CConstaterende datOirschot
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 06 01 BNS.4 BestuursovereenkomstCOT2005 compensatie.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 21 juni 2022, gemeente OirschotBij agendapunt: Herinrichting Compagnies Oefenterrein3.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commando DienstenCentra

/

DGW&T Directie Zuid

BESTUURSOVEREENKOMST COMPENSATIE COT OIRSCHOT

Ondergetekenden, 1. 2. 3. 4.

het Ministerie van Defensie, ten deze vertegenwoordigd door de Staatssecretaris van Defensie, dhr. C. Van der Knaap; de Provincie Noord-Brabant, ten deze vertegenwoordigd door de gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening, drs. P.L.A. Rüpp; de Gemeente Oirschot, ten deze vertegenwoordigd door de burgemeester, mr. G.G.I.M. Speetjens, en de Gemeente Eersel, ten deze vertegenwoordigd door de burgemeester, mw. H.P.G.M. Houben-Sipman.

Gelet op het feit dat:

-

-

-

-

-

er brede bestuurlijke overeenstemming bestaat over de realisatie van het Compagnies Oefenterrein Oirschot blijkens het bestuurlijk overleg dienaangaande van 15 maart 1994; de inrichting van het terrein zal plaatsvinden op basis van het door de Staatssecretaris van Defensie vastgestelde lnrichtingsplan d.d. 13januari1995; de begrenzing van het oefenterrein zoals beschreven in de partiële herziening van het Structuurschema Militaire Terreinen, als onherroepelijk moet worden gezien na de uitspraak van de Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak van 9 juni 1998 (no. E01 .96.0441.) inzake de PKB; thans nog gemeentelijke planologische voorwaarden moeten worden geschapen om het Compagnies Oefenterrein Oirschot te kunnen realiseren; het betrokken gebied valt onder de SGR-gebiedscategorie “Bossen en landschappelijke beplantingen vallende onder de Boswet~ en dientengevolge compensatieplichtig is op grond van de Kabinetsnotitie “Uitwerking compensatiebeginsel SGR” van oktober 1995;

Para.~f~1vD

Paraaf Provincie

Paraaf 0

ot

Paraaf Eersel

Pagina 1 /4

Verklaren het volgende te zijn overeengekomen: art. 1

verantwoordelijkheden

1 .1

Het Ministerie van Defensie is als initiatiefnemer voor de herinrichting van het oefenterrein eindverantwoordelijlç voor de realisatie van de natuurcompensatie.

1.2

de gemeenten Oirschot en Eersel zijn primair verantwoordelijk voor de planologi sche inpassing van de overeengekomen compensatiegebieden, voor zover deze binnen hun gemeentegrenzen vallen.

1.3

Onverlet haar verantwoordelijkheden in het kader van de goedkeuringsproced ure van het bestemmingsplan COT Oirschot, zal de provincie de overeengekomen aanpak en omvang van de compensatie waar nodig ondersteunen in relatie tot het provinciale compensatiebeleid.

art. 2 omvang van de compensatie 2.1

De omvang van de compensatie zal ca. 100.3 ha bedragen. De wijze waarop deze omvang is berekend, is weergegeven in de notitie “Natuurwaardencom pensatie COT Oirschot” van DGW&T Zuid-Nederland, initiatiefnemer, van januari 1999.

2.2

In de berekening van de omvang van de compensatie is geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van de toetsing aan de soortenbeschermings bepalingen van de Flora- en Faunawet. Niet uit te sluiten valt dat op grond daarvan aanvullende compensatie nodig kan zijn.

art. 3 Zoekgebieden voor de compensatie 3.1

Op grond van het algemene compensatiebeleid worden de zoeklocaties voor compensatiegronden zo dicht mogelijk bij het ingreepgebied gesitueerd. Hierbij wordt in eerste instantie gezocht naar daarvoor geschikte locaties binnen het gebied van het Reconstructieplan Beerze-Reusel. Gezien de totstandkoming van de omvang van dit compensatieproject (zie bovengenoemde notitie), de kosten van de verwerving en inrichting in relatie tot het herinrichtingsproject als zodanig én de wens om de druk op de directe (agrarische) omgeving van het oefenterrein niet onnodig te vergroten, zal maximaal ca 27 ha elders in de provincie op defen siegronden worden gerealiseerd, mits deze kunnen worden toegevoegd aan bestaande grote eenheden bos, c.q. natuur.

Paraaf MvD (1

Para f Provincie

Paraaf

Paraaf Eersel

Pagina 2/4

art. 4 Realisatie van de compensatiegebieden 4.1

Ten behoeve van de realisatie van de compensatie zal een begeleidingscommissie worden ingesteld waarin naast ondergetekenden andere betrokken partijen kunnen deelnemen. Hiertoe worden uitgenodigd de waarschijnlijke toekomstige terreinbeheerder, de Stichting Het Noord-Brabants Landschap, de Dienst Landelijke Gebieden en een vertegenwoordiger namens de Reconstructiecommissie Beerze-Reusel.

4.2

De begeleidingscommissie heeft in eerste instantie tot taak het opstellen van een uitvoeringsovereenkomst w.i. de werkafspraken zijn verwoord aangaande de verwerving, de inrichting en het beheer van de gebieden, alsmede de financiering en een geschillenregeling.

4.3

Het Ministerie van Defensie draagt de kosten van de compensatie voor zover deze in overeenstemming is met de in art. 2.1 genoemde notitie.

4.4

Gemeenten en provincie spannen zich in om de overeengekomen locaties en gebieden planologisch veilig te stellen.

art. 5 Realisatietermijn 5.1

Partijen spannen zich in om de compensatie binnen vijf jaar na ondertekening van deze overeenkomst te hebben afgerond.

5.2

Indien de compensatie binnen de hiervoor genoemde periode nog niet geheel is gerealiseerd, dan kunnen partijen de benodigde periode éénmalig met maximaal twee jaar verlengen. Blijkt fysieke compensatie uiteindelijk niet volledig mogelijk, dan zal per resterende ha een bedrag ter hoogte van de reëel te verwachten realisatiekosten worden gestort in het provinciale groenfonds.

art. 6 Beheer van de compensatiegronden 6.1

Na realisatie van de compensatie zullen de betrokken gronden in beginsel in eigendom en beheer worden overgedragen aan een terreinbeherende Organisatie waarbij Defensie de kosten van het beheer en onderhoud van de compensatie gronden over een periode van drie jaar na inrichting draagt.

Paraaf MvD

Paraaf Provincie

Paraaf oV hot

Paraaf Eersel

Pagina 3/4

Aldus overeengekomen en in viervoud getekend te Oirschot op 16juni 2005

drs. P.L.A. Rüpp

mw. H.P.G.M. Houben-Sipman

Paraaf M~D

7

Paraaf Provincie

Paraa~fschot

Paraaf Eersel

Pagina 4/4

II

0

hz 33 van hz 3.4 droog grasland hz 36 open zand h~ 3,7 dr8~fl heide tiz 3.8 vochtige heide hz 3.9 struweel, mantel ‘en znornbegroeiing hz 3.11 bosgemeelisdhap in arme zand~rön hz 4.1 / hz •4.2 akkm’land/grasland hz 4,8~/hz 4.B4 inheemse boscultuur/ hd58ultuuc flat uitheemse soorten hz 4.x open zand tat of niet ingezaaid fift grasmengsett hz ‘4.z water

200

400

6Ot~’n

Atbee(dirm 1 Natuurdoeltypen bestaande sItuatie usrs7t=L.1m=e;~

Witteveen F

Bos

P091350 2)3 7400 05 0.~e7I~

7.3.4091, (05700> 97931 70400, 07304 t~47o 49444

9

La) ~-1

‘-t

La) OD

‘-t

>~ C0 -~

~)

<1) 0

÷ .~,

~,

G)

Q~

4.)

~)

o 4~)

hz ~3 ven hz 3.4 draag grastand hz 3.6 open zand hz 3,7 drd~V hdtde hz 3.8 vochtige heide hz 3.9 siniweeL Fnantet en zOsmbeÇ hz 3.11 bosgeVh’erisOhap in arme za hz .3.12 bo gemeenschap in leefngro hz 4.1 / hz 42 akkerland;’gra~Iani hz 4.831hz 4.84 inheemse boscultui boscuttuur met uitheemse soo/f~ hz 4.u spen zand (al of niet ingeza. met grasmengsel) hz 4.y droog grasland intensief in hz 4.2 vJ~ter

rt4-)

cx:~ ~, ~c co

-J

45)4.) —t

0

•rt r4

u-D

Po.liSit 033

—Bos 7400 40 04,~ni~ Witteveera TOert,

t.440ei, (05700) t 97344 rein 49441

NATU~RWAARDENCOMPENSATIE COT OIRSCHOT Berekening omvang en plan van aanpak

INHOUD 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Inleiding Aanpak compensatieproblematiek Uitgangspunten compensatie COT Oirschot Berekeningsmethodiek compensatie-omvang Berekening compensatie-omvang Uitvoering van de compensatie

REFERTEN 1. 2. 3. 4. 5.

verslag bestuurlijk overleg MER Oirschot 15 maart 1994 (brief Stasdef MG9405 1799 d.d. 14juli 1994) Structuurschema Groene Ruimte deel 3 hfdst 6.6 Ministerie van LNV 1993 Compensatieplan COT Oirschot fase 1 Witteveen + Bos, september 1995 notitie Uitwerking Compensatiebeginsel SGR Ministerie van LNV, oktober 1995 Beheersplan COT Oirschot DGW&T Zuid-Nederland 1995

BIJLAGEN 1. 2.

kaarten van het oefenterrein op basis van natuurdoeltype actueel en na herinrichting brief directeur LNV Zuid d.d. 26 november 1996

DGW&T Zuid-Nederland, januari 1999

1

INLEIDING

1.1 In 1994 heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden over de mileu-effectrapportage voor het COT Oirschot (ref. 1). Bij die gelegenheid is tevens overeenstemming bereikt over het inrichtingsplan voor het COT en over de aanpak van de realisatie van het oefenterrein. Daarbij is overeengekomen dat de ambtelijke begeleidingscomrnissie voor de m.e.r. (de Projectgroep COT; PG) voor het vervolg van het proces zorg zou dragen en bevoegd zou zijn om voorstellen te doen ten aanzien van deelprojecten. 1.2 De mogeljldieid om het COT werkelijk te realiseren ontstaat pas nadat een bestemmingsplan voor het plangebied is vastgesteld. Aanvankelijk zou daarmee reeds in 1994 worden gestart. Tijdens de eerste verkennende gesprekken werd echter geconstateerd dat op grond van het beleid uit het SGR (ref. 2) eerst de natuurwaardencompensatie diende te worden vastgesteld. De compensatie dient plaats te vinden omdat de betrokken gronden vallen onder de SGR-gebiedscategorie “bossen en landschappelijke beplantingen vallende onder de Boswet”. Besloten werd dat daarom een compensatieplan zou worden opgesteld. Omdat het aan uitgewerkt beleid op dat moment ontbrak, is er veel tijd overheen gegaan voordat duidelijkheid kon worden geschapen.

Dit werd versterkt omdat de aard van de ingrepen bijzonder is in vergelijking met de meeste andere compensatieprojecten: er wordt niet alleen natuur vernietigd, maar natuur wordt van karakter veranderd. 1.3 Deze notitie geeft de uitgangspunten voor de compensatie weer. Tevens wordt de berekeningsmethodiek vastgelegd (met als resultaat de compensatie-omvang) en wordt de opzet van de uitvoering beschreven.

2

AANPAK COMPENSATIEPROBLEMATIEK

2.1 In 1994 is in de PG besloten dat DGW&T een voorstel zou doen voor een compensatieplan in de vorm van een plan van aanpak. Daartoe gaf DGW&T, directie ZuidNederland, vervolgens opdracht aan het adviesbureau Witteveen + Bos dat eerder de milieu effectrapportage had opgesteld. De rapportage van W+B omvat twee delen. Deel 1 geeft verschillende scenario’s voor een berekeningsmethodiek. Deel 2 geeft aan welke gebieden in de omgeving van het toekomstige COT geschikt zijn voor welke natuurdoeltypen. 2.2 Deel 1 van het rapport van W+B is opgesteld véérdat de notitie “Uitwerking Compensatiebeginsel SGR” (ref. 3) gereed was en door het Kabinet was vastgesteld. In dit rapport zijn verschillende compensatiescenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s hebben de discussie in de PG en tussen Defensie en LNV een sterke impuls gegeven, met name ten aanzien van het onderdeel “salderen”. Verder zijn de door W+B berekende oppervlaktes natuurdoeltypen aangehouden als uitgangspunt voor de berekeningen. Na de vaststelling van de uitwerkingsnotitie van het Kabinet, is déze echter als uitgangspunt genomen voor de verdere discussie. Het rapport van W+B heeft daarna vooral als studierapport en bron van gegevens 1

gefungeerd. 2.3 De discussie in de PG is in hoofdzaak gevoerd tussen LNV en DGW&T. De provincie heeft in die fase aangegeven niet te beschikken over beleid ter zake en stelde zich op het standpunt de uitkomst van de discussie te accepteren indien de noodzaak voor compensatie duidelijk zou worden onderbouwd. De door de PG geaccepteerde uitkomst van de compensatiediscussie is in het voorjaar van 1997 in een eerste notitie vastgelegd. Bijlage 2 geeft duidelijk weer hoe de verhoudingen destijds lagen. In de zomer van 1997 stelde de provincie haar eigen compensatiebeleid vast. Ook bleek toen pas dat dit op sommige onderdelen niet geheel aansloot op de benadering van de PG voor dit project. LNV en DGW&T wensten, na discussie, echter vast te houden aan het resultaat van de werkzaamheden, vooral vanwege het salderingsprincipe. 2.4 De in 1997 en in 1998 gevoerde discussies leidden ook bij DGW&T en LNV tot een voortschrijdend inzicht ten aanzien van de berekeningswijze van de omvang van ~bos” binnen de compensatie. Als gevolg hiervan groeide de totale compensatieomvang naar 100 ha. Deze verandering verklaart het verschil met de in bijlage 2 genoemde compensatieomvang van 73,2 ha.

3

UITGANGSPUNTEN COMPENSATIE COT OIRSCHOT

a Het rijksbeleid zoals verwoord in het Structuurschema Groene Ruimte en de daarop gebaseerde notitie “Uitwerking Compensatiebeginsel SGR” is leidraad voor dit project. Het provinciale compensatiebeleid is vastgesteld nadat de essentiële benadering van dit compensatieproj eet werd vastgesteld en wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten. b Volgens de bovengenoemde Kabinetsnotitie is saldering van positieve en negatieve ingrepen binnen het plangebied mogelijk indien sprake is van dezelfde categorie natuur doeltypen. De te creëren natuurwaarden (de positieve ingrepen) dienen wel duurzaam te worden beheerd. Het opgestelde beheersplan voor het COT (ref. 5) kan deze voorwaarde garanderen. c Bos wordt in dit compensatieproj eet speciaal belicht. De hoeveelheid bos die als gevolg van de herinrichting verdwijnt dient in de berekening te worden overgecompenseerd. Hiervoor is een norm van 1.66 vastgesteld. Andere in het plangebied voorkomende natuurdoeltypen bevinden zich in dezelfde f’ysisch-geografische regio (= Hogere Zandgronden) en kunnen op basis van vergelijkbaarheid (1/1) met elkaar worden verrekend. d De omvang van de in de berekening betrokken natuurdoeltypen is gebaseerd op tabel 5.1 uit deel 1 van het rapport van W+B (ref. 3). e De compensatie dient te worden gerealiseerd met vergelijkbare samenstelling en aard van hetgeen verloren gaat (zie bijlage 2). 2

f De compensatie dient zo dicht mogelijk bij de plaats van de ingreep te worden gerealiseerd conform het SGR-beleid terzake. Indien spanningen ontstaan tussen dit uit gangspunt, hetgeen onder e is genoemd en de potenties van het betrokken gebied, dan zal dit onderwerp van nader beraad moeten zijn in een aparte begeleidingscommissie. -

g De omvang van de compensatie zal in het voor het COT op te stellen bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. h Er zullen garanties moeten worden gegeven voor een duurzaam beheer van de gerealiseerde compensatie. Hiertoe zal een aparte bestuursovereenkomst worden gesloten. De definitieve selectie van compensatielocaties en de begeleiding van de feitelijke werkzaamheden zullen moeten worden verricht door een aparte begeleidingscommissie.

4

BEREKENINGSMETHODIEK COMPENSATIE-OMVANG

4.1 De methodiek van de berekening van de omvang van de compensatie is na het voorgaande betrekkelijk eenvoudig. De SGR-notitie geeft heldere uitgangspunten, die met het bovenstaande kunnen worden aangevuld. De hier gehanteerde uitgangspunten zijn in hoofdzaak gebaseerd op het overleg tussen LNV en DGW&T in de periode 1994 1996. Dit is bevestigd met een schrijven van de directeur Zuid van LNV (bijlage 2). -

4.2 Bij de berekening wordt uitgegaan van de natuurdoeltypen zoals die in het rapport van W+B zijn omschreven. Hieronder volgt het overzicht van de betrokken natuurdoeltypen. Bijlage 1 geeft de actuele en toekomstige indeling van het terrein weer, verdeeld naar de verschillende natuurdoeltypen. tabel 1 Omvang betrokken natuurdoeltypen natuurdoeltype

oppervlakte bestaande situatie (A)

oppervlakte inrichtingsplan (B)

verschil (B-A)

Hz-3.4 ven

0.52 ha

0.52 ha

0 ha

Hz-3.5 droog grasland

12.94 ha

7.26 ha

-5.68 ha

Hz-3.8 open zand

10.29 ha

9.07 ha

-1.22 ha

l-lz-3.9 droge heide

170.50 ha

217.82 ha

47.33 ho

Hz-3.10 vochtige heide

24.94 ha

17.05 ha

-7.89 ha

Hz-3.11 struweel-, mantel- en zoombegroeiing

9.55 ha

117.52 ha

107.97 ha

Hz-3.13 bosgemeenschap van arme zandgronden

18.92 ha

52.37 ha

33.45 ha

Hz-3.14 bosgemeenschap van leemgrond hz-4.B3/4.B4 in/uitheemse boscultuur

3

0 ha

8.46 ha

8.46 ho

538.37 ha

346.33 ha

-191.79 ha

4.3 Van de betrokken natuurdoeltypen dient eerst de omvang van de in de berekening te betrekken hoeveelheid bos te worden vastgesteld. Vervolgens kunnen de positieve (te creëren) en negatieve (te verdwijnen) natuurwaarden worden verrekend. Het overblijvende (negatieve) saldo (uitgedrukt in hectares) geeft de omvang weer van de buiten het COT-plangebied te realiseren natuurwaarden. 4.4 Belangrijk bij de berekening van de hoeveelheid bos in de compensatie is de vraag wat precies onder “bos” moet worden verstaan. De te creëren “struweel, mantel- en zoombegroei ing” bestaat voor een groot deel uit aan te passen boscomplexen. Bos wordt hier ten dele gedund en/of geveld. Dit gaat ten koste van bomen en is dus een negatieve ingreep. Daar staat tegenover dat het boskarakter meestal niet echt verdwijnt en dat dit natuurdoeltype in de Boswet als “bos” wordt omschreven. Dit zou een behandeling als bos in de berekeningen rechtvaardigen. Op suggestie van LNV is besloten er van uit te gaan dat dit natuurdoeltype voor 50% als bos dient te worden gezien en voor 50% als een apart natuurdoeltype. In de berekening wordt daardoor 50% van 107.98 = 53.99 ha als oppervlakte Struweel, mantel- en zoomvegetatie aangehouden. Eveneens 53.99 ha blijft daarom “gewoon” bos. De negatieve ingreep in het bosareaal is daarmee 191.79 53.99 = 137.8 ha geworden. -

5

BEREKENING COMPENSATIE-OMVANG

Bos:

negatief: 137.8 ha overcompensatie: 137.8 ha x 1.66 = 228.75 ha positief: bosgem. arme zandgrond 33.45 ha bosgem. leemgrond 8.46 ha 41.91 ha saldo: 228.75ha-41.9lha= 186.84ha

totaal: negatieve ingrepen: bos droog grasland open zand vochtige heide

186.84 ha 5.68 ha 1.22ha 7.89 ha 201.63 ha

positieve ingrepen: smz-begroeiing droge heide

53.99 ha 47.33 ha 101.33 ha

saldo:

201.63ha-101.33ha=

100.3ha

In totaal dient als compensatie voor de verloren gegane natuurwaarden 100.3 ha natuurgebied buiten het COT-plangebied te worden gecreëerd. Gezien het gestelde onder 3e zal dat in hoofdzaak moeten bestaan uit bos. 4

6

UITVOERING VAN DE COMPENSATIE

6.1 Het realiseren van zo’n 100 ha compensatienatuur is geen eenvoudige zaak. Om de realisatie zichtbaar te garanderen, zal een bestuurlijke overeenkomst worden opgesteld. Hierin zal het volgende worden vastgelegd: dat Defensie eindverantwoordelijke is voor de realisering van de compensatie; dat de oppervlakte van de compensatie ca 100.3 ha bedraagt; waar de zoekgebieden voor de compensatie zijn. Uitgangspunt hierbij is dat de oorspronkelijke ca 73 ha zo dicht mogelijk bij het COT wordt gevonden, terwijl de resterende ca 27 ha elders in de provincie op defensieterreinen mogen worden gevonden zolang ze kunnen worden toegevoegd aan bestaande grote boseenheden; de wijze waarop inrichting en beheer van de compensatiegebieden zullen worden geregeld; de wijze waarop de compensatie wordt gefinancierd; de inspanningsverplichtingen ten aanzien van de benodigde (planologische) procedures; de na te streven einddatum van de realisatie; wat te doen als fysieke compensatie niet mogelijk blijkt. De overeenkomst moet worden ondertekend door de bij de compensatie betrokken partijen. -

-

-

-

-

-

-

-

6.2 In de ambtelijke projectgroep voor de herinrichting van het COT is overeengekomen dat ten behoeve van de uitvoering van de bovengenoemde overeenkomst een aparte begeleidingscommissie in het leven zal worden geroepen. Hierin zullen de feitelijke selectie van compensatielocaties, verwerving en inrichting daarvan aan de orde komen. Deze commissie zal een brede samenstelling moeten krijgen. Naast Defensie en LNV, zullen daarom gemeenten, provincie, maar ook mogelijke toekomstige beheersorganisaties aan de commissie deel moeten nemen. Het eigenlijke COT-project kan daardoor qua uitvoering van de compensatie worden losgekoppeld. Na de instelling van een aparte begeleidingscommissie, zal de PG haar taak ten aanzien van de compensatie als afgerond beschouwen. Wel zal zij er op toe zien dat in het bestemmingsplan voor het COT een en ander wordt vastgelegd. 6.3 Het selecteren en aanwijzen van geschikte compensatielocaties door de begelei dingscommissie zal geschieden aan de hand van de bestuurlijke overeenkomst, de in deze notitie genoemde uitgangspunten en in beginsel aan de hand van deel 2 van het rapport van W+B waarin wordt aangegeven welke gebieden in de omgeving van het COT in potentie geschikt zijn voor welk(e) natuurdoeltype(n).

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oirschot&id=d4cd39fe-efdf-4fbe-9100-f0ba7dc49d59