CConstaterende datOisterwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

1a Koersdocument Oostflank januari 2024 - aangepast

RAAD 7 maart 2024, gemeente OisterwijkBij agendapunt: Koersdocument Oostflank - GEWIJZIGD AANVAARD23.235 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Koersdocument

Oostflank Samen maken we de ruimte! Een integraal toekomstperspectief voor de dorpen en landschappen van de Oostflank

Januari 2024

"Herinnering aan Brabant" (bewerkt met kleur overlay) - Vincent van Gogh (1853-1890), Saint-Rémy-de-Provence, maart-april 1890 2

VOORWOORD

De Oostflank is het landschap (en de kernen zelf) tussen Berkel-Enschot, Biezenmortel, Haaren, Heukelom, Moergestel, Oisterwijk, en Udenhout. De gemeente Oisterwijk en de gemeente Tilburg staan samen voor de uitdaging om koers te bepalen voor dit gebied. Zodat het zich in de periode tot 2040 verder kan ontwikkelen tot een gebied met sterke natuur, passende mobiliteit, voldoende woningen, duurzame landbouw en een sterke lokale economie. Onze dorpen en de open ruimte daar om heen koesteren we. Door bijvoorbeeld meer groen aan te leggen en te zorgen voor een goede mix van bewoners. Starters, senioren en mensen met een gemiddeld inkomen moeten er ook terecht kunnen. Wil het gebied een fijne plek zijn om te wonen, werken en te leven, dan horen daar ook (maatschappelijke) voorzieningen bij zoals ruimte voor bedrijven, scholen, zorg, sport, parken en winkels. In dit gebied van 7.200 hectare stapelen de opgaven zich op en zijn de belangen soms tegenstrijdig. Moet de natuur meer ruimte krijgen of juist de ecologische landbouw? Er is dringend behoefte aan nieuwe woningen, maar past een nieuwbouwwijk wel bij het dorpse karakter? Nieuwe bewoners zijn belangrijk voor een sterk verenigingsleven, een bloeiende school en natuurlijk de lokale economie, maar is er ook ruimte voor de groeiende hoeveelheid verkeer? De ruimtedruk in dit gebied is heel groot. We weten dat niet alles overal kan.

Daarom hebben we ons verdiept in de kwaliteiten en kansen van dit gebied. In dit concept-koersdocument bepalen we onze gezamenlijke ambities, maar stellen we ook prioriteiten en maken we keuzes. Wat ons hierbij helpt is een integrale aanpak. Een brede blik waarbij we alle ruimtelijke uitdagingen met elkaar verbinden. In dit concept-koersdocument geven wij richting aan de integrale gebiedsontwikkeling die nodig is om dit gebied op een kwalitatieve manier te ontwikkelen. Zodat we zo goed mogelijk voorzien in de behoeften van de samenleving op deze plek. Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. In aanloop naar dit concept-koersdocument zijn we met elkaar in gesprek geweest: inwoners, raadsleden, bestuurders, ambtenaren, ontwerpers, adviseurs, ondernemers, boeren, natuurbeheerders, waterbeheerders en netbeheerders. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met u verder uit te werken en op te pakken.

De colleges van de gemeenten Oisterwijk en Tilburg

3

AMBITIES KOERSDOCUMENT OOSTFLANK

Koers voor de Oostflank van de SRBT Onderschrift

4

4

INHOUDSOPGAVE 01 Inleiding en uitgangspunten 06 Deel 1:

02 Koers op hoofdlijnen 14 03 Koers per laag 20 3.1 3.2 3.3

Onderste laag: fysieke ondergrond 21 Middelste laag: netwerken 41 Bovenste laag: occupatie 51

Deel 2:

04 Koers per kern 74 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Oisterwijk 75 Berkel-Enschot 78 Udenhout 84 Biezenmortel 86 Haaren 88 Moergestel 90

Deel 3:

05 De stap naar uitvoering 98 Colofon

Dit rapport is een klikbaar document. Vanuit de inhoudsopgave kunt u doorklikken naar het gewenste hoofdstuk, en vanuit daar weer terugkeren naar de inhoudsopgave. Op elke pagina kunt u ook met de pijlen onderin navigeren. 5

01 INLEIDING EN UITGANGSPUNTEN

(foto: Ton van Rooij)

6

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING EN UITGANGSPUNTEN Het ontstaan van de “Oostflank SRBT” De kiem van het ontstaan van de Oostflank ligt bij het ontstaan van een nieuwe samenwerking op regionale schaal tussen de regio’s van Breda en Tilburg. Hieruit is de ‘SRBT’ voortgekomen: de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Al snel werd in dit traject duidelijk dat er een specifieke – integrale – ontwikkelstrategie voor de kleinere kernen in de SRBT nodig was. Vanuit de SRBT-schaal is toen een verkenning gemaakt van ruimtelijk-samenhangende deelgebieden in het ‘Brabant Mozaïek’. Vanuit die analyse is de Oostflank SRBT ontstaan: 7 kernen in een typisch Brabants landschap. Deze eerste verkenning heeft in september 2021 geleid tot een gezamenlijk besluit van de colleges van Tilburg en Oisterwijk om een Koersdocument voor dit gebied, de ‘Oostflank van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg’, uit te werken. Sindsdien werken gemeente Tilburg en Oisterwijk nauw samen. De opgaven die spelen binnen de SRBT zijn als volgt (zie concept ontwikkelstrategie juli 2023):

1

Meer brede welvaart verdeeld over stad en land

2 3 4

Benutten van de kracht van het Brabantse

Het is een gebied waar stad en landschap elkaar ontmoeten. Op het gebied van verstedelijking, biodiversiteit, natuur, mobiliteit, landbouw, water en klimaat ligt er een grote druk op dit landschap. De urgenties in het water- en ecosysteem zijn groot. De keuzes die hierin moeten worden gemaakt bepalen in grote mate de toekomstige kwaliteit van onze leefomgeving. Maar: doordat een groot deel van die opgaven min of meer tegelijkertijd speelt, is er nu een unieke kans om ze op elkaar af te stemmen, te verbinden en zo optimale synergie te bereiken. Zo kan een grote kwaliteitsimpuls worden gegeven aan de kwaliteit en leefbaarheid van het gebied. Daarom werken we in de Oostflank aan een regionale, integrale ruimtelijke visie. Dat vraagt om heldere bestuurlijke keuzes. Keuzes die de motor vormen voor een integrale gebiedsontwikkeling Oostflank. Het projectgebied behelst de zeven kernen en het gebied daar direct omheen. De grenzen zijn niet keihard. We zoeken altijd naar de relatie met de gebieden hier omheen en zoeken ook de samenwerking op met buurgemeenten om bepaalde doelen te behalen.

De basis voor de uitgangspunten van de Oostflank

mozaïek

In 2019 werd door de gemeente Tilburg ‘Masterplan

Slim motorblok van Noord-Brabant en

Pauwels’ vastgesteld. Toen in 2020 ook duidelijk

Nederland

werd dat de Tilburgse woningbouwopgave naar

Transitie naar duurzame warmte en energie en

boven bijgesteld moest worden, was dit aanleiding

circulaire economie

om nader onderzoek uit te zetten naar de

5

Woningbouw inzetten als hefboom

draagkracht van het oostelijk deel van Pauwels, met

6

Bereikbaar blijven

de dorpen Berkel-Enschot en Udenhout. Ook was net bekend geworden dat het dorp Biezenmortel door

Het gebied

gemeentelijke herindeling onderdeel van gemeente

De Oostflank is een bijzonder gebied van ca. 7.200

de vraag van het college van B&W van Tilburg voor

hectare. Daarnaast zijn de geschiedenis van Tilburg

nader onderzoek naar een mogelijk toekomstige

en Oisterwijk al eeuwen met elkaar verweven (zie: p.

invulling van de locatie Zwaluwenbunders.

Tilburg zou gaan worden. Daar bovenop kwam nog

22-23).

7

Projectgebied van de Oostflank

8

Vlak na de collegebesluiten van september 2021 werd in december 2021 de Tilburgse ‘Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie’ vastgesteld waarin de Oostflank als uitwerkingsopgave werd benoemd. Een leidend principe werd daarin ook al vastgesteld: “we verstedelijken in en rondom de dorpen, maar laten de dorpen niet aan elkaar groeien. De dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel hebben elk hun eigen karakteristieken en identiteit. Deze willen we behouden en versterken”. Gemeente Oisterwijk heeft dit principe ook vastgelegd in haar ‘Woonzorgvisie 2022-2027’: “De huidige structuur van afzonderlijke dorpen van elkaar gescheiden door groenzones (Brabantse Mozaïek) houden we in stand”. Een tweede fundament was de nieuwe visie ‘Van Gogh Nationaal Park’ (VGNP). Deze visie, waarin het evenwicht tussen ‘innovatie’ en ‘authentiek landschap’ centraal staat, was ook al omarmd als uitgangspunt in de Verstedelijkingsstrategie SRBT. De Oostflank is de eerste gebiedsgerichte uitwerking van deze visie en daarmee beoogd als ‘uithangbord’ van VGNP. De volgende uitgangspunten van de verstedelijkingsstrategie SRBT zijn vastgesteld:

1

Bodem en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen.

2

We realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie.

3

De juiste woning op de juiste plek.

4

Versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid.

5

Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking.

Het Koersdocument Oostflank SRBT werkt deze

Een uitnodiging aan onze partners De ambitie van Tilburg en Oisterwijk is het waarborgen van een veilige en aantrekkelijke omgeving, het bevorderen van de biodiversiteit, het verkrijgen van een gezonde bodem en het garanderen van voldoende en schoon water. Ook streven we naar een duurzame landbouw, die in balans is met de ondergrond en een robuust ecosysteem. Dat is niet alleen een zaak van het Rijk, maar zeker ook van provincies, gemeenten en waterschappen, gebiedsprocessen, bedrijven en inwoners. De opgaven die gesteld worden in dit Koersdocument vallen tevens voor een groot deel samen met de ruimtelijke opgaven uit het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) en de Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) van de provincie: Dan gaat het o.a. over de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied, de groenblauwe gebiedsopgaven in de overgangsgebieden rondom de Natura 2000-gebieden en Natte Natuurparels en de bufferzones langs beekdalen. Zo geven we op gemeentelijk niveau vorm aan het werken als één overheid. Daarnaast is ook door de ZLTO en de boomtelers in ons gebied het plan ‘Versailles van het Noorden’ gemaakt. De uitdaging aan alle partners is om alle opgaven op een slimme manier met elkaar te verbinden, zowel inhoudelijk, qua planning en proces, als financieel.

Daarmee wordt de aanpak van die opgaven niet per se makkelijker, maar we hebben de overtuiging dat het resultaat ervan wel veel beter zal zijn. Met dit Koersdocument pakken we de opgaven aan. We vragen gebiedspartners, inwoners en de andere overheden om deze koers samen met ons verder uit te werken in concrete plannen en programma’s. We proberen een omslag te maken van losse visies en uitvoeringplannen naar integrale ontwikkeling.

uitgangspunten gebiedsgericht uit, vanuit de specifieke omstandigheden en kansen die de Oostflank biedt. Vanaf het begin is de Oostflank SRBT opgezet als een integrale gebiedsontwikkeling. Hiermee is dit Koersdocument ook een gebiedsgerichte uitwerking van het ‘Integraal Ruimtelijk Voorstel’ dat alle provincies in 2023 uitwerken, als bijdrage aan de nieuwe Nota Ruimte.

9

De Rijksoverheid onderkent dit ook in het

Met dit Koersdocument geven we invulling aan

programma NOVEX, waar invulling aan gegeven

dit integrale ruimtelijke voorstel, door een koers

wordt door middel van zogenaamde “provinciale

te schetsen voor de Oostflank van de SRBT. Het

startpakketten”, die in december 2022 naar de

ruimtelijk voorstel nodigt het gebied uit om, in

provincies zijn verstuurd. Gedurende 2023 moet

een langjarige gebiedsontwikkeling, de Oostflank

de landelijke ‘ruimtelijke puzzel’ (NOVEX) opnieuw

in transitie te brengen en daarmee een glorieus

gelegd worden, in nauwe samenwerking tussen het

perspectief te bieden!

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Een concreet integraal ruimtelijk voorstel is het beoogde resultaat.

Uitgangspunten Oostflank SRBT

1 2

10

•

We passen de lagenbenadering toe, waarbij de onderste laag randvoorwaarden stelt aan de bovenliggende lagen. Op basis van de lagenbenadering formuleren we heldere ontwikkelprincipes.

•

We zetten primair in op natuur- en landschapsontwikkeling met een kwantitatieve ambitie om minimaal 500 hectare nieuwe natuur - waarvan 200 hectare bos minimaal 20 strekkende km houtwallen en singels en 20 strekkende km lanen te ontwikkelen.

•

We zetten maximaal in op de mobiliteitstransitie door te kiezen voor versterking van het OV- en fietsnetwerk, het zoveel mogelijk ‘verluwen’ van het autoverkeer in de dorpskernen en houden de bereikbaarheid op orde.

•

We realiseren maximaal 4.000-5.000 woningen in de Oostflank tot 2040, waarvan de helft t/m 2030.

•

We sluiten aan bij de SRBT-woondeal, waarin we hebben afgesproken om minimaal 70% van de woningbouwprogrammering in de Oostflank als geheel in te zetten voor betaalbare woningen: Concreet: 30% sociale huurwoningen en 40% middenhuur en/of betaalbare koopwoningen (€390.000, betaalbaarheidsgrens 2024). Beide gemeenten houden zich hiernaast uiteraard tevens minimaal aan hun eigen beleid.

•

We kiezen eerst voor passende inbreiding en transformatie van bestaande bebouwing dan voor uitbreiding en zetten vol in op de versterking van de dorpskernen. Buiten de dorpskernen faciliteren we nieuwe economische functies in samenhang met de landbouwtransitie, boomteelt en natuurontwikkeling.

•

We laten de dorpen niet aan elkaar groeien en passen woningbouw in op basis van de lagenbenadering. Nieuwe woningbouwontwikkelingen gaan een verbinding aan met het landschap. Mede hierdoor ontstaan nieuwe woonmilieus.

"Ik droom mijn schilderij en schilder mijn droom." Vincent van Gogh

11

12

13

02 KOERS OP HOOFDLIJNEN

(foto: Gerdien Wolthaus Paauw)

14

INHOUDSOPGAVE

14

KOERS OP HOOFDLIJNEN De opgaven voor de Oostflank zijn omvangrijk en divers. We brengen ordening aan met de zogenaamde ‘lagenbenadering’. Dat betekent dat de onderste laag van natuur, water, bodem en cultuurhistorie voorwaarden stelt aan het grondgebruik en de infrastructuur. We onderscheiden drie lagen:

1

De onderste laag is de fysieke ondergrond (bodem, water, biotisch systeem, cultuurhistorie enz.). Deze laag heeft een lange ontstaansgeschiedenis en is kwetsbaar. Grote veranderingen en herstel vergen al gauw meer dan een eeuw en sommige waarden zijn onvervangbaar.

2

De middelste laag is de netwerklaag. Deze laag bevat netwerken van infrastructuur, met onder meer wegen, spoorlijnen, energie en waterwegen. Deze laag is veranderlijker dan de onderste laag, maar wordt wel gekenmerkt door hoge aanloopkosten en lange aanlooptijden. Belangrijke veranderingen duren 20 tot 80 jaar.

3

De bovenste laag is de occupatielaag (de gebruikslaag). Bij deze laag gaat het om menselijke activiteiten als wonen, werken en recreëren – en de fysieke neerslag daarvan. Deze laag kenmerkt zich door een relatief hoge veranderingssnelheid.

Deze lagenbenadering is de basis voor de opzet van hoofdstuk 3.

15

Koerskaart Oostflank Deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen

16

16

17

17

Koers onderste laag

integrale aanpak van de N65 als ‘Parkway’ voor te

Wij gaan aan de slag om het gebied

stellen. Verkeersveiligheid op bestaande wegen en

klimaatrobuuster te maken, door bodem en water

kruispunten dient gewaarborgd te worden. En de

sturend te laten zijn. Dit doet we onder meer

hoeveelheid autoverkeer dient acceptabel te zijn

door de sponswerking van de bodem te vergroten

in relatie tot capaciteit en verkeersveiligheid. De

en beekdalen zoveel mogelijk te vrijwaren van

gemeenschappen in het gebied worden optimaal

bebouwing en (intensieve) landbouw. We stemmen

verbonden.

bodemgebruik af op de bodemgesteldheid van de ondergrond, de vernatting van de beekdalen en

Koers bovenste laag

willen waterberging fors vergroten. We brengen

We zetten in op herstructurering en nieuwbouw

balans tussen gebruik en wat de bodem kan (ver)

in de ‘binnendorpse’ gebieden om te verdichten

dragen. De watersignaleringskaart, die verbeeldt

en de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen

waar er beperkingen zijn voor verstedelijking

te versterken. In combinatie met ontwikkeling

vanuit het watersysteem, is hierbij een belangrijk

van de kwaliteit van het landschap kunnen de

hulpmiddel.

dorpen op beperkte schaal uitbreiden, waar dat landschappelijk verantwoord is. Belangrijk

Ook willen we een forse bijdrage leveren aan de

is daarbij dat de dorpen niet aan elkaar

Brabantse Bossenstrategie. We zien ruimte om

groeien, maar aansluiten op het landschap,

ca. 500 ha nieuwe landschapselementen en bos

zodat we het Brabantse mozaïeklandschap

toe te voegen. Met name in de directe omgeving

in stand houden. Daarom hebben we óók de

van de Leemkuilen, de overgangsgebieden van

uitbreidingsmogelijkheden van de dorpen sterk

beide Natura-2000 gebieden en in de landschaps-

teruggebracht ten opzichte van de plannen van een

ecologische zones die van de Loonse en Drunense

decennium geleden. Tussen de dorpen blijft altijd

Duinen via de Leemkuilen naar de Oisterwijkse

een afstand van minimaal 750 meter onbebouwd,

Bossen & Vennen en Kampina lopen.

ofwel drie minuten fietsen van dorp naar dorp door het buitengebied. Op veel plekken is en blijft de

We geven invulling aan het GGA-gebied ‘Kampina,

afstand dus nog groter. De ontwikkellocaties zijn

Oisterwijkse Vennen en omgeving’ en die van

zodanig gekozen dat er ten alle tijden minimaal

de ‘Loonse en Drunense Duinen en omgeving’.

750 meter ruimte blijft tussen de dorpen. De

Daarbij ligt de focus op vernatting, uitbreiding

afstand tussen de dorpen willen we beschermen,

van bossen en landschapselementen, zoals bosjes,

door eerst te kiezen voor passende inbreiding

hagen, houtwallen en lanen. Ook zijn we van plan

en transformatie van bestaand bebouwd gebied.

om 20 kilometer nieuwe houtwallen, singels en 20

Nieuwe ontwikkelingen voor wonen en werken

kilometer nieuwe laanbeplanting te realiseren. Zo

aan de dorpsranden moeten altijd in relatie staan

versterken we de cultuurhistorische, ecologische en

tot het omliggende landschap. Zo komen we tot

recreatieve kwaliteiten van het landschap.

bijzondere nieuwe woonmilieus, klimaat-robuust en natuurinclusief, die de rijkheid van de Oostflank

Deze ingrepen in de onderste laag zorgen

vergroten. We zetten stevig in op een schonere,

tegelijkertijd voor betere condities voor flora en

veiligere en gezonde leefomgeving. We zetten

fauna waardoor deze weer kunnen floreren. De

maximaal in op betaalbare woningen, waarbij de

biodiversiteit zal hierdoor omhooggaan en willen

woonbehoefte van de dorpsbewoners een belangrijk

we verder versterken met de manier waarop we de

uitgangspunt is.

middelste en bovenste laag aanpakken. In de gemeente Tilburg zetten we binnen de

18

Koers middelste laag

Oostflank met name in op herstructurering en

We zetten ons krachtig in voor de komst van een

verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen.

nieuw NS-station in Udenhout, in nauwe samenhang

In Oisterwijk is nog ruimte voor beperkte

met de ontwikkeling van een ‘stationsmilieu’ en

uitbreiding, met een goede landschappelijke

een hoogwaardige fiets en OV verbinding tussen

inbedding, In het landelijk gebied richten we

de stations Udenhout en Oisterwijk. Met een

ons op de verduurzaming van landbouw, bos-

nieuw station dragen we op regionale schaal bij

en natuurontwikkeling en meer gereguleerde

aan de mobiliteitsverandering. We investeren in

ontwikkeling van de boomteelt. We zoeken daarbij

een betere toegankelijkheid van het landschap

verbinding met de provinciale Gebiedsgerichte

voor wandelaars en fietsers. Ook willen we de

Aanpak rond de natuurgebieden (GGA’s) en de

barrièrewerking voor mens en dier van de N65

ontwikkeling van het Brabants Plan Landelijk Gebied

en de spoorlijnen fors verminderen, door een

(BPLG).

18

HUIDIGE SITUATIE Landbouw

Natuur

Bebouwing Onderschrift Totaal

INTEGRALE KOERSKAART 3.500 ha

1.900 ha

Landbouw

2.800 ha

A - Landbouw

1.600 ha

B - Landbouw in overgangsgebieden

1.200 ha

Natuur

2.400 ha

A - Realisatie natuur- en landschapselementen

200 ha

B - Realisatie natuur

300 ha

Natuur (categorie (C)

1.900 ha

1.600 ha

Bebouwing

1.800 ha

7.000 ha

Totaal

7.000 ha

Koningsoord, Onderschrift Berkel-Enschot (foto: Claudia den Boer)

19

03 KOERS PER LAAG

Leemkuilen (foto: Gerdien Wolthaus Paauw)

20

INHOUDSOPGAVE

KOERS PER LAAG 3.1 Onderste laag: fysieke ondergrond Het perspectief voor de toekomst: De Oostflank is een doorlopend mozaïeklandschap waarin de dorpen stevig in het groen verankerd liggen. Het is een prachtig Brabants cultuurlandschap gebouwd en in stand gehouden door trotse boeren en boomkwekers. Robuuste beken en laagtes vormen de stevige ruggengraat van dit gebied, die als levensader het landschap van west naar oost doorkruisen. Weelderige natuurgebieden zijn stevig met elkaar verbonden, waardoor een samenhangend geheel ontstaat. Hier vinden we een diversiteit aan flora en fauna, van bos tot ruigtes en van boomkikker tot dassen. Rond de Leemkuilen vormt een sterke groene kern het hart, met de parkway N65 die een belangrijke rol speelt als entree en centrale as die het hart van de Oostflank doorkruist. Zo versterken we de zichtbaarheid en leesbaarheid van het Brabantse bekenlandschap, de basis van het Van Gogh Nationaal Park. In Van Gogh Nationaal Park investeren we als partners samen in het landschap van de toekomst. We hebben vier ontwikkellijnen of programma's bepaald waar al onze initiatieven aan bijdragen. We richten onze focus op stad-landverbinding; natuur-, landschapen erfgoedbeleving & duurzaam toerisme. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er in onze activiteiten, ruimte is voor educatie & participatie en voor natuur & gezondheid.

Aan de oostzijde van het gebied verbindt de Kampina, als robuuste natuur eenheid, de Oostflank met de Brabantse Kempen.

Onderste laag: fysieke ondergrond

○ ○ ○ Cultuurhistorie

Water

Natuur

21

Inleiding in de cultuurhistorie van de Oostflank Het gebied van de Oostflank kent een zeer lange bewoningsgeschiedenis, waarbij Oisterwijk en Tilburg nauw met elkaar verweven zijn.

Rond 1200 wonen de adellijke ‘heren van Tilburg’ vermoedelijk in een burcht (Ter Burgt) tussen de Voorste en Achterste Stroom in, wat later Oisterwijk wordt. Zij bezitten het ‘grote Tilburg’ dat zich uitstrekte van het Helvoirts Broek (oost) tot aan de bovenloop van de Donge (west). Rond 1200 begint echter ook stapsgewijs de inlijving van Noord-Brabant

Landschappelijke ontwikkeling

bij de Hertog van Brabant. Lokale machthebbers worden

Het kenmerkende Brabantse bekenlandschap van de

verdreven. Vóór 1212 sticht de hertog ‘Vrijheit Oisterwijk’

Oostflank werd tijdens verschillende langdurige perioden

en wordt daarmee de hoofdplaats van het gelijknamige

van de laatste ijstijd gevormd. Zowel door water als wind

‘kwartier’ van de Meierij van ’s-Hertogenbosch. Het grote

werden er in de loop van vele duizenden jaren enorme

Tilburg wordt gesplitst in Oost-Tilburg (Oisterwijk) en

hoeveelheden zand en leem meegenomen en hier afgezet. Zo

West-Tilburg (Tilburg) en er ontstaan twee belangrijke

ontstond een afwisselend patroon van hoger gelegen grotere

parochies. Hierdoor wordt Enschot steeds minder belangrijk,

dekzandplateaus en kleinere -koppen die afgewisseld worden

waardoor handelsroutes later ook niet meer hier passeren.

door flanken en kleine- en grotere beekdalen.

Tilburg komt bestuurlijk onder het gezag van Oisterwijk

Daarnaast zijn de langgerekte, grote dekzandruggen van

en ’s-Hertogenbosch. De dorpen Enschot, Berkel, Heukelom,

de Loonse en Drunense Duinen en de Oisterwijkse Bossen

Udenhout en Haaren behoren tot het rechtsgebied van

en Vennen zeer kenmerkend voor dit gebied. Nu zijn deze

Oisterwijk. De namen van de andere dorpen en buurtschappen

gebieden al decennia aangeplant met bos, maar in de eeuwen

die we nu kennen in de Oostflank dateren uit de vroege

daarvóór waren er periodes van grote zandverstuivingen.

middeleeuwen en hebben in hun naamgeving een sterke

Deze grote dekzandruggen veroorzaakten ook ophopingen

relatie met het landschap. Ten zuiden van Udenhout, langs

van water richting het noorden, omdat ze dalen blokkeerden.

de Waalwijkse Weg en bij de buurtschappen Heuveltje en ’t

Zo ontstonden grote moerasachtige gebieden, zoals het

Hoekske is het karakter van het Brabantse zandlandschap met

natuurgebied De Brand en het Helvoirts- en Moergestels

langgevelboerderijen, grote schuren en erven omgeven door

Broek. De meeste dorpen liggen op uitlopers van een groot

heggen nog behoorlijk bewaard gebleven.

dekzandplateau. De Dorpen en buurtschappen ontstonden altijd op de overgang van ‘hoog en droog’ naar ‘laag en nat’

In de Oostflank zijn veel waardevolle cultuurhistorische

en in de buurt van doorwaadbare plaatsen.

elementen te benoemen. Denk aan de grootschalige ‘boshoeve-ontginningen’ in Udenhout die rond 1300 starten

Beknopt historisch perspectief

onder direct gezag van de hertog van Brabant. Of aan de

Al in de prehistorie moet het landschap aantrekkelijk zijn

centrale ‘Kreytenheyde’ die sinds 1309 als Haarense gemeint

geweest. De nabijheid van zowel natte als droge gronden

(gemeenschappelijke woeste gronden) werden uitgegeven.

bood een grote diversiteit aan voedselbronnen voor jager-

Pas na de Franse tijd worden dit soort gronden opgedeeld

verzamelaars. Ook uit de bronstijd, ijzertijd en Romeinse

onder burgerlijke gemeenten, verkaveld en ontgonnen. Rond

tijd zijn bijzondere vindplaatsen van bewoning bekend.

die tijd ontstonden de eerste boomkwekerijen en zagen

Delen van het gebied moet zelfs duizenden jaren lang in trek

kloostergemeenschappen mogelijkheden, zoals Huize Assisië,

geweest zijn, omdat het een van de grootste vindplaatsen

de kapucijnen in Biezenmortel en Sint-Vincentius. Bij Haaren

in Noordwest-Europa betreft als het gaat over sporen uit de

werd in 1839 het grootseminarie Landgoed Haarendael

vroege- en middensteentijd.

gevestigd. Andere parels in het gebied zijn onder andere buitenplaats De Grote Strijdhoef in Udenhout, en kasteel

Oisterwijk en Tilburg delen een boeiende geschiedenis met

Nemelaer in Haaren.

elkaar. De oudste vermelding van Tilburg komt uit 709, maar onbekend is waar dit ‘oudste’ Tilburg precies lag. Misschien

Na opening van de verharde straatweg (De Bosscheweg)

duidde het niet één specifieke plek aan, maar werd het hele

in 1840 is er grootschalig bos aangeplant op de heide tot

dekzandplateau ‘Tilburg’ (Tilliburgis of Tilburgen) genoemd.

eind jaren ’50. Toch zijn honderden hectaren bos uit de

Een belangrijke plek binnen het gebied ligt op dat moment

Oostflank weer verdwenen, door verdere ontginning van dit

rond de parochiekerk van Enschot. In de tijd van de vroege

centrale bosgebied en de winning van leem en later zand

middeleeuwen kruisten rond de plek van de nu resterende

met de Leemkuilen. In 1865 krijgt Oisterwijk een station,

kerktoren twee bovenregionale handelsroutes elkaar.

wat behalve looiers en schoenfabrieken ook renteniers

Archeologisch onderzoek wijst uit dat er in deze omgeving

aantrekt die villa’s laten bouwen. Pas rond 1900 wordt de

al vanaf de 7e en 8e eeuw semipermanente nederzettingen

omgeving van heide en vennen beplant met bos voor de

waren die opmerkelijk groot waren.

houtproductie. Al in 1930 wordt Oisterwijk als ‘Parel van Brabant’ een echte toeristenplaats. In de laatste decennia groeien de natuurgebieden nabij Oisterwijk en Udenhout uit tot gebieden die in totaal meer dan een miljoen bezoekers

22

per jaar trekken.

Deze kaart komt uit: “Historische beschrijving van de Meierij. Handschrift vervaardigd in de jaren rond 1825” door A.C. Brock, bij p. 275. Dit handschrift is in 1978 uitgegeven door het toenmalige streekarchivariaat “Langs Aa en Dommel”, toen gevestigd te Veghel. Dit streekarchief is tegenwoordig onderdeel van het BHIC (Brabants Historisch Informatie Centrum te ’s-Hertogenbosch, het vroegere Rijksarchief in Noord-Brabant. Brock was koster van Sint-Oedenrode (1775-1834) en amateurhistoricus die verschillende verzamelwerken geschreven heeft. Deze kaart is gebaseerd op de “Kaart-figuratief van het grootste gedeelte van Noord-Brabant” van Hendrik Verhees, landmeter te Boxtel, rond 1794 gegraveerd door C. van Baarsel. Een beroemde kaart die in vier bladen later in verschillende boekwerken heruitgegeven is. Ze geldt als behoorlijk betrouwbaar, voor het kadaster (1832) en de topografische kaarten alles juist in beeld brachten. Voor literatuur zie “Het schetsenboek van Hendrik Verhees”,, uitgegeven door Jan van Laarhoven (Den Bosch 1975) en “Op de kaart gezet Hendrik Verhees politicus, kaartenmaker en waterstaatkundige 1744-1813” door Hans Pel, (Boxtel 2007) 23

01

Cultuurhistorie

De opgave De vele ruimtelijke opgaven die samenkomen in de Oostflank zijn van invloed op het landschap en de dorpen. Denk aan woningbouw in- en om de dorpen, maar ook de opgave van de bossenstrategie en de landbouwtransitie. Daarbij is het van belang om oog te hebben voor allerlei verschillende waarden, ook vanuit cultuurhistorie. Eén van die omgevingswaarden omvat het cultureel erfgoed, inclusief de landschappelijke waarden. Ruimtelijken cultureel erfgoed weerspiegelt de identiteiten van een samenleving1. Het maakt onze leefomgeving mooier en versterkt de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van de dorpen en het landschap. Het is dan ook de taak om de basis van het erfgoed op orde te hebben, zodat wij ons in kunnen zetten voor het behoud van monumenten, cultuurhistorische panden, archeologie en het cultuurlandschap. Daarbij hebben we ook steeds meer oog gekregen voor de waarde van ‘ensembles’ en ‘context’, niet in de laatste plaats in het landschap. Vaak hebben oude relicten en cultuurhistorische, landschappelijke waarden -afgezien van de Rijksbeschermde dorpsgezichten- geen wettelijke bescherming. Steeds vaker worden die daarom in gemeentelijk beleid aangewezen als waardevol landschap, of zijn benoemd als Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht.

De wettelijke bescherming geldt ook voor de archeologische monumenten in Haaren zoals de Belversche akkers en de omgeving Vrijhoeve in Moergestel. Goed erfgoedbeleid is daarom belangrijk. Oisterwijk en Tilburg hebben zich de laatste jaren sterk ingezet om erfgoed beter te verankeren in beleid. Oisterwijk heeft de cultuurhistorische waarde daarom vastgelegd in

(2022), en heeft in 2021 een Erfgoedvisie vastgesteld2. In de visie zit een Cultuurhistorische Waardenkaart, die gebruikt wordt als instrument voor alle ruimtelijke ontwikkelingen, en zijn er op basis van de ontstaansgeschiedenis verhaallijnen ontwikkeld. De verhaallijnen zijn uiteengezet in Bevochten Oisterwijk, Natuurlijk Oisterwijk, Strategisch Oisterwijk, Religieus Oisterwijk, Agrarisch Oisterwijk, Ambachtelijk en Ondernemend Oisterwijk, en bieden zo een bruikbaar ontwikkelperspectief op basis van de identiteit van de gemeente. Het biedt een kompas voor beleid en een vertaling naar een projectmatige aanpak zoals de voorbeeldprojecten van de Erfgoedagenda. Tilburg stelde in 2019 het Masterplan Landschapspark Pauwels vast, met een bijbehorende ‘Cultuurhistorische Atlas Pauwels’3, waarin het door de mens gemaakte cultuurlandschap, de historisch-geografische aspecten van het landschap, de gebouwde monumenten, archeologie en historisch groen (bijvoorbeeld oude boskernen en historische landgoederen) beschreven zijn. In de zomer van 2023 heeft Tilburg een Routekaart Ruimtelijk Erfgoed vastgesteld, met daarin onder meer ‘Het Verhaal van Tilburg en het ruimtelijk erfgoed’. Hierbij is ook een ‘Basiskaart met de bijzondere gebieden op rij’ ontwikkeld.

De opgave is om de cultuurhistorische waarden binnen de Oostflank in alle verscheidenheid te beschermen of te respecteren en er rekening mee te houden in zowel vroege- als latere fasen van planvorming. Daarnaast kunnen cultuurhistorische waarden ook als inspiratiebron dienen. We streven naar actief gebruik van erfgoed. We gaan uit van de ontwikkelkracht van erfgoed en zetten in op erfgoedbeleving.

het archeologiebeleid (2018), de visie buitengebied 1 2 3

24

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2021. Erfgoedvisie Gemeente Oisterwijk, 2021-2026. (PDF) Cultuurhistorische Atlas Landschapspark Pauwels | Lauran Toorians and Chris de Bont - Academia.edu

1.

2.

1.

2.

Gemeente Oisterwijk Cultuurhistorische Waardenkaart Legenda

Beleidsmaatregel

Historische bouwkunst en stedenbouw Rijksmonument

Beschermd op grond van de erfgoedwet 2016

Gemeentelijk monument (OW: vlak; HA/OW: punt)

Beschermd op grond van de Monumentenverordening 2010

Beeldbepalend pand

Opgenomen in Bestemmingsplan

Rijksbeschermd stads-/dorpsgezicht

Beschermd op grond van de erfgoedwet 2016

Gemeentelijk beschermd stads-/dorpsgezicht

Beschermd op grond van Monumentenverordening 2010

Molenbiotoop Molenbiotoop

Rekening houden met Molenbiotoop en zichtlijnen

Waardevolle structuurlijnen Waterloop

Respecteren en rekening houden met waardevolle structuren

Spoorweg

Respecteren en rekening houden met waardevolle structuren

Historisch groen Monumentale boom

Beschermd op grond van vastgestelde lijst

Landgoed/Buitenplaats

Respecteren en rekening houden met waardevol groen

Architectonisch groen; park, tuin, laan

Respecteren en rekening houden met waardevol groen

Overige waardevolle gebieden

Respecteren en rekening houden met waardevol groen

Waardevolle Ondergrond Archeologisch rijksmonument

Beschermd op grond van de erfgoedwet 2016

CHW Het Groene Woud CHW Het Groene Woud

Respecteren en rekening houden met waardevolle gebieden

Topografie Gemeentegrens

!

! !

!

Topografische ondergrond Oisterwijk en Haaren

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

!

!

1. Basiskaart stedenbouwkundig erfgoed gemeente Tilburg (Uit: Routekaart Ruimtelijk Erfgoed Tilburg, 2023) !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

2. Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Oisterwijk

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

25

! !

!

!

!

!

!

!

2021-2026

Erfgoedvisie Gemeente Oisterwijk

Mindlabs - Burgemeester Brokxlaan

Routekaart Ruimtelijk Erfgoed Tilburg Erfgoedvisie Gemeente Oisterwijk, 2020

JULI 2023

Routekaart Ruimtelijk Erfgoed Tilburg, 2023

De koers Voor de Oostflank is het plaatselijke, gemeentelijke beleid leidend. In dit Koersdocument gaat het om een integrale ruimtelijke visie op hoofdlijnen. We gebruiken voor die hoofdlijnen, naast het genoemde erfgoed beleid, ook een aantal belangrijke bronnen om ruimtelijke keuzes te maken. Denk hierbij aan de Visie Buitengebied van Oisterwijk, waarin ook een deel over landschap & cultuurhistorie gaat, de eerder genoemdeeerdergenoemde ‘Cultuurhistorische Atlas Pauwels’, maar ook de Historische Atlas van Tilburg en het boek ‘Oisterwijk een geschiedenis van meer dan 800 jaar’. We kiezen naast ruimtelijke- en planologische afwegingen óók nadrukkelijk om bepaalde waardevolle gebieden in het landschap juist onbebouwd te laten, in tegenstelling tot planvorming uit voorgaande jaren. Het erfgoedbeleid laten we dus ook in deze fase al sturend zijn, hoewel dit in elke vervolgfase van verdere uitwerking geborgd moet worden. Daarnaast biedt het verleden ook inspiratie voor belangrijke landschappelijke opgaven, zoals de bossenstrategie1 en de klimaatadaptatie. Om het bijzondere cultuurlandschap blijvend te beschermen gaan we (historisch) structuren en landschapselementen verankeren in planologische elementen.

Hierbij kijken we nadrukkelijk naar de drie lagen van het historisch erfgoed, de verborgen onderste en middelste laag, en de zichtbare bovenste laag, om bestaande erfgoedkarakteristieken te versterken en/of te herstellen.

1

26

Landschap versterken met bomen en bos. Adviesrapport van het College van Rijksadviseurs, 2020.

—

We willen het oude cultuurlandschap tussen- en rond Berkel-Enschot, Udenhout en Oisterwijk versterken: de cultuurhistorische- en landschappelijke kwaliteiten in dit tussengebied hebben een hoge waarde, maar is door alle ruimtelijke druk van ontwikkelingen blijvend kwetsbaar. Daarom zetten we in op een stevige landschappelijke versterking van dit tussengebied, dat oudeen waardevolle landschappelijke structuren heeft. Het behoud van historische zandpaden is daar een goed voorbeeld van.

—

We zetten in op de landschappelijke versterken van de omgeving van de Leemkuilen: als uitwerking van de bossenstrategie en de landschappelijke opgaven voor natuurverbindingen en natuurversterking, putten we inspiratie uit het grote, verdwenen bos- en heidegebied van de ‘Kreytenheide’ of ‘Haarense Gemeint’ aan weerszijde van de N65. Samen met grondeigenaren willen we op een eigentijdse manier bouwen aan deze centrale ‘groene kern’ van de Oostflank, als onderdeel van het Van Gogh Nationaal Park.

—

We willen de onderscheide kwaliteiten van het religieus erfgoed, zoals Landgoed Haarendael, Landpark Assisië en De Beukenhof en kasteel Nieuwenhof versterken: Landgoed Haarendael is een iconische plek met een rijke historie. Ook Landpark Assisië en De Beukenhof in Biezenmortel zijn cultuurhistorische identiteitsdragers van dit gebied. In de diverse ruimtelijke ontwikkelingen houden we sterk rekening met de verschillende cultuurhistorische waarden van deze ensembles, waarvan delen Rijksmonument of Gemeentelijk monument zijn.

—

We zetten sterk in op het behoud van het resterende oude cultuurlandschap rondom BerkelEnschot: de landschappelijke samenhang van resterende oude akkercomplexen, boerderijerven en oude wegen zoals de Hoolstraat en Heikantsebaan in Berkel-Enschot laten we voor een groot deel onbebouwd. Slechts op enkele plekken zien we nog ruimte voor bebouwing.

—

We zetten sterk in op het behoud van het oude cultuurlandschap in en rondom Udenhout: de middeleeuwse structuur van boshoevenontginningen in Udenhout is van een zeer hoge waarde. Daarom zijn we terughoudend met (grote) uitbreidingen rond Udenhout. Alleen aan de oostzijde langs het spoor en rond de nieuwe stationsomgeving zien we ruimte voor ontwikkeling.

—

We zien een kans voor transformatie en behoud van cultuurhistorisch waardevolle ensembles, monumentale panden en structuren binnen de dorpskernen: We kiezen voor instandhouding en ontwikkeling door object- en ensemblegericht te borgen en stimuleren, gekoppeld aan verdichting.

—

We houden rekening met archeologie en waardevolle bodemschatten in de ondergrond bij nieuwe ontwikkelingen: Een groot deel van het gebied kent een hoge archeologische verwachting. Gronden met hoge verwachtingswaarde zijn vaak hoger gelegen vanwege (historische) watercondities, maar zullen daardoor ook gunstig zijn om te ontwikkelen. Omdat deze belangen vaak strijdig kunnen zijn, moeten bij nieuwe ontwikkelingen nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische verwachtingen. (Zie specifiek voor de gemeente Tilburg: Routekaart Archeologie).

27

—

We willen het oude cultuurlandschap rondom Biezenmortel versterken: De kenmerkende landschappelijke middeleeuwse structuur van de Winkelsestraat en Winkelsehoek is zeer waardevol en houden we vrij van nieuwe woongebieden. De directe landschappelijke relatie van kloostercomplex De Beukenhof en het open landschap aan de westzijde daarvan is belangrijk. We willen deze open houden.

—

We houden rekening met de bijzondere kwaliteiten van Oisterwijk en versterken de relatie met het landschap: aan de noordkant van Oisterwijk liggen kansen om de relatie tussen stad en landschap te versterken en een nieuwe landschappelijke structuur te introduceren. Door het mozaïeklandschap te versterken (gevormd door akkerwegen, bomenrijen en houtwallen) kan Oisterwijk nog sterker worden ingebed in een breed palet aan bijzondere en gevarieerde landschappen. We willen het oude cultuurlandschap van Heukelom behouden en versterken. Een bebouwingslint te midden van zogenaamde oude bouwlanden, bol liggende, open landbouwgronden die in het verleden gebruikt werden als akkers. De randen van oude bouwlanden zijn als restanten van houtwallen zichtbaar. De Heukelomsweg is een belangrijke verbindingsweg en de entree van Heukelom. Evenals de markante Frankische driehoeken zijn zichtlijnen vanuit het lint op de omgeving een belangrijke landschappelijke kwaliteit.

—

We willen de relatie van Haaren met het omringende landschap versterken: het dorp Haaren is van oudsher sterk verankerd met het beekdal van de Ruysbossche Loop. We houden bij alle ontwikkelingen rekening met de bijzondere kwaliteiten van de historische- en groene kwaliteiten van het dorp en het omringende landschap. We willen het oude cultuurlandschap van Haaren behouden en versterken met name rond de Belverse akkers – beschermd op basis van bestemmingsplan (archeologisch monument, openheid, cultuurhistorisch vlak). De oudste akkercomplexen werden gezamenlijk ontgonnen en vanuit de boerderijen in het dorp bewerkt. Hierdoor zijn rond de meeste dorpen in zandgebieden essen ontstaan die nog steeds herkenbaar zijn als grotere open gebieden. De Belverse akkers is een akkercomplex met esdek, bolle ligging, openheid, steilranden en zandpaden. Het betreft een terrein met archeologische waarden met daarin sporen van bewoning uit de steentijd tot de Middeleeuwen, alsook de resten van een laatmiddeleeuwse kapel. Het akkercomplex is omgeven door een krans van bebouwing.

—

We willen de relatie tussen Moergestel, het beekdal van de Reusel, kasteel Nieuwenhof en de bossen van het Galgeven versterken: de toekomstige gebiedsontwikkelingen kunnen de relatie van het dorp en deze structuren versterken. Het landschap, de cultuurhistorie en de natuur nemen we integraal mee in de planvorming van deze ontwikkelingen.

—

De cultuurhistorische zandpaden, te vinden op verschillende plekken in ons buitengebied, zijn beschermd in het bestemmingsplan en vormen een belangrijke bijdrage aan de uitstraling en beleving van ons bu itengebied.

28

Standerdmolen aan de Schoolstraat, Moergestel (foto: Gemeente Oisterwijk)

29

01

Water

De opgave

overstromingen van het landschap, is het Brabantse

Het bodem- en watersysteem zijn sturend voor de

landschap in zijn algemeenheid nu te droog

inrichting en gebruik van het landelijk gebied1. In

geworden.

de ‘Nota handelingsperspectieven watertransitie’, behorend bij het Waterbeheerprogramma 2022-

Die droogte is niet alleen een grote bedreiging

2027 van Waterschap De Dommel is deze aanpak

voor de natuur en de gebieden daaromheen,

al leidend gemaakt. Een belangrijk principe dat

maar het is op veel plekken gedurende lange

hieruit volgt is dat ‘functie volgt peil’ gaat gelden,

periodes ook te droog voor de landbouw. Daarom

in plaats van andersom. Daarmee is een eerste stap

is de watertransitie een gezamenlijke opgave,

gezet in een langlopend proces: de watertransitie.

die alleen met een gebiedsgerichte aanpak en

Deze inhoudelijke aanpak wordt ook meegenomen

in samenwerking met provincie, waterschap en

in het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG).

grondeigenaren opgepakt kan worden.

Dit gaat grote consequenties hebben voor de

Provincie en waterschappen willen water langer

ruimtelijke inrichting van het Brabantse landelijk

vasthouden en minder snel afvoeren. De beste

gebied: er is een "wederombouw" nodig van het

plek om water vast te houden is de bodem. Dat

water- en bodemsysteem. Die nieuwe aanpak is

kan verbeterd worden door de sponswerking

urgent én ingrijpend . In het masterplan wordt het

(wateropname) van de bodem te herstellen en

bekenlandschap als ruggengraat van het Van Gogh

te zorgen voor een robuust grondwatersysteem.

Nationaal Park bestempeld .

Grondwaterpeilen zullen volgens het Waterschap

2

3

4

1

2

3 4

Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening. Den Haag, november 2022. Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Water als basis voor een toekomstige leefomgeving’ en bijbehorende Nota handelingsperspectieven watertransitie. Waterschap De Dommel, februari 2023. (Klik hier voor het document) Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG). Masterplan Van Gogh Nationaal Park Brabant, schetsboek voor het landschap van de 21e eeuw, maart 2020.

mogelijk met 10 tot 35 centimeter worden verhoogd. In de gebiedsprocessen zetten overheden en waterschap in op grootschalig herstel van beekdalen op zandgronden, voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit. Hiermee dragen we niet alleen bij aan de doelen voor de waterkwaliteit (vanuit de Kaderrichtlijn Water en

Op 9 oktober 2023 zijn de KNMI"23-

de Nitraatrichtlijn), maar kunnen we ook andere

klimaatscenario's gepubliceerd. De scenario's

doelen realiseren, zoals natuurontwikkeling,

maken duidelijk dat het weer nog extremer wordt

groenblauwe dooradering en waterberging.

dan al werd gedacht, met meer droogte, extreme

30

piekbuien en kans op overstromingen en meer

Daarnaast wil de provincie ook grondwateront-

waterschade tot gevolg. Bij de nadere uitwerking

trekkingen rond Natura 2000-gebieden beperken.

van de plannen zal hier dus ook rekening mee

Daarmee voorkomen we verdroging in deze gebie-

gehouden moeten worden.

den. De verdrogingsaanpak van ruim 50.000 hectare

De Oostflank pakt nog net een puntje mee van de

bijzondere, grondwaterafhankelijke natuur is een

Kempische hoge zandgronden en ligt vooral in de

onderdeel van die opgave. Dan gaat het niet alleen

(nattere) Centrale Slenk in Brabant. Verdroging

om Natura 2000-gebieden. Voor alle natte natuur-

is een acuut en toenemend probleem voor vele

parels uit het Brabantse beleid bestaat een wette-

functies in het landelijk gebied, maar ook voor de

lijke verplichting. Hierbij zal een transformatie van

gebouwde omgeving. Terwijl de hoge zandgronden

het landgebruik (zonering) rondom Natura 2000-ge-

voorheen zeer nat waren, waarbij de beekdalen

bieden en natte natuurparels een belangrijke rol

en dalvormige laagten geregeld zorgden voor

spelen.

De Zandleij, nabij De Brand en Udenhout.

De Voorste Stroom in de duurzaamheidsvallei

31

Uitvoering vindt plaats via onder meer de

Dit landschap was van oorsprong zeer nat, met

Droogteagenda, die met de Brabantse partners

uitgestrekte heidegebieden als grote sponzen, die

van het Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg is

lang water vasthielden. De Kampina en de Brand

opgesteld. In de Oostflank krijgen deze opgaven

zijn hier nog prachtige voorbeelden van. De beken

verder vorm, in samenwerking met grondeigenaren

in het gebied zijn in de afgelopen decennia vaak

en partners.

verlegd en rechtgetrokken, maar vormen nog steeds de ruggengraat van het landschap van de Oostflank.

De basis van het toekomstige landschap wordt gevormd door het bijzondere reliëf en het daarmee samenhangende bekenlandschap.

De koers De beken krijgen in de toekomst weer veel meer ruimte binnen klimaatrobuuste beekdalen die zoveel mogelijk vrij blijven van stedelijke ontwikkeling. De watersignaleringskaart is daarbij een belangrijk hulpmiddel, omdat het laat zien waar er mogelijke beperkingen zijn voor verstedelijking gezien vanuit het watersysteem zodat we niet bouwen op de verkeerde plekken. Bouwlocaties zijn- en worden (ook in de uitwerking) steeds afgestemd met het Waterschap. Conform de Visie Buitengebied van Oisterwijk 2022 houden we de beekdalen open, door deze te reserveren voor waterberging en extensieve functies. In de beekdalen streven we naar openheid en mogelijkheden voor (tijdelijke) waterberging op landbouwpercelen. Dat versterkt de landschappelijke en natuurwaarden, zodat we beter bestand zijn tegen de klimaatverandering. De beken worden steviger, gaan weer meer meanderen en krijgen ecologisch meer betekenis. In de beekdalen en vooral op de drogere flanken is straks voldoende ruimte voor het vasthouden van water. Voor drogere tijden, maar ook om pieken benedenstroom vermijden. Zo wordt het watersysteem van de Oostflank klimaatadaptiever en dragen we ook op regionale schaal bij aan klimaatadaptatie Dat is zowel in het belang van de landbouw als van de natuur in de regio. —

We maken water en bodem sturend voor de ontwikkelingen: functie volgt peil.

—

We zetten in op herstel van het grondwatersysteem en gaan de sponswerking (wateropname van de bodem) vergroten: focus verleggen van water afvoeren naar water vasthouden.

—

We kijken niet alleen naar de beek, maar naar het gehele beekdallandschap: van hoge koppen, naar de flanken en het dal zelf. We willen vernatten door op de koppen meer te infiltreren en de afvoer te beperken. Beken en hoofdwaterlopen geven we de ruimte en richten we natuurlijk in. We willen zoveel mogelijk afwatering vanaf de kop voorkomen (verondiepen/dempen). We willen de beekdalen beschermen: peil opzetten, geen kunstmest of pesticide en extensief boeren stimuleren. Hierbij maken we de beekdalen over de volle breedte in ecologisch en recreatief opzicht aantrekkelijker. In ecologisch opzicht wordt er ingezet op natuurlijkere oevers van de beekdalen. In recreatief opzicht wordt met name ingezet op onverharde wandelroutes.

—

Beekdalen in het gebied moeten in 2027 voldoen aan de kaderrichtlijn water: (waterloop met KRW-waterlichaam). Op de koppen en brongebieden van waterlopen en in dalvormige laagtes willen we water vasthouden in de bodem. Hier geen kunstmest of pesticide.

—

We zorgen voor waterberging bij woongebieden: zorg voor integrale waterbergingen bij (nieuwe) woningbouwgebieden (waterparken) en benut afkoppelen van hemelwater in stedelijk gebied voor landschap/landbouw.

32

Koerskaart Water

—

Beken en hoofdwaterlopen de ruimte geven en

—

Beekdalpark in dorp en stad.

vanaf de kop voorkomen (verondiepen/dempen).

—

Waterparken (in planvoorbereiding of in

Beekdalen* beschermen

—

Peil opzetten, geen kunstmest of pesticide en

—

natuurlijk inrichten. Zoveel mogelijk afwatering overweging). —

extensief boeren stimuleren.

Oostflank breed: vernatten door op de koppen meer te infiltreren en de afvoer te beperken. grondwaterpeil wordt in de toekomst structureel

—

Water vasthouden in de bodem vooral op de koppen en brongebieden van waterlopen. Hier geen kunstmest of pesticide.

verhoogd voor waterconserveringsmaatregelen. —

*

Op basis van Werkkaart uit: Nota handelingsperspectieven watertransitie Waterschap de Dommel (vastgesteld 15 februari 2023)

33

02

Natuur

De opgave In de Oostflank liggen veel natuurgebieden op fietsafstand. Prachtige natuurgebieden als de Oisterwijkse Bossen en Vennen, Kampina (Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen), de Loonse en Drunense Duinen, de Leemkuilen en de Brand (Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen) liggen binnen handbereik. Er is een afwisseling van onder andere droge en natte heiden, vennen, zandverstuivingen, blauwgraslanden en verschillende bostypen. Deze natuurgebieden staan echter onder druk door onder andere stikstofdepositie, droogte, versnippering en recreatiedruk1. Dit is zorgelijk, ook omdat de mens afhankelijk is van diensten die geleverd worden door de biodiversiteit en de natuur in het algemeen. Zo zijn veel landbouwgewassen afhankelijk van bestuiving door insecten en draagt natuur bij aan een schone lucht. De versterking van natuur, landschap en erfgoed (cultuurlandschappen) heeft topprioriteit, zoals ook het Masterplan Van Gogh Nationaal Park bepleit. Dit vraagt om robuuste en veerkrachtige natuurgebieden en goede verbindingen tussen die gebieden, door ook in de agrarische cultuurlandschappen te investeren

plaatsvinden tussen populaties. Op deze manier blijft de genetische diversiteit hoog en is de kans groter dat soorten beter met veranderende omstandigheden en ziektes om kunnen gaan. Naast landschapsontwikkeling en de ontwikkeling van robuuste natuurgebieden is het ook nodig om barrièrewerking door infrastructuur tegen te gaan. De N65 is nu een belangrijke barrière tussen natuurgebieden ten noorden en zuiden van deze weg. Door de aanleg van een ‘recroduct’ of andere faunavoorzieningen kan de barrièrewerking worden opgeheven. Ook bij kleinere wegen en spoorwegen zijn ontsnipperende maatregelen gewenst. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook daarbuiten staat de natuur onder druk. De populaties van dieren en planten die ooit wijdverspreid waren, laten nu een neerwaartse trend zien. Om verdere achteruitgang te voorkomen moet er gestreefd worden naar een minimaal niveau van condities van leefgebieden, dit wordt Basiskwaliteit Natuur genoemd. Dit vraagt in het agrarisch gebied om een groenblauwe dooradering met poelen, houtwallen, singels en laanbeplanting en om een landbouw die bijdraagt aan bescherming van natuurwaarden. In de dorpen- en de stad moet 1

in landschapsontwikkeling. Op die manier kunnen de agrarische cultuurlandschappen functioneren als landschaps-ecologische zones tussen de natuurgebieden en een stevig groen uitloopgebied vormen voor de stad en de dorpen. Voor kwetsbare diersoorten als de kamsalamander is het belangrijk dat er uitwisseling kan

De natuur staat onder druk. Ga versnippering tegen en reduceer de hoge milieudruk. Beeld uit: - "Op weg naar Basiskwaliteit Natuur", Naturalis Biodiversity Center, 2021. - Visie Buitengebied, gemeente Oisterwijk.

34

2

Natuurdoelanalayse Loonse en Drunense Duinen, de Brand en Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen, februari 2023 (Klik hier voor de Natuurdoelanalayse Loonse en Drunense Duinen en hier voor de Natuurdoelanalayse Kampina & Oisterwijkse Vennen) Bron: https://www.brabant.nl/subsites/brabantse-bomen/ actueel/nieuws/2022/uit-de-startblokken-met-actieplanbrabantse-bomen

De Oostflank zal een stevige bijdrage leveren aan de Bossenstrategie door de aanplant van nieuwe bossen en landschapselementen, zoals houtwallen, lanen en bosjes.

Voor de Oostflank zettten we in op een kleinschalig landschap, waar plek is voor natuur, recreatie en landbouw. Uit Groene Schakels, Voorbeeldenboek ecologische verbindingszones, Provincie Noord-Brabant. 35

natuurinclusief gebouwd worden waarbij natuurlijke

Natuurnetwerk Brabant en maximaal 5.000 hectare

habitats moeten worden behouden.

daarbuiten. De Bossenstrategie dient diverse doelen. Er

Een van de instrumenten voor landschapsontwikkeling

is behoefte aan andere typen bossen, het vastleggen van

is de Brabantse Bossenstrategie. De provincie Noord-

CO2, het verbeteren van de biodiversiteit, het scheppen

Brabant streeft in haar Bossenstrategie naar een

van recreatiewaarde en het aantrekkelijker maken van

uitbreiding van het bosareaal met 13.000 hectare

woon- en werklocaties. Naast bos zet de provincie in op

bos in 2030 (nu ca. 75.000 ha)2, binnen en buiten het

een toename van het aantal houtige landschapselementen

huidige Natuurnetwerk Brabant (NNB). De invulling

(zoals houtwallen, struiken, heggen, losse bomen) in het

van deze bossenstrategie gaat van zowel bos naar

landelijk gebied. Ook in en rond het stedelijk gebied

kleine landschapselementen, waardoor je ook wel

moeten meer bomen komen. Hier hebben ze een positieve

kunt spreken van een ‘bomenstrategie’. Van de nieuwe

invloed op de infiltratie (bij extreme buien) en helpen ze

bossen ligt straks 8.000 hectare binnen het bestaande

hittestress voorkomen.

De koers De diverse bestaande natuurgebieden zullen via robuuste en brede landschaps-ecologische zones met elkaar worden verbonden en onderdeel vormen van een sterk samenhangend (natuur)netwerk. Dit zorgt ervoor dat diersoorten beter en eenvoudiger kunnen migreren en zorgt ervoor dat het landschap aantrekkelijker wordt voor recreanten. Op de overgangen van stedelijk naar landelijk gebied wordt het landschap versterkt, om de bestaande dorpen beter met het buitengebied te verbinden. De Oostflank zal een stevige bijdrage leveren aan de Bossenstrategie door de aanplant van nieuwe bossen. Die komen met name rond de Natura 2000-gebieden en de natte natuurparels en vormen dan ook ruimtelijke buffers. In die nieuwe bossen wordt veel CO2 vastgelegd en ligt het accent op natuur en recreatiewaarde. Ook komen er op grote schaal landschapselementen, zoals houtwallen en bosjes die de dorpsranden versterken en deze verbinden met de natuurgebieden. Door slimme combinaties van landschaps-ecologische zones en wandelpaden ontstaat een toegankelijk platteland. —

We zetten sterk in op het realiseren van robuuste landschapsecologische verbindingszones: van duinen naar kuilen naar vennen. Dit zijn brede zones in het bestaande landschap waarin de natuurwaarden worden gestimuleerd. We zorgen met de landschapsecologische zonering voor een robuuste en betere verbinding tussen de bestaande natuurgebieden en een samenhangend natuurnetwerk, waardoor diverse diersoorten beter kunnen migreren.

—

We willen de bestaande natuurgebieden (Natura 2000 en NNB) versterken: dit willen we doen door op passende plekken ‘groene’ en ‘blauwe' landschapselementen te creëren.

—

Samen met de grondeigenaren willen we de landbouw rondom Natura 2000 en NNB gebieden combineren met natuur: Rondom de Natura 2000 en NNB-gebieden wordt geleidelijk een netwerk van landschapselementen gerealiseerd, als onderdeel van de ca. 500 ha aan poelen, bossen, houtwallen, hagen en struweel. In de Overgangsgebieden rondom de natuurgebieden streven we naar 10-15% groenblauwe dooradering, in de overige gebieden 5-10% groenblauwe dooradering. We geven prioriteit aan de Groene Kern rondom de Leemkuilen en richting De Brand, waar we inzetten op versterking van de Brabantse Leembossen. Om dit te realiseren wordt een uitvoeringsplan opgesteld.

—

We stimuleren duurzame landbouw: Samen met de agrariërs wordt een perspectief op duurzame landbouw ontwikkeld die bijdraagt aan bescherming van natuurwaarden. Daarbij wordt ook gedacht aan agroforestry en kweekbossen om opgaven bij elkaar te brengen, waarbij we oog hebben voor de verhouding van natuurwaarden i.r.t. (inheemse) beplantingsoorten. We slaan graag de handen ineen met de initiatiefnemers van Versailles Van Het Noorden en alle andere grondeigenaren om hier vorm aan te geven.

—

We willen het mozaïeklandschap rondom de dorpen versterken: ter versterking van de natuur en om te zorgen voor een buffer rond te dorpen wordt hier extra ingezet op het toevoegen van nieuwe landschapselementen, tevens als onderdeel van ca. 500 ha aan bossen, houtwallen, hagen en struweel.

—

We willen ook het bestaande landschap behouden en versterken: ook buiten de natuurgebieden en de overgangsgebieden rondom de dorpen wordt gezorgd voor een goede ecologische basiskwaliteit van het landschap (groenblauwe dooradering). Door de aanleg van gemiddeld 10% groenblauwe dooradering, waaronder minimaal ca. 20 strekkende kilometer nieuwe houtwallen, singels en ca. 20 strekkende kilometer nieuwe laanbeplanting, als ook nieuwe poelen en natuurvriendelijke oevers, worden de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten van het landschap versterkt.

36

Koerskaart Natuur

Deze kaart is illustratief en indicatief en doet geen uitspraken over exacte parcelen Weelderige en gevarieerde natuurgebieden.

Nieuwe recroducten (passages voor dieren).

Robuuste landschapsecologische verbindingszones maken tussen de belangrijke natuurgebieden. Zoekgebied natuurinclusieve landbouw in overgangsgebieden (ca. 500m rondom Natte Natuurparels). Ecologische basiskwaliteit herstellen in het Brabants cultuurlandschap. 37

Kweek- en voedselbos als kans om kwekers en opgaven bij elkaar te brengen. Foto: Voedselbos Ketelbroek

De bossenstrategie pakken we aan als bomenstrategie. Dus naast nieuwe bossen bouwen we aan het landschap met nieuwe houtwallen, singels, en lanen zoals deze prachtige laan in de Berkhoek 38

Samenwerken aan boomteelt passend in de stedelijke context en bij de beoogde landschappelijke ontwikkeling. Op de foto: Arie Idema van boomkwekerij M. van den Oever uit Haaren.

Koerskaart Bossen

Deze kaart is illustratief en indicatief en doet geen uitspraken over exacte parcelen —

Natura 2000 en NNB gebieden

—

Landbouwgebieden

Versterken van natuurgebieden op passende

Bestaande mozaïeklandschap met

plekken met het planten van landschapselementen.

bijbehorende landschapselementen behouden. Versterken mozaïeklandschap met nieuwe

—

Landbouw in overgangsgebieden

landschapselementen (als onderdeel van ca 500 ha

Netwerk van landschapselementen (als onderdeel

aan bossen, houtwallen, hagen en struweel). Een

van ca 500 ha aan bossen, houtwallen, hagen

stevig raamwerk voor natuur en ingevuld door

en struweel) met daartussen vormen van

een mozaïek van landbouw, natuur, bos, of wonen/

natuurinclusieve landbouw en boomteelt, zoals

werken.

kweekbossen, voedselbossen, agroforrestry (en de andere genoemde vormen). — 39

Station Oisterwijk (foto: Gemeente Oisterwijk)

40

3.2 Middelste laag: netwerken De Oostflank ligt in de driehoek tussen Den Bosch, Tilburg en Eindhoven en wordt voor de auto ontsloten via de A58 in het zuiden richting Eindhoven en Breda en via de N65 richting Den Bosch. Daarnaast is het via het spoor mogelijk om snel van het station in Oisterwijk naar het station in Eindhoven te reizen en via het station in Tilburg is het mogelijk snel in Breda of Den Bosch te komen. Op deze lijn ligt wel een grote kans om de OV-ontsluiting van het gebied sterk te verbeteren door de realisatie van een nieuw NS-station. Als nieuwe hoeksteen van het OV-netwerk kunnen we de mobiliteitstransitie in de Oostflank verder vormgeven. Dat betekent dat prioriteit wordt gegeven aan duurzame mobiliteit: het versterken van het openbaar vervoer en het wandel- en fietsnetwerk, naast betere voorzieningen rondom het OV en het breed stimuleren van het gebruik van OV Langzaam verkeer krijgt zoveel mogelijk voorrang. Deelmobiliteit kan zorgen voor een betere benutting van de infrastructuur. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bereikbaarheid per auto op orde blijft, onder meer met een integrale aanpak van de ‘Parkway N65’, de imposante historische rijksweg met veel monumentale bomen. Op basis van een uitvoerige scenario-studie door Goudappel is een mobiliteitsstrategie voor de Oostflank ontworpen.

Voor wat betreft het thema energie zijn op hoofdlijnen een aantal dingen te noemen: Vanuit de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) maakt de Oostflank geen onderdeel uit van een gebied waar grote opgaven een plek moeten krijgen. Daarom wordt dit in het Koersdocument niet als aparte laag verder uitgewerkt en toegelicht. Wel is het tracé van de toekomstige Delta Rhine Corridor op de integrale kaart weergegeven, die ook de Oostflank doorkruist. In het vervolgproces wordt de inpassing van diverse regelstations, middenstations, laagspanningstations en ondergrondse leidingstracés verder onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13766186/3