1a Koersdocument Oostflank januari 2024 - aangepast
Tekst van het document
Koersdocument
Oostflank Samen maken we de ruimte! Een integraal toekomstperspectief voor de dorpen en landschappen van de Oostflank
Januari 2024
"Herinnering aan Brabant" (bewerkt met kleur overlay) - Vincent van Gogh (1853-1890), Saint-Rémy-de-Provence, maart-april 1890 2
VOORWOORD
De Oostflank is het landschap (en de kernen zelf) tussen Berkel-Enschot, Biezenmortel, Haaren, Heukelom, Moergestel, Oisterwijk, en Udenhout. De gemeente Oisterwijk en de gemeente Tilburg staan samen voor de uitdaging om koers te bepalen voor dit gebied. Zodat het zich in de periode tot 2040 verder kan ontwikkelen tot een gebied met sterke natuur, passende mobiliteit, voldoende woningen, duurzame landbouw en een sterke lokale economie. Onze dorpen en de open ruimte daar om heen koesteren we. Door bijvoorbeeld meer groen aan te leggen en te zorgen voor een goede mix van bewoners. Starters, senioren en mensen met een gemiddeld inkomen moeten er ook terecht kunnen. Wil het gebied een fijne plek zijn om te wonen, werken en te leven, dan horen daar ook (maatschappelijke) voorzieningen bij zoals ruimte voor bedrijven, scholen, zorg, sport, parken en winkels. In dit gebied van 7.200 hectare stapelen de opgaven zich op en zijn de belangen soms tegenstrijdig. Moet de natuur meer ruimte krijgen of juist de ecologische landbouw? Er is dringend behoefte aan nieuwe woningen, maar past een nieuwbouwwijk wel bij het dorpse karakter? Nieuwe bewoners zijn belangrijk voor een sterk verenigingsleven, een bloeiende school en natuurlijk de lokale economie, maar is er ook ruimte voor de groeiende hoeveelheid verkeer? De ruimtedruk in dit gebied is heel groot. We weten dat niet alles overal kan.
Daarom hebben we ons verdiept in de kwaliteiten en kansen van dit gebied. In dit concept-koersdocument bepalen we onze gezamenlijke ambities, maar stellen we ook prioriteiten en maken we keuzes. Wat ons hierbij helpt is een integrale aanpak. Een brede blik waarbij we alle ruimtelijke uitdagingen met elkaar verbinden. In dit concept-koersdocument geven wij richting aan de integrale gebiedsontwikkeling die nodig is om dit gebied op een kwalitatieve manier te ontwikkelen. Zodat we zo goed mogelijk voorzien in de behoeften van de samenleving op deze plek. Een toekomstbestendig gebied maken kunnen we niet alleen. In aanloop naar dit concept-koersdocument zijn we met elkaar in gesprek geweest: inwoners, raadsleden, bestuurders, ambtenaren, ontwerpers, adviseurs, ondernemers, boeren, natuurbeheerders, waterbeheerders en netbeheerders. We reiken nu onze hand uit naar onze gebiedspartners, inwoners en andere overheden. De koers is gezet, nu is het zaak om deze koers samen met u verder uit te werken en op te pakken.
De colleges van de gemeenten Oisterwijk en Tilburg
3
AMBITIES KOERSDOCUMENT OOSTFLANK
Koers voor de Oostflank van de SRBT Onderschrift
4
4
INHOUDSOPGAVE 01 Inleiding en uitgangspunten 06 Deel 1:
02 Koers op hoofdlijnen 14 03 Koers per laag 20 3.1 3.2 3.3
Onderste laag: fysieke ondergrond 21 Middelste laag: netwerken 41 Bovenste laag: occupatie 51
Deel 2:
04 Koers per kern 74 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Oisterwijk 75 Berkel-Enschot 78 Udenhout 84 Biezenmortel 86 Haaren 88 Moergestel 90
Deel 3:
05 De stap naar uitvoering 98 Colofon
Dit rapport is een klikbaar document. Vanuit de inhoudsopgave kunt u doorklikken naar het gewenste hoofdstuk, en vanuit daar weer terugkeren naar de inhoudsopgave. Op elke pagina kunt u ook met de pijlen onderin navigeren. 5
01 INLEIDING EN UITGANGSPUNTEN
(foto: Ton van Rooij)
6
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING EN UITGANGSPUNTEN Het ontstaan van de “Oostflank SRBT” De kiem van het ontstaan van de Oostflank ligt bij het ontstaan van een nieuwe samenwerking op regionale schaal tussen de regio’s van Breda en Tilburg. Hieruit is de ‘SRBT’ voortgekomen: de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Al snel werd in dit traject duidelijk dat er een specifieke – integrale – ontwikkelstrategie voor de kleinere kernen in de SRBT nodig was. Vanuit de SRBT-schaal is toen een verkenning gemaakt van ruimtelijk-samenhangende deelgebieden in het ‘Brabant Mozaïek’. Vanuit die analyse is de Oostflank SRBT ontstaan: 7 kernen in een typisch Brabants landschap. Deze eerste verkenning heeft in september 2021 geleid tot een gezamenlijk besluit van de colleges van Tilburg en Oisterwijk om een Koersdocument voor dit gebied, de ‘Oostflank van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg’, uit te werken. Sindsdien werken gemeente Tilburg en Oisterwijk nauw samen. De opgaven die spelen binnen de SRBT zijn als volgt (zie concept ontwikkelstrategie juli 2023):
1
Meer brede welvaart verdeeld over stad en land
2 3 4
Benutten van de kracht van het Brabantse
Het is een gebied waar stad en landschap elkaar ontmoeten. Op het gebied van verstedelijking, biodiversiteit, natuur, mobiliteit, landbouw, water en klimaat ligt er een grote druk op dit landschap. De urgenties in het water- en ecosysteem zijn groot. De keuzes die hierin moeten worden gemaakt bepalen in grote mate de toekomstige kwaliteit van onze leefomgeving. Maar: doordat een groot deel van die opgaven min of meer tegelijkertijd speelt, is er nu een unieke kans om ze op elkaar af te stemmen, te verbinden en zo optimale synergie te bereiken. Zo kan een grote kwaliteitsimpuls worden gegeven aan de kwaliteit en leefbaarheid van het gebied. Daarom werken we in de Oostflank aan een regionale, integrale ruimtelijke visie. Dat vraagt om heldere bestuurlijke keuzes. Keuzes die de motor vormen voor een integrale gebiedsontwikkeling Oostflank. Het projectgebied behelst de zeven kernen en het gebied daar direct omheen. De grenzen zijn niet keihard. We zoeken altijd naar de relatie met de gebieden hier omheen en zoeken ook de samenwerking op met buurgemeenten om bepaalde doelen te behalen.
De basis voor de uitgangspunten van de Oostflank
mozaïek
In 2019 werd door de gemeente Tilburg ‘Masterplan
Slim motorblok van Noord-Brabant en
Pauwels’ vastgesteld. Toen in 2020 ook duidelijk
Nederland
werd dat de Tilburgse woningbouwopgave naar
Transitie naar duurzame warmte en energie en
boven bijgesteld moest worden, was dit aanleiding
circulaire economie
om nader onderzoek uit te zetten naar de
5
Woningbouw inzetten als hefboom
draagkracht van het oostelijk deel van Pauwels, met
6
Bereikbaar blijven
de dorpen Berkel-Enschot en Udenhout. Ook was net bekend geworden dat het dorp Biezenmortel door
Het gebied
gemeentelijke herindeling onderdeel van gemeente
De Oostflank is een bijzonder gebied van ca. 7.200
de vraag van het college van B&W van Tilburg voor
hectare. Daarnaast zijn de geschiedenis van Tilburg
nader onderzoek naar een mogelijk toekomstige
en Oisterwijk al eeuwen met elkaar verweven (zie: p.
invulling van de locatie Zwaluwenbunders.
Tilburg zou gaan worden. Daar bovenop kwam nog
22-23).
7
Projectgebied van de Oostflank
8
Vlak na de collegebesluiten van september 2021 werd in december 2021 de Tilburgse ‘Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie’ vastgesteld waarin de Oostflank als uitwerkingsopgave werd benoemd. Een leidend principe werd daarin ook al vastgesteld: “we verstedelijken in en rondom de dorpen, maar laten de dorpen niet aan elkaar groeien. De dorpen Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel hebben elk hun eigen karakteristieken en identiteit. Deze willen we behouden en versterken”. Gemeente Oisterwijk heeft dit principe ook vastgelegd in haar ‘Woonzorgvisie 2022-2027’: “De huidige structuur van afzonderlijke dorpen van elkaar gescheiden door groenzones (Brabantse Mozaïek) houden we in stand”. Een tweede fundament was de nieuwe visie ‘Van Gogh Nationaal Park’ (VGNP). Deze visie, waarin het evenwicht tussen ‘innovatie’ en ‘authentiek landschap’ centraal staat, was ook al omarmd als uitgangspunt in de Verstedelijkingsstrategie SRBT. De Oostflank is de eerste gebiedsgerichte uitwerking van deze visie en daarmee beoogd als ‘uithangbord’ van VGNP. De volgende uitgangspunten van de verstedelijkingsstrategie SRBT zijn vastgesteld:
1
Bodem en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen.
2
We realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie.
3
De juiste woning op de juiste plek.
4
Versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid.
5
Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking.
Het Koersdocument Oostflank SRBT werkt deze
Een uitnodiging aan onze partners De ambitie van Tilburg en Oisterwijk is het waarborgen van een veilige en aantrekkelijke omgeving, het bevorderen van de biodiversiteit, het verkrijgen van een gezonde bodem en het garanderen van voldoende en schoon water. Ook streven we naar een duurzame landbouw, die in balans is met de ondergrond en een robuust ecosysteem. Dat is niet alleen een zaak van het Rijk, maar zeker ook van provincies, gemeenten en waterschappen, gebiedsprocessen, bedrijven en inwoners. De opgaven die gesteld worden in dit Koersdocument vallen tevens voor een groot deel samen met de ruimtelijke opgaven uit het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) en de Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) van de provincie: Dan gaat het o.a. over de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied, de groenblauwe gebiedsopgaven in de overgangsgebieden rondom de Natura 2000-gebieden en Natte Natuurparels en de bufferzones langs beekdalen. Zo geven we op gemeentelijk niveau vorm aan het werken als één overheid. Daarnaast is ook door de ZLTO en de boomtelers in ons gebied het plan ‘Versailles van het Noorden’ gemaakt. De uitdaging aan alle partners is om alle opgaven op een slimme manier met elkaar te verbinden, zowel inhoudelijk, qua planning en proces, als financieel.
Daarmee wordt de aanpak van die opgaven niet per se makkelijker, maar we hebben de overtuiging dat het resultaat ervan wel veel beter zal zijn. Met dit Koersdocument pakken we de opgaven aan. We vragen gebiedspartners, inwoners en de andere overheden om deze koers samen met ons verder uit te werken in concrete plannen en programma’s. We proberen een omslag te maken van losse visies en uitvoeringplannen naar integrale ontwikkeling.
uitgangspunten gebiedsgericht uit, vanuit de specifieke omstandigheden en kansen die de Oostflank biedt. Vanaf het begin is de Oostflank SRBT opgezet als een integrale gebiedsontwikkeling. Hiermee is dit Koersdocument ook een gebiedsgerichte uitwerking van het ‘Integraal Ruimtelijk Voorstel’ dat alle provincies in 2023 uitwerken, als bijdrage aan de nieuwe Nota Ruimte.
9
De Rijksoverheid onderkent dit ook in het
Met dit Koersdocument geven we invulling aan
programma NOVEX, waar invulling aan gegeven
dit integrale ruimtelijke voorstel, door een koers
wordt door middel van zogenaamde “provinciale
te schetsen voor de Oostflank van de SRBT. Het
startpakketten”, die in december 2022 naar de
ruimtelijk voorstel nodigt het gebied uit om, in
provincies zijn verstuurd. Gedurende 2023 moet
een langjarige gebiedsontwikkeling, de Oostflank
de landelijke ‘ruimtelijke puzzel’ (NOVEX) opnieuw
in transitie te brengen en daarmee een glorieus
gelegd worden, in nauwe samenwerking tussen het
perspectief te bieden!
Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Een concreet integraal ruimtelijk voorstel is het beoogde resultaat.
Uitgangspunten Oostflank SRBT
1 2
10
•
We passen de lagenbenadering toe, waarbij de onderste laag randvoorwaarden stelt aan de bovenliggende lagen. Op basis van de lagenbenadering formuleren we heldere ontwikkelprincipes.
•
We zetten primair in op natuur- en landschapsontwikkeling met een kwantitatieve ambitie om minimaal 500 hectare nieuwe natuur - waarvan 200 hectare bos minimaal 20 strekkende km houtwallen en singels en 20 strekkende km lanen te ontwikkelen.
•
We zetten maximaal in op de mobiliteitstransitie door te kiezen voor versterking van het OV- en fietsnetwerk, het zoveel mogelijk ‘verluwen’ van het autoverkeer in de dorpskernen en houden de bereikbaarheid op orde.
•
We realiseren maximaal 4.000-5.000 woningen in de Oostflank tot 2040, waarvan de helft t/m 2030.
•
We sluiten aan bij de SRBT-woondeal, waarin we hebben afgesproken om minimaal 70% van de woningbouwprogrammering in de Oostflank als geheel in te zetten voor betaalbare woningen: Concreet: 30% sociale huurwoningen en 40% middenhuur en/of betaalbare koopwoningen (€390.000, betaalbaarheidsgrens 2024). Beide gemeenten houden zich hiernaast uiteraard tevens minimaal aan hun eigen beleid.
•
We kiezen eerst voor passende inbreiding en transformatie van bestaande bebouwing dan voor uitbreiding en zetten vol in op de versterking van de dorpskernen. Buiten de dorpskernen faciliteren we nieuwe economische functies in samenhang met de landbouwtransitie, boomteelt en natuurontwikkeling.
•
We laten de dorpen niet aan elkaar groeien en passen woningbouw in op basis van de lagenbenadering. Nieuwe woningbouwontwikkelingen gaan een verbinding aan met het landschap. Mede hierdoor ontstaan nieuwe woonmilieus.
"Ik droom mijn schilderij en schilder mijn droom." Vincent van Gogh
11
12
13
02 KOERS OP HOOFDLIJNEN
(foto: Gerdien Wolthaus Paauw)
14
INHOUDSOPGAVE
14
KOERS OP HOOFDLIJNEN De opgaven voor de Oostflank zijn omvangrijk en divers. We brengen ordening aan met de zogenaamde ‘lagenbenadering’. Dat betekent dat de onderste laag van natuur, water, bodem en cultuurhistorie voorwaarden stelt aan het grondgebruik en de infrastructuur. We onderscheiden drie lagen:
1
De onderste laag is de fysieke ondergrond (bodem, water, biotisch systeem, cultuurhistorie enz.). Deze laag heeft een lange ontstaansgeschiedenis en is kwetsbaar. Grote veranderingen en herstel vergen al gauw meer dan een eeuw en sommige waarden zijn onvervangbaar.
2
De middelste laag is de netwerklaag. Deze laag bevat netwerken van infrastructuur, met onder meer wegen, spoorlijnen, energie en waterwegen. Deze laag is veranderlijker dan de onderste laag, maar wordt wel gekenmerkt door hoge aanloopkosten en lange aanlooptijden. Belangrijke veranderingen duren 20 tot 80 jaar.
3
De bovenste laag is de occupatielaag (de gebruikslaag). Bij deze laag gaat het om menselijke activiteiten als wonen, werken en recreëren – en de fysieke neerslag daarvan. Deze laag kenmerkt zich door een relatief hoge veranderingssnelheid.
Deze lagenbenadering is de basis voor de opzet van hoofdstuk 3.
15
Koerskaart Oostflank Deze kaart is illustratief en doet geen uitspraken over exacte percelen
16
16
17
17
Koers onderste laag
integrale aanpak van de N65 als ‘Parkway’ voor te
Wij gaan aan de slag om het gebied
stellen. Verkeersveiligheid op bestaande wegen en
klimaatrobuuster te maken, door bodem en water
kruispunten dient gewaarborgd te worden. En de
sturend te laten zijn. Dit doet we onder meer
hoeveelheid autoverkeer dient acceptabel te zijn
door de sponswerking van de bodem te vergroten
in relatie tot capaciteit en verkeersveiligheid. De
en beekdalen zoveel mogelijk te vrijwaren van
gemeenschappen in het gebied worden optimaal
bebouwing en (intensieve) landbouw. We stemmen
verbonden.
bodemgebruik af op de bodemgesteldheid van de ondergrond, de vernatting van de beekdalen en
Koers bovenste laag
willen waterberging fors vergroten. We brengen
We zetten in op herstructurering en nieuwbouw
balans tussen gebruik en wat de bodem kan (ver)
in de ‘binnendorpse’ gebieden om te verdichten
dragen. De watersignaleringskaart, die verbeeldt
en de leefbaarheid en vitaliteit van de dorpen
waar er beperkingen zijn voor verstedelijking
te versterken. In combinatie met ontwikkeling
vanuit het watersysteem, is hierbij een belangrijk
van de kwaliteit van het landschap kunnen de
hulpmiddel.
dorpen op beperkte schaal uitbreiden, waar dat landschappelijk verantwoord is. Belangrijk
Ook willen we een forse bijdrage leveren aan de
is daarbij dat de dorpen niet aan elkaar
Brabantse Bossenstrategie. We zien ruimte om
groeien, maar aansluiten op het landschap,
ca. 500 ha nieuwe landschapselementen en bos
zodat we het Brabantse mozaïeklandschap
toe te voegen. Met name in de directe omgeving
in stand houden. Daarom hebben we óók de
van de Leemkuilen, de overgangsgebieden van
uitbreidingsmogelijkheden van de dorpen sterk
beide Natura-2000 gebieden en in de landschaps-
teruggebracht ten opzichte van de plannen van een
ecologische zones die van de Loonse en Drunense
decennium geleden. Tussen de dorpen blijft altijd
Duinen via de Leemkuilen naar de Oisterwijkse
een afstand van minimaal 750 meter onbebouwd,
Bossen & Vennen en Kampina lopen.
ofwel drie minuten fietsen van dorp naar dorp door het buitengebied. Op veel plekken is en blijft de
We geven invulling aan het GGA-gebied ‘Kampina,
afstand dus nog groter. De ontwikkellocaties zijn
Oisterwijkse Vennen en omgeving’ en die van
zodanig gekozen dat er ten alle tijden minimaal
de ‘Loonse en Drunense Duinen en omgeving’.
750 meter ruimte blijft tussen de dorpen. De
Daarbij ligt de focus op vernatting, uitbreiding
afstand tussen de dorpen willen we beschermen,
van bossen en landschapselementen, zoals bosjes,
door eerst te kiezen voor passende inbreiding
hagen, houtwallen en lanen. Ook zijn we van plan
en transformatie van bestaand bebouwd gebied.
om 20 kilometer nieuwe houtwallen, singels en 20
Nieuwe ontwikkelingen voor wonen en werken
kilometer nieuwe laanbeplanting te realiseren. Zo
aan de dorpsranden moeten altijd in relatie staan
versterken we de cultuurhistorische, ecologische en
tot het omliggende landschap. Zo komen we tot
recreatieve kwaliteiten van het landschap.
bijzondere nieuwe woonmilieus, klimaat-robuust en natuurinclusief, die de rijkheid van de Oostflank
Deze ingrepen in de onderste laag zorgen
vergroten. We zetten stevig in op een schonere,
tegelijkertijd voor betere condities voor flora en
veiligere en gezonde leefomgeving. We zetten
fauna waardoor deze weer kunnen floreren. De
maximaal in op betaalbare woningen, waarbij de
biodiversiteit zal hierdoor omhooggaan en willen
woonbehoefte van de dorpsbewoners een belangrijk
we verder versterken met de manier waarop we de
uitgangspunt is.
middelste en bovenste laag aanpakken. In de gemeente Tilburg zetten we binnen de
18
Koers middelste laag
Oostflank met name in op herstructurering en
We zetten ons krachtig in voor de komst van een
verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen.
nieuw NS-station in Udenhout, in nauwe samenhang
In Oisterwijk is nog ruimte voor beperkte
met de ontwikkeling van een ‘stationsmilieu’ en
uitbreiding, met een goede landschappelijke
een hoogwaardige fiets en OV verbinding tussen
inbedding, In het landelijk gebied richten we
de stations Udenhout en Oisterwijk. Met een
ons op de verduurzaming van landbouw, bos-
nieuw station dragen we op regionale schaal bij
en natuurontwikkeling en meer gereguleerde
aan de mobiliteitsverandering. We investeren in
ontwikkeling van de boomteelt. We zoeken daarbij
een betere toegankelijkheid van het landschap
verbinding met de provinciale Gebiedsgerichte
voor wandelaars en fietsers. Ook willen we de
Aanpak rond de natuurgebieden (GGA’s) en de
barrièrewerking voor mens en dier van de N65
ontwikkeling van het Brabants Plan Landelijk Gebied
en de spoorlijnen fors verminderen, door een
(BPLG).
18
HUIDIGE SITUATIE Landbouw
Natuur
Bebouwing Onderschrift Totaal
INTEGRALE KOERSKAART 3.500 ha
1.900 ha
Landbouw
2.800 ha
A - Landbouw
1.600 ha
B - Landbouw in overgangsgebieden
1.200 ha
Natuur
2.400 ha
A - Realisatie natuur- en landschapselementen
200 ha
B - Realisatie natuur
300 ha
Natuur (categorie (C)
1.900 ha
1.600 ha
Bebouwing
1.800 ha
7.000 ha
Totaal
7.000 ha
Koningsoord, Onderschrift Berkel-Enschot (foto: Claudia den Boer)
19
03 KOERS PER LAAG
Leemkuilen (foto: Gerdien Wolthaus Paauw)
20
INHOUDSOPGAVE
KOERS PER LAAG 3.1 Onderste laag: fysieke ondergrond Het perspectief voor de toekomst: De Oostflank is een doorlopend mozaïeklandschap waarin de dorpen stevig in het groen verankerd liggen. Het is een prachtig Brabants cultuurlandschap gebouwd en in stand gehouden door trotse boeren en boomkwekers. Robuuste beken en laagtes vormen de stevige ruggengraat van dit gebied, die als levensader het landschap van west naar oost doorkruisen. Weelderige natuurgebieden zijn stevig met elkaar verbonden, waardoor een samenhangend geheel ontstaat. Hier vinden we een diversiteit aan flora en fauna, van bos tot ruigtes en van boomkikker tot dassen. Rond de Leemkuilen vormt een sterke groene kern het hart, met de parkway N65 die een belangrijke rol speelt als entree en centrale as die het hart van de Oostflank doorkruist. Zo versterken we de zichtbaarheid en leesbaarheid van het Brabantse bekenlandschap, de basis van het Van Gogh Nationaal Park. In Van Gogh Nationaal Park investeren we als partners samen in het landschap van de toekomst. We hebben vier ontwikkellijnen of programma's bepaald waar al onze initiatieven aan bijdragen. We richten onze focus op stad-landverbinding; natuur-, landschapen erfgoedbeleving & duurzaam toerisme. Daarnaast vinden we het belangrijk dat er in onze activiteiten, ruimte is voor educatie & participatie en voor natuur & gezondheid.
Aan de oostzijde van het gebied verbindt de Kampina, als robuuste natuur eenheid, de Oostflank met de Brabantse Kempen.
Onderste laag: fysieke ondergrond
○ ○ ○ Cultuurhistorie
Water
Natuur
21
Inleiding in de cultuurhistorie van de Oostflank Het gebied van de Oostflank kent een zeer lange bewoningsgeschiedenis, waarbij Oisterwijk en Tilburg nauw met elkaar verweven zijn.
Rond 1200 wonen de adellijke ‘heren van Tilburg’ vermoedelijk in een burcht (Ter Burgt) tussen de Voorste en Achterste Stroom in, wat later Oisterwijk wordt. Zij bezitten het ‘grote Tilburg’ dat zich uitstrekte van het Helvoirts Broek (oost) tot aan de bovenloop van de Donge (west). Rond 1200 begint echter ook stapsgewijs de inlijving van Noord-Brabant
Landschappelijke ontwikkeling
bij de Hertog van Brabant. Lokale machthebbers worden
Het kenmerkende Brabantse bekenlandschap van de
verdreven. Vóór 1212 sticht de hertog ‘Vrijheit Oisterwijk’
Oostflank werd tijdens verschillende langdurige perioden
en wordt daarmee de hoofdplaats van het gelijknamige
van de laatste ijstijd gevormd. Zowel door water als wind
‘kwartier’ van de Meierij van ’s-Hertogenbosch. Het grote
werden er in de loop van vele duizenden jaren enorme
Tilburg wordt gesplitst in Oost-Tilburg (Oisterwijk) en
hoeveelheden zand en leem meegenomen en hier afgezet. Zo
West-Tilburg (Tilburg) en er ontstaan twee belangrijke
ontstond een afwisselend patroon van hoger gelegen grotere
parochies. Hierdoor wordt Enschot steeds minder belangrijk,
dekzandplateaus en kleinere -koppen die afgewisseld worden
waardoor handelsroutes later ook niet meer hier passeren.
door flanken en kleine- en grotere beekdalen.
Tilburg komt bestuurlijk onder het gezag van Oisterwijk
Daarnaast zijn de langgerekte, grote dekzandruggen van
en ’s-Hertogenbosch. De dorpen Enschot, Berkel, Heukelom,
de Loonse en Drunense Duinen en de Oisterwijkse Bossen
Udenhout en Haaren behoren tot het rechtsgebied van
en Vennen zeer kenmerkend voor dit gebied. Nu zijn deze
Oisterwijk. De namen van de andere dorpen en buurtschappen
gebieden al decennia aangeplant met bos, maar in de eeuwen
die we nu kennen in de Oostflank dateren uit de vroege
daarvóór waren er periodes van grote zandverstuivingen.
middeleeuwen en hebben in hun naamgeving een sterke
Deze grote dekzandruggen veroorzaakten ook ophopingen
relatie met het landschap. Ten zuiden van Udenhout, langs
van water richting het noorden, omdat ze dalen blokkeerden.
de Waalwijkse Weg en bij de buurtschappen Heuveltje en ’t
Zo ontstonden grote moerasachtige gebieden, zoals het
Hoekske is het karakter van het Brabantse zandlandschap met
natuurgebied De Brand en het Helvoirts- en Moergestels
langgevelboerderijen, grote schuren en erven omgeven door
Broek. De meeste dorpen liggen op uitlopers van een groot
heggen nog behoorlijk bewaard gebleven.
dekzandplateau. De Dorpen en buurtschappen ontstonden altijd op de overgang van ‘hoog en droog’ naar ‘laag en nat’
In de Oostflank zijn veel waardevolle cultuurhistorische
en in de buurt van doorwaadbare plaatsen.
elementen te benoemen. Denk aan de grootschalige ‘boshoeve-ontginningen’ in Udenhout die rond 1300 starten
Beknopt historisch perspectief
onder direct gezag van de hertog van Brabant. Of aan de
Al in de prehistorie moet het landschap aantrekkelijk zijn
centrale ‘Kreytenheyde’ die sinds 1309 als Haarense gemeint
geweest. De nabijheid van zowel natte als droge gronden
(gemeenschappelijke woeste gronden) werden uitgegeven.
bood een grote diversiteit aan voedselbronnen voor jager-
Pas na de Franse tijd worden dit soort gronden opgedeeld
verzamelaars. Ook uit de bronstijd, ijzertijd en Romeinse
onder burgerlijke gemeenten, verkaveld en ontgonnen. Rond
tijd zijn bijzondere vindplaatsen van bewoning bekend.
die tijd ontstonden de eerste boomkwekerijen en zagen
Delen van het gebied moet zelfs duizenden jaren lang in trek
kloostergemeenschappen mogelijkheden, zoals Huize Assisië,
geweest zijn, omdat het een van de grootste vindplaatsen
de kapucijnen in Biezenmortel en Sint-Vincentius. Bij Haaren
in Noordwest-Europa betreft als het gaat over sporen uit de
werd in 1839 het grootseminarie Landgoed Haarendael
vroege- en middensteentijd.
gevestigd. Andere parels in het gebied zijn onder andere buitenplaats De Grote Strijdhoef in Udenhout, en kasteel
Oisterwijk en Tilburg delen een boeiende geschiedenis met
Nemelaer in Haaren.
elkaar. De oudste vermelding van Tilburg komt uit 709, maar onbekend is waar dit ‘oudste’ Tilburg precies lag. Misschien
Na opening van de verharde straatweg (De Bosscheweg)
duidde het niet één specifieke plek aan, maar werd het hele
in 1840 is er grootschalig bos aangeplant op de heide tot
dekzandplateau ‘Tilburg’ (Tilliburgis of Tilburgen) genoemd.
eind jaren ’50. Toch zijn honderden hectaren bos uit de
Een belangrijke plek binnen het gebied ligt op dat moment
Oostflank weer verdwenen, door verdere ontginning van dit
rond de parochiekerk van Enschot. In de tijd van de vroege
centrale bosgebied en de winning van leem en later zand
middeleeuwen kruisten rond de plek van de nu resterende
met de Leemkuilen. In 1865 krijgt Oisterwijk een station,
kerktoren twee bovenregionale handelsroutes elkaar.
wat behalve looiers en schoenfabrieken ook renteniers
Archeologisch onderzoek wijst uit dat er in deze omgeving
aantrekt die villa’s laten bouwen. Pas rond 1900 wordt de
al vanaf de 7e en 8e eeuw semipermanente nederzettingen
omgeving van heide en vennen beplant met bos voor de
waren die opmerkelijk groot waren.
houtproductie. Al in 1930 wordt Oisterwijk als ‘Parel van Brabant’ een echte toeristenplaats. In de laatste decennia groeien de natuurgebieden nabij Oisterwijk en Udenhout uit tot gebieden die in totaal meer dan een miljoen bezoekers
22
per jaar trekken.
Deze kaart komt uit: “Historische beschrijving van de Meierij. Handschrift vervaardigd in de jaren rond 1825” door A.C. Brock, bij p. 275. Dit handschrift is in 1978 uitgegeven door het toenmalige streekarchivariaat “Langs Aa en Dommel”, toen gevestigd te Veghel. Dit streekarchief is tegenwoordig onderdeel van het BHIC (Brabants Historisch Informatie Centrum te ’s-Hertogenbosch, het vroegere Rijksarchief in Noord-Brabant. Brock was koster van Sint-Oedenrode (1775-1834) en amateurhistoricus die verschillende verzamelwerken geschreven heeft. Deze kaart is gebaseerd op de “Kaart-figuratief van het grootste gedeelte van Noord-Brabant” van Hendrik Verhees, landmeter te Boxtel, rond 1794 gegraveerd door C. van Baarsel. Een beroemde kaart die in vier bladen later in verschillende boekwerken heruitgegeven is. Ze geldt als behoorlijk betrouwbaar, voor het kadaster (1832) en de topografische kaarten alles juist in beeld brachten. Voor literatuur zie “Het schetsenboek van Hendrik Verhees”,, uitgegeven door Jan van Laarhoven (Den Bosch 1975) en “Op de kaart gezet Hendrik Verhees politicus, kaartenmaker en waterstaatkundige 1744-1813” door Hans Pel, (Boxtel 2007) 23
01
Cultuurhistorie
De opgave De vele ruimtelijke opgaven die samenkomen in de Oostflank zijn van invloed op het landschap en de dorpen. Denk aan woningbouw in- en om de dorpen, maar ook de opgave van de bossenstrategie en de landbouwtransitie. Daarbij is het van belang om oog te hebben voor allerlei verschillende waarden, ook vanuit cultuurhistorie. Eén van die omgevingswaarden omvat het cultureel erfgoed, inclusief de landschappelijke waarden. Ruimtelijken cultureel erfgoed weerspiegelt de identiteiten van een samenleving1. Het maakt onze leefomgeving mooier en versterkt de herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van de dorpen en het landschap. Het is dan ook de taak om de basis van het erfgoed op orde te hebben, zodat wij ons in kunnen zetten voor het behoud van monumenten, cultuurhistorische panden, archeologie en het cultuurlandschap. Daarbij hebben we ook steeds meer oog gekregen voor de waarde van ‘ensembles’ en ‘context’, niet in de laatste plaats in het landschap. Vaak hebben oude relicten en cultuurhistorische, landschappelijke waarden -afgezien van de Rijksbeschermde dorpsgezichten- geen wettelijke bescherming. Steeds vaker worden die daarom in gemeentelijk beleid aangewezen als waardevol landschap, of zijn benoemd als Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht.
De wettelijke bescherming geldt ook voor de archeologische monumenten in Haaren zoals de Belversche akkers en de omgeving Vrijhoeve in Moergestel. Goed erfgoedbeleid is daarom belangrijk. Oisterwijk en Tilburg hebben zich de laatste jaren sterk ingezet om erfgoed beter te verankeren in beleid. Oisterwijk heeft de cultuurhistorische waarde daarom vastgelegd in
(2022), en heeft in 2021 een Erfgoedvisie vastgesteld2. In de visie zit een Cultuurhistorische Waardenkaart, die gebruikt wordt als instrument voor alle ruimtelijke ontwikkelingen, en zijn er op basis van de ontstaansgeschiedenis verhaallijnen ontwikkeld. De verhaallijnen zijn uiteengezet in Bevochten Oisterwijk, Natuurlijk Oisterwijk, Strategisch Oisterwijk, Religieus Oisterwijk, Agrarisch Oisterwijk, Ambachtelijk en Ondernemend Oisterwijk, en bieden zo een bruikbaar ontwikkelperspectief op basis van de identiteit van de gemeente. Het biedt een kompas voor beleid en een vertaling naar een projectmatige aanpak zoals de voorbeeldprojecten van de Erfgoedagenda. Tilburg stelde in 2019 het Masterplan Landschapspark Pauwels vast, met een bijbehorende ‘Cultuurhistorische Atlas Pauwels’3, waarin het door de mens gemaakte cultuurlandschap, de historisch-geografische aspecten van het landschap, de gebouwde monumenten, archeologie en historisch groen (bijvoorbeeld oude boskernen en historische landgoederen) beschreven zijn. In de zomer van 2023 heeft Tilburg een Routekaart Ruimtelijk Erfgoed vastgesteld, met daarin onder meer ‘Het Verhaal van Tilburg en het ruimtelijk erfgoed’. Hierbij is ook een ‘Basiskaart met de bijzondere gebieden op rij’ ontwikkeld.
De opgave is om de cultuurhistorische waarden binnen de Oostflank in alle verscheidenheid te beschermen of te respecteren en er rekening mee te houden in zowel vroege- als latere fasen van planvorming. Daarnaast kunnen cultuurhistorische waarden ook als inspiratiebron dienen. We streven naar actief gebruik van erfgoed. We gaan uit van de ontwikkelkracht van erfgoed en zetten in op erfgoedbeleving.
het archeologiebeleid (2018), de visie buitengebied 1 2 3
24
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2021. Erfgoedvisie Gemeente Oisterwijk, 2021-2026. (PDF) Cultuurhistorische Atlas Landschapspark Pauwels | Lauran Toorians and Chris de Bont - Academia.edu
1.
2.
1.
2.
Gemeente Oisterwijk Cultuurhistorische Waardenkaart Legenda
Beleidsmaatregel
Historische bouwkunst en stedenbouw Rijksmonument
Beschermd op grond van de erfgoedwet 2016
Gemeentelijk monument (OW: vlak; HA/OW: punt)
Beschermd op grond van de Monumentenverordening 2010
Beeldbepalend pand
Opgenomen in Bestemmingsplan
Rijksbeschermd stads-/dorpsgezicht
Beschermd op grond van de erfgoedwet 2016
Gemeentelijk beschermd stads-/dorpsgezicht
Beschermd op grond van Monumentenverordening 2010
Molenbiotoop Molenbiotoop
Rekening houden met Molenbiotoop en zichtlijnen
Waardevolle structuurlijnen Waterloop
Respecteren en rekening houden met waardevolle structuren
Spoorweg
Respecteren en rekening houden met waardevolle structuren
Historisch groen Monumentale boom
Beschermd op grond van vastgestelde lijst
Landgoed/Buitenplaats
Respecteren en rekening houden met waardevol groen
Architectonisch groen; park, tuin, laan
Respecteren en rekening houden met waardevol groen
Overige waardevolle gebieden
Respecteren en rekening houden met waardevol groen
Waardevolle Ondergrond Archeologisch rijksmonument
Beschermd op grond van de erfgoedwet 2016
CHW Het Groene Woud CHW Het Groene Woud
Respecteren en rekening houden met waardevolle gebieden
Topografie Gemeentegrens
!
! !
!
Topografische ondergrond Oisterwijk en Haaren
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
! !
!
!
!
1. Basiskaart stedenbouwkundig erfgoed gemeente Tilburg (Uit: Routekaart Ruimtelijk Erfgoed Tilburg, 2023) !
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
! !
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
! !
!
!
!
!
!
!
!
2. Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Oisterwijk
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
!
25
! !
!
!
!
!
!
!
2021-2026
Erfgoedvisie Gemeente Oisterwijk
Mindlabs - Burgemeester Brokxlaan
Routekaart Ruimtelijk Erfgoed Tilburg Erfgoedvisie Gemeente Oisterwijk, 2020
JULI 2023
Routekaart Ruimtelijk Erfgoed Tilburg, 2023
De koers Voor de Oostflank is het plaatselijke, gemeentelijke beleid leidend. In dit Koersdocument gaat het om een integrale ruimtelijke visie op hoofdlijnen. We gebruiken voor die hoofdlijnen, naast het genoemde erfgoed beleid, ook een aantal belangrijke bronnen om ruimtelijke keuzes te maken. Denk hierbij aan de Visie Buitengebied van Oisterwijk, waarin ook een deel over landschap & cultuurhistorie gaat, de eerder genoemdeeerdergenoemde ‘Cultuurhistorische Atlas Pauwels’, maar ook de Historische Atlas van Tilburg en het boek ‘Oisterwijk een geschiedenis van meer dan 800 jaar’. We kiezen naast ruimtelijke- en planologische afwegingen óók nadrukkelijk om bepaalde waardevolle gebieden in het landschap juist onbebouwd te laten, in tegenstelling tot planvorming uit voorgaande jaren. Het erfgoedbeleid laten we dus ook in deze fase al sturend zijn, hoewel dit in elke vervolgfase van verdere uitwerking geborgd moet worden. Daarnaast biedt het verleden ook inspiratie voor belangrijke landschappelijke opgaven, zoals de bossenstrategie1 en de klimaatadaptatie. Om het bijzondere cultuurlandschap blijvend te beschermen gaan we (historisch) structuren en landschapselementen verankeren in planologische elementen.
Hierbij kijken we nadrukkelijk naar de drie lagen van het historisch erfgoed, de verborgen onderste en middelste laag, en de zichtbare bovenste laag, om bestaande erfgoedkarakteristieken te versterken en/of te herstellen.
1
26
Landschap versterken met bomen en bos. Adviesrapport van het College van Rijksadviseurs, 2020.
—
We willen het oude cultuurlandschap tussen- en rond Berkel-Enschot, Udenhout en Oisterwijk versterken: de cultuurhistorische- en landschappelijke kwaliteiten in dit tussengebied hebben een hoge waarde, maar is door alle ruimtelijke druk van ontwikkelingen blijvend kwetsbaar. Daarom zetten we in op een stevige landschappelijke versterking van dit tussengebied, dat oudeen waardevolle landschappelijke structuren heeft. Het behoud van historische zandpaden is daar een goed voorbeeld van.
—
We zetten in op de landschappelijke versterken van de omgeving van de Leemkuilen: als uitwerking van de bossenstrategie en de landschappelijke opgaven voor natuurverbindingen en natuurversterking, putten we inspiratie uit het grote, verdwenen bos- en heidegebied van de ‘Kreytenheide’ of ‘Haarense Gemeint’ aan weerszijde van de N65. Samen met grondeigenaren willen we op een eigentijdse manier bouwen aan deze centrale ‘groene kern’ van de Oostflank, als onderdeel van het Van Gogh Nationaal Park.
—
We willen de onderscheide kwaliteiten van het religieus erfgoed, zoals Landgoed Haarendael, Landpark Assisië en De Beukenhof en kasteel Nieuwenhof versterken: Landgoed Haarendael is een iconische plek met een rijke historie. Ook Landpark Assisië en De Beukenhof in Biezenmortel zijn cultuurhistorische identiteitsdragers van dit gebied. In de diverse ruimtelijke ontwikkelingen houden we sterk rekening met de verschillende cultuurhistorische waarden van deze ensembles, waarvan delen Rijksmonument of Gemeentelijk monument zijn.
—
We zetten sterk in op het behoud van het resterende oude cultuurlandschap rondom BerkelEnschot: de landschappelijke samenhang van resterende oude akkercomplexen, boerderijerven en oude wegen zoals de Hoolstraat en Heikantsebaan in Berkel-Enschot laten we voor een groot deel onbebouwd. Slechts op enkele plekken zien we nog ruimte voor bebouwing.
—
We zetten sterk in op het behoud van het oude cultuurlandschap in en rondom Udenhout: de middeleeuwse structuur van boshoevenontginningen in Udenhout is van een zeer hoge waarde. Daarom zijn we terughoudend met (grote) uitbreidingen rond Udenhout. Alleen aan de oostzijde langs het spoor en rond de nieuwe stationsomgeving zien we ruimte voor ontwikkeling.
—
We zien een kans voor transformatie en behoud van cultuurhistorisch waardevolle ensembles, monumentale panden en structuren binnen de dorpskernen: We kiezen voor instandhouding en ontwikkeling door object- en ensemblegericht te borgen en stimuleren, gekoppeld aan verdichting.
—
We houden rekening met archeologie en waardevolle bodemschatten in de ondergrond bij nieuwe ontwikkelingen: Een groot deel van het gebied kent een hoge archeologische verwachting. Gronden met hoge verwachtingswaarde zijn vaak hoger gelegen vanwege (historische) watercondities, maar zullen daardoor ook gunstig zijn om te ontwikkelen. Omdat deze belangen vaak strijdig kunnen zijn, moeten bij nieuwe ontwikkelingen nader onderzoek plaatsvinden naar archeologische verwachtingen. (Zie specifiek voor de gemeente Tilburg: Routekaart Archeologie).
27
—
We willen het oude cultuurlandschap rondom Biezenmortel versterken: De kenmerkende landschappelijke middeleeuwse structuur van de Winkelsestraat en Winkelsehoek is zeer waardevol en houden we vrij van nieuwe woongebieden. De directe landschappelijke relatie van kloostercomplex De Beukenhof en het open landschap aan de westzijde daarvan is belangrijk. We willen deze open houden.
—
We houden rekening met de bijzondere kwaliteiten van Oisterwijk en versterken de relatie met het landschap: aan de noordkant van Oisterwijk liggen kansen om de relatie tussen stad en landschap te versterken en een nieuwe landschappelijke structuur te introduceren. Door het mozaïeklandschap te versterken (gevormd door akkerwegen, bomenrijen en houtwallen) kan Oisterwijk nog sterker worden ingebed in een breed palet aan bijzondere en gevarieerde landschappen. We willen het oude cultuurlandschap van Heukelom behouden en versterken. Een bebouwingslint te midden van zogenaamde oude bouwlanden, bol liggende, open landbouwgronden die in het verleden gebruikt werden als akkers. De randen van oude bouwlanden zijn als restanten van houtwallen zichtbaar. De Heukelomsweg is een belangrijke verbindingsweg en de entree van Heukelom. Evenals de markante Frankische driehoeken zijn zichtlijnen vanuit het lint op de omgeving een belangrijke landschappelijke kwaliteit.
—
We willen de relatie van Haaren met het omringende landschap versterken: het dorp Haaren is van oudsher sterk verankerd met het beekdal van de Ruysbossche Loop. We houden bij alle ontwikkelingen rekening met de bijzondere kwaliteiten van de historische- en groene kwaliteiten van het dorp en het omringende landschap. We willen het oude cultuurlandschap van Haaren behouden en versterken met name rond de Belverse akkers – beschermd op basis van bestemmingsplan (archeologisch monument, openheid, cultuurhistorisch vlak). De oudste akkercomplexen werden gezamenlijk ontgonnen en vanuit de boerderijen in het dorp bewerkt. Hierdoor zijn rond de meeste dorpen in zandgebieden essen ontstaan die nog steeds herkenbaar zijn als grotere open gebieden. De Belverse akkers is een akkercomplex met esdek, bolle ligging, openheid, steilranden en zandpaden. Het betreft een terrein met archeologische waarden met daarin sporen van bewoning uit de steentijd tot de Middeleeuwen, alsook de resten van een laatmiddeleeuwse kapel. Het akkercomplex is omgeven door een krans van bebouwing.
—
We willen de relatie tussen Moergestel, het beekdal van de Reusel, kasteel Nieuwenhof en de bossen van het Galgeven versterken: de toekomstige gebiedsontwikkelingen kunnen de relatie van het dorp en deze structuren versterken. Het landschap, de cultuurhistorie en de natuur nemen we integraal mee in de planvorming van deze ontwikkelingen.
—
De cultuurhistorische zandpaden, te vinden op verschillende plekken in ons buitengebied, zijn beschermd in het bestemmingsplan en vormen een belangrijke bijdrage aan de uitstraling en beleving van ons bu itengebied.
28
Standerdmolen aan de Schoolstraat, Moergestel (foto: Gemeente Oisterwijk)
29
01
Water
De opgave
overstromingen van het landschap, is het Brabantse
Het bodem- en watersysteem zijn sturend voor de
landschap in zijn algemeenheid nu te droog
inrichting en gebruik van het landelijk gebied1. In
geworden.
de ‘Nota handelingsperspectieven watertransitie’, behorend bij het Waterbeheerprogramma 2022-
Die droogte is niet alleen een grote bedreiging
2027 van Waterschap De Dommel is deze aanpak
voor de natuur en de gebieden daaromheen,
al leidend gemaakt. Een belangrijk principe dat
maar het is op veel plekken gedurende lange
hieruit volgt is dat ‘functie volgt peil’ gaat gelden,
periodes ook te droog voor de landbouw. Daarom
in plaats van andersom. Daarmee is een eerste stap
is de watertransitie een gezamenlijke opgave,
gezet in een langlopend proces: de watertransitie.
die alleen met een gebiedsgerichte aanpak en
Deze inhoudelijke aanpak wordt ook meegenomen
in samenwerking met provincie, waterschap en
in het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG).
grondeigenaren opgepakt kan worden.
Dit gaat grote consequenties hebben voor de
Provincie en waterschappen willen water langer
ruimtelijke inrichting van het Brabantse landelijk
vasthouden en minder snel afvoeren. De beste
gebied: er is een "wederombouw" nodig van het
plek om water vast te houden is de bodem. Dat
water- en bodemsysteem. Die nieuwe aanpak is
kan verbeterd worden door de sponswerking
urgent én ingrijpend . In het masterplan wordt het
(wateropname) van de bodem te herstellen en
bekenlandschap als ruggengraat van het Van Gogh
te zorgen voor een robuust grondwatersysteem.
Nationaal Park bestempeld .
Grondwaterpeilen zullen volgens het Waterschap
2
3
4
1
2
3 4
Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening. Den Haag, november 2022. Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Water als basis voor een toekomstige leefomgeving’ en bijbehorende Nota handelingsperspectieven watertransitie. Waterschap De Dommel, februari 2023. (Klik hier voor het document) Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG). Masterplan Van Gogh Nationaal Park Brabant, schetsboek voor het landschap van de 21e eeuw, maart 2020.
mogelijk met 10 tot 35 centimeter worden verhoogd. In de gebiedsprocessen zetten overheden en waterschap in op grootschalig herstel van beekdalen op zandgronden, voor het verbeteren van de waterkwantiteit en -kwaliteit. Hiermee dragen we niet alleen bij aan de doelen voor de waterkwaliteit (vanuit de Kaderrichtlijn Water en
Op 9 oktober 2023 zijn de KNMI"23-
de Nitraatrichtlijn), maar kunnen we ook andere
klimaatscenario's gepubliceerd. De scenario's
doelen realiseren, zoals natuurontwikkeling,
maken duidelijk dat het weer nog extremer wordt
groenblauwe dooradering en waterberging.
dan al werd gedacht, met meer droogte, extreme
30
piekbuien en kans op overstromingen en meer
Daarnaast wil de provincie ook grondwateront-
waterschade tot gevolg. Bij de nadere uitwerking
trekkingen rond Natura 2000-gebieden beperken.
van de plannen zal hier dus ook rekening mee
Daarmee voorkomen we verdroging in deze gebie-
gehouden moeten worden.
den. De verdrogingsaanpak van ruim 50.000 hectare
De Oostflank pakt nog net een puntje mee van de
bijzondere, grondwaterafhankelijke natuur is een
Kempische hoge zandgronden en ligt vooral in de
onderdeel van die opgave. Dan gaat het niet alleen
(nattere) Centrale Slenk in Brabant. Verdroging
om Natura 2000-gebieden. Voor alle natte natuur-
is een acuut en toenemend probleem voor vele
parels uit het Brabantse beleid bestaat een wette-
functies in het landelijk gebied, maar ook voor de
lijke verplichting. Hierbij zal een transformatie van
gebouwde omgeving. Terwijl de hoge zandgronden
het landgebruik (zonering) rondom Natura 2000-ge-
voorheen zeer nat waren, waarbij de beekdalen
bieden en natte natuurparels een belangrijke rol
en dalvormige laagten geregeld zorgden voor
spelen.
De Zandleij, nabij De Brand en Udenhout.
De Voorste Stroom in de duurzaamheidsvallei
31
Uitvoering vindt plaats via onder meer de
Dit landschap was van oorsprong zeer nat, met
Droogteagenda, die met de Brabantse partners
uitgestrekte heidegebieden als grote sponzen, die
van het Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg is
lang water vasthielden. De Kampina en de Brand
opgesteld. In de Oostflank krijgen deze opgaven
zijn hier nog prachtige voorbeelden van. De beken
verder vorm, in samenwerking met grondeigenaren
in het gebied zijn in de afgelopen decennia vaak
en partners.
verlegd en rechtgetrokken, maar vormen nog steeds de ruggengraat van het landschap van de Oostflank.
De basis van het toekomstige landschap wordt gevormd door het bijzondere reliëf en het daarmee samenhangende bekenlandschap.
De koers De beken krijgen in de toekomst weer veel meer ruimte binnen klimaatrobuuste beekdalen die zoveel mogelijk vrij blijven van stedelijke ontwikkeling. De watersignaleringskaart is daarbij een belangrijk hulpmiddel, omdat het laat zien waar er mogelijke beperkingen zijn voor verstedelijking gezien vanuit het watersysteem zodat we niet bouwen op de verkeerde plekken. Bouwlocaties zijn- en worden (ook in de uitwerking) steeds afgestemd met het Waterschap. Conform de Visie Buitengebied van Oisterwijk 2022 houden we de beekdalen open, door deze te reserveren voor waterberging en extensieve functies. In de beekdalen streven we naar openheid en mogelijkheden voor (tijdelijke) waterberging op landbouwpercelen. Dat versterkt de landschappelijke en natuurwaarden, zodat we beter bestand zijn tegen de klimaatverandering. De beken worden steviger, gaan weer meer meanderen en krijgen ecologisch meer betekenis. In de beekdalen en vooral op de drogere flanken is straks voldoende ruimte voor het vasthouden van water. Voor drogere tijden, maar ook om pieken benedenstroom vermijden. Zo wordt het watersysteem van de Oostflank klimaatadaptiever en dragen we ook op regionale schaal bij aan klimaatadaptatie Dat is zowel in het belang van de landbouw als van de natuur in de regio. —
We maken water en bodem sturend voor de ontwikkelingen: functie volgt peil.
—
We zetten in op herstel van het grondwatersysteem en gaan de sponswerking (wateropname van de bodem) vergroten: focus verleggen van water afvoeren naar water vasthouden.
—
We kijken niet alleen naar de beek, maar naar het gehele beekdallandschap: van hoge koppen, naar de flanken en het dal zelf. We willen vernatten door op de koppen meer te infiltreren en de afvoer te beperken. Beken en hoofdwaterlopen geven we de ruimte en richten we natuurlijk in. We willen zoveel mogelijk afwatering vanaf de kop voorkomen (verondiepen/dempen). We willen de beekdalen beschermen: peil opzetten, geen kunstmest of pesticide en extensief boeren stimuleren. Hierbij maken we de beekdalen over de volle breedte in ecologisch en recreatief opzicht aantrekkelijker. In ecologisch opzicht wordt er ingezet op natuurlijkere oevers van de beekdalen. In recreatief opzicht wordt met name ingezet op onverharde wandelroutes.
—
Beekdalen in het gebied moeten in 2027 voldoen aan de kaderrichtlijn water: (waterloop met KRW-waterlichaam). Op de koppen en brongebieden van waterlopen en in dalvormige laagtes willen we water vasthouden in de bodem. Hier geen kunstmest of pesticide.
—
We zorgen voor waterberging bij woongebieden: zorg voor integrale waterbergingen bij (nieuwe) woningbouwgebieden (waterparken) en benut afkoppelen van hemelwater in stedelijk gebied voor landschap/landbouw.
32
Koerskaart Water
—
Beken en hoofdwaterlopen de ruimte geven en
—
Beekdalpark in dorp en stad.
vanaf de kop voorkomen (verondiepen/dempen).
—
Waterparken (in planvoorbereiding of in
Beekdalen* beschermen
—
Peil opzetten, geen kunstmest of pesticide en
—
natuurlijk inrichten. Zoveel mogelijk afwatering overweging). —
extensief boeren stimuleren.
Oostflank breed: vernatten door op de koppen meer te infiltreren en de afvoer te beperken. grondwaterpeil wordt in de toekomst structureel
—
Water vasthouden in de bodem vooral op de koppen en brongebieden van waterlopen. Hier geen kunstmest of pesticide.
verhoogd voor waterconserveringsmaatregelen. —
*
Op basis van Werkkaart uit: Nota handelingsperspectieven watertransitie Waterschap de Dommel (vastgesteld 15 februari 2023)
33
02
Natuur
De opgave In de Oostflank liggen veel natuurgebieden op fietsafstand. Prachtige natuurgebieden als de Oisterwijkse Bossen en Vennen, Kampina (Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen), de Loonse en Drunense Duinen, de Leemkuilen en de Brand (Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen) liggen binnen handbereik. Er is een afwisseling van onder andere droge en natte heiden, vennen, zandverstuivingen, blauwgraslanden en verschillende bostypen. Deze natuurgebieden staan echter onder druk door onder andere stikstofdepositie, droogte, versnippering en recreatiedruk1. Dit is zorgelijk, ook omdat de mens afhankelijk is van diensten die geleverd worden door de biodiversiteit en de natuur in het algemeen. Zo zijn veel landbouwgewassen afhankelijk van bestuiving door insecten en draagt natuur bij aan een schone lucht. De versterking van natuur, landschap en erfgoed (cultuurlandschappen) heeft topprioriteit, zoals ook het Masterplan Van Gogh Nationaal Park bepleit. Dit vraagt om robuuste en veerkrachtige natuurgebieden en goede verbindingen tussen die gebieden, door ook in de agrarische cultuurlandschappen te investeren
plaatsvinden tussen populaties. Op deze manier blijft de genetische diversiteit hoog en is de kans groter dat soorten beter met veranderende omstandigheden en ziektes om kunnen gaan. Naast landschapsontwikkeling en de ontwikkeling van robuuste natuurgebieden is het ook nodig om barrièrewerking door infrastructuur tegen te gaan. De N65 is nu een belangrijke barrière tussen natuurgebieden ten noorden en zuiden van deze weg. Door de aanleg van een ‘recroduct’ of andere faunavoorzieningen kan de barrièrewerking worden opgeheven. Ook bij kleinere wegen en spoorwegen zijn ontsnipperende maatregelen gewenst. Niet alleen in natuurgebieden, maar ook daarbuiten staat de natuur onder druk. De populaties van dieren en planten die ooit wijdverspreid waren, laten nu een neerwaartse trend zien. Om verdere achteruitgang te voorkomen moet er gestreefd worden naar een minimaal niveau van condities van leefgebieden, dit wordt Basiskwaliteit Natuur genoemd. Dit vraagt in het agrarisch gebied om een groenblauwe dooradering met poelen, houtwallen, singels en laanbeplanting en om een landbouw die bijdraagt aan bescherming van natuurwaarden. In de dorpen- en de stad moet 1
in landschapsontwikkeling. Op die manier kunnen de agrarische cultuurlandschappen functioneren als landschaps-ecologische zones tussen de natuurgebieden en een stevig groen uitloopgebied vormen voor de stad en de dorpen. Voor kwetsbare diersoorten als de kamsalamander is het belangrijk dat er uitwisseling kan
De natuur staat onder druk. Ga versnippering tegen en reduceer de hoge milieudruk. Beeld uit: - "Op weg naar Basiskwaliteit Natuur", Naturalis Biodiversity Center, 2021. - Visie Buitengebied, gemeente Oisterwijk.
34
2
Natuurdoelanalayse Loonse en Drunense Duinen, de Brand en Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen, februari 2023 (Klik hier voor de Natuurdoelanalayse Loonse en Drunense Duinen en hier voor de Natuurdoelanalayse Kampina & Oisterwijkse Vennen) Bron: https://www.brabant.nl/subsites/brabantse-bomen/ actueel/nieuws/2022/uit-de-startblokken-met-actieplanbrabantse-bomen
De Oostflank zal een stevige bijdrage leveren aan de Bossenstrategie door de aanplant van nieuwe bossen en landschapselementen, zoals houtwallen, lanen en bosjes.
Voor de Oostflank zettten we in op een kleinschalig landschap, waar plek is voor natuur, recreatie en landbouw. Uit Groene Schakels, Voorbeeldenboek ecologische verbindingszones, Provincie Noord-Brabant. 35
natuurinclusief gebouwd worden waarbij natuurlijke
Natuurnetwerk Brabant en maximaal 5.000 hectare
habitats moeten worden behouden.
daarbuiten. De Bossenstrategie dient diverse doelen. Er
Een van de instrumenten voor landschapsontwikkeling
is behoefte aan andere typen bossen, het vastleggen van
is de Brabantse Bossenstrategie. De provincie Noord-
CO2, het verbeteren van de biodiversiteit, het scheppen
Brabant streeft in haar Bossenstrategie naar een
van recreatiewaarde en het aantrekkelijker maken van
uitbreiding van het bosareaal met 13.000 hectare
woon- en werklocaties. Naast bos zet de provincie in op
bos in 2030 (nu ca. 75.000 ha)2, binnen en buiten het
een toename van het aantal houtige landschapselementen
huidige Natuurnetwerk Brabant (NNB). De invulling
(zoals houtwallen, struiken, heggen, losse bomen) in het
van deze bossenstrategie gaat van zowel bos naar
landelijk gebied. Ook in en rond het stedelijk gebied
kleine landschapselementen, waardoor je ook wel
moeten meer bomen komen. Hier hebben ze een positieve
kunt spreken van een ‘bomenstrategie’. Van de nieuwe
invloed op de infiltratie (bij extreme buien) en helpen ze
bossen ligt straks 8.000 hectare binnen het bestaande
hittestress voorkomen.
De koers De diverse bestaande natuurgebieden zullen via robuuste en brede landschaps-ecologische zones met elkaar worden verbonden en onderdeel vormen van een sterk samenhangend (natuur)netwerk. Dit zorgt ervoor dat diersoorten beter en eenvoudiger kunnen migreren en zorgt ervoor dat het landschap aantrekkelijker wordt voor recreanten. Op de overgangen van stedelijk naar landelijk gebied wordt het landschap versterkt, om de bestaande dorpen beter met het buitengebied te verbinden. De Oostflank zal een stevige bijdrage leveren aan de Bossenstrategie door de aanplant van nieuwe bossen. Die komen met name rond de Natura 2000-gebieden en de natte natuurparels en vormen dan ook ruimtelijke buffers. In die nieuwe bossen wordt veel CO2 vastgelegd en ligt het accent op natuur en recreatiewaarde. Ook komen er op grote schaal landschapselementen, zoals houtwallen en bosjes die de dorpsranden versterken en deze verbinden met de natuurgebieden. Door slimme combinaties van landschaps-ecologische zones en wandelpaden ontstaat een toegankelijk platteland. —
We zetten sterk in op het realiseren van robuuste landschapsecologische verbindingszones: van duinen naar kuilen naar vennen. Dit zijn brede zones in het bestaande landschap waarin de natuurwaarden worden gestimuleerd. We zorgen met de landschapsecologische zonering voor een robuuste en betere verbinding tussen de bestaande natuurgebieden en een samenhangend natuurnetwerk, waardoor diverse diersoorten beter kunnen migreren.
—
We willen de bestaande natuurgebieden (Natura 2000 en NNB) versterken: dit willen we doen door op passende plekken ‘groene’ en ‘blauwe' landschapselementen te creëren.
—
Samen met de grondeigenaren willen we de landbouw rondom Natura 2000 en NNB gebieden combineren met natuur: Rondom de Natura 2000 en NNB-gebieden wordt geleidelijk een netwerk van landschapselementen gerealiseerd, als onderdeel van de ca. 500 ha aan poelen, bossen, houtwallen, hagen en struweel. In de Overgangsgebieden rondom de natuurgebieden streven we naar 10-15% groenblauwe dooradering, in de overige gebieden 5-10% groenblauwe dooradering. We geven prioriteit aan de Groene Kern rondom de Leemkuilen en richting De Brand, waar we inzetten op versterking van de Brabantse Leembossen. Om dit te realiseren wordt een uitvoeringsplan opgesteld.
—
We stimuleren duurzame landbouw: Samen met de agrariërs wordt een perspectief op duurzame landbouw ontwikkeld die bijdraagt aan bescherming van natuurwaarden. Daarbij wordt ook gedacht aan agroforestry en kweekbossen om opgaven bij elkaar te brengen, waarbij we oog hebben voor de verhouding van natuurwaarden i.r.t. (inheemse) beplantingsoorten. We slaan graag de handen ineen met de initiatiefnemers van Versailles Van Het Noorden en alle andere grondeigenaren om hier vorm aan te geven.
—
We willen het mozaïeklandschap rondom de dorpen versterken: ter versterking van de natuur en om te zorgen voor een buffer rond te dorpen wordt hier extra ingezet op het toevoegen van nieuwe landschapselementen, tevens als onderdeel van ca. 500 ha aan bossen, houtwallen, hagen en struweel.
—
We willen ook het bestaande landschap behouden en versterken: ook buiten de natuurgebieden en de overgangsgebieden rondom de dorpen wordt gezorgd voor een goede ecologische basiskwaliteit van het landschap (groenblauwe dooradering). Door de aanleg van gemiddeld 10% groenblauwe dooradering, waaronder minimaal ca. 20 strekkende kilometer nieuwe houtwallen, singels en ca. 20 strekkende kilometer nieuwe laanbeplanting, als ook nieuwe poelen en natuurvriendelijke oevers, worden de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten van het landschap versterkt.
36
Koerskaart Natuur
Deze kaart is illustratief en indicatief en doet geen uitspraken over exacte parcelen Weelderige en gevarieerde natuurgebieden.
Nieuwe recroducten (passages voor dieren).
Robuuste landschapsecologische verbindingszones maken tussen de belangrijke natuurgebieden. Zoekgebied natuurinclusieve landbouw in overgangsgebieden (ca. 500m rondom Natte Natuurparels). Ecologische basiskwaliteit herstellen in het Brabants cultuurlandschap. 37
Kweek- en voedselbos als kans om kwekers en opgaven bij elkaar te brengen. Foto: Voedselbos Ketelbroek
De bossenstrategie pakken we aan als bomenstrategie. Dus naast nieuwe bossen bouwen we aan het landschap met nieuwe houtwallen, singels, en lanen zoals deze prachtige laan in de Berkhoek 38
Samenwerken aan boomteelt passend in de stedelijke context en bij de beoogde landschappelijke ontwikkeling. Op de foto: Arie Idema van boomkwekerij M. van den Oever uit Haaren.
Koerskaart Bossen
Deze kaart is illustratief en indicatief en doet geen uitspraken over exacte parcelen —
Natura 2000 en NNB gebieden
—
Landbouwgebieden
Versterken van natuurgebieden op passende
Bestaande mozaïeklandschap met
plekken met het planten van landschapselementen.
bijbehorende landschapselementen behouden. Versterken mozaïeklandschap met nieuwe
—
Landbouw in overgangsgebieden
landschapselementen (als onderdeel van ca 500 ha
Netwerk van landschapselementen (als onderdeel
aan bossen, houtwallen, hagen en struweel). Een
van ca 500 ha aan bossen, houtwallen, hagen
stevig raamwerk voor natuur en ingevuld door
en struweel) met daartussen vormen van
een mozaïek van landbouw, natuur, bos, of wonen/
natuurinclusieve landbouw en boomteelt, zoals
werken.
kweekbossen, voedselbossen, agroforrestry (en de andere genoemde vormen). — 39
Station Oisterwijk (foto: Gemeente Oisterwijk)
40
3.2 Middelste laag: netwerken De Oostflank ligt in de driehoek tussen Den Bosch, Tilburg en Eindhoven en wordt voor de auto ontsloten via de A58 in het zuiden richting Eindhoven en Breda en via de N65 richting Den Bosch. Daarnaast is het via het spoor mogelijk om snel van het station in Oisterwijk naar het station in Eindhoven te reizen en via het station in Tilburg is het mogelijk snel in Breda of Den Bosch te komen. Op deze lijn ligt wel een grote kans om de OV-ontsluiting van het gebied sterk te verbeteren door de realisatie van een nieuw NS-station. Als nieuwe hoeksteen van het OV-netwerk kunnen we de mobiliteitstransitie in de Oostflank verder vormgeven. Dat betekent dat prioriteit wordt gegeven aan duurzame mobiliteit: het versterken van het openbaar vervoer en het wandel- en fietsnetwerk, naast betere voorzieningen rondom het OV en het breed stimuleren van het gebruik van OV Langzaam verkeer krijgt zoveel mogelijk voorrang. Deelmobiliteit kan zorgen voor een betere benutting van de infrastructuur. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bereikbaarheid per auto op orde blijft, onder meer met een integrale aanpak van de ‘Parkway N65’, de imposante historische rijksweg met veel monumentale bomen. Op basis van een uitvoerige scenario-studie door Goudappel is een mobiliteitsstrategie voor de Oostflank ontworpen.
Voor wat betreft het thema energie zijn op hoofdlijnen een aantal dingen te noemen: Vanuit de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) maakt de Oostflank geen onderdeel uit van een gebied waar grote opgaven een plek moeten krijgen. Daarom wordt dit in het Koersdocument niet als aparte laag verder uitgewerkt en toegelicht. Wel is het tracé van de toekomstige Delta Rhine Corridor op de integrale kaart weergegeven, die ook de Oostflank doorkruist. In het vervolgproces wordt de inpassing van diverse regelstations, middenstations, laagspanningstations en ondergrondse leidingstracés verder onderzocht.