RV d.d. 31 augustus 2021 Doordecentralisatie maatschappelijke zorg 2023 Z-18-115389 Oegstgeest
Tekst van het document
onderwerp zaaknummer portefeuillehouder team opgesteld door datum voorstel datum raad
Doordecentralisatie maatschappelijke zorg 2023 Z/18/115389/286735 J. Nieuwenhuis Maatschappij H.C. Duyvendak 31 augustus 2021 21 oktober 2021
9A
raadsvoorstel
B&W stelt de raad voor het volgende te besluiten: voorstel
1. Kennis te nemen van het besluit van het College van B&W om met ingang van 2023 als gemeente zelf alle Wmo-taken op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg (MO/VZ/OGGZ) uit te (laten) voeren die nu gemandateerd zijn aan en uitgevoerd worden door centrumgemeente Leiden; 2. De volgende financiële middelen op te nemen in de programmabegroting 2023 en conform de beleidskaders en afspraken in te zetten voor inwoners met een behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg: a) middelen voor bestaande cliënten BW die hiervoor vanaf 2023 op basis van het historisch budget vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen; b) middelen voor nieuwe cliënten BW die de gemeente rechtstreeks vanuit het Rijk ontvangt op basis van het objectief verdeelmodel; c) middelen voor MO/VZ/OGGZ die hiervoor vanaf 2023 op basis van het objectief verdeelmodel vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen. 3.
Het college van Burgemeester en Wethouders opdracht te geven om met de andere gemeenten in Holland Rijnland samenwerkingsafspraken te maken over: a) de wijze waarop de rijksmiddelen voor bestaande cliënten beschermd wonen (vanuit historisch budget) over de gemeenten verdeeld worden in de periode totdat alle middelen beschermd wonen rechtstreeks van het Rijk naar de individuele gemeenten komen; b) de wijze waarop de decentralisatie-uitkering voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) over de gemeenten verdeeld wordt zodat gemeenten deze taken zelf kunnen financieren; c) de wijze waarop specialistische voorzieningen gezamenlijk met de gemeenten in de regio Holland Rijnland worden gecontracteerd en gefinancierd; d) de wijze waarop om te gaan met compensatie van eventuele (nader in beeld te brengen) frictiekosten die bij gemeente Leiden optreden als gevolg van het beëindigen van de centrumgemeentefunctie; e) de wijze waarop de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken betreffende de regionale specialistische voorzieningen worden geregeld.
4. Het college van Burgemeester en Wethouders opdracht te geven om de juridische verankering voor de uitvoering van de regionale taken uit te werken en (zonodig) voor te leggen aan de gemeenteraad.
Burgemeester en wethouders van Oegstgeest
de secretaris Jeffrey Versluis
de burgemeester Emile Jaensch
toelichting voorstel inleiding
Het rijk is voornemens om per 1 januari 2023 de middelen voor beschermd wonen te decentraliseren. In 2026 volgt waarschijnlijk een decentralisatie van de maatschappelijke opvang en taken op het gebied van (preventieve) verslavingszorg en bemoeizorg (ongevraagde maar noodzakelijke interventie). In 2015 zijn deze verantwoordelijkheden ondergebracht bij de Wmo. Centrumgemeente Leiden ontvangt sinds 2015 de middelen hiervoor. Alle gemeenten in Holland Rijnland hebben de gemeente Leiden destijds gemandateerd om uitvoering te geven aan dit deel van de Wmo. Het college heeft op 31 augustus jl. besloten dit mandaat per 1 januari 2023 in te trekken. Een fundament voor de decentralisatie van de maatschappelijke zorg is in 2015 vastgelegd in het landelijke rapport ‘Van beschermd wonen naar beschermd thuis’ van de Commissie Dannenberg en in Holland Rijnland in het ‘Beleidskader Maatschappelijke zorg 2017-2025’. Voorbereidingen voor de decentralisatie zijn in volle gang. Hierbij werkt de gemeente Oegstgeest samen in de regio Holland Rijnland alsmede in de Leidse regio. Door middel van een raadsmededeling (Z/18/115389/276708) is uw raad op 19 januari 2021 uitvoerig op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen tot dan toe. Met ingang van 2023 worden de middelen voor nieuwe cliënten beschermd wonen door het rijk gedecentraliseerd naar de individuele gemeenten.
Dit zal via een objectief verdeelmodel plaatsvinden. De middelen voor bestaande cliënten beschermd wonen en de middelen voor maatschappelijke opvang (MO), verslavingszorg- en preventie (VZ) en OGGZ (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg) zullen door het rijk aan centrumgemeente Leiden worden toegekend. Dit raadsvoorstel voorziet in een gelijktijdige decentralisatie van de middelen voor zowel de nieuwe cliënten (objectief verdeelmodel) als voor bestaande cliënten beschermd wonen (historische budget) en voor MO/VZ/OGGZ. Dit betekent dat de raad besluit om in de programmabegroting 2023 de in beslispunt 2 genoemde posten op te nemen en de begrotingsstructuur daarop aan te passen. Dit is nodig om de aanbesteding op te starten. De hoogte van de middelen zullen in het eerste kwartaal van 2022 bekend worden en daarna opgenomen worden in de kaderbrief 2023. Daarnaast voorziet dit raadsvoorstel in het geven van een opdracht aan het college om de benodigde afspraken in de regio Holland Rijnland te maken ten behoeve van deze decentralisatie. Gelijktijdig met dit voorstel voor decentralisatie van de maatschappelijke zorg zal op 21 oktober aan uw raad de inkoopstrategie Wmo voor de Leidse regio worden voorgelegd. Onderdeel hiervan is de inkoop van de maatschappelijke zorg voor de Leidse regio.
In de aanloop naar de behandeling en besluitvorming in uw raad wordt op 15 september 2021 een subregionaal woordvoerdersoverleg georganiseerd waarbij dit voorstel nader wordt toegelicht en u de gelegenheid heeft om uw technische vragen te stellen.
beoogd effect
Het per 1 januari 2023 decentraliseren van de maatschappelijke zorg. Dit betekent dat de uitvoering vanaf dat moment door de gemeente Oegstgeest ter hand zal worden genomen en dat de middelen daarvoor deels door het rijk en deels door centrumgemeente Leiden worden gedecentraliseerd. Deze middelen worden opgenomen in de begroting van Oegstgeest met als doel deze middelen aan te wenden voor de maatschappelijke zorg.
3
argumenten
1.1 De maatschappelijke zorg is nu ook al een verantwoordelijkheid van de gemeente Oegstgeest Met de wijziging van de Wmo in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor beschermd wonen van inwoners met GGZ-problematiek. De gemeenten waren al verantwoordelijk voor taken op het gebied van MO/VZ/OGGZ. In Holland Rijnland hebben de gemeenten destijds door middel van het verlenen van een mandaat besloten om de taken voor beschermd wonen en voor MO/VZ/OGGZ te beleggen bij centrumgemeente Leiden. Het college heeft – net zoals alle andere gemeenten in Holland Rijnland - besloten dit mandaat per 1 januari 2023 in te trekken. 1.2 In het ‘Beleidskader Maatschappelijke zorg 2017-2025’ wordt een start gemaakt met de decentralisatie in Holland Rijnland De visie in het ‘Beleidskader maatschappelijke zorg 2017-2025’ voorziet in de decentralisatie. Bij de uitgangspunten is opgenomen dat de ondersteuning voor de doelgroep maatschappelijke zorg een breed gedragen lokale verantwoordelijkheid is. 1.3 De Leidse regiogemeenten hebben een gezamenlijke uitvoeringsagenda Maatschappelijk zorg opgesteld De gemeenten in de Leidse regio (inclusief Voorschoten) hebben afgesproken om na de decentralisatie de maatschappelijke zorg gezamenlijk op te pakken. De gemeenten hebben daarvoor de Uitvoeringsagenda Maatschappelijke zorg Leidse regio opgesteld.
In de Uitvoeringsagenda is vermeld aan welke uitgangspunten, thema’s (wonen is de basis, preventie, meedoen in de buurt, ondersteuning op maat, laagdrempelige toegang), gezamenlijk invulling wordt geven. Daarbij wordt uitgegaan van 1 gebied, 1 opgave, 1 aanpak. Door de opvang (huisvesting) en begeleiding (gezamenlijke inkoop) als Leidse regio op te pakken wordt verwacht dat dit kan leiden tot lagere kosten in begeleiding en efficiënter gebruik van bestaande of nieuw te bouwen huisvesting. Bovendien zorgt deze aanpak er voor dat niet alle voorzieningen in iedere gemeente afzonderlijk gerealiseerd moeten worden. 2.1 De middelen die vanuit het rijk (nieuwe cliënten) danwel centrumgemeente Leiden (bestaande cliënten) worden gedecentraliseerd, dienen vanaf 2023 voor maatschappelijke zorg in de gemeentebegroting opgenomen te worden Om vanaf 2023 de verantwoordelijkheid lokaal te kunnen nemen, dienen de middelen die door het rijk en respectievelijk de centrumgemeente Leiden worden gedecentraliseerd voor beschermd wonen en MO/VZ/OGGZ voor dit doel opgenomen te worden in de gemeentebegroting vanaf 2023. 2.2.1
De rijksmiddelen per 2023 voor nieuwe cliënten beschermd wonen worden vanaf 2023 door het rijk toegevoegd aan het gemeentefonds van alle individuele gemeenten Het rijk heeft besloten dat de decentralisatie van de maatschappelijke zorg via een ingroeipad zal verlopen. Dit betekent dat het rijk de middelen voor nieuwe cliënten beschermd wonen aan de individuele gemeenten zal uitkeren terwijl de middelen voor de bestaande cliënten beschermd wonen aan de centrumgemeenten blijft uitgekeerd. Het aandeel voor nieuwe cliënten zal gaandeweg toenemen terwijl het aandeel voor bestaande cliënten zal afnemen. Het ingroeipad neemt 7 jaar in beslag. Deze middelen moeten in de gemeentebegroting worden opgenomen.
2.2.2
Decentralisatie van de middelen vanuit centrumgemeente Leiden naar de individuele gemeenten in Holland Rijnland voor bestaande cliënten beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en bemoeizorg past in de regionale visie om ondersteuning lokaal en integraal te bieden In het ‘Beleidskader maatschappelijke zorg 2017-2025’ is het uitgangspunt vastgelegd dat deze doelgroep lokaal wordt ondersteund. Decentralisatie van de middelen voor bestaande cliënten en voor MO/VZ/OGGZ past in deze visie. Daarom is in Holland Rijnland besloten om de middelen voor bestaande cliënten en voor MO/VZ/OGGZ eveneens per 1 januari 2023 te decentraliseren. Met deze middelen kan de gemeente zorgen dat ondersteuning eerder, dichterbij en meer in samenhang met andere ondersteuning kan worden geboden. In samenwerking met de Leidse regiogemeenten en Holland Rijnland worden voorbereidingen getroffen om deze ondersteuning lokaal mogelijk te maken. Centrumgemeente Leiden heeft hiervoor over de periode 2018-2022 middelen via een investeringsfonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. De middelen voor bestaande cliënten beschermd wonen en de middelen voor MO/VZ/OGGZ moeten in de gemeentebegroting worden opgenomen.
2.3 De budgetten die in de begroting vanaf 2023 opgenomen dienen te worden, worden in de loop van 2021/2022 bekend De voorlopige budgetten zijn in kaart gebracht door AEF. Het resultaat daarvan is dat de regio Holland Rijnland en ook de gemeente Oegstgeest een voordeelregio danwel voordeelgemeente zal zijn. Dit betekent dat er voldoende middelen zullen worden gedecentraliseerd om de actuele kosten voor beschermd wonen en MO/VZ/OGGZ én de investeringen voor de regionale voorzieningen (Holland Rijnland) te kunnen bekostigen. Onzekerheden zijn er nog over het macrobudget, het verdeelmodel voor nieuwe cliënten en de uitname van middelen uit het macrobudget voor de overgang van cliënten vanuit de Wmo naar de Wlz. De verwachting is dat in de kaderbrief 2023 de budgetten opgenomen kunnen worden. 2.4 Het ontschot decentraliseren van de rijksmiddelen naar lokaal niveau voor beschermd wonen en MO/VZ/OGGZ is inhoudelijk en financieel wenselijk Een deel van de cliënten voor beschermd wonen en MO/VZ/OGGZ kampt met dezelfde problematiek. Door ontschotting van middelen zijn gemeenten beter in staat om integrale ondersteuning te bieden. Ook is het voor aanbieders en gemeenten onwerkbaar om contractueel onderscheid te maken tussen nieuwe en bestaande cliënten beschermd wonen. Temslotte is het financieel wenselijk om budgetten te ontschotten.
Op het budget beschermd wonen is in de afgelopen jaren een overschot gerealiseerd terwijl op het budget MO/VZ/OGGZ een tekort bestaat. Per saldo is voor de komende jaren een overschot voorzien. Het is daarom niet wenselijk om budgetten te splitsen. Budgetten voor nieuwe cliënten en bestaande cliënten en voor MO/VZ/OGGZ dienen daarom integraal en lokaal beschikbaar te zijn. 2.5 Besluitvorming in uw raad over het opnemen van de gedecentraliseerde budgetten voor maatschappelijke zorg is nodig in verband met voorbereidingen op de aanbestedingen Om per 1 januari 2023 te kunnen decentraliseren zijn nieuwe aanbestedingen noodzakelijk. Om de aanbestedingen in gang te kunnen zetten is een besluit nodig dat de gedecentraliseerde budgetten in de gemeentebegroting ten behoeve van de maatschappelijke zorg worden opgenomen. Het betreft aanbestedingen op zowel Holland Rijnland niveau als op Leidse regio niveau. Op Holland Rijnlandniveau worden voorzieningen ingekocht voor doelgroepen die complex zijn en minder vaak voorkomen. In de Leidse regio worden de overige voorzieningen aanbesteed. Gelijktijdig met dit voorstel wordt aan uw raad de
inkoopstrategie Wmo voorgelegd. 2.6 De Leidse regiogemeenten kopen maatwerkvoorzieningen Wmo al gezamenlijk in De afgelopen jaren zijn Wmo voorzieningen in de Leidse regio gezamenlijk aanbesteed en ingekocht. Het voornemen is om dit vanaf 1 januari 2023 opnieuw te doen, maar dan inclusief de voorzieningen voor de maatschappelijke zorg. Daartoe is een inkoopstrategie Wmo maatwerkvoorzieningen opgesteld. Deze zal gelijktijdig (21 oktober 2021) aan de raad worden voorgelegd. De intensieve gemeentelijke samenwerking op het gebied van de Wmo maakt het min of meer vanzelfsprekend dat deze samenwerking ook plaatsvindt bij het inkopen van de ondersteuning in het kader van de maatschappelijke zorg. 3.1 De decentralisatie vanuit het rijk zal met een ingroeipad verlopen, voor de overgangsfase zullen afspraken in Holland Rijnland gemaakt worden Het rijk hanteert een ingroeipad van 7 jaar voor de decentralisatie van beschermd wonen. De budgetten voor nieuwe cliënten zullen per 1 januari 2023 aan individuele gemeenten worden gedecentraliseerd. Het budget voor bestaande cliënten blijft aan centrumgemeente Leiden uitgekeerd. De decentralisatie van MO/VZ/OGGZ zal het rijk naar verwachting per 2026 effectueren. Tot die tijd blijft centrumgemeente Leiden de middelen daarvoor ontvangen.
Om de middelen die centrumgemeente Leiden van het rijk ontvangt te kunnen decentraliseren per 1 januari 2023 dienen afspraken te worden gemaakt tussen gemeente Leiden en de Holland Rijnlandgemeenten over de verdeling van budgetten over de gemeenten. Ook zullen er afspraken dienen te worden gemaakt over de contractering en financiering van regionale voorzieningen voor complexe cliënten te worden gemaakt. Dit vraagt ook om een passende juridische borging/governance. Tenslotte treden er mogelijk frictiekosten op. Over deze kosten zullen eveneens afspraken dienen te worden gemaakt. Het college vraagt hiervoor de opdracht aan uw raad. 3.2 De decentralisatie vanuit centrumgemeente Leiden van de middelen voor bestaande cliënten beschermd wonen zal plaatsvinden op basis van werkelijke kosten Centrumgemeente Leiden ontvangt van het rijk de middelen voor bestaande cliënten beschermd wonen. In Holland Rijnland is voorgesteld om deze middelen op basis van werkelijke kosten te decentraliseren naar de individuele gemeenten. Zo zijn gemeenten verzekerd dat de middelen toereikend zijn voor de kosten. 3.3 De decentralisatie vanuit centrumgemeente Leiden van de middelen voor MO/VZ/OGGZ zal plaatsvinden op basis van de indicatoren van het landelijke verdeelmodel maatschappelijke opvang Landelijk wordt een verdeelmodel gehanteerd voor de verdeling van het macrobudget MO/VZ/OGGZ.
De indicatoren van dit verdeelmodel zijn ook bekend per gemeente. Dit betekent dat het landelijke verdeelmodel kan worden gebruikt voor de verdeling van de middelen voor MO/VZ/OGGZ over de gemeenten in Holland Rijnland. 3.4 Voor de financiering van specialistische voorzieningen levert elke gemeente naar rato van het objectieve budget een bijdrage Complexe doelgroepen worden vanaf 1 januari 2023 ondersteund door voorzieningen op Holland Rijnlandniveau. Deze beleidslijn komt voort uit het feit dat ondersteuning van deze doelgroepen hele specialistische expertise vraagt. Tevens gaat het hierbij veelal om kleinere aantallen waardoor het niet realistisch is dat elke subregio/gemeente een eigen voorziening heeft. De specialistische voorziening worden in gezamenlijkheid met alle Holland Rijnland gemeenten gecontracteerd en bekostigd. Voor de bekostiging van zowel de voorzieningen als de ambtelijke capaciteit is voorgesteld dat elke gemeente naar rato van de rijksbijdrage voor nieuwe cliënten (objectieve verdeelmodel) bijdraagt.
3.5 Afspraken dienen te worden gemaakt over de financiering van de regionale taken Ook vanaf 2023 wordt de regionale samenwerking voortgezet. Zo dient er samen te worden gewerkt bij de contractering en het contractmanagement van de regionale voorzieningen. Ook dient de toegang tot deze voorzieningen gereguleerd te worden en dient het gebruik en de ontwikkeling van de kosten gemonitord te worden. Tevens zal worden gewerkt aan een optimalisatie van de spreiding en ambulantisering van regionale voorzieningen. Tenslotte is samenwerking nodig om het niveau van de regionale voorzieningen op peil te houden zodat vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Het voorstel is om hiervoor een team samen te stellen met expertise vanuit de regio. De kosten hiervoor zullen worden opgenomen in de bij 3.4 benoemde kosten voor regionale voorzieningen. 3.6 Samenwerking in de Leidse Regio levert goede en efficiëntere ondersteuning op voor inwoners met GGZ problematiek Voorbereidingen worden getroffen om in de Leidse regio samen te gaan werken bij het bieden van de minder complexe maatschappelijke zorg voorzieningen. Dit vraagt om een uitwerking van de bekostiging, de toegang en de organisatorische verankering. Het college vraagt uw raad om een opdracht om dit uit te werken.
4.1 De samenwerking op Holland Rijnland niveau dient juridisch verankerd te worden De samenwerking dient een goede juridische basis te hebben. Dit wordt de komende tijd verder uitgewerkt. Te denken valt aan onderbrenging bij een bestaande Gemeenschappelijke Regeling zoals Holland Rijnland, borging via een centrumgemeente-constructie of via een samenwerkingsovereenkomst. Afhankelijke van de te kiezen oplossing, zal hierover een besluit aan uw raad worden voorgelegd. In de samenwerking dient ook geborgd te worden dat centrumgemeente Leiden tot het einde van de ingroeiperiode voor het rijk het aanspreekpunt blijft. Tenslotte is landelijk afgesproken dat de Norm voor Opdrachtgeverschap wordt gehanteerd. Deze geldt voor het jeugddomein en voor Wmo-taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Deze norm gaat uit van regionale samenwerking om beschikbaarheid en continuïteit van zorg te kunnen garanderen. Onderdeel hiervan is om niet vrijblijvende governance-afspraken te maken en een regionaal aanspreekpunt te hebben. kanttekeningen financiën
N.v.t. De budgetten zijn in kaart gebracht door AEF. Er zijn voor beschermd wonen gedurende het ingroeipad van 7 jaar vanaf 2023 twee geldstromen vanuit het rijk, te weten het historische budget bedoeld voor de bestaande cliënten beschermd wonen en het budget op basis van het nieuwe objectieve verdeelmodel voor de nieuwe cliënten. Voor de periode 2023 – 2032 nemen de totale middelen voor de regio Holland Rijnland met ongeveer 50% toe ten opzichte van de huidige historische budget. Omdat de regio Holland Rijnland relatief gezien een lager voorzieningenniveau beschermd wonen heeft dan veel andere regio’s in het land, pakt de invoering van het objectieve verdeelmodel gunstig uit voor Holland Rijnland. In de figuur hieronder is de budgettaire ontwikkeling weergegeven. Voor de afzonderlijke gemeenten kunnen de budgetten overigens wel positiever of negatiever uitvallen.
Onzekerheden over de hoogte van dit budget komen voort uit: - De ontwikkeling van het macrobudget zoals het rijk dit gebruikelijk is om vast te stellen via de circulaires. Net als bij andere budgetten stuurt het rijk elk jaar op haar beleid door middel van krimp of groei van budgetten. - Het verdeelmodel is nog niet definitief. Afgelopen jaren is er door het rijk gewerkt aan een nieuw verdeelmodel op basis van objectieve maatstaven. Het oude model was gebaseerd op historische cijfers. Een nieuw model is dit voorjaar ter consultatie voorgelegd. De verwachting is dat een nieuw kabinet het model zal vaststellen. - Inwoners die levensbreed en levenslang ondersteuning nodig hebben en gebruik maken van beschermd wonen gaan onder de Wlz vallen. Er zal een uitname uit het Wmo-budget worden gedaan ten gunste van de bekostiging vanuit de Wlz. De overgang zal kostenneutraal plaatsvinden. Op dit moment is het CIZ bezig om de indicaties af te wikkelen. De verwachting is dat ca. 35% van de inwoners die beschermd wonen, zullen worden overgeheveld naar de Wlz. In het 4e kwartaal zal definitief duidelijk worden om hoeveel cliënten en middelen het gaat. duurzaamheid
N.v.t.
participatie
De doordecentralisatie is besproken met de adviesraden sociaal domein in de Leidse Regio. Zij kunnen zich vinden in de doordecentralisatie en willen graag betrokken worden bij de verdere uitwerkingen op subregionaal en lokaal niveau. Zij zien de relatie met de inkoop Wmo en zijn ook bij dit proces betrokken.
communicatie of vervolg
Nadat uw raad over dit voorstel heeft besloten zal het college met de regiogemeenten nadere afspraken maken over de implementatie van de decentralisatie van de maatschappelijke zorg. Tevens zullen in de kaderbrief 2023 en de meerjarenbegroting 2023 de op dat moment beschikbare budgetten conform besluit worden opgenomen en ter besluitvorming aan uw raad worden voorgelegd. Het besluit om het uitvoeringsbesluit in te trekken moet door middel van een beschikking aan het college van de gemeente Leiden plaatsvinden en wordt in het mandaatregister aangepast.
publiekssamenvatting
De gemeenteraad heeft kennisgenomen van het besluit van het college om het mandaat aan centrumgemeente Leiden voor de uitvoering van de maatschappelijke zorg in te trekken. Maatschappelijke zorg gaat over taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en bemoeizorg. Ook zal de gemeenteraad bij de vaststelling van de
kaderbrief 2023 de budgetten die gedecentraliseerd worden bestemmen voor de maatschappelijke zorg. Tenslotte heeft de gemeenteraad aan het college opdracht gegeven om afspraken over de implementatie en de juridische verankering van de decentralisatie van de maatschappelijke zorg in de regio Holland Rijnland en in de Leidse regio te maken. bijlage(n)
-
-
Raadsmededeling van 19 januari 2021 (Deze raadsmededeling is bijgevoegd omdat hierin een vollediger beeld geschetst wordt van de ontwikkelingen in de maatschappelijke zorg en de eerdere besluiten die door de raad op dit terrein zijn genomen). Infographic
onderwerp zaaknummer portefeuillehouder team opgesteld door datum voorstel datum besluit
Doordecentralisatie maatschappelijke zorg 2023 Z/18/115389/286735 J. Nieuwenhuis Maatschappij H.C. Duyvendak 31 augustus 2021 21 oktober 2021
9A
raadsbesluit
De gemeenteraad van Oegstgeest; gelezen
het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 augustus 2021;
gelet op
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015)
besluit
1. Kennis te nemen van het besluit van het College van B&W om met ingang van 2023 als gemeente zelf alle Wmo-taken op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg (MO/VZ/OGGZ) uit te (laten) voeren die nu gemandateerd zijn aan en uitgevoerd worden door centrumgemeente Leiden; 2. De volgende financiële middelen op te nemen in de programmabegroting 2023 en conform de beleidskaders en afspraken in te zetten voor inwoners met een behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg: a) middelen voor bestaande cliënten BW die hiervoor vanaf 2023 op basis van het historisch budget vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen; b) middelen voor nieuwe cliënten BW die de gemeente rechtstreeks vanuit het Rijk ontvangt op basis van het nieuw objectief verdeelmodel; c) middelen voor MO/VZ/OGGZ die hiervoor vanaf 2023 op basis van het landelijk verdeelmodel vanuit centrumgemeente Leiden worden overgedragen. 3.
Het college van Burgemeester en Wethouders opdracht te geven om met de andere gemeenten in Holland Rijnland samenwerkingsafspraken te maken over: a) de wijze waarop de rijksmiddelen voor bestaande cliënten beschermd wonen (vanuit historisch budget) over de gemeenten verdeeld worden in de periode totdat alle middelen beschermd wonen rechtstreeks van het Rijk naar de individuele gemeenten komen; b) de wijze waarop de decentralisatie-uitkering voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) over de gemeenten verdeeld wordt zodat gemeenten deze taken zelf kunnen financieren; c) de wijze waarop specialistische voorzieningen gezamenlijk met de gemeenten in de regio Holland Rijnland worden gecontracteerd en gefinancierd; d) de wijze waarop om te gaan met compensatie van eventuele (nader in beeld te brengen) frictiekosten die bij gemeente Leiden optreden als gevolg van het beëindigen van de centrumgemeentefunctie; e) de wijze waarop de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken betreffende de regionale specialistische voorzieningen worden geregeld.
4. Het college van Burgemeester en Wethouders opdracht te geven om de juridische verankering voor de uitvoering van de regionale taken uit te werken en voor te leggen aan de gemeenteraad.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van Oegstgeest op 21 oktober 2021. de griffier
de voorzitter
Fred Kromhout
Emile Jaensch