D8 - Bijlage 1 bij Raadsinformatiebrief 2021 week 06 - nr. 04 Overzicht flankerende maatregelen coronacrsis sociaal domein februari 2021
Tekst van het document
Overzicht (voorlopige) flankerende maatregelen Wmo, jeugd en welzijnsbeleid Oegstgeest februari 2021 1. Aanleiding Tijdens de eerste lockdown in april 2020 zijn landelijk diverse maatregelen getroffen rondom de bekostiging van zorg en ondersteuning. De VNG en het Rijk hebben vervolgens afspraken gemaakt over het bieden van financiële zekerheid en ruimte aan zorgorganisaties en professionals. De afspraken over financiële compensatie liepen van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020, de afspraken over het vergoeden van meerkosten liepen tot en met 1 juli 2020. Op basis van deze afspraken heeft het college van burgemeester en wethouders op 28 april 2020 besloten tot het treffen van diverse flankerende maatregelen zonder concrete einddatum. De raad is hierover ook per raadsinformatiebrief geïnformeerd. Na de periode van 1 juli 2020 zijn aanbieders langzamerhand weer gestart met de reguliere zorg en ondersteuning, hoewel er in mindere mate gebruik is gemaakt van de diverse voorzieningen. Door de toename van het aantal besmettingen is uiteindelijk sinds 16 december 2020 weer een volledige lockdown van kracht. Met deze zorgelijke ontwikkelingen en de verwachting dat de coronacrisis nog langer voortduurt, is het van belang om de zorgaanbieders en pgb-houders in staat te stellen hun werkzaamheden conform de richtlijnen voort te zetten.
Ten behoeve van een zorgvuldige en rechtmatige afwikkeling van de coronacompensatie in 2020 en ter voorbereiding op eventuele meerkosten in 2021, is het van belang om vanuit het college instemming te verkrijgen op de diverse maatregelen in deze notitie. De gemeente loopt immers financiële risico’s als gevolg van de crisis, doordat het Rijk onvoldoende compensatie biedt voor kosten die zijn gemaakt voor bijvoorbeeld alternatief geleverde zorg. Het Rijk heeft weliswaar aangegeven dat er nog nadere compensatie gaat komen voor de periode na 1 juni 2020, maar hierover zijn nog geen formele besluiten genomen. 2. Inleiding en afbakening In de Leidse regiogemeenten willen we met het volgen van de richtlijn van het Rijk de continuïteit van zorg en het voortbestaan van de aanbieders zoveel mogelijk blijven garanderen. Deze lijn vergt echter wel bestuurlijke besluitvorming. Dit is noodzakelijk, aangezien kosten mogelijk niet volledig gedekt worden via de nog nader uit te werken compensatieregelingen van het Rijk en tevens sprake moet zijn van rechtmatige bestedingen. Dit overzicht beperkt zich -evenals bij het besluit in april 2020- tot de volgende maatregelen waarover het college bevoegd is te besluiten: -de uitvoering van het Wmo-beleid; -de uitvoering van het pgb-beleid; -doelgroepenvervoer; -lokale subsidies; -noodopvang voor kinderen in Oegstgeest; -peuteropvang, vve en SMI.
Daarbij is deels sprake van besluitvorming met terugwerkende kracht van 1 juni 2020 t/m 31 december 2020 en deels sprake van besluitvorming voor de periode van 1 januari 2021 t/m 1 juli 2021. We hanteren daarbij vooralsnog de einddatum van 1 juli 2021, maar kan naar gelang de situatie tegen die tijd worden gewijzigd. Afbakening De besluitvorming over flankerende maatregelen voor gespecialiseerde jeugdhulpaanbieders is gemandateerd aan het dagelijks bestuur van Holland Rijnland. De portefeuillehouders jeugd hebben in het PHO maatschappij d.d. 1 april 2020 ingestemd met de uitwerking van deze maatregelen. Deze maatregelen omvatten gelijkwaardige afspraken als voor de Wet maatschappelijke ondersteuning en
zijn te raadplegen via (https://jeugdhulphollandrijnland.nl/corona/). Eventuele (meer)kosten die voortvloeien uit dit pakket van maatregelen zijn thans nog niet te overzien, maar worden bij de jaarrekening van Holland Rijnland inzichtelijk gemaakt. De besluitvorming over flankerende maatregelen voor de regiotaxi (Wmo-voorziening op regionaal niveau ingekocht bij Holland Rijnland) is tevens gemandateerd aan het dagelijks bestuur van Holland Rijnland. De maatregelen voor het doelgroepenvervoer zijn overigens op dezelfde wijze toegepast als die voor de regiotaxi en worden in paragraaf 5 toegelicht. Eventuele (meer)kosten die voortvloeien uit dit pakket van maatregelen zijn thans nog niet te overzien. Er zijn nog geen formele afspraken vanuit het Rijk over de compensatie hiervan. Alle maatregelen ter behoud van de culturele sector en de sportverenigingen zijn of worden separaat voorgelegd aan het college. Tot slot maakt ook de besluitvorming over de uitvoering van de Participatiewet, de uitvoering van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) en de nog komende steunpakketten geen onderdeel uit van dit overzicht. Het Rijk heeft hiervoor diverse maatregelen getroffen en is voornemens de gemeenten te compenseren voor de kosten die voortvloeien uit bovengenoemde regelingen. Gemeenten ontvangen de benodigde middelen via een nieuwe specifieke uitkering.
Besluitvorming hierover wordt ook separaat aan het college voorgelegd. 3. Wmo-voorzieningen (huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding) We zien dat de ondersteuning door gecontracteerde Wmo zorgaanbieders doorgang vindt, al dan niet in aangepaste vorm. Echter geven met name de zorgaanbieders van dagbestedingen en begeleiding (individueel/ groep) aan dat zij moeite hebben om hun dienstverlening op peil te houden. Als gevolg van de RIVM-richtlijnen werken zij met kleinere groepen cliënten, waardoor cliënten minder vaak naar de dagbesteding kunnen komen. Aanvullend wordt er wel alternatieve (digitale) ondersteuning geboden, hetgeen verschilt per zorgaanbieder. 3.1 Bestuurlijke besluitvorming alternatieve zorg (16 maart 2020 -31 december 2020) Ten aanzien van de aangeboden dagbesteding en begeleiding in een groep, is gedurende de periode van 16 maart 2020 tot en met 12 juli 2020 en de periode 5 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 alternatieve zorg en ondersteuning geboden. Voor de individuele begeleiding geldt dit voor de periode vanaf 5 oktober 2020 tot en met 31 december 2020. Het is van belang dat het college met terugwerkende kracht instemt met het aanbieden van alternatieve zorg en ondersteuning als gevolg van de COVID-19 pandemie. Gelet op het belang van de rechtmatigheid van deze bestedingen is deze vorm
van alternatieve zorgverlening vastgelegd in een addendum voor de periode 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 en ter ondertekening aan aanbieders en het college voorgelegd. 3.2 Bestuurlijke besluitvorming compensatie liquiditeitsproblemen (16 maart 2020-31 december 2020) In de eerste afspraken tussen de VNG en het Rijk is het standpunt ingenomen dat financiering van de omzet wordt voortgezet op het niveau van voor de corona-crisis. Dit om acute liquiditeitsproblemen bij de zorgaanbieders te voorkomen. Deze vaste vergoeding wordt ook wel continuïteitsbijdrage genoemd, voor zover hier geen prestaties tegen over staan. Binnen de regio Leiden is gekozen voor resultaatfinanciering. Zodoende heeft de bevoorschotting plaats gevonden op basis van de periodetarieven conform de indicatie van de cliënten, ook als er op dat moment minder ondersteuning geleverd kon worden. Ten behoeve van de rechtmatigheid van deze continuïteitsbijdrage is deze continuïteitsbijdrage voor de periode 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 ook vastgelegd in het addendum.
3.3 Bestuurlijke besluitvorming meerkosten als gevolg van de coronacrisis (16 maart 2020-31 december 2020) Het kan voorkomen dat de zorgaanbieder gedurende de corona-pandemie kosten heeft moeten maken die een direct gevolg zijn van de coronamaatregelen van het Rijk, in het bijzonder het volgen van de richtlijnen van het RIVM. Deze kosten waren noodzakelijk om de gewenste zorg te kunnen blijven continueren. Indien hiervan sprake is, wordt gesproken over meerkosten. Voor deze kosten is door het Rijk een formulier ontwikkeld. De zorgaanbieder kan door middel van het formulier een verzoek indienen bij de gemeente om de meerkosten vergoed te krijgen. De zorgaanbieder zal hiervoor wel een goede administratie moeten bijhouden, zodat een juiste verantwoording van de door hen gemaakte kosten kan plaats vinden. Het Rijk zal de gemeenten compenseren voor de meerkosten die zij aan hun aanbieders betalen ten behoeve van de extra maatregelen vanwege corona. Doordat de vergoeding van de meerkosten niet is geregeld in de huidige overeenkomst, wordt ook de vergoeding van meerkosten voor de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 vastgelegd in het addendum. 3.4 Bestuurlijke besluitvorming voor het continueren van de bovenstaande besluiten voor de periode van 1 januari 2021 t/m 1 juli 2021.
Er wordt gecommuniceerd aan aanbieders dat wij de periodetarieven conform de indicaties van de
cliënten blijven bevoorschotten. Ook als er op dit moment minder en/of op een aangepaste wijze ondersteuning geleverd kan worden. Van de aanbieders wordt gevraagd om in het kader van een (mogelijke) compensatieregeling in 2021 inzicht te bieden bij welke cliënten er minder, geen of aangepaste ondersteuning is geleverd. Nadere concretisering hiervan volgt in een later addendum dat aan het college ter besluitvorming wordt voorgelegd. Deze afspraken gelden in principe dus tot 1 juli 2021. Beoogd effect van de maatregelen 3.1 t/m 3.4 : Aanbieders hebben de zekerheid dat hun opbrengsten worden gegarandeerd (in de vorm van bevoorschotting via facturatie) en de continuïteit van de aanbieders op dit punt kan worden gegarandeerd. Eventuele meerkosten als gevolg van de coronacrisis kunnen –na afstemming vanuit contractbeheer- worden gefactureerd. Financiële omvang 3.1 t/m 3.4 : De bevoorschotting/facturatie conform bovenstaande afspraken leiden niet tot meerkosten. Alleen als sprake is van meerkosten als gevolg van de coronacrisis worden deze kosten vergoed en apart gefactureerd. Deze meerkosten komen voor compensatie vanuit het Rijk in aanmerking. In de coronarapportage 2020 is rekening gehouden met een bedrag van € 15.000,- voor meerkosten in 2020. Bij de jaarrekening 2020 wordt inzichtelijk gemaakt of dit budget toereikend is.
Financiële risico’s: -Het Rijk zorgt voor onvoldoende compensatie bij meerkosten of niet geleverde zorg die wel gefactureerd is. -Recht- en doelmatigheid van de bestedingen bij aangepaste werkwijze of minderwerk kan niet worden getoetst en kan tot onzekerheden leiden in de jaarrekening. Vanuit het Rijk is wel toegezegd dat er ruimte is om bij de verantwoording flexibel te zijn. 4. Persoonsgebonden budgetten Wmo/Jeugd Het Rijk heeft een zorgvuldig pakket aan maatregelen getroffen voor pgb-houders. De maatregelen zijn in samenwerking met de VNG en ZN tot stand gekomen. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is dat de zorg moet doorgaan. Feitelijk wordt dezelfde lijn gevolgd als voor aanbieders die zorg in natura leveren. Indien er als gevolg van Corona meer zorg nodig, is het mogelijk meer uren zorg in te kopen bij een zorgverlener, kan vervangende zorg worden ingezet, niet geleverde zorg kan worden doorbetaald. Voorwaarde hierbij is dat de budgethouder zelf bijhoudt welke zorg niet of anders geleverd is. Hiervoor zijn vanuit de Sociale Verzekeringsbank (SVB) diverse formulieren ontwikkeld.
4.1 Bestuurlijke besluitvorming over de periode 16 maart 2020 t/m 31 december 2020 Hoewel over deze maatregelen reeds is gecommuniceerd door de SVB aan budgethouders, is het vanuit het oogpunt van rechtmatigheid van belang om met terugwerkende kracht in te stemmen met de SVBmaatregelen over de periode van 16 maart 2020 t/m 31 december 2020. Medewerkers (JGT/STO) worden geïnformeerd over deze handelswijze en het verantwoordingsproces. Met betrekking tot de PGB’s Wmo beoordelen wij bij de rechtmatigheid van de bestedingen of geen sprake is geweest van fraude of onrechtmatige declaraties. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat pgb-ontvangers in Oegstgeest in de problemen zijn gekomen. Inwoners kunnen contact opnemen met hun gebruikelijke contactpersonen uit het Sociaal Team en het Jeugd- en Gezinsteam. 4.2 Bestuurlijke besluitvorming (voor de periode vanaf 1 januari 2021 t/m 31 december 2021): Hoewel over deze maatregelen reeds is gecommuniceerd door de SVB aan budgethouders, is het vanuit het oogpunt van rechtmatigheid van belang bestuurlijk commitment te hebben om ook vanaf 1 januari 2021 t/m 31 december 2021 deze maatregelen te continueren. De datum van 31 december 2021 is overigens door de SVB bepaald en wijkt dus af van de overige afspraken die t/m 1 juli 2021 worden gecontinueerd.
Medewerkers (JGT/STO) worden geïnformeerd over deze handelswijze en het verantwoordingsproces. Met betrekking tot de PGB’s Wmo beoordelen wij bij de rechtmatigheid van de bestedingen of geen sprake is geweest van fraude of onrechtmatige declaraties. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat pgb-ontvangers in Oegstgeest in de problemen zijn gekomen. Inwoners kunnen contact opnemen met hun gebruikelijke contactpersonen uit het Sociaal Team en het Jeugd- en Gezinsteam. Beoogd effect: pgb-houders en hun zorgverleners hebben de zekerheid dat zorgcontinuïteit wordt gegarandeerd. Eventuele meerkosten als gevolg van de coronacrisis kunnen –na overleg- worden gefactureerd. Financiële omvang: De bevoorschotting/facturatie conform bovenstaande afspraken leiden niet direct tot meerkosten. Alleen als sprake is van meerkosten als gevolg van de coronacrisis worden deze kosten vergoed en apart gefactureerd. Deze meerkosten komen mogelijk voor compensatie vanuit het Rijk in aanmerking. De omvang ervan is nu nog niet bekend. In de coronarapportage 2020 is rekening gehouden met een bedrag van € 15.000,- voor meerkosten in 2020. Financiële risico’s: -Het Rijk zorgt voor onvoldoende compensatie bij meerkosten of niet geleverde zorg die wel gefactureerd is.
-Recht- en doelmatigheid van de bestedingen bij aangepaste werkwijze of minderwerk kan niet worden getoetst en kan tot onzekerheden leiden in de jaarrekening. Vanuit het Rijk is wel toegezegd dat er ruimte is om bij de verantwoording flexibel te zijn. 5. Doelgroepenvervoer (leerlingenvervoer, jeugdhulpvervoer, GGZ-vervoer) Op 9 april 2020 is door het dagelijks bestuur van Holland Rijnland ingestemd met een uitgewerkte coulanceregeling voor de regiotaxi (regionale Wmo-voorziening). Dit contract wordt beheerd door Holland Rijnland. De regiotaxivervoerder (De Vier Gewesten, DVG) heeft sinds de invoering van de landelijke richtlijnen voor de bestrijding van het coronavirus aanzienlijk minder ritten verreden. Daardoor is sprake van een grote omzetdaling met alle mogelijke gevolgen van dien voor deze onderneming (en onderaannemers). Landelijk is vanuit het Rijk in samenspraak met de VNG een lijn ontwikkeld om de bevoorschotting van deze vervoerders op 80% van een gemiddelde week te houden. Dat wil zeggen dat voor niet verreden ritten 80% wordt bevoorschot. Deze 80% komt voort uit een onderzoek dat is gedaan om te bepalen welke vaste kosten een vervoerder heeft en welke kosten door niet verreden ritten niet worden gemaakt (bijv. benzinekosten).
Voor zover DVG of zijn onderaannemers een beroep kunnen doen op de NOW, moet er in de verantwoording wel een onderscheid komen in compensatie vanuit de gemeenten en vanuit het Rijk. Aangezien DVG door de Leidse regiomeenten ook gecontracteerd is voor het doelgroepenvervoer (leerlingenvervoer, GGZ-vervoer en vervoer in het kader van de Jeugdwet) is het wenselijk om de bovenstaande lijn ook bestuurlijk te bevestigen voor de subregionale vormen van vervoer. Door de sluiting van de basisscholen en dagbestedingslocaties worden door DVG bijna geen ritten meer verreden. Door DVG is een voorstel gedaan om tot voorschotbetaling over te gaan voor 80% voor de niet verreden, maar wel ingeroosterde ritten.
5.1 Bestuurlijke besluitvorming met terugwerkende kracht voor de periode van 1 juni 2020 t/m 31 december 2020 Instemmen met de reeds uitgewerkte coulanceregeling conform de regeling zoals Holland Rijnland, met als uitgangspunt dat tot voorschotbetaling wordt overgegaan van 80% voor de niet-verreden ingeroosterde ritten. 5.2 Bestuurlijke besluitvorming voor de periode vanaf 1 januari 2021 t/m 1 juli 2021 Instemmen met het continueren van de reeds uitgewerkte coulanceregeling conform de regeling zoals Holland Rijnland, met als uitgangspunt dat tot voorschotbetaling wordt overgegaan van 80% voor de niet-verreden ingeroosterde ritten. Hiertoe worden nog nadere afspraken gemaakt met de vervoerder. Beoogd effect: De vervoerder wordt in staat gesteld om na de crisis continuïteit te bieden voor het doelgroepenvervoer. Financiële omvang: de bevoorschotting/facturatie conform bovenstaande afspraken leidt nu niet tot meerkosten. Afhankelijk van de formele besluitvorming door het Rijk kan creditering van de voorschotbetaling plaatsvinden. Financiële risico’s: -Rechtmatigheid en doelmatigheid van de bevoorschotting en afrekening in relatie tot de NOW-compensatie moet bij de verantwoording inzichtelijk worden gemaakt. Hier worden afspraken over gemaakt, maar dit vergt extra toezicht.
-Voor de verantwoording van de continuïteitsbijdrage voor het doelgroepenvervoer zijn in samenspraak met de VNG en accountants afspraken gemaakt over een verantwoordingsmodel 2020. Dit wordt inzichtelijk gemaakt bij de jaarrekening 2020 6. Welzijnssubsidies Onze subsidiepartners werken in deze periode onverminderd door om zorg- en ondersteuning te bieden aan onze inwoners. Door de landelijke richtlijnen kunnen echter niet alle subsidieafspraken worden nagekomen, aangezien er bijvoorbeeld activiteiten geen doorgang vinden (inloop GGZ Lumen, dagbesteding Radius) of op andere wijze worden vormgegeven (ondersteuning op afstand via beeldbellen, dagelijks/wekelijks bellen met mantelzorgers/cliënten) . Voor het subsidiejaar 2020 hebben wij geconstateerd dat veel activiteiten al dan niet in gewijzigde vorm zijn gecontinueerd. Bij de verantwoording van de subsidies over dit tijdvak zal dit nader inzichtelijk worden. Evenals bij de subsidies voor 2020 willen we in het kader van de rechtmatigheid en doelmatigheid van subsidies heldere afspraken maken met onze partners. Om die reden benaderen wij onze subsidiepartners en communiceren voor het subsidiejaar 2021 het volgende: • •
•
Op dit moment worden geen subsidies teruggevorderd of stopgezet (de beschikkingen zijn uit en betalingen lopen door). Als de situatie weer is ‘genormaliseerd’ zal (in ieder geval met ontvangers van ‘grote’ subsidies) het gesprek worden gevoerd: In hoeverre diensten niet zijn geleverd (waarvoor een beschikking is afgegeven) of activiteiten niet zijn georganiseerd. In hoeverre vervangende diensten/activiteiten gedurende de corona-periode zijn geleverd/georganiseerd. In hoeverre diensten/activiteiten in bijvoorbeeld 2 e helft van 2021 kunnen worden ingehaald. In hoeverre andere, gewenste/aanvullende diensten kunnen worden ingezet, bijv. 2e helft 2021. In hoeverre zijn wél kosten gemaakt (bijv. huur, personeel) ondanks dat activiteiten niet zijn uitgevoerd. Het bovenstaande zal in ieder geval moeten worden opgenomen in de verantwoording van de subsidies over 2021. Dus het is belangrijk een goede administratie bij te houden.
Op dit moment kunnen we verder geen toezeggingen doen t.a.v. het niet hoeven terug betalen van subsidie. De gemeente wacht landelijke richtlijnen af over ‘hoe om te gaan met subsidies als activiteiten niet zijn geleverd’. Wellicht zijn/komen er voor subsidieontvangers ook compensatieregelingen vanuit het rijk. De afhandeling zal dus ook maatwerk bevatten.
Bestuurlijke besluitvorming: Instemmen met bovenstaande communicatielijn richting onze subsidiepartners voor het subsidiejaar 2021. Beoogd effect: Duidelijkheid verschaffen aan onze subsidiepartners en in het kader van de rechtmatigheid van de bestedingen inzicht te verkrijgen bij de subsidieverantwoordingen. Financiële omvang: de bevoorschotting/ conform bovenstaande leiden nu niet tot meerkosten. Financiële risico’s: Rechtmatigheid en doelmatigheid van de subsidieverlening kunnen bij de verantwoording onder druk komen te staan en kunnen leiden tot onzekerheden in de jaarrekening. 7. Ondersteuning bij de noodopvang voor (kwetsbare) kinderen Op last van de veiligheidsregio was elke gemeente gehouden om een 24 uurs noodopvang te organiseren voor kinderen met ouders in cruciale beroepen en ten behoeve van de opvang van kwetsbare kinderen. Dankzij de inzet van scholen, de KDV’s, gastouders en ondersteunende partijen (JGZ/JGT, onderwijsadvies, RBL) was deze vorm van noodopvang goed georganiseerd. De compensatieregelingen voor ouders/KDV’s t.b.v. de noodopvang vallen buiten de scope van dit besluit. De gemeenten hebben op dit punt geen wettelijke uitvoeringstaak.
Als scholen onvoldoende ondersteuning konden bieden op school of als er meer ondersteuning nodig was in de thuissituatie, kon een beroep worden gedaan op de gemeente om deze ondersteuning aan te bieden (onderwijsondersteuning en jeugdhulp). Er is één contactpersoon (manager team Maatschappij) binnen de gemeente die de bevoegdheid had om hierover (financiële) besluiten te nemen. TWO heeft in samenspraak met de gemeenten voor deze extra ondersteuning een regeling gemaakt, waarbij jeugdhulpaanbieders deze ondersteuning kunnen bieden. Deze meerkosten zijn destijds apart gefactureerd en meegenomen in de coronarapportage december 2020 (€ 30.000). De verantwoording hierover wordt inzichtelijk gemaakt bij de jaarrekening 2020. Doordat de lockdown vanaf 16 december 2020 weer van kracht werd, moest er opnieuw noodopvang geregeld worden en is de gemeente opnieuw gehouden om zonodig ondersteuning te bieden. Vooralsnog is daar nog geen gebruik van gemaakt. Wel is het noodzakelijk om ook voor de periode vanaf 1 januari 2021 in te stemmen met het zonodig bieden van extra ondersteuning aan scholen/kdv’s/gastouders en ouders bij kwetsbare kinderen.
Als scholen onvoldoende ondersteuning kunnen bieden op school of als er meer ondersteuning nodig is in de thuissituatie, kan een beroep worden gedaan op de gemeente om deze ondersteuning aan te bieden (onderwijsondersteuning en jeugdhulp) conform de bovenstaande regeling vanuit TWO. Bestuurlijke besluitvorming vanaf 1 januari 2021: Instemmen met de mogelijkheid om scholen, kdv’s en ouders extra te ondersteunen bij onderwijsondersteuning en eventuele meerkosten voor jeugdhulp. Beoogd effect: Ten behoeve van de ondersteuning van scholen/kdv’s en ouders bij de zorg- en onderwijsverlening voor kwetsbare kinderen ruimte te krijgen voor maatwerk. Financiële omvang: Er is op dit moment nog geen school die gebruik gaat maken van de regeling voor extra onderwijsondersteuning. De kosten hiervoor in 2021 zijn nog niet te overzien en hangen ook af van inzetbaarheid/duur van de maatregelen. Financiële risico’s: -Het Rijk zorgt voor onvoldoende compensatie bij meerkosten. -Recht- en doelmatigheid van de bestedingen kan niet worden getoetst en kan tot onzekerheden leiden in de jaarrekening. Vanuit het Rijk is wel toegezegd dat er ruimte is om bij de verantwoording flexibel te zijn. 8. Gemeentelijk gesubsidieerd aanbod kinder-/peuteropvang (SMI, VVE en peuterregeling)
Er zijn drie regelingen voor kinder-/peuteropvang die gemeentelijk gesubsidieerd worden: Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), opvang op Sociaal Medische Indicatie (SMI) en de Oegstgeester peuterregeling. VVE en SMI worden op inhoudelijke gronden door de GGD beoordeeld en geïndiceerd. De peuterregeling is een puur financiële regeling (geen inhoudelijke gronden).
SMI Lichamelijke, psychische of sociale problematiek bij ouders/het gezin waardoor ouders (tijdelijk) niet voor hun kind kunnen zorgen, kunnen een reden zijn voor een SMI-indicatie, waarmee een kind op basis van gemeentelijke vergoeding naar de kinderopvang kan gaan. Of daarbij door ouders een eigen bijdrage betaald moet worden en zo ja, hoe hoog, is afhankelijk van het inkomen van de ouders (tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm betalen ouders niets, daarboven geldt hoe hoger het inkomen hoe hoger de eigen bijdrage). VVE Wanneer een peuter (taal)achterstanden laat zien of daar een groot risico op loopt, kan hij/zij door de JGZ voor VVE geïndiceerd worden. Met deze indicatie kan de betreffende peuter voor 3 of 4 dagdelen per week, tegen zeer gereduceerd tarief, naar een kinderopvanggroep waar met een speciale VVE methodiek gewerkt wordt gaan. Ouders betalen hiervoor een kleine eigen bijdrage. De VVE kent 12 vaste/reguliere plekken en daarbovenop een flexibel aantal “flexplekken”. Waarmee in totaal over het algemeen rond de 14 á 15 kinderen in de VVE zitten. Peuterregeling De peuterregeling heeft tot doel de kinderopvang voor ouders die geen recht op kinderopvangtoeslag (KOT) vanuit het Rijk hebben, financieel toegankelijk te maken. Het enige criterium voor gebruik is dat ouders géén recht op KOT hebben.
Wanneer dat het geval is, kunnen zij voor twee dagdelen per week tegen gereduceerd tarief van de kinderopvang gebruik maken. De peuterregeling is een inkomensafhankelijke regeling; de bijdrage die ouders zelf moeten betalen is dus afhankelijk van de hoogte van hun (gezamenlijke) inkomen. Er maken op dit moment ruim 20 kinderen gebruik van de peuterregeling. Veelal geen gebruik door corona tijdens de eerste crisis In verband met de corona situatie gingen veel van de kinderen die normaal gesproken naar de kinderopvang gaan, daar nu niet heen. Voor ouders die van KOT gebruik maken, heeft het Rijk al aangegeven de eigen bijdrage die ouders moeten betalen daarom te gaan compenseren (omdat daar geen feitelijk gebruik tegenover staat). Vanuit het Rijk/VNG is aangegeven dat deze lijn ook voor de lokaal gesubsidieerde peuteropvang wordt gevolgd, gemeenten ouders hiervoor moesten compenseren en het Rijk nog nadere afspraken maakt over de compensatie van gemeenten. In het besluit van het college van 28 april 2020 is besloten om voor de bovenstaande regelingen ouders te compenseren voor de eigen bijdrage wanneer er geen gebruik tegenover staat. Vanaf 16 december 2020 geldt opnieuw dat ouders gecompenseerd worden voor de eigen bijdrage wanneer er geen gebruik tegenover staat.
8.1 Bestuurlijke besluitvorming voor de periode van 16 december t/m 31 december 2020: Instemmen met het toepassen van de landelijke lijn en de ouderbijdrage die ouders betalen in het kader van gemeentelijk gesubsidieerde peuteropvang, te compenseren wanneer daar geen gebruik tegenover staat. 8.2 Bestuurlijke besluitvorming voor de periode vanaf 1 januari 2021 Instemmen met het toepassen van de landelijke lijn en de ouderbijdrage die ouders betalen in het kader van gemeentelijk gesubsidieerde peuteropvang, te compenseren wanneer daar geen gebruik tegenover staat. Beoogd effect: ouders compenseren voor niet genoten peuteropvang. Financiële omvang: Uitgaande van de kinderen die op dit moment van bovengenoemde regelingen gebruik maken, heeft SKO (enige uitvoerder van zowel de VVE als de peuterregeling) een berekening gemaakt van de totale kosten aan ouderbijdragen (dus wat ouders zélf aan hen betalen) per maand. Voor de VVE komt dit neer op zo’n € 200,- per maand en voor de peuterregeling op een ruime € 2.600,- per maand. Op dit moment zijn er 5 kinderen (uit drie gezinnen) die op basis van een SMI in de kinderopvang zitten. Twee gezinnen zitten in de bijstand en hoeven dus geen eigen bijdrage te betalen. Eén gezin betaalt wel een eigen bijdrage, deze bedraagt 46,- per maand.
De totale kosten aan compensatie van bijdragen die ouders betalen voor niet genoten opvang, komen daarmee op dit moment op € 2900,- per maand. Voor 2020 is €3000,- beschikbaar gesteld via de coronarapportage. Financiële risico’s: bovengenoemd zijn de compensatiekosten voor ouderbijdragen per maand, op basis van de huidige situatie. Het is op dit moment nog onduidelijk hoe lang de kinderopvang gesloten blijft en daarmee dus ook hoe lang de termijn is waarvoor we ouders deze compensatie geven. Daarnaast is bovengenoemde kostenindicatie gebaseerd op het aantal kinderen dat op dit moment gebruik van de regelingen maakt, in theorie kunnen daar (met name voor SMI) nog kinderen bijkomen. Aan de kinderopvangorganisatie is gevraagd om alle (niet) geleverde diensten goed te registreren. 9. Tot slot Momenteel zijn er vanuit het Rijk/VNG nog geen nadere afspraken gemaakt met gemeenten over de compensatiemogelijkheden van de effecten die optreden als gevolg van de crisis voor de periode na 1 juni 2020. Alle bovenstaande maatregelen zijn aan verandering onderhevig en worden voortdurend getoetst aan de actuele situatie in Oegstgeest en de ontwikkelingen in Nederland. Indien er nadere afspraken zijn of aanvullende (flankerende) maatregelen nodig zijn, wordt deze notitie geactualiseerd en ter besluitvorming voorgelegd.