Raadsinformatiebrief 2021 - week 43
Tekst van het document
Gemeente
Oegstgeest
s s c
Aan:
De leden van de raad van de Gemeente Oegstgeest
o
c c l.
26 oktober 2027
Verzenddatum Ons kenmerk Contactpersoon
z/27/148707/292407
Telefoonnummer
14077
Onderwerp
Raadsinformatiebrief d.d.26 oktober 2027 - week 43
*
Mw. D. Luyten
Geachte dames en heren, B'rjgaand informeren wij u over de volgende onderwerpen:
70
Beleid Groen en Water
7T
Actuele ontwikkelingen warmtetra nsportleiding Warmtel inq+ Doorstart NSO de Vrije Vogel Aanwijzing Endegeester panden als Gemeentelijk Monument
72 73
Mocht u nog nadere vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de genoemde portefeuillehouder Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Oegstgeest,
Jeffrey Versluis secretaris
cEMEENTEHUtS Rhijngeesterstraatweg
e bu
13 posrADREs Postbus 7270 t 2340 BG Oegstgeest TELEFooN 14 071 rrurenxer www.oegstgeest.nl
Nummer 2027 / 70 Onderwerp Portefeuillehouder Bijzonderheden
Beleid Groen en Water P. Glasbeek
Bijlage
Dit najaar maken we een nieuw Beleidsplan Groen en Water. Hierin staan de ambities en doelen voor de komende tien jaar. Een goed moment om stil te staan bij belangrijke thema's zoals biodiversiteit, de gevolgen van het veranderende klimaat en de kwaliteit en inrichting van ons groen en water. Wat gaat er goed? Wat kan of moet anders? Welke groen- en waterstructuren zijn onmisbaar voor de leefbaarheid in ons dorp? En waar liggen kansen om groen- en/of waterstructuren toe te voegen? Een dergelijk plan kunnen en willen we niet alleen maken. We horen graag de mening van bewoners. Via
het participatieplatform Doemee.oegstgeest.nl hebben van 10 tot en met tó september 2027 159 bewoners een enquête ingevuld. Ook diverse maatschappelijke organisaties is gevraagd mee te denken over het nieuwe beleid middels een vragenlijst en een bijeenkomst op 12 oktober jl. Graag informeren we u over het nieuwe Beleidsplan Groen en Water in een beeldvormende bijeenkomst op 30 november 2O2L ln een korte presentatie delen we met u de inbreng van bewoners, maatschappelijke organisaties en externe partners als het hoogheemraadschap van Rijnland alsmede de
aandachtspunten die intern zijn verzameld. De belangr'rjkste thema's voor het beleid Groen en Water die hieruit volgen leggen we u voor waarbij u gelegenheid heeft ons uw input mee te geven. Om alle input zorgvuldig te kunnen verwerken is iets meer tijd nodig. We verwachten u het beleidsplan in januari 2O22ter besluitvorming voor te leggen zodat we in 2O22 ook met de uitvoering aan de slag kunnen gaan.
2/6
Nummer 2027 / 7t Onderwerp Portefeuillehouder
Actuele ontwikkelingen warmtetransportleiding Warmtelinq+ P. Glasbeek
Bijzonderheden Bijlage
Aanleiding voor deze informatiebrief De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude hebben in juni besloten een regionale samenwerking vorm te geven op de breedte van de warmtetransitie in het programma Warmte Leidse Regio (WLR). Dit besluit is op 5 oktober bekrachtigd in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst. W'rj hebben u hierover recent geïnformeerd per raadsmededeling. ln deze samenwerking wordt gestreefd naar een open regionaal energiesysteem waarin de publieke waarden betaalbaarheid, haalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en tijdigheid geborgd kunnen worden. Restwarmte uit Rotterdam via een transportleiding naar de regio is onderdeel van de meerbronnenstrategie van het open regionaal energiesysteem. Op 5 oktober jl. heeft het college van Rotterdam echter besloten om niet deel te nemen aan de ontwikkeling van WLQ+ vanwege onverantwoorde financiële en juridische gevolgen en risico's. Op 74 oktober heeft de gemeenteraad van Rotterdam unaniem besloten om het voorstel van het college over te nemen.
Het Rotterdams scenario WLQ+ gaat uit van de aanleg van een warmtep'rjplijn (WLQ+) tussen Den Haag en Leiden en de levering van restwarmte door het Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) aan de Leidse regio. De aanleg van WLQ+ is een intensieve publiek-private samenwerking van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Gasunie en de Provincie Zuid-Holland waarbijook de Leidse regiogemeenten, Vattenfall en WbR betrokken zijn. Het college van Rotterdam heeft zich ingezet voor de haalbaarheid en heeft daartoe van de gemeenteraad een aantal voorwaarden gekregen waaryan het college nu heeft geconcludeerd daar niet aan te kunnen voldoen:
-
De business case van Warmtebedrijf Rotterdam is onvoldoende robuust. Er kan niet worden voldaan aan voorwaarden van Europese Commissie t.a.v. staatssteun. De
Europese Commissie heeft vervolgens aangegeven dat de financiële bijdrage van de private
partïen onvoldoende was en fors omhoog moet.
-
Er is onvoldoende duidelijkheid over de transporttarieven in relatie tot de subsidies.
Gevolgen voor warmtetransitie van de samenwerkende gemeenten Het besluit van het Rotterdams college om niet deel te nemen aan WLQ+ betekent niet dat het gehele Warmtelinq-project van de baan is. Gasunie verwacht dat het eind deze maand nog altijd een positief investeringsbesluit kan nemen voor Warmtelinq. Dat betreft dan de warmteleiding tussen Vlaardingen en Den Haag. WLQ+ zou van deze leiding aftakken ter hoogte van Rijswijk. De bijdrage die Rotterdam zou leveren aan WLQ+ kan ook door andere partijen worden ingevuld. De komende maanden werken de betrokken partijen aan de mogelijkheid om WLQ+ alsnog te realiseren. Men verwacht hier voor het einde van het jaar duidelijkheid over te hebben. De samenwerkende gemeenten in de regio zijn hierbij betrokken binnen de bestaande kaders die de raden hebben gegeven. ln de RES 1.0 Holland-Rijnland en meerdere raadsbesluiten is de warmtetransportleiding als cruciaal bestempeld voor de energietransitie in de Leidse Regio. ln de RES 1.0 wordt gesproken over de verwachting dat in 2050 ongeveer 0,23 tot 0,ó5 TWh aan hoge temperatuur restwarmte uit Rotterdam beschikbaar zal zijn. De vraag naar collectieve warmte op hoge temperatuur is dan ongeveer 0,5 TWh
conform de RES.
3/6
De Leidse regio en Katwijk werken aan een meerbronnenstrategie. Een scenario voor de warmtetransitie in de Leidse regio zonder een warmtetransportleiding met restwarmte uit Rotterdam lijkt een stuk minder robuust, kan minder snelheid in de beginfase van de transitie maken, zal op de korte termijn minder CO2besparing opleveren, zorgt voor minder sturing en opties en maakt de Leidse regio afhankelijker van bronnen als geothermie voor een collectieve warmtevoorziening. Wat de gevolgen voor de warmtetransitie in de regio echter exact zijn is op dit moment niet te zeggen en wordt nader onderzocht in het programma
Warmte Leidse regio. Gevolgen voor de afnemers van het bestaande warmtenet van Vattenfall Het Rotterdams besluit heeft op korte termijn geen invloed op de betrouwbaarheid van de warmtelevering aan de afnemers van het warmtenet in Leiden en omgeving. Die betrouwbaarheid is gewaarborgd door de overeenkomst tussen Vattenfall en Uniper. Uniper levert momenteel restwarmte vanuit de elektriciteitscentrale in Leiden aan het warmtenet van Vattenfall en exploiteert de transportpompen. Dit contract loopt tot 2026.Vattenfall is bovendien ook wettelijk gezien verplicht warmte te leveren aan woningen en bedrijven die zijn aangesloten. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ziet hier op toe. Op welke manier vervult de Leidse regio haar rol? De gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude hebben een overeenkomst gesloten om als regio samen te werken aan de warmtetransitie in het programma WLR. Onderdeelvan WLR is het ontwikkelen en realiseren van een open regionaal warmtesysteem waarop meerdere bronnen van collectieve warmte kunnen aansluiten en sprake is van knooppunten of energy hubs waar opslag van energie en uitwisseling tussen energiedragers mogelijk is. Dit faciliteert publieke sturing in het energiesysteem om de genoemde publieke waarden te kunnen borgen.
Het besluit van Rotterdam heeft mogel'ljk impact op het plan van aanpak van WLR. ln de eerste plaats zullen de mijlpalen van de samenwerking met Gasunie verschuiven, afhankelijk van het plan voor een eventuele doorstart van WLQ+. ln de tweede plaats zal de focus verschuiven naar het concretiseren en stimuleren van andere collectieve bronnen zoals geothermie of verlengde inzet van de centrale van Uniper en de mogelijkheden om in de toekomstige warmtevraag naar hoge temperatuur collectieve warmte te voorzien. De Leidse regio neemt met WLR haar rol en zet zich met het programma in op een warmtesysteem met een mix van warmtebronnen om zo niet afhankelijk te zijn van individuele bronnen. De beschikbaarheid van lokale en regionale bronnen, en de bereidheid van partUen om hier in te investeren, kan b'rjvoorbeeld technisch inhoudelijk op termijn uitkomst bieden, mocht er uiteindelijk toch geen warmteleiding komen. Vanuit de programma-organisatie WLR nemen we tot slot het initiatief om voor het einde van het jaar nog een gezamenlijke radenbijeenkomst te organiseren met als doel om raadsleden nader te informeren over de voortgang van het programma en het plan van aanpak.
4/6
Nummer 2027172
Onderwerp Portefeuillehouder
Doorstart NSO de Vrije Vogel J. Nieuwenhuis
Bijzonderheden Bijlage
Graag informeren wij u langs deze weg over de keuze van het college om in gezamenlijkheid met de
Holland Rijnland regio de doorstart van NSO de Vrije Vogel door een nieuwe aanbieder te faciliteren en hiermee passend aanbod voor een groep kinderen met complexe problematiek binnen onze regio te behouden. Naschoolse opvangvoorziening (NSO) de Vrije Vogel, onderdeel van zorg BSO- de Schavuiten gevestigd bij mytylschool de Thermiek in Leiden, maakten afgelopen april bekend per september 2027 te willen stoppen met z'rjn dienstverlening. ln totaal maakten 30 kinderen gebruik van deze hoog-specialistische voorziening waarvan een kind in zorg, en een kind op de wachtlijst uit Oegstgeest. Deze Naschoolse opvangvoorziening bedient een brede doelgroep kinderen met lichamelijke beperkingen,
verstandelijke beperkingen, gedragsproblematiek en alle mogelijke combinaties hiervan. Dit is een doelgroep die deze specialistische hulp echt nodig heeft. Een doelgroep waarvoor het vinden van passende alternatieve zorg niet altijd mogelijk is, en waarvoor het aangepaste gebouw en het samenspel met de Thermiek (een school voor kinderen met langdurige ziekte, of een lichamel'rjke of meervoudige beperking) zeer positief is. Naar aanleiding van het bericht heeft de gemeente Leiden als huisvestende gemeente de regierol gepakt in het vinden van een snelle en passende oplossing voor het gat wat door het wegvallen van dit aanbod zou ontstaan.
Uit gesprekken met de Schavuiten bleek een doorstart met deze part'rj geen optie en na uitvraag is een andere partij gevonden die deze doorstart wil maken. Een van de randvoorwaarden voor deze doorstart is dat de risico's die het overnemen van De Vrije Vogel gedurende de eerste jaren met zich mee brengt gedekt worden. Dit in verband met de korte tijdsspanne waarin de doorstart gerealiseerd dient te worden en het feit dat dit aanbod op onderdelen nieuw is voor deze aanbieder. Om hier snel in te kunnen voorzien (en zo min mogelijk t'rjd in zorg te verliezen voor de kinderen/ gezinnen die van deze opvang gebruik maken) is gekozen voor een subsidieconstructie vanuit de TWO. De essentie van die constructie is dat de gemeenten van Holland R'rjnland via TWO het bedrag dat niet wordt gerealiseerd vanuit de PGB-opbrengsten aan de beoogde aanbieder vergoeden, zodat ook deze opbrengsten gegarandeerd zijn. Wanneer er voldoende inkomsten z'rjn en de subsidie niet (geheel) nodig is wordt deze terugbetaald aan de gemeenten. ln drie jaar tijd wordt de hoogte van de risicodekking in deze
constructie afgebouwd. Daarnaast spant de beoogde aanbieder zich in om vanaf het begin af aan zo min mogelijk gebruik te hoeven maken van deze constructie. Beheermaatregelen die de beoogde aanbieder hiertoe inzetzijn onder andere: - Scherpere voorwaarden die aan ouders worden gesteld m.b.t. afmelden, no-show en tarieven; - Het tijdig bijsturen/afschalen van de personele bezetting wanneer de instroom van cliënten voor langere tijd achterblijft bij de verwachting.
s/6
Oegstgeest Door de gemeente Leiden is voorgesteld dat zij als huisvestende gemeente 50% van de bijdrage voor deze subsidie betaalt. De overige 50% wordt gelijk over de overige Holland Rijnland gemeenten verdeeld. Dit betekent dat de kosten voor Oegstgeest4,55% van het totaal benodigde bedrag zijn. Voor de bevoorschotting in 2OZI wordt de dekking hiervan gerealiseerd in de huidige begroting. Voor 2022 e.v. wordt verwacht dat hiertoe ruimte is in de huidige meerjarenbegroting. De kosten voor Oegstgeest voor de aankomende jaren zijn: laar
f-otaal
lOegstgeest
lVoorschot lMin
lMax
lGem.
lVoorschot lverwacht
2o2r lzs.ooo lra.zso ls'.zso lez.soo 13.40e lr.zos
2022 lzda.6u 100.00t lrae.sse lrzs.ooo ,t2.t21 ls.'az zo23 ltd0.00t 138.333 17s.000 v.s76 lsd.oat l.2.s76 2024 lod.^ít 110.000 ltí.odt 113.333 13.031 ló0ó Door deze doorstart zo snel mogelijk te faciliteren beoogt het college, in gezamenlijkheid met de regio, zekerheid te bieden aan +- 30 gezinnen met kinderen voor wie dit aanbod het best passend is
Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben Nummer 2027173 Onderwerp Portefeuillehouder Bijzonderheden
Aanwijzing Endegeester panden als Gemeentelijk Monument M. Huizing
Bijlage
Op 26 oktober heeft het college besloten het voornemen uit te spreken onderstaande panden aan te wijzen als gemeentelijke monumenten.
r Endegeesterstraatweg 5; Recreatiegebouw . Spechtlaan 2-4; Weidepaviljoen r Kasteellaan 11; Mortuariumgebouw . Goudvinklaan 2; Gymnastiekzaal/Kerkzaaltje Kruispunt o Kasteellaan 1t; Trafohuisje
Hiermee geeft het college gevolg aan de aanvraag van het Cuypersgenootschap d.d.23 maart 2020 en daarmee bescherming aan de monumentale delen en cultuurhistorische waarden van deze panden. Door de aanw'rjzing van de gebouwen als gemeentelijk monument blijft dit belangrijke tastbare element van de geschiedenis van de psychiatrische zorg op het landgoed Endegeest en Oegstgeest behouden. Daarnaast schept de monumentale status kaders voor de toekomstige ontwikkelingen van deze panden. Het uitspreken van het voornemen tot aanwijzing van de Endegeester panden als gemeentelijk monument is de eerste stap naar een definitieve aanwijzing tot monumenten. Na bekendmaking van het voornemen hebben alle zakelijk gerechtigden ó weken de tijd om een zienswijze in te dienen op het voornemen om de betreffende panden aan te wijzen als gemeentelijk monument. Eventuele zienswijzen dienen meegenomen in het besluit op de definitieve aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Het college zal een besluit nemen op de definitieve aanwijzing van de betreffende panden als gemeentelijke monumenten. Afhankelijk van dit besluit wordt de panden toegevoegd aan het gemeentelijk erfgoedregister en opgenomen in het register behorende bij de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen van het Kadaster.
6/6