21-113A VVGB Pluimveehouderij Rosep 9 - Raadsvoorstel - aanvaard
Tekst van het document
Zaaknummer: 132963
Raadsvoorstel Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen wijziging pluimveehouderij Rosepdreef 9 te Oisterwijk
Raadsvergadering d.d. 9 juni 2022 Afdeling: Ruimte
Zaaknummer: 132963
Raadsvoorstelnr: 21-113A
Voorstel 1. In te stemmen met de conclusie dat met de wijziging van de pluimveehouderij aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 2. Om deze reden een verklaring van geen bedenkingen af te geven als onderdeel van de procedure bij een uitgebreide omgevingsvergunning. Inleiding Op 17 september 2018 is een omgevingsvergunningaanvraag ingediend voor het wijzigen van de pluimveehouderij aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk aan de hand van een tweetal varianten, waarbij beide varianten leiden tot een afname van de stikstofemissie, te weten een afname van circa 10%, respectievelijk van circa 74%. In de huidige situatie is sprake van een milieuvergunning voor het houden van 19.310 vleeskalkoenen. De initiatiefnemer is in principe voornemens om zijn pluimveehouderij te wijzigen en één bestaande stal, waar nu vleeskalkoenen in gehuisvest worden, in gebruik te nemen als opslag. Dit resulteert in principe in een afname van het aantal dieren en in een afname van de emissie van ammoniak, geur en fijnstof. Verder zal het aantal vleeskalkoenen binnen drie bestaande stallen enigszins afnemen. Dit betreft variant één. Hierdoor zal het aantal vleeskalkoenen afnemen met 1.965 stuks. Er verandert verder niets aan de wijze van huisvesting en alle stalsystemen blijven verder gelijk.
Aangezien de initiatiefnemer in het verleden te maken heeft gehad met een ziekte onder de vleeskalkoenen, wil hij een optie achter de hand houden. Dit betreft variant twee. Variant twee betreft het houden van 85.000 vleeskuikens in drie bestaande stallen. Dit resulteert in een afname van de emissie van ammoniak, geur en fijnstof. Intern verandert er verder niets aan de stallen ten opzichte van de bestaande situatie. Middels een zogenaamde of/of-vergunning wil de initiatiefnemer binnen bestaande stallen zowel kalkoenen als vleeskuikens mogen houden, waardoor hij in het geval van het ontstaan van een ziekte onder zijn vleeskalkoenen over kan schakelen naar vleeskuikens. Conform het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied, correctieve herziening” is een verandering van dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen niet toegestaan. Om medewerking te kunnen verlenen aan de beoogde ontwikkeling, dient een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure te worden doorlopen voor de activiteiten milieu en planologisch strijdig gebruik. Uw gemeenteraad heeft voor veehouderijen besloten om categorieën aan te wijzen van gevallen waarvoor een algemene verklaring van geen bedenkingen geldt. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning binnen de reikwijdte van deze categorieën valt, hoeft er door het college geen verklaring van geen bedenkingen bij uw gemeenteraad te worden aangevraagd.
In het onderhavige geval is voor de afwijking van het bestemmingsplan een verklaring van geen bedenkingen vereist van uw gemeenteraad. Dit omdat geen gebruik gemaakt kan worden van het categorieënbesluit aangezien in het geval van de tweede variant (vleeskuikens) het aantal dieren toeneemt. Daarvoor dient op basis van ruimtelijke relevante argumenten de afweging te worden gemaakt of met deze ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op basis van de bij de aanvraag gevoegde ruimtelijke onderbouwing, de
1
uitgevoerde onderzoeken en het doorlopen van het proces is geconcludeerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op 3 juni 2021 heeft de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen afgegeven, waarna de ontwerpbeschikking ter inzage is gelegd. Aangezien de zienswijzentermijn voorbij is, stelt het college u nu voor om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Argumenten 1.1 Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening en er wordt voldaan aan wettelijke normen voor natuur en milieu Bij de aanvraag voor de wijziging van de pluimveehouderij is door de initiatiefnemer een ruimtelijke onderbouwing ingediend. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn de relevante beleidsen omgevingsaspecten beschreven en onderzocht. De onderzoeken zijn inhoudelijk beoordeeld door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en zijn akkoord bevonden. De algehele conclusie luidt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat wordt voldaan aan alle wettelijke normen voor natuur en milieu. Voor het onderdeel natuurbescherming heeft Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant reeds een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. De ruimtelijke onderbouwing en de verrichte onderzoeken zijn als bijlage toegevoegd.
1.2 De beoogde wijziging van de pluimveehouderij heeft in principe een afname van het aantal dieren tot gevolg In de beoogde situatie wordt één bestaande stal, waar nu vleeskalkoenen in gehuisvest worden, in gebruik genomen als opslag. Verder zal het aantal vleeskalkoenen binnen drie bestaande stallen enigszins afnemen. Dit heeft een afname van het aantal vleeskalkoenen tot gevolg van 19.310 stuks in de huidige situatie naar 17.345 stuks in de beoogde situatie. Dit betreft een afname van 1.965 vleeskalkoenen. Uitsluitend wanneer een ziekte ontstaat onder de vleeskalkoenen zal omgeschakeld worden naar vleeskuikens. Gelet hierop heeft de beoogde ontwikkeling in principe een afname van het aantal dieren tot gevolg. 1.3 De beoogde wijziging van de pluimveehouderij leidt tot een afname van de ammoniakemissie en heeft daarom een positief effect op de omgeving De beoogde ontwikkeling gaat in principe gepaard met een afname van 1.965 vleeskalkoenen (variant 1). De vermindering van het aantal vleeskalkoenen heeft een afname van de ammoniakemissie tot gevolg ten opzichte van de vigerende vergunning. Ten opzichte van de vigerende vergunning zal de ammoniakemissie afnemen met 938,9 kilogram ammoniak per jaar. Dit betreft procentueel gezien een afname van circa 10,2%.
Wanneer onder de vleeskalkoenen een ziekte ontstaat, wil de initiatiefnemer om kunnen schakelen naar het houden van vleeskuikens (variant 2). Wanneer binnen drie bestaande stallen vleeskuikens worden gehouden, heeft dit een aanmerkelijke afname van de emissie van ammoniak tot gevolg. Ten opzichte van de vigerende vergunning zal de ammoniakemissie afnemen met 7.676,9 kilogram ammoniak per jaar. Dit betreft procentueel gezien een afname van circa 73,6%. Deze aanmerkelijke afname is te verklaren door het feit dat de emissie van ammoniak per vleeskuiken vele malen lager is dan voor een vleeskalkoen. De ammoniakemissie van een vleeskuiken bedraagt circa 94% minder dan van een vleeskalkoen. In het geval van beide varianten is geen sprake van een significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Immers, beide varianten gaan gepaard met een afname van de emissie van ammoniak, waardoor de beoogde ontwikkeling een positief effect heeft op de omgeving, waaronder op omliggende kwetsbare natuurgebieden. 1.4 De beoogde wijziging van de pluimveehouderij leidt tot een afname van de geuremissie en daarom tot een verbetering van het woon- en leefklimaat ter hoogte van omliggende (geurgevoelige) objecten De beoogde ontwikkeling gaat, zoals in het bovenstaande reeds is vermeld, in principe gepaard met een afname van 1.965 vleeskalkoenen (variant 1).
De vermindering van het aantal vleeskalkoenen heeft een afname van de geuremissie tot gevolg ten opzichte van de vigerende vergunning. Ten opzichte van de vigerende vergunning zal de geuremissie afnemen met circa
2.960,5 Ou/sec. Dit betreft een afname van circa 10,2%. Wanneer onder de vleeskalkoenen een ziekte ontstaat, wil de initiatiefnemer om kunnen schakelen naar het houden van vleeskuikens (variant 2). Wanneer binnen drie bestaande stallen vleeskuikens worden gehouden, heeft dit een afname van de emissie van geur tot gevolg. Ten opzichte van de vigerende vergunning zal de geuremissie afnemen met 1.880,5 Ou/sec. Dit betreft een afname van circa 6,3%. In beide situaties wordt ruimschoots voldaan aan wettelijke geurnormen voor wat betreft vooren achtergrondbelasting. Immers, beide varianten gaan gepaard met een afname van de emissie van geur, waardoor de beoogde ontwikkeling een positief effect heeft op het woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten in de nabije omgeving. 1.5 De beoogde wijziging van de pluimveehouderij leidt tot een afname van de emissie van fijnstof en heeft daarom een positief effect op de omgeving De beoogde ontwikkeling gaat, zoals in het bovenstaande reeds meermaals is vermeld, in principe gepaard met een afname van 1.965 vleeskalkoenen (variant 1). De vermindering van het aantal vleeskalkoenen heeft een afname van de fijnstofemissie tot gevolg ten opzichte van de vigerende vergunning. Ten opzichte van de vigerende vergunning zal de fijnstofemissie afnemen met 164,3 kilogram per jaar. Dit betreft een afname van circa 10,2%.
Wanneer onder de vleeskalkoenen een ziekte ontstaat, wil de initiatiefnemer om kunnen schakelen naar het houden van vleeskuikens (variant 2). Wanneer binnen drie bestaande stallen vleeskuikens worden gehouden, heeft dit een afname van de emissie van fijnstof tot gevolg. Ten opzichte van de vigerende vergunning zal de fijnstofemissie afnemen met 33,8 kilogram per jaar. Dit betreft procentueel gezien een afname van circa 2,0%. In het geval van beide varianten wordt voldaan aan de wettelijke normen omtrent de emissie van fijnstof. Beide varianten gaan immers gepaard met een afname van de emissie van fijnstof, waardoor de beoogde ontwikkeling een positief effect heeft op de omgeving. 1.6 De beoogde wijziging van de pluimveehouderij biedt de initiatiefnemer de mogelijkheid om zijn bedrijfsvoering snel om te kunnen schakelen Middels de beoogde wijziging van de pluimveehouderij ontstaat voor de initiatiefnemer de mogelijkheid om in bestaande stallen zowel kalkoenen als vleeskuikens te houden middels een of/of-vergunning. Op deze manier kan de initiatiefnemer in het geval van besmetting met een bacterie snel omschakelen van vleeskalkoenen naar vleeskuikens en is het voor de initiatiefnemer mogelijk om een gezonde bedrijfsvoering te behouden en wordt onnodige sterfte van vleeskalkoenen voorkomen.
1.7 Het vooroverleg met provincie en waterschap is succesvol afgerond Beide vooroverleginstanties hebben een positieve grondhouding uitgesproken. De provincie NoordBrabant heeft aangegeven dat het plan in overeenstemming is met provinciale belangen en het waterschap heeft een positief wateradvies gegeven. 1.8 Er heeft een omgevingsdialoog met de buurt plaatsgevonden De initiatiefnemer heeft gedurende medio juli 2019 omwonenden in een vroeg stadium geïnformeerd over en betrokken bij het voornemen tot het wijzigen van de puimveehouderij. Inhoudelijk zijn de plannen toegelicht en is de gelegenheid geboden om vragen te stellen. De conclusie van de omgevingsdialoog luidt dat omwonenden geen bezwaren hebben geuit tegen de voorgenomen plannen. Informatie omtrent de omgevingsdialoog en de reacties van omwonenden zijn als bijlage opgenomen bij de ruimtelijke onderbouwing. 1.9 Er zijn géén zienswijzen ingediend ten aanzien van de ontwerpbeschikking De ontwerpbeschikking heeft van 18 februari 2022 tot en met 1 april 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Tijdens de tervisielegging zijn géén zienswijzen ingediend.
2.1 Een verklaring van geen bedenkingen is wettelijk vereist In het Besluit omgevingsrecht is geregeld dat een verklaring van geen bedenkingen van uw raad is vereist bij een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Hiermee wordt invulling gegeven aan de bestuurlijke rol van uw raad als het gaat om het stellen van ruimtelijke beleidskaders. Deze verklaring is een bindend advies en vormt een integraal onderdeel voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Zonder deze verklaring van geen bedenkingen kan het college, als bevoegd gezag, de gevraagde omgevingsvergunning niet verlenen. 2.2 Het verlenen van medewerking is niet langer mogelijk via het vigerende bestemmingsplan In het bestemmingsplan “Buitengebied, correctieve herziening” heeft uw raad beoogd een wijziging van het aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of stalsystemen rechtstreeks toe te staan zolang dit niet gepaard ging met een toename van de ammoniakemissie. De voorliggende aanvraag leidt tot een lagere ammoniakemissie en zou dus rechtstreeks zijn toegestaan. Op 30 november 2016 heeft de Raad van State echter deze zinsnede uit het plan geschrapt. Dit betekent dat iedere wijziging bij een agrarisch bedrijf nu in strijd is met het bestemmingsplan. Hierdoor is medewerking alleen nog mogelijk via het aanvragen van een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan.
2.3 De algemene verklaring van geen bedenkingen is niet van toepassing Het aanvragen van een verklaring van geen bedenkingen is een behoorlijke belasting van zowel uw raad, het college als het ambtelijk apparaat. Om deze reden heeft uw raad op 6 april 2017 besloten om voor veehouderijen categorieën aan te wijzen waarvoor een algemene verklaring van geen bedenkingen geldt. In het raadsbesluit is echter specifiek vermeld dat dit niet van toepassing is bij een toename van het aantal dieren. Om deze reden dient uw raad voor dit project zelf een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Kanttekeningen 1.1 Weigering van de verklaring van geen bedenkingen kan alleen als er géén sprake is van een goede ruimtelijke ordening Zoals in het bovenstaande reeds is aangegeven, schrijft het vigerende bestemmingsplan voor dat een verandering van dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen niet is toegestaan. Om medewerking te kunnen verlenen aan de beoogde wijziging van de pluimveehouderij dient onder meer een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure te worden doorlopen voor de activiteit planologisch strijdig gebruik. Uw gemeenteraad heeft voor veehouderijen besloten om categorieën aan te wijzen van gevallen waarvoor een algemene verklaring van geen bedenkingen geldt.
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning binnen de reikwijdte van deze categorieën valt, hoeft er door het college geen verklaring van geen bedenkingen bij de gemeenteraad te worden aangevraagd. In het onderhavige geval is voor de afwijking van het bestemmingsplan een verklaring van geen bedenkingen vereist van uw gemeenteraad. Dit omdat in het onderhavige geval geen gebruik gemaakt kan worden van het categorieënbesluit aangezien in het geval van de tweede variant (vleeskuikens) het aantal dieren toeneemt. In het Besluit omgevingsrecht is bepaald dat uw gemeenteraad de verklaring van geen bedenkingen slechts kan weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Deze weigering dient te zijn gebaseerd op basis van ruimtelijk relevante argumenten. In onze optiek is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Mocht toch worden besloten om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren dan kan de initiatiefnemer hiertegen bezwaar maken. Samenwerking N.v.t. Financiën Er is geen sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro. Om die reden is het sluiten van een anterieure overeenkomst niet noodzakelijk. Ten behoeve van de apparaatskosten van de behandeling van deze aanvraag worden door de initiatiefnemer leges betaald conform de door de raad vastgestelde Legesverordening. Communicatie
Na het besluit van uw raad over de verklaring van geen bedenkingen wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gebracht. Het college neemt vervolgens een besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. De terinzagelegging van het besluit wordt gepubliceerd in de Nieuwsklok en de Staatscourant. Daarnaast worden de gebruikelijke instanties (provincie, waterschap en veiligheidsregio) van het plan op de hoogte gebracht. Het besluit en de stukken behorend bij de aanvraag omgevingsvergunning zijn voor de inwoners te raadplegen via de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl en in te zien bij de publieksbalie. Uitvoering Na het besluit van uw raad over de verklaring van geen bedenkingen kan het besluit worden opgesteld. Het college zal vervolgens een besluit nemen op de aanvraag om vergunning. Dit besluit zal met de verklaring van bedenkingen worden gepubliceerd en ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op de dag dat de beroepstermijn afloopt, treedt de omgevingsvergunning in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening (schorsing) is ingediend. Bijlagen 1. Concept raadsvoorstel en –besluit verklaring van geen bedenkingen wijziging pluimveehouderij Rosepdreef 9 te Oisterwijk; 2.
Ruimtelijke onderbouwing projectafwijkingsprocedure Rosepdreef 9, 5062 TB te Oisterwijk met de volgende bijlagen: Plattegrondtekening; Afschrift verleende Wnb-vergunning; Invoergegevens en rekenresultaten V-stacks vergunning; Invoergegevens en rekenresultaten V-stacks gebied; Fijnstofberekening vleeskalkoenen; Fijnstofberekening vleeskuikens; Akoestisch onderzoeksrapport; Omgevingsdialoog.
Oisterwijk 19 april 2022, Het college, de secretaris,
de burgemeester,
Coen Boode
Hans Janssen
Raadsbesluit Voorstel tot het verlenen van een verklaring van geen bedenkingen voor de wijziging van de pluimveehouderij aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk
De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van het college d.d. 19 april 2022, afdeling Ruimte, raadsvoorstel nr. 21-113A, Overwegende dat: -
Op 17 september 2018 is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het wijzigen van de pluimveehouderij aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk;
-
het college de omgevingsvergunning niet kan verlenen voordat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben;
-
de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen alleen kan weigeren in het belang van een goede ruimtelijke ordening;
-
uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het project niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening is en de weigeringsgrond als genoemd in artikel 2.27 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht niet van toepassing is;
Gelet op het bepaalde in artikel 2.27, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht; besluit : 1. In te stemmen met de conclusie dat met de wijziging van de pluimveehouderij aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk sprake is van een goede ruimtelijke ordening;
2. een verklaring van geen bedenkingen te verlenen voor de omgevingsvergunning ten
behoeve van de wijziging van de pluimveehouderij aan de Rosepdreef 9 te Oisterwijk;
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oisterwijk op 9 juni 2022 de griffier,
de voorzitter,
Daniëlle Robijns
Hans Janssen