekken. Als dit niet lukt dan paddenschermen plaatsen. • tijdig zandige omstandigheden weg te nemen of de werkzaamheden af te ronden voor eind augustus (vanaf eind augustus gaan rugstreeppadden op zoek naar vergraafbare grond om de winter door te brengen).
Aanbevelingen inheems groen bij landschappelijke inpassing Bij de landschappelijke inpassing gaat de voorkeur uit naar het aanplanten van inheemse bes- en nootdragende struiken zoals Sporkehout (Vuilboom), Gelderse roos, Wilde kardinaalsmuts of Hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) Hulst of Meidoorn. Lindebomen trekken tijdens de bloei grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
23
9.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Beheerwijzer Landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen. S.A. Westra, R.S.M Kuiters en de Zoogdiervereniging 2018. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Vleermuizen en planologie, Cursusdictaat november 2014. Zoogdiervereniging. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.
Internetsites • www.brabant.nl • www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf • www.haaren.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.synbiosys.alterra.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
24
9.
FOTO- IMPRESSIE PLANGEBIED
De directe omgeving van het plangebied, de Helvoirtseweg (plangebied links) en zicht op de Roonsestraat.
De bedrijfswoning en één van de te slopen stallen.
Kijkje op het erf vanuit zuidwest, kijkrichting noordoost.
Te slopen stal met open zolderruimte.
De meest oostelijk gelegen te slopen stal.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
25
De te slopen stal aan de noordzijde.
Een zingend mannetje Huismus op dakrand woonhuis.
Vogelwerende maatregelen onder de golfplaten.
Sporen van spreeuwennestplaatsen.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
26
BIJLAGE 1
BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN
Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Vogels
steenuil
Athene noctua
Categorie 1
Vogels
gierzwaluw
Apus apus
Categorie 2
Vogels
huismus
Passer domesticus
Categorie 2
Vogels
roek
Corvus frugilegus
Categorie 2
Vogels
grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Categorie 3
Vogels
kerkuil
Tyto alba
Categorie 3
Vogels
oehoe
Bubo bubo
Categorie 3
Vogels
ooievaar
Ciconia ciconia
Categorie 3
Vogels
slechtvalk
Falco peregrinus
Categorie 3
Vogels
boomvalk
Falco subbuteo
Categorie 4
Vogels
buizerd
Buteo buteo
Categorie 4
Vogels
havik
Accipiter gentilis
Categorie 4
Vogels
ransuil
Asio otus
Categorie 4
Vogels
sperwer
Accipiter nisus
Categorie 4
Vogels
wespendief
Pernis apivorus
Categorie 4
Vogels
zwarte wouw
Milvus migrans
Categorie 4
Vogels
blauwe reiger
Ardea cinerea
Categorie 5
Vogels
boerenzwaluw
Hirundo rustica
Categorie 5
Vogels
bonte vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
Categorie 5
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Helvoirtseweg 23 te Haaren.
27
Vogels
boomklever
Sitta europaea
Categorie 5
Vogels
boomkruiper
Certhia brachydactyla
Categorie 5
Vogels
bosuil
Strix aluco
Categorie 5
Vogels
brilduiker
Bucephala clangula
Categorie 5
Vogels
draaihals
Jynx torquilla
Categorie 5
Vogels
eidereend
Somateria mollissima
Categorie 5
Vogels
ekster
Pica pica
Categorie 5
Vogels
gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
Categorie 5
Vogels
glanskop
Parus palustris
Categorie 5
Vogels
grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata
Categorie 5
Vogels
groene specht
Picus viridis
Categorie 5
Vogels
grote bonte specht
Dendrocopos major
Categorie 5
Vogels
hop
Upupa epops
Categorie 5
Vogels
huiszwaluw
Delichon urbicum
Categorie 5