CConstaterende datOirschot
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bijlagen motivering

Besluitvormende raadsvergadering 9 december 2025, gemeente OirschotBij agendapunt: TAM IMRO Omgevingsplan Broekstraat 30-3119.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

Opdrachtgever Familie Rijnen Broekstraat 31 5688 JX Oirschot

Auteur Landschapsplan Orbis Moorland 4 5688 GA Oirschot 0499 21 91 24 Contactpersoon Eefje van Daesdonk eefje@orbis.nl 06 – 15 12 53 45

Datum: 19 augustus 2024 Versie: V4 Status: Definitief

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

2. Ligging plangebied

5

3. Inrichting groene buitenplaats

7

3.1 3.2 3.3

Verbinding NNB Overgang naar natuurinclusief landbouw Inrichting terrein verblijfsrecreatie

7 9 10

Bijlage 1 Inrichtingsschets

13

Bijlage 2 Advieslijst beplanting aanplant Gasunie leidingen

15

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

3

1. Inleiding Recent heeft de familie Rijnen deelgenomen aan de “Saneringsregeling voor piekbelasters” om het varkensbedrijf en de mestverwerking aan de Broekstraat 30-31 in Spoordonk te saneren. In samenwerking met de Provincie Noord-Brabant, de gemeente Oirschot en de Omgevingsdienst is een passende herbestemming verkend. Gezamenlijk zijn de partijen tot de conclusie gekomen dat de herontwikkeling van de locatie goede kansen biedt om nieuwe (economische) functies, zoals recreatie, productie van energie, opslag van energie en distributie van energie, te combineren met het versterken van de natuur en het landschap. Hierop is een plan uitgewerkt voor de omvorming van de gehele locatie naar een groene buitenplaats bestaande uit verblijfsrecreatie, een familie accommodatie, parkeergelegeheid en horeca te midden van bosschages en groene elementen. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oirschot hebben in augustus 2022 principemedewerking toegezegd voor deze ontwikkeling. Orbis B.V. is gevraagd hiervoor een landschapsplan op te stellen. Dit landschapsplan met bijbehorende inrichtingsschets in bijlage 1 dient ter onderbouwing van de inpassing van de beoogde herontwikkeling.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

4

2. Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Broekstraat 30 en 31, ten noordwesten van de kern van Spoordonk, in het buitengebied van de gemeente Oirschot. Het achterliggende landbouwperceel grenst aan de oostzijde aan de Langendonksedijk. In onderstaande luchtfoto met kadastrale percelen is het plangebied met een rode stippellijn aangeduid. In de tabel zijn de kadastrale percelen met hun oppervlaktes terug te vinden. In het zuidoosten van de projectlocatie bevindt zich een peilbuis van Brabant Water. Het perceel van 50 m² heeft kadastrale aanduiding OST00 H 1110 en is afgezet met een hekwerk. Op de projectlocatie zijn twee hoogspanningstracés, een waterleiding en een gasleiding aanwezig. In de beschermingszones van de hoogspanningsleidingen zijn geen overstaanders (hoge beplanting) toegestaan, hiermee is rekening gehouden in de sortimentskeuze. In de beschermingszones van de ondergrondse leidingen is geen diepwortelende beplanting toegestaan, ook hiermee is rekening gehouden in de sortimentskeuze.

Figuur 1: Ligging plangebied op luchtfoto met kadastrale percelen

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

5

Tabel 1: kadastrale percelen

Kadastraal perceel OST00 H 1110

Oppervlakte (hectare) Opmerkingen 0,0050 Peilbuis Brabant Water

OST00 H 1143 OST00 H 1209 OST00 H 1241 OST00 H 1398

0,1005 0,0825 0,7000 6,1928

OST00 H 1399 OST00 H 1400

0,0957 2,0509

OST00 H 1401 Totaal:

0,1461 9,3735

Woonhuis Woonhuis Voormalig varkensbedrijf Landbouwperceel wordt ontwikkeld t.b.v. verblijfsrecreatie Voormalig varkensbedrijf Voormalig varkensbedrijf Voormalig varkensbedrijf

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

6

3. Inrichting groene buitenplaats In dit hoofdstuk is omschreven hoe de ontwikkeling van de groene buitenplaats bijdraagt aan een verbetering van het landschap en het de omliggende natuurwaarden versterkt. Het ontwerp is terug te vinden in bijlage 1. Uitgangspunt is dat het geheel een groene en natuurlijke uitstraling krijgt.

3.1

Verbinding NNB

Het achterliggende landbouwperceel (OST00 H 1398) van ruim 6 hectare waarop de verblijfsrecreatie gerealiseerd wordt grenst in het oosten en westen aan het Natuur Netwerk Brabant (NNB), zie figuur 2. Het NNB ten westen van het plangebied betreft een terrein van Brabant Water dat in gebruik is voor waterwinning. Het NNB ten westen betreft het beekdal van De Beerze. Over de inrichting van het plangebied en de aansluiting op het NNB is afstemming geweest met Natuurmonumenten (eigenaar van de natuurgronden in het beekdal van De Beerze).

Figuur 2: Ligging plangebied ten opzichte van het Natuur Netwerk Brabant

Met de inrichting van de projectlocatie wordt een verbinding gerealiseerd tussen het NNB ten westen en ten oosten van de locatie. Zie de pijlen in figuur 3. Op deze verbindingen wordt robuuste natuur gerealiseerd die met een hekwerk wordt afgeschermd van de verblijfsrecreatie. Enerzijds voorkomt dit ongewenste betreding van gasten, anderzijds houdt het ongewenste gasten buiten en komt het de veiligheid op het recreatiepark ten goede. Het hekwerk komt 10 tot 15 centimeter boven het maaiveld zodat kleine dieren geen hinder ondervinden van het hekwerk, zie figuur 4.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

7

Figuur 3: Weergave toekomstige verbinding NNB

Figuur 4: Te plaatsen hekwerk

Soorten beplanting De noordelijke verbinding beslaat 8.800 m², de zuidelijke verbinding 6.700 m² (inclusief de reeds aanwezige singelbeplanting op perceel 1134). De noordelijke verbinding wordt ingericht met bosschages met overstaanders, voor sortiment zie tabel 1. Ter plekke van de zuidelijke verbinding is een gasleiding en hoogspanningstracé aanwezig, hier mogen geen overstaanders en diepwortelende beplanting toegepast worden. Ter plaatse wordt beplanting gebruikt die op de “advieslijst beplanting aanplant Gasunie leidingen” (zie bijlage 2) is opgenomen, voor sortimentsamenstelling zie tabel 2. Buiten de beschermingszone van de gasleiding wordt het sortiment uit tabel 1 toegepast. Er wordt beplant met minimaal driejarig bosplantsoen in de maat 60-80 cm. De plantafstand bedraagt 1,50 x 1,50 m, 44 stuks per 100 m². De planten worden in driehoeksverband geplaatst en in groepjes van

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

8

drie tot zeven stuks van dezelfde soort aangeplant. Bij bosschages met overstaanders worden de randen voornamelijk aangeplant met struikvormers, de boomvormers staan in het midden. Om onkruidgroei te remmen wordt de bodem ingezaaid met een klavermengsel. Het klavermengsel vormt een gesloten bodembedekking en bindt stikstof wat weer terug wordt gegeven aan het bosplantsoen. In onderstaande tabellen is het sortiment voor de aanplant van de beide verbindingen opgenomen. Voor het sortiment ter plaatse van de leiding van de Gasunie en hoogspanningstracé is een aparte tabel opgenomen. Tabel 1: Sortiment tbv aanplant verbinding NNB

Tabel 2: Sortiment tbv aanplant verbinding NNB op leiding Gasunie en nabij hoogspanningstracé

Soort Alnus glutinosa – zwarte els Carpinus betulus – haagbeuk Corylus avellana – hazelaar

% 5% 5% 15%

Soort Corylus avellana – hazelaar Malus sylvestris – wilde appel Ligustrum vulgare – wilde liguster

% 20% 10% 15%

Ligustrum vulgare – wilde liguster Prunus padus – gewone vogelkers Quercus robur – zomereik Rhamnus frangula – sporkehout Rosa canina – hondsroos Salix caprea – boswilg

12,5% 5% 5% 10% 5% 12,5%

Rhamnus frangula – sporkehout Rosa canina – hondsroos Salix caprea – boswilg Sorbus acuparia – lijsterbes Viburnum opulus – gelderse roos

12,5% 12,5% 10% 5% 15%

Sorbus acuparia – lijsterbes Tilia cordata – kleinbladige linde Viburnum opulus – gelderse roos

5% 5% 15%

Beheer Voor het beheer van de bosschages gelden de volgende voorwaarden: • Tenminste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiek gefaseerd afgezet. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt. • Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden, behalve ter bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling. • Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee. • Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element. • Het afzetten van het element gebeurt alleen in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.

3.2

Overgang naar natuurinclusieve landbouw

Ten noorden van de noordelijke bosschage liggen twee leidingtrajecten (een ondergrondse waterleiding en een hoogspanningsverbinding). Op en onder deze leidingen worden de gronden ingericht voor natuurinclusieve landbouw. Op de overgang van de noordelijke bosschage naar de natuurinclusieve landbouwgrond wordt een ruigtestrook aangelegd. Deze zorgt voor een geleidelijke overgang, zie figuur 5.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

9

Figuur 5: Geleidelijke overgang van natuurinclusieve landbouw naar bos

Soorten en beheer Deze ruigte strook bevindt zich precies op de waterleiding, diepwortelende beplanting is hier niet gewenst. De ruigte bestaat uit kruiden en laagblijvende soorten zoals bramen en wordt circa een keer per vier jaar gefaseerd gemaaid. Op deze manier blijft het zijn kruidachtige karakter houden. Snoeiafval in de vorm van takken kan verwerkt worden in het element tot een takkenril. Deze takkenril biedt een goede bescherming voor kleinere zoogdieren en vogels. Indien de takken niet verwerkt worden in takkenrillen, worden deze afgevoerd. (Snoei)werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. Eventuele bestrijding van ongewenste houtsoorten kan ook in deze periode plaats vinden.

3.3

Inrichting terrein verblijfsrecreatie

Tussen de bosschages worden 40 recreatieverblijven, een gezinsaccommodatie, een receptie, een horecagebouw, milieustraat en parkeergelegenheid gerealiseerd. De bebouwing wordt ingepast in een groene omgeving van bosschages met en zonder overstaanders. Aan de Langendonksedijk komt de entree/oprit naar het park. Bosschages Op het park wordt in het totaal 9.746 m² aan bosschages (met en zonder overstaanders) gerealiseerd. Alle recreatieverblijven en de gezinsaccommodatie worden omringd door groene bosschages. Direct rondom de huisjes worden geen overstaanders gebruikt om schaduwval en overlast te voorkomen. Aan de randen van het park en in het midden van grotere groene elementen komen wel overstaanders. De beplanting zorgt voor een groene uitstraling en een hoge biodiversiteit, maar zorgt tegelijkertijd voor privacy bij de recreatieverblijven. Bosschages vormen een schuilplaats voor vogels en (kleine)zoogdieren en bieden voedsel en nestgelegenheid. Mede door gebruik van enkel inheems plantmateriaal sluit het zeer goed aan bij de omliggende natuur. De bosschages worden beplant met minimaal driejarig inheems bosplantsoen in de maat 60-80 cm. De plantafstand bedraagt 1,25 x 1,25 m, 64 stuks per 100 m². De planten worden in driehoeksverband geplaatst en in groepjes van drie tot zeven stuks van dezelfde soort aangeplant.

Bij bosschages met overstaanders worden de randen voornamelijk aangeplant met struikvormers, de boomvormers staan in het midden. In de onderstaande tabellen is het sortiment opgenomen.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

10

Tabel 3: Sortiment bosschage met overstaanders

Tabel 4: Sortiment bosschage zonder overstaanders

Soort Alnus glutinosa – zwarte els

% 5%

Soort Alnus glutinosa – zwarte els

% 5%

Carpinus betulus – haagbeuk Corylus avellana – hazelaar Ligustrum vulgare – wilde liguster Prunus padus – gewone vogelkers Prunus avium – wilde/zoete kers Rhamnus frangula – sporkehout

5% 15% 15% 5% 5% 10%

Cornus sanguinea – rode kornoelje

10 %

Cornus mas – gele kornoelje

10%

Corylus avellana – hazelaar Ligustrum vulgare – wilde liguster Prunus padus – gewone vogelkers Rhamnus frangula – sporkehout

15 % 15 % 5% 10 %

Salix aurita – geoorde wilg Sorbus acuparia – lijsterbes Tilia cordata – kleinbladige linde Viburnum opulus – gelderse roos

15% 5% 5% 15%

Salix aurita – geoorde wilg Sorbus aucuparia – lijsterbes Viburnum opulus – gelderseroos

10% 5% 15%

Om onkruidgroei te remmen wordt de bodem ingezaaid met een klavermengsel. Het klavermengsel vormt een gesloten bodembedekking en bindt stikstof wat weer terug wordt gegeven aan het bosplantsoen. Voor het beheer van de bosschages gelden de volgende voorwaarden: • Tenminste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd en periodiek gefaseerd afgezet. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de ondergroei en/of de stoven niet schaadt. • Er mag geen snoeihout verbrand worden in of in de directe omgeving van het element en als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden, behalve ter bestrijding van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, Robinia en Ratelpopulier) middels een stobbenbehandeling. • Het element mag niet betreden en/of beschadigd worden door vee. • Slootmaaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element. • Het afzetten van het element gebeurt alleen in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

11

Solitaire bomen Verspreid over het park worden verschillende solitaire bomen aangeplant. Ze staan relatief vrij in hun omgeving en vallen op door hun vorm en afmeting. Ecologisch zijn ze van onschatbare waarde. Er worden bomen aangeplant met minimaal de maat 10-12 cm. Voor het beheer van de bomen gelden onderstaande beheervoorschriften: • De bomen worden periodiek gesnoeid. Jonge bomen gemiddeld eenmaal per vijf jaar en oudere bomen gemiddeld eenmaal per tien jaar. Bij oudere bomen kan het snoeien zich beperken tot het verwijderen van dood hout. • Na het snoeien beslaat de blijvende kroon altijd minimaal tweederde deel van de totale lengte van de boom. • Snoeiwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. Natuurlijke waterpartijen Op de groene buitenplaats worden twee grote natuurlijke waterpartijen gerealiseerd. Water is essentieel voor vogels en kleine zoogdieren om uit te drinken en in te baden. Het water trekt ook veel amfibieën en insecten aan, ze gebruiken het water voor de voortplanting. De natuurlijke waterpartijen worden aangeplant met diverse inheemse vijver- en zuurstofplanten. In figuur 6 is met een dwarsdoorsnede weergegeven hoe een natuurlijke waterpartij er uit kan zien.

Figuur 6: Doorsnede van een natuurlijke waterpartij

Algemene voorzieningen Naast de recreatieverblijven en de gezinsaccommodatie worden algemene voorzieningen gerealiseerd zoals een receptie, horeca, parkeerplaats en milieustraat. Totaal zal de groene buitenplaats 130 parkeervakken krijgen, 47 parkeervakken bij de ingang, vijf bij de receptie en 78 vakken bij de recreatieverblijven. Alle gebouwen en voorzieningen worden omringd door groen en passen hiermee goed bij de uitstraling van de groene buitenplaats. Op het park wordt, daar waar mogelijk is, flora- en fauna vriendelijke verlichting toegepast. Wegen De entreeweg, milieustraat, parkeerplaats en de weg rondom de vijver worden verhard. Alle overige wegen/paden worden voorzien van een halfverharding. Dit draagt bij aan de natuurlijke uitstraling van het park.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

12

Bijlage 1

Inrichtingsschets

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

13

Legenda Bestaande singelbeplanting Bestaande (laan)boom Nieuw te plaatsen solitaire- of laanboom Bosschage met overstaanders Bosschage zonder overstaanders Natuurlijk spelen Knip- of scheerheg Natuurinclusieve landbouw Ruigte Gazon Natuurlijke waterpartij Weg H F R

Wandelpad Hekwerk Horeca Familie accomodatie Receptie

B

Milieustraat Parkeergelegenheid (totaal 130 stuks) Peilbuis Brabant Water Verbindingzone tussen aangelegen NNB Hoogspanningstracee Waterleiding Gasleiding Bebouwing Buitenopslag Project begrenzing

6

6

6

6

4 6

6 6

6

6

4

6 4

Locatie overzicht schaal 1:20.000

4 R H

6 6 6 6

4

F

6 4 6 4

4

6

6 6 6

6

6 4

Miva

4

B

6 6 6 6

6

6

4 6

Project: Herontwikkeling Broekstraat 30 te Spoordonk

0

20

40

60 m

Opdrachtgever: Familie Rijnen Versie: Concept 8 Coördinaten: X 146116.580 Y 393521.710 Datum: 13-08-2024 Formaat: A1 Schaal: 1:1.000 Getekend: SE

N

Advieslijst beplanting aanplant Gasunie leidingen Bijlage 2

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

15

Advieslijst van in Nederland algemeen voorkomende, doorgaans struikvormige, houtige gewassen die in aanmerking komen voor aanplant op de strook van Gasunie-leidingen. Geslacht/soort

Naam (NL)

Amelanchier lamarckii Cornus mas Cornus sanguinea Corylus avellana Crataegus laevigata Crataegus monogyna Cytisus scoparius Eleagnus angustifolia Euonymus europaeus Ligustrum vulgare Malus sylvestris Pyris communis Mespilus germanica Prunus spinosa Rhamnus cartharticus Rhamnus frangula Rosa canina Rosa rubigunosa Rosa rugosa Salix aurita Salix caprea Salix cinerea Salix pentandra Salix purpurea Salix repens Salix triandra Salix viminalis Sambucus nigra Sambucus racemosa Sorbus aucuparia Viburnum opulus

krent gele kornoelje rode kornoelje hazelaar tweestijlige meidoorn eenstijlige meidoorn bezembrem olijfwilg kardinaalsmuts gewone liguster wilde appel wilde peer mispel sleedoorn wegedoorn vuilboom/sporkehout hondsroos egelantierroos bottelroos geoorde wilg waterwilg/boswilg grauwe wilg laurierwilg bittere wilg kruipwilg amandelwilg katwilg gewone vlier bergvlier/trosvlier lijsterbes Gelderse roos

Karakter (struik(s)/boom(b)) s s s s s/b s/b s s s s s/b s/b s/b s s/b s/b s s s s s/b s s s s s s s/b s/b s/b s

Hoogte (max) 6m 4m 4m 6m 8m 8m 2m 8m 4m 3m 6m 8m 4m 4m 5m 5m 3m 3m 3m 5m 10 m 6m 6m 4m 2m 8m 6m 7m 6m 10 m 4m

N.B. Behalve de in de advieslijst genoemde soorten kunnen in bepaalde gevallen als beplanting boven gasleidingen worden toegestaan: 1. Z.g.n. laagstam-fruitbomen.

Landschapsplan Broekstraat 30 en 31 te Oirschot - Familie Rijnen

16

Ontwerpbeschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

op de op 19 mei 2023 door ons ontvangen aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming van Varkensbedrijf Rijnen Oirschot, Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, voor het wijzigen van een veehouderij gelegen aan de Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, in de gemeente Oirschot.

INHOUDSOPGAVE ONTWERPBESCHIKKING................................................................................................................ 3 1 2

Onderwerp ..................................................................................................................................................3 Ontwerpbeschikking ....................................................................................................................................3

PROCEDURELE ASPECTEN ............................................................................................................. 5 1 2 3 4 5

Verzoek ........................................................................................................................................................5 Bevoegd gezag .............................................................................................................................................5 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure ...........................................................................................5 Ontvankelijkheid ..........................................................................................................................................5 Overige regelgeving .....................................................................................................................................6

OVERWEGINGEN EN TOETSINGEN................................................................................................. 7 1

Wettelijk kader – Wet natuurbescherming ............................................................................. 7

2

Projectbeschrijving ................................................................................................................ 7

3

Mogelijke effecten van het project ........................................................................................ 8

4

Stikstofdepositie ................................................................................................................... 8

4.1 4.2 4.3 4.4

5

Beoogde situatie in aanvraag ..................................................................................................................8 Referentiesituatie ..................................................................................................................................10 Effecten stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden .................................................................12 Overwegingen effecten op beschermde natuurgebieden ....................................................................13

Conclusie .............................................................................................................................14

Bijlage 1: AERIUS Calculator: berekening beoogde situatie inclusief buitenlandse Natura 2000gebieden (kenmerk: Rur5kCtXHp4b) ............................................................................................15 Bijlage 2: AERIUS Calculator: berekening referentiesituatie inclusief buitenlandse Natura 2000gebieden (kenmerk: RTKDo85S7MPE) ..........................................................................................15 Bijlage 3: AERIUS Calculator: verschilberekening inclusief buitenlandse Natura 2000-gebieden (kenmerk: Rx27vTvcgDWh) ..........................................................................................................15 Bijlage 4: AERIUS Calculator: verschilberekening van de aanlegfase inclusief buitenlandse Natura 2000-gebieden (kenmerk: RULwkRhBMvAt) .................................................................................15 Bijlage 5: AERIUS Calculator: bijlage randeffecten verschilberekening (kenmerk: Rx27vTvcgDWh) .15 Kennisgeving Wet natuurbescherming, Varkensbedrijf Rijnen Oirschot Broekstraat 31, 5688 JX Spoordonk Z/199257 ...................................................................................................................16

ODBN, Kenmerk

2 Z/199257

ONTWERPBESCHIKKING

1

Onderwerp

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 19 mei 2023 van Varkensbedrijf Rijnen Oirschot een aanvraag ontvangen voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag betreft het wijzigen van een veehouderij, gelegen aan de Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, in de gemeente Oirschot. Op 19 mei 2023 hebben wij tevens van Varkensbedrijf Rijnen Oirschot een verzoek ontvangen voor het gedeeltelijk intrekken van de Wet natuurbeschermingsvergunning (kenmerk: C2060326/3614171) d.d. 13 augustus 2014, voor de veehouderij, gelegen aan de Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, in de gemeente Oirschot. 2

Ontwerpbeschikking

Gelet op de bepalingen van de Wet natuurbescherming besluiten wij: I.

II.

III.

de Wet natuurbeschermingsvergunning van 13 augustus 2014 met kenmerk C2060326/3614171, gedeeltelijk in te trekken in het kader van de Maatregel Gerichte Aankoop voor wat betreft: • het houden van 2.350 stuks vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie (Rav-code: D 3.2.9) in stallen 1 en 2; • het houden van 1.344 stuks vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, mestkelders met (water- en) mestkanaal, mestkanaal met schuine putwand, met metalen driekantrooster op mestkanaal, emitterend mestoppervlak max.

0,18 m2 per varken (Rav-code: D 3.2.7.1.1) in stal 4; • het houden van 924 stuks vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie (Rav-code: D 3.2.14) in stal 5; • het houden van 1.120 stuks gespeende biggen, mestopvang in water in combinatie met mestafvoersysteem (Rav-code: D 1.1.3) in stal 3; • het houden van 365 stuks guste en dragende zeugen, spoelgotensysteem met dunne mest (Rav-code: D 1.3.3) in stal 3; • het verwerken van 6.640 ton dikke mestfractie per jaar door middel van een mestdroger; • het in werking hebben van twee warmte-krachtkoppelingen (WKK’s). De ammoniakemissie en emissie van stikstofoxiden die hiermee gepaard gaan bedragen respectievelijk 5.970,60 kg NH3 per jaar en 4.093,10 kg NOx per jaar; de Wet natuurbeschermingsvergunning van 13 augustus 2014 met kenmerk C2060326/3614171 voor het overige in stand te laten voor het exploiteren van de activiteiten zoals weergegeven in bijlage 1; de intrekking van de activiteit voor de verwerking van 6.640 ton dikke mestfractie per jaar treedt per 30 september 2024 in werking of zoveel eerder als de activiteit niet meer uitgevoerd wordt, verstaande dat het drogen, verwerken en/of anderszins bewerken van mest door middel van de mestdroger niet meer plaatsvindt;

ODBN, Kenmerk

3 Z/199257

IV.

aan Varkensbedrijf Rijnen Oirschot, Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, de op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aangevraagde vergunning te weigeren, vanwege het ontbreken van vergunningplicht op basis van intern salderen, voor het wijzigen van een veehouderij, zoals weergegeven in bijlage 1 aan de Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, in de gemeente Oirschot, gelegen nabij de Natura 2000-gebieden, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze beschikking, na de gedeeltelijke intrekking van de Wet natuurbeschermingsvergunning van 13 augustus 2014 met kenmerk C2060326/3614171.

Bijlage 1: AERIUS Calculator: berekening beoogde situatie inclusief buitenlandse Natura 2000gebieden (kenmerk: Rur5kCtXHp4b) Bijlage 2: AERIUS Calculator: berekening referentiesituatie inclusief buitenlandse Natura 2000gebieden (kenmerk: RTKDo85S7MPE) Bijlage 3: AERIUS Calculator: verschilberekening inclusief buitenlandse Natura 2000-gebieden (kenmerk: Rx27vTvcgDWh) Bijlage 4: AERIUS Calculator: verschilberekening van de aanlegfase inclusief buitenlandse Natura 2000-gebieden (kenmerk: RULwkRhBMvAt) Bijlage 5: AERIUS Calculator: bijlage randeffecten verschilberekening (kenmerk: Rx27vTvcgDWh)

ODBN, Kenmerk

4 Z/199257

PROCEDURELE ASPECTEN

1

Verzoek

Op 19 mei 2023 hebben wij van Varkensbedrijf Rijnen Oirschot, Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, een aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 11 juli 2023, 18 juli 2023 en 1 september 2023 aangevuld. De aanvraag is geregistreerd onder kenmerk Z/199257. Op 19 mei 2023 hebben wij tevens van Varkensbedrijf Rijnen Oirschot een verzoek ontvangen voor het gedeeltelijk intrekken van de Wet natuurbeschermingsvergunning (kenmerk: C2060326/3614171) d.d. 13 augustus 2014, voor de veehouderij, gelegen aan de Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, in de gemeente Oirschot. Dit verzoek is tevens geregistreerd onder kenmerk Z/199257. Het verzoek tot gedeeltelijke intrekking is gedaan in het kader van de Maatregel Gerichte Aankoop en beëindiging veehouderijen eerste tranche (MGA-1). 2

Bevoegd gezag

Omdat het initiatief plaatsvindt in de provincie Noord-Brabant zijn wij op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Bij ons besluit betrekken wij tevens de gevolgen voor Natura 2000-gebieden buiten onze provinciegrens en/of buiten Nederland. 3

Uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Op 17 januari 2017 (dossier C2200217/4118896) hebben wij besloten de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing te verklaren op de voorbereiding van besluiten op aanvragen om een vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb (www.brabant.nl). 4

Ontvankelijkheid

Wij hebben beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. In aanvulling op de aanvraag hebben wij de volgende gegevens bij onze beoordeling betrokken: • bestemmingsplannen die van kracht zijn (geweest) op de projectlocatie teruggaande tot referentiedatum 10 juni 1994; • voor de beoordeling van de aanvraag hebben wij de aangeleverde AERIUSverschilberekening (kenmerk: Rx27vTvcgDWh) berekend met AERIUS Calculator 2022. De volgende hieruit voortkomende AERIUS-berekening van de referentiesituatie (kenmerk: RpYsMHMnC9yp) is bij de beoordeling betrokken en als bijlage 2 bij het besluit gevoegd; • voor de beoordeling van de aanvraag hebben wij de AERIUS-verschilberekening (kenmerk: Rx27vTvcgDWh) gegenereerd in AERIUS Calculator 2022. De hieruit voortkomende AERIUSberekening van de beoogde situatie (kenmerk: Rur5kCtXHp4b) is bij de beoordeling betrokken en als bijlage 1 bij het besluit gevoegd; • voor de beoordeling van de aanvraag hebben wij de AERIUS-verschilberekening van de aanlegfase (kenmerk: Rt7LJGG13qgQ) gegenereerd in AERIUS Calculator 2022. De hieruit voortkomende AERIUS-verschilberekening van de aanlegfase (kenmerk: RULwkRhBMvAt) is bij de beoordeling betrokken en als bijlage 4 bij het besluit gevoegd.

ODBN, Kenmerk

5 Z/199257

Wij zijn van oordeel dat de aanvraag in combinatie met bovenstaande gegevens voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling. 5

Overige regelgeving

Bij de beoordeling van onderhavige aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. De Wnb en bijbehorende regelgeving zoals de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn gericht op de bescherming van natuur. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan derhalve aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of gezondheid.

ODBN, Kenmerk

6 Z/199257

OVERWEGINGEN EN TOETSINGEN 1

Wettelijk kader – Wet natuurbescherming

Artikel 2.7 van de Wnb heeft betrekking op de vergunningplicht in verband met Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden). Op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb is het verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren die, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een aantal uitspraken gedaan1. De Afdeling verwijst in de uitspraak 201907146/1/R2 naar de per 1 januari 2020 gewijzigde vergunningplicht. Deze wijziging houdt in dat er geen vergunningplicht meer geldt voor een wijziging van het project op basis van intern salderen waarbij er geen significante gevolgen zijn voor Natura 2000-gebieden. Als gevolg hiervan kunnen er geen vergunningen in het kader van de Wnb verleend worden voor projecten die gebaseerd zijn op intern salderen. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op basis van artikel 2.4, derde lid, van de Wnb de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Verordening) vastgesteld. In deze Verordening zijn onder andere regels vastgesteld ten aanzien van bestaande stallen en van de realisatie van nieuwe stallen.

Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant (hierna: Beleidsregel) vastgesteld. In de Beleidsregel worden onder andere voorwaarden gesteld aan extern salderen. Uit jurisprudentie van de Afdeling2 blijkt tevens dat bij de beoordeling van de aanvraag moet worden uitgegaan van de vergunde situatie met de laagste emissie in de periode vanaf de referentiedatum3. Ook dit is vastgelegd in de Beleidsregel. 2

Projectbeschrijving

Het verzoek richt zich op het gedeeltelijk intrekken van de Wet natuurbeschermingsvergunning van 13 augustus 2014 met kenmerk C2060326/3614171. Ingevolge de Maatregel Gerichte Aankoop is het initiatiefnemer toegestaan om een van deel van de activiteiten zoals vergund in de Wet natuurbeschermingsvergunning te behouden en in te zetten voor het exploiteren van nieuwe activiteiten middels intern saldering, niet zijnde veehouderijactiviteiten. Conform het verzoek heeft de intrekking betrekking op de volgende dieren: • het houden van 2.350 stuks vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie (Rav-code: D 3.2.9) in stallen 1 en 2; • het houden van 1.344 stuks vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden,

1 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 januari 2021, zaaknummer 201907146/1/R2

samen met 201907142/1/R2 en 201907144/1/R2. 2 O.a. uitspraak van 13 november 2013, 201211640/1/R2. 3 Hierbij gelden later verleende vergunningen krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet

milieubeheer of Hinderwet of ingediende meldingen op basis van het Besluit melkrundveehouderij milieubeheer, het Besluit landbouw milieubeheer of het Activiteitenbesluit, voor zover hierin een lagere ammoniakemissie is vergund of gemeld, als uitgangssituatie. ODBN, Kenmerk

7 Z/199257

• • • • •

opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, mestkelders met (water- en) mestkanaal, mestkanaal met schuine putwand, met metalen driekantrooster op mestkanaal, emitterend mestoppervlak max. 0,18 m2 per varken (Rav-code: D 3.2.7.1.1) in stal 4; het houden van 924 stuks vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie (Rav-code: D 3.2.14) in stal 5; het houden van 1.120 stuks gespeende biggen, mestopvang in water in combinatie met mestafvoersysteem (Rav-code: D 1.1.3) in stal 3; het houden van 365 stuks guste en dragende zeugen, spoelgotensysteem met dunne mest (Rav-code: D 1.3.3) in stal 3; het verwerken van 6.640 ton dikke mestfractie per jaar door middel van een mestdroger; het in werking hebben van twee WKK’s.

Dit correspondeert met een ammoniakemissie van 5.970,60 kg/jr en een emissie van stikstofoxiden van 4.093,10 kg/jr. De aanvraag heeft tevens betrekking op de wijziging van een agrarisch bedrijf. Dit bedrijf betreft een akkerbouwbedrijf met recreatiewoningen en een dierenweide. Tevens wordt op de projectlocatie waterstof geproduceerd. De wijziging betreft het stoppen van de varkenshouderij en mestverwerking en het exploiteren van een akkerbouwbedrijf, het houden van verschillende dieren in een dierenweide en het exploiteren van 40 recreatiehuisjes en een groepsaccommodatie met bijbehorende activiteiten. Verder is er een akkerbouwloods met bijbehorende activiteiten aanwezig. Daarnaast wordt er waterstof geproduceerd en elektriciteit opgeslagen in lithiumbatterijen. 3

Mogelijke effecten van het project

Er zijn alleen mogelijke negatieve effecten te verwachten van stikstofdepositie als gevolg van de uitstoot van stikstof. In voedselarme ecosystemen, zoals aanwezig in de nabij gelegen natuurgebieden, leidt een overmaat4 aan stikstofdepositie tot een ongewenste toename aan voedingsstoffen en verzuring. Overige effecten worden, gelet op de gegevens in de aanvraag, de aard van de voorgenomen activiteit en de afstand tot de relevante beschermde gebieden, op voorhand uitgesloten. 4

Stikstofdepositie

4.1

Beoogde situatie in aanvraag

Er wordt vergunning gevraagd voor de beoogde activiteiten zoals weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1a. Aangevraagde situatie Diercategorie en huisvestingssysteem (Rav-code5)

Stal

Aantal dieren

NH3-emissie factor (kg NH3/d/jr)

kg NH3/jr

4 Alterra-rapport nr. 2397 (Wageningen, 2012) geeft een overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast

op de habitattypen en habitats van soorten binnen Natura 2000-gebieden. 5 Stalsysteem weergegeven door code zoals opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2023, nr. 5459 (8 maart 2023), in werking getreden op 9 maart 2023 en 1 april 2023. ODBN, Kenmerk

8 Z/199257

Geiten, ouder dan 1 jaar, overige huisvestingssystemen (C 1.100) Schapen ouder dan 1 jaar, incl. lammeren tot 45 kg, overige huisvestingssystemen (B 1.100) Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, overige huisvestingssystemen (D 3.100) Pauwen (aangesloten bij F 4.100) Ganzen (aangesloten bij F 4.100) Ouderdieren van vleeseenden tot 24 maanden, overig huisvestingssystemen (G 1.100) Konijnen, voedsters inclusief 0,15 ram en bijbehorende jongen tot speenleeftijd, overige huisvestingssystemen (I 1.100) Cavia’s (aangesloten bij I 1.100) Volwassen pony's (3 jaar en ouder), overige huisvestingssystemen (K 3.100) Volwassen paarden (3 jaar en ouder), overige huisvestingssystemen (K 1.100) Legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen, overige huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting scharrelhuisvesting (E 2.100) Parelhoenders (aangesloten bij E 5.100) Struisvogelouderdieren, overige huisvestingsystemen (L 1.100) Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen (A 1.100)

Dierenweide Dierenweide

2

1,9

3,8

2

0,7

1,4

2

3,0

6,0

2 2

0,68 0,68

1,36 1,36

2

0,32

0,64

4

1,2

4,8

4

1,2

4,8

2

3,1

6,2

2

5,0

10,0

10

0,32

3,15

10

0,07

0,68

2

2,5

5,0

2

13,0

26,0

Dierenweide

Dierenweide Dierenweide Dierenweide Dierenweide

Dierenweide Dierenweide Dierenweide Dierenweide

Dierenweide Dierenweide Dierenweide

Totaal

75,19

Tabel 1b. Aangevraagde situatie NOx-bronnen gebruiksfase Bron kg NH3/jr kg NOx/jr Recreatiewoningen en groepsaccommodatie 47,4 Mobiele werktuigen 0,9 1.866,5 Vuurhaarden 23,4 Woning 1 3,6 Woning 2 3,6 Verkeersnetwerk 2,2 19,7 Totaal 3,1 1.964,3

Tabel 1c. Aangevraagde situatie NOx-bronnen bouwfase Bron Mobiele werktuigen aanleg recreatiewoningen Mobiele werktuigen aanleg loods, waterstofproductie en plaatsen lithiumbatterijen Verkeersnetwerk Totaal

ODBN, Kenmerk

kg NH3/jr 7,7 0,3 0,8 8,9

kg NOx/jr 826,0 35,3 9,5 870,8

9 Z/199257

4.2

Referentiesituatie

Voor de referentiesituatie wordt uitgegaan van de Wet natuurbeschermingsvergunning van 13 augustus 2014 met kenmerk C2060326/3614171. Tabel 2a. Vergunde situatie Diercategorie en huisvestingssysteem (Rav-code6)

Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, BWL 2004.02.V6 (D 3.2.9) Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, BWL 2004.02.V6 (D 3.2.9) Kraamzeugen (incl. biggen tot spenen), ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal, BB 95.12.032 (D 1.2.6) Biggenopfok (gespeende biggen), mestopvang in water in combinatie met mestafvoersysteem, BWL 2006.07.V2 (D 1.1.3) Biggenopfok (gespeende biggen), mestopvang in water in combinatie met mestafvoersysteem, BWL 2006.07.V2 (D 1.1.3) Guste en dragende zeugen, spoelgotensysteem met dunne mest; BB 95.10.030/B 99.11.078 (D 1.3.3) Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, mestkelders met (water- en) mestkanaal, mestkanaal met schuine putwand, met metalen driekantrooster op mestkanaal, emitterend mestoppervlak max. 0,18 m2 per varken, BB 97.07.056/A 97.11.059V2 (D 3.2.7.1.1) Vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, gedeeltelijk roostervloer, chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie (D 3.2.14) Mestdroger

Stal

Aantal dieren

NH3-emissie factor (kg NH3/d/jr)

kg NH3/jr

1

1.440

0,9

1296,0

2

910

0,9

819,0

3a

78

4,0

312,0

3a

1.430

0,15

214,50

3b

240

0,15

36,00

3b

365

2,5

912,5

4

1.344

1,0

1344,0

5

924

0,15

138,60

Totaal

1290,0 6.362,6

Tabel 2b. Vergunde situatie NOx-bronnen Bron kg NH3/jr kg NOx/jr WKK 1 1.840,0 WKK 2 1.840,0 Mobiele werktuigen 0,2 335,6 Woning 1 3,6 Woning 2 3,6 Verwarmingsketel 2,4 6 Stalsysteem weergegeven door code zoals opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2023, nr.

5459 (8 maart 2023), in werking getreden op 9 maart 2023 en 1 april 2023. ODBN, Kenmerk

10 Z/199257

Verkeersnetwerk Totaal

2,3 2,5

75,1 4.100,3

Na intrekking ontstaat de volgende situatie. Tabel 2c. Vergunde situatie na intrekking Diercategorie en huisvestingssysteem (Rav-code7)

Kraamzeugen (incl. biggen tot spenen), ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal, BB 95.12.032 (D 1.2.6) Biggenopfok (gespeende biggen), mestopvang in water in combinatie met mestafvoersysteem, BWL 2006.07.V2 (D 1.1.3)

Stal

Aantal dieren

NH3-emissie factor (kg NH3/d/jr)

kg NH3/jr

3a

78

4,0

312,0

3a

550

0,2

110,0

Totaal

422,0

Vergunde kg NH3 totaal 422,3

Vergunde kg NOx totaal 9,4

422,3

9,4

Tabel 2d. Vergunde situatie NOx-bronnen na intrekking Bron kg NH3/jr kg NOx/jr Woning 1 3,6 Woning 2 3,6 Verkeersnetwerk 0,3 2,2 Totaal 0,3 9,4

Na intrekking wordt uitgegaan van de volgende referentiesituatie. Tabel 2e. Referentiesituatie na intrekking Beschermd Status Referentiedatum natuurgebied beschermd natuurgebied8 ‘Arendonk, VR 10 juni 1994 Merksplas, OudTurnhout, Ravels en Turnhout’, ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’, ‘Ronde Put’ ‘Kampina & HR 7 december 2004 Oisterwijkse Vennen’, ‘KempenlandWest’, ‘Langstraat’, ‘Leenderbos,

Referentiesituatie

Wet natuurbeschermingsvergunning d.d. 13 augustus 2014 na gedeeltelijke intrekking

Wet natuurbeschermingsvergunning d.d. 13 augustus 2014 na gedeeltelijke intrekking

7 Stalsysteem weergegeven door code zoals opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2023, nr.

5459 (8 maart 2023), in werking getreden op 9 maart 2023 en 1 april 2023. 8 VR: vogelrichtlijngebied, HR: habitatrichtlijngebied. ODBN, Kenmerk

11 Z/199257

Groote Heide & De Plateaux’, ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’, ‘Regte Heide & Riels Laag’, ‘Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden’, ‘Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout’, ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’

4.3

Effecten stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden

Uit de tabellen 1 en 2 blijkt dat er in de aangevraagde situatie sprake is van een toename van emissie van stikstofoxiden en een afname van ammoniakemissie ten opzichte van de referentiesituatie. Om een goed beeld te krijgen van de stikstofdepositie op de beschermde gebieden is de depositie berekend op verschillende punten. Uit de berekeningen blijkt dat er in de aangevraagde situatie op de in bijlage 1 genoemde Natura 2000-gebieden sprake is van een stikstofdepositie. Er zijn berekeningen uitgevoerd van de stikstofdepositie in de aangevraagde situatie en de stikstofdepositie in de referentiesituatie. Uit de berekeningen blijkt dat er in de aangevraagde situatie sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is inzichtelijk gemaakt in de aanvraag. In onderstaande tabel zijn de maximale verschillen in depositiewaarden weergegeven voor de meest nabijgelegen of hoogst belaste beschermde natuurgebieden. Tabel 3. Stikstofdepositieberekeningen (mol N/ha/jr) Beschermd natuurgebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ ‘Kempenland-West’ ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ ‘Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout’ ‘Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout’ ODBN, Kenmerk

Hoogste depositie referentiesituatie

Hoogste depositie beoogde situatie

Grootste toename

Projectbijdrage

1,36

0,83

0,00

-

0,04

0,03

0,00

-

0,01

0,01

0,01*

-

0,03

0,02

-

0,00

0,01

0,01

-

0,00 12

Z/199257

* Uit de analyse van de hexagonen waarop alle bronnen een effect hebben blijkt dat de berekende depositiebijdrage overal gelijk blijft of een afname vertoont en de berekende toename alleen voorkomt op een hexagoonwaar uit analyse blijkt dat sprake is van randeffecten. Dit houdt in dat de berekende depositietoename het resultaat is van de maximale rekenafstand van 25 kilometer, waardoor de emissie van tenminste één van de bronnen uit de referentiesituatie niet reikt tot het hexagoon dat nu een depositietoename laat zien. Gelet hierop kunnen effecten van de toename op het hexagoon, waarbij sprake is van een randeffect, bij voorbaat worden uitgesloten omdat in de zone van hexagonen waarop alle bronnen een effect hebben overal een afname of gelijk blijven van depositie te zien is. Om dit inzichtelijk te maken is het hulpmiddel randeffecten van AERIUS Calculator bijgevoegd als bijlage 5. In aanvraag is er ook sprake van een tijdelijke stofdepositie tijdens de sloop van de bestaande bebouwing en aanleg van nieuwe bebouwing. Uit tabellen 1c en 2 blijkt dat er tijdens de aanlegfase sprake is van een toename van de emissie van stikstofoxiden en een afname van ammoniakemissie ten opzichte van de referentiesituatie.

Uit de berekening opgenomen in bijlage 4 blijkt dat de tijdelijke emissies tijdens de aanlegfase niet leiden tot een toename in stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is inzichtelijk gemaakt in de aanvraag. 4.4

Overwegingen effecten op beschermde natuurgebieden

Het belang van de bescherming van de natuur verzet zich niet tegen de intrekking van de Wet Natuurbeschermingsvergunning. Ten opzichte van de referentiesituatie is er geen sprake van een toename van stikstofemissie en stikstofdepositie op de in bijlage 1 opgenomen Natura 2000-gebieden. Het weiden van vee Op 12 oktober 2022 heeft de Afdeling uitspraak gedaan over de stikstofemissies behorende bij het weiden van vee.9 Uit deze uitspraak volgt dat de gevolgen van het weiden van vee inzichtelijk gemaakt moeten worden. De Afdeling overweegt dat significante gevolgen door het weiden van vee zijn uitgesloten als intern gesaldeerd kan worden met bemesting van de te beweiden gronden op de referentiedatum. De Afdeling stelt dat hiervoor aangetoond moet worden dat bemesting op de te beweiden gronden op de referentiedatum planologisch legaal was en er op de referentiedatum bemesting plaatsvond. Bemesting kan aangenomen worden als de gronden destijds als landbouwgrond in gebruik waren. Daarnaast mag er sinds de referentiedatum geen planologisch regime van kracht zijn geworden waaronder bemesting van de gronden niet was toegestaan. Tot slot dient het gebruik van de gronden als grasland vanaf 2006 te zijn toegestaan. Uit de aanvraag blijkt dat in de beoogde situatie meerdere diercategorieën, zoals weergegeven in tabel 1a, worden geweid.

Daarom hebben wij vastgesteld of er sprake is van interne saldering met bemesting van de te beweiden gronden op de referentiedatum. De te beweiden gronden betreffen de percelen kadastraal bekend gemeente Oirschot, sectie H, nummer 1241. Op de referentiedatum 10 juni 1994 was het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1986’ van 1986 van de gemeente Oirschot van toepassing. Op basis van dit bestemmingsplan was bemesting van de gronden op de referentiedatum planologisch legaal. Daarnaast kan aangenomen worden dat de gronden destijds bemest werden, aangezien de gronden op dat moment als landbouwgrond in gebruik waren.

9

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 oktober 2022, zaaknummer 202106903/1/R2 ODBN, Kenmerk

13 Z/199257

Sinds de referentiedatum hebben de gronden onafgebroken een agrarische bestemming gehad. De planologische regimes die sinds de referentiedatum op de te beweiden gronden van kracht zijn of zijn geweest hebben geen beperkingen aan het agrarisch gebruik van de gronden opgelegd. Met bovenstaande informatie kan de gebruiksnorm uit de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet worden vastgesteld, waarmee de emissie van de bemeste gronden berekend kan worden. De projectlocatie bevindt zich op, de zo in Bijlage A van de uitvoeringsregeling genoemde, zuidelijke zandgronden. Dit houdt in dat de gebruiksnorm voor grasland met volledig maaien 320 kg stikstof per hectare per jaar is. Voor grasland met beweiden is deze norm lager, namelijk 250 kg stikstof per hectare per jaar. Op basis daarvan concluderen wij dat er sprake is van interne saldering met de bemesting van de te beweiden gronden. De depositie van de beweidingsemissies leidt zodoende in geen enkel geval tot significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Andere effecten Uit de aanvraag blijkt dat er, naast de effecten van stikstof, geen andere negatieve effecten te verwachten zijn die de natuurlijke kenmerken van de diverse beschermde gebieden kunnen aantasten. 5

Conclusie

Wij zijn voornemens de Wet natuurbeschermingsvergunning van 13 augustus 2014 met kenmerk C2060326/3614171 gedeeltelijk in te trekken conform het verzoek. Op grond van bovenstaande beoordeling concluderen wij dat het is uitgesloten dat de aangevraagde activiteit, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit. Wij zijn voornemens de gevraagde vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb te weigeren, vanwege het ontbreken van vergunningplicht.

ODBN, Kenmerk

14 Z/199257

Bijlage 1: AERIUS Calculator: berekening beoogde situatie inclusief buitenlandse Natura 2000gebieden (kenmerk: Rur5kCtXHp4b)

Bijlage 2: AERIUS Calculator: berekening referentiesituatie inclusief buitenlandse Natura 2000gebieden (kenmerk: RTKDo85S7MPE)

Bijlage 3: AERIUS Calculator: verschilberekening inclusief buitenlandse Natura 2000-gebieden (kenmerk: Rx27vTvcgDWh)

Bijlage 4: AERIUS Calculator: verschilberekening van de aanlegfase inclusief buitenlandse Natura 2000-gebieden (kenmerk: RULwkRhBMvAt)

Bijlage 5: AERIUS Calculator: bijlage randeffecten verschilberekening (kenmerk: Rx27vTvcgDWh) Zijn los bijgevoegd

ODBN, Kenmerk

15 Z/199257

KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, VARKENSBEDRIJF RIJNEN OIRSCHOT BROEKSTRAAT 31, 5688 JX SPOORDONK Z/199257 Ontwerpbeschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij voornemens zijn in het kader van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming een besluit te nemen op een verzoek tot gedeeltelijke intrekking van een Wet natuurbeschermingsvergunning in het kader van de Maatregel Gerichte Aankoop (MGA-1) en een aanvraag voor een vergunning. Het project betreft de wijziging van een veehouderij, uitgevoerd op Broekstraat 31, 5688 JX te Spoordonk, in de gemeente Oirschot. Het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken zijn vanaf 19 september 2023 tot en met 30 oktober 2023 in te zien bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), Victorialaan 1, 5213 JG ’sHertogenbosch. Telefoonnummer (088) 743 00 00. Voor inzage in de bijbehorende stukken dient een afspraak gemaakt te worden. Het besluit (en onderliggende stukken) zijn digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl Een ieder kan tot en met 30 oktober 2023 ten aanzien van het ontwerpbesluit schriftelijk of mondeling zienswijzen inbrengen bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (p/a Omgevingsdienst Brabant Noord, Procesadministratie, Victorialaan 1, 5213 JG ‘s-Hertogenbosch. Voor het mondeling inbrengen van zienswijzen bestaat binnen deze periode de mogelijkheid tot het houden van een hoorzitting.

Een verzoek daartoe dient binnen drie weken na begindatum ter inzage legging bij de Omgevingsdienst Brabant Noord te worden ingediend. Aan deze procedure is het kenmerk Z/199257 gekoppeld. U dient bij correspondentie dit kenmerk te vermelden. 's-Hertogenbosch, september 2023

ODBN, Kenmerk

16 Z/199257

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Projectnummer 1134.09.2022 Broekstraat 31, 5688 JX Spoordonk Projectnummer 1134.09.2022 VERSCHILBEREKENING Referentie C2060326 -Beoogde situatie Ambtshalve berekening beoogde situatie

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rur5kCtXHp4b 11 september 2023, 11:45 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Beoogde situatie - Beoogd Beoogde situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

2023

0,83 mol/ha/j 1.696,70 ha 0,00 ha 0,83 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

78,2 kg/j 2803427

1.964,3 kg/j Kampina & Oisterwijkse Vennen

2/11

Projectberekening

Beoogde situatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 4 5 6 9 10 

Wonen en Werken | Recreatie | Groepsaccommodatie en 40 huisjes Mobiele werktuigen | Landbouw | Mobiele werktuigen Landbouw | Stalemissies | Dierenweide met schuilruimte Anders... | Anders... | Vuurhaarden Wonen en Werken | Woningen | Woning 1 Wonen en Werken | Woningen | Woning 2 Verkeersnetwerk

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

- 47,4 kg/j 0,9 kg/j 1.866,5 kg/j 75,2 kg/j - 23,4 kg/j 3,6 kg/j 3,6 kg/j 2,2 kg/j 19,7 kg/j

3/11

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

4/11

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Beoogde situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

1.696,70

Per gebied

Berekend (ha gekarteerd)

Kampina & Oisterwijkse Vennen (133) Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131) KempenlandWest (135) Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132) Regte Heide & Riels Laag (134) Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136)

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

512,74

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

2.708,59

1.696,70

0,83

2.296,73

512,74

0,83

592,52

2.394,83

592,52

345,22

2.708,59

17,28

0,00

0,00

0,00

0,00

0,03

0,00

0,00

345,22

0,03

0,00

0,00

2.701,43

17,28

0,02

0,00

0,00

157,58

2.373,20

157,58

0,01

0,00

0,00

71,37

2.406,61

71,37

0,01

0,00

0,00

5/11

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

17 5 18 15 12 9 4 19 3 6 7 10 2 8 13 1 11 16 14

Naam

Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (14 km)

Coördinaat Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

X:133551 Y:385590 Ronde Put (23 km) X:141969 Y:370392 Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (17 km) X:132916 Y:381150 Zouweboezem (47 km) X:128411 Y:437115 Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen X:115498 Kamsalamanderhabitats (36 km) Y:372148 Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en X:143368 heiden (24 km) Y:369286 Klein en Groot Schietveld (45 km) X:103140 Y:376318 De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (44 km) X:101922 Y:382235 Hageven met Dommelvallei, Beverbeekse Heide, Warmbeek en X:152317 Wateringen (29 km) Y:364982 Bovenloop van de Grote Nete met Zammelsbroek, Langdonken en X:145509 Goor. (38 km) Y:355226 Vallei- en brongebied van de Zwarte Beek, Bolisserbeek en Dommel X:152589 met heide en vengebieden. (40 km) Y:353902 Militair domein en vallei van de Zwarte Beek (40 km) X:147998 Y:352555 Bocholt, Hechtel-Eksel, Meeuwen-Gruitrode, Neerpelt en Peer (39 X:160617 km) Y:357012 Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stamprooierbroek en X:161795 Mariahof (30 km) Y:367875 Abeek met aangrenzende moerasgebieden (46 km) X:170504 Y:354176 De Zegge (41 km) X:124087 Y:357228 Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (31 km) X:126979 Y:367618 Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met X:115461 valleigronden langs de Heerlese Loop (30 km) Y:389377 Lingegebied & Diefdijk-Zuid (38 km) X:132764 Y:429711

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

0,02 0,01 0,01 -

6/11

Projectberekening

Beoogde situatie, Rekenjaar 2023 1

Wonen en Werken | Recreatie

Naam GroepsaccommodatieUittreedhoogte en 40 huisjes Warmteinhoud Locatie X:146114,86 Spreiding Y:393512,33 Oppervlakte 5,89 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

NOₓ

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeersbewegingen woningen X:145575,66 Y:393410,04 Type scherm 2.138,25 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

1,0 m 0,000 MW 1m

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

7,4 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

Verkeersbewegingen woningen X:146321,56 Y:393143,66 Type scherm 1.714,75 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

47,4 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

7,4 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal

1,1 kg/j 0,3 kg/j 0,1 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

0,9 kg/j 0,2 kg/j 0,1 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/11

Projectberekening

4

Mobiele werktuigen | Landbouw

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:146167,81 Y:393757,12 2,44 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃ Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

38106 l/j

1460 u/j

Vorkheftruck Stage-II, 2002-2005, 56-75 kW, diesel, SCR: 8760 l/j nee

730 u/j

Verreiker

1095 u/j

2 x tractoren Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee Loader

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee

50326 l/j

16655 l/j

2190 u/j

1.866,5 kg/j 0,9 kg/j Stof Emissie

NOₓ

765,8 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 578,9 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 266,5 kg/j NH₃ 65,7 g/j NOₓ 255,3 kg/j NH₃ 0,1 kg/j

8/11

Projectberekening

5

Landbouw | Stalemissies

Naam Dierenweide met Uittreedhoogte schuilruimte Warmteinhoud Locatie X:146125,01 Spreiding Y:393670,6 Oppervlakte 0,73 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving

  

       6

1,8 m 0,000 MW 3m

BWLcode

Naam Vuurhaarden Uittreedhoogte Locatie X:146115,13 Warmteinhoud Y:393512,05 Spreiding Oppervlakte 5,92 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

Rur5kCtXHp4b (11 september 2023)

75,2 kg/j

Aantal Stof Emissiefactor Reductie Emissie dieren (kg/dier/j)

C1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 2 (Geiten; geiten ouder dan 1 jaar) B1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 2 (Schapen; schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg ) D3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 2 (Varkens; vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking ) 2 Pauwen, afgeleid van F4.100 2 2 Ganzen afgeleid van F4.100 2 G1.100 - overig huisvestingssystemen Overig 2 (Eenden; ouderdieren van vleeseenden tot 24 maanden) I1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 4 (Konijnen; voedster inclusief 0,15 ram en bijbehorende jongen tot speenleeftijd ) 4 cavia's afgelied van I1.100 4 K3.100 - overige huisvestingssystemen Overig 2 (Paarden; volwassen pony's (3 jaar en ouder)) K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 2 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) E2.100 - overige huisvestingssystemen niet- Overig 10 batterijhuisvesting (Kippen; legkippen en (groot-) ouderdieren van legrassen) E5.100 - overige huisvestingssystemen Overig 10 (Kippen; vleeskuikens) 2 Struisvogels L1.100 2 A1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 2 (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oirschot&id=826fb9cc-dd5a-4d29-879e-b8a32e9d0f84