2022 06 01 BNS.2 Nota van beantwoording COT.pdf
Tekst van het document
*21.I002291* 21.I002291
Oirschot, 31 mei 2022
Nota van beantwoording van de ingediende zienswijzen
‘Oefenterrein Oirschotse Heide’ Inrichtingsplan voor herontwikkeling van het oefenterrein en omgeving
Bijlage 2 bij het raadvoorstel d.d. 21 juni 2022 (besluitvormend)
1.
Inspraakproces.
Gedurende een viertal jaren hebben Rijksvastgoedbedrijf / Defensie, gemeente Oirschot en Brabants Landschap gewerkt aan de totstandkoming van het inrichtingsplan voor het compagniesoefenterrein. Gedurende het participatieproces zijn de stakeholders uitvoerig geraadpleegd dan wel hebben zij actief deelgenomen aan 2 fysieke bijeenkomsten in de Andreaskerk in Oostelbeers in 2019 en 2020. Daarnaast is een presentatie online beschikbaar geweest waarbij tevens een enquête kon worden ingevuld. Het uiteindelijke inrichtingsplan voor de Oirschotse Heide heeft in de periode van woensdag 16 juni 2021 tot en met 28 juli 2021 voor alle inwoners en andere belanghebbenden ter inzage gelegen. De documenten kon men downloaden via de website van de gemeente Oirschot (https://www.oirschot.nl/herinrichting-compagnies-oefenterreinoirschotse-heide). Daarnaast hebben er exemplaren van het inrichtingsplan fysiek ter visie gelegen bij de balies van het gemeentehuizen in Oirschot en Eersel. 2.
Ingediende zienswijzen.
De ingekomen zienswijzen zijn afzonderlijk van elkaar beantwoord. De zienswijzen zijn bij de beantwoording in samengevatte vorm weergegeven. Om privacy redenen zijn de namen van de indieners niet zichtbaar. De zienswijzen zijn in volledigheid beoordeeld. Telkens zijn de (deel)onderwerpen uit de zienswijzen weergegeven met daaropvolgend een reactie door het college. Bij de beoordeling zijn eerdere reacties op de vragen die konden worden ingebracht bij de enquête meegewogen. Tevens is weergegeven op welke punten het inrichtingsplan als gevolg hiervan zal worden aangepast. Na vaststelling van het inrichtingsplan inclusief de voorgestelde wijzigingen in deze nota van beantwoording door de gemeenteraad, zal het definitieve inrichtingsplan worden opgemaakt. De indieners van een zienswijze krijgen de nota van beantwoording toegezonden na vaststelling door het college. Tijdens de inspraakperiode zijn er in totaal 12 zienswijzen / reacties ingediend, door zowel particulieren, bedrijven als belangenvertegenwoordigers. Algemene opmerkingen, context en doorlopen participatieproces Naast de hoofdfunctie militair oefenterrein heeft de heide ook een recreatieve functie. De manier van en het materieel waarmee defensie oefent binnen Defensie verandert echter over de jaren heen.
De meest ingrijpende voorgenomen wijziging is de richting op het COT, namelijk van noord-zuid bewegingen naar oost-west georiënteerde oefeningen. Als gevolg van dit veranderende gebruik is een herstructurering van het gebruik van de Oirschotse heide nodig. Voorts worden de voertuigen steeds sneller, wendbaarder en stiller, waardoor er meer kans ontstaat op onverwacht kruisen van militairen in oefening en recreanten, wat kan leiden tot onveilige situaties. In de beleidsregels voor militair terrein is opgenomen dat recreatief medegebruik alleen mogelijk is op routes en paden. Dit is vervaagd in de loop der jaren en een vrijelijk gebruik van de heide is tot praktijk verworden. Omwille van de veiligheid -met het oog op bovengenoemde veranderende omstandigheden- is het noodzakelijk om te komen tot goede afspraken over recreatief medegebruik in het gebied. Daarnaast heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in 2014 en 2015 archeologisch onderzoek uitgevoerd naar het 19e-eeuwse legerkamp van koning Willem I bij Oirschot. Dit legerkamp bevindt zich grotendeels binnen het militair oefenterrein. Uit het onderzoek is gebleken dat grote delen van het kamp zeer goed bewaard zijn gebleven. De resten van het kamp zijn uitermate waardevol en uniek en daarmee is het kamp behoudens- en beschermenswaardig.
Door het RCE wordt daarom een procedure opgestart om dit gebied aan te wijzen als archeologisch rijksmonument. Dit proces vindt onafhankelijk van de herinrichting plaats. Wel wordt bij de herinrichting rekening gehouden met de ligging en bescherming van de archeologische resten van het legerkamp en wordt de kans aangegrepen om de archeologische waarden hier zichtbaar en beleefbaar te maken voor recreanten. Ten behoeve van de routering van recreatief medegebruik op het Compagnies Oefenterrein is een uitvoerig participatieproces doorlopen, waarbij onder andere een onafhankelijk onderzoek is uitgevoerd en op meerdere momenten met de maneges is gesproken over de routering van ruiterpaden op het terrein. In onderstaande tabel zijn de verschillende contactmomenten en correspondentie opgenomen die onderdeel zijn van dit participatietraject.
21.I002291\blz. 2
Datum November 2019 29 november 2019
Contactvorm Individuele gesprekken 1e brede stakeholdersbijeenkomst
December 2019
Inventariserende individuele gesprekken met Bureau Ruimte & Vrije Tijd 2e brede stakeholdersbijeenkomst (geannuleerd i.v.m. Covid19). Oplevering rapportage onafhankelijk onderzoek door Bureau Ruimte & Vrije Tijd Terugkoppeling naar stakeholders (digitaal) Inspraakmogelijkheid via digitale enquête Schriftelijke reactie maneges Gesprek projectgroep met maneges n.a.v. schriftelijke reactie maneges d.d. 26 augustus 2020. 2e stakeholdersbijeenkomst (in klein comité i.v.m. Covid-19: 30 vertegenwoordigers) Schriftelijke reactie maneges (fysiek overleg niet mogelijk i.v.m. Covid-19) & voorstel routenetwerk maneges. Schriftelijke reactie projectgroep op voorstel routenetwerk maneges Ondertekening samenwerkingsovereenkomst (SOK)
21 maart 2020 April 2020 Begin juli 2020 Juli 2020 26 augustus 2020 10 september 2020 17 september 2020 Oktober 2020 29 oktober 2020 21 juni 2021 16 juni t/m 28 juli 2021 18 januari 2022
Betrokkenen Maneges Maneges, aangesloten ruiters, KNHS regioconsulent. Maneges Opdrachtgever Rijksvastgoedbeheer Alle stakeholders Alle stakeholders Maneges Maneges Alle stakeholders Maneges Maneges
Ter inzagelegging herinrichtingsplan
Defensie, Brabants Landschap en gemeente Oirschot Alle stakeholders/openbaar
Informatiebrief vertraagd proces zienswijzen
Alle indieners/Raad
De context van de militaire hoofdfunctie en het doorlopen proces zijn belangrijke factoren in de beantwoording van de zienswijzen. 3. Beantwoording zienswijzen Zienswijze 1: a.
b.
c.
Zienswijze Constatering van een spanningsveld tussen de inrichting ten behoeve van defensie en ten behoeve van de bescherming van erfgoed gezien de enge maar ook ruime begrenzing van het historisch legerkamp op de gepresenteerde kaartbeelden van het concept-inrichtingsplan Constatering van een spanningsveld tussen ontsluiting en behoud van waarden daar waar een fietsroute het kamp kruist ook nog eens zonder functioneel te zijn, en terwijl een bestaand fietspad, noord-zuid, het kamp kruist zonder enige waarde aan te tasten en functioneel benut kan worden voor de toeristisch-recreatieve ontsluiting. Een grotere rol van het RCE-advies had ook kunnen blijken uit een ingevoerd detectorverbod voor het gebied waar het kamp 1832-1834 is gelegen.
21.I002291\blz. 3
Reactie Het klopt dat hier een “spanningsveld” is, dit is in de bestaande situatie niet anders. In het nieuwe inrichtingsplan wordt hier rekening mee gehouden en is er nadrukkelijk overleg met Rijksvastgoedbedrijf (RVB), gemeente Oirschot en Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) hieromtrent om zodoende de plannen op elkaar af te stemmen. Het klopt dat hier een “spanningsveld” is, dit is in de bestaande situatie niet anders. In het nieuwe inrichtingsplan wordt hier ook zeker rekening mee gehouden en is er nadrukkelijk overleg met RVB, gemeente en RCE hieromtrent om zodoende de plannen op elkaar af te stemmen.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
In het betreffende gebied is reeds een detectorverbod opgelegd.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
d.
Procesopmerking (niet) parallel lopen van RCE proces en inrichtingsplan
Het COT terrein en de herinrichting door RVB, Brabants Landschap is een ander proces als de aanwijzing van het KWI kamp als archeologisch monument, wat getrokken wordt door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE).
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Reactie Ten aanzien van de indiener van de zienswijze: Er worden geen oefenbanen ingericht op private percelen.
Conclusie Dit wordt gecorrigeerd in het definitieve inrichtingsplan.
Zienswijze 2 a.
Zienswijze Vermoeden dat op de kaart van het inrichtingsplan er een oefenbaan / verzamelgebied is ingetekend, mogelijk op perceel dat in eigendom is. Graag een bericht dat er niets op mijn perceel is ingetekend.
Zienswijze 3:
a.
Zienswijze De indiener brengt een aantal aandachtspunten in ter behartiging van erfgoedbelangen, welke vertaald worden naar een aantal aanpassingen in het inrichtingsplan welke volgens indiener noodzakelijk zijn (zie a t/m e): In het activiteitengebied van Kamp Willem I kunnen geen defensie banen, ruiter-, men en ATB-paden worden geprojecteerd.
b.
Wandel en fietspaden kunnen wél worden aangelegd binnen het activiteitengebied van Kamp Willem I, mits onderkant cunet op maaiveld komt.
c.
Indien niet kan worden volstaan aan bovenstaande twee punten dan dient voor uitvoering van het werk het terrein archeologisch te worden onderzocht en vrijgegeven.
d.
Er is in het terrein hout gekapt, hoe zorgvuldig is met archeologie omgesprongen?
e.
Er moet een strengere controle komen op het gebruik van metaaldetectoren. Bijvoorbeeld het plaatsen van bebording kan helpen.
21.I002291\blz. 4
Reactie Zie reactie hieronder.
Conclusie
In samenspraak met het RVB, RCE en gemeente wordt het ontwerp voor Legerkamp Willem I (KWI) opgesteld. Deze paden en of wegen zijn bestaande wegen en worden al sinds jaar en dag gebruik en kunnen als bestendig beheer worden aangemerkt. De bescherming van de bodem binnen archeologisch monument wordt geborgd door in samenspraak met de RCE het ontwerp voor het Kamp Willem I (KWI) op te stellen. De uitvoering vindt dan plaats op basis van archeologisch onderzoek en/of begeleiding. In samenspraak met het RVB, RCE en gemeente wordt het ontwerp voor KWI opgesteld. Dergelijke voorschriften worden ook in overleg met hen besproken. Er wordt uiteraard gewerkt conform wet- en regelgeving en de hieruit voortkomende voorwaarden. Hierbij wordt ook gewerkt conform de conclusies en aanbevelingen voor fysieke bescherming zoals verwoord in hfd. 7 van ‘Kroonluchter op de hei’ (rapport 245 RCE). Hierbij is zorgvuldig met archeologische waarden omgesprongen. Ook bij toekomstige kap wordt dit uitgevoerd conform de vereisten ter bescherming van archeologische waarden. Er is reeds een verbod op het gebruik van metaaldetectoren in dit gebied. Dergelijke verboden en de handhaving daarvan worden niet in een inrichtingsplan vastgelegd. De Koninklijke Marechaussee is op Defensieterreinen belast met handhaving. De gemeente op de overige openbare gebieden.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Wel een aandachtspunt bij de daadwerkelijke inrichting
Zienswijze 4: a.
Zienswijze Mogelijkheden voor ruiteren aan de zuidzijde van het inrichtingsplan is beperkt. Enkele aanpassingen worden aangedragen vanwege financiële afhankelijkheid van de attractieve waarde van het natuurterrein.
Reactie De afstemming van de locatie van de ruiterpaden is zorgvuldig afgestemd met de verschillende activiteiten in het gebied. Tijdens de contactmomenten op de participatieavonden hebben vertegenwoordigers van de maneges inbreng gehad (zowel op kaart als mondeling). Dit heeft geleid tot een optimalisatieslag. Er zijn door de vertegenwoordigers nadien extra lussen en paden voor ruiters aangedragen. Deze zijn afgewogen. Voorgesteld wordt omwille van de veiligheid bij de voorgestelde indeling op het COTterrein te blijven.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zienswijze 5: a.
b.
c.
d.
Zienswijze Waarom zijn de eigenaren van het chaletpark niet/nauwelijks betrokken bij het inrichtingsplan?
Momenteel wordt zeer beperkt overlast ervaren van het gebruik van het bestaande oefenterrein. Op basis van het nieuwe inrichtingsplan is de verwachting dat de overlast zal toenemen. Het is onduidelijk hoe ver de oefenbanen aan de zuidzijde van de Oirschotse Heide worden opgeschoven naar het noorden. Meer overlast (van geluid, stof, zand) door meer en grotere oefeningen.
e.
Aantal oefeningen is niet vastgelegd. Er zou goed vastgelegd moeten worden hoe intensief het oefenterrein gebruikt gaat worden en wanneer.
f.
Luchtmacht Komen er gezamenlijke oefeningen met de luchtmacht? En verzoek tot het mijden van vliegen boven het Chalet Park of indien onmogelijk hoger dan 45m i.v.m. trillingen aan zonnepanelen en gebouwen. Bivakplaatsen Drie van de 15 te realiseren bivakplaatsen liggen dicht bij het Chalet Park, verzoek om deze elders te situeren om overlast te voorkomen.
g.
21.I002291\blz. 5
Reactie Er heeft een breed participatietraject plaatsgevonden waarin diverse aankondigingen zijn gedaan van bijeenkomsten. Wanneer geconstateerd werd dat niet alle belanghebbenden voldoende betrokken waren, specifiek in de gemeente Eersel, is daar alsnog de kans voor gegeven en contact gezocht om nader in gesprek te gaan. Wij zijn van mening dat hier een zorgvuldig proces is doorlopen. Ook richting steller. Er zal op een andere manier van het oefenterrein gebruik gemaakt gaan worden. Per saldo is er geen toename van oefeningen of overlast van oefeningen te verwachten. De paden zijn verder van het Chaletpark af ingetekend.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
De oefenbaan wordt variërend tussen de 30 meter en 100 meter naar het noorden verschoven.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Er zal op een andere manier van het oefenterrein gebruik gemaakt gaan worden. Per saldo is er geen toename van oefeningen of overlast van oefeningen te verwachten. Bovendien is de afstand tot het terrein van steller toegenomen. Dergelijke zaken worden niet in het inrichtingsplan vastgelegd. Er vinden maximaal acht gezamenlijke oefeningen van defensie per jaar plaats. Voorts wordt er dagelijks geoefend op de grond door het peloton ter plaatse. Dergelijke zaken worden niet in het inrichtingsplan vastgelegd. Er vinden maximaal acht gezamenlijke oefeningen van defensie per jaar plaats. Voorts wordt er dagelijks geoefend op de grond door het peloton ter plaatse. T.a.v. het laagvliegen geven wij dit door aan Defensie. Dit betreffen allen bestaande bivakplaatsen. Het gaat hier om bivak 10: afstand tot het chaletpark is ca. 680m , bivak 11, afstand tot het chaletpark is ca 650m en bivak 16, afstand tot het chaletpark is ca. 280 m. Deze bivakken zijn al sinds jaar en dag in gebruik en noodzakelijk.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Signaal naar defensie omtrent de communicatie en vlieghoogte.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
h.
Parkeerplaatsen ontbreken. Het ontbreekt aan parkeerplaatsen aan de Oirschotsedijk, hier graag in voorzien. Het betreft specifiek parkeerplaatsen voor touringcars voor militair gebruik, waar nu overlast door wordt ervaren (opstoppingen/blokkeren doorgang).
i.
Sanitaire voorzieningen ontbreken. Er zullen voor militairen voorzieningen moeten komen om hun behoefte te doen, dit wordt nu gedaan in de beplanting nabij restaurant De Hut. Calamiteitenplan ontbreekt. Het is niet duidelijk of er een calamiteitenplan is opgesteld over hoe te handelen bij bosbranden en/.of andere calamiteiten.
j.
k.
Men vraagt zich af of er beschikking is over een schone grond verklaring voor het militair oefenterrein, in verband met mogelijke vervuiling van omliggende gronden door stuivend zand.
Er worden enkele parkeervoorzieningen aangebracht. Hier zijn middelen voor gereserveerd in het UVP-Vitaal Landelijk gebied. Ook zijn er enkele jaren geleden parkeervoorzieningen gerealiseerd. Wat betreft overlast door geparkeerde touringcars: aan Defensie wordt verzocht de chauffeurs te instrueren dat militairen op deze locatie niet in- en uitstappen om opstopping te voorkomen. De opmerking over de handelswijze van militairen bij het ontbreken van sanitaire voorzieningen is nadrukkelijk besproken met de militaire gebruiker van het oefenterrein om deze voorvallen te voorkomen. Dergelijke zaken worden niet opgenomen in een inrichtingsplan. Voor de Defensieobjecten heeft Defensie een zogenaamd bedrijfsnoodplan per object. Daarnaast is de gebiedscommisie natuurbrandbeheersing (gem. Oirschot/ RVB/TBO’s en brandweer) bezig met het risicobeheerplan onbeheersbare Natuurbranden. Dergelijke zaken worden niet opgenomen in een inrichtingsplan. Defensie handelt binnen de bestaande wet- en regelgeving.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Klachten parkeeroverlast wordt overgebracht aan defensie.
Reactie Er is geen fietspad voorzien op particuliere gronden. Daar waar het fietspad op het inrichtingsplan wel is ingetekend op percelen van particulieren wordt dit aangepast.
Conclusie Dit wordt gecorrigeerd in het definitieve inrichtingsplan.
Gekeken wordt of aan deze wens tegemoet gekomen kan worden. Voor het globale herinrichtingsplan heeft dit geen gevolgen.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Genoemde mbt. beplanting meenemen als aandachtspunt bij de inrichting. Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Signaal wordt volledigheidshalve overgebracht aan defensie. Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zienswijze 6: a.
b.
c.
Zienswijze Er is een ‘indicatief tracé fietspad’ ingetekend op de locatie van een onverhard pad door bosgrond in eigendom van de indiener. Er wordt geen medewerking verleend aan het (half)verharden van dit pad t.b.v. fietsers. Een alternatief wordt geboden aan de westzijde van het eigendom. Echter wordt een nieuwe verbinding als overbodig gezien, gezien bestaande verbinding/route via HoogeindsewegManenschijn-Nieuwe Erven. Verzoek om op zandpad langs Driehoek 21 (wandelroute) op te hogen met grond die mogelijkheid biedt voor begroeiing en niet nagenoeg gehele jaar mul en stoffig is. Hoop dat aangewezen ruiterpaden zoveel mogelijk paden mijden die door wildcrossers kapotgereden worden.
21.I002291\blz. 6
Te kennisgeving aangenomen.
Zienswijze 7: a.
Zienswijze In het inrichtingsplan wordt voldoende rekening gehouden met de aanwezige archeologische waarden in het gebied. De volgende opmerkingen worden ingebracht: 1) De begrenzing van het Kamp Willem I lijkt soms te eng te zijn in het inrichtingsplan 2) Gebruikmaken van bestaande paden en zo min mogelijk uitbreiding padenstelsel 3) Bij aanpassing van bestaande paden: voorafgaand archeologisch onderzoek 4) Wanneer aanleg nieuwe paden onvermijdelijk is: voorafgaand archeologisch onderzoek 5) Bovenstaande geldt ook voor oefenbanen 6) Twee bivaklocaties in Kamp Willem I kunnen behouden blijven, aanbeveling om archeologische waarden te documenteren 7) Advies om hardlooproute aan te passen 8) Opmerkingen over paden gelden ook voor nieuw noord-zuid fietspad 9) Advies om ATV-paden geheel buiten kampterrein te leggen ivm. geleidelijk inslijten 10) Ruiterroute door Kamp Willem I: bij intensief gebruik aanpassen ivm. inslijting, indien onmogelijk: archeologische waarden documenteren 11) Bij kap bomen stobben behouden in de bodem en insporing bij uitvoering voorkomen 12) Voorkom bodemingrepen voor aanleg heide en natuurontwikkeling, advies: buiten kampterrein realiseren
Reactie Er is uitgebreid gesproken met de RCE en overeenstemming (ingestemd met voorstel RCE) bereikt over hoe te handelen bij de herinrichting in overeenstemming met de belangen voortvloeiend uit de aanwezigheid van Kamp Willem I. Alle genoemde punten worden meegenomen in dat traject. .
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zienswijze 8: a.
b.
c.
d.
Zienswijze Er ontstaan risico’s bij de oefeningen wanneer er met de luchtmacht erbij geoefend wordt. Vee ervaart veel stress van plotseling opduiken van grote machines (helikopters) waar zij deze niet verwachten, in het ergste geval met de dood van het dier als gevolg. Verzoek om trainingen i.c.m. luchtmacht tot een minimaal aantal keer te beperken en hier met grondeigenaren goed over te communiceren. Het doet deugd om te zien dat het risico op stof tot een minimum wordt beperkt en maatregelen worden getroffen. Sporadisch worden percelen en daarop bestaande voorzieningen/apparatuur beschadigd door trainingsactiviteiten. Schade wordt doorgaans goed afgehandeld. Wel wordt een verzoek gedaan om hiervoor één aanspreekpunt in te richten. We zien in de stukken dat er een plangebied is ingetekend. Een aantal van de landbouwpercelen, waaronder het Oersheike, van onze leden liggen in het plangebied. Wat zijn de (planologische) gevolgen van dit feit? Zowel in de huidige stand van zaken maar voornamelijk ook in de toekomst.
21.I002291\blz. 7
Reactie De herinrichting gaat over de inrichting op maaiveldniveau en staat los van de activiteiten van de luchtmacht. We zullen uw zorg overbrengen aan defensie en hen vragen de communicatie met de grondeigenaren goed op orde te brengen.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Aandacht voor goede communicatie rondom gezamenlijk oefenen.
Ter kennisgeving aangenomen.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Verzoek om contactpersoon wordt overgebracht aan defensie.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Verzoek tot één aanspreekpunt wordt overgebracht aan defensie. Dit wordt gecorrigeerd in het definitieve inrichtingsplan.
Dit herinrichtingsplan heeft betrekking op eigendommen van defensie en gemeente op het COT-terrein en heeft geen planologische gevolgen voor percelen van particulieren. Daar waar ze onjuist zijn ingetekend wordt dit gecorrigeerd.
e.
f.
Het voormalig Kamp Willem I is ingetekend op een perceel (De Harmoniekoop) van één van onze leden. Het is niet duidelijk wat de status van deze betiteling is voor de bedrijfsvoering. Hierdoor is het lastig om al dan niet een bezwaar te maken op deze betiteling. Graag horen we dan ook wat deze betiteling inhoudt, want wanneer dit negatieve gevolgen heeft op dit moment, of in de toekomst, dan zouden wij hier graag bezwaar op maken temeer omdat dit perceel als huiskavel gezien dient te worden. De verwachting is dat door het verharden van het fietspad de recreatie toeneemt, met verschillende (mogelijke) negatieve gevolgen voor agrarische ondernemers. Het voorstel is om het indicatieve fietspad wat is ingetekend een stukje zuidelijker te leggen. De start kan dan wel gewoon bij de huidig ingetekende plek blijven aan de Dennendijk waardoor ook de aansluiting blijft behouden met het gebied buiten de plannen. Echter wordt er dan later afgeslagen naar links en blijft het fietspad en de vlinder corridor gebruiken als route door het gebied. Op die manier word aan onze verwachte negatieve punten tegemoet gekomen, blijf je als recreant de open zichtlijnen behouden doordat je door de corridor rijdt, komt je uiteindelijk op hetzelfde punt uit op het Kamp Willem I en is er tevens meer mogelijkheid voor uitleg over de natuurdoelen.
De RCE is een traject gestart om dit gebied aan te wijzen als archeologisch monument. Dat is een aparte procedure, inclusief mogelijkheden voor zienswijzen en bezwaar. Het staat op de herinrichtingskaart omdat ook wij hier in onze afweging rekening mee moeten nemen. Vanuit het besluit dat nu voor ligt, nl. dit herinrichtingsplan, zijn er geen gevolgen voor het gebruik.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Wij zullen bekijken of hier mogelijkheden voor zijn in de verdere uitwerking van het plan. Het heeft de voorkeur het indicatieve fietspad in ieder geval zoveel mogelijk over bestaande wegen aan te leggen.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze. Optimaliseren bij in/uitvoering.
Reactie Bij een eventuele calamiteit waarbij inzet van crashtender benodigd is, zal deze zich over het huidige wegennetwerk moeten bewegen.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
De functie is militair oefenterrein met recreatief medegebruik omdat dit vanuit het verleden zo gegroeid is. De recreatieve mogelijkheden worden hierop afgestemd. Er worden in het inrichtingsplan halfverharde paden aangebracht. De situatie voor deze doelgroep wordt hiermee verbeterd ten opzichte van het verleden. Dit staat los van de herinrichting. De verantwoordelijkheden bij calamiteiten veranderen niet als gevolg van de herinrichting.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
De oefenterreinen worden beheerd middels een beheercyclus, waarbij er onderhoud aan de bossen, open terrein (o.a. heide) en zandvlaktes wordt gedaan. Het doel is het gebruiksgereed houden van het COT
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zienswijze 9: a.
b.
c.
d.
Zienswijze Stelling 1: De Eindhovensedijk is vanaf 4 juni 2021 (deels) afgesloten voor alle gemotoriseerd verkeer. Krijgen hulpdiensten (crashtender) toegang via Airport Eindhoven en het kazerneterrein richting de Eindhovensedijk in geval van calamiteiten? En hoe kan de crashtender in het andere gebied richting Eindhoven komen? Stelling 2: Er is in het voortraject gevraagd om een rolstoelpad, dit is nu niet op de kaarten zichtbaar. Komt deze er nog wel?
Stelling 3: Hulp bij een calamiteit, bijvoorbeeld hartaanval burger of tijdens oefening. Hoe een burger te evacueren of helpen? Wie is daarbij bevoegd gezag? Stelling 4: Hoe staat het met behoud van bossen en vliegdennen en het terugplanten van bomen?
21.I002291\blz. 8
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Het kappen van bomen/vliegdennen heeft negatieve gevolgen voor bosdiersoorten, luchtfiltering en daarmee gezondheid van de mens, schaduwplekken en het vasthouden van water.
e.
Stelling 5: Voorstel/plan voor aanpassingen aan de geplande verbindingsweg tussen de Eindhovensedijk en de Kempenweg (Groene Corridor, Kriekampen). Voorstel betreft een veiligheids-maatregel voor het verplaatsen van het fietspad/omwisselen van het wegdek. Er wordt toestemming en medewerking aan de landmacht gevraagd voor aanpassingen bij de eerste oversteekplaats ter hoogte van de Oirschotse Heide.
afgestemd op de oefenbehoefte van Defensie met instandhouding en waar mogelijk verbetering van de natuurwaarden. In het huidige plan worden er bomen langs bv. zandwegen weggehaald, hier komen veelal bosranden voor terug zodat de natuur daar van profiteert. Dit gaat buiten de herinrichting van het COT terrein om.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zienswijze 10: a.
Zienswijze Geen overtuiging dat er jaarrond beperkingen voor recreanten nodig zijn voor de oefeningen die slechts 8 maal per jaar plaatsvinden.
b.
Men is bezorgd dat door aanleg van recreatieroutes dat open en wild karakter van het gebied wordt aangetast door borden, beperkingen, regulering en handhaving ("woud aan borden"?).
c.
Men is bezorgd dat recreatieroutes niet of niet tijdig worden gerealiseerd en beheerd. Dit omdat er in de stukken geen garanties of duidelijkheid gegeven wordt dat de betrokken partijen daadwerkelijk de investeringen en inspanningen gaan doen voor de benodigde communicatie, realisatie, borden, onderhoud en handhaving van de voorgestelde recreatieroutes. Aanleg van recreatieroutes een aantrekkende werking heeft voor meer recreanten uit de regio en verder, iets wat Defensie onwenselijk vindt en voor ons het unieke open karakter van het gebied aantast.
d.
21.I002291\blz. 9
Reactie Met de gemeente is overeengekomen dat er 8 gezamenlijke oefeningen per jaar zijn. Voorts wordt er dagelijks geoefend op de grond door het peloton ter plaatse. Daarnaast is recreatie zoals wandelen op wegen en paden conform openstellingsregels niet extra beperkt. In de openbare beleidsregel recreatief medegebruik van defensieterreinen is opgenomen dat paardrijden en fietsen enkel is toegestaan op een route. Reden daarvoor is de veiligheid van de (mede)gebruikers. “Vrij” wandelen blijft conform beleid mogelijk. Er wordt een vast netwerk van recreatieve (ruiter)routes gerealiseerd. Dit wordt zorgvuldig op de omgeving aangepast en ingepast. Hiervan zijn zeer veel voorbeelden hoe dit op een juiste overzichtelijke wijze te doen. Beheer en onderhoud van de recreatieve routes worden zorgvuldig geborgd. Er is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen defensie, Brabants landschap en gemeente Oirschot waarin afspraken zijn gemaakt over de herinrichting van de recreatieve routes op het terrein. Daarnaast is in het Uitvoeringsprogramma Vitaal Landelijk Gebied van de gemeente Oirschot budget vrijgemaakt voor deze inpassingen. Voorts is er in de begroting reeds geld vrij gemaakt voor het beheer.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Ter kennisgeving aangenomen.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
In de openbare beleidsregel recreatief medegebruik van defensieterreinen is opgenomen dat paardrijden en fietsen enkel is toegestaan op een route. Reden daarvoor is de veiligheid van de (mede)gebruikers. Bij herinrichting van het terrein moet worden voldaan aan deze beleidsregel. De herinrichting heeft niet als doelstelling om recreatie te bevorderen. Naast het structureren van de paden worden er niet of nauwelijks extra voorzieningen aangebracht met een aantrekkende werking.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
e.
Het verzoek om het behoud van vrij struinen (“vrij gebruik van wegen en paden”, in de termen van het inrichtingsplan) voor recreanten opnieuw te overwegen voor het gebied op dagen dat er niet geoefend wordt. Daarbij worden zo veel kosten voor realisatie en beheer vermeden. Ook blijft hiermee een het karakter van een wild gebied beschikbaar voor avontuurlijke recreanten.
Er is sprake van 8 gezamenlijke oefeningen per jaar. Voorts wordt er dagelijks geoefend op de grond door het peloton ter plaatse. In de openbare beleidsregel recreatief medegebruik van defensieterreinen is opgenomen dat paardrijden en fietsen enkel is toegestaan op een route. Reden daarvoor is de veiligheid van de (mede)gebruikers. “Vrij” wandelen blijft conform beleid mogelijk. Er wordt een vast netwerk van recreatieve (ruiter)routes gerealiseerd.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Reactie De bestaande bivakken worden gehandhaafd. De bivakterreinen zijn dusdanig gesitueerd dat dit niet leidt tot problemen vanuit veiligheidsoogpunt.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zoals in uw reactie al aangegeven, is de Oerlesedijk de verbinding tussen de Stoeterij en het ruiternetwerk en sluit deze hier op aan. Deze is reeds beschikbaar voor ruiters. In het nieuwe netwerk is eveneens voorzien in een verbinding tussen de Stoeterij en de Wintelresedijk. Deze wegen vallen buiten het COT en maakt geen onderdeel uit van de herinrichting op defensieterrein zelf. Genoemde wegen zijn reeds openbaar. Dit bevindt zich buiten het COT-gebied en maakt geen onderdeel uit van de herinrichting. Het op één route brengen van mountainbikers en ruiters achten wij niet wenselijk.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
De afstemming van de locatie van de ruiterpaden is zorgvuldig afgestemd met de verschillende activiteiten in het gebied. Tijdens de contactmomenten op de participatieavonden hebben vertegenwoordigers van de maneges inbreng gehad (zowel op kaart als mondeling). Er zijn door de vertegenwoordigers extra lussen en paden voor ruiters aangedragen. Deze zijn zorgvuldig afgewogen. Voorgesteld wordt omwille van de veiligheid bij de voorgestelde indeling te blijven, mede in verband met de nabijheid van de (militaire) rondweg en het bivakterrein. Er is naar onze mening in voldoende mate voorzien in een verbinding tussen Oostelbeers en Esbeek.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
De afstemming van de locatie van de ruiterpaden is zorgvuldig afgestemd met de verschillende activiteiten in het gebied. Tijdens de contactmomenten op de participatieavonden hebben vertegenwoordigers van de maneges inbreng gehad (zowel op kaart als
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Zienswijze 11: a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
Zienswijze Het bivak is momenteel ingetekend grenzend aan onze weilanden aan de noordzijde van het terrein ten oosten van de Wintelresedijk. Een herplaatsing van het bivak is wenselijk vanuit veiligheidsoogpunt (bijlage 2). Een ontsluiting van de Stoeterij de Breidablik naar de ruiterroute in de vorm van een ruiterpad dan wel een weg opengesteld voor (niet) gemotoriseerd verkeer (bijlage 3). Het verzoek om de openbare wegen genummerd 80 en 81 ook openbaar te houden, d.w.z. ook toegankelijk voor ruiters (bijlage 4). Het verzoek om de verbindingsweg die momenteel is ingetekend tussen de Oerlesedijk en de Eindhovensedijk opengesteld te houden voor ruiters, waar deze nu enkel is opengesteld voor wandelaars en mountainbikers (bijlage 5). De mogelijkheid om kleine rondjes te rijden ten oosten van de Wintelresedijk en ten westen van de Eindhovensedijk, hetgeen nodig is in het kader van een veilige en verantwoorde opleiding voor onze jonge paarden (bijlage 6)
Een rechtstreekse ruiterroute in de richting van Oostelbeers of Esbeek ontbreekt. De voorgestelde ruiterroute biedt hiertoe de mogelijkheid (bijlage 7). Het belang van ruiterpaden dichtbij en rondom de maneges is ook naar voren gekomen in het onderzoek uitgevoerd door Bureau Ruimte & Vrije Tijd getiteld Eindrapportage gebruik van de
21.I002291\blz. 10
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Oirschotse heide e.o. door ruiters (zie onder andere pagina 6 en pagina 8). Een mogelijke weergave van het terrein met deze ruiterpaden is opgenomen in bijlage 8.
mondeling). Er zijn door de vertegenwoordigers extra lussen en paden voor ruiters aangedragen. Deze zijn zorgvuldig afgewogen. Voorgesteld wordt omwille van de veiligheid bij de voorgestelde indeling te blijven.
Zienswijze 12:
a.
4.
Zienswijze Hierbij wil ik u hartelijk danken voor de toezending van het inrichtingsplan Compagnies Oefenterrein Oirschot. Het plan ziet er goed uit en de door ons aangegeven paden zijn meegenomen in het plan, waarvoor wij u erkentelijk zijn. Graag werken wij verder mee aan de uitvoering van het plan en zouden hierbij graag betrokken worden indien dit nodig mocht zijn.
Reactie Ter kennisgeving aannemen.
Conclusie Geen wijzigingen op basis van deze zienswijze.
Nader te verwerken opmerkingen
In de nota van beantwoording zijn diverse zaken aan de orde gesteld die niet primair een doorwerking hebben op het inrichtingsplan, maar wel bij kunnen dragen aan een betere inrichting, samenwerking en communicatie tussen betrokkenen ter plaatse. In onderstaand schema hebben we deze opmerkingen gebundeld. Naast de feitelijke herinrichting, ziet het college het als haar taak om ook deze zaken goed af te handelen ten einde te komen tot een optimale en veilige wijze van recreatief medegebruik van de Oirschotse heide ten behoeve van de inwoners en bedrijven. 3e
5f
5h
5i
6b
8a
8c
8f
Er moet een strengere controle komen op het gebruik van metaaldetectoren. Bijvoorbeeld het plaatsen van bebording kan helpen. Komen er gezamenlijke oefeningen met de luchtmacht? En verzoek tot het mijden van vliegen boven het Chalet Park of indien onmogelijk hoger dan 45m i.v.m. trillingen aan zonnepanelen en gebouwen. Parkeerplaatsen ontbreken. Het ontbreekt aan parkeerplaatsen aan de Oirschotsedijk, hier graag in voorzien. Het betreft specifiek parkeerplaatsen voor touringcars voor militair gebruik, waar nu overlast door wordt ervaren (opstoppingen/blokkeren doorgang). Sanitaire voorzieningen ontbreken. Er zullen voor militairen voorzieningen moeten komen om hun behoefte te doen, dit wordt nu gedaan in de beplanting nabij restaurant De Hut. Verzoek om op zandpad langs Driehoek 21 (wandelroute) op te hogen met grond die mogelijkheid biedt voor begroeiing en niet nagenoeg gehele jaar mul en stoffig is Er ontstaan risico’s bij de oefeningen wanneer er met de luchtmacht erbij geoefend wordt. Vee ervaart veel stress van plotseling opduiken van grote machines (helikopters) waar zij deze niet verwachten, in het ergste geval met de dood van het dier als gevolg. Verzoek om trainingen i.c.m. luchtmacht tot een minimaal aantal keer te beperken en hier met grondeigenaren goed over te communiceren.
Sporadisch worden percelen en daarop bestaande voorzieningen/apparatuur beschadigd door trainingsactiviteiten. Schade wordt doorgaans goed afgehandeld. Wel wordt een verzoek gedaan om hiervoor één aanspreekpunt in te richten. De verwachting is dat door het verharden van het fietspad de recreatie toeneemt, met verschillende (mogelijke) negatieve gevolgen
21.I002291\blz. 11
Bij de daadwerkelijke inrichting zorgdragen dat duidelijk is voor bezoekers dat het verbod geldt. Verzoek aan defensie rekening te houden met het voorkomen van trillingen t.b.v. steller. Aandacht vragen voor een veilige parkeersituatie/op- en afstaplocatie voor touringcars bij defensie.
Dit signaal is reeds afgegeven en als het goed is is de situatie al verbeterd. Signaal zal volledigheidshalve nogmaals onder de aandacht worden gebracht. Bij herinrichting dit signaal meenemen bij de daadwerkelijke inrichting. Aandacht voor een goede (betere) communicatie rondom de oefeningen.
Verzoek aan defensie voor een aanspreekpunt tbv. de afhandeling van evt. schades.
Alhoewel dit zoveel mogelijk over bestaande wegen wordt gepland, kan bij de definitieve
voor agrarische ondernemers. Het voorstel is om het indicatieve fietspad wat is ingetekend een stukje zuidelijker te leggen. De start kan dan wel gewoon bij de huidig ingetekende plek blijven aan de Dennendijk waardoor ook de aansluiting blijft behouden met het gebied buiten de plannen. Echter wordt er dan later afgeslagen naar links en blijft het fietspad en de vlinder corridor gebruiken als route door het gebied. Op die manier word aan onze verwachte negatieve punten tegemoet gekomen, blijf je als recreant de open zichtlijnen behouden doordat je door de corridor rijdt, komt je uiteindelijk op hetzelfde punt uit op het Kamp Willem I en is er tevens meer mogelijkheid voor uitleg over de natuurdoelen.
inrichting gekeken worden of op onderdelen tegemoet gekomen kan worden aan dit verzoek.
Conclusies -
Op basis van deze nota van beantwoording blijft het herinrichtingsplan in hoge mate in tact.
-
Daar waar het herinrichtingsplan abusievelijk particuliere percelen kruist wordt dit aangepast (zienswijze 2, 6a en 8d)
-
Sommige opmerkingen raken niet het primaire inrichtingsplan maar verdienen toch opvolging c.q nadere aandacht bij de uitwerking.
21.I002291\blz. 12