CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

21-113A VVGB Pluimveehouderij Rosepdreef 9, Oisterwijk - Bijlage 1.5 Akoestisch onderzoek

RAAD 9 juni 2022, gemeente OisterwijkBij agendapunt: 21-113A Verklaring van geen bedenkingen Pluimveehouderij Rosepdreef 9, Oisterwijk23.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Akoestisch onderzoek Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Opdrachtgever:

Contactpersoon:

Van Dun Advies BV Postel 8 5711 ET SOMEREN mevrouw A. van den Berg

Greten Raadgevende Ingenieurs bezoekadres Vijfhuizenberg 167 4708 AJ Roosendaal postadres postbus 1091 4700 BB Roosendaal telefoon (0165) 56 52 58 telefax (0165) 56 61 68

Documentnummer: Rwm1289acA0.fa Revisie: 0 Gecontroleerd: PRU Status: Definitief

Auteur: ir. F.P.C. Adriaensen Datum:24-12-2019 Goedgekeurd: PRU

Inhoudsopgave 1. 2.

Inleiding ........................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ................................................................................................................. 5 2.1. Huidige vergunning ...................................................................................................... 5 3. Situatie en bedrijfsomstandigheden ................................................................................. 6 3.1. Algemeen ...................................................................................................................... 6 3.2. Achtergrondinformatie blaffen honden......................................................................... 7 4. Geluidoverdrachtsberekeningen ..................................................................................... 10 4.1. Representatieve bedrijfssituatie (rbs) .......................................................................... 10 4.1.1. Omschrijving geluidbronnen algemeen ............................................................... 10 4.1.2. Omschrijving geluidbronnen (hondengeblaf) ...................................................... 13 4.1.3. Toepassing methodiek zoals vermeld in hoofdstuk 4 .......................................... 14 4.2.

Incidentele bedrijfssituatie (ibs) .................................................................................. 15 4.3. Akoestische bronvermogens ....................................................................................... 17 4.4. Bedrijfsduren rbs en ibs .............................................................................................. 17 4.5. Piekniveaus ................................................................................................................. 18 4.6. Indirecte hinder ........................................................................................................... 19 4.7. Modellering ................................................................................................................. 20 5. Rekenresultaten .............................................................................................................. 21 5.1. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) rbs ................................................... 21 5.2. Maximaal geluiddrukniveau (LA,max) rbs .................................................................... 22 5.3. Indirecte hinder rbs ..................................................................................................... 23 5.4. Incidentele bedrijfssituatie (ibs) .................................................................................. 23 5.4.1.

Resumé ................................................................................................................. 23 6. Conclusie en overweging ............................................................................................... 24 6.1. LAr,LT (rbs) ................................................................................................................... 24 6.2. LA,max (rbs) ................................................................................................................... 24 6.3. Indirecte hinder (rbs)................................................................................................... 24 6.4. Overweging ................................................................................................................. 24

2

Bijlagen Figuur 1 Figuur 2 Figuur 3 en 4 Figuur 5 Figuur 6 Figuur 7 Figuur 8 Figuur 9 Figuur 10

Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX

: : : : : : : : :

: : : : : : : : :

Situatieschets Modelgegevens, gebouwen Modelgegevens objecten/ schermen/ overig Modelgegevens, stationaire bronnen (rbs) Modelgegevens, mobiele bronnen (rbs) Modelgegevens, piekbronnen (rbs Modelgegevens, indirecte hinder (rbs) Modelgegevens, immissiepunten Modelgegevens, ibs #1 – verladen avond- en nachtperiode

Ventilatieoverzicht Modelgegevens, rbs Rekenresultaten LAr,LT (rbs) Rekenresultaten LA,max (rbs) Rekenresultaten indirecte hinder (rbs) Modelgegevens incidentele bedrijfssituatie (ibs) Rekenresultaten ibs #1 Meetresultaten blaffende honden Afleiding toerentalformule

3

1.

Inleiding

In opdracht van Van Dun Advies is door Greten Raadgevende Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen en een aantal referentiepunten vanwege bedrijfsactiviteiten van het bedrijf, gelegen aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk. Het doel van het akoestisch onderzoek is het bepalen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluiddrukniveau (LA,max) ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen en referentiepunten. Daarnaast wordt de indirecte hinder vanwege wegverkeer van en naar de inrichting bepaald. De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd:       

het inventariseren van bedrijfsactiviteiten voor zover van belang voor de geluiduitstraling naar de omgeving; het bepalen van akoestische bronvermogens op basis van kengetallen; het invoeren van objecten, bronnen en immissiepunten in een grafisch computermodel, conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM, 1999); het berekenen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen en referentiepunten; het berekenen van het maximaal geluiddrukniveau (LA,max) ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen; het bepalen van de indirecte hinder vanwege wegverkeer van en naar de inrichting; het toetsen van de berekende waarden aan de normstelling.

4

2.

Wettelijk kader

2.1.

Huidige vergunning

In onderhavig onderzoek wordt aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit de vigerende vergunning. Voor de inrichting is op 8 augustus 1996 een revisievergunning in het kader van de Wet milieubeheer verleend. Deze milieuvergunning is in zijn geheel in werking getreden en kan als omgevingsvergunning voor de activiteit milieu worden gezien. In deze vergunning zijn de volgende grenswaarden vergund:

Figuur 2.1

toegestane geluidbelastingen huidige vergunning

In onderhavig onderzoek zal in eerste instantie getoetst worden aan de vigerende vergunningsvoorschriften. Voor de toetsing aan de grenswaarden dient uiteindelijk nog een toeslag voor impulsvormig geluid (5 dB) voor het blaffen van honden te worden verrekend indien blaffen op de beoordelingsplaats herkenbaar zijn. Echter, gezien de grote afstand (> 100 meter) van de dichtstbijzijnde maatgevende woning (Rosepdreef 18) ten opzichte van de buitenren en de afschermende werking van de gebouwen ten opzichte van de omliggende overige woningen (met name Rosepdreef 13), zal de herkenbaarheid minimaal zijn en derhalve de hinder als nihil beschouwd kunnen worden. Echter de omgeving van onderhavige situatie betreft landelijk gebied en derhalve zal in onderhavig onderzoek worden uitgegaan van de worst case situatie dat er sprake is van enige hoorbaarheid en wordt de correctie voor impulsgeluid toegepast in de dag-, avond- en nachtperiode. Indirecte hinder In het onderhavige onderzoek is de indirecte hinder bepaald en beoordeeld conform de Schrikkelcirculaire: Op 29 februari 1996 is door het ministerie van VROM een Circulaire (“de schrikkelcirculaire”) uitgebracht in verband met toetsing van voertuigbewegingen van en naar de inrichting (“indirecte hinder”).

Ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen mag de geluidbelasting ten gevolge van indirecte hinder een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) niet overschrijden. Er geldt een maximale grenswaarde van 65 dB(A). Indien de geluidbelasting zich tussen de voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde bevindt, dient een binnenniveau in de betrokken woningen van 35 dB(A) te worden gegarandeerd.

5

3.

Situatie en bedrijfsomstandigheden

3.1.

Algemeen

Het agrarisch bedrijf van dhr. Melis is gelegen aan Rosepdreef 9 te Oisterwijk. De directe omgeving is te beschrijven als landelijk gebied. De dichtstbijzijnde woning is gelegen op ongeveer 55 meter van de inrichtingsgrens en betreft de woning gelegen aan Rosepdreef 13. Op het terrein van de inrichting zijn de volgende elementen te onderscheiden:          

gebouw 2 met daarin machine berging, werkplaats en garages; gebouw 3 met daarin nachtverblijf honden, opslag en werktuigenberging; gebouw 4 met daarin vleeskalkoenen óf vleeskuikens; gebouw 5 met daarin vleeskalkoenen óf vleeskuikens; gebouw 7 met daarin vleeskalkoenen óf vleeskuikens; 1 vaste mestopslag; 3 silo locaties; 1 hondenren; 6 buitenverblijven (honden, t.b.v. dag- en avondperiode); 1 woonhuis.

Figuur 1 omvat een situatieschets van het terrein en de directe omgeving. De hoofdactiviteit van het bedrijf van dhr. Melis omvat het exploiteren van een vleeskuikens óf vleeskalkoenen. Tevens worden er (maximaal 13) honden gehouden. Gezien het feit dat het een agrarisch bedrijf betreft, kunnen werkzaamheden en activiteiten gedurende 24 uur per dag plaatsvinden en installaties en toestellen 24 uur per dag in bedrijf zijn. De meeste activiteiten vinden echter in de dagperiode (07.00 – 19.00 uur) plaats. Op het bedrijf zijn 3 pluimveestallen aanwezig die kunnen worden gebruikt voor zowel het houden van kalkoenen als vleeskuikens. Per opfokcyclus worden in alle stallen dezelfde soort dieren gehouden (óf alles vol met vleeskuikens óf alles vol met vleeskalkoenen). Indien er vleeskalkoenen gehouden worden zijn de warmtewisselaars niet in werking. Wanneer er vleeskuikens gehouden worden zijn de warmtewisselaars wel in werking. Verhoudingsgewijs is er veel meer ventilatielucht benodigd bij het houden van vleeskalkoenen. Ten aanzien van de ventilatie is de cyclus van het houden van vleeskalkoenen maatgevend.

6

3.2.

Achtergrondinformatie blaffen honden

Bron: artikel Akoestisch adviseur een hondenbaan; vakblad Geluid; nummer 1, maart 2006; auteurs: K. Beijsterbosch en D. Valkenburg

Bij de akoestische beoordeling van hondenverblijven in het kader van de Wet milieubeheer bestaat onduidelijkheid over de toe te passen meet- en rekenmethodiek. Om die reden zijn vergunningaanvragen in het verleden mogelijk onterecht geweigerd. Het in kaart brengen van de representatieve situatie vraagt om maatwerk waarbij onder meer het aantal blaffen en de rassenverdeling moeten worden beschouwd. Met name het op juiste wijze vaststellen van een bronsterkte van een hondenblaf is cruciaal om dergelijke verblijven conform de richtlijnen te kunnen beoordelen. In het onderzoek van Beijsterbosch en Valkenburg zijn de volgende hondenrassen bestudeerd:   

Duitse dog; Rottweiler; Herder;

  

Labrador; Collie; Westy;

 

Tekkel; Mopshond.

Vaststellen van aantal blaffen: Het blaffen van honden is sterk afhankelijk van de situatie waarin de honden zich bevinden. Gebeurtenissen zoals het voeren van honden, het benaderen door vreemden, het passeren van verkeer leiden vaak tot verhoogd blafgedrag. Het aantal blaffen wordt in een groep honden in praktijk bepaald door het aantal rumoerige honden in de groep en niet door de grootte van de groep. Rumoerige honden beïnvloeden het blafgedrag van andere honden niet/nauwelijks. Er is geconstateerd dat slechts sporadisch een reactie van andere honden op een rumoerige hond optreedt. Het uitlopen van bijvoorbeeld veertig honden in twee groepen van twintig zal een vergelijkbaar aantal blaffen opleveren als het uitlopen van dezelfde veertig honden in kleinere groepen (bijvoorbeeld tien groepen van vier honden).In de praktijk zijn er grote verschillen tussen bewaakte en onbewaakte uitloopterreinen van een hondenverblijf. Bij bewaakte terreinen worden rumoerige honden, die veelvuldig blaffen, tot de orde geroepen en, indien dat niet werkt, naar een binnenverblijf gebracht. Dit heeft een directe invloed op het aantal blaffen: deze worden op deze wijze beheerst. Bij onbewaakte situaties is dit juist niet het geval. Rumoerige honden zullen overmatig blijven blaffen en bepalen de (maximale) representatieve bedrijfssituatie (bron: artikel Akoestisch adviseur een hondenbaan.

Bronsterkte van een blaf: Bij de beoordeling is de geluidenergie van een representatieve blaf van belang. Deze kan vastgesteld worden door de geluidenergie van een blaf te verdelen over een vastgestelde tijd. Hierbij kan de SEL-waarde (Sound Exposure Level) gemeten worden, waarbij de geluidenergie van een blaf wordt bepaald en weergegeven als veroorzaakt in een tijdspanne van één seconde. Omdat een hond vaak veelvuldig blaft (met korte tussenpozen) is het meten van een SEL-waarde van een afzonderlijke blaf op locatie vrijwel onmogelijk. Om de SELwaarde van een gemiddelde blaf vast te stellen kan gedurende een langere periode gemeten

7

worden (bijvoorbeeld één minuut), waarbij het aantal blaffen wordt geteld. Corrigeert men de SEL-waarde door daar 10*log n (n is het aantal blaffen) van af te trekken dan resulteert dat in een equivalent niveau van een gemiddelde blaf, uitgesmeerd over een tijdspanne van één seconde. Een correctie voor stoorniveau blijft hierbij mogelijk. Een tweede mogelijkheid is om blaffen op te nemen en deze afzonderlijk te analyseren. Dit is meer tijdrovend maar heeft het voordeel dat per hond/ras een gemiddelde én spreiding van de geluidemissie ten gevolge van één blaf afgeleid kan worden. Deze uitgebreide analysemethode is in de door Jansen Raadgevend Ingenieursbureau uitgevoerde onderzoeken gehanteerd. Akoestisch onderzoek hondengeblaf: Op basis van akoestische onderzoeken bij verschillende hondenkennels zijn meerdere kentallen afgeleid. Van afzonderlijke blaffen van verschillende honden zijn door middel van analyse van een DATopname, SEL-waardes en maximale geluidniveaus bepaald. De afstand tussen de honden en de microfoon varieerde bij de locaties van 6 tot 40 meter. Afhankelijk van de ondergrond (hard dan wel zacht) is een correctie toegepast voor eventuele bodemreflectie.

Bronvermogens zijn als volgt afgeleid: LWR;SEL = SEL + 10 log 4πR2 (zachte bodem) LWR,SEL = SEL + 10 log 4πR2 – 2 (harde bodem) en analoog: LWR,max = LAmax + 10 log 4πR2 (– 2) Om de blaftijd van de honden onderling te kunnen vergelijken is de blaftijd als volgt gekwalificeerd: de tijdspanne waarin het niveau minder dan 30 dB onder het hoogste niveau ligt. Dit bleek in de praktijk ook vaak overeen te komen met de energie van de blaf die boven het aanwezige stoorniveau uitkomt. Aan de hand van blaftijden is onder andere de relatie tussen LWR;SEL en LWR,max van de verschillende honden beoordeeld. Het blijkt dat er een relatie bestaat tussen het gewicht van het hondenras en de gemiddelde SEL-waarde van bijbehorende blaffen. Het gemiddelde SEL-vermogenniveau van een blaf bij zwaardere hondenrassen (40 kg en zwaarder) ligt hoger dan bij lichte hondenrassen. De hoogste maximale niveaus liggen 9 tot 13 dB hoger dan de hoogste SELwaarde. Zwaardere hondenrassen brengen de hoogste (en bij beoordeling dus de maatgevende) maximale niveaus voort. De spreiding in de blaftijd tussen de verschillende hondenrassen komt voort uit de verschillende manier van blaffen van de honden. Het grootste verschil in een onderzochte groep honden is geconstateerd tussen de Westy (korte felle blaf) en de Rottweiler (lange huilende blaf).

Dit uit zich ook in het verschil tussen LWR;SEL en LWR;max voor beide rassen. Voor de korte blaffen van de Westy is een verschil van 13 dB vastgesteld; voor de blaffen van een Rottweiler bleek dit 9 dB. Er blijkt geen verband te bestaan tussen de blaftijd en het gewicht van de onderzochte hondenrassen. Nadere beschouwing van één blaf in relatie tot de geluiddruk in de tijd: De duur van een blaf varieert van circa 0,1 tot 0,4 seconde.

8

Beschouwing blafspectrum: In de onderzoeken is het spectrum behorend bij een representatieve blaf van verschillende hondenrassen nader bestudeerd. Uit analyse van meerdere blaffen van verschillende hondenrassen is een referentiespectrum per hondenras afgeleid. Het blijkt dat de spectrale verdeling sterk afhangt van het hondenras. De maatgevende octaafband voor zwaardere rassen is 500 Hz, bij lichtere rassen 1000 en 2000 Hz. Bij toepassing van een rekenmodel voor het vaststellen van de beoordelingsniveaus worden spectrale brongegevens gebruikt. In dergelijke rekenmodellen zijn onder meer de bodemdemping en geluiddemping in lucht spectraal afhankelijk conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999). Dit houdt in dat de spectrale verschillen tussen de hondenrassen invloed hebben op de beoordelingsniveaus. Methodiek: Voor het vaststellen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van hondengeblaf is de volgende methodiek aan te bevelen: vaststellen van representatieve verdeling van de honden; vaststellen van gemiddelde SEL-waarde en hoogste maximale niveaus voor de representatieve verdeling. Dit kan uitgevoerd worden door middel van een meting over een periode (meerdere blaffen) of uit analyse van een geluidopname (per blaf).

Eventueel is het mogelijk om voor de brongegevens kentallen te hanteren; vaststellen van het (maximaal) representatieve totale aantal blaffen in de verschillende beoordelingsperiodes (is er sprake van een bewaakt of onbewaakt verblijf?); als immissierelevante bronsterkte in een rekenmodel het SEL-vermogen van een blaf toepassen (LWR,SEL); bedrijfsduurcorrectie bij gebruik van SEL-waarde kan als volgt berekend worden: Cb;SEL = 10 log (N/T) Waarin: N = aantal blaffen behorend bij de specifieke SEL-waarde in de te beoordelen periode T = totale duur van beoordelingsperiode in seconde Noot (impulscorrectie): Voor de toetsing aan de grenswaarden dient uiteindelijk nog een toeslag voor impulsvormig geluid (5 dB) voor het blaffen van honden te worden verrekend indien blaffen op de beoordelingsplaats herkenbaar zijn. Gezien de grote afstand (> 100 meter) van de dichtstbijzijnde maatgevende woning (Rosepdreef 18) ten opzichte van de buitenren en de afschermende werking van de gebouwen ten opzichte van de omliggende overige woningen (met name Rosepdreef 13), zal de herkenbaarheid minimaal zijn en derhalve de hinder als nihil beschouwd kan worden.

Echter de omgeving van onderhavige situatie betreft landelijk gebied en derhalve zal in onderhavig onderzoek worden uitgegaan van de worst case situatie dat er sprake is van enige hoorbaarheid en wordt de correctie voor impulsgeluid toegepast in de dag-, avond- en nachtperiode.

9

4.

Geluidoverdrachtsberekeningen

In onderhavig onderzoek zal uitgegaan worden van het houden van vleeskalkoenen aangezien naast de maatgevende ventilatiecapaciteit ook meerdere activiteiten en materieel ingezet dient te worden t.o.v. de vleeskuikens (worst case benadering). 4.1.

Representatieve bedrijfssituatie (rbs) 4.1.1. Omschrijving geluidbronnen algemeen

Stationaire bronnen, ventilatoren    

11 ventilatoren t.b.v. dwarsventilatie in de langsgevel van gebouw 4; 11 ventilatoren t.b.v. dwarsventilatie in de langsgevel van gebouw 5. 9 ventilatoren t.b.v. dwarsventilatie in de langsgevel van gebouw 7. 1 ventilator in warmtewisselaar (3x) bij gebouw 4, 5 en 71.

In bijlage I is een overzicht van alle ventilatoren opgenomen. Tevens is een toelichting gegeven (zie bijlage II) van de bepaling van de correcties voor de gehanteerde ventilatiebehoefte. Stationaire bronnen,overig 

  

het vullen van voersilo’s. Dit vindt maximaal 1 maal per dag plaats gedurende maximaal 20 minuten per locatie in de dagperiode met behulp van maximaal 1 vrachtwagen. De 3 silolocaties worden nooit allemaal op 1 dag gevuld. Aangezien er sprake is van 3 verspreide silolocaties zal in onderhavig onderzoek bij iedere locatie het vullen opgenomen worden (worst case benadering); het tussentijds verladen van vleeskalkoenen. Dit vindt plaats in de dagperiode met behulp van 2 vrachtwagens (dubbele combinatie) en een verreiker2. Bij het laden van de vleeskalkoenen wordt een verreiker ingezet welke gedurende ongeveer 1 uur per vrachtwagen in bedrijf is, waarbij de verreiker maximaal 30 minuten op het buitenterrein in bedrijf is, de rest van de activiteiten vindt in desbetreffende stal plaats; het verpompen van spoelwater. Dit vindt maximaal 1 maal per week plaats gedurende maximaal 0,5 uur in de dagperiode met behulp van 1 vrachtwagen. het schoonspuiten van materieel met een hoge druk reiniger. Dit vindt plaats gedurende maximaal 15 minuten in de dagperiode tussen gebouw 3 en 5; het verpompen van diesel. Dit vindt plaats gedurende maximaal 15 minuten per dieseltank in de dagperiode m.b.v. maximaal 1 vrachtwagen t.h.v. gebouw 2 en tussen gebouw 4 en 5; het verpompen van propaan. Dit vindt plaats gedurende 15 minuten in de dagperiode met behulp van maximaal 1 vrachtwagen;

1

Indien er vleeskalkoenen gehouden worden zijn de warmtewisselaars niet in werking. Wanneer er vleeskuikens gehouden worden zijn de warmtewisselaars wel in werking. In onderhavig onderzoek is uitgegaan van de ventilatie voor de stallen behorende bij vleeskuikens én de warmtewisselaren (worst case benadering) 2 Gezien er twee inritten zijn wordt per inrit uitgegaan van 2 vrachtwagens (worst case).

10

het laden en lossen overig (leveren diverse goederen, verladen zakgoed, ontsmettingsmiddelen, afhalen vuilcontainer, etc.). Dit vindt plaats gedurende maximaal 15 minuten in de dagperiode met behulp van één vrachtwagen. Het laden en lossen vindt plaats t.h.v. gebouw 2;  het tussentijds verladen van vaste mest. Dit vindt plaats maximaal 1 keer per week gedurende in de dagperiode bij de mestopslag met behulp van een tractoren met kar. De verreiker wordt hierbij maximaal 15 minuten per transport ingezet;  het verladen van kadavers met een vrachtwagenkraan. Het verladen van kadavers vindt 1 maal per week (op afroep) plaats in de dagperiode aan de straatzijde. De vrachtwagenkraan is 5 minuten per keer in bedrijf. 

Binnen alle genoemde tijdsperioden vallen zowel de activiteiten alsmede de transportbewegingen. Dit houdt in dat als een activiteit in de dagperiode valt, dan vallen de desbetreffende transportbewegingen mede in diezelfde dagperiode. Mobiele bronnen zware motorvoertuigen die op het terrein van de inrichting rijden ten behoeve van het verladen van de vleeskalkoenen, het vullen van de silo’s, het verpompen van diesel/propaan/spoelwater en overig. De voertuigen rijden met een snelheid van 10 km/h over het terrein van de inrichting;  Tractoren die de inrichting bezoeken t.b.v. de mest. De voertuigen rijden met een snelheid van 10 km/h over het terrein van de inrichting;  lichte motorvoertuigen (leveranciers, vertegenwoordigers, dierenarts, etc.) die op het terrein van de inrichting rijden. De voertuigen rijden met een snelheid van 10 km/h over het terrein van de inrichting;  verreiker welke gedurende maximaal 1,0 uur in de dagperiode op het terrein van de inrichting rijdt ten behoeve van diverse laad- en losactiviteiten. De verreiker rijdt met een maximale snelheid van 10 km/h over het terrein van de inrichting. 

De afvoer van kadavers vindt 1 maal per week op afroep plaats met behulp van 1 vrachtwagen. De vrachtwagen t.b.v. het afhalen van de kadavers rijdt niet op de inrichting maar blijft op de openbare weg. Deze vrachtwagen is enkel relevant voor de bepaling van de indirecte hinder vanwege wegverkeer van en naar de inrichting.

11

In tabel 4.1.1 zijn de voertuigpassages van de rbs op het terrein van de inrichting opgenomen. Tabel 4.1.1 Voertuigpassages op het terrein van de inrichting, rbs3 Omschrijving 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur Lichte motorvoertuigen, route 1 (dubbel)4 10 2 Eigenaar, bezoekers, overig Vrachtwagens, route 1 (dubbel) 2 verpompen propaan Vrachtwagens, route 2 (enkel) 2 verpompen diesel, laden/lossen overig Vrachtwagens, route 3 (dubbel) 6 Vullen silo’s, verladen vee Vrachtwagens, route 4 (dubbel) 8 Vullen silo’s, verladen vee, verpompen spoelwater Vrachtwagens, route 5 (dubbel) 2 verpompen diesel Tractor, route 1 (dubbel) 4 t.b.v. mest

23.00 – 07.00 uur 2 -

Niet relevante bronnen De overige bronnen, kunnen als akoestisch niet relevant beschouwd worden: 

geluiduitstraling van gebouw 4, 5 en 7. Het geluidniveau wordt veroorzaakt door het gekakel van kalkoenen (of kuikens), mixluchtventilatoren, voederinstallatie en kachels. In de winter is er sprake van een worstcase situatie, waarbij alle bronnen in bedrijf kunnen zijn. Voor de stallen kan dan een binnenniveau worden gehanteerd van 78 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen in soortgelijke gebouwen). De wanden zijn opgebouwd uit een stenen spouwmuur met isolatie. De daken zijn opgebouwd uit houtenbalklagen aan de onderzijde en zijn aan de bovenzijde voorzien van respectievelijk plaatwerk/ c/q dakbedekking; geluiduitstraling van gebouw 3 in de nachtperiode. Het geluidniveau wordt enkel veroorzaakt door de honden in het verblijf (veelal slapen). De wanden van het gebouw zijn volledig gesloten constructies waarbij enkel in de zuidwest- en de noordoostgevel een deur gesitueerd is. Het gebouw wordt alleen geventileerd wanneer de deuren open staan. In de nacht zijn de deuren altijd gesloten.

Het dak is opgebouwd uit houtenbalklagen aan de onderzijde en zijn aan de bovenzijde voorzien van respectievelijk plaatwerk/ c/q dakbedekking; geluiduitstraling vanuit de overige gebouw/ gebouwdelen (werkplaats, bergingen, etc.), gezien het geringe binnenniveau (<65 dB(A), kengetal gebaseerd op metingen in soortgelijke ruimtes), de geringe bedrijfstijd en de opbouw van de gebouwen; hogedrukspuit welke inpandig ingezet wordt voor het schoonspuiten van de stallen, gezien de geringe arbeidstijd en de opbouw van het gebouw;

3

Bij route 4 en 5 zijn voor het vullen van silo’s, verladen vee en verpompen diesel tevens de aantallen van route 2 en 3 overgenomen. Aangezien dit dezelfde voertuigen betreffen wordt er in onderhavig onderzoek ervan uitgegaan dat deze voertuigen beide routes berijden bij 1 bezoek (worst case benadering). 4 Dit betreft een dubbele route waarbij de voertuigen heen en terug bewegen over dezelfde route. Derhalve zal 1 voertuig 2 passages opleveren.

12

  

de voervijzels gezien het geringe bronniveau (<70 dB(A)), geringe bedrijfstijden en gezien het feit dat deze inpandig zijn opgesteld; het incidenteel kortstondig testen (< 5 min) van het noodstroomaggregaat. Dit vindt 1 maal per maand plaats in de dagperiode; de kadaverkoeling welke inpandig opgesteld is. 4.1.2. Omschrijving geluidbronnen (hondengeblaf)

Het blaffen van honden in de buitenren en uitloopplaatsen bij nachtverblijven zijn de relevante geluidbronnen. Het op het terrein aanwezige ras varieert in onderhavig onderzoek wordt uitgegaan van een middel- tot grote hond, namelijk een herder (worst case benadering). Metingen Op dinsdag 5 mei 2009 zijn op het terrein van de inrichting van dhr. T. van de Veerdonk een tweetal metingen verricht m.b.t. het blaffen van honden. Het op het terrein aanwezige ras (Australian Kelpie) is een ras dat afstamt van de Duitse herder waarbij deze eveneens raakvlakken heeft met een Collie. De eerste meting dient ter bepaling van het SEL-niveau en het maximaal geluiddrukniveau van het blaffen van honden. De tweede meting is opgenomen om te onderzoeken in hoeverre de honden blaffen zonder extreem getriggerd te worden maar wel met beweging en mensen in de directe omgeving. Hiervan is tevens een geluidsopname beschikbaar bij Greten Raadgevende Ingenieurs. De metingen zijn verricht conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM, 1999).   

geluidniveaumeter: microfoon: kalibrator:

Svantek SVAN 959 G.R.A.S. Type 40AE Rion NC-74

De geluidmeter is vóór en ná de meting gekalibreerd. Er zijn géén significante afwijkingen geconstateerd. In tabel 4.1 zijn de relevante meetresultaten opgenomen. De meetresultaten zijn tevens opgenomen in bijlage VIII. Tabel 4.1 Meetresultaten in dB(A) Omschrijving Meetafstand in meter Blaffende honden 2,0

SEL (in dB(A) 102,3

Aantal blaffen 20

Lmax in dB(A) 101

In de tweede meting is met mensen rondom de rennen een meting gedaan. Hieruit blijkt dat bij een totaal van 5 honden 25 maal geblaft wordt in 500 seconden. In onderhavig onderzoek zijn 13 honden aanwezig. Derhalve wordt uitgegaan dat 65 maal geblaft wordt in 500 seconden.

13

4.1.3. Toepassing methodiek zoals vermeld in hoofdstuk 4 Voor het vaststellen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van hondengeblaf wordt in onderhavig onderzoek de volgende methodiek toegepast: 1.

vaststellen van representatieve verdeling van de honden: Er worden meerdere soorten honden gehouden, echter wordt uitgegaan van de herder.

2.

vaststellen van gemiddelde SEL-waarde en hoogste maximale niveaus voor de representatieve verdeling: Er is een meting uitgevoerd waarbij 20 blaffen zijn gemeten en waarover een SEL niveau is bepaald van 102,3 dB(A). Het akoestisch bronvermogen LWR,SEL is als volgt te bepalen: LWR,SEL = SEL + 10 log 4πR2 – 2 (harde bodem) Om de SEL-waarde van één enkele blaf dient eerst het niveau gecorrigeerd te worden met de volgende formule: C = 10 log n, waarbij n = aantal blaffen In onderhavige situatie is de correctiefactor derhalve 13 dB. Het LWR,SEL = 89,3 (= 102,3-13,0) + 10 log 4π(2,0)2 – 2 = 104,3 dB(A); Het LW,max = 101 + 10 log 4π(2,0)2 – 2 = 116,0 dB(A).

3.

vaststellen van het (maximaal) representatieve totale aantal blaffen in de verschillende beoordelingsperiodes Tegelijk zijn er maximaal 13 honden buiten in de rennen tussen 07:00 en 19:00 uur gedurende maximaal 2 uur. In de buiten verblijven kunnen de honden tussen 07:00 en 23:00 vrij in en uitlopen naar de uitloopplaatsen van de verblijven voor de dag- en avondperiode. Tijdens deze perioden wordt in onderhavig onderzoek ervan uitgegaan dat de honden maximaal 2 uur en 0,5 uur (actief) buiten zijn voor respectievelijk de dag- en de avondperiode. Tussen 23:00 en 07:00 zitten alle honden in het nachtverblijf in gebouw 3. Deze zal de gehele nachtperiode gesloten zijn en kunnen de honden niet naar buiten. Het gebouw kan enkel via een tweetal deuren (in de zuidwestgevel alsmede de noordoostgevel) betreden worden. In onderhavig onderzoek zal ter completering gedurende de nachtperiode een piekniveau van 107 dB(A)5 hanteren waarbij de deur geopend wordt voor het direct doorlaten van de eigenaar waarbij de honden blaffen (= worst case). In onderhavig onderzoek zijn 13 honden aanwezig. Derhalve wordt uitgegaan dat 65 maal geblaft wordt in 500 seconden. Voor de buitenren kan in totaal voor de dagperiode (2 uur = 7200 seconden) een aantal van 936 blaffen worden gehanteerd.

Voor de buitenverblijven kan in totaal voor de dagperiode (2 uur = 7200 seconden) een aantal van 936 blaffen worden gehanteerd en voor de avondperiode (0,5 uur = 1800 seconden) een aantal van 234 blaffen.

55

Hierbij wordt rekening gehouden dat de honden zich minimaal 1 meter vanaf de deur bevinden. Als gevolg van de afstandsverzwakking (LP= Lw -10log 4 -2 ) tot de deur zal er een reductie van 9 dB(A) t.o.v. het bronvermogen 116 dB(A) zijn ter plaatse van de deur.

14

4.

Bepaling bedrijfsduurcorrecie bij specifieke SEL-waarde De bedrijfsduurcorrectie bij gebruik van SEL-waarde kan als volgt berekend worden: Cb;SEL = 10 log (N/T) Waarin: N = aantal blaffen behorend bij de specifieke SEL-waarde in de te beoordelen periode T = totale duur van beoordelingsperiode in seconde

In het akoestisch rekenmodel is voor de buitenren gebruik gemaakt van 2 deelbronnen en de uitloopplaatsen gebruik gemaakt van 6 deelbronnen. Voor de buitenren geldt in de dagperiode per deelbron in totaal dan: Cb;SEL = 10 log (468/43200) = 19,7 dB Voor de uitloopplaatsen geldt per deelbron in totaal dan: Cb;SEL = 10 log (156/43200) = 24,4 dB voor de dagperiode; Cb;SEL = 10 log (39/14400) = 25,7 dB voor de avondperiode. Gezien het feit dat honden blaffen op basis van prikkels van buitenaf is enkel het moment dat honden elkaar of andere dieren en mensen zien akoestisch relevant. In de rest van de avonden nachtperiode zijn de honden in de binnenverblijven waar prikkels van buitenaf worden uitgesloten. 4.2.

Incidentele bedrijfssituatie (ibs)

Naast de representatieve bedrijfssituatie (Rbs) is er in onderhavig onderzoek ook sprake van een zogeheten incidentele bedrijfssituatie Ibs). Het is in de jurisprudentie inmiddels regelmatig geaccepteerd dat ontheffing kan worden verleend om maximaal 12 maal per jaar (uitgangspunt is dat het per keer steeds gaat om één, aaneengesloten, periode van maximaal een etmaal) activiteiten uit te voeren die meer geluid veroorzaken dan de geluidgrenzen voor de RBS uit de vergunning. Het gaat dan om bijzondere activiteiten (incidentele bedrijfssituaties), welke niet worden gerekend tot de RBS. Het is daarom gewenst dat genoemde (verzoeken om) toepassing van het "12 dagencriterium" reeds bij de aanvraag worden omschreven, zodat ook derden zich daarover kunnen uitspreken. Deze (doel)voorschriften verdienen op grond van de Wet milieubeheer de voorkeur en hebben tevens het voordeel voor het bedrijf dat flexibeler kan worden omgegaan met wijzigingen en ontwikkelingen in de bedrijfsvoering. Bij het stellen van doelvoorschriften wordt aanbevolen om aparte voorschriften (zowel voor de equivalente als voor de maximale geluidsniveaus) op te nemen voor de dag-, avond- en nachtperiode. Deze incidentele bedrijfssituaties dienen derhalve afzonderlijk opgenomen te worden in de vergunning.

15

Ibs#1: Verladen in avond- en nachtperiode Maximaal 10 dagen per jaar wordt vee verladen ofwel vleeskalkoenen (maximaal 3 dagen per jaar) óf vleeskuikens (maximaal 7 dagen per jaar) in de avond- en nachtperiode. In onderhavig onderzoek zal uitgegaan worden van het verladen van vleeskalkoenen aangezien meer materieel ingezet dient te worden t.o.v. de vleeskuikens (worst case benadering). De afvoer van vleeskalkoenen vindt plaats in de nachtperiode met behulp van maximaal 12 vrachtwagens. Bij het laden van de vleeskalkoenen wordt een verreiker ingezet welke gedurende ongeveer 1 uur per vrachtwagen in bedrijf is, waarbij de verreiker maximaal 30 minuten per periode/ per transport op het buitenterrein in bedrijf is. De rest van de activiteiten vindt in desbetreffende stal plaats. Aansluitend wordt de mest verladen en afgevoerd in containers. Dit vindt plaats in de avonden nachtperiode met behulp van maximaal 4 vrachtwagens. Het verladen van de mestcontainers6 neemt maximaal 5 minuten per transport in beslag. Voertuigpassages ibs #1 In tabel 4.2.1 zijn de voertuigpassages van enkel de ibs opgenomen7. Tabel 4.2.1 Voertuigpassages op het terrein van de inrichting, ibs #1 Omschrijving 07.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur Ibs #1 Vrachtwagens, route 6 (dubbel) -8 Verladen vee & afvoer mest Vrachtwagens, route 7 (dubbel) --Verladen vee & afvoer mest

23.00 – 07.00 uur 18 6

6

Deze worden door de verreiker gevuld De voertuigaantallen van de ibs worden apart ingevoerd, deze komen derhalve bovenop de genoemde voertuigpassages van de rbs (zie tabel 4.1.1), mits anders aangegeven.

7

16

4.3.

Akoestische bronvermogens

In tabel 4.3.1 zijn de akoestische bronvermogens opgenomen van alle relevante geluidbronnen. Tabel 4.3.1 Akoestische bronvermogens (Lw) in dB(A) Bronomschrijving Lw Herkomst Stienen SGS-82T-C4D 89 Leveranciergegevens d.d. 01-2018 Stienen SGS-92T-C4R 90 Leveranciergegevens d.d. 01-2018 Gigola ES140 87 Leveranciergegevens d.d. 01-2018 Dwarsventilatie stal 4 en 5 Dwarsventilatie stal 7 Uitlaat warmtewisselaar (3x)

96 95 89

3x Stienen SGS-92T-C4R + 8x Gigola ES140 (2 invoerpunten) 3x Stienen SGS-92T-C4R + 6x Gigola ES140 (2 invoerpunten) 1x Stienen SGS-82T-C4D

Vullen silo’s (kippen/ kalkoenen) Hoge druk reiniger wasplaats Verpompen diesel Verpompen propaan Verpompen spoelwater Laden kadavers Laden en lossen overig Laden mestcontainer

104 93 96 96 96 93 93 100

Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijk activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen soortgelijke activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijk activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijk activiteiten Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijk activiteiten

Verreiker (rijden, manoevreren, laden/lossen) Lichte motorvoertuigen 10 km/h Lichte motorvoertuigen 30 km/h Zware motorvoertuigen 10 km/h Zware motorvoertuigen/tractoren 30 km/h Tractor 10 km/h Tractor 30 km/h

103

Kengetal, gebaseerd op metingen soortgelijke voertuigen

90 96 102 106 103 106

Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen Kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen

4.4.

Bedrijfsduren rbs en ibs

De bedrijfsduren behorende bij de diverse bronnen zijn ingevoerd in een rekenmodel conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM 1999) en zijn gebaseerd op de omschreven rbs en ibs in de voorgaande paragrafen.

17

4.5.

Piekniveaus

In onderhavig onderzoek wordt uitgegaan van de hoogste maximale piek als gevolg van een activiteit en/of voertuig. Het kan derhalve voorkomen dat andere bronnen niet genoemd zijn. Echter geldt dat de hoogste piekbron maatgevend is voor deze eventuele overige bronnen met een lager piekniveau (= worst case). Deze overige bronnen zitten derhalve reeds verdisconteerd in de meegenomen hoogste piekbronnen. Het maximaal geluiddrukniveau (LA,max) is de hoogste waarde van: 1. het laden/lossen van vleeskalkoenen. Hiervoor kan een bronvermogen worden aangehouden van 109 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten); 2. het laden/lossen van overig. Hiervoor kan een bronvermogen worden aangehouden van 102 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten); 3. het rustig rijden van zware motorvoertuigen. Hiervoor is een bronvermogen aan te houden van 104 dB(A)8 (bron: C.R.O.W.-publicatie 171: Richtlijn voor het akoestisch bewust ontwerpen en uitvoeren van laad- en loslocaties); 4. het optrekken van vrachtwagens. Hiervoor is een bronvermogen aan te houden van 109 dB(A) (bron: C.R.O.W.-publicatie 171: Richtlijn voor het akoestisch bewust ontwerpen en uitvoeren van laad- en loslocaties); 5. activiteiten van de tractoren/verreiker. Hiervoor is een bronvermogen aan te houden van 109 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen); 6.

het rijden van lichte motorvoertuigen. Hiervoor is een bronvermogen aan te houden van 95 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke voertuigen); 7. Pieken vanwege schoonspuiten voertuigen. Hiervoor is een bronvermogen aan te houden van 107 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten); 8. Piek vanwege het verladen van een mestcontainer. Hiervoor is een bronvermogen aan te houden van 115 dB(A) (kengetal, gebaseerd op metingen aan soortgelijke activiteiten); 9. Pieken vanwege het blaffen van honden. Zoals blijkt uit paragraaf 4.1.3 kan hier een bronvermogen aangehouden worden van 116,0 dB(A). Bij bronnen waar sprake is van een geringe crest-factor (bijvoorbeeld ventilatoren, vullen van silo’s, verpompen diesel/ spoelwater/ propaan, etc). behoeven de piekniveaus niet te worden beoordeeld daar het equivalente geluiddrukniveau maatgevend is.

8

Conform de C.R.O.W.-publicatie zijn de volgende bronvermogens voor de diverse pieken aan te houden:  Vrachtwagenpassages (15-25 km/h) inclusief manoeuvreren: 109 dB(A), waaronder tevens nog zit:  Passage rustig rijgedrag (tot 15 km/h met laag toerental): 104 dB(A);  Optrekken, opzij: 101 dB(A);  Achteruitrijsignalering: 100 dB(A);  Starten: 100 dB(A);  Optrekken: 101 dB(A);  Afremmen: 95 dB(A). Gezien de minimale bewegingsvrijheid op de inrichting wordt in onderhavig onderzoek uitgegaan van 104 dB(A) voor het rijden van de vrachtwagens.

18

4.6.

Indirecte hinder

De indirecte hinder vanwege wegverkeer van en naar de inrichting is indicatief bepaald met behulp van het Geomilieu model. De indirecte hinder is bepaald ter plaatse van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige bestemmingen. In de berekening is, door het afremmen vóór en het optrekken vanuit de inrichting, een feitelijke passeersnelheid van 30 km/uur aangehouden. In onderhavig onderzoek wordt ervan uitgegaan dat het verkeer naar en vanuit de inrichting dezelfde route neemt (worst case benadering).

19

4.7.

Modellering

Modelgegevens Alle relevante bronnen, objecten en immissiepunten zijn ingevoerd in een grafisch rekenmodel conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM 1999). Bijlage II, VI en de figuren 2 tot en met 10 bevatten de modelgegevens in respectievelijk numerieke en grafische vorm van alle bronnen. In het rekenmodel is voor de mobiele bronnen op de inrichting een afstand tussen de bronnen aangehouden van 10 meter. Voor de indirecte hinder is een afstand tussen de bronnen aangehouden van 10 meter. Bedrijfsduren In bijlage II en VI zijn tevens de bedrijfsduurcorrecties van alle relevante geluidbronnen opgenomen. Gehanteerd rekenpakket DGMR Geomilieu, versie 4.41, is gehanteerd als rekenpakket. Situaties De volgende situaties zijn doorgerekend:    

Situatie 1:Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau rbs Situatie 2: Maximaal geluiddrukniveau rbs Situatie 3: Indirecte hinder rbs Situatie 4 t/m 6: LAr,LT/ LA,max/ indirecte hinder ibs #1

Bodemfactor/ overdracht De bodem in het overdrachtsgebied is als akoestisch zacht beschouwd, met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden (erf- en wegdekverharding). Keuze immissiepunten Conform de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening is, ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen, voor de dagperiode, een beoordelingshoogte aangehouden van 1,5 meter en voor de avond- en nachtperiode een beoordelingshoogte van 5 meter boven lokaal maaiveld. Berekend zijn de invallende geluidniveaus, dus zonder gevelreflectie van het achter het immissiepunt gelegen gevelvlak. Daarnaast zijn referentiepunten ingevoerd op 100 meter van de inrichtingsgrens met een bijbehorende hoogte van 5 meter. Ter plaatse van de referentiepunten bevindt zich enkel landbouwgrond, dit zal in de toekomst gehandhaafd blijven, derhalve zijn deze punten enkel inzichtelijk gemaakt.

20

5.

Rekenresultaten

5.1.

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) rbs

In tabel 5.1.1 zijn de rekenresultaten voor LAr,LT opgenomen van de rbs. Hierbij is rekening gehouden met de impulscorrectie in de dag- en avondperiode. De rekenresultaten (exclusief impulscorrectie) zijn opgenomen in bijlage III. Tabel 5.1.1 Punt

Rekenresultaten LAr,LT in dB(A), rbs inclusief impulscorrectie (+5 dB) blaffen honden dag- en avondperiode huidige vergunningsvoorschriften

Omschrijving rekenpunt

01_A NW Rd 13 01_B NW Rd 13 02_A ZW Rd 13 02_B ZW Rd 13 03_A ZO Rd 13 03_B ZO Rd 13 04_A NO Rd 18 04_B NO Rd 18 05_A NW Rd 18 05_B NW Rd 18 06_A ZO Rd 7 06_B ZO Rd 7 07_A ZW Rd 7 07_B ZW Rd 7 08_A ZO Sb 50 08_B ZO Sb 50 09_A ZW Sb 50 09_B ZW Sb 50 ref 01_B100m ZW ref 02_B100m NO

Hoogte [m] 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 5,0 5,0

Berekend Dag 07:00 - 19:00 36 39 33 36 29 31 39 42 40 43 40 42 34 36 39 40 38 40 43 49

Avond 19:00 - 23:00 27 28 20 23 18 19 26 28 27 28 29 32 23 25 32 34 31 34 33 49

Nacht 23:00 - 07:00 21 22 15 17 11 12 20 21 20 22 20 22 9 10 25 27 24 26 24 43

Normoverschrijding Dag Avond 07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 -----------------------------------------

Nacht 23:00 - 07:00 ---------------------

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, wordt op alle punten voldaan aan de gestelde normering (zie hoofdstuk 2).

21

5.2.

Maximaal geluiddrukniveau (LA,max) rbs

In tabel 5.2.1 zijn de rekenresultaten voor LA,max opgenomen. Tabel 5.2.1 Punt

Rekenresultaten LA,max in dB(A) rbs (toetsing huidige vergunningsvoorschriften)

Omschrijving rekenpunt

Hoogte [m]

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A 03_B 04_A 04_B 05_A 05_B 06_A 06_B 07_A 07_B 08_A 08_B 09_A 09_B 10_A 10_B

NW Rd 13 NW Rd 13 ZW Rd 13 ZW Rd 13 ZO Rd 13 ZO Rd 13 NO Rd 18 NO Rd 18 NW Rd 18 NW Rd 18 ZO Rd 7 ZO Rd 7 ZW Rd 7 ZW Rd 7 ZO Sb 50 ZO Sb 50 ZW Sb 50 ZW Sb 50 100m ZW 100m NO

1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0

Punt

Omschrijving rekenpunt

Hoogte [m]

NW Rd 13 NW Rd 13 ZW Rd 13 ZW Rd 13 ZO Rd 13 ZO Rd 13 NO Rd 18 NO Rd 18 NW Rd 18 NW Rd 18 ZO Rd 7 ZO Rd 7 ZW Rd 7 ZW Rd 7 ZO Sb 50 ZO Sb 50 ZW Sb 50 ZW Sb 50 100m ZW 100m NO

1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0

01_A 01_B 02_A 02_B 03_A 03_B 04_A 04_B 05_A 05_B 06_A 06_B 07_A 07_B 08_A 08_B 09_A 09_B 10_A 10_B

Maximale geluiddrukniveaus pieken piek rijden piek zmv lmv tractor 07:00-19:00 23:00-07:00 07:00-19:00 46 47 44 49 50 47 43 47 38 46 49 40 39 30 38 41 33 40 47 44 47 48 46 50 46 45 48 49 46 52 48 33 47 50 35 48 48 33 42 49 34 43 44 26 44 45 27 46 44 26 44 45 27 45 53 41 52 49 29 49

Maximale geluiddrukniveaus piek honden piek schoonblaffen spuiten 19:00-23:00 23:00-07:00 07:00-19:00 47 37 38 51 40 41 43 33 33 45 35 35 43 30 31 45 32 32 47 31 43 50 32 46 46 28 44 49 32 49 52 30 44 55 33 46 48 27 37 51 29 39 52 38 42 55 41 43 52 38 41 55 41 43 55 29 40 48 33 37

piek verladen vee 07:00-19:00 43 46 38 40 38 39 44 48 46 50 49 50 41 42 46 46 45 46 48 41

piek verreiker 07:00-19:00 59 62 58 61 40 42 56 59 57 60 47 48 46 47 44 45 44 45 55 51

Normoverschrijdingen pieken piek rijden zmv lmv 07:00-19:00 23:00-07:00 -----------------------------------------

Normoverschrijdingen piek laden/ piek honden lossen overig blaffen 07:00-19:00 19:00-23:00 23:00-07:00 30 --32 --20 --27 --18 --20 --27 --29 --27 --29 --36 --37 --36 --38 --27 --29 --27 --29 --44 --36 ---

piek tractor 07:00-19:00 ---------------------

piek schoonspuiten 07:00-19:00 ---------------------

piek verladen vee 07:00-19:00 ---------------------

piek verreiker 07:00-19:00 --------------------piek laden/ lossen overig 07:00-19:00 ---------------------

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt wordt in zowel de dag-, avond-, als de nachtperiode op alle punten voldaan aan de gestelde normering (zie hoofdstuk 2) betreffende de bestaande vergunning. In bovenstaande tabel zijn enkel de maatgevende perioden weergegeven9, de uitgebreide rekenresultaten (met alle perioden) zijn tevens opgenomen in bijlage IV.

9

Immers, indien de maatgevende periode voldoet, dan voldoen automatisch de andere perioden.

22

5.3.

Indirecte hinder rbs

De indirecte hinder vanwege wegverkeer van en naar de inrichting bedraagt maximaal 43 dB(A) etmaalwaarde. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt derhalve overal gerespecteerd. Bijlage V omvat de uitgebreide rekenresultaten van de indirecte hinder. 5.4.

Incidentele bedrijfssituatie (ibs)

De gewijzigde en/ of aanvullende modelgegevens (bronnen) van de incidentele bedrijfssituatie zijn opgenomen in bijlage VI. ibs #1: Verladen in de avond- en nachtperiode Bij de geluidgevoelige bestemmingen bedraagt het LAr,LT: in de avondperiode (toetsingshoogte 5,0 meter) maximaal 45 dB(A); in de nachtperiode (toetsingshoogte 5,0 meter) maximaal 45 dB(A). Bij de geluidgevoelige bestemmingen bedraagt de LA,max: in de avondperiode (toetsingshoogte 5,0 meter) maximaal 59 dB(A); in de nachtperiode (toetsingshoogte 5,0 meter) maximaal 59 dB(A). Bij de geluidgevoelige bestemmingen bedraagt de indirecte hinder: in de avondperiode (toetsingshoogte 5,0 meter) maximaal 45 dB(A); in de nachtperiode (toetsingshoogte 5,0 meter) maximaal 47 dB(A). De dagperiode is voor de LAr,LT, de LA,max en de indirecte hinder ongewijzigd ten opzichte van de rbs. Bijlage VII omvat de uitgebreide rekenresultaten voor het LAr,LT, de LA,max en de indirecte hinder. Alle overige maximale geluidrukniveaus zijn tevens ongewijzigd gebleven t.o.v. de rbs. 5.4.1. Resumé De hinder als gevolg van de ibs#1 is te verwaarlozen gezien: -

de geringe frequentie (≤ 12 dagen per jaar) van deze situatie; gezien de hoogte van de geluidbelastingen is een binnenniveau in alle geluidgevoelige bestemmingen van zowel langtijdgemiddeld (35 dB(A) etmaalwaarde) en met betrekking tot de maximale geluiddrukniveaus (55 dB(A), 50dB(A) en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode) te allen tijde gewaarborgd.

23

6.

Conclusie en overweging

6.1.

LAr,LT (rbs)

Met betrekking tot het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt de normstelling voor zowel de dag- avond- als nachtperiode overal gerespecteerd, zie paragraaf 5.1. Hierbij is voor de gehele inrichting rekening gehouden met impulsgeluid als gevolg van het blaffen van honden in zowel de dag-, avond- als nachtperiode. 6.2.

LA,max (rbs)

Met betrekking tot het maximaal geluiddrukniveau wordt de normstelling voor zowel de dag-, avond- als nachtperiode overal gerespecteerd, zie paragraaf 5.2. 6.3.

Indirecte hinder (rbs)

De indirecte hinder vanwege wegverkeer van en naar de inrichting bedraagt maximaal 43 dB(A) etmaalwaarde. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde wordt derhalve overal gerespecteerd, zie paragraaf 5.3. 6.4.

Overweging

De berekende situaties worden vergunbaar geacht. Het treffen van maatregelen wordt in onderhavige Rbs niet noodzakelijk geacht aangezien de huidige in de vergunningsvoorschriften opgenomen grenswaarden niet overschreden worden. Het bevoegd gezag wordt in overweging gegeven op basis van onderhavig onderzoek tot vergunning over te gaan.

24

Figuren

wm1289ac

Figuur 1

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Situatieschets Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

0m

100 m schaal = 1 : 3042

OTW01C 00751G0000

397000 OTW01C 00750G0000

OTW01C 00819G0000

OTW01C 01156G0000

OTW01C 01000G0000

OTW01C 00477G0000

OTW01C 00653G0000

396800

OTW01C 00654G0000

OTW01C 00606G0000

OTW01C 00752G0000

396600

OTW01C 00872G0000

144400 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144600

144800

wm1289ac

Figuur 2

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, gebouwen Gebouwen

0m

80 m schaal = 1 : 2018

g05

397000 OTW01C 00750G0000

OTW01C 00819G0000

g04

OTW01C 01000G0000

ww03 G 07a OTW01C 00477G0000

ww02 G 05a OTW01C 00653G0000

G 04c G 04a ww01

396800

G 03 G 08

g01h G 02c G 12 G 11 G 02a G 02b

OTW01C 00654G0000

g01g g01f

G00

g01e OTW01C 00606G0000

g01d g01c g01b g01a

g02c g02b g02a OTW01C 00752G0000

396600 144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

wm1289ac

Figuur 3

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, objecten overig Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

397000 OTW01C 00750G0000

0m

70 m schaal = 1 : 1730

OTW01C 00819G0000

7c n0

OTW01C 01000G0000

N0

7a n0

5b

5a N0

hvl01 N0

bg04

OTW01C 00477G0000

7b n0

hvl06

4c

hvl07 hvl08 hvl03

5 N0 c

3c N0

4a N0

3a N0

BG00 b

3b N0

4 N0

396800

hvl00 OTW01C 00654G0000

2c

N0 0e

1l n0

1n bg05 n0

OTW01C 00606G0000

1f

bg07

1g 1d n0 bg06 n0

1i n0

1h n0

o n0 10j1 n0n

0a N0

d 0b N00 0c N0

hvl09

2a N0

1m n0 1k n0

N0

hvl04

N0

hvl02 2b N0

hvl05

1e n0

OTW01C 00752G0000

396600

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144800

wm1289ac

Figuur 4

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, schermen (hoogten) Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

OTW01C 00819G0000

0m

50 m schaal = 1 : 1272

2,70 6,00

396900

2,70 OTW01C 01000G0000

2,60 5,80 2,60

2,70

OTW01C 00477G0000

6,00 2,70 3,00 6,83 3,00 2,60 5,80

2,60 4,80 2,60

2,60 3,00

396800

2,60 4,80 2,60

6,83 3,00 3,60 5,40 2,40

3,60

2,00 3,00

3,00 5,40 6,00 2,40 3,00

8,30

3,00 6,00 3,00 6,00

2,00 3,00 2,40 3,00 10,00 4,50 8,30 2,40 3,00

3,00 6,00 3,00

3,00

OTW01C 00606G0000

2,40 4,50 2,40 4,50 2,40

10,00 2,40 396700

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

2,40 4,50 2,40

144700

wm1289ac

Figuur 5a

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, stationaire bronnen Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

OTW01C 00819G0000

0m

50 m schaal = 1 : 1272

V 07.1 396900

ww 03 OTW01C 01000G0000

vsw 01 V 05.2 V 05.1

OTW01C 00477G0000

vv 03 ww 02 vd 02

ssmvv 0102 Vs 02

vm 02

V 04.2 V 04.1

ww 01

vm 01 396800

vv 01 bh 01

vpr 01

bh 02 vd 01 llo 01

Vs 01 bh07 08 bh bh 06 bh 05 bh 04 bh 03

Ak 01 OTW01C 00606G0000

396700

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144700

Vs 03

V 07.1

wm1289ac

Figuur 5b

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, stationaire bronnen [zoom] Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

ww 02

396840 0m

20 m schaal = 1 : 456

vv 02 ssm 01 vm 02 Vs 02

vm 01

396800

vv 01

bh 01 Vs 01

bh 02 vd 01

vpr 01

llo 01

bh 08 bh 07 bh 06 bh 05 bh 04 bh 03

396760

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144640

wm1289ac

Figuur 6a

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, mobiele bronnen

396840

Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

vr 06

0m

20 m

vr 02 schaal = 1 : 532

Z m v 01 396800

v Zm 03 Tr 01

vr 05 vr 01 Zm

396760

2 v0

vr 07

v Lm

01

vr 08

396720

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144640

wm1289ac

Figuur 6b

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, mobiele bronnen Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

0m

20 m schaal = 1 : 532

OTW01C 01000G0000

396880

vr 03

Zmv

05 v0 Zm 4

vr 04 396840

vr 06

396800

v Zm 03 Tr 01 144640 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144680

144720

wm1289ac

Figuur 7a

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, piekbronnen Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

396840

Pvr 06

0m

20 m

Pvr 02 schaal = 1 : 532

Pssm 01

Pvv 02

Pbh 10

Pzmv 0

1

396800

Pz v m r PT 03

Pbh 01

P

Pbh 02

Pozmv 04 pllo 01

Pozmv 03

396760

Pvr 01

2 v0 zm

Pbh 08 Pbh 07 Pbh 06 Pbh 05 Pbh 04 Pbh 03

Pvr 07

v m Pl

01

Pvr 08

396720

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

Pvv 01

01

Pvr 05 Pbh 09

144640

Pozmv 01

wm1289ac

Figuur 7b

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, piekbronnen Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

0m

20 m schaal = 1 : 532

OTW01C 01000G0000

396880

Pvr 03

v Pzm

05 04 mv Pz

Pvv 03

Pozmv 05 Pvr 04 396840

Pozmv 02 Pvr 06

396800

Pz v m r PT 03

Pvv 01

01 144640 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144680

144720

wm1289ac

Figuur 8

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens rbs, indirecte hinder Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

396900 0m

70 m

OTW01C 01000G0000

schaal = 1 : 1644 OTW01C 00477G0000

396800

ih

v zm

b 01

OTW01C 00606G0000

396700

OTW01C 00752G0000

ih zm v a 01

396600

ih lm v 01

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144700

144800

wm1289ac

Figuur 9

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens, imissiepunten Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

OTW01C 00751G0000

0m

100 m schaal = 1 : 2354

09 08

397000 OTW01C 00750G0000

ref 02 OTW01C 00819G0000

0706

OTW01C 01000G0000

OTW01C 00477G0000

OTW01C 00653G0000

396800

OTW01C 00654G0000

OTW01C 00606G0000

ref 01

01 0203

05 0504

OTW01C 00752G0000

396600

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - RBS] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144800

wm1289ac

Figuur 10a

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens ibs#1, stationaire/ mobiele bronnen Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

0m

40 m schaal = 1 : 984

396900

OTW01C 01000G0000

OTW01C 00477G0000

lmcvv02 06 7 v0 Zm

vv 05

lmc 01 396800

v Zm

06

vv 04

OTW01C 00606G0000

396700 144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - IBS #1 verladen avond- en nachtperiode] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144700

wm1289ac

Figuur 10b

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens ibs#1, piekbronnen Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

0m

40 m schaal = 1 : 984

396900

OTW01C 01000G0000

Pozmv 09

OTW01C 00477G0000

mv Pz

p vc 0206 Pvv 07

Pozmv 07

Pvv 05 Pozmv 08 p vc 01 396800

v m Pz

06

Pvv 04

Pozmv 06

OTW01C 00606G0000

396700 144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - IBS #1 verladen avond- en nachtperiode] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144700

wm1289ac

Figuur 10c

ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Modelgegevens ibs#1, indirecte hinder Mobiele bron Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Schermen Hulpvlakken

396900

OTW01C 01000G0000

0m

60 m

OTW01C 00477G0000

schaal = 1 : 1546

21b v0 m z ih

396800

OTW01C 00606G0000

396700

OTW01C 00752G0000

ih zm v 01 a

396600

ih zm v 02 a ih lm v 01

144600 Industrielawaai - IL, [Melis Rosepdreef 9 - IBS #1 verladen avond- en nachtperiode] , Geomilieu V4.41

Greten Raadgevende Ingenieurs

144700

144800

Bijlage I

Algemene toelichting Duindam rapport In de toelichting in het Duindam-rapport wordt in de tabel het 24-uursverloop van een warme zomerdag weergegeven. In de avondperiode tussen 19.00 – 23.00 uur is de buitentemperatuur relatief gezien aan de hoge kant. De warmte van overdag zorgt ervoor dat alles in de stal is opgewarmd (inclusief muren en daken). De warmte in de stal (die gedurende de dag is opgelopen) zorgt ervoor dat de dieren in de stal moeilijker hun eigen lichaamswarmte kwijt kunnen. Hiervoor moet extra geventileerd worden. In de nacht daalt de buitentemperatuur en in de aanvang van de dagperiode is de buiten- en binnentemperatuur het laagst. Dit betekent dat de ventilatie in de eerste uren met een laag toerental kan draaien (door koelere buitenlucht hoeft er immers minder geventileerd te worden). In de dagperiode tussen 07.00 en 19.00 uur loopt vanaf 07.00 uur de buitentemperatuur gestaag omhoog en wordt er automatisch steeds meer geventileerd. In de dagperiode tussen 07.00 uur en 19.00 uur is sprake van een grotere range t.a.v. de buitentemperatuur (temperatuur in de ochtend koel en in de middag op zijn warmst). Later op de middag neemt gestaag de buitentemperatuur weer af. Het 24-uursverloop van de ventilatie bepaald hoeveel er gemiddeld over de gehele periode geventileerd wordt.

Het is derhalve dat het benodigde ventilatiedebiet in de (korte periode van de ) avondperiode gemiddeld hoger ligt dan in de dagperiode (langere periode met een grotere range temperatuurverloop).

Bijlage II

wm1289ac ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk Rapport: Model:

Bijlage II Modelgegevens, rbs

Lijst van model eigenschappen RBS

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

RBS pc5 #2|Industrielawaai|IL|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

pc5 op 11-1-2018 pc4 op 23-12-2019 Geomilieu V4.30

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Meteorologische correctie Standaard bodemfactor Absorptiestandaarden Dynamische foutmarge Clusteren gebouwen Verwijderen binnenwanden

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Etmaalwaarde Max(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten Toepassen standaard, 5,0 1,0 HMRI-II.8 -Ja Ja

Geomilieu V4.41

23-12-2019 14:33:52

wm1289ac ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk

Bijlage II Modelgegevens, rbs

Commentaar

Geomilieu V4.41

23-12-2019 14:33:52

wm1289ac ao Melis Rosepdreef 9 te Oisterwijk Model: Groep:

Bijlage II Modelgegevens, rbs

RBS Melis Rosepdreef 9 - Oisterwijk (ab) (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL

Naam G00 G 02a G 02b G 02c G 03

Omschr. Rosepdreef 9 machine berging etc garage etc gebouw 3

X-1 144579,01 144607,69 144623,37 144616,38 144580,69

Y-1 396747,61 396756,97 396769,61 396778,82 396795,69

Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hoogte 3,00 3,60 2,40 2,50 2,60

Omtrek 83,43 63,54 47,82 28,43 91,78

Oppervlak 274,53 234,46 76,65 31,75 392,04

Refl. 31 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11423615/5